Droomproject

Het proeflapje toegepast op het patroon (deel 2)

Vorige week hadden we het al over het proeflapje. Maar ondertussen is mijn definitieve versie af en ik vind het prachtig. En vandaag wil ik je tonen hoe dit mijn patroon zal beïnvloeden. Helaas was ik weer een beetje te snel en ben ik de niet geblokte afmetingen vergeten op te schrijven. Maar de belangrijkste (geblokte) afmetingen en berekeningen staan genoteerd:

  • steekverhouding: 10 cm x 10 cm = 15 steken x 20 rijen
  • voor 1150 steken weegt het proeflapje 22 g
  • dikte van de naald: 6 (boord 5)

Eerst nog even dit

Er zijn een paar variabels die een andere steekverhouding geven. Stel dat je een patroon wil volgen, maar je komt niet op dezelfde steekverhouding, dan krijg je een resultaat met andere afmetingen. En dat is niet wat je wil, natuurlijk.

Je kan de naalddikte aanpassen. Als je een te grote steekverhouding hebt, werk dan met een dunnere naald. Dat kan soms op een kwart schelen, maar op grote stukken kan dat een impact hebben. Ook als je een te kleine steekverhouding hebt, kan je met een dikkere naald werken.

Het materiaal van de naalden heeft ook een impact. Dat heeft te maken met de wrijving tussen wol en naald. Metalen naalden zijn doorgaans iets gladder dan bamboe. En je breit er dan ook iets losser mee. Hout is een goeie tussenoplossing. Probeer de verschillende soorten eens uit.

Wist je dat je gemoed je elke dag anders laat breien. Als je die ene dag wat meer gespannen bent, zullen de steken ook iets strakker gebreid zijn. Als je blij bent, brei je meestal iets losser.

De wol die je gebruikt, is een hele belangrijke. Als je niet de wol uit het patroon gebruikt, heb je altijd een andere steekverhouding. Niet alleen de dikte, maar ook de soort speelt een rol.

Daarom pas ik meestal de afmetingen van het telpatroon toe om mijn steken te berekenen. Dit is de omgekeerde weg, maar dit is toch mijn favoriete werkwijze. Dan hoef je niet zitten zoeken tot je de juiste naald gevonden hebt, maar brei je gewoon het aantal steken dat je nodig hebt. En hier komt net het proeflapje zo goed van pas.

Berekeningen

Aan de hand van de info die ik uit mijn proeflapje kon halen, heb ik het totale aantal bolletjes kunnen berekenen. Daarnaast weet ik nu ook hoeveel rijen per kleur ik nodig heb om bovenaan goed uit te komen en heb ik mijn planning kunnen maken.

Dit is het telpatroon:

Maakt deel uit van het patroon Raspberry Flirt van Drops Design

Aantal bolletjes

Voor de maat small heb ik als voor- en achterpand 2x 50 x 56 cm nodig. Wat omgerekend 8400 steken is. Voor een mouw heb ik 25 x 52 cm en dat is 7904 steken. Dus voor mijn ganse werk tel ik 24 704 steken. (Pff) En dat wordt dan 472,60 gram wol. Dat zijn 4 sets. Ik heb er dus nog 2 bijbesteld.

Ja, ik weet het. Het kan zijn dat er een kleur verschil in de wol zit. Maar ik ga ze combineren. Eén bolletje van de wol die ik al heb met één bolletje van de nieuwe wol. Het is toch dubbele draad. Dus zal je dat echt niet zien.

Aantal rijen per kleur

Om de totale hoogte van het voor- en achterpand te bekomen, zal ik 112 rijen breien. Ik heb 9 kleursecties (AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE). Dus dat is 12 rijen per kleur. Voor de mouwen heb ik 104 rijen nodig. Dus 11 rijen per kleur. Dat ziet er al een pak haalbaarder uit, vind je ook niet?

