Droomproject

Het resultaat

Nu kan ik het eindelijk schrijven. Mijn droomtrui is af. En ondanks mijn twijfels ben ik er toch best tevreden mee. Ik schaam me nu een beetje dat ik er eigenlijk over getwijfeld heb. Want het resultaat mag er best zijn.

Afwerking

Vorige week had ik de losse stukken geblokt. Dus deze week stond het aan elkaar naaien en de draadjes instoppen op het programma. Voor mij is dat het minst leuke gedeelte. Maar het is natuurlijk wel essentieel om een project af te maken.

Aan elkaar naaien

Daarom brei ik het voor- en achterpand met rondbreinaalden al meteen aan elkaar. Idem met de mouwen. Dat zijn dan al 4 naden minder om dicht te naaien. En dat scheelt veel. Ik denk dat ik voor de 2 mouwen aan het lijf te naaien, maar drie kwartier tijd nodig had. Dat scheelt een hele hoop tijd en gedoe.

Er zijn natuurlijk wel modellen waarbij dat je het zo niet kan doen. Bijvoorbeeld bij motieven waar je heen en weer gaat met de draad. Want als je rondbreit zit de draad dan aan het einde van de tekening en de volgende rij heb je die weer nodig aan het begin van de tekening. Dus dat werkt niet. Of als je een specifieke pasvorm breit, waarbij de naden juist nodig hebt.

De mouwen zijn aan elkaar genaaid met de matrassteek. Hier komt de zelfkant heel goed van pas. Het maakt een mooi onderscheid tussen de eerste en tweede steek, zodat je mooi recht aan elkaar kan naaien. Je neemt telkens 2 lusjes op aan elke kant. Na een aantal steken trek je de draad dan aan, zodat alles mooi sluit.

Dit is de juiste manier om aan elkaar te naaien. Vroeger ging ik lusjes maken en dan met de stiksteek er nog eens door. Dubbel dicht naaien eigenlijk. Dat werkte prima en het was heel stevig, maar eigenlijk was het niet nodig. En waarom het moeilijk maken als het makkelijk ook kan.

Knopen

Volgens het patroon komen er 6 knopen aan de schoudernaden, in plaats van ze dicht te naaien. Eerlijk gezegd was ik dit een beetje uit het oog verloren. Snel dus nog op zoek naar 6 gelijke knopen. Maar wie zoekt die vindt. Mijn beperkt budget zorgt er soms voor dat ik wat creatiever ben in oplossingen vinden. Lang leve tweedehands.

Veel houdt het niet in. Op het achterpand werden de lusjes al meegebreid. Dus was het een kwestie van de knopen naaien op het voorpand waar de lusjes zaten op het achterpand. Ik heb dit een beetje op het zicht gedaan. En dat is goed gekomen. Maar ik vermoed dat het niet altijd zo makkelijk zal zijn.

Draadjes innaaien

Ik probeer altijd zo weinig mogelijk losse draadjes te hebben. Want als ik er al tegenop zag om de stukken aan elkaar te naaien, dan zie ik er al helemaal tegen op om draadjes in te naaien. Het is zo’n saai werkje. Maar opnieuw, het is essentieel om af te werken, dus door de zure appel bijten. Jammer genoeg had ik er een heleboel, omdat ik telkens van kleur wisselde. En dan was mijn bol ten einde, dus dan heb je ook weer die uiteinden.

Om de draadjes in te naaien, ga ik door twee (lachende) boogjes omhoog en in de volgende twee naar beneden. Na een 4tal keer herhalen, keer ik een paar keer terug op en neer. Dit zou de meest efficiëntste manier zijn om er voor te zorgen dat ze niet los komen. En het is minder zichtbaar.

Dit gaat even goed als je losse draad ergens in het midden van de rij zit. Je hoeft dus zeker niet op het einde van de rij uit te komen. Wat een verspilling van wol voorkomt. Het zijn soms de kleine beetjes die het hem doen.

Genieten

Voila, mijn trui is af. En ik ben in de wolken. Na 9 maanden is het resultaat er nu eindelijk. Maar dus een hele belangrijke om niet te vergeten. Even reflecteren op het proces en het eindresultaat.

Naar mijn gevoel is 9 maanden toch iets te lang. Tja, wat had je gedacht. Bij mij moet het vooruit gaan. Maar het denkproces dat voor het effectieve maken komt is wel een enorme houvast. Dit zal ik blijven doen, maar dan misschien wel in een verkorte versie.

Wat me vooral opviel is dat ik maar één keer opnieuw ben begonnen. En dat was omdat ik tegen beter weten in al begonnen was en ik eigenlijk had moeten wachten op de rest van de wol. Dat was een hele opluchting. Bij vorige projecten kon dat soms wel tot drie keer zijn.

Omdat ik eerder al nadacht over de kleur en soort wol die ik zou gaan gebruiken, heb ik daar niet meer over hoeven twijfelen. Dus ik was al zeker dat dat goed zat. Het neemt een enorme last van de schouders, waardoor je meer kan bezig zijn met het genieten van het maken.

En het is eens oke om te twijfelen. Maar eigenlijk is dat niet nodig. Je kan er op vertrouwen dat wat je maakt goed zal zijn. Dat zijn alvast twee dingen die ik alweer bijgeleerd heb. Naast de nieuwe technieken (ajourmotief, kleurverloop en een nieuwe boordsteek). En nog zo veel meer.

Maar waarom ik het vooral wilde doen, was om de basis van een trui maken te leren begrijpen. Ik wou er een kunnen maken zonder dat het een ramp (zoals mijn eerste trui) zou worden. En dat is zeker gelukt. En ik heb er zelfs de truimicrobe door te pakken gekregen.

Oh, ik mag het allerbelangrijkste nog niet vergeten. De trui past als gegoten. Hij sluit heel mooi aan bij de polsen en onder de oksels. Qua lengte is die ook goed. Enkel hoe de boord van het lijf valt, lijkt niet op de foto van het patroon. Maar het is daarom niet minder mooi.

Ik ga er nu nog een beetje van genieten. Tot volgende week. PS: wat vind jij er van?

Bronnen

Droomproject

De volgende stap

Eindelijk ben ik er. Joepie, de mouwen zijn af. Wat wil zeggen dat ik klaar ben met breien. Nu is er alleen nog de afwerkingsfase. Ik ben blij dat ik niet opgegeven heb, ook al was ik heel erg aan het twijfelen. Gelukkig heb ik mezelf er door gesleept. Met dank aan jouw steun. Het doet deugd om te lezen dat ik niet de enige ben die soms twijfelt.

Mouwen

Gisteren heb ik de laatste rijen van mijn mouwen gebreid in kleur EE. Het was wel wat lastig aan het worden, omdat de mouwen al zo lang waren en er meer steken op de naald staan dan in het begin. Breien met 4 bollen tegelijk is niet zo evident. Al gaat het wel, soms is het een beetje een gedoe als je werk al zo lang is.

