Basis

In de ban van spinnen

De laatste tijd ben ik nogal in de ban van het spinnen. Dat wil zeggen als ik tijd vind tussen de drukke momenten door. Sorry dat het wat stiller was de afgelopen periode. Op dit moment ben ik heel hard bezig met de juiste balans tussen drukte en rust te vinden. En spinnen helpt, want door de bewegingen ga ik vertragen. Dat wil wel zeggen dat mijn breiwerk wat aan de kant ligt.

Beslissen

Ik ben bezig geweest met mijn sokkenwol. Dat is een mengeling van Blauwe texelaar, Swifter en lokale wol die ik bij Annick geverfd heb met natuurlijke verfmiddelen. Er is gele (wouw), rode (meekrap) en paarse (blauwhout) wol. Voor elk kleur heb ik beslist om de drie wolsoorten samen te kammen om een homogener resultaat te hebben.

Daarna ben ik een onderzoek begonnen met hoe ik wil spinnen en twijnen om een goeie sokkenwol te bekomen. Via een les van School of Sweet Georgia, Spin to knit socks, kreeg ik een mooi overzicht van de mogelijkheden. Ik wil dat mijn sokkenwol sterk is en dat er niet onmiddellijk gaatjes vormen. Maar ik wil ook dat ze zacht en warm is.

Aan de hand van die eigenschappen maak je een compromis: worsted spinnen is sterker dan woolen spinnen. Maar woolen spinnen geeft zachtere en warmere wol. Omdat geen gaatjes toch voor mij het belangrijkste is, koos ik voor worsted spinnen. Maar wat ken ik er van? Ik heb echt nog niet genoeg ervaring om dit al zo te kunnen beslissen. Laat ik maar gaan voor trial and error. Als het niet het gewenste resultaat geeft, heb ik er tenminste uit geleerd.

Dus was worsted spinnen de beste oplossing. En om het extra stevig te maken, wou ik kiezen voor een driedubbele draad. Crepe garen leek me het stevigst en meest haalbaar. Dat las ik ook in het boek The Spinner’s Book of Yarn Designs van Sarah Anderson. Bij dit type garen twijn je eerst twee enkele draden, daarna spin je nog een derde draad in dezelfde richting van het twijnen. Die twee twijn je dan nog eens in de omgekeerde richting. Voila, een supersterke sokkenwol met drie draden.

Een vleugje angst

Ik had wel een beetje schrik voor het worsted spinnen. Zou dit een mooi resultaat geven bij het breien? Toen ik mijn eerste breitest voor de back to basic Seeds and Stems Cowl deed, dacht ik ook dat het mooi zou breien, maar uiteindelijk was het veel te touwachtig.

Ik ben zelfs bang om mijn sokkenwol uit te proberen. Het is zo mooi om naar te kijken. Wil ik het echt al in een balletje draaien en teleurgesteld worden? Maar ja, het zal er toch wel eens van moeten komen, anders kom ik nooit aan het effectief breien van dat paar sokken. En wat voor zin had het dan allemaal. Ja, toch? Binnenkort vind ik de moed er wel voor.

Binnenkort, want ik wil graag eerst alle drie de kleuren af hebben voor ik mijn proeflapje maak. Want ik heb zo zitten denken. Ik zal van elk kleur niet genoeg hebben om de sokken te breien die ik wil (Curio Socks van Andrea Mowry). Ik zal dus nog een 4e neutrale kleur nodig hebben als hoofdkleur. Of misschien zelfs een 5e. Want ik dacht zo ongeverfde wol voor de rode en paarse kleur en bruine wol voor de gele kleur. Maar dan heb ik nog wat Swifter nodig. Blauwe texelaar heb ik nog liggen.

Maar eerst nog

Ik ben nu nog maar bezig met het kammen van de paarse wol. Dan pas kan ik ze spinnen en twijnen. En dan kan ik gaan zoeken naar extra wol voor mijn neutrale kleuren. Tussendoor ben ik daarom even aan de slag gegaan met de vezels die ik kocht van Annick op de hobbybeurs in Middelkerke.

Deze drie vlechten wil ik combospinnen. Dus wordt het automatisch een driedubbele draad. Elke vlecht wordt een enkele draad. Het is niet de bedoeling om ze te twijnen als sokkenwol. Dus zou ik ze gewoon traditioneel allemaal in dezelfde richting willen spinnen en twijnen. En omdat de vezellengte nogal kort is, heb ik ze eerst op mijn kaarders behandeld om rolags te bekomen. Daarna wil ik ze woolen spinnen, hopelijk long draw. Voor deze wol heb ik een trui of shawl in gedachten.

Zoals je ziet, heb ik al veel gedaan, maar heb ik ook nog wat werk voor de boeg. Elke dag een beetje en ik kom er wel. Met wat ben jij op dit moment bezig?

Bronnen

Inspiratie

Hobbybeurs Middelkerke

Hallo, ik ben terug. Je vroeg je misschien al af waarom het even duurde. De afgelopen weken zijn zo enorm druk geweest weer. Ik had even nood aan wat rust. Al is dat er niet echt van gekomen. Maar tussen het geloop en gevlieg door heb ik ook wat tijd kunnen maken voor de leuke dingen in het leven.

Spinnen en zoveel meer

Vorige week zondag, bijvoorbeeld, was het hobbybeurs in Middelkerke. De ideale kans om eens rond te snuisteren tussen de prachtige dingen die anderen maken. Het was eigenlijk door de spinclub dat ik aanwezig was. We mochten komen spinnen als we wilden, tuurlijk zeg ik daar geen nee tegen. En ik heb ook van de gelegenheid gebruik gemaakt om wat wol van het Sjettekastje uit te stallen. Win-win-win.

Het was ook nu of nooit voor de klosjeswedstrijd. Iedereen heeft zijn uiterste best gedaan en heeft een mooie creatie kunnen indienen. Wolhalla van Veronique en Bernard is de terechte winnaar geworden. Mijn taart is 8e geworden.

Kraampjes

En wat heb ik zo’n mooie dingen gezien! Ik vind het fantastisch hoe creatief we met zijn allen kunnen zijn. We hebben elk onze eigen kijk op de wereld, maar toch zijn we met elkaar verbonden door onze creaties. Leuk hoe het ons zo kan samen brengen.

Er waren kraampjes met kaartjes, aardewerk, juwelen en kerstdecoratie, maar natuurlijk kijk ik vooral naar het brei- en haakwerk dat verkocht wordt, tja beroepsmisvorming. En wat me direct opviel was amigurumi. Er waren zoveel mooie creaties.