Planning

Een tijdje terug had ik al een planning opgesteld in uur. Maar nu kan ik dit toepassen op het aantal rijen. Over het ganse project tel ik 432 rijen verspreid over 12 weken. Dus 36 rijen per week. Als ik dit opnieuw in het schema stop, kom ik dan het volgende uit:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 14 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 24 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 34 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 44 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 54 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 64 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 74 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 84 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 94 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 104 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 114 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 124 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen

Dat wil zeggen dat ik in week 7 aan de mouwen zal kunnen beginnen. Omdat we nu in een tweede golf van besmettingen zitten, zijn de brei-avonden geen optie. Dus hou ik rekening met één uur tijdens de week en 4 uur tijdens het weekend.

Impact op het patroon

Als je jouw steekverhouding kent, kan je een patroon voor je zelf herwerken. (Let altijd op met copyright en deel niet zomaar een patroon, aangepast of niet!). En dat is eigenlijk heel eenvoudig. Vul het aantal steken dat je nodig hebt in en pas je aantal rijen aan. Essentiële instructies, zoals de boord, afkantingen, meerderingen en minderingen, …, blijf je gewoon volgen. Je past ze enkel aan naar jouw steekverhouding.

Oké, voor mij lijkt dat allemaal peanuts, maar ik kan er in komen dat voor de beginnende en misschien ook gemiddelde breier dit chinees lijkt. Maar ik heb dit geleerd door te proberen en te falen. Maar toch wil ik je hiermee even op weg zetten.

Eigenlijk kan je de essentiële instructies zien als de handelingen die het werk vorm geven. Als er staat dat er geminderd wordt aan de armsgaten is dat iets dat je blijft volgen. Je past enkel het aantal steken aan, zodat je de maat kan blijven behouden. En soms zal dat wat puzzel- en rekenwerk zijn. Maar laat je er vooral niet van afschrikken.

Wat is jouw manier om de steekverhouding aan te passen?

Bronnen:

Droomproject

Het proeflapje deel 1

Wat als je nu die hele mooie trui gemaakt hebt. En als je die wil passen, ontdek je dat hij te klein of te groot is. Wat een ramp. Niemand wil dat meemaken. Maar uit eigen ervaring kan ik wel zeggen, dat het helaas te vaak voorkomt.

Gelukkig is er een truc om het goed te doen. En dat is een proeflapje. Ik geef eerlijk toe dat dit even vervelend als hulpvol is. Maar als je een paar dingen in gedachten houdt, komt dat dik in orde. Het proeflapje zal je beste vriend worden.

Wat

Wat is een proeflapje nu juist, hoor ik je denken. Het is een miniversie van het project dat je wil maken. Het toont je hoe de steken zich zullen gedragen als je op een bepaalde manier breit, zonder dat je al een heel groot stuk moet breien.

Deze info kan je er uit halen:

  • hoeveel steken je breit op 10cm (horizontaal)
  • hoeveel rijen je breit op 10cm (verticaal)
  • het gewicht
  • de dikte van je naalden
  • of je de steek/combinatie mooi vindt

Steekverhouding

Op het etiket van je wol staat al een steekverhouding van 10 x 10 cm opgegeven, maar soms kom je toch anders uit. De ene persoon breit nu eenmaal vaster dan de andere. Maar wat niemand je vertelt heeft (buiten ik nu), is dat je best het proeflapje wat groter maakt. Ik maak het 12 x 12 cm. Daardoor krijg je een beter beeld van de steken en rijen. Want zeker in tricotsteek durven de randen wel eens omkrullen en kan je daardoor verkeerd tellen. Het aantal steken en rijen lees ik wel nog steeds op 10 cm af, want dat rekent veel makkelijker om.

Om dit af te lezen bestaan er verschillende hulpmiddelen. Een latje is het eenvoudigst, maar je kan er ook een beetje mee foefelen en dat is niet wat je wilt. Daarom heb ik mijn eigen stekenlezer gemaakt. Nu ik deze een keer gemaakt heb, kan ik deze steeds hergebruiken. Al is ze niet zo handig bij donkere wol, voor lichte is ze fantastisch. Ben je niet zo’n doe het zelver, er bestaan er een heel aantal dat je kan kopen.