Maar het resultaat mag er dus zijn. Twee gelijke mouwen, met aan de ene kant een rij meerderingen. Ik heb ze al even aangedaan en ze pasten. Dat is al een goed teken. Hopelijk past de rest nu ook nog.

Blokken

Maar voor dat ik helemaal klaar ben, zijn er nog een paar stappen nodig om de trui in elkaar te steken. De eerste is blokken. Dit wil zeggen: de wol nat maken en opgespannen laten drogen. Het zorgt er voor dat je een mooier resultaat krijgt. Al zijn er voor- en tegenstanders, ik heb het al een paar keer geprobeerd en het loont echt. Maar deze keer heb ik er toch wat moeite mee gehad.

Daarna zet je de stukken in elkaar en weef je alle draadjes in. Dat staat volgende week dan op de planning.

Zo doe je het

Dit is het proces. Je legt de wol in water, zodat het door en door nat is. Er mogen geen luchtbelletjes meer uit komen. Na 15-30 minuten duw je het water er uit (niet wringen!). Het helpt om wat extra water er uit te krijgen als je het even tussen een handdoek legt voor je het gaat opspannen.

Kies dan een vlakke ondergrond. Voor mij is dat de vloer. Eerst leg ik een laag plastiek, dan een handdoek. Daarop span ik dan de verschillende delen op. Het is belangrijk om de maten van je patroon er bij te houden. Want het is op die afmetingen dat je gaat opspannen (en het is daarmee dat ik deze keer moeite had). Opspannen doe ik met gewone kopspelden.

Daarna opnieuw een handdoek. Als je er gewicht op legt, best nog een laag plastiek er weer tussen. En kies ook voor een gewicht dat geen water kan opslorpen. Je wil je beste boeken hiervoor natuurlijk niet ruïneren (tenzij je ze niet meer nodig hebt). En daarna is het wachten tot alles droog is.

Problemen

Maar dus deze keer ging het niet zo goed. Waarschijnlijk omdat het werk een beetje uitgerokken is door het even verticaal vast te houden. En dan is het een heel karwei om de steken weer bij elkaar te duwen om de juiste hoogte houden. Als je dit ook voor hebt, een tip: gewoon wrijven in de richting die je wil inkorten. Als dat zowel verticaal als horizontaal is, kan je rondjes wrijven. En wat heb ik gewreven, amai. Maar het is uiteindelijk gelukt, hoor.

Het is dan ook niet gemakkelijk als je een dubbel stuk zo effen wil krijgen. Maar dat is wel nodig, want anders krijg je plooien en dan is het hele proces eigenlijk voor niets geweest. Dat wil je echt niet.

Er zat niets anders op om eerst de onderkant effen te prutsen. En daarna heb ik de bovenkant er op gelegd en die ook effen geprutst. Ik schrijf prutsen, omdat het dat ook echt was. Van al dat gewrijf kwamen er golven in mijn rijen. De ene kant van mijn rij lag veel hoger op de handdoek dan de andere kant van mijn rij. Ik hoop echt dat het goed komt.

Andere manieren

Er zijn veel verschillende manieren om te blokken. Maar dit is hoe ik het geleerd heb. Er zijn mensen die stomen. Persoonlijk ben ik daar geen fan van, want je hebt heel veel stoom nodig om de wol echt volledig nat te laten worden. En ik heb het gevoel dat je nooit helemaal zeker bent dat het goed is. En je mag er met je stoomstrijkijzer ook niet op duwen, want dan vermindert de structuur van het werk. Je wil nog steeds dat beetje veerkracht in de wol hebben.

Er zijn ook mensen die nog een speciaal product bij het water doen. Al weet ik niet goed wat het is. Het zou de structuur van de wol verbeteren. Sommigen zweren daarbij. Ik heb het dus nog niet geprobeerd. Voorlopig doet gewoon water voor mij genoeg.

En er zijn ook mensen die op een speciale ondergrond werken. Je kent waarschijnlijk wel de matten met letters of dieren, waarop kinderen graag spelen. Het is iets gelijkaardigs. En er zijn ook speciale opspan naalden die een beetje op kammetjes lijken. Daarmee zou je rechter kunnen blokken. Ik doe het op het zicht.

Nu ik zo heb zitten sukkelen op het blokken, denk ik dat ik het bij mijn volgende trui ga overslaan. Het is misschien ook eens goed om dan te kunnen vergelijken. Dan kan ik met een kritisch oog evalueren of het nu dat extra werk waard is of niet. Ben jij een voor- of tegenstander van blokken?

Bronnen

Droomproject

Misschien…

Het moment van twijfel en opgeven is eindelijk aangebroken. Het heeft lang geduurd, maar nu is het er toch. Ik ben niet meer zo zeker, dat ik echt mijn droomtrui aan het maken ben. Er zijn een paar dingen die me doen twijfelen.

Kleurovergang

In mijn hoofd waren de kleurovergangen veel effener en onzichtbaarder dan dat ik nu zie. Je hoeft zelfs niet goed te kijken, het valt onmiddellijk op. En dat stoort me echt. Het voelt aan alsof ik wel wil, maar niet kan.

Ik heb nochtans de truc van dubbele draad toegepast. Van 5 kleuren naar 9 kleuren: AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE. Dat maakt de overgang tussen 2 tinten iets zachter. Maar ik vrees dat er te veel kleurverschil tussen 2 tinten zit, waardoor je het echt te goed ziet.

Vorm

Ik heb ook een beetje schrik over de vorm. Gaat alles wel goed passen als ik het aan elkaar zet? Zal de trui op zich wel passen? En hoe zullen de kleuren van de mouw werken op het voor- en achterpand? Pff, ik ben het vertrouwen een beetje kwijt.

Als ik de foto’s van twee weken geleden terug bekijk, merk ik ook dat de vorm helemaal niet trekt op die van de foto van het patroon. Ik heb wel een paar aanpassingen gedaan, maar de pasvorm heb ik wel goed gevolgd. Maar ja, een foto van het werk dat op tafel ligt, kan natuurlijk anders zijn dan als je de trui effectief aan hebt. Laten we hopen.

Goed genoeg

En dan begin ik helemaal te twijfelen. Als ik daarover al niet tevreden ben, zal de trui dan goed genoeg zijn? Want ik wil liefst iets maken en dragen waar ik trots kan op zijn. Ik wil een trui maken waarop mensen een complimentje geven. Zo iets als: “Wauw, wat een mooie trui” (en dan denken ze: ik wil die ook).