Bij het aanspreken van een paar mensen, hoorde ik dat velen dit enkel als hobby doen. Wat leuk dat ze zo wel hun creaties kunnen delen met anderen. Maar ik heb ook een paar verkopers gevonden die het professioneel aanpakken. En net daarvoor was ik afgekomen. Maar ook voor al de rest natuurlijk. Ik ben veel te enthousiast om de rest niet mee te pikken. Vandaag wil ik er een paar met je delen.

JenCrochet

Jennifer Verleyen is de persoon achter JenCrochet. Ik vond dat ze zoveel mooie dingen had uitgestald staan. Vooral de mandjes in het midden. Zo mooi met plantjes erin. Het was haar eerste hobbybeurs, maar dat zou je niet zeggen. Het is alsof ze het al jaren doet. Prachtig gewoon.

Jennifer Verleyen
Nederenamestraat 165
9700 Oudenaarde
jenniferverleyen@hotmail.com
https://www.facebook.com/profile.php?id=100063917209087

Arifranel

Dit was een stand om bij weg te dromen. Zo’n leuke stofjes en zo’n mooie naaicreaties. Ik kon niet kiezen, want ik vond het allemaal prachtig. Na een serieuze overweging ging ik voor dit mandje. Er zijn 2 groottes: klein en groot. Al koos ik bijna voor het zakje dat ze in dezelfde stof gemaakt had. Het mandje staat nu op het tafeltje in mijn inkomhal en ik krijg een instant goed gevoel als ik er naar kijk.

Fransy Dereere
Manitobalaan 9
8470 Gistel
0477/427771
fransy_dereere@hotmail.com
https://www.facebook.com/fransy.dereere.5

Atelier Wulle & Papier

En dan mijn favoriet. Annick Keters had zo’n prachtige stand met wol en vezels. Ook hier kon ik weer niet kiezen. Maar omdat lontwol al lang op mijn verlanglijstje stond, ben ik daarvoor gegaan. Ik heb drie kleuren kunnen bemachtigen en weet al wat ik er mee wil maken. Ik ga voor een combinatiespin. Dat wil zeggen drie enkele draden van telkens een kleur. Tenzij de plannen nog zouden wijzigen natuurlijk. Dat weet je nooit.

Annick Keters
Lombardsijdelaan 53
8434 Westende
atelierwullepapier@gmail.com
atelierwullepapier.wordpress.com

Ik was moe, maar voldaan toen ik zondagavond thuis kwam. Ik heb mijn lontwol geëtaleerd in mijn hobbyhoek en kijk er vol verlangen dagelijks naar. Maar ik wil toch nog structuur houden, dus zal ik er pas later mee aan de slag gaan. Eerst mijn sokkenwol en daarna had ik nog iets anders in gedachten met een mengeling van alpaca en wol. Wat wordt jouw volgende creatie?

Bronnen

Nieuwe werken

Proteïneverven en kleur

Weet je nog dat ik pas kon beginnen met spinnen van mijn sokkenwol wanneer het huidige spinproject klaar zou zijn? Wel, die dag is aangekomen. En het resultaat wil ik graag met je delen vandaag. Het is de allereerste keer dat ik met proteïneverven gewerkt heb en het is nogal een experiment geworden.

Proteïneverven

Naast natuurlijke verfmiddelen heb je ook proteïneverven om wol en andere dierlijke vezels te kleuren. In plaats van planten zijn dit eerder chemische kleurstoffen. Ze geven dan ook veel fellere kleuren en dus een heel ander resultaat. In het Engels worden ze Acid Dyes genoemd, omdat je een zuur (in mijn geval azijn) nodig hebt om de kleur te laten binden aan de wol.

Het was Annick die me kon overtuigen om deze techniek te leren. Omdat ik heel bewust ben van de manier waarop ik omga met mijn omgeving, stond ik wat weigerachtig ten opzichte van chemische verfstoffen. Want je weet maar nooit. Iets dat niet natuurlijk in de wereld aanwezig is, kan eventueel schade toebrengen. Maar tijdens een workshop heeft ze me getoond dat je veel minder energie en water nodig hebt. En zo wordt komt alles weer in balans.

Proteïneverven geven ook zo’n mooie kleuren. Het resultaat is echt volledig anders en je kan het dus helemaal niet vergelijken met natuurlijke verfmiddelen. Al vind ik nu dat beide hun charme hebben. Misschien blijf ik ze in de toekomst wel beide toepassen. Wie weet.

Wol

We kleurden een mengeling van wolsoorten (waaronder Rouge de l’ouest, Swifter, Blue de maine, Masham, Merino, Wensleydale, Texelaar en English Leister). Door de wol niet te kammen en de lokken op zijn geheel in de verfpot te doen, bekom je mooie kleurschakeringen. Wat dan weer een interessant resultaat geeft tijdens het spinnen.

Na wat theorie, hebben we twee verfpotten gemaakt. Mijn eerste pot bestond uit geel, groen en blauw in strepen. Links in de pot deed ik groen. In het midden geel en rechts blauw. De volgorde heeft te maken met het bekomen van bruin wanneer bepaalde kleuren gemengd worden (in dit geval groen en blauw). Tussen het geel en blauw kreeg ik een frisser groen, die voor een hele mooie combinatie zorgde.

In de tweede verfpot heb ik geel, rood en paars gecombineerd. Maar hier wou ik eens iets anders proberen en werkte ik in cirkels. Aan de rand paars, in het midden geel en rood ertussen in. Op de een of andere manier ontwikkelde ik een kuiltje en kon het paars in contact komen met het geel. Samen geeft dat bruin. Maar ik ben eigenlijk aangenaam verrast, want het komt olijfgroen uit en ik vind het een prachtig kleur.

Spinnen

Bij het zien van die prachtige kleuren kon ik niet wachten om er mee te spinnen. Maar ik wou wel een plan hebben. Origineel was het de bedoeling om een enkele draad uit de eerste verfpot te combineren met een enkele draad uit de tweede verfpot. Maar toen was ik ook wat bang dat er te veel kleur zou zijn. Want dan krijg ik zo goed of het hele kleurenwiel in één streng. Zou dat op iets trekken?

Daarom heb ik een kleine aanpassing gedaan in het plan. Ik wou een streng met twee draden uit dezelfde verfpot elk. En met de overschot zou ik dan de mengeling maken. En het resultaat mag er zeker zijn. Van alle strengen. Ik ben even tevreden met alle drie de kleuren.

Nu heb ik drie kleuren die bij elkaar passen en die in elkaar overlopen. Ideaal om een fade-project mee te maken. Zo waar je van het ene kleur overgaat naar het andere, je weet wel. Al denk ik dat ik niet genoeg heb voor een groot project. Maar dan nog kan ik combineren met een neutrale kleur, hé.

Uiteindelijk heb ik meer wol van de ene verfpot dan van de andere. Maar voor dit project stoort me dat eigenlijk niet echt. Van streng(en) A (geel, groen en blauw) heb ik nu 77g. Van streng B (geel, groen, blauw, rood en paars) heb ik nu 55g en van streng(en) C (geel, rood en paars) heb ik nu 126g.

Ervaring

Dit was heel leuk om te doen en het heeft zeker mijn blik op wol verven verruimt. Met deze techniek is zoveel mogelijk. Al geef ik eerlijk toe dat de kleuren voor mij heel gedurfd zijn. Ook al passen de kleuren goed bij elkaar, ik heb het gevoel dat ik de volgende keer toch misschien wat meer op veilig zal spelen.

En ook het spinnen zelf was bijzonder. De verschillende soorten rassen hebben verschillende eigenschappen en vezellengte. De Wensleydale krult enorm, terwijl er andere wat ruwer zijn en de Merino dan weer zachter. Omdat ik de lokken niet kon kammen (want dan zouden al die mooie kleuren verdwijnen) vroeg het toch wat aanpassen tussen het spinnen van de verschillende lokken.

Deze wol leg ik even aan de kant tot ik weet wat ik er mee wil maken. Maar nu kan ik wel aan de slag met mijn sokkenwol. Al heb ik wel nog wat kamwerk voor de boeg voor ik zover ben. Wat zou jij met deze wol willen maken?

Bronnen

Back to basics

Getwijnd en al

Vorige week was ik klaar met spinnen. Deze week ben ik klaar met twijnen. En met een beetje trots kan ik je dit resultaat tonen: 6 vlechten van mijn eigen hand gesponnen wol. Wauw. Nu weet ik weer, waarom ik deze back to basics uitdaging aanging.

Twijnen

Als je een enkele draad klaar hebt, wordt die meestal nog getwijnd om steviger garen te bekomen. Bij handgesponnen wol vind je heel vaak 2-draads of 3-draads garen. Maar je kan eigenlijk zo ver gaan of je zelf wilt. Je kan ook die enkele draad houden en dat lichtjes vervilten voor stevigheid. En er zijn zelfs nog een heleboel type andere garen die je kan maken (maar dan zou ik alweer te veel uitweiden…).

De bedoeling van deze Tour de Fleece was om een 2-draads garen te maken. Dus heb ik de bobijnen stuk voor stuk getwijnd. Dat wil zeggen: van 2 draden 1 maken door ze in de omgekeerde richting te spinnen. Door de twist van de enkele draden omarmen ze elkaar dan mooi en zo wol krijgt zoals we die vanuit de winkel kennen.

Extra zorg

Maar na het twijnen ben je er ook nog niet helemaal. Door het spinnen van de enkele draad en het twijnen naar een dubbele draad zit er nu enorm veel twist en spanning in de vlecht, waardoor die alle kanten op krult.

Door ze in warm water (al dan niet met een beetje wolwasmiddel) te laten rusten en daarna licht te stretchen, krijgt de wol een deel van zijn oorspronkelijke eigenschappen terug. Zo krijg je een meer handelbaar garen. Er zijn opnieuw een paar extra stappen die je kan doen (zoals vilten en er mee op tafel slaan – ja echt), maar ik ben tevreden met het resultaat dat ik zo krijg. Daarna laat je het hangend of liggend (mijn voorkeur) drogen.

Wat gegevens

Blijkbaar heb ik toch wat meer wol gesponnen dan ik dacht. Want als ik het zo allemaal bij elkaar samentel kom ik zeker aan meer dan de 422g die ik noteerde gekamd te hebben. Maar zoveel te beter, want je hebt natuurlijk liever wat meer wol dan dat je er tekort zou hebben.

Het is me niet gelukt om elke vlecht even zwaar te maken, maar dat had ik ook niet verwacht. Ik heb telkens getwijnd tot de bobijn vol was. Of tot ik dacht dat ze vol was, want de een is dus al zwaarder dan de andere geworden:

  • vlecht 1 (vrnl): 73g
  • vlecht 2: 89g
  • vlecht 3: 85g
  • vlecht 4: 81g
  • vlecht 5: 84g
  • vlecht 6: 51g

Bij het aantal meter natellen van de eerste vlecht, merkte ik op dat ik niet aan de lengte kwam van mijn testwol. Ik had 171m op 73g (of 234m op 100g) ipv 270m op 100g. Wat ik toch jammer vond. Maar wat misschien wel normaal is, want dit is geen lopende bandwerk. En ook al heb ik zoveel mogelijk geprobeerd om dezelfde dikte aan te houden. Hier en daar zit er wat variatie in.

Zoals je kan zien, zijn er donkerdere plekken en lichtere plekken waar ik de draden heb gecombineerd. De volgorde van mijn bobijnen, zat wel goed in elkaar. Maar de eerste bol met enkele draad die wat lichter is en de tweede bol met enkele draad die ik donkerder maakte om dat te compenseren, kwamen niet in de juiste volgorde na elkaar. Waardoor het donkere stukken van de bollen samenvielen en de lichtere stukken overbleven.

Waar licht en donker elkaar wel overlappen, krijg je een gemarmerd effect. Zeker in een 2-draads garen is dat heel goed te zien, want de kleuren wisselen elkaar direct af. Dit was eigenlijk niet de bedoeling. Maar ik kon het niet anders oplossen door tijdsnood. Mijn tip aan mezelf voor volgend jaar, is zeker op tijd beginnen verven. En al was het de bedoeling niet, het geeft wel extra karakter en nuance aan de wol.

Opnieuw verven of niet?

Als ik de wol zo van ver bekijk, vind ik de kleur oké. Je ziet heel duidelijk dat het niet meer wit is, maar bruin. En eigenlijk geen lichtbruin, waar ik wel wat schrik voor had na al die lichtere verfbaden. Maar van dichterbij weet ik het zo goed niet. Ik denk dat ik het gemarmerde effect niet zo mooi vind.

Dus wil ik misschien wel een plan B maken. En dat wil zeggen dat ik weer zou verven. Maar welk kleur dan? De kleuren die ik tot nu toe verfde, vind ik minder geschikt. En een tijdje geleden zei ik vlierbes, want de paarse kleur is schitterend. Maar bessen zijn blijkbaar kleuren die heel snel vervagen en ik wil toch graag wat langer van het eindresultaat kunnen genieten.