Om dan om te rekenen naar de grootte van je project, gebruik je het regeltje van drie. Wie had gedacht dat je voor handwerk nog wiskunde zou nodig hebben. Maar deze regel is eigenlijk alles dat je nodig hebt. Gelukkig is die gemakkelijk toe te passen (als je weet hoe het moet, natuurlijk).

Gewicht

Naast het aantal steken en rijen kan je ook het gewicht van je proeflapje noteren. Dan kan je voor het ganse project uitrekenen hoeveel wol je nodig hebt.

Dit doe je zo: je telt het totaal aantal steken dat je op je proeflapje hebt. Dat is het aantal steken op één rij maal het aantal rijen in totaal + 1 (de afkantrij). Dan weeg je het proeflapje. Nu weet je hoeveel steken een bepaald gewicht geven.

Dan ga je aan de slag met het berekenen van het totale aantal steken en rijen dat je zal nodig hebben voor je volledige project. Niet verschieten hoor, want het zijn er heel veel. Opnieuw kan je met het regeltje van drie dan omrekenen wat het totale gewicht zal zijn.

Ik tel de opzetrij er niet bij, omdat dit mijn marge is. Er is altijd een beetje verlies bij het begin en einde van een bol. Dus zo kan je dat een beetje compenseren. Ben je niet zeker, het is altijd beter om wat wol te veel te hebben, dan te weinig. Die restjes zullen wel op geraken.

Daarna kijk je het gewicht van het bolletje wol na. Deel het totale gewicht door het gewicht van één bol. Rond het getal altijd naar boven af, want je koopt de wol per bol. En zo weet je hoeveel bollen je in totaal nodig hebt.

Sommige mensen, zweren bij meter in plaats van gewicht. In dat geval trek je het proeflapje weer uit en meet je hoeveel draad je gebruikt hebt. Daarna doe je dezelfde berekening. Maar voor mij lijkt dat gewoon te omslachtig. Kies vooral zelf wat jij het belangrijkst vindt.

Dikte van de naalden

Vorige week had ik al een soort van proeflapje gemaakt, maar ik vond dat de steken iets te los zaten, dus besliste ik om fijnere naalden te gebruiken. Ik ben nog bezig aan de remake (zie volgende week).

Dit is iets dat je er dus op voorhand kan uithalen. Het zou toch echt zonde zijn als je halverwege het project zou zitten en dat je dan beslist dat de steken te los of te vast zijn. Het zal je een hoop ellende besparen als je dit eerst uittest op het proeflapje.

Steek/combinatie

En hetzelfde geldt voor de steek die je gebruikt. Je kan pas echt weten of je die mooi vindt en wat het resultaat zal zijn met de gekozen wol, als je eerst een kleine test doet. Als het resultaat niet helemaal jouw ding is, kan je nog steeds aanpassen en zal je veel meer plezier hebben aan het onmiddellijk juist breien (of haken) van jouw project.

Twee soorten

Dit is heel belangrijk om in gedachten te houden. Er zijn twee soorten: geblokt en niet-geblokt. Het verschil zit hem in afgewerkte en niet-afgewerkte afmetingen. De opgegeven maten in het patroon zijn altijd geblokte maten.

Zolang het werk op de naalden zit, heb je de niet-geblokte gegevens nodig. Omdat je het werk nadien zal willen wassen, en er bij wassen verschrikkelijke dingen kunnen gebeuren met je vol liefde gecreëerd project, heb je de maten nodig nadat je het proeflapje gewassen hebt. En dat doe je door het proeflapje te wassen, zoals je het project zou wassen.

Na het wassen noteer je opnieuw de steekverhouding en je gebruikt die om de uiteindelijke steken op te zetten en aantal rijen te breien. Persoonlijk gebruik ik daarna de niet-geblokte gegevens niet echt meer. Maar zo kan je wel zien wat een verschil het soms kan maken. En dat kan dan weer het verschil zijn tussen een passende of te grote/kleine trui.

De meeste mensen trekken hun neus op als ze het alleen nog maar zien staan. Maar het proeflapje heeft zijn nut bewezen. Voor mij toch. Hoe sta jij er tegenover?

Bronnen: