Nieuwe werken

Proteïneverven en kleur

Weet je nog dat ik pas kon beginnen met spinnen van mijn sokkenwol wanneer het huidige spinproject klaar zou zijn? Wel, die dag is aangekomen. En het resultaat wil ik graag met je delen vandaag. Het is de allereerste keer dat ik met proteïneverven gewerkt heb en het is nogal een experiment geworden.

Proteïneverven

Naast natuurlijke verfmiddelen heb je ook proteïneverven om wol en andere dierlijke vezels te kleuren. In plaats van planten zijn dit eerder chemische kleurstoffen. Ze geven dan ook veel fellere kleuren en dus een heel ander resultaat. In het Engels worden ze Acid Dyes genoemd, omdat je een zuur (in mijn geval azijn) nodig hebt om de kleur te laten binden aan de wol.

Het was Annick die me kon overtuigen om deze techniek te leren. Omdat ik heel bewust ben van de manier waarop ik omga met mijn omgeving, stond ik wat weigerachtig ten opzichte van chemische verfstoffen. Want je weet maar nooit. Iets dat niet natuurlijk in de wereld aanwezig is, kan eventueel schade toebrengen. Maar tijdens een workshop heeft ze me getoond dat je veel minder energie en water nodig hebt. En zo wordt komt alles weer in balans.

Proteïneverven geven ook zo’n mooie kleuren. Het resultaat is echt volledig anders en je kan het dus helemaal niet vergelijken met natuurlijke verfmiddelen. Al vind ik nu dat beide hun charme hebben. Misschien blijf ik ze in de toekomst wel beide toepassen. Wie weet.

Wol

We kleurden een mengeling van wolsoorten (waaronder Rouge de l’ouest, Swifter, Blue de maine, Masham, Merino, Wensleydale, Texelaar en English Leister). Door de wol niet te kammen en de lokken op zijn geheel in de verfpot te doen, bekom je mooie kleurschakeringen. Wat dan weer een interessant resultaat geeft tijdens het spinnen.

Na wat theorie, hebben we twee verfpotten gemaakt. Mijn eerste pot bestond uit geel, groen en blauw in strepen. Links in de pot deed ik groen. In het midden geel en rechts blauw. De volgorde heeft te maken met het bekomen van bruin wanneer bepaalde kleuren gemengd worden (in dit geval groen en blauw). Tussen het geel en blauw kreeg ik een frisser groen, die voor een hele mooie combinatie zorgde.

In de tweede verfpot heb ik geel, rood en paars gecombineerd. Maar hier wou ik eens iets anders proberen en werkte ik in cirkels. Aan de rand paars, in het midden geel en rood ertussen in. Op de een of andere manier ontwikkelde ik een kuiltje en kon het paars in contact komen met het geel. Samen geeft dat bruin. Maar ik ben eigenlijk aangenaam verrast, want het komt olijfgroen uit en ik vind het een prachtig kleur.

Spinnen

Bij het zien van die prachtige kleuren kon ik niet wachten om er mee te spinnen. Maar ik wou wel een plan hebben. Origineel was het de bedoeling om een enkele draad uit de eerste verfpot te combineren met een enkele draad uit de tweede verfpot. Maar toen was ik ook wat bang dat er te veel kleur zou zijn. Want dan krijg ik zo goed of het hele kleurenwiel in één streng. Zou dat op iets trekken?

Daarom heb ik een kleine aanpassing gedaan in het plan. Ik wou een streng met twee draden uit dezelfde verfpot elk. En met de overschot zou ik dan de mengeling maken. En het resultaat mag er zeker zijn. Van alle strengen. Ik ben even tevreden met alle drie de kleuren.

Nu heb ik drie kleuren die bij elkaar passen en die in elkaar overlopen. Ideaal om een fade-project mee te maken. Zo waar je van het ene kleur overgaat naar het andere, je weet wel. Al denk ik dat ik niet genoeg heb voor een groot project. Maar dan nog kan ik combineren met een neutrale kleur, hé.

Uiteindelijk heb ik meer wol van de ene verfpot dan van de andere. Maar voor dit project stoort me dat eigenlijk niet echt. Van streng(en) A (geel, groen en blauw) heb ik nu 77g. Van streng B (geel, groen, blauw, rood en paars) heb ik nu 55g en van streng(en) C (geel, rood en paars) heb ik nu 126g.

Ervaring

Dit was heel leuk om te doen en het heeft zeker mijn blik op wol verven verruimt. Met deze techniek is zoveel mogelijk. Al geef ik eerlijk toe dat de kleuren voor mij heel gedurfd zijn. Ook al passen de kleuren goed bij elkaar, ik heb het gevoel dat ik de volgende keer toch misschien wat meer op veilig zal spelen.

En ook het spinnen zelf was bijzonder. De verschillende soorten rassen hebben verschillende eigenschappen en vezellengte. De Wensleydale krult enorm, terwijl er andere wat ruwer zijn en de Merino dan weer zachter. Omdat ik de lokken niet kon kammen (want dan zouden al die mooie kleuren verdwijnen) vroeg het toch wat aanpassen tussen het spinnen van de verschillende lokken.

Deze wol leg ik even aan de kant tot ik weet wat ik er mee wil maken. Maar nu kan ik wel aan de slag met mijn sokkenwol. Al heb ik wel nog wat kamwerk voor de boeg voor ik zover ben. Wat zou jij met deze wol willen maken?

Bronnen

Inspiratie

Socktober

Stilletjes krijgen mijn voeten het wat kouder met de herfst die er aan komt. Gelukkig is het deze maand socktober! Het is al een tijdje aan het kriebelen om opnieuw sokken te proberen breien. Al zal dat wel een groot werk zijn, want ik ben een echte leek als het op sokken aan komt (op een paar experimenten na). Maar ik ben klaar voor een nieuwe poging.

Goesting

Een paar jaar geleden kreeg ik het Soxx book van Kerstin Balke cadeau voor Kerst van mijn broer. Sindsdien heb ik één paar voor hem gebreid en heb ik een tweede paar opgegeven. Maar sinds kort had ik het er een paar keer over met een vriendin en de kriebel is er opnieuw.

Want hoe fantastisch zou het niet zijn om mijn eigen paar zelfgebreide (van misschien wel zelfgesponnen wol) paar sokken te hebben. Ja, dat wordt mijn volgende spinproject. Vanaf dat de wol klaar is die nu op mijn spinnewiel zit, wil ik hiermee starten. En zoals altijd: ik kan niet wachten.

Plan van aanpak

Maar voor het zover is, heb ik eerst een plan nodig. Ik heb nog een beetje hulp nodig voor ik een paar afgewerkte sokken kan hebben. Welke wol ga ik gebruiken? Hoeveel heb ik nodig? Welke spin- en twijntechniek zijn voor sokken het best? Hoe maak ik nu zo’n mooie hiel? En vooral, hoe laat ik mijn sokken passen? Tijd dus om een beetje onderzoek te doen.

Er zijn een paar boeken, lessen en patronen die ik zou willen bekijken voor ik start. Kwestie van me goed voor te bereiden en de technieken al wat onder de knie te hebben voor ik aan het echte werk start. Want ik denk dat ik al weet welke wol ik ga gebruiken. En ik vermoed dat ik de volledige hoeveelheid zal nodig hebben. Veel foutmarge heb ik dus niet.

Spin to knit socks

Uit deze cursus wil ik vooral de spin- en twijntechniek even in detail bekijken. Want als ik een fantastisch paar sokken kan breien, wil ik natuurlijk ook dat ze een hele periode mee gaan. En ik heb al opgevangen dat de ene techniek beter is dan de andere. De juiste kiezen is dus belangrijk.

Op het eerste zicht lijkt me de short forward– of short backwards worsted spinmethode het best, omdat dit een heel sterk resultaat geeft. Een 3-ply zou ook beter geschikt zijn, omdat het de wol sterker zou maken. Maar binnen die keuzes van spinnen zijn er nog een aantal varianten die ik wil onderzoeken.

How to knit socks

Dit zou dan de volgende cursus zijn die ik wil volgen. Gewoon om van nul te starten en te begrijpen hoe alles nu precies in een zit. Misschien dat ik de hiel niet echt zal volgen, maar het aspect dat je leert passende sokken breien met iedere wol en steekverhouding spreekt me enorm aan.

Hieruit hoop ik vooral op de juiste maat te kunnen werken. Ik wil wat er met mijn vorig paar sokken (die dat ik uiteindelijk opgegeven heb) vermijden. Als ik een paar brei, wil ik heel graag dat ze passen. En dan wil ik niet op het einde vast stellen dat ze te smal zijn. Wat meer planning vooraf is dus misschien niet slecht.

Soxx Book

Oké, toegegeven. Ik ben nogal kritisch over de hiel. Liefst van al wil ik zo’n hiel dat je ziet op commerciële sokken, want dan lijken ze net echt. Ik weet het niet. Het zit waarschijnlijk tussen mijn oren. Maar ik wil dus kost wat kost die hiel kunnen breien en dan liefst ook zonder gaatjes. Daarom ga ik de techniek van de boemeranghiel die in dit boek uitgelegd wordt nog eens grondig bekijken, ontleden en oefenen.

Al weet ik niet of ik me onmiddellijk aan een van de patronen zal wagen. Misschien is die jacquard techniek nog iets te vroeg, al zijn ze zoooo mooi. Misschien wordt het eerder de Curio Socks van Andrea Mowry of de Fish Lips Kiss Heel sokken van Sox Therapist. Veel zal afhangen van de hoeveelheid wol die ik uiteindelijk zal hebben.

Wol

Tijdens de zomer volgde ik een cursus natuurlijke verfmiddelen gebruiken op wol bij Annick Keters en daarbij heb ik rode, paarse en gele wol geverfd. Ik was er nog niet helemaal uit, maar nu weet ik zeker dat ik er sokkenwol van wil maken. Maar de hoeveelheid is wel beperkt. Ik weet dus niet of ik voldoende zal hebben.

Voor me zie ik 3 paar sokken. Paar 1 is bijvoorbeeld rood, met gele teen, hiel en boord. Paar 2 is dan paars met rode teen, hiel en boord en paar 3 is dan geel met paarse teen, hiel en boord. Dat zou ideaal zijn. Maar als ik niet voldoende heb (wat wel het geval zal zijn), wil ik de sokken van Andrea Mowry wel proberen. Of ik zou ook nog kunnen combineren met een neutraal kleur.

Hopelijk heb ik je kunnen warm maken om ook aan sokken te beginnen. Maar wees gerust. Ik ben mijn huidige projecten niet uit het oog aan het verliezen. Stilletjes aan krijgen ze meer en meer vorm en kan ik al eens aan iets nieuws denken. Heb jij een favoriet sokkenpatroon?

Bronnen

Back to basics

Nog eens wol verven

De resultaten van mijn tweede verfproef zijn binnen. Ik had nog een aantal natuurlijke verfmiddelen gevonden en uitgeprobeerd. Van sommige ben ik verrast van de kleur, maar over het algemeen vind ik dat de kleur niet donker genoeg is voor de hoeveelheid gebruikte kleurstof. Dus ik heb wel wat gemengde gevoelens.

Verftest 1

Sinds de vorige keer dat ik mijn wol verfde, heb ik nog een lijstje van kleurmiddelen kunnen verzamelen. Want daar begon mijn zoektocht eigenlijk. Met welke kleuren kan je wol natuurlijk verven?

Ik had deze al geprobeerd:

  • gele ui
  • koffie
  • avocadoschil
  • zwarte thee
  • rode ui
  • brandnetel

En van elke kleur heb ik telkens drie verfbaden gemaakt, om te kunnen zien hoe de kleuren evolueren en lichter worden. Deze keer heb ik het iets anders aangepakt. Ik heb enkel de originele kleuren met verhouding 1:1 (100% hoeveelheid verfstof op 100% hoeveelheid wol) gedaan, omdat ik liefst zoveel mogelijk kleuren wou zien.

Verftest 2

Deze stonden op nu mijn verzamellijstje:

  • vlierbes
  • rietpluim
  • boerenwormkruid
  • lavendel
  • hibiscus
  • hoppeblad
  • vlinderstruik
  • guldenroede
  • eucalyptus
  • kattestraart

Ik heb 6 staaltjes wol van 3 gram kunnen kammen en verven. Meer tijd en gewassen wol had ik even niet. Voor ik nieuwe wol kan wassen, heb ik eerst nog een paar andere dingen om te spinnen. Dus de andere kleuren zijn voor een volgende keer.

Hibiscus

Van deze kleur ben ik een beetje teleurgesteld. Ik had ergens gelezen (maar weet niet meer waar) dat hibiscus een rodere kleur zou geven. Die van mij is vooral bruin uitgeslagen. Een grote teleurstelling want ik vond al dat mijn kleuren zo bruin waren. Ik was alweer bereid om het op te geven. Want naast de kleur, is het ook veel te licht geverfd. Deed ik iets fout bij het beitsen? Of misschien bij het wassen. Ik had het eigenlijk een beetje gehad.

Maar toen hoorde ik van iemand dat je beter met het blad of de stengel zou verven. Misschien wil ik dat wel nog een kans geven. Want ik ben nog altijd op zoek naar primaire kleuren om een kleurenwiel te maken. Geel heb ik al. Rood en blauw is een heel ander verhaal. Als ik rood uit hibiscus kan halen, ben ik alweer een stapje dichter.

Eucalyptus

Ook van dit kleur was ik teleurgesteld, want het was opnieuw (je raadt het al) bruin en te licht. De eerste poging was volgens mijn gebruikelijke recept. Maar met de goeie raad van Annick is het toch nog iets interessants geworden. Eucalyptus moet blijkbaar gekookt worden en minimum 2 uur. Bij mijn tweede poging kreeg ik verrassend een mooie groene kleur waar ik wel blij mee was.

Maar eigenlijk hoopte ik op een oranje (dicht aanleunend bij rood). Maar misschien heb ik daar gedroogde bladeren voor nodig. Nu had ik verse eucalyptus rechtstreeks vanuit mijn plantentuintje genomen (lees: plant in een pot aan de achterdeur). De gedroogde versie wil ik toch ook nog eens proberen.

Vlierbes

Hier had ik mijn hoop zo op gevestigd. Een mooie paarse kleur zou ideaal zijn om mijn back-to-basicswol te herverven. En ik was zo blij dat het water in de verfpot paars was. Tot ik mijn wol uit de pot haalde en het alweer bruin gekleurd was. Wat deed ik toch verkeerd!

Voor bessen zou wijnsteenzuur een absolute must zijn. Het zou de kleur veel beter laten uitkomen en ze veel langer vasthouden. Al blijven bessen wel vluchtige kleuren. Ze vervagen heel snel onder zonlicht. Heel mooi om naar te kijken, maar misschien minder interessant als je lang geniet wil hebben van die kleuren.

Boerenwormkruid

Dit is mijn absolute favoriet van deze 6. Het zou wel kunnen dat dit staaltje ook weer te bruin is, want ik heb het water iets te warm laten worden. Het was zo’n dag waarop mijn gasvuur geen constante temperatuur wou houden. Als het water te warm wordt, heb je meer kans dat je kleur richting bruin gaat. Tot 80°C is ideaal.

Met deze kleur zou ik nog eens een grotere hoeveelheid wol willen kleuren. Maar ik denk niet dat ik mijn back-to-basicswol zou gebruiken. Ik heb eigenlijk het resultaat van de zwarte thee wel aanvaard. Hoe dan ook. Ik heb geen tijd meer om mijn wol nog te herverven. Binnenkort begin ik met breien. Dan pas kan ik zien wat het doet in een grotere gebreide oppervlakte.

Hoppeblad

Ik had nog één bolletje over. Maar ik had het alweer een beetje gehad met dat bruin en had geen zin om opnieuw teleurgesteld te zijn. Maar toen zag ik iets leuks op een video Live Office Hours van juli van Sweet Georgia. En ik raakte geïnspireerd.

Ik heb de kleurstof met wol en warm water in een bokaal gedaan en achter een raam aan de zuidkant gezet. Na twee dagen (voor de zekerheid) kreeg ik een mooie frisse gele kleur. Eindelijk eens geen bruin. Woop woop. En dat nog eens op zonne-energie waarbij geen gas aan te pas komt. De hoeveelheid water is ook veel beperkter. Een absolute winner. Nu nog uitwerken hoe ik het voor grotere hoeveelheden zou kunnen gebruiken.

Ik heb alweer geleerd dat je soms beter gewoon los laat. De kleuren heb je niet altijd in de hand. Wat de kleur van je verfstof is en wat er in je verfpot zit is niet altijd het kleur dat je wol zal krijgen. En de ene soort wol wil al liever andere kleuren opnemen dan de andere soort. Stilletjes aan zal het wel goed komen. Ik heb gewoon nog veel te leren. Welke kleur is jouw favoriet?

De kleuren tonen nog net iets anders op foto dan in het echt.

Bronnen

Back to basics

Getwijnd en al

Vorige week was ik klaar met spinnen. Deze week ben ik klaar met twijnen. En met een beetje trots kan ik je dit resultaat tonen: 6 vlechten van mijn eigen hand gesponnen wol. Wauw. Nu weet ik weer, waarom ik deze back to basics uitdaging aanging.

Twijnen

Als je een enkele draad klaar hebt, wordt die meestal nog getwijnd om steviger garen te bekomen. Bij handgesponnen wol vind je heel vaak 2-draads of 3-draads garen. Maar je kan eigenlijk zo ver gaan of je zelf wilt. Je kan ook die enkele draad houden en dat lichtjes vervilten voor stevigheid. En er zijn zelfs nog een heleboel type andere garen die je kan maken (maar dan zou ik alweer te veel uitweiden…).

De bedoeling van deze Tour de Fleece was om een 2-draads garen te maken. Dus heb ik de bobijnen stuk voor stuk getwijnd. Dat wil zeggen: van 2 draden 1 maken door ze in de omgekeerde richting te spinnen. Door de twist van de enkele draden omarmen ze elkaar dan mooi en zo wol krijgt zoals we die vanuit de winkel kennen.

Extra zorg

Maar na het twijnen ben je er ook nog niet helemaal. Door het spinnen van de enkele draad en het twijnen naar een dubbele draad zit er nu enorm veel twist en spanning in de vlecht, waardoor die alle kanten op krult.

Door ze in warm water (al dan niet met een beetje wolwasmiddel) te laten rusten en daarna licht te stretchen, krijgt de wol een deel van zijn oorspronkelijke eigenschappen terug. Zo krijg je een meer handelbaar garen. Er zijn opnieuw een paar extra stappen die je kan doen (zoals vilten en er mee op tafel slaan – ja echt), maar ik ben tevreden met het resultaat dat ik zo krijg. Daarna laat je het hangend of liggend (mijn voorkeur) drogen.

Wat gegevens

Blijkbaar heb ik toch wat meer wol gesponnen dan ik dacht. Want als ik het zo allemaal bij elkaar samentel kom ik zeker aan meer dan de 422g die ik noteerde gekamd te hebben. Maar zoveel te beter, want je hebt natuurlijk liever wat meer wol dan dat je er tekort zou hebben.

Het is me niet gelukt om elke vlecht even zwaar te maken, maar dat had ik ook niet verwacht. Ik heb telkens getwijnd tot de bobijn vol was. Of tot ik dacht dat ze vol was, want de een is dus al zwaarder dan de andere geworden:

  • vlecht 1 (vrnl): 73g
  • vlecht 2: 89g
  • vlecht 3: 85g
  • vlecht 4: 81g
  • vlecht 5: 84g
  • vlecht 6: 51g

Bij het aantal meter natellen van de eerste vlecht, merkte ik op dat ik niet aan de lengte kwam van mijn testwol. Ik had 171m op 73g (of 234m op 100g) ipv 270m op 100g. Wat ik toch jammer vond. Maar wat misschien wel normaal is, want dit is geen lopende bandwerk. En ook al heb ik zoveel mogelijk geprobeerd om dezelfde dikte aan te houden. Hier en daar zit er wat variatie in.

Zoals je kan zien, zijn er donkerdere plekken en lichtere plekken waar ik de draden heb gecombineerd. De volgorde van mijn bobijnen, zat wel goed in elkaar. Maar de eerste bol met enkele draad die wat lichter is en de tweede bol met enkele draad die ik donkerder maakte om dat te compenseren, kwamen niet in de juiste volgorde na elkaar. Waardoor het donkere stukken van de bollen samenvielen en de lichtere stukken overbleven.

Waar licht en donker elkaar wel overlappen, krijg je een gemarmerd effect. Zeker in een 2-draads garen is dat heel goed te zien, want de kleuren wisselen elkaar direct af. Dit was eigenlijk niet de bedoeling. Maar ik kon het niet anders oplossen door tijdsnood. Mijn tip aan mezelf voor volgend jaar, is zeker op tijd beginnen verven. En al was het de bedoeling niet, het geeft wel extra karakter en nuance aan de wol.

Opnieuw verven of niet?

Als ik de wol zo van ver bekijk, vind ik de kleur oké. Je ziet heel duidelijk dat het niet meer wit is, maar bruin. En eigenlijk geen lichtbruin, waar ik wel wat schrik voor had na al die lichtere verfbaden. Maar van dichterbij weet ik het zo goed niet. Ik denk dat ik het gemarmerde effect niet zo mooi vind.

Dus wil ik misschien wel een plan B maken. En dat wil zeggen dat ik weer zou verven. Maar welk kleur dan? De kleuren die ik tot nu toe verfde, vind ik minder geschikt. En een tijdje geleden zei ik vlierbes, want de paarse kleur is schitterend. Maar bessen zijn blijkbaar kleuren die heel snel vervagen en ik wil toch graag wat langer van het eindresultaat kunnen genieten.

Sinds het voorjaar heb ik niet stil gezeten en heb ik stilletjes aan geïnvesteerd in mijn eigen plantenverftuintje vooraan aan mijn huis. Ik heb een heleboel lavendel in lange bakken op mijn vensterbank gezet, samen met grote potten hibiscus en eucalyptus naast de deur op de grond, ik heb plantendelen langs de kant van de weg gevonden en ook een deel gekregen van anderen. Ik zou dus gerust een nieuwe verftest kunnen doen.

Over het garen ben ik heel tevreden, over de kleur iets minder. Hmmm, wat is jouw mening?

Back to basics

Halverwege Tour de Fleece

Met trots kan ik zeggen dat al mijn wol geverfd is, met wat minder trots dat ik het eigenlijk al af wou voor de Tour de Fleece zou starten. Nu zijn we halverwege en ben ik eindelijk waar ik wou zijn. Het was niet evident en er liep heel veel anders of gedacht.

Tijdsnood

Ik heb het verven enorm onderschat. In mijn planning had ik op twee weken gerekend. Eén week om alle wol te kammen en daarna een week om alles te verven. Uiteindelijk zijn het drie weken geworden van elke dag kammen en 2 fases verven. Het waren een paar zware weken. En wat ben ik nu blij dat het gedaan is.

Omdat ik eind juni al serieus aan het panikeren was, heb ik een paar bakken gezocht voor in de oven. Zodat ik een reeks daarin kon doen naast de andere reeks in mijn kookpot. Door twee reeksen tegelijkertijd te doen, wou ik een inhaalbeweging maken.

Zo zag mijn dagprogramma er uit:

  • oven 1e keer: wassen en verfbad klaarmaken
  • oven 2e keer: beitsen en verven
  • pot: wassen, beitsen, verfbad klaarmaken of verven

Voor drie weken lang (met gelukkig toch af en toe een rustdag)

De fases wisselden af. Dag 1 waste ik bad A. Dag 2 waste ik bad B en beitste ik bad A. Dag 3 waste ik bad C, beitste ik bad B en verfde ik bad A. Enzoverder. Dit was allemaal in de oven. Daarnaast had ik nog mijn kookpot met een ander ritme. Dag 1 waste ik bad D. Dag 2 beitste ik bad D en dag 3 verfde ik bad D. Omdat ik telkens maar kleine hoopjes (ongeveer 35g) per keer kon doen, had ik dus heel veel hoopjes en dagen nodig. Veel meer dus dan de geplande week.

De drukte van die dagen heb ik toch wat onderschat. Ik ben nog steeds aan het recupereren van een jaar slaaptekort. Het kroop af ten toe toch in de kleren. Zo had ik op een dag wol in het beitsbad gedaan, zonder beitsmiddel. Ik vond de afgewogen aluin de volgende dag nog in het potje op het werkblad van mijn keuken. Oeps. Dat is helaas niet meer goed gekomen.

Kleurverschillen

Ik zag online een filmpje over wol verven in de oven met acid dyes. En ik dacht dat het ook mogelijk zou zijn met natuurlijke verfstoffen. Het was pas na het wassen, beitsen en verven (3 dagen later), dat ik door had dat het toch niet zo’n goed idee was.

Ik dacht: dezelfde temperatuur en dezelfde periode, dat komt wel goed. Niet dus, op de een of andere manier waren de kleuren veel lichter. En ik weet (nog) niet waarom. De kleur van de wol die uit mijn pot komt is wel oké. Maar nu zit ik dus met heel veel licht gekleurde wol en een beetje donker gekleurde wol.

Hoe ga ik dat nu combineren? Want omdat ik niet alle wol op 1 juli voor handen had, moest ik ook wat creatief zijn om de kleuren te combineren. Hoe zou ik dat gaan aanpakken? Uiteindelijk is het een hele berekening geworden die waarschijnlijk toch niet zal kloppen. Dus ben ik van plan om te doen wat ik kan en de rest aan het lot over te laten.

Combineren en verspreiden leek me de beste oplossing. Als ik 4 bobijnen vol heb, waarvan 1 en 3 met lichtere kleuren en 2 en 4 met donkere kleuren, zou ik 1 en 4 en 2 en 3 kunnen combineren voor het twijnen. Dan komen beide draden zo gelijk mogelijk uit, dacht ik zo.

Maar het zullen waarschijnlijk 6 bobijnen worden. Want vandaag zitten we in de helft en ik heb pas bijna mijn 3e bobijn vol. Dus wordt het dan waarschijnlijk een combinatie van bobijnen 1 en 4, 3 en 6 en 5 en 2. Maar zal er genoeg kleurspreiding op de bobijnen zitten? Ik vrees er voor want elk verfbad is net dat beetje anders (wat volledig normaal is).

Volgende keer beter

Als ik het nog eens zo groot zou aanpakken, zou ik het anders doen. Zeker genoeg tijd nemen om alles te kunnen verven zoals het hoort. Zodat ik mezelf niet voorbij loop, maar er van kan genieten (zoals de bedoeling was). En zeker in mijn kookpot. Ik denk niet dat ik de oven nog zal gebruiken. Die heb ik ten slotte ook nog nodig om eten klaar te maken en het is best om dat niet te combineren.

Op dit moment ben ik nog niet tevreden van de kleur. Misschien betert dat na het twijnen. Als het eindresultaat me niet aanstaat, zal ik het oververven in een lichtere kleur. Dan heb ik lichtere en donkere stukken, maar ten miste één kleur (misschien vlierbes) in plaats van twee. Volgende keer spin ik misschien eerst al mijn wol en verf ik het daarna. Als alles getwijnd is, kan ik de check eens doen of ik zo meer wol in mijn pot kan krijgen.

Als allerlaatste oplossing kan ik nog altijd bolletjes afwisselen tijdens het breien. Dat zal heel veel maskeren. Je hebt waarschijnlijk wel al gehoord van breien met twee bollen en om de twee rijen wisselen. Maar ik zou het zelfs met de drie bollen durven. Dan is elke rij van een andere bol en valt het nog minder op.

Nu kan ik me verder gaan concentreren op het spinnen. Ik zit nog altijd op schema. Woop, woop! Al een geluk. Ik wil echt niet opgeven. Ik kan dit! Met wat ben jij bezig op dit moment?

Bronnen

Back to basics

Puur spinplezier

Tijd om te starten aan de tweede fase van de back to basics-uitdaging: spinnen. Op dit moment wil ik genoeg wol maken om een proeflapje te kunnen breien. Want ik wil weten hoe dik de wol juist mag zijn en of het dan ook mooi uitkomt als ik er mee brei.

Voorbereiding

Er zijn een heleboel methodes om te spinnen en het gaat er echt gewoon om hoe je de wol wil hebben. Wat voor mij nu vooral belangrijk is, is dat het zo dicht mogelijk aanleunt bij de wol in het patroon. Als enige referentie heb ik 366 meter op 100 gram. Ik ben nog maar een maand bezig met spinnen op een spinnewiel, dus het lag niet zo voor de hand. Maar dit is het resultaat van deze week.