Sinds het voorjaar heb ik niet stil gezeten en heb ik stilletjes aan geïnvesteerd in mijn eigen plantenverftuintje vooraan aan mijn huis. Ik heb een heleboel lavendel in lange bakken op mijn vensterbank gezet, samen met grote potten hibiscus en eucalyptus naast de deur op de grond, ik heb plantendelen langs de kant van de weg gevonden en ook een deel gekregen van anderen. Ik zou dus gerust een nieuwe verftest kunnen doen.

Over het garen ben ik heel tevreden, over de kleur iets minder. Hmmm, wat is jouw mening?

Back to basics

Finish

De Tour de Fleece voor dit jaar is afgerond. Ik ben aangekomen en heb netjes mijn schema kunnen volgen. Woop, woop! Maar ik ben toch ook wel blij dat het gedaan is. Het was zalig om iedere dag even zen te worden door het ritme van het spinnen. Maar de voorkant van mijn enkels zijn blij met een beetje rust.

Planning en afwijkingen

Oké, technisch gezien ben ik iets vroeger aangekomen dan mijn planning aangaf. Ik zou de volledige tour voor mannen spinnen, maar ook die van de vrouwen er bij nemen. Zo kon ik de hoeveelheid over minder dagen spreiden, waardoor ik minder op een dag hoefde te doen. Het leek me haalbaarder. Maar elke dag was ik toch nog ongeveer een uur bezig met spinnen.

Op de eerste dag bij de start van de tour, was er een kunstevenement in Bergues net over de grens met Frankrijk. Daar kon ik niet anders dan meer spinnen dan mijn planning aangaf, waardoor ik een mooie voorsprong kon nemen. Weet je nog? Die eerste dag was een tijdrit waarop ik (door het verrekenen van het aantal kilometer) 2 gram mocht spinnen. Tuurlijk deed ik meer.

En uiteindelijk heb ik ook wat minder wol gekamd en geverfd. Want ik was dat zo moe. Je zou verbaasd zijn hoeveel dat van je vraagt. Dat is urenlang trekken en duwen, je hele lijf staat onder spanning. Elke dag 4 nestjes maken, soms 8. Pff, ik had wat last van mijn schouders en spieren. Omdat ik meer dan de minimale hoeveelheid had, vond ik het best oké om niet meer voor te bereiden.

Bobijnen en cijfers

Dit is het verdict. Ik heb 6 bobijnen af, waarvan 2 met mindere hoeveelheid:

  • bobijn 1: 90g
  • bobijn 2: 97g
  • bobijn 3: 98g
  • bobijn 4: 89g
  • bobijn 5: 48g
  • bobijn 6: 47g

In totaal is dat 469g, wat me raar lijkt… Want ik kamde en verfde maar 422g. Hmm, misschien heb ik de lege bobijnen verkeerd afgewogen. Ik schreef namelijk op elke bobijn hoeveel die woog, zodat ik dat dan kon aftrekken van het volledige gewicht. Het kan dat de weegschaal verkeerd woog of dat ik fout opschreef (waarschijnlijk dat laatste, lol). Ik doe het wel nog eens opnieuw als alle bobijnen weer leeg zijn.

De verschillende kleuren bruin werden zo veel mogelijk door elkaar gemixt om een egaler resultaat te hebben, maar ik weet niet of ik er tevreden mee zal zijn. Voor alle zekerheid pas ik nog een extra verdeling toe. Ik ga bobijnen 5 en 2 combineren, daarna 1 en 4 en 3 en 6. Omdat bobijn 5 een halve is, wordt er ook een overlapping gemaakt tussen 2 en 1 en 3 en 4.

En als ik niet weg ben van het resultaat, verf ik het gewoon opnieuw in een andere kleur. Alles komt goed.

Singles en kwaliteit

Over het algemeen ben ik wel blij met de dikte van mijn singles. Ze zijn woolen gesponnen vanuit gewassen, gekamde wol. En ze zijn vrij gelijk van dikte. Al zit er een kleine variatie op (tja, ik spin ook nog maar 6 weken op het spinnewiel dat ik gebruik).

Ondertussen heb ik wel geleerd dat mijn vezelvoorbereiding nog beter kan. Wat is kemp? En hoe kan ik die verwijderen om zachtere wol te maken? De wol wassen voor het spinnen zou ook helpen en misschien wil ik nog andere voorbereidingstechnieken toepassen.

Ervaring zit er ook voor iets tussen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen is de boodschap. Door elke dag een klein beetje te spinnen, zijn de overgangen tussen de verschillende nestjes wol vlotter geworden. Ze vallen minder op. Ik kan ook langere stukken in één keer door spinnen, waardoor ik minder tijd verlies.

Al helpt goed materiaal natuurlijk ook. Af en toe heeft het spinnewiel olie nodig om vlot te blijven draaien. Het is een wereld van verschil, geloof me maar.

De volgende stap: twijnen. Ook dat zal elke dag een beetje zijn. Te zien hoe ver ik geraak en hoeveel ik op een bobijn krijg. Ik heb er nog één over en ik kreeg de tip om de wol eerst een paar dagen te laten rusten voor er een vlecht van te maken (dank je wel, Claire). Maar eerst even vieren dat ik de eindmeet haalde. Had je gedacht dat ik het zou halen?

Bronnen

Back to basics

Halverwege Tour de Fleece

Met trots kan ik zeggen dat al mijn wol geverfd is, met wat minder trots dat ik het eigenlijk al af wou voor de Tour de Fleece zou starten. Nu zijn we halverwege en ben ik eindelijk waar ik wou zijn. Het was niet evident en er liep heel veel anders of gedacht.

Tijdsnood

Ik heb het verven enorm onderschat. In mijn planning had ik op twee weken gerekend. Eén week om alle wol te kammen en daarna een week om alles te verven. Uiteindelijk zijn het drie weken geworden van elke dag kammen en 2 fases verven. Het waren een paar zware weken. En wat ben ik nu blij dat het gedaan is.

Omdat ik eind juni al serieus aan het panikeren was, heb ik een paar bakken gezocht voor in de oven. Zodat ik een reeks daarin kon doen naast de andere reeks in mijn kookpot. Door twee reeksen tegelijkertijd te doen, wou ik een inhaalbeweging maken.

Zo zag mijn dagprogramma er uit:

  • oven 1e keer: wassen en verfbad klaarmaken
  • oven 2e keer: beitsen en verven
  • pot: wassen, beitsen, verfbad klaarmaken of verven

Voor drie weken lang (met gelukkig toch af en toe een rustdag)

De fases wisselden af. Dag 1 waste ik bad A. Dag 2 waste ik bad B en beitste ik bad A. Dag 3 waste ik bad C, beitste ik bad B en verfde ik bad A. Enzoverder. Dit was allemaal in de oven. Daarnaast had ik nog mijn kookpot met een ander ritme. Dag 1 waste ik bad D. Dag 2 beitste ik bad D en dag 3 verfde ik bad D. Omdat ik telkens maar kleine hoopjes (ongeveer 35g) per keer kon doen, had ik dus heel veel hoopjes en dagen nodig. Veel meer dus dan de geplande week.