Maar het kan natuurlijk nog steeds dat mensen dat zullen zeggen. En eigenlijk verandert dat niets aan mijn standpunt. Want ik zou het zelf niet zeggen of denken. Ik zou niet trots zijn om de trui te dragen. En het is net zo belangrijk om te dragen wat je mooi vindt. Dus als ik mijn trui niet graag zie, zal ik hem dan dragen? Ik weet het niet, misschien alleen thuis…

Waarom wilde ik deze trui ook alweer maken

Maar ik ben door het konijnenhol aan het vallen. Positief blijven, hé zeg. Even terugdenken naar de start van het project. Ik heb toen goed nagedacht over waarom ik nu net deze trui wou maken. En dat kan me misschien nu wel uit mijn dipje halen.

De trui

Ik wilde de basis van een trui breien beter begrijpen, zodat ik mijn eigen creaties zou kunnen dragen. En ik wou een tweede wasfiasco zeker vermijden. Daarnaast had ik ook opgeschreven dat ik wilde bijleren en groeien, zodat ik later misschien mijn creaties zou kunnen verkopen.

En daar gaat nu juist mijn twijfel over. Oke, ik begrijp de basis beter, maar als het resultaat niet goed is, zal ik de trui niet willen dragen. Laat staan, verkopen. Maar ik heb wel bijgeleerd en ben zeker gegroeid door dit proces. Deze is dus een beetje dubbel.

Maar ik wilde deze trui maken, omdat ik de pasvorm mooi vond. Die heb ik gevolgd. Dus misschien moet ik er meer vertrouwen in hebben. De rest is kwestie van goed in elkaar zetten en dan is de trui af. In plaats van te twijfelen, zou ik er beter op vertrouwen.

Het kleurverloop

Deze is dus een grote twijfel. Ik wou de kracht van kleur eer aan doen. Aangezien het zoveel impact kan hebben op je gemoed. Het kan je letterlijk gelukkiger maken. En zeker in mijn geval, me een beetje meer zelfzeker laten voelen. Maar ik wou het vooral met natuurlijke kleurmiddelen doen, maar dat is dus niet gelukt. Door met een kleurverloop te werken, wou ik er ook wat diepte in steken.

De natuurlijke kleurmiddelen zijn niet gelukt, dus had ik gekozen de set van 5 tinten roze. Deze impact heb ik misschien onderschat. Als ik de wol zelf zou hebben kunnen verven, had ik misschien voor 5 tinten gekozen die dichter bij elkaar lagen. Of misschien had ik beter gekozen voor zo’n bol waar de schakeringen geleidelijk aan in verlopen in plaats van 5 aparte bollen.

Maar de kleur zou nog steeds bij me moeten passen. Dat is niet veranderd. Ik ben dus nog steeds blij met roze. En als ik dat durf dragen, kan het niet anders dan ik meer zelfzeker ben. En wat de diepte betreft, ik vind wel dat die er in zit.

Nu ik de foto van Rothko herbekijk, stel ik vast dat daar ook duidelijke lijnen tussen de kleuren zitten. En zelfs ook in de kleurvakken apart. Is het dan zo erg dat er in mijn trui te duidelijke overgangen zitten. Deze hou ik nog in beraad.

Andere redenen

Daarnaast waren er nog een paar andere redenen waarom ik nou net dit project wou maken. En ik haal de twee belangrijkste er nog even uit. Ik wou leren volhouden. Volhouden. Ik schrijf het nog eens, want het wil zeggen: niet opgeven. Dus ik ben het mezelf toch een beetje verschuldigd om verder te doen.

En de tweede was niet teleur gesteld zijn van het eindresultaat. Ik wou trager werken en meer doordenken om dit te vermijden. Maar nu heb ik er al die tijd ingestoken om vast te stellen dat ik toch een beetje teleur gesteld zal zijn. Wauw, dit besef is zwaar.

Misschien heb ik het niet goed gedaan. Misschien heb ik het nog niet genoeg doordacht. Misschien maak ik beter eerst een tekening van hoe ik wil dat de trui er uitziet. Want dat heb ik nu niet gedaan en ik merk nu dat het resultaat toch anders is dan dat ik voor ogen had.

Conclusie

Het kan dus zeker geen kwaad om goed te overdenken waarom je een project wil maken. Het is zelfs aan te raden. Als de basis goed zit, volgt de rest. Dat is een waarheid als een koe. Er is nu nog 1 week (9 naalden) te gaan om de mouwen af te breien en dan kan ik de trui in elkaar steken.

Ook al ben ik niet volledig overtuigd, ik ben het mezelf verschuldigd om deze trui af te werken. Maar zoals je kan lezen, is jouw steun nu meer dan welkom. Wat vind jij er van? En twijfel jij soms ook over je werk?

Bronnen

Droomproject

De draad terug oppikken

Waar was ik gebleven? Juist, mijn droomtrui. Ik heb niet stil gezeten. Tijdens de week dat ik in verlof was, heb ik een heleboel kunnen inhalen. En ik kan nu (een beetje fier) zeggen dat ik nog steeds op schema zit. Sinds mijn laatste post over mijn droomtrui is er heel veel veranderd. Toen had ik net het ajourmotief van voor- en achterpand klaar. Ondertussen heb ik al 2/3 van de mouwen klaar.

Voor- en achterpand

Na het ajourmotief gaat het patroon verder in tricotsteek. Maar om de 12 rijen heb ik dus een nieuwe kleur om mee te breien. Nog steeds in het rond tot aan de armgaten. Vanaf dan splits je op. Het patroon geeft op om de steken van het pand dat je niet breit op een hulpnaald te plaatsen, maar ik brei ze liever tegelijkertijd met aparte bollen.

Zo ben ik zeker dat ze even lang zullen zijn. Een rij kan al het verschil maken. En ook al denk je dat je notities duidelijk zijn, soms ga je toch twijfelen. Alé, ik toch. Misschien ben jij er beter in dan ik.

Het voorpand heeft opnieuw een boordsteek aan de hals, gelijkaardig aan de onderkant van de trui. Maar ik merkte op dat die er niet hetzelfde uit ziet. Het verschil zit hem in de manier waarop er gebreid wordt. Voor de onderkant van de trui, brei je in het rond. Je breit telkens de goeie kanten boven elkaar. Voor de hals, brei je heen en weer. Dus brei je de achterkant van een steek op de goeie kant. Waardoor de averechtse steek in de terugkerende naald een gewone rechte steek wordt boven een gedraaide rechtse steek.

Voor alle zekerheid heb ik dit nog eens nagekeken in het patroon. Want het kan natuurlijk dat ik ergens overgelezen heb. Maar het staat er effectief zo in. Ik zie ook niet hoe je het anders zou kunnen doen. Volgens mij kan je dit alleen oplossen door een gewone boordsteek toe te passen, zowel aan de onderkant als aan de hals.

Maar ik lig er niet echt wakker van. De twee boordsteken liggen niet naast elkaar. Dus dat zal niet zo erg opvallen. En daarbij, het heeft wel iets speciaals. Vind je ook niet?

Mouwen

Met het voor- en achterpand klaar, ben ik aan de mouwen begonnen. Deze ben ik dus ook tegelijkertijd aan het breien. Ik heb 2 dozen gemaakt, zodat ik de bollen per mouw uit elkaar kan houden. Want aangezien ik met dubbele draad werk, heb ik nu 4 bollen waarmee ik tegelijkertijd aan het breien ben. En dit helpt me om de draad niet te laten verstrengelen. Nog een tip: telkens bij het draaien van het werk er voor zorgen dat de bolletjes naast elkaar liggen en telkens verleggen. Het is een beetje extra werk, maar niet zo veel dan wanneer je later de heleboel kan ontwarren. Dus dat neem ik er graag bij.

De mouwen zijn op dezelfde manier opgebouwd als het voor- en achterpand. Eerst de boordsteek, dan een meerderingsrij en dan ajourmotief. Daarna verder in tricotsteek. Maar daarnaast wordt de mouw van de pols naar de oksel toe wijder, dus wordt er gemeerderd. Omdat ik niet de steekverhouding volg van het patroon, heb ik een berekening gemaakt:

  • hoogte armgat – breedte pols = aantal steken om te meerderen
  • aantal steken om te meerderen/2 = aantal meerderingen
  • (aantal rijen om te breien – boord) / aantal meerderingen = toont je wanneer je best meerdert

Hierbij moet je voor ogen houden dat je werk open ligt. Met andere woorden, neem niet enkel de voorkant van de pols, maar voor- en achterkant. Want dat maak je in één stuk, dat je later dubbelvouwt. Of in dit geval rondbreit.

Voor mij komt het er op neer dat ik de ene keer om de 8 rijen meerder, de andere keer om de 9 rijen. En daarnaast verwissel ik om de 11 rijen van kleur. Ben je nog mee? Dit wordt toch een beetje moeilijker dan ik dacht. In mijn notities heb ik twee kolommen waarin ik het bij hou. Want anders is het zo makkelijk om te missen. En uittrekken is hier echt niet eenvoudig, dus dat wil ik vermijden.

Dus nu zit ik ongeveer 2/3e van de mouw ver. Nog een klein beetje volhouden en ik ben er. Daar heb ik nu nog 4 weken voor. Zoals ik zei, zit ik goed op schema. De week daarna kan ik dan alles mooi aaneen zetten. En voila, klaar is kees. Een volledig afgewerkte droomtrui.

Maar ik ben toch een beetje bang. Wat als de mouwen te lang zouden zijn, of dat de trui niet zou passen. Ik hoop echt van niet. Want dan zou al dit werk voor niets zijn en mag ik opnieuw beginnen. Want zoiets structureel kan je niet een beetje verdoezelen. Dat betekent echt opnieuw doen. Wat denk je? Gaat het goed komen?

Bronnen

Droomproject

Aangepast schema

Deze week realiseerde ik me dat ik al veel te ver achter loop op schema. Aan dit tempo haal ik het niet. Elke week zou ik 36 rijen breien en dan heb ik in 12 weken een trui. Dat is het doel. Vandaag zit ik aan week 3, dus dat zou willen zeggen dat ik al aan rij 108 zou zitten.

Rekenfout 1

Hoewel ik trots ben om te zeggen dat ik mijn doel van vorige week wel gehaald heb (namelijk terug op 39 rijen uitkomen) en al iets verder gekomen ben, ben ik beginnen tellen. En ik heb beseft dat ik ergens een rekenfout gemaakt heb. Want als ik aan rij 108 zou zitten, dan ben ik al ongeveer klaar met voor- en achterpand. In drie weken? Nee. Dat kan toch niet?

En inderdaad, dit is de rekenfout. Ik heb voor de mouwen de rijen bij elkaar opgeteld. Twee keer 104 rijen is 208 rijen. Maar ik zal de mouwen tegelijkertijd breien om zeker te zijn dat ze even lang en identiek zullen zijn. Dus eigenlijk mag ik dat maar als 104 rijen tellen.

Dus als ik nu opnieuw tel: voor- en achterpand 112 rijen en mouwen 104 rijen, is dat in totaal 216 rijen. Voor de zekerheid heb ik het nu toch nog eens dubbel nageteld. Want hoe zou je zelf zijn. Amai, dat maakt een heel groot verschil! Want dat wil zeggen dat ik maar 18 rijen per week moet doen om op schema te blijven. In week drie zit ik dan op rij 54. Dat is de ideale wereld. In realiteit zit ik nu aan rij 47. Nog steeds een achterstand, maar die is zeker te overbruggen.

Nu mag ik niet de denkfout maken dat ik minder werk zal hebben. Want als ik de 2 mouwen tegelijkertijd zal breien, wil dat zeggen dat mijn rijen meer steken zullen bevatten. Eigenlijk komt het qua aantal steken per weken dus gelijk uit. Maar toch tel ik liever per rijen, want ik heb het patroon in rijen uitgerekend.

Rekenfout 2

Maar daarnaast heb ik iets anders over het hoofd gezien. Als ik de stukken gebreid heb, is de volgende stap ze ook in elkaar steken. Het einddoel is om een volledig afgewerkte trui te hebben in 12 weken. Dus zal ik de laatste week nodig hebben om de trui te blokken, in elkaar te steken en alle draadjes in te werken.

Die 12 weken worden 11 weken. Dat wil zeggen 20 rijen per week en een achterstand van 13 rijen. Mijn nieuwe doel voor volgende week: 33 rijen breien, zodat ik weer op schema zit. Eventjes de omtelsom: per dag wil dat 5 rijen zeggen. Dat lijkt me haalbaar. Maar ja, dat leek het vorige schema ook.

Dit is nu mijn nieuw schema:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 1






Week 2






Week 3





12 rijen
Week 43 rijen
3 rijen
3 rijen12 rijen7 rijen
Week 52 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 62 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 72 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 82 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 92 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 102 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 112 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 12blokken
In elkaar
draadjesdraadjes

Update

Ben je niet benieuwd naar de stand van zaken? Ik wil jullie graag de foto tonen van hoever het nu staat:

Ik ben heel blij met de beslissing om opnieuw te beginnen, want nu komt het verloop van de kleuren veel egaler uit. De overgang is niet zo hard als bij mijn eerste poging. Al komt het nu op de foto iets meer uit dan dat ik ze in realiteit opmerk. Of misschien is het gewoon omdat ik er nu meer op let.

Nee, het is goed zo. Ik ben tevreden met de overgang van kleuren. Het ajourmotief is achter de rug. Maar die zal pas goed uitkomen na het blokken. Tot nu toe ben ik daar ook heel tevreden over. Dit wordt echt een droomtrui. Ik kan haast niet wachten. Wat vind jij er van?

2021-02-19T11:56:00

  dagen

  uren  minuten  seconden

tot

Mijn afgewerkte droomtrui

Droomproject

Eerste fouten

Het moest er van komen. Natuurlijk dat er iets zal fout lopen. Maar goed dat ik het gezien heb. Daarnaast heb ik ook goed nieuws (en nog meer slecht nieuws). Mijn extra wol is eindelijk toegekomen. En blijkt dat het zo lang duurde, omdat het pakje door de douane ging. Vandaag wil ik mijn eerste fouten graag even met je delen.

Fout 1: een steek te veel.

Nu ik al het grootste deel van mijn ajourmotief af heb, zie ik dat ik in de 3e herhaling plots 19 steken heb, in plaats van 18. Maar als ik heel goed kijk, zie ik niet waar ik gemeerderd zou hebben. Alle steken zitten mooi boven elkaar. Dus ik begreep het niet zo goed.

Daarom heb ik de beslissing genomen om niet te minderen, want dat zou meer opvallen dan de steek telkens mee te breien. Dit is het stuk met ajourmotief waar je samenbreit en omslagen maakt. Het zou dus lijken alsof er een fout in het motief zit.

Dit is niet zo erg. Want hoewel mijn afmeting niet meer helemaal zullen kloppen, het is maar één steek.

Fout 2: ajourmotief

Omdat ik mijn werk eventjes aan de kant heb gelegd in het midden van de rij (omwille van mijn eerste fout), ben ik bij de herstart gemist in de rij van het ajourmotief. Ik had 2x dezelfde rij gebreid boven elkaar. Hierdoor kwamen de omslagen niet meer goed uit.

Dus er zat niets anders op om terug te breien. Gelukkig had ik het op tijd gezien. Het zijn maar 2 rijen. Terugbreien doe je de linkernaald in de steek van de rij eronder te steken. Dan kan je de draad opnieuw losmaken en blijft je steek op de naald staan.

Bij de samengebreide steken is het ietsje moeilijker. Maar het komt er op neer dat je de handeling die je deed om de steek te maken, omgekeerd uitvoert. Je bent goed bezig als je steek weer in zijn oorspronkelijke staat op de linker naald staat.

Er zijn nog andere manieren om fouten uit je werk te halen, zonder volledig opnieuw te beginnen. Je kan de steek een paar rijen laten vallen. De fout herstellen en daarna weer omhoog werken. Maar ik vond het risico een beetje te groot. Ik denk dat het teveel zou opvallen. Want bij zoiets kan je de draadspanning niet consequent aanhouden. Dit is eerder geschikt om kleine fouten (zoals een gedraaide steek, …) weg te werken.

Als je een ajourmotief uitkoos die meerdere keren herhaalt wordt, kan je een lifeline toepassen. Dit is een draad die je door de steken haalt, na elke herhaling. Als je dan plots een fout ziet en je bent al 10 rijen verder, kan je de steken van de naald halen en uittrekken tot aan die lijn. Daarna kan je gemakkelijk de steken weer op je naald zetten.

Maar omdat ik dus nog maar 2 rijen verder was, heb ik er voor gekozen, om terug te breien. Dit is een afweging die je voor jezelf maakt. Het doel is om fouten zo onzichtbaar mogelijk weg te werken. En liefst zonder volledig te herbeginnen, als het eventjes kan.

Fout 3: kleurverschil

Maar helaas ben ik er toch aan voor de moeite. Want omdat ik niet meer kon wachten om te starten, heb ik beide draden van de eerste lichting (als ik het zo mag noemen) gebruikt. Omdat de wol handgeverfd is, is er toch een groot verschil tussen de kleuren. Zo is kleur B van de tweede lichting is lichter dan kleur B van de eerste lichting. Met als resultaat dat ik nu een te groot kleurverschil heb in de overschakeling naar kleur BC. En dit is het grootste probleem, want dit betekent echt opnieuw beginnen.

Oh, ik kan me zo voor mijn kop slaan. Ik wist dat dit kon gebeuren, maar ik hoopte dat het niet zo erg zou zijn. Ik had er geen rekening mee gehouden dat het om handgeverfd garen gaat en die kans zo groot zou zijn. Nu heb ik echt wel mijn lesje geleerd.

Gevolg

Dus nu ligt mijn hele schema ook nog eens overhoop. Want mijn eerste en tweede week, zijn helemaal voor niets geweest. En ik heb nu ook nog eens minder tijd om er aan te werken. Omdat ik eventjes vanop een andere locatie werk, ben ik langer onderweg. Dus ergens wordt die tijd gecompenseerd. Helaas betekent dat ik nu minder tijd heb voor mijn hobby.

Mijn doel voor volgende week: Op hetzelfde punt komen als vandaag. En dat is 39 rijen, boord en ajourmotief inbegrepen. Ik heb een heleboel te doen, dus kan ik er maar beter onmiddellijk aan beginnen. Heb jij nog tips om deze fouten te vermijden?

Bronnen:

Droomproject

Van start

Pff, ik had geen zin meer om te wachten tot mijn pakketje met wol geleverd wordt. Met de drukte zou dat nog goed een maand kunnen duren. Dus ben ik toch maar al begonnen aan mijn droomtrui. Ik kon het echt niet meer uitstellen.

Mijn lopende projecten waren afgerond, dus zat ik deze week met mijn vingers te draaien en echt waar… ik kwam er zot van. Dus kan ik vandaag al mijn vooruitgang met je delen. Ik ben wel nog maar gisteren gestart, dus ik ben nog niet zo ver. Maar de boord onderaan is wel al klaar. En ik ben al gestart met het motief.

Boordsteek

Als je in tricotsteek breit, krullen de randen op. Dat is een van de zekerheden in het leven. En om dat te vermijden, brei je eerst een boord. Maar eigenlijk doet het veel meer dan dat. Het geeft ook mee vorm aan je kledingstuk. En het is daarom ook cruciaal bij een goed aansluitende trui.

Je hebt verschillende manieren om een boord te maken. De meest voorkomende is een afwisseling van rechts en averechts. Afhankelijk van de grootte van je project kan dat 1 steek rechts, 1 steek averechts zijn of 2 steken rechts, 2 steken averechts. En eigenlijk heb ik het zo ook steeds toegepast.

Maar voor deze droomtrui staat er omschreven om een gedraaide rechtse steek te gebruiken. Het is iets dat ik ook tegen kwam tijdens het breien van mijn sokken (waar ik volledig de mist in ging). Maar nu is het eigenlijk goed gelukt en het resultaat mag er zijn. Dit doe je anders. Je steekt je naald door de achterste lus van de steek. Voor de rest brei je zoals je een normale rechtse steek zou breien, dus met de draad aan de achterkant van je werk.

Een boordsteek brei je altijd met een kleinere naald. Voor de trui gebruik ik nr 6, dus heb ik voor de boord nr 5 gebruikt. En in de eerste rij na de boord volgt er ook meestal (maar dat is afhankelijk van het patroon) een meerderingsrij. Beide zorgen er voor dat je boord mooier zal aansluiten en vaster is van structuur. Want herken je sokken die helemaal afgedragen zijn en waarvan de rek er uit is? Wel, dan is het meestal de boord die uitgerokken is.