Het patroon gebruikt Garden Wool & Dye Co, maar geeft ook een paar alternatieven. Ofwel een woolen spun die het lekker luchtig en warm maakt. Ofwel een worsted spun waarbij het stekenpatroon goed uitkomt. De manier waarop ik heb leren spinnen is worsted. En omdat ik me heb laten vertellen dat ajour beter uitkomt met 2-ply, heb ik besloten om voor deze twee laatste te gaan. (Sorry voor de Engelstalige termen. Ooit zal ik nog wel ontdekken wat ze in het Nederlands betekenen.)

Dan was uitrekenen hoeveel wol ik nodig zou hebben voor een proeflapje de volgende stap. Maar hoeveel wol kruipt er eigenlijk in een proeflapje? Dus het eerste wat ik deed, was er eentje wegen. Ik kwam op 20g uit. Maar ik wil ook graag nog wat overhouden als referentie tijdens het spinnen. Dan weet ik wanneer ik te veel aan het afwijken ben.

Verven

Om zeker genoeg wol te hebben, ging ik voor 25g. Na het proces om de ruwe wol te wassen en te kammen, heb ik de wol geverfd met zwarte thee (mijn kleur naar keuze).

Ik schrok me een bult, want de kleuren kwamen helemaal niet overeen met de eerdere verftest. Omdat ik het resultaat van het eerste verfbad van mijn eerdere verftest nog te licht vond, had ik deze keer gekozen om dubbel zoveel kleur te gebruiken. En plots was er zo veel kleur. Misschien is er eerder iets fout gelopen…

Spinnen

Na het drogen van de wol, heb ik het opgesplitst in twee delen, zodat ik dan bij het twijnen zo veel mogelijk gelijk zou uitkomen. En toen kon het echte werk beginnen. Dit is de eerste keer dat ik met gekleurde wol heb gesponnen. Puur plezier, als je het mij vraagt. Spinnen met ongeverfde wol is al leuk, maar dit geeft er eigenlijk nog een extra dimensie aan.

Omdat ik nog niet zo veel had om op af te gaan, ben ik gewoon begonnen spinnen. Niet te dun, maar net iets dikker. Na mijn twee delen op de bobijntjes te spinnen, was ik klaar om te twijnen en de wol verder af te werken. Eerst afwinden op mijn knitty noddy en dan wassen.

Rekenwerk

Toen de wol droog was, kon ik nu aan de slag gaan. Hoeveel meter had ik nu juist gesponnen en zou dat dan oké zijn? Mijn knitty noddy heeft een omtrek van 0,9m, dus als ik het aantal lussen tel en dat vermenigvuldig met 0,9, weet ik hoeveel meter ik gesponnen heb. En het resultaat komt op ongeveer 137m per 100g. Ik was er dus nog lang niet.

Terug naar af

Dus terug opnieuw beginnen, dacht ik. Ik heb dit keer de wol niet geverfd om wat tijd te winnen. Met de vorige wol als referentie ben ik dunner gaan spinnen. Ik heb wel dezelfde techniek toegepast, omdat spinnen op een spinnewiel op dit moment nog wat nieuw voor me is. Later als ik wat meer ervaring heb, kan ik eventueel nog experimenteren met andere technieken.

Tweede spintest

Dunner spinnen dus. En dit is het resultaat. Ik ben er best tevreden mee. Als ik het rekenwerk opnieuw doe, kom ik nu uit op 240m per 100g. Dat is bijna een verdubbeling. Maar ik ben er natuurlijk nog niet helemaal. Al denk ik dat ik het op dit moment niet veel beter zal krijgen dan dit. Dus ben ik tevreden en ga ik afkloppen.

Volgende stap

De wol van mijn tweede spintest heb ik deze morgen kunnen afwerken en is op dit moment aan het drogen. Volgende week zal ik ze verwerken in een bol en een proeflapje maken. Daarna kan ik aan de slag met het rekenwerk voor het ganse project. Hoeveel wol zal ik in totaal nodig hebben, hoeveel kleurstof en hoeveel tijd? Zal ik op tijd klaar zijn voor de start van de Tour de fleece?

Deze wol is nog niet perfect, maar dat hoeft ook niet. Ik heb nog tijd om te leren en beter te worden. Daarom doe ik de Tdf eigenlijk ook. Het is maar door het werk effectief te doen, dat je het onder de knie kan krijgen. Met theorie alleen kom je ook maar zo ver. Wat denk jij?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
Back to basics

Van schaap tot wol

Tijdens dit Pinksterweekend is het Schone Schaapjes in Staden. Ik keek er al twee jaar naar uit, want het was telkens uitgesteld door Corona. Gelukkig ging het dit jaar wel door en wat heb ik er van genoten. Ook al was er veel te zien en was het super interessant, ik had graag zelfs nog wat meer willen leren over schapen en hoe je van schaap tot wol komt. Daarom heb ik dat even zelf uitgezocht.

Schaap scheren

Zoals we allemaal weten, komt wol van schapen. Laat ons even de Alpaca’s, Lama’s en Angora geit vergeten. Tijdens de herfst en winter maakt een schaap vacht aan. Die vacht zorgt er voor dat hij lekker warm de dag door komt. Maar bij het begin van de zomer wordt het dan veel te warm en mag hij geschoren worden.

Dit doet het dier geen pijn. Je kan het eigenlijk vergelijken met een knipbeurt voor ons. Het is zelfs heel hard nodig. Als er niet geschoren wordt, blijft de vacht groeien en krijgt dat schaap het zeer lastig.

De meeste schapen krijgen één scheerbeurt per jaar. Rassen met snelgroeiende vacht krijgen er twee. En van een volwassen schaap krijg je ongeveer 3 tot 4 kilo vacht. Sommige rassen gaan tot 8

Wol wassen

De wol die rechtstreeks van het schaap komt, is nog vuil en vettig. Er zit nog gras, modder en lanoline in zitten. Om de wol makkelijker te hanteren te maken, wil je eerst het vuil en vet verwijderen. En dat doe je door te wassen uiteraard.

De wol wordt toegevoegd aan heet water met een ontvetter. Even laten inwerken en uitspoelen en nog eens herhalen. Maar je wil natuurlijk de wol niet teveel agiteren, want je wil zeker vermijden dat de wol gaat vilten. Dat kan gebeuren bij grote temperatuurwisselingen en veel beweging.

Daarna laat je de wol drogen. Dat kan even duren, want wol kan heel veel water opslorpen. Zelfs als je denkt dat het goed droog is, kan er toch nog wat vocht aanwezig zijn. Gewoon drogen aan de lucht is het best. Je zal versteld staan van hoe mooi de wol er uit komt en hoe vies het water is dat overblijft.

Verwerkingsproces

Er zijn twee manieren om wol te verwerken: kaarden en kammen. Bij kaarden liggen de vezels van de wol kriskras door elkaar. Bij kammen liggen de vezels allemaal in dezelfde richting. Voor mij heeft kammen de voorkeur. Ik vind dat het je iets meer controle geeft bij het spinnen. Al is dat voor iedere spinner persoonlijk.

Bij beide manieren wordt er een beetje wol op de kaarders of kammen gedaan. Bij iedere pas valt er meer vuil uit en verlies je de stukjes van de vacht die je niet kan gebruiken. Het eindresultaat is gewoonweg prachtige wol die spinklaar is.

Verven en spinnen

Op dit moment is het moeilijk om te bepalen wat eerst komt. Sommigen verven eerst de vacht om een egaler resultaat te krijgen. Anderen spinnen eerst om daarna een speciale verftechniek te kunnen toepassen.

Voor mijn back to basics-uitdaging koos ik om eerst te verven en daarna te spinnen. Want ik zal verschillende verfbaden hebben die telkens net iets anders zijn. Door ze af te wisselen tijdens het spinnen, hoop ik dat de kleuren meer gaan verspreiden en dat ik zo toch een redelijk egaal resultaat zal hebben.

Als de wol gesponnen en behandeld is, is ze klaar om mee te weven en te breien. Je hebt zonet je eigen wol gemaakt. En net dat vind ik zo prachtig. Het geeft je kracht omdat je het zelf in handen hebt. Jij maakt wat je wil.

Intensief

Heel dit proces is nogal intensief en heeft een impact op onze leefomgeving. Door mijn eigen wol te maken, wil ik die impact ook een beetje verkleinen. Oké, toegegeven, schapen hebben een grote CO²-uitstoot vergeleken met andere dieren en soms gaat er echt niets boven commerciële wol. Maar veel wol gaat door de hoge kost van het scheren op dit moment verloren. Het gebruik van zo’n vacht vergroot de kudde niet en wordt de vachtberg kleiner. De wol die ik gevonden heb, komt van een boer in Pollinkhove. Dat is ongeveer een kilometer van waar ik woon. Meer lokaal kan niet. En zo scheellt dat weer in CO² van transport.

De hoeveelheid water dat ik gebruik, probeer ik zo laag mogelijk te houden. Maar zoals je kan lezen, komt er veel wassen aan te pas. Zowel bij de vacht schoon maken, als verven, spinnen en zelfs bij het blocken van je afgewerkte breiproject. De eerste twee wasbeurten zijn wat ze zijn, maar het andere water probeer ik te hergebruiken als spoelwater van het toilet. Tja, het is niet alleen voor de leefomgeving, maar ook voor de portemonee dezer dagen.

En door natuurlijke kleurmiddelen te gebruiken, probeer ik zoveel mogelijk chemicaliën uit dat proces te houden. Uien gebruiken we bijvoorbeeld allemaal. Door de schil aan de kant te houden en te gebruiken om te verven, wordt ook hier de afvalberg kleiner en is er geen impact op de leefomgeving. Bloemen plukken is natuurlijk weer iets anders. Insecten hebben de bloemen nodig om te overleven. Maar als we er respectvol mee omgaan en op het juiste moment plukken, kunnen we zo ook in balans blijven.

De verftest is af en ik heb mijn kleur gekozen. Het volgende op de agenda is genoeg wol verven om een spintest en breitest te doen. Juni is voorbereiding voor de Tour de Fleece in juli. Op naar de volgende dus.

Bronnen

Back to basics

Verfbad 1, 2, 3

Tijd om even terug te komen op de Back to basics-uitdaging. Mei was verfmaand. En je mag dan misschien wel denken: mei is toch nog niet ten eind? Dat klopt. Ook al heb ik heel wat prachtige kleuren, het liep niet helemaal van een leien dakje. Daarom vind ik deze 6 even voldoende.

Wol verven

Als je wol wil verven, komen er een heleboel stappen aan te pas. Zeker als je het met natuurlijke kleurstoffen wil doen. Ik koos daarvoor, omdat ik zo weinig mogelijk chemische stoffen in mijn leven wil hebben. En natuurlijke kleurstoffen geeft me ook een beter gevoel. Het brengt me dichter bij mijn leefomgeving.

Voorbereiding

De wol die ik heb, komt rechtstreeks van een boer hier in de streek. Dat wil zeggen dat ik eerst de wol verwerkingsklaar moet maken, voor ik er mee aan de slag kan gaan. Dit houdt vooral wassen en kammen in. Je wil dat je wol mooi egaal en zacht is voor je begint.

Wassen

Maar toch wil je het nog even opnieuw wassen voor je begint met verven. Als er nog te veel lanoline (talg van schaap) aanwezig is op de wol, bindt de kleurstof niet zo goed en kan je plekken of zelfs een lichtere kleur krijgen.

  • Stap 1: Weeg het droog gewicht van je wol.
  • Stap 2: Los 1 koffielepel Orvus Paste (of in mijn geval paardenshampoo, want dat zou ook werken) per kilo wol op aan lauw water.
  • Stap 3: Voeg de droge wol toe.
  • Stap 4: Warm alles op tot 82°C voor 1u.
  • Stap 5: Laat overnacht afkoelen.

Beitsen

Nu je zeker bent dat de wol perfect schoon is, wil je de wol eerst nog beitsen. Deze stap helpt om de poriën/schubben van de wol open te zetten zodat ze de kleurstof beter kunnen opnemen en vasthouden. Hierdoor zal je veel langer van je prachtige kleuren kunnen genieten

  • Stap 1: Los 15% alruin op in lauw water. Vb: Als je 100g wol wil verven, voeg je 15% alruin toe.
  • Stap 2: Voeg de natte gewassen vezels toe.
  • Stap 3: Warm alles op tot 82°C voor 1u.
  • Stap 4: Laat overnacht afkoelen.

Verfbad maken

Nu kan je bijna beginnen met wol verven. Er is juist nog één stap voor nodig: het verfbad maken. Er is een verschil tussen extracten en werken met onverwerkt plantenmateriaal. Voor een extract heb je maar een fractie verfstof nodig van je wolgewicht. Maar als je met onverwerkt plantenmateriaal werkt, heb je een één op één gewicht nodig. Met andere woorden, als je 100g wol wil verven, dan heb je 100g kleurstof nodig. Ik werkte alleen met het laatste, dus dit is de werkwijze van onverwerkt plantenmateriaal.

  • Stap 1: Was de wol uit het alruinbad.
  • Stap 2: Voeg de verfstof één op één toe aan lauw water.
  • Stap 3: Verwarm alles tot 82°C voor 1 u.
  • Stap 4: Giet alles door een zeef en vang de kleurstof op in een kom.

Verven

Ja, nu kan eindelijk het echte werk beginnen. En het is het moment waarop je staat te springen van ongeduld. Eindelijk kan je een beetje resultaat zien. Tot nu toe, waren de voorgaande stappen maar kleurloos. Nu zal je echte magie zien.

  • Stap 1: Warm het verfbad op tot 82°C.
  • Stap 2: Voeg de wol toe.
  • Stap 3: Houdt op dezelfde temperatuur voor 1u.
  • Stap 4: Laat overnacht afkoelen.
  • Stap 5 (ev.): Herhaal hetzelfde proces met dit verfbad om het volledig uit te putten.

Resultaat

Het resultaat mag er zijn. Ik weet dat er nog een heleboel kleuren op het programma stonden, maar ik ben tevreden met deze 6. Met iedere kleurstof heb ik 3 verfbaden gedaan. Van links naar rechts: verfbad 1, 2 en 3.

Wat goed ging

Gele ui was het eerste kleur dat ik probeerde. En ik was meteen overdonderd door de kleur. Op slag was ik de vorige poging (lees: mislukking) om wol te verven vergeten. Ik had nooit gedacht dat ze zo levendig zou zijn. En ik was zo blij dat de kleuren niet uitwasten.

Ik ben nu officieel een wolverver. Woop woop. Wel een beginnende uiteraard. En ik ben al aan het dromen over de andere kleuren: eucalyptus, dahlia’s, granaatappel, rabarber, walnoot, eikels, elzenpropjes, esdoorn, … En dan wil ik ook nog eerst de kleuren doen, die ik nu nog niet deed. En wat als je ze gaat combineren? Of als je ze meer geconcentreerd maakt? Oh, of als je ze een ijzerbad geeft? Er is nog zoveel om te ontdekken.

Wat fout ging

Maar het was niet allemaal rozegeur en maneschijn. Ik denk dat het mijn kookvuur nog het meest frustrerend was. Ik werk op een oud gasvuur en het is niet gemakkelijk om de temperatuur constant te houden. Uiteindelijk heb ik dat exacte punt wel gevonden. Maar de ene dag was het nodig om het vuur hoger te zetten, op andere dagen net lager. Als iemand met een zwart-wit persoonlijkheid is dit heel vervelend. En zeker iets wat ik eerst wil uitklaren voor ik verder ga.

Want als de temperatuur te hoog wordt, kan de kleur bruiner worden. Andere stoffen in de plant worden dan geactiveerd en je krijgt een volledig ander resultaat. Zoals bij het derde verfbad van de gele ui gebeurde. En dat wil je echt vermijden.

Ik merkte ook op dat de teleurstelling snel volgde op het enthousiasme van een nieuw kleur. Het klopt inderdaad dat je niet altijd krijgt wat je verwacht. Ik had dat wel ergens gelezen. Nu ik het zelf ervaren heb, geloof ik het ook echt. Ik was vooral teleurgesteld in brandnetel. Ik dacht dat ik een fris groen zou krijgen, maar uiteindelijk is het een soort grijs geworden. Tja, de ene wol reageert anders, dan een andere wol, natuurlijk.

Het beitsen ging niet altijd even goed. En dat had ik pas door na 3 keer verven met rode ui en 1 keer met brandnetel. Ik merkte op dat de kleur niet zo levendig was als de andere, maar dacht dat het misschien aan de kleurstof lag. Na met brandnetel hetzelfde resultaat te krijgen, wist ik dat het aan het beitsen lag.

En geef toe: mijn planning was toch echt veel te strak. Op den duur was het meer een moetens ipv plezier geworden. Dat leek me een sterk signaal om even te stoppen met verven. En dat is helemaal oké, want ik denk dat ik mijn keuze al gemaakt heb: zwarte thee. Maar dan wel met meer kleurstof.

Oké, er liep een heleboel fout. Maar het is net daaruit dat ik kan leren om beter te worden. Ik ben dus op de goede weg. En het is al een hele verbetering ten opzichte van de vorige keer. Vind je ook niet?

Bronnen

Back to basics

Delayed gratification

Negen maanden is een heel lange periode om mijn motivatie niet te verliezen en dat besef ik maar al te goed. Want de dag van vandaag wordt onze aandacht op zoveel plaatsen gevraagd dat we van het ene naar het andere getrokken worden. We hebben geen tijd meer om bij belangrijke dingen stil te staan. Om die ratrace te doorbreken en ook nog om zoveel andere redenen, wil ik juist deze back to basics uitdaging aangaan.

Waarom verven?

De wol die ik vorig jaar bij de boer kon vinden is gewoon wit. Maar als ik mijn spinnen verder wil leren en daarna wil breien met die wol, wil ik heel graag met kleur kunnen werken. Helaas bestaan er geen rode, blauwe of gele schapen (zucht). Dus als ik kleur wil, zorg ik daar toch gewoon zelf voor.

Er zijn zoveel mooie kleuren rondom ons in de natuur. Als we even de tijd nemen om een gezellige wandeling door een fris bos of prachtig landschap te maken, zijn er zoveel bloemen en planten te spotten. Wat als je dit kon meenemen naar huis en alle dagen zou kunnen dragen? Het brengt je op slag terug één met de natuur. Herbronnen, check.

Ook al ben ik vrij nieuw in het verven van wol, ik hoorde en las wel dat je niet altijd de kleuren krijgt die je verwacht van een bepaalde kleurstof. Avocado is misschien wel de meest bekende is. Wie had ooit verwacht dat je een roze kleur zou krijgen? En net die stap in het onbekende lijkt me de sprong zeker waard. Ik kijk er al naar uit om te gaan experimenteren en de controle even los te laten.

Maar mijn eigen wol verven is gewoon ook de volgende stap in de wonderlijke wereld van handwerk. Ik mag weer nieuwe dingen leren, ontdekken en groeien. Ik voel me een beetje als Alice in Wonderland. Ik weet nog niet goed wat me te wachten staat, maar ben klaar om de uitdaging aan te gaan. Sowieso wordt het een prachtige avontuur.

Waarom spinnen?

Tot nu toe, maakte ik enkel kleine hoeveelheden op mijn spindel. Een beetje zoeken hoe alles in elkaar zit en wat uitproberen. Maar ik zou heel graag meer controle krijgen over hoe ik spin, zodat ik doelbewuster wol kan maken. Hoe dik maak ik juist mijn enkele draad om de juiste dikte uit te komen om dan te kunnen gebruiken voor mijn sjaal? En hoe kan ik de hoeveelheid twist goed krijgen?

Maar als ik wil beter worden, zit er niets anders op dan oefenen, oefenen en oefenen. Ik ben ook niet de breister geworden die ik nu ben door met mijn vingers te zitten draaien. Daarom denk ik dat de Tour de Fleece 2022 de uitgelezen kans is, om effectief dat te doen. Ik weet nog hoeveel ik vorig jaar geleerd heb. En ik weet zeker dat het dit jaar nog beter zal gaan. Maar niet enkel dat. Het gevoel om deel uit te maken van een groep waar iedereen zijn eigen doelen kan zetten en samen iets kunnen realiseren, zorgt er voor dat ik me verbonden voel. Win-win.

Maar eigenlijk alleen al het gevoel dat ik zelf iets aan het maken ben, dat dieper gaat dan enkel het eindproduct is zo uitnodigend. Want eigenlijk maak ik mijn eigen grondstof tot een project. En ik ben er zeker van dat dat nog heel anders is dan naar je favoriete wolwinkel gaan en de wol van jouw keuze uitzoeken. Je geeft zoveel meer betekenis aan je wol en dat maakt het eindproduct zoveel meer jouw ideale eindproduct. Het is de uitgelezen kans om de oorsprong van je handwerk te eren.

Valt het op dat ik het zo leuk vind? En ik kan er eigenlijk niet echt mijn vinger op leggen. Het is gewoon een schitterend en leerrijk proces. Het is een kunst om de draad precies zo dik te krijgen als je zelf wil en dat gewoon echt zelf te doen.

Waarom breien?

Dit gedeelte is niet nieuw voor mij. Maar het bewuster en trager aanpakken is dat zeker wel. In breien verschil ik niet zo veel van andere mensen. Er zijn zoveel mooie patronen en projecten om bij weg te dromen, dat je ze allemaal wil maken. Alleen hebben we daar niet genoeg tijd voor. Dus zijn we enkel maar bezig om zo snel mogelijk alles af te werken, waardoor we niet meer stil staan bij het plezier van het maken. Het is niet dat ik het niet leuk vind om te breien. Want dan zou ik het natuurlijk niet doen. Maar dat echte plezier zou ik opnieuw willen ervaren.

Er is zoveel om te leren. Ik ben echt nog geen professional in alle breitechnieken. Gedraaide steken en kabelnaalden zijn voor mij redelijk onbekend. Dus kijk ik er alvast naar uit om dat te kunnen toevoegen aan mijn onder de knie lijst. Maar het zal ook de eerste keer zijn dat ik met mijn eigen wol zou breien. En dat zal, denk ik, ook wat techniek vragen. Volgens mij zullen er zeker verschillen zijn ten opzichte van breien met commerciële wol.

En eigenlijk moet ik toegeven dat ik op slag verliefd was op het Seeds and Stems Cowl patroon. Niet enkel de kleur en zien hoe breien met je eigen wol structuur geeft, maar ook dat de cowl zo mooi aansluit. Ik sprak al eerder van een geborgen gevoel. Ik hoop echt dat deze cowl ook mij zal passen en dat ik dat gevoel mag ervaren. Het is al zo lang geleden.

Oké. Genieten van het proces, groeien en nieuwe inzichten leren, het oorspronkelijke product eer aan doen, weten waar het vandaan komt en het verhaal vertellen. Ik ben er alvast klaar voor om er negen maanden lang bewust mee om te gaan. Delayed gratification, here I come. Waarom ben jij het project waar je nu mee bezig bent aan het maken?

Bronnen

Back to basics

Droom

Het is nog maar sinds vorige week dat ik besliste om de back to basics uitdaging aan te gaan met mezelf en nu al wil ik alweer te snel vooruit. Als ik nadenk over de mooie kleuren die ik zou willen verven, begin ik al te dromen van wat het eindresultaat zou kunnen zijn. En toen besefte ik (met een zalig tasje thee erbij) dat ik nog over zoveel anders in dit project kan dromen.

Wat wil ik maken?

Als je de post van vorige week nog niet gelezen hebt. Dit wil ik graag maken:

Het is de Seeds and Stems Cowl uit het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen. Ieder jaar probeer ik een sjaal/cowl/shawl te maken die me eindelijk eens zou passen. Want al was vorige winter niet echt koud, nu dat mijn haar wat langer is en het meer in een staart draag, wil ik graag iets dat mijn hals lekker warm kan houden. Tot nu toe waren ze niet praktisch, te lang, te los of net niet zoals ik wou. Op de foto ziet hij er wel precies uit zoals ik willen.

Wat me ook onmiddellijk aansprak, was dat het met (zo goed of) handgesponnen wol gebreid is. En dat liet me dan weer dromen over spinnen. Misschien kan ik de wol zelf maken voor dit project. En dat liet me dan alweer dromen over de kleuren van natuurlijke verfmiddelen.

Wie me kent, weet dat ik een zero waste levensstijl toepas. En dat wil ik graag doortrekken. Niet alleen dus in de natuurlijke verfmiddelen, maar ook in wat anderen zien als afval. Wat dacht je van de restjes van die heerlijke kop koffie waar je zo van genoot. Of wat doe je met al die uienschillen die je onderaan je bak vindt? En al kan je van de pit van een avocado zien hoe je eigen boompje groeit, ook dit (en de schil) zou ik kunnen gebruiken. Maar er zijn er nog zoveel meer. Ik kijk er al naar uit om dat konijnenhol helemaal te gaan ontdekken.

Wat vind ik belangrijk?

Maar de essentie is om te vertragen en te genieten van het maken. Weg met al die drukte en haast. Ik heb het helemaal gehad. Vandaar de langere termijn van ongeveer 9 maanden die ik mezelf wil gunnen. Want aangezien dat ik rauwe wol breiklaar wil krijgen, heb ik echt wel tijd nodig. En iedere stap van het proces wil ik evenveel eer aan doen en van kunnen genieten.

Het is iets dat aan bod komt in het boek Seasonal Slow Knitting. Als breier ben je zo bezig met het maken van dingen, dat je niet helemaal stil staat bij wat er allemaal aan te pas komt. Maar wat ik prachtig vind, is hoe alles loopt doorheen de seizoenen. Daarom wil ik de lente vrijmaken voor het verfgedeelte. De zomer is dan voor het spingedeelte en in de herfst kan ik dan aan de slag met het breigedeelte.

Dit project omvat dus drie stappen. En omdat ik van rauwe wol start, heb ik echt het gevoel dat ik terug naar de oorsprong ga. Vandaar ook de naam van deze uitdaging. Ik kan er niet onmiddellijk mijn vinger opleggen, maar dat op zich geeft me al een geborgen gevoel. Ik kan het misschien nog het best omschrijven als “weten waar je vandaan komt en je verhaal kunnen vertellen”. En dat geeft me dan alweer een gevoel van acceptatie en geborgenheid, net zoals wat ik wil dat de cowl me zou geven.

Wat kan ik leren?

Zoals bij elk project staan we niet stil, maar leren we iets nieuws. Naast het vertragen en genieten (en het hierboven zonet binnengekomen besef) wil ik mijn woltechnieken een kans geven om te groeien. Vorig jaar lukte het me niet echt om wol te verven en was ik wat gefrustreerd. Maar ik ben helemaal klaar om het opnieuw te proberen.

Welke kleurmiddelen zou ik kunnen gebruiken? Er bestaan extracten of planten die je kan kopen. En ik was al in mijn hoofd begonnen met plannen, ik besefte plots dat ik er al een paar had. Anderen zijn dan weer moeilijk te verkrijgen. En nog anderen zou ik nu en in de nabije toekomst kunnen planten om ze later te kunnen gebruiken. Ik ben zo benieuwd naar welke plant of restproducten welke kleuren zullen geven. Ik ben al helemaal klaar om dat te gaan uitzoeken.

Om de cowl te kunnen breien, wil ik de wol net juist krijgen. Dat zal een grote uitdaging zijn en wat extra aandacht vragen. Welke dikte heb ik nodig? Hoe ziet mijn enkele draad er dan uit? Welke spintechniek heb ik daar dan specifiek voor nodig? De zomer wordt een fantastische tocht door de spinwereld. Ik ben er al helemaal klaar voor om de wol zachter te kunnen maken en volledig tot zijn recht te laten komen.

Op breiniveau wil ik vooral de gebruikte motieven onder de knie krijgen. Ik ben niet zo voor kabels, ik weet niet waarom. En al staat het niet zo omschreven, er zijn wel steken die met een kabelnaald afgehaald worden en dan ook nog eens door de achterste lus gebreid worden. Die technieken zijn nogal nieuw voor mij. Tijdens de test die ik al even deed (want ik kon alweer niet wachten), merkte ik wel dat het motief meer tijd zal vragen om te breien. Ik ben al helemaal klaar om te kunnen vertragen en genieten.

Niet te snel willen gaan en eerst nog wat dromen, lijkt me ideaal. Ik neem dus alvast mijn eerste stop. Hmmm, die naam lijkt me nog niet oke. Want ik sta niet stil. Ik ga ook niet achteruit. Het is een moment om even op adem te komen en mindfull te zijn. Een beetje als een bevoorradingsmoment in de koers. Heb jij een goeie naam hiervoor?

Bronnen