De drukte van die dagen heb ik toch wat onderschat. Ik ben nog steeds aan het recupereren van een jaar slaaptekort. Het kroop af ten toe toch in de kleren. Zo had ik op een dag wol in het beitsbad gedaan, zonder beitsmiddel. Ik vond de afgewogen aluin de volgende dag nog in het potje op het werkblad van mijn keuken. Oeps. Dat is helaas niet meer goed gekomen.

Kleurverschillen

Ik zag online een filmpje over wol verven in de oven met acid dyes. En ik dacht dat het ook mogelijk zou zijn met natuurlijke verfstoffen. Het was pas na het wassen, beitsen en verven (3 dagen later), dat ik door had dat het toch niet zo’n goed idee was.

Ik dacht: dezelfde temperatuur en dezelfde periode, dat komt wel goed. Niet dus, op de een of andere manier waren de kleuren veel lichter. En ik weet (nog) niet waarom. De kleur van de wol die uit mijn pot komt is wel oké. Maar nu zit ik dus met heel veel licht gekleurde wol en een beetje donker gekleurde wol.

Hoe ga ik dat nu combineren? Want omdat ik niet alle wol op 1 juli voor handen had, moest ik ook wat creatief zijn om de kleuren te combineren. Hoe zou ik dat gaan aanpakken? Uiteindelijk is het een hele berekening geworden die waarschijnlijk toch niet zal kloppen. Dus ben ik van plan om te doen wat ik kan en de rest aan het lot over te laten.

Combineren en verspreiden leek me de beste oplossing. Als ik 4 bobijnen vol heb, waarvan 1 en 3 met lichtere kleuren en 2 en 4 met donkere kleuren, zou ik 1 en 4 en 2 en 3 kunnen combineren voor het twijnen. Dan komen beide draden zo gelijk mogelijk uit, dacht ik zo.

Maar het zullen waarschijnlijk 6 bobijnen worden. Want vandaag zitten we in de helft en ik heb pas bijna mijn 3e bobijn vol. Dus wordt het dan waarschijnlijk een combinatie van bobijnen 1 en 4, 3 en 6 en 5 en 2. Maar zal er genoeg kleurspreiding op de bobijnen zitten? Ik vrees er voor want elk verfbad is net dat beetje anders (wat volledig normaal is).

Volgende keer beter

Als ik het nog eens zo groot zou aanpakken, zou ik het anders doen. Zeker genoeg tijd nemen om alles te kunnen verven zoals het hoort. Zodat ik mezelf niet voorbij loop, maar er van kan genieten (zoals de bedoeling was). En zeker in mijn kookpot. Ik denk niet dat ik de oven nog zal gebruiken. Die heb ik ten slotte ook nog nodig om eten klaar te maken en het is best om dat niet te combineren.

Op dit moment ben ik nog niet tevreden van de kleur. Misschien betert dat na het twijnen. Als het eindresultaat me niet aanstaat, zal ik het oververven in een lichtere kleur. Dan heb ik lichtere en donkere stukken, maar ten miste één kleur (misschien vlierbes) in plaats van twee. Volgende keer spin ik misschien eerst al mijn wol en verf ik het daarna. Als alles getwijnd is, kan ik de check eens doen of ik zo meer wol in mijn pot kan krijgen.

Als allerlaatste oplossing kan ik nog altijd bolletjes afwisselen tijdens het breien. Dat zal heel veel maskeren. Je hebt waarschijnlijk wel al gehoord van breien met twee bollen en om de twee rijen wisselen. Maar ik zou het zelfs met de drie bollen durven. Dan is elke rij van een andere bol en valt het nog minder op.

Nu kan ik me verder gaan concentreren op het spinnen. Ik zit nog altijd op schema. Woop, woop! Al een geluk. Ik wil echt niet opgeven. Ik kan dit! Met wat ben jij bezig op dit moment?

Bronnen

Back to basics

Worsted vs Woolen

De wol die ik vorige week klaar had, heb ik op een bal gewonden om mee te kunnen breien. En weet je wat? Het zag er wel mooi uit, maar het voelde heel onnatuurlijk om mee te breien. Het was hard, stug en bloeide helemaal niet open. Tja, daar wil ik dan wel geen sjaal van maken. Dus had ik een kleine crisis. De wol zat niet mee, het motief wou ook voor geen meter werken. Het was even tijd om te reflecteren.

Er zat niets anders op om toch even naar andere spinmethodes te kijken, dacht ik. En laat ik mezelf dan beginnen bij het begin in plaats van voorbij te lopen. Want die neiging heb ik nog weleens. Volgens mij begint het bij worsted tegenover woolen spinnen.

Worsted spinnen

Bij deze techniek wordt de vacht samengedrukt, zodat alle lucht er uit gaat. Het is daarom ook kouder. Het resultaat is effen wol die tegen een stootje kan. Ideaal voor ajour (omdat de omslagen heel mooi openen) en steekmotieven (omdat je de steken goed kan zien).

Je laat de twist niet in de vacht komen, omdat je die vasthoudt met duim en wijsvinger. Je laat wat vacht passeren om twist er in te krijgen en dan laat je het op de bobijn winden. Daarna weer wat vacht laten passeren en op de bobijn laten winden. Dat proces wordt telkens herhaalt. Je duwt de vacht bijeen om een egaal resultaat te hebben.

Bij het spinnen van die tweede reeks vorige week, kwam ik uit op 240m per 100g. Maar je kan eigenlijk pas weten welke naald je daarvoor nodig hebt, door de WPI (wraps per inch) te tellen. Dat houdt in dat je telt hoeveel keer je de draad rond een pen of stuk karton kan rollen in één inch. Tadaa, naald 4 net zoals opgegeven. Het mag ook eens meezitten.

Daarom dacht ik dat deze ideaal zou zijn voor mijn patroon. De dikte was oké, het twijnen ook en het zag er net uit als wol uit de winkel. Ik dacht dus echt dat ik mijn spinstijl voor dit project gevonden had. Maar je kan het dus pas echt weten als je een proeflapje maakt.

Woolen spinnen

Bij deze techniek gaat het andersom. Je laat de twist wel in de vacht komen. Dat wil zeggen dat de lucht die tussen de haren zit, er tussen gevangen blijft. Die lucht zorgt voor isolatie en geeft een warmer gevoel. Maar het resultaat is minder egaal. De ene keer dikker, de andere keer dunner. (Ofwel wordt het nog veel oefenen om beter te worden).

De twist mag dus in de vacht komen. Daarom hou je die in een hand vast. Draai met de andere hand net genoeg om de twist los te maken, zodat je de vacht kan laten passeren. Daarna laat je weer los, zodat de twist er opnieuw kan in komen. Effenaan laat je weer op de bobijn rollen. De vacht wordt minimaal gemanipuleerd en wordt daarom zachter en pluiziger.

Dus is dit misschien de oplossing. Want om de wol in het patroon te evenaren, wil ik in de buurt van 366m per 100g komen. Ik had me neergelegd bij 240m, maar met deze spintechniek kan je veel meer meters uit je vacht halen, omdat de lucht er mooi in blijft.

Spintest 3

Een derde spintest was net wat ik nodig had. Tijd om op een woolen manier te gaan spinnen. En tot mijn verbazing vind ik het een heel leuke techniek. Ik was er in het begin niet helemaal voor te vinden, omdat er dus dikkere en dunnere stukken zijn. Maar nu ik het resultaat voel, wil ik daar mee leven.

De wol voelt veel zachter en flexibel aan. En na er even mee te breien, denk ik dat dit manier wordt waarop ik ga spinnen. Maar mijn test was opnieuw te dik. Je zou het kunnen vergelijken met mijn eerste spintest. Wanneer ik het uitreken, kom ik op 180m per 100g. Ten opzichte van 137m per 100g is dat een pak langer.

Maar ik wil dus naar een dunnere draad. En als ik het zo bekijk, zou ik er dubbel zoveel moeten kunnen uithalen om helemaal op dezelfde wol uit te komen als in het patroon. Maar even realistisch. Dat zal waarschijnlijk niet lukken. Ik kan het wel optimaliseren. Maar dat zal wat oefening vragen.

Tijdsnood

Ik begin een klein beetje stress te krijgen. De Tour de Fleece start binnen twee weken en ik heb nog alle wol te kammen en verven. Maar ik weet natuurlijk nog niet hoeveel ik nodig zal hebben. Dat kan ik pas uitrekenen als mijn proeflapje klaar is. En dat kan ik pas doen als ik blij ben met het resultaat van mijn volgende spintest.

Dus kan ik maar beter aan de slag gaan. In het slechtste geval kan ik natuurlijk ook wol blijven kammen en verven in juli, terwijl ik al begonnen ben met het eerste verfbad. Maar ik zou het toch liever vermijden. Want ieder verfbad zal net een beetje anders zijn en om alles zo egaal mogelijk te hebben, zou ik de verfbaden willen combineren.

Aan de slag dus. Denk je dat ik er zal geraken? Ik zou het fijn vinden als je voor me zou supporteren.

Bronnen

Back to basics

Puur spinplezier

Tijd om te starten aan de tweede fase van de back to basics-uitdaging: spinnen. Op dit moment wil ik genoeg wol maken om een proeflapje te kunnen breien. Want ik wil weten hoe dik de wol juist mag zijn en of het dan ook mooi uitkomt als ik er mee brei.

Voorbereiding

Er zijn een heleboel methodes om te spinnen en het gaat er echt gewoon om hoe je de wol wil hebben. Wat voor mij nu vooral belangrijk is, is dat het zo dicht mogelijk aanleunt bij de wol in het patroon. Als enige referentie heb ik 366 meter op 100 gram. Ik ben nog maar een maand bezig met spinnen op een spinnewiel, dus het lag niet zo voor de hand. Maar dit is het resultaat van deze week.

Het patroon gebruikt Garden Wool & Dye Co, maar geeft ook een paar alternatieven. Ofwel een woolen spun die het lekker luchtig en warm maakt. Ofwel een worsted spun waarbij het stekenpatroon goed uitkomt. De manier waarop ik heb leren spinnen is worsted. En omdat ik me heb laten vertellen dat ajour beter uitkomt met 2-ply, heb ik besloten om voor deze twee laatste te gaan. (Sorry voor de Engelstalige termen. Ooit zal ik nog wel ontdekken wat ze in het Nederlands betekenen.)

Dan was uitrekenen hoeveel wol ik nodig zou hebben voor een proeflapje de volgende stap. Maar hoeveel wol kruipt er eigenlijk in een proeflapje? Dus het eerste wat ik deed, was er eentje wegen. Ik kwam op 20g uit. Maar ik wil ook graag nog wat overhouden als referentie tijdens het spinnen. Dan weet ik wanneer ik te veel aan het afwijken ben.

Verven

Om zeker genoeg wol te hebben, ging ik voor 25g. Na het proces om de ruwe wol te wassen en te kammen, heb ik de wol geverfd met zwarte thee (mijn kleur naar keuze).

Ik schrok me een bult, want de kleuren kwamen helemaal niet overeen met de eerdere verftest. Omdat ik het resultaat van het eerste verfbad van mijn eerdere verftest nog te licht vond, had ik deze keer gekozen om dubbel zoveel kleur te gebruiken. En plots was er zo veel kleur. Misschien is er eerder iets fout gelopen…

Spinnen

Na het drogen van de wol, heb ik het opgesplitst in twee delen, zodat ik dan bij het twijnen zo veel mogelijk gelijk zou uitkomen. En toen kon het echte werk beginnen. Dit is de eerste keer dat ik met gekleurde wol heb gesponnen. Puur plezier, als je het mij vraagt. Spinnen met ongeverfde wol is al leuk, maar dit geeft er eigenlijk nog een extra dimensie aan.

Omdat ik nog niet zo veel had om op af te gaan, ben ik gewoon begonnen spinnen. Niet te dun, maar net iets dikker. Na mijn twee delen op de bobijntjes te spinnen, was ik klaar om te twijnen en de wol verder af te werken. Eerst afwinden op mijn knitty noddy en dan wassen.

Rekenwerk

Toen de wol droog was, kon ik nu aan de slag gaan. Hoeveel meter had ik nu juist gesponnen en zou dat dan oké zijn? Mijn knitty noddy heeft een omtrek van 0,9m, dus als ik het aantal lussen tel en dat vermenigvuldig met 0,9, weet ik hoeveel meter ik gesponnen heb. En het resultaat komt op ongeveer 137m per 100g. Ik was er dus nog lang niet.

Terug naar af

Dus terug opnieuw beginnen, dacht ik. Ik heb dit keer de wol niet geverfd om wat tijd te winnen. Met de vorige wol als referentie ben ik dunner gaan spinnen. Ik heb wel dezelfde techniek toegepast, omdat spinnen op een spinnewiel op dit moment nog wat nieuw voor me is. Later als ik wat meer ervaring heb, kan ik eventueel nog experimenteren met andere technieken.

Tweede spintest

Dunner spinnen dus. En dit is het resultaat. Ik ben er best tevreden mee. Als ik het rekenwerk opnieuw doe, kom ik nu uit op 240m per 100g. Dat is bijna een verdubbeling. Maar ik ben er natuurlijk nog niet helemaal. Al denk ik dat ik het op dit moment niet veel beter zal krijgen dan dit. Dus ben ik tevreden en ga ik afkloppen.

Volgende stap

De wol van mijn tweede spintest heb ik deze morgen kunnen afwerken en is op dit moment aan het drogen. Volgende week zal ik ze verwerken in een bol en een proeflapje maken. Daarna kan ik aan de slag met het rekenwerk voor het ganse project. Hoeveel wol zal ik in totaal nodig hebben, hoeveel kleurstof en hoeveel tijd? Zal ik op tijd klaar zijn voor de start van de Tour de fleece?

Deze wol is nog niet perfect, maar dat hoeft ook niet. Ik heb nog tijd om te leren en beter te worden. Daarom doe ik de Tdf eigenlijk ook. Het is maar door het werk effectief te doen, dat je het onder de knie kan krijgen. Met theorie alleen kom je ook maar zo ver. Wat denk jij?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
Back to basics

Van schaap tot wol

Tijdens dit Pinksterweekend is het Schone Schaapjes in Staden. Ik keek er al twee jaar naar uit, want het was telkens uitgesteld door Corona. Gelukkig ging het dit jaar wel door en wat heb ik er van genoten. Ook al was er veel te zien en was het super interessant, ik had graag zelfs nog wat meer willen leren over schapen en hoe je van schaap tot wol komt. Daarom heb ik dat even zelf uitgezocht.

Schaap scheren

Zoals we allemaal weten, komt wol van schapen. Laat ons even de Alpaca’s, Lama’s en Angora geit vergeten. Tijdens de herfst en winter maakt een schaap vacht aan. Die vacht zorgt er voor dat hij lekker warm de dag door komt. Maar bij het begin van de zomer wordt het dan veel te warm en mag hij geschoren worden.

Dit doet het dier geen pijn. Je kan het eigenlijk vergelijken met een knipbeurt voor ons. Het is zelfs heel hard nodig. Als er niet geschoren wordt, blijft de vacht groeien en krijgt dat schaap het zeer lastig.

De meeste schapen krijgen één scheerbeurt per jaar. Rassen met snelgroeiende vacht krijgen er twee. En van een volwassen schaap krijg je ongeveer 3 tot 4 kilo vacht. Sommige rassen gaan tot 8

Wol wassen

De wol die rechtstreeks van het schaap komt, is nog vuil en vettig. Er zit nog gras, modder en lanoline in zitten. Om de wol makkelijker te hanteren te maken, wil je eerst het vuil en vet verwijderen. En dat doe je door te wassen uiteraard.

De wol wordt toegevoegd aan heet water met een ontvetter. Even laten inwerken en uitspoelen en nog eens herhalen. Maar je wil natuurlijk de wol niet teveel agiteren, want je wil zeker vermijden dat de wol gaat vilten. Dat kan gebeuren bij grote temperatuurwisselingen en veel beweging.

Daarna laat je de wol drogen. Dat kan even duren, want wol kan heel veel water opslorpen. Zelfs als je denkt dat het goed droog is, kan er toch nog wat vocht aanwezig zijn. Gewoon drogen aan de lucht is het best. Je zal versteld staan van hoe mooi de wol er uit komt en hoe vies het water is dat overblijft.

Verwerkingsproces

Er zijn twee manieren om wol te verwerken: kaarden en kammen. Bij kaarden liggen de vezels van de wol kriskras door elkaar. Bij kammen liggen de vezels allemaal in dezelfde richting. Voor mij heeft kammen de voorkeur. Ik vind dat het je iets meer controle geeft bij het spinnen. Al is dat voor iedere spinner persoonlijk.

Bij beide manieren wordt er een beetje wol op de kaarders of kammen gedaan. Bij iedere pas valt er meer vuil uit en verlies je de stukjes van de vacht die je niet kan gebruiken. Het eindresultaat is gewoonweg prachtige wol die spinklaar is.

Verven en spinnen

Op dit moment is het moeilijk om te bepalen wat eerst komt. Sommigen verven eerst de vacht om een egaler resultaat te krijgen. Anderen spinnen eerst om daarna een speciale verftechniek te kunnen toepassen.

Voor mijn back to basics-uitdaging koos ik om eerst te verven en daarna te spinnen. Want ik zal verschillende verfbaden hebben die telkens net iets anders zijn. Door ze af te wisselen tijdens het spinnen, hoop ik dat de kleuren meer gaan verspreiden en dat ik zo toch een redelijk egaal resultaat zal hebben.

Als de wol gesponnen en behandeld is, is ze klaar om mee te weven en te breien. Je hebt zonet je eigen wol gemaakt. En net dat vind ik zo prachtig. Het geeft je kracht omdat je het zelf in handen hebt. Jij maakt wat je wil.

Intensief

Heel dit proces is nogal intensief en heeft een impact op onze leefomgeving. Door mijn eigen wol te maken, wil ik die impact ook een beetje verkleinen. Oké, toegegeven, schapen hebben een grote CO²-uitstoot vergeleken met andere dieren en soms gaat er echt niets boven commerciële wol. Maar veel wol gaat door de hoge kost van het scheren op dit moment verloren. Het gebruik van zo’n vacht vergroot de kudde niet en wordt de vachtberg kleiner. De wol die ik gevonden heb, komt van een boer in Pollinkhove. Dat is ongeveer een kilometer van waar ik woon. Meer lokaal kan niet. En zo scheellt dat weer in CO² van transport.

De hoeveelheid water dat ik gebruik, probeer ik zo laag mogelijk te houden. Maar zoals je kan lezen, komt er veel wassen aan te pas. Zowel bij de vacht schoon maken, als verven, spinnen en zelfs bij het blocken van je afgewerkte breiproject. De eerste twee wasbeurten zijn wat ze zijn, maar het andere water probeer ik te hergebruiken als spoelwater van het toilet. Tja, het is niet alleen voor de leefomgeving, maar ook voor de portemonee dezer dagen.

En door natuurlijke kleurmiddelen te gebruiken, probeer ik zoveel mogelijk chemicaliën uit dat proces te houden. Uien gebruiken we bijvoorbeeld allemaal. Door de schil aan de kant te houden en te gebruiken om te verven, wordt ook hier de afvalberg kleiner en is er geen impact op de leefomgeving. Bloemen plukken is natuurlijk weer iets anders. Insecten hebben de bloemen nodig om te overleven. Maar als we er respectvol mee omgaan en op het juiste moment plukken, kunnen we zo ook in balans blijven.

De verftest is af en ik heb mijn kleur gekozen. Het volgende op de agenda is genoeg wol verven om een spintest en breitest te doen. Juni is voorbereiding voor de Tour de Fleece in juli. Op naar de volgende dus.

Bronnen

Back to basics

Delayed gratification

Negen maanden is een heel lange periode om mijn motivatie niet te verliezen en dat besef ik maar al te goed. Want de dag van vandaag wordt onze aandacht op zoveel plaatsen gevraagd dat we van het ene naar het andere getrokken worden. We hebben geen tijd meer om bij belangrijke dingen stil te staan. Om die ratrace te doorbreken en ook nog om zoveel andere redenen, wil ik juist deze back to basics uitdaging aangaan.

Waarom verven?

De wol die ik vorig jaar bij de boer kon vinden is gewoon wit. Maar als ik mijn spinnen verder wil leren en daarna wil breien met die wol, wil ik heel graag met kleur kunnen werken. Helaas bestaan er geen rode, blauwe of gele schapen (zucht). Dus als ik kleur wil, zorg ik daar toch gewoon zelf voor.

Er zijn zoveel mooie kleuren rondom ons in de natuur. Als we even de tijd nemen om een gezellige wandeling door een fris bos of prachtig landschap te maken, zijn er zoveel bloemen en planten te spotten. Wat als je dit kon meenemen naar huis en alle dagen zou kunnen dragen? Het brengt je op slag terug één met de natuur. Herbronnen, check.

Ook al ben ik vrij nieuw in het verven van wol, ik hoorde en las wel dat je niet altijd de kleuren krijgt die je verwacht van een bepaalde kleurstof. Avocado is misschien wel de meest bekende is. Wie had ooit verwacht dat je een roze kleur zou krijgen? En net die stap in het onbekende lijkt me de sprong zeker waard. Ik kijk er al naar uit om te gaan experimenteren en de controle even los te laten.

Maar mijn eigen wol verven is gewoon ook de volgende stap in de wonderlijke wereld van handwerk. Ik mag weer nieuwe dingen leren, ontdekken en groeien. Ik voel me een beetje als Alice in Wonderland. Ik weet nog niet goed wat me te wachten staat, maar ben klaar om de uitdaging aan te gaan. Sowieso wordt het een prachtige avontuur.

Waarom spinnen?

Tot nu toe, maakte ik enkel kleine hoeveelheden op mijn spindel. Een beetje zoeken hoe alles in elkaar zit en wat uitproberen. Maar ik zou heel graag meer controle krijgen over hoe ik spin, zodat ik doelbewuster wol kan maken. Hoe dik maak ik juist mijn enkele draad om de juiste dikte uit te komen om dan te kunnen gebruiken voor mijn sjaal? En hoe kan ik de hoeveelheid twist goed krijgen?

Maar als ik wil beter worden, zit er niets anders op dan oefenen, oefenen en oefenen. Ik ben ook niet de breister geworden die ik nu ben door met mijn vingers te zitten draaien. Daarom denk ik dat de Tour de Fleece 2022 de uitgelezen kans is, om effectief dat te doen. Ik weet nog hoeveel ik vorig jaar geleerd heb. En ik weet zeker dat het dit jaar nog beter zal gaan. Maar niet enkel dat. Het gevoel om deel uit te maken van een groep waar iedereen zijn eigen doelen kan zetten en samen iets kunnen realiseren, zorgt er voor dat ik me verbonden voel. Win-win.

Maar eigenlijk alleen al het gevoel dat ik zelf iets aan het maken ben, dat dieper gaat dan enkel het eindproduct is zo uitnodigend. Want eigenlijk maak ik mijn eigen grondstof tot een project. En ik ben er zeker van dat dat nog heel anders is dan naar je favoriete wolwinkel gaan en de wol van jouw keuze uitzoeken. Je geeft zoveel meer betekenis aan je wol en dat maakt het eindproduct zoveel meer jouw ideale eindproduct. Het is de uitgelezen kans om de oorsprong van je handwerk te eren.

Valt het op dat ik het zo leuk vind? En ik kan er eigenlijk niet echt mijn vinger op leggen. Het is gewoon een schitterend en leerrijk proces. Het is een kunst om de draad precies zo dik te krijgen als je zelf wil en dat gewoon echt zelf te doen.

Waarom breien?

Dit gedeelte is niet nieuw voor mij. Maar het bewuster en trager aanpakken is dat zeker wel. In breien verschil ik niet zo veel van andere mensen. Er zijn zoveel mooie patronen en projecten om bij weg te dromen, dat je ze allemaal wil maken. Alleen hebben we daar niet genoeg tijd voor. Dus zijn we enkel maar bezig om zo snel mogelijk alles af te werken, waardoor we niet meer stil staan bij het plezier van het maken. Het is niet dat ik het niet leuk vind om te breien. Want dan zou ik het natuurlijk niet doen. Maar dat echte plezier zou ik opnieuw willen ervaren.

Er is zoveel om te leren. Ik ben echt nog geen professional in alle breitechnieken. Gedraaide steken en kabelnaalden zijn voor mij redelijk onbekend. Dus kijk ik er alvast naar uit om dat te kunnen toevoegen aan mijn onder de knie lijst. Maar het zal ook de eerste keer zijn dat ik met mijn eigen wol zou breien. En dat zal, denk ik, ook wat techniek vragen. Volgens mij zullen er zeker verschillen zijn ten opzichte van breien met commerciële wol.

En eigenlijk moet ik toegeven dat ik op slag verliefd was op het Seeds and Stems Cowl patroon. Niet enkel de kleur en zien hoe breien met je eigen wol structuur geeft, maar ook dat de cowl zo mooi aansluit. Ik sprak al eerder van een geborgen gevoel. Ik hoop echt dat deze cowl ook mij zal passen en dat ik dat gevoel mag ervaren. Het is al zo lang geleden.

Oké. Genieten van het proces, groeien en nieuwe inzichten leren, het oorspronkelijke product eer aan doen, weten waar het vandaan komt en het verhaal vertellen. Ik ben er alvast klaar voor om er negen maanden lang bewust mee om te gaan. Delayed gratification, here I come. Waarom ben jij het project waar je nu mee bezig bent aan het maken?

Bronnen