Maar eigenlijk hoef je je niet te beperken tot rechts-averechts. Bij mijn Oats and honey trui was het niet nodig om een boord te maken, omdat de steek op zich niet omkrult. Als je een mooie siersteek vindt, kan je deze ook gebruiken als boord.

Rondbreinaalden

Deze trui wordt rondgebreid, dus werk ik met rondbreinaalden. Maar dat doe ik eigenlijk altijd. Want het zorgt er voor dat ik een relaxere houding heb. Ik hoef geen naald onder mijn oksel vast te houden en daarbij automatisch mijn schouder mee op te spannen.

Maar dan denk je: “Wat als je dan aan het einde van je rij komt?” Wel, eigenlijk keer je ook gewoon je werk om. En dan brei je de terugkerende naald. Voila, plat breien met rondbreinaalden. Ik weet het, het is even een klik maken, want in het begin lijkt het zo raar. Maar ik ben alvast overtuigd.

Bij de Engelse methode heb ik wel ondervonden dat het lastig is, omdat je steeds de naald los laat en dan valt hij alle kanten op. Maar met de Continentale manier, hendelbreien en Portugees breien is het heel haalbaar.

Omdat ik na de boord wissel van naalddikte 5 naar 6, heb ik gekozen voor rondbreinaalden waarvan je de kop kan losmaken. Dan kan je het werk op de naalden houden en dat scheelt een hele hoop. En ook iets om in gedachten te houden als je hiervoor kiest: als je nieuwe naalden nodig hebt, hoef je maar enkel de punten te vragen.

Voor- en achterpand kan je zo in één stuk maken. Het lijkt dat je er langer mee bezig bent, omdat je de 2 stukken dan tegelijkertijd maakt. Maar eigenlijk is dat niet zo, want je rekent anders ook de tijd om de 2 stukken te maken. Het voordeel is gewoon dat jee ze later niet aan elkaar hoeft te naaien. En dat wil zeggen dat die naden ook niet kunnen los komen. Persoonlijk vind ik dit een heel groot pluspunt. Lang leve de topdown-trui, want dan heb je zelfs de naden van de mouwen en schouders niet.

Kleurverloop

Om de 12 rijen schakel ik over op een andere kleur. Ik heb 5 tinten, maar ik werk met dubbele draad, dus kan ik volgende combinaties maken: AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE, EE. Dus eigenlijk 9 kleuren.

Je kan het nu nog niet zo goed zien, maar ik ben nu al bezig aan mijn tweede kleur (AB). De boord was 10 rijen, daarna een meerderingsrij en dan had ik nog een rij over. Dus heb ik die nog in kleur AA gebreid en dan voor de tekening begonnen met kleur AB. Waarom zou ik het moeilijker maken dan nodig is?

Ajourmotief

En ondertussen heb ik al 6 rijen van het motief gebreid. Omdat ik rondbrei zijn de rustrijen ook rechts. En dit zorgt voor een heel mooi effen resultaat. Want soms kan je hebben dat er een heel klein verschil zit tussen de draadspanning van rechts en averechts.

Het motief telt 18 steken. Om visueel te kunnen werken en als hulpmiddel heb ik steekmarkeerders gebruikt. Zo zie je waar elk stukje begint en stopt. Je kan ze zo in de winkel kopen, maar ook zelf maken met een restje wol. Je maakt gewoon een knoopje, zodat er een lusje ontstaat. Dit maakt echt een wereld van verschil. Ik heb het zonder geprobeerd, maar het is gewoon zoveel moeilijker. En opnieuw: waarom zou ik het moeilijker maken dan nodig is?

Nu ik gestart ben, zit er eigenlijk niets anders op om gewoon verder te doen. Wat vinden jullie er van tot nu toe?

2021-02-19T11:41:00

  dagen

  uren  minuten  seconden

tot

Mijn afgewerkte droomtrui

Bronnen:

Droomproject

Geduld bij handwerk

Deze week ben ik een beetje ontmoedigd. Mijn extra wol voor de droomtrui is er nog niet, dus ik kan nog niet starten. Daarom ben ik nu nog volop bezig aan de Laurel mist shawl. Ik zit aan de laatste tip van het patroon, dus ik ben er bijna. Maar er zitten nu zoveel steken op de naald dat ik het gevoel heb dat ik niet meer vooruit raak en dat is zo frustrerend.

Ook al weet ik dat het maar schijn is, hoor. Het gaat over het totaal aantal steken van het project. In het begin heb ik er veel minder gedaan, dus is het logisch dat het er nu een heleboel meer zijn. Maar er komt precies geen einde aan. Maar opgeven is geen optie. Dan heb ik zolang volgehouden voor niets. En dat wil ik ook niet.

Enthousiasme

Deze week was zo hoopvol begonnen. Ik heb beslist om een nieuw hoofdstuk aan mijn handwerk ervaring toe te voegen. Benieuwd? Ewel, ik wil leren spinnen. En vol enthousiasme heb ik een spintol en -wol besteld. Maar ondertussen is daar ook mijn enthousiasme in duigen gevallen, want mijn pakje is nog niet aangekomen. Ook al sta ik te springen om te starten, ik kan niet.

Vertraagde bevrediging

Maar geduld is een mooie zaak zeggen ze. En er zijn een heleboel experimenten gebeurd rond vertraagde bevrediging of delayed gratification. Je kent waarschijnlijk wel het volgende experiment: Een kind kan kiezen tussen een kleine beloning nu of een grote beloning iets later. Daardoor leert het kind om te wachten. En dat heeft een heleboel voordelen voor het verdere verloop van zijn leven.

Men zegt ook dat je daardoor gelukkiger wordt van het gene dat je uiteindelijk krijgt. Omdat je er even op wachtte, leer je de waarde er beter van kennen en zal je het meer appreciëren. Dus er eventjes op wachten, is dus zeker niet slecht.

Maar natuurlijk is dat niet altijd even makkelijk. Onze wereld is er op afgestemd om onmiddellijk te krijgen wat je wil. Voor 20u ‘s avonds besteld, is morgen al in huis. Dit zie je bijna overal en het is een standaard geworden. Vanaf dat we ergens te lang op moeten wachten, beginnen we te zeuren, te klagen en te zagen. Schuldig!

Tips

Voor de ene persoon is het natuurlijk wat moeilijker dan voor de andere. Voor mij persoonlijk hangt het een beetje af van de situatie. Ik kan heel lang geduld hebben en dan plots geen meer over hebben. Dan wil ik het plots nu. Ben jij ook zo iemand, dan kan je volgende tips gebruiken.

