Nieuwe werken

Een tapijt (een zelfgemaakt verhaal)

We zijn ondertussen een week verder. En stilletjes aan begint het bij iedereen door te dringen dat het nu echt wel serieus is. We mogen enkel nog heen en weer naar het werk (als je niet technisch of economisch werkloos bent) of naar de winkel. Alle niet noodzakelijke verplaatsingen zijn verboden.

Dus heb ik van de nood een deugd gemaakt en me maar bezig gehouden met de wol die ik van de beurs mee had. Ondertussen is het gelukt om mijn tapijt af te werken, want zeg nu zelf, ik had toch zeeën van tijd.

Met mijn goede voornemen om nog eens een patroon te volgen, ben ik begonnen aan de ronde versie. Na één bol vond ik het mooier om een rechthoekig model te hebben. Dus ben ik opnieuw begonnen. Ik heb hem niet uitgetrokken! Ik ben gewoon aan het andere einde begonnen en effenaf een stukje losgemaakt om verder te kunnen werken. Dat scheelt een hele hoop tijd en gedoe. Want het is dikke wol, dus dat zou een dikke bol worden.

Oké, een eigen patroon maken dus. Voor degene die nog nooit zelf een patroon maakten, lijkt dit misschien moeilijk. Maar dat is eigenlijk niet. Met de nodige voorbereiding geraak je er wel. Het begint bij een idee dat je wat uitwerkt tot een haalbare visie. Als je het voor je ziet wat je wil maken, ben je al halfweg. Ik ben misschien een beetje te hard van stapel aan het lopen. Oké, stap voor stap. Ik neem je mee op reis door de wonderlijke wereld van het patroon maken.

Zelf patronen maken

Neem je wol voor je. Elke wol is anders en heeft zijn eigen voordelen (en helaas ook nadelen). Het is eigenlijk een beetje trial en error. Met pluizige wol kan je geen clean resultaat halen. Met wol die verloopt van kleur gebruik je beter een effen steek. En met dikke wol kan je geen fijn werk maken. Je kan het vergelijken met meevaren of tegenvaren op een rivier. Gebruik de wol waarvoor het zich verleent. Het eenvoudigst is gewoon een paar steken uitproberen en zien wat het mooist uitkomt. Proeflapjes, proeflapjes en nog eens proeflapjes. Zie ze graag, want je kan er veel mee doen.

Tja, het vraagt wel wat tijd. Maar ik heb al geleerd dat als je halfweg en niet tevreden van resultaat bent, het echt niet leuk is om volledig opnieuw te beginnen. Neem het maar van me aan, echt niet. Het liefst van al doe je het direct goed, maar daarvoor doe je eerst het nodige denkwerk en voorbereiding.

Proeflapjes

Ik heb de wol genomen en begonnen aan een proeflapje met een structuursteek. Dit was niet zo’n goed idee. Met deze dikke wol komt het gewoon niet goed uit. Het zou pijn doen aan mijn voeten, zeg.

Alpine stitch

Poging 2. Halfstokjes door de achterste lus. Zo krijg je nog steeds structuur, maar minder. Dit is nog steeds niet ideaal. Dus met steek 3 heb ik eentje geprobeerd die plat is: moss stitch. Het is beter, maar ik vind het niet zo mooi uitkomen met deze wol. Dus eventjes nagedacht en steken zitten proberen. Uiteindelijk kwam ik bij het volgende: een vaste, losse en stokje in één steek. Hiervoor heb je een veelvoud van 3+1 steken nodig. Dit vond ik wel mooi uitkomen.

Een goeie bron om steken terug te vinden is Daisy Farm. Ze gebruiken wel Engelstalige benamingen. In een latere post help ik je hier mee verder. Of probeer zelf maar uit.

Afmetingen bepalen

Oke, steek check. Nu het formaat bepalen. Ik heb het even nagekeken hoe groot een tapijt ongeveer is: 150x80cm. Dus om te weten of je genoeg wol hebt, probeer je het uit met één bol. Dan zie je hoever je komt en kan je omrekenen hoe ver je met het totale aantal bollen komt. Als je niet uitkomt, pas je het stekenaantal aan.

Als je een trui of een sjaal wil maken, kan je via het proeflapje omrekenen hoeveel steken je nodig hebt om de gewenste lengte en breedte uit te komen. Maar let op, want soms kan je toch eens bedrogen uitkomen. Het helpt om het proeflapje eerst te wateren en dan te meten. Want je moet rekening houden met het eindproduct, natuurlijk. En dat wordt ook gewaterd. Of dat wordt me toch aangeraden tenminste. Misschien dat je zo vermijdt dat je werk uitgerokken wordt. Oeps, misschien heb ik het dan bij mijn zwarte trui niet helemaal goed gedaan. Al dacht ik van wel…

Het echte werk

Maar dus, dit is eigenlijk alles wat je nodig hebt. Een steek die je mooi vindt en de afmetingen van wat je wil maken. Slaap er eventueel een nachtje over, zodat je zeker bent. En dan kan je nu aan de slag met het echte werk. Nu is het tijd om te genieten van het maken. Maak het maar lekker gezellig.

Om af te werken, maak ik altijd een rand met vasten. Ik vind dat dat iets extra geeft. Het maakt het werk netjes en professioneel. Je kan het ook met stokjes, verschillende rijen of een fantasierand. Heb jij een andere manier om af te werken, gebruik die maar. Zolang je het maar mooi vind.

Dus nu is mijn tapijt af en ik ben er heel blij mee. Hij komt later in mijn living als mijn huis wat meer af is. Of misschien in mijn slaapkamer naast mijn bed. Ik zie nog wel. Het hangt ook nog een beetje af van welke kleuren ik in die ruimtes zal gebruiken.

Ik hoop dat jullie het eens proberen om zelf een patroon te maken. Want je hebt oneindig veel mogelijkheden. En het voordeel is, dat je het volledig volgens jou smaak maakt. Zo krijg je een uniek stuk die niemand anders heeft.

Er zijn natuurlijk een heleboel patronen die je mooi vindt en wil maken. Dat is prima, want ik heb ze ook. Het is volledig oke, om ze te volgen. Maar je kan ze ook veranderen naar eigen wens of als basis gebruiken voor je eigen patroon. Eens je het eens geprobeerd heb, wil je niet meer terug. Dat geldt voor mij althans. Wat denk jij? Laat het me maar gerust weten.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.