Geen categorie·werk in wording: Raglan trui

Steken opnemen

Deze week kijk ik al even vooruit. Want ik ben bijna klaar met mijn raglantrui en t-shirt. Bij beiden moet ik dan nog steken opnemen voor de hals of mouwen. Maar hoe zorg ik er nu voor dat ik juist genoeg steken opneem? Want ik heb geen patroon om te volgen. Te veel steken maakt het slobberig en te weinig steken trekt ook op niet veel.

Als je even in detail kijkt, zijn er 3 opties:

  • langs een afkant rij
  • aan de zijkant van je werk
  • op een schuin deel

Tip voor je begint

Ik wil ook nog even het volgende meegeven. De plaats waar je de naald in steekt is heel belangrijk. Om een mooi resultaat te hebben doe je dat altijd onder de afkantrij of na de zelfkantsteek. Pas dan krijg je een naadloos effect.

Verder doe je telkens hetzelfde. Je steekt de naald door een gaatje, neemt de draad op en haalt hem naar voren. Dat doe je altijd met de goede kant van het werk naar voren. Je kan met dezelfde draad werken, of met een nieuwe. Dat maakt weinig uit.

Langs een afkant rij

Je steekt de naald dus onder de afkant rij en dat doe je door de V van je steek. Zo buigt de afkantrij naar achter als naad en is hij niet meer zichtbaar. En dat werkt even goed bij een opzetrij, want de structuur ervan is hetzelfde.

Maar hoeveel steken zet je dan op? Wel, dit is een makkelijke. Je zet evenveel steken op als in je afkantrij. Met andere woorden is je ratio hier 1:1. Want je breit eigenlijk verder in dezelfde richting.

Aan de zijkant van je werk

Deze regel zal je gebruiken om bijvoorbeeld een knooprand aan een vest te breien. Omdat je van een horizontale rij naar een verticale rij wil overgaan, moet je rekening houden met verschillende steekverhoudingen. Als je flink was, heb je voor je begon een proeflapje gemaakt en ken je de steekverhouding van de steken die je wil combineren (vb: boord- op een tricotsteek).

Neem een blad papier en schrijf je aantal naalden en steken en cm op. Verder heb je nog een rekenmachine en onderstaande tabel nodig. Nu kan het rekenwerk beginnen. Wees niet bang als je er niet zo goed in bent. Het kan wel moeilijk lijken. Maar eens je het door hebt, kan je de wereld aan.

Je deelt het aantal naalden door het aantal cm. En dan doe je hetzelfde met het aantal steken. Voor welk patroon je wat telt heeft te maken met de breirichting van je werk. En dat bepaal je door het werk even voor je te leggen. Vertrek vanuit het standpunt van de nieuwe steken dat je zal breien. De steken dat je wil opnemen, zie je als horizontaal. Dan is de zijkant van je werk verticaal.

Daarna deel je de steekverhouding van de nieuwe steek die je wil breien door de steek van het stuk dat je al hebt. Het decimaal getal dat je krijgt, zet je om in een breuk. Hiervoor gebruik je die onderstaande tabel. Als je niet helemaal gelijk uit komt, kies je deze die het dichtst bij in de buurt ligt.

Decimaal getalBreuk
0,501/2
0,672/3
0,753/4
0,804/5
0,835/6
0,876/7
Omzettabel decimaal getal naar breuk

Maar waar zet je nu die steken op? Dit is het handige aan een zelfkantsteek. Het toont een mooie overgang van de eerste steek naar het verdere vervolg van je rij. In dit geval steek je op na de zelfkantsteek. Eén beentje is een rij. Dus neem je op tussen de beentjes. Opgelet, deze techniek lukt niet zo goed bij een kantsteek/slipsteek/afgehaald steek omdat je dan de beentjes niet goed ziet. Die zelfkanten gebruik je wanneer je er geen boord aan maakt.

Om een voorbeeld te geven, wil ik het even toepassen op mijn t-shirt. Want dat maakt het iets concreter:

  • steekverhouding tricot (verticaal → aantal rijen): 28 rijen op 10 cm wordt 28 / 10 = 2,8
  • steekverhouding diagonaal ajoursteek (verticaal → aantal rijen): 31 rijen op 10 cm wordt 31 / 10 = 3,1
  • steekverhouding boordsteek (horizontaal → aantal steken): 19 steken op 10 cm wordt 19 / 10 = 1,9
  • boordsteek-tricotsteek: 1,9 / 2,8 = 0,67
  • boordsteek-diagonale ajoursteek: 1,9 / 3,1 = 0,61

Beide decimalen komen het dichtst in de buurt van 0,67. Dus wordt het breuk 2/3. Met andere woorden zet ik voor elke 3 rijen, 2 steken op. Tadaa.

Op een schuin deel

Deze techniek zal je misschien nodig hebben bij armgaten of een ronde hals. Je hebt steken afgekant en andere steken verder gebreid. En een paar rijen verder heb je dat opnieuw gedaan. Om dan verticaal uit te komen op een zelfkantsteek. Met andere woorden, je combineert dan de twee bovenstaande technieken.

Heel belangrijk: Tussen de 2 rijen waar je afkantte, ontstaat er een soort gaatje. Dat gaatje wil je vermijden. Want als je hier in een steek zal opnemen, zal het gaatje alleen maar groter worden. Voor de horizontale stukken neem je de rij onder de afkantrij. Als je aan zo’n gaatje komt neem je de steek ernaast en erboven om in te steken. Het lijkt misschien ver, maar het is beter zo.

Als je toch gewoon een schuin stuk hebt, zoals bijvoorbeeld bij mijn raglan trui, dan neem je de tweede techniek. Je doet alsof het de zijkant van je werk is en neemt dezelfde verhouding steken op. Ook hier neem je de kolom na de zelfkantsteek.

Variatie

Je kan deze regels ook toepassen wanneer je je losse stukken aan elkaar naait. Het idee erachter is hetzelfde, al is er een kleine variatie. Je wil ook geen rimpels of uitgetrokken steken, maar een effen resultaat. Vooral bij mouwen is het handig om te weten, want je combineert een horizontale richting tegenover een verticale. Tot nu toe deed ik het een beetje op zicht en sloeg ik af en toe een steek over. Maar deze regels zijn handig om in het achterhoofd te houden.

Pff, oké, er komt wel wat wiskunde bij kijken. Maar met een goeie rekenmachine kan je de wereld aan, toch?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Dag zomervakantie

Het is alweer zover. Het einde van de zomervakantie is in zicht. Wat is de tijd voorbijgevlogen. Volgende week start alweer het nieuwe schooljaar. Een goed moment dus om even te kijken naar de vooruitgang die ik gemaakt heb. Ik ben met een drietal projecten bezig nu en toon je deze week graag even hoe ver ik er mee sta.

Raglan trui

Waar is de tijd dat ik in februari aan deze trui begonnen ben. En ik wou hem graag in 12 weken afwerken. Maar dat is helemaal fout gelopen. Na veel gesukkel met de hoeveelheid wol in mijn strepen, benik toch een paar keer opnieuw begonnen. Ondanks de goeie voorbereiding om het te vermijden, kon ik niet anders.

Maar vorige week heb ik de moed bij elkaar geraapt en de tweede mouw afgewerkt. Helaas is de tweede niet helemaal gelijk aan de eerste, al heb ik hetzelfde geminderd, bovenaan is die een klein beetje smaller. Ik heb nog een keer mijn lesje geleerd om de twee mouwen tegelijkertijd te breien. Pas dan krijg je ze echt helemaal hetzelfde.

Dus is de volgende stap nu de stukken aan elkaar naaien, de draadjes inwerken en dan nog de hals te breien. Maar ik zie er een beetje tegenop. Wat als hij niet zal passen? Wil ik het dan echt weer helemaal opnieuw doen? Of wacht ik nog even tot ik het erop durf te wagen?

T-shirt

Ik ben nog steeds bezig met die vetvlek te verwijderen. Maar ik ben een beetje lui geweest (shhhh!). Ik heb het gewoon aan de kant gelegd zonder opnieuw te behandelen. Gisteren heb ik de vlek gewoon nat gemaakt, omdat ik denk dat de vlek nu eerder van de bruine zeep komt. En tijdens het schrijven van deze post, heb ik hem nu net nog eens nat gemaakt. Geduld is een mooie deugd.

Op dit moment is twee 3e van de ajour boord klaar. Dus nog maar een klein stukje verder. Dan kan ik afkanten en aan elkaar naaien. Ik zou graag nog een boord aan de mouwen breien. Daarna is hij af.

Maar ik ben eigenlijk aan het wachten tot die vetvlek er uit is. Als het me niet lukt, is het zonde van de tijd die ik er nog insteek om het af te maken. Maar aan de andere kant zou ik het beter afwerken, zodat ik het goed kan wassen en de vlek er kan uitkrijgen. Hmm, wat komt er eerst? De kip of het ei?

Quiet Bay MKAL (patroon door Ruth Nguyen-Sweet Georgia)

Spoiler alert! Wil je deze zelf nog maken, scroll dan even verder zonder kijken.

Maar natuurlijk heb ik niet stil gezeten. Het was al een tijdje geleden aangekondigd en nu is hij eindelijk gestart: de mystery knit along van Sweet Georgia. Een MKAL is een project waarbij je het eindresultaat nog niet kent. Elke week krijg je een stukje van het patroon. Je breit op jouw tempo tot het af is. Elke week dus een stukje om naar uit te kijken dus. En in 5 weken is het klaar.

Het is een goede leerschool om planning onder de knie te krijgen. De eerste tip bestaat uit 14 rijen. Dat wil zeggen als je iedere dag zou breien, je elke dag 2 naalden zal breien om de week er na klaar te zijn voor de volgende tip. Vorig jaar begon de Laurel Mist Shawl aan de top, maar deze keer begint het patroon aan de lange kant. Met andere woorden 14 rijen van ongeveer 520 steken. Het lijkt misschien niet veel. Maar pff, dat is het echt wel.

Maar ik heb het liever zo. Het ergste heb je dan al gehad. Ik weet nog zo vorig jaar dat die shawl klaar mocht zijn. Wat heb ik afgezien op die laatste rijen. Maar dit jaar ben ik niet te stoppen. Ik zit zelfs al voor op schema (dag planning). Vandaag brei ik de laatste rij die ik normaal gezien morgen gepland had. Ik kan er niet aan doen. Ik ben gewoon te enthousiast.

Ik weet dus nog wel even wat gedaan. Met wat ben jij op dit moment nog bezig?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Reflectie

Ondertussen ben ik alweer 5 weken bezig met het maken van mijn Raglan trui. Ideaal om eens na te gaan of ik nog steeds op schema zit en of ik nog tevreden ben.

Het schema

Elke week heb ik 30 rijen gebreid, zoals ik uitgerekend heb tijdens de voorbereidingsfase. Ik heb het niet echt specifiek bijgehouden of afgevinkt. Maar als ik het nu even snel uitreken kom ik mooi op schema uit. Mijn voor- en achterpand zijn nu klaar. Dat waren 146 rijen en 30 rijen per week komt mooi uit op 5 weken.

Deze week ben ik er nog niet toe gekomen, maar het is nu starten met de mouwen. Eerst is er nog de berekening. Hoeveel steken zet ik op, hoeveel keer meerderen over hoeveel rijen, enzoverder. Ik doe dit gaandeweg wanneer ik aan een nieuw stuk begin. Dat is het voordeel van een eigen patroon maken.

Mouwen berekenen

Ik had voor een een raglan schouder gekozen, omdat de strepen dan het mooist zouden uitkomen met het voor- en achterpand. Maar als ik de berekening maak, heb ik in totaal meer rijen in de mouwen. Dat wil zeggen dat mijn strepen niet even breed zullen zijn als ik het aantal rijen eerlijk verdeel. Bij het starten heb ik daar aan gedacht, maar de oplossing heb ik een beetje uitgesteld. En nu is het het moment om de knoop door te hakken.

Er zijn een paar dingen die ik kan doen. Bijvoorbeeld de mouw korter maken. Ik zou dan kunnen gaan voor een driekwart mouw. Is ook mooi. Maar het is de bedoeling dat ik deze trui in de winter zou kunnen dragen en dan is een driekwart mouw misschien niet zo ideaal.

Een andere oplossing is om bij het stuk waar de mouw aan voor- en achterpand vast gemaakt wordt de strepen gelijk te houden en dan meer rijen te breien in het andere stuk. Maar ik weet niet of dat zo mooi zal zijn. Dat zou te veel opvallen.

Ik vroeg me af of er nog andere methodes zijn om dit op te lossen. Dus ben ik online op zoek gegaan naar een gelijkaardig patroon. Als je de foto bekijkt, komen de strepen heel gelijk uit. Enkel het onderste deel is langer.

Dit is dus mijn oplossing. Ik hoef enkel maar meer rijen in bruin te breien en dan voor de andere kleuren kan ik hetzelfde aantal rijen aanhouden. Concreet wil dat zeggen dat ik na de rijen van mijn boord nog 33 rijen in bruin ga verder breien.

Ben ik nog tevreden?

Ja, ik ben nog steeds blij met de kleurencombinatie. Ze passen prachtig bij elkaar. En als ik er naar kijk, denk ik onmiddellijk aan het strand. Maar er zijn een paar details die ik wel jammer vind. Een paar schoonheidsfouten eigenlijk.

Ik vind het jammer dat ik de tip van vorige week niet eerder heb kunnen toepassen. Bij de overgang van de boord naar het groene kleur en ook bij de overgang naar het volgende kleur heb ik een niet zo nette overgang. Oke, ik weet dit nu voor de volgende keer. Maar ik heb toch een beetje spijt dat het niet netjes is.

Daarnaast heb ik een paar keer verkeerd geminderd in het mouwstuk. De nek van het achterpand heeft een andere breedte dan de hals van het voorpand. Wat wil zeggen dat je op een ander tempo mindert. Voor het achterpand was dat 2-2-4 en voor het voorpand 2-4. (Hiermee bedoel ik de groep rijen, waarvan telkens de eerste geminderd wordt.) Maar deze fout zie je eigenlijk niet. De raglan mouwen gaan mooi schuin.

En de hals is ook niet helemaal symmetrisch. Het was niet zo eenvoudig om dit juist te doen. Ik hoop dat ik dit nog een beetje recht kan zetten als ik de boord er aan brei. Daarnet het ik mijn voor- en achterpand al even gepast en ik denk wel dat het zal goed komen. Laat ons hopen.

Zoals ik al zei, zijn het echt schoonheidsfoutjes. De perfectionist in mij komt weer sterk naar voor, ik weet het. Maar dan denk ik eens terug aan de wabi sabi filosofie. Het draait allemaal over de schoonheid van imperfectie. Het komt er op neer dat niet alles perfect hoeft te zijn, maar dat ik zo een uniek stuk zal hebben. En iets dat ik volledig zelf gemaakt heb. Hoe kan ik daar niet trots en blij mee zijn.

Dus ik ben nog steeds heel tevreden en ik zit perfect op schema. Eigenlijk kan ik het niet beter hebben. Voila, mijn minder goeie week (je wil het niet weten), komt nog helemaal goed. Wat vind jij er van?

Bronnen