  • Haal een paar keer langzaam diep adem. Dat vermindert de frustratie.
  • Wees je bewust van de oorzaak van je frustratie.
  • Tel tot 10. Je zal merken dat je geduldiger geworden bent.
  • Zoek een afleiding die wat meer tijd vraagt. Zo raak je weer in het ritme om meer geduld te hebben.

Handwerk vraagt tijd

Maar hebben we niet allemaal geduld als we bezig zijn met handwerk? Want voor elk project geldt dat het tijd vraagt om het te maken. Ik besef heel goed dat mijn droomtrui niet in 5 minuten gemaakt zal zijn. Ik ben er nu al 5 maanden aan bezig. En het zal me 12 weken duren om de trui effectief te maken. Dus dat wil toch ook iets zeggen over mijn geduld.

Daarom is het eigenlijk belangrijk om niet te resultaatgericht te zijn, maar meer te genieten van het proces. Dan ben je bewust bezig met het werk dat je maakt. En dat alleen al geeft je een enorme voldoening. Je bent zelf iets aan het maken! Is dat niet fantastisch.

Als enkel het resultaat je die bevrediging zou geven, zou het jammer zijn dat je deze hobby wil blijven volhouden. Want je bent zo lang bezig met het maken.

Oke, toegegeven. Als het project af is, is het af. En dan kan je genieten van het dragen of gebruiken. En dat zal waarschijnlijk veel langer duren dan de tijd dat je er in gestoken hebt om het te maken. Maar toch, het volledige project telt. Van de eerste steek tot dat het versleten is.

En met dat gezegd (of geschreven) zijnde, ben ik opnieuw al een pak geduldiger. Heb jij er ook soms last mee?

Bronnen

Droomproject

Het proeflapje toegepast op het patroon (deel 2)

Vorige week hadden we het al over het proeflapje. Maar ondertussen is mijn definitieve versie af en ik vind het prachtig. En vandaag wil ik je tonen hoe dit mijn patroon zal beïnvloeden. Helaas was ik weer een beetje te snel en ben ik de niet geblokte afmetingen vergeten op te schrijven. Maar de belangrijkste (geblokte) afmetingen en berekeningen staan genoteerd:

  • steekverhouding: 10 cm x 10 cm = 15 steken x 20 rijen
  • voor 1150 steken weegt het proeflapje 22 g
  • dikte van de naald: 6 (boord 5)

Eerst nog even dit

Er zijn een paar variabels die een andere steekverhouding geven. Stel dat je een patroon wil volgen, maar je komt niet op dezelfde steekverhouding, dan krijg je een resultaat met andere afmetingen. En dat is niet wat je wil, natuurlijk.

Je kan de naalddikte aanpassen. Als je een te grote steekverhouding hebt, werk dan met een dunnere naald. Dat kan soms op een kwart schelen, maar op grote stukken kan dat een impact hebben. Ook als je een te kleine steekverhouding hebt, kan je met een dikkere naald werken.

Het materiaal van de naalden heeft ook een impact. Dat heeft te maken met de wrijving tussen wol en naald. Metalen naalden zijn doorgaans iets gladder dan bamboe. En je breit er dan ook iets losser mee. Hout is een goeie tussenoplossing. Probeer de verschillende soorten eens uit.

Wist je dat je gemoed je elke dag anders laat breien. Als je die ene dag wat meer gespannen bent, zullen de steken ook iets strakker gebreid zijn. Als je blij bent, brei je meestal iets losser.

De wol die je gebruikt, is een hele belangrijke. Als je niet de wol uit het patroon gebruikt, heb je altijd een andere steekverhouding. Niet alleen de dikte, maar ook de soort speelt een rol.

Daarom pas ik meestal de afmetingen van het telpatroon toe om mijn steken te berekenen. Dit is de omgekeerde weg, maar dit is toch mijn favoriete werkwijze. Dan hoef je niet zitten zoeken tot je de juiste naald gevonden hebt, maar brei je gewoon het aantal steken dat je nodig hebt. En hier komt net het proeflapje zo goed van pas.

Berekeningen

Aan de hand van de info die ik uit mijn proeflapje kon halen, heb ik het totale aantal bolletjes kunnen berekenen. Daarnaast weet ik nu ook hoeveel rijen per kleur ik nodig heb om bovenaan goed uit te komen en heb ik mijn planning kunnen maken.

Dit is het telpatroon:

Maakt deel uit van het patroon Raspberry Flirt van Drops Design

Aantal bolletjes

Voor de maat small heb ik als voor- en achterpand 2x 50 x 56 cm nodig. Wat omgerekend 8400 steken is. Voor een mouw heb ik 25 x 52 cm en dat is 7904 steken. Dus voor mijn ganse werk tel ik 24 704 steken. (Pff) En dat wordt dan 472,60 gram wol. Dat zijn 4 sets. Ik heb er dus nog 2 bijbesteld.

Ja, ik weet het. Het kan zijn dat er een kleur verschil in de wol zit. Maar ik ga ze combineren. Eén bolletje van de wol die ik al heb met één bolletje van de nieuwe wol. Het is toch dubbele draad. Dus zal je dat echt niet zien.

Aantal rijen per kleur

Om de totale hoogte van het voor- en achterpand te bekomen, zal ik 112 rijen breien. Ik heb 9 kleursecties (AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE). Dus dat is 12 rijen per kleur. Voor de mouwen heb ik 104 rijen nodig. Dus 11 rijen per kleur. Dat ziet er al een pak haalbaarder uit, vind je ook niet?

Planning

Een tijdje terug had ik al een planning opgesteld in uur. Maar nu kan ik dit toepassen op het aantal rijen. Over het ganse project tel ik 432 rijen verspreid over 12 weken. Dus 36 rijen per week. Als ik dit opnieuw in het schema stop, kom ik dan het volgende uit:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 14 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 24 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 34 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 44 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 54 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 64 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 74 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 84 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 94 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 104 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 114 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 124 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen

Dat wil zeggen dat ik in week 7 aan de mouwen zal kunnen beginnen. Omdat we nu in een tweede golf van besmettingen zitten, zijn de brei-avonden geen optie. Dus hou ik rekening met één uur tijdens de week en 4 uur tijdens het weekend.

Impact op het patroon

Als je jouw steekverhouding kent, kan je een patroon voor je zelf herwerken. (Let altijd op met copyright en deel niet zomaar een patroon, aangepast of niet!). En dat is eigenlijk heel eenvoudig. Vul het aantal steken dat je nodig hebt in en pas je aantal rijen aan. Essentiële instructies, zoals de boord, afkantingen, meerderingen en minderingen, …, blijf je gewoon volgen. Je past ze enkel aan naar jouw steekverhouding.

Oké, voor mij lijkt dat allemaal peanuts, maar ik kan er in komen dat voor de beginnende en misschien ook gemiddelde breier dit chinees lijkt. Maar ik heb dit geleerd door te proberen en te falen. Maar toch wil ik je hiermee even op weg zetten.

Eigenlijk kan je de essentiële instructies zien als de handelingen die het werk vorm geven. Als er staat dat er geminderd wordt aan de armsgaten is dat iets dat je blijft volgen. Je past enkel het aantal steken aan, zodat je de maat kan blijven behouden. En soms zal dat wat puzzel- en rekenwerk zijn. Maar laat je er vooral niet van afschrikken.

Wat is jouw manier om de steekverhouding aan te passen?

Bronnen:

Droomproject

Het proeflapje deel 1

Wat als je nu die hele mooie trui gemaakt hebt. En als je die wil passen, ontdek je dat hij te klein of te groot is. Wat een ramp. Niemand wil dat meemaken. Maar uit eigen ervaring kan ik wel zeggen, dat het helaas te vaak voorkomt.

Gelukkig is er een truc om het goed te doen. En dat is een proeflapje. Ik geef eerlijk toe dat dit even vervelend als hulpvol is. Maar als je een paar dingen in gedachten houdt, komt dat dik in orde. Het proeflapje zal je beste vriend worden.

Wat

Wat is een proeflapje nu juist, hoor ik je denken. Het is een miniversie van het project dat je wil maken. Het toont je hoe de steken zich zullen gedragen als je op een bepaalde manier breit, zonder dat je al een heel groot stuk moet breien.

Deze info kan je er uit halen:

  • hoeveel steken je breit op 10cm (horizontaal)
  • hoeveel rijen je breit op 10cm (verticaal)
  • het gewicht
  • de dikte van je naalden
  • of je de steek/combinatie mooi vindt

Steekverhouding

Op het etiket van je wol staat al een steekverhouding van 10 x 10 cm opgegeven, maar soms kom je toch anders uit. De ene persoon breit nu eenmaal vaster dan de andere. Maar wat niemand je vertelt heeft (buiten ik nu), is dat je best het proeflapje wat groter maakt. Ik maak het 12 x 12 cm. Daardoor krijg je een beter beeld van de steken en rijen. Want zeker in tricotsteek durven de randen wel eens omkrullen en kan je daardoor verkeerd tellen. Het aantal steken en rijen lees ik wel nog steeds op 10 cm af, want dat rekent veel makkelijker om.

Om dit af te lezen bestaan er verschillende hulpmiddelen. Een latje is het eenvoudigst, maar je kan er ook een beetje mee foefelen en dat is niet wat je wilt. Daarom heb ik mijn eigen stekenlezer gemaakt. Nu ik deze een keer gemaakt heb, kan ik deze steeds hergebruiken. Al is ze niet zo handig bij donkere wol, voor lichte is ze fantastisch. Ben je niet zo’n doe het zelver, er bestaan er een heel aantal dat je kan kopen.

Om dan om te rekenen naar de grootte van je project, gebruik je het regeltje van drie. Wie had gedacht dat je voor handwerk nog wiskunde zou nodig hebben. Maar deze regel is eigenlijk alles dat je nodig hebt. Gelukkig is die gemakkelijk toe te passen (als je weet hoe het moet, natuurlijk).

Gewicht

Naast het aantal steken en rijen kan je ook het gewicht van je proeflapje noteren. Dan kan je voor het ganse project uitrekenen hoeveel wol je nodig hebt.

Dit doe je zo: je telt het totaal aantal steken dat je op je proeflapje hebt. Dat is het aantal steken op één rij maal het aantal rijen in totaal + 1 (de afkantrij). Dan weeg je het proeflapje. Nu weet je hoeveel steken een bepaald gewicht geven.

Dan ga je aan de slag met het berekenen van het totale aantal steken en rijen dat je zal nodig hebben voor je volledige project. Niet verschieten hoor, want het zijn er heel veel. Opnieuw kan je met het regeltje van drie dan omrekenen wat het totale gewicht zal zijn.

Ik tel de opzetrij er niet bij, omdat dit mijn marge is. Er is altijd een beetje verlies bij het begin en einde van een bol. Dus zo kan je dat een beetje compenseren. Ben je niet zeker, het is altijd beter om wat wol te veel te hebben, dan te weinig. Die restjes zullen wel op geraken.

Daarna kijk je het gewicht van het bolletje wol na. Deel het totale gewicht door het gewicht van één bol. Rond het getal altijd naar boven af, want je koopt de wol per bol. En zo weet je hoeveel bollen je in totaal nodig hebt.

Sommige mensen, zweren bij meter in plaats van gewicht. In dat geval trek je het proeflapje weer uit en meet je hoeveel draad je gebruikt hebt. Daarna doe je dezelfde berekening. Maar voor mij lijkt dat gewoon te omslachtig. Kies vooral zelf wat jij het belangrijkst vindt.

Dikte van de naalden

Vorige week had ik al een soort van proeflapje gemaakt, maar ik vond dat de steken iets te los zaten, dus besliste ik om fijnere naalden te gebruiken. Ik ben nog bezig aan de remake (zie volgende week).

Dit is iets dat je er dus op voorhand kan uithalen. Het zou toch echt zonde zijn als je halverwege het project zou zitten en dat je dan beslist dat de steken te los of te vast zijn. Het zal je een hoop ellende besparen als je dit eerst uittest op het proeflapje.

Steek/combinatie

En hetzelfde geldt voor de steek die je gebruikt. Je kan pas echt weten of je die mooi vindt en wat het resultaat zal zijn met de gekozen wol, als je eerst een kleine test doet. Als het resultaat niet helemaal jouw ding is, kan je nog steeds aanpassen en zal je veel meer plezier hebben aan het onmiddellijk juist breien (of haken) van jouw project.

Twee soorten

Dit is heel belangrijk om in gedachten te houden. Er zijn twee soorten: geblokt en niet-geblokt. Het verschil zit hem in afgewerkte en niet-afgewerkte afmetingen. De opgegeven maten in het patroon zijn altijd geblokte maten.

Zolang het werk op de naalden zit, heb je de niet-geblokte gegevens nodig. Omdat je het werk nadien zal willen wassen, en er bij wassen verschrikkelijke dingen kunnen gebeuren met je vol liefde gecreëerd project, heb je de maten nodig nadat je het proeflapje gewassen hebt. En dat doe je door het proeflapje te wassen, zoals je het project zou wassen.

Na het wassen noteer je opnieuw de steekverhouding en je gebruikt die om de uiteindelijke steken op te zetten en aantal rijen te breien. Persoonlijk gebruik ik daarna de niet-geblokte gegevens niet echt meer. Maar zo kan je wel zien wat een verschil het soms kan maken. En dat kan dan weer het verschil zijn tussen een passende of te grote/kleine trui.

De meeste mensen trekken hun neus op als ze het alleen nog maar zien staan. Maar het proeflapje heeft zijn nut bewezen. Voor mij toch. Hoe sta jij er tegenover?

Bronnen: