Back to basics

Over proeflapje en planning

C’est parti! De Tour de Fleece van dit jaar is gisteren van start gegaan. En ook al ben ik nog niet helemaal klaar met alle wol te verven, ik heb genoeg om te starten. Maar voor ik dat kan, heb ik eerst nog wat rekenwerk. Hoe ziet mijn schema er uit.

Proeflapje

Zoals je misschien wel nog weet, heb ik afgeklopt met de dunnere woolen gesponnen wol. Vorige week had ik het proeflapje daarmee klaar. Dus kan ik nu alles gaan uitrekenen. Het eerste wat ik nodig heb is mijn steekverhouding: 10 x 10cm = 25 steken x 35 rijen

De volgende stap is dat vergelijken met de steekverhouding uit het patroon (10 x 10cm = 25 steken x 26 rijen). De steken zitten goed, oef. Maar het aantal rijen wijkt enorm af. Dus klopte mijn eerdere berekening van een totaal van 230g niet meer. Dat had ik simpelweg met het regeltje van drie berekend. Maar dat klopt dus niet langer omdat de steekverhouding van de rijen compleet anders is. Ik heb veel meer rijen nodig om tot de gewenste lengte te komen.

Dus dacht ik na hoe ik het wel correct zou kunnen uitrekenen. En dan was het even logisch nadenken en terug grijpen naar wat kennis in mijn achterhoofd. Ik nam het totaal aantal steken van mijn proeflapje 25 steken x 37 rijen (incl. opzet- en afkantrij) = 1184 steken. En als ik dan nog weet dat mijn proeflapje 9 gram weegt en 1 gram 131,5steken zijn, kan ik aan de slag.

De cowl zou voor mij in totaal op 159 steken x 330 rijen komen. Met andere woorden op 52 470 steken (slik). Als ik het totaal aantal steken dan deel door 131,5 steken kom ik op 400 gram (of 1080 meter).

Oké, het is een hele berekening en het spreekt weinig tot de verbeelding. Maar mijn doel is bereikt. Ik weet hoeveel wol ik nodig heb. Voor alle zekerheid wil ik er toch nog wat meer doen. Je weet maar nooit: losse uiteinden, verlies bij het spinnen, … Zou 10% genoeg zijn? 20% is dan misschien weer te veel. 15% dus, gewoon om zeker te zijn. Dus in totaal ga ik voor 460 gram wol.

Planning

Wat kan excel (of LibreOffice Calc in mijn geval) soms toch een prachtig programma zijn. Met een simpele formule kan ik de ganse tour opsplitsen per rit. En dat dan nog in verhouding ook. Want de ene rit is langer dan de andere. En dan wil ik op die dag ook wat meer spinnen. Dus heb ik een lijst gemaakt met het aantal kilometer per stage en het totaal aantal meter en gram dat ik nodig heb.

Eigenlijk is het aantal meter pure speculatie, omdat ik dat niet zal kunnen meten. Maar om het aantal gram per rit te vinden, deel ik het aantal kilometer van de rit door het totaal aantal kilometer en vermenigvuldig ik dat met het totaal aantal gram. Zo kom ik aan onderstaande lijst.

Ik heb zowel rekening gehouden met de tour voor mannen als voor vrouwen, om het wat meer haalbaar te krijgen. Het tempo voor mannen alleen lag iets te hoog, want dat zou inhouden dat ik meer wol in minder dagen zou spinnen. Nu kan ik nog steeds veel spinnen en er meer van genieten. Want dat was toch de bedoeling, hé.

En waarom niet? Want vrouwen moeten het voor elkaar opnemen. Het is de allereerste keer dat de tour voor vrouwen gereden wordt en we zijn 2022. Hoe komt het dat dit nog niet veel eerder gebeurde, toch? Dus is dit mijn mooie schema (waar ik toch een beetje trots op ben).

De eerste twee dagen zijn meegevallen alleszins. Ik zit op schema, woop woop! Maar ik heb nog wat kam- en verfwerk te doen. Ik hoop dat het niet te veel wordt, want ik zag daarnet dat ik beitsmiddel vergeten toe te voegen aan mijn beitsbad, oeps. Alles komt goed. Dat zeggen ze, toch?

Bronnen

Back to basics

Over gekruiste gedraaide steken in mijn proeflapje

Het is me gelukt. Ik heb een proeflapje klaar met wol waarvan ik tevreden ben. Al was dat niet zo eenvoudig. Terwijl ik er mee bezig was, had ik echt schrik dat het op niets zou trekken. Ik wou zelfs het hele project annuleren. En dan zei ik op een gegeven moment gewoon: foert! Ik zie wel waar het uitkomt. Maar het was pas toen ik het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen en het patroon er nog even bij nam dat ik het echt los kon laten.

The fabric created by this slightly rustic, 2-ply yarn (Garden Wool&Dye Co: Cormo Fingering) isn’t perfect.

Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen

Gekruiste gedraaide steken

Zonder kabelnaald

Het breipatroon maakt gebruik van gekruiste gedraaide steken. Eigenlijk een soort van minikabels waarbij er één steek telkens opschuift en je diagonale lijnen krijgt. Maar om het allemaal nog wat moeilijker te maken, worden de steken door de achterste lus gebreid.

Door een steek naar achter te brengen en eerst de tweede en daarna de eerste te breien, kruis je naar rechts. Door een steek naar voren te brengen, kruis je naar links. Maar als je dat met een kabelnaald doet, heb je een extra naald nodig. Er kruipt meer tijd in omdat je telkens de naald oppakt en neerlegt. Laat staan om de steek op die kabelnaald te krijgen en er terug af, zonder de rest van de steken kwijt te raken.

Als je kabels zegt, zeg je ook kabelnaalden. Wat in mijn ogen gelijk is aan veel meer werk. Omdat ik geen zin had in al dat gedoe, was ik op zoek gegaan naar shortcuts. Op youtube vond ik een filmpje van Designs by Phanessa over hoe je gekruiste steken kan breien zonder kabelnaald. De techniek wordt heel goed uitgelegd, maar toen ik het uitprobeerde was ik niet tevreden van het resultaat. Ik denk dat ik iets verkeerd deed, want het leek ook helemaal niet op de steken in het filmpje.

Met kabelnaald

Als je er even bij stil staat is het meestal zo dat als je iets te snel wil doen, je meestal niet tevreden bent van het resultaat. Soms is de tijd en energie er in steken echt beter, omdat dat gewoon de beste manier is het beste resultaat te hebben.

Oké, misschien ben ik nu weer veel te resultaat gericht bezig. Maar wie geeft er om hoe je er geraakt bent, als je er maar raakt. En zelfs als je er niet zou raken: het proberen is beter dan het niet proberen. Toch?

Maar de hele bedoeling van dit project is net vertragen en bewust genieten. Dus misschien bekijk ik het beter procesgericht. Ja, ik wil dat de cowl snel klaar is, wie wil dat niet. Maar deze uitdaging gaat net over het omgekeerde. De tijd nemen om stil te staan bij het maken. Dus in dat opzicht had ik de kabelnaald volledig geaccepteerd.

Andere breivolgorde

Inderdaad “had”. Want toen ik bijna klaar was met mijn proeflapje, bedacht ik me iets. Als ik nu gewoon eerst de tweede steek brei en dan pas de eerste. Dan hoef ik geen kabelnaald te gebruiken. Ik kan het gewoon doen met de naalden in mijn handen.

Het vroeg wat puzzelwerk om uit te zoeken hoe ik dat het beste zou doen voor gedraaide steken. Want bij de rechtse kruising wil je de steek achteraan hebben en op de een of andere manier zit die eerste steek gewoon in de weg.

Uiteindelijk kwam ik bij de volgende oplossing:

  • rechtse kruising: 1e steek afhalen, 2e steek breien en terug op de linkse naald schuiven, 1e steek terug op de linkse naald schuiven, 1e steek breien.
  • Linkse kruising: 2e steek breien zonder de steek van de naald te halen, 1e steek breien

Proeflapje

Toen ik mijn proeflapje breide, keek ik naar elke rij of het wel goed was. En ik maakte me echt zorgen. Is de spintechniek goed voor dit project? Gebruik ik de juiste naalddikte? Ik begon alles in vraag te stellen. Want wat ik in mijn handen had, was stug en een beetje gefrommeld. De steken leken te verdwijnen in het niets.

Pas toen ik het proeflapje waste, was ik ook echt tevreden van het resultaat. De gedraaide steken komen veel beter uit, zodat je het bladmotief duidelijker kan zien. Eigenlijk had ik dit ergens wel in mijn achterhoofd na al die jaren ervaring met proeflapjes.

Ik weet niet wat ik aan het stugge kan doen, want je kan maar zo ver gaan met een bepaalde wolsoort. Als je het zou vergelijken met commerciële wol, zou dit “niet superwash” zijn. Dus kan het niet zo zacht en glad zijn als een “superwash” wol. Om een wol superwash te maken, wordt er een chemisch proces toegepast. En dat is niet de richting die ik wil uitgaan. Maar wat onderzoek in die richting kan natuurlijk geen kwaad.

Voila, weer een stapje verder. Nu ik mijn proeflapje klaar heb, kan ik over gaan tot de wiskunde van het geheel. Hoeveel gram en meters zal ik nodig hebben? En hoe splits ik het op in etappes? Ik heb nog en heleboel werk voor de boeg met kammen en verven. Dus kan ik maar beter aan de slag gaan, niet?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
  • https://www.youtube.com/watch?v=mRyYrFA9ueY Video van Designs by Phanessa over gekruiste steken breien zonder kabelnaald.
Back to basics

Worsted vs Woolen

De wol die ik vorige week klaar had, heb ik op een bal gewonden om mee te kunnen breien. En weet je wat? Het zag er wel mooi uit, maar het voelde heel onnatuurlijk om mee te breien. Het was hard, stug en bloeide helemaal niet open. Tja, daar wil ik dan wel geen sjaal van maken. Dus had ik een kleine crisis. De wol zat niet mee, het motief wou ook voor geen meter werken. Het was even tijd om te reflecteren.

Er zat niets anders op om toch even naar andere spinmethodes te kijken, dacht ik. En laat ik mezelf dan beginnen bij het begin in plaats van voorbij te lopen. Want die neiging heb ik nog weleens. Volgens mij begint het bij worsted tegenover woolen spinnen.

Worsted spinnen

Bij deze techniek wordt de vacht samengedrukt, zodat alle lucht er uit gaat. Het is daarom ook kouder. Het resultaat is effen wol die tegen een stootje kan. Ideaal voor ajour (omdat de omslagen heel mooi openen) en steekmotieven (omdat je de steken goed kan zien).

Je laat de twist niet in de vacht komen, omdat je die vasthoudt met duim en wijsvinger. Je laat wat vacht passeren om twist er in te krijgen en dan laat je het op de bobijn winden. Daarna weer wat vacht laten passeren en op de bobijn laten winden. Dat proces wordt telkens herhaalt. Je duwt de vacht bijeen om een egaal resultaat te hebben.

Bij het spinnen van die tweede reeks vorige week, kwam ik uit op 240m per 100g. Maar je kan eigenlijk pas weten welke naald je daarvoor nodig hebt, door de WPI (wraps per inch) te tellen. Dat houdt in dat je telt hoeveel keer je de draad rond een pen of stuk karton kan rollen in één inch. Tadaa, naald 4 net zoals opgegeven. Het mag ook eens meezitten.

Daarom dacht ik dat deze ideaal zou zijn voor mijn patroon. De dikte was oké, het twijnen ook en het zag er net uit als wol uit de winkel. Ik dacht dus echt dat ik mijn spinstijl voor dit project gevonden had. Maar je kan het dus pas echt weten als je een proeflapje maakt.

Woolen spinnen

Bij deze techniek gaat het andersom. Je laat de twist wel in de vacht komen. Dat wil zeggen dat de lucht die tussen de haren zit, er tussen gevangen blijft. Die lucht zorgt voor isolatie en geeft een warmer gevoel. Maar het resultaat is minder egaal. De ene keer dikker, de andere keer dunner. (Ofwel wordt het nog veel oefenen om beter te worden).

De twist mag dus in de vacht komen. Daarom hou je die in een hand vast. Draai met de andere hand net genoeg om de twist los te maken, zodat je de vacht kan laten passeren. Daarna laat je weer los, zodat de twist er opnieuw kan in komen. Effenaan laat je weer op de bobijn rollen. De vacht wordt minimaal gemanipuleerd en wordt daarom zachter en pluiziger.

Dus is dit misschien de oplossing. Want om de wol in het patroon te evenaren, wil ik in de buurt van 366m per 100g komen. Ik had me neergelegd bij 240m, maar met deze spintechniek kan je veel meer meters uit je vacht halen, omdat de lucht er mooi in blijft.

Spintest 3

Een derde spintest was net wat ik nodig had. Tijd om op een woolen manier te gaan spinnen. En tot mijn verbazing vind ik het een heel leuke techniek. Ik was er in het begin niet helemaal voor te vinden, omdat er dus dikkere en dunnere stukken zijn. Maar nu ik het resultaat voel, wil ik daar mee leven.

De wol voelt veel zachter en flexibel aan. En na er even mee te breien, denk ik dat dit manier wordt waarop ik ga spinnen. Maar mijn test was opnieuw te dik. Je zou het kunnen vergelijken met mijn eerste spintest. Wanneer ik het uitreken, kom ik op 180m per 100g. Ten opzichte van 137m per 100g is dat een pak langer.

Maar ik wil dus naar een dunnere draad. En als ik het zo bekijk, zou ik er dubbel zoveel moeten kunnen uithalen om helemaal op dezelfde wol uit te komen als in het patroon. Maar even realistisch. Dat zal waarschijnlijk niet lukken. Ik kan het wel optimaliseren. Maar dat zal wat oefening vragen.

Tijdsnood

Ik begin een klein beetje stress te krijgen. De Tour de Fleece start binnen twee weken en ik heb nog alle wol te kammen en verven. Maar ik weet natuurlijk nog niet hoeveel ik nodig zal hebben. Dat kan ik pas uitrekenen als mijn proeflapje klaar is. En dat kan ik pas doen als ik blij ben met het resultaat van mijn volgende spintest.

Dus kan ik maar beter aan de slag gaan. In het slechtste geval kan ik natuurlijk ook wol blijven kammen en verven in juli, terwijl ik al begonnen ben met het eerste verfbad. Maar ik zou het toch liever vermijden. Want ieder verfbad zal net een beetje anders zijn en om alles zo egaal mogelijk te hebben, zou ik de verfbaden willen combineren.

Aan de slag dus. Denk je dat ik er zal geraken? Ik zou het fijn vinden als je voor me zou supporteren.

Bronnen

Basis

Slimme proeflapjes

Na al die afgewerkte projecten van de afgelopen weken, kan ik de restjes nu eindelijk opbergen. Maar mijn tafel ligt nog vol met de proeflapjes. En ik besefte plots dat ik niet goed weet wat er mee te doen. Ik had er ook nog een paar in een doosje liggen van projecten van vorig jaar waarvan ik aan geen kanten meer weet over welke wol of steekverhouding het gaat. Dus ben ik op zoek gegaan naar een slim systeem om dat wat beter bij te houden.

Aanpak

Kaartjes met touwtjes er aan vast maken, zag ik niet onmiddellijk zitten. En ze in een kaft bewaren, leek me eigenlijk niet haalbaar. Want waar zou je ze aan bevestigen? Uiteindelijk ben ik bij een haalbaar concept uitgekomen. Ik heb van die papierplakband in de kast liggen. Handig om op te schrijven en makkelijk aan het proeflapje te bevestigen. Iets dat weinig tijd en makkelijk is, ideaal.

Maar tijdens het catalogiseren, ben ik gaan beseffen dat ik nog niet zo goed wist wat ik er allemaal zou willen opzetten. De soort wol en de steekverhouding leek me alvast interessant, maar wat met de rest? Stel dat ik binnen een paar jaar opnieuw die zelfde wol voor een project wil gaan gebruiken, welke info heb ik dan nodig?

Info

De soort wol lijkt mij evident, want de etiketjes belanden van mij toch bij het afval. Het merk is belangrijk, maar ook de naam. Of het wol of katoen (of nog iets anders) is, lijkt mij dan weer wat minder interessant. Want lang leve het internet. Je kan met het merk en de naam heel makkelijk al achterhalen welke samenstelling het is.

En de steekverhouding zorgt er dan weer voor dat ik niet opnieuw hoef te tellen. Want ik hou er al rekening mee dat het proeflapje achteraf gemanipuleerd zou kunnen worden. Misschien rekt het wat uit, of raakt het beschadigd. Je weet maar nooit.

Maar toen ik de soort wol aan het noteren was, was ik al aan het denken of ik ook niet beter direct het kleur er zou bijschrijven. Want als het etiketje weg is, is dat ook moeilijk om te achterhalen. Dus zeker ook het kleur noteren.

Maar daar bleef het eigenlijk niet bij. Want de naalddikte waarmee ik het gebreid heb, is ook super belangrijk. Dat merkte ik tijdens het opnieuw maken van het proeflapje voor mijn t-shirt. Want hoe wist ik dan welke met naald 4 en welke met 3,5 gebreid was? Hmmm, interessant.

En waarom dan niet de soort steek ook noteren. Want elke steek heeft een andere steekverhouding. Heel belangrijk. Als ik later niet meer zou weten hoe die steek precies heet, heb ik het snel bij de hand. Of als ik niet meer zou weten hoe de steek precies in elkaar zit, kan ik het alvast met de naam eenvoudig terug vinden.

Daarnaast leek het me ook leuk om bij te houden voor welk project het proeflapje was. Het is wel minder essentieel, maar het heeft iets. Stel dat ik exact een zelfde patroon wil toepassen later, dan is het proeflapje makkelijk gevonden.

Opbergplaats

Met deze info kom ik toch al een hele stap dichter bij het handig bewaren van belangrijke info. Maar dan kwam de vraag wat ik er mee zou doen. Waar bewaar ik dan al die proeflapjes? Ik ben een grote liefhebber van orde (en dat is eigenlijk nog een understatement). Dus de manier van bewaren is voor mij even belangrijk. En dan gaan mijn hersenen even werken in een hogere versnelling.

Een proeflapje op zich is netjes, afgezien van de 2 uiteinden. Maar veel proeflapjes in verschillende kleuren en groottes zijn chaos. Het leek me daarom beter om ze ergens in op te bergen. Maar dan zeker iets dat niet doorzichtig zou zijn. Want dan zou ik nog steeds hetzelfde probleem hebben.

Uiteindelijk is het een schoendoos geworden. Zo neemt het ook niet teveel plaats in. Maar later zou het misschien wel een mooiere doos kunnen worden. Of ik versier de schoendoos. Daar ben ik nog niet helemaal aan uit. Op dit moment is het belangrijker om alles samen slim bij elkaar te houden. En om een systeem te vinden dat werkt. Met dit systeem denk ik dat gevonden te hebben.

Alternatieven

Soms kan je natuurlijk ook tegen komen, dat je niet genoeg wol over hebt, om het project af te werken. Je hebt je best gedaan om het in te schatten, maar toch komt het niet volledig overeen. Kan altijd wel eens gebeuren. Dan zit er niets anders op om je proeflapje uit te trekken en die wol ook te gebruiken.

Op zich ook heel interessant, want dan heb je nog minder verlies. Maar wat doe je dan met deze waardevolle info? Persoonlijk zou ik dan een foto van het proeflapje nemen en er bovenstaande info bij bewaren. Druk je het af en schrijf je de info op of bewaar je liever alles digitaal? Dat is dan weer jouw persoonlijke keuze.

Als je een trui of cardigan aan het breien bent, heb je nog een tweede alternatief. Je zou het kunnen gebruiken als zakje. Maar dan heb je uiteraard nog genoeg wol nodig om een tweede te maken. En dan zal je ook weer meer naaiwerk hebben. Maar wel minder overschot.

Nog wat bijkomende info

Nu ik er zo over nadenk, zou ik eigenlijk ook nog andere info op mijn kaartje kunnen noteren. Eigenlijk alle info dat ik kan aflezen van het proeflapje. Zoals het totale aantal steken en het gewicht van het proeflapje. Zo kan ik ook makkelijker rekenen hoeveel wol ik voor dat nieuwe project zou nodig hebben.

Ja, dat ga ik ook alvast doen. Al denk ik wel dat ik misschien nog iets vergeten zou kunnen zijn. Maar dat zien we dan wel weer. Wat doe jij met je proeflapjes?

Droomproject

Het proeflapje toegepast op het patroon (deel 2)

Vorige week hadden we het al over het proeflapje. Maar ondertussen is mijn definitieve versie af en ik vind het prachtig. En vandaag wil ik je tonen hoe dit mijn patroon zal beïnvloeden. Helaas was ik weer een beetje te snel en ben ik de niet geblokte afmetingen vergeten op te schrijven. Maar de belangrijkste (geblokte) afmetingen en berekeningen staan genoteerd:

  • steekverhouding: 10 cm x 10 cm = 15 steken x 20 rijen
  • voor 1150 steken weegt het proeflapje 22 g
  • dikte van de naald: 6 (boord 5)

Eerst nog even dit

Er zijn een paar variabels die een andere steekverhouding geven. Stel dat je een patroon wil volgen, maar je komt niet op dezelfde steekverhouding, dan krijg je een resultaat met andere afmetingen. En dat is niet wat je wil, natuurlijk.

Je kan de naalddikte aanpassen. Als je een te grote steekverhouding hebt, werk dan met een dunnere naald. Dat kan soms op een kwart schelen, maar op grote stukken kan dat een impact hebben. Ook als je een te kleine steekverhouding hebt, kan je met een dikkere naald werken.

Het materiaal van de naalden heeft ook een impact. Dat heeft te maken met de wrijving tussen wol en naald. Metalen naalden zijn doorgaans iets gladder dan bamboe. En je breit er dan ook iets losser mee. Hout is een goeie tussenoplossing. Probeer de verschillende soorten eens uit.

Wist je dat je gemoed je elke dag anders laat breien. Als je die ene dag wat meer gespannen bent, zullen de steken ook iets strakker gebreid zijn. Als je blij bent, brei je meestal iets losser.

De wol die je gebruikt, is een hele belangrijke. Als je niet de wol uit het patroon gebruikt, heb je altijd een andere steekverhouding. Niet alleen de dikte, maar ook de soort speelt een rol.

Daarom pas ik meestal de afmetingen van het telpatroon toe om mijn steken te berekenen. Dit is de omgekeerde weg, maar dit is toch mijn favoriete werkwijze. Dan hoef je niet zitten zoeken tot je de juiste naald gevonden hebt, maar brei je gewoon het aantal steken dat je nodig hebt. En hier komt net het proeflapje zo goed van pas.

Berekeningen

Aan de hand van de info die ik uit mijn proeflapje kon halen, heb ik het totale aantal bolletjes kunnen berekenen. Daarnaast weet ik nu ook hoeveel rijen per kleur ik nodig heb om bovenaan goed uit te komen en heb ik mijn planning kunnen maken.

Dit is het telpatroon:

Maakt deel uit van het patroon Raspberry Flirt van Drops Design

Aantal bolletjes

Voor de maat small heb ik als voor- en achterpand 2x 50 x 56 cm nodig. Wat omgerekend 8400 steken is. Voor een mouw heb ik 25 x 52 cm en dat is 7904 steken. Dus voor mijn ganse werk tel ik 24 704 steken. (Pff) En dat wordt dan 472,60 gram wol. Dat zijn 4 sets. Ik heb er dus nog 2 bijbesteld.

Ja, ik weet het. Het kan zijn dat er een kleur verschil in de wol zit. Maar ik ga ze combineren. Eén bolletje van de wol die ik al heb met één bolletje van de nieuwe wol. Het is toch dubbele draad. Dus zal je dat echt niet zien.

Aantal rijen per kleur

Om de totale hoogte van het voor- en achterpand te bekomen, zal ik 112 rijen breien. Ik heb 9 kleursecties (AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE). Dus dat is 12 rijen per kleur. Voor de mouwen heb ik 104 rijen nodig. Dus 11 rijen per kleur. Dat ziet er al een pak haalbaarder uit, vind je ook niet?

Planning

Een tijdje terug had ik al een planning opgesteld in uur. Maar nu kan ik dit toepassen op het aantal rijen. Over het ganse project tel ik 432 rijen verspreid over 12 weken. Dus 36 rijen per week. Als ik dit opnieuw in het schema stop, kom ik dan het volgende uit:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 14 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 24 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 34 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 44 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 54 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 64 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 74 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 84 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 94 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 104 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 114 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 124 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen

Dat wil zeggen dat ik in week 7 aan de mouwen zal kunnen beginnen. Omdat we nu in een tweede golf van besmettingen zitten, zijn de brei-avonden geen optie. Dus hou ik rekening met één uur tijdens de week en 4 uur tijdens het weekend.

Impact op het patroon

Als je jouw steekverhouding kent, kan je een patroon voor je zelf herwerken. (Let altijd op met copyright en deel niet zomaar een patroon, aangepast of niet!). En dat is eigenlijk heel eenvoudig. Vul het aantal steken dat je nodig hebt in en pas je aantal rijen aan. Essentiële instructies, zoals de boord, afkantingen, meerderingen en minderingen, …, blijf je gewoon volgen. Je past ze enkel aan naar jouw steekverhouding.

Oké, voor mij lijkt dat allemaal peanuts, maar ik kan er in komen dat voor de beginnende en misschien ook gemiddelde breier dit chinees lijkt. Maar ik heb dit geleerd door te proberen en te falen. Maar toch wil ik je hiermee even op weg zetten.

Eigenlijk kan je de essentiële instructies zien als de handelingen die het werk vorm geven. Als er staat dat er geminderd wordt aan de armsgaten is dat iets dat je blijft volgen. Je past enkel het aantal steken aan, zodat je de maat kan blijven behouden. En soms zal dat wat puzzel- en rekenwerk zijn. Maar laat je er vooral niet van afschrikken.

Wat is jouw manier om de steekverhouding aan te passen?

Bronnen:

Droomproject

Het proeflapje deel 1

Wat als je nu die hele mooie trui gemaakt hebt. En als je die wil passen, ontdek je dat hij te klein of te groot is. Wat een ramp. Niemand wil dat meemaken. Maar uit eigen ervaring kan ik wel zeggen, dat het helaas te vaak voorkomt.

Gelukkig is er een truc om het goed te doen. En dat is een proeflapje. Ik geef eerlijk toe dat dit even vervelend als hulpvol is. Maar als je een paar dingen in gedachten houdt, komt dat dik in orde. Het proeflapje zal je beste vriend worden.

Wat

Wat is een proeflapje nu juist, hoor ik je denken. Het is een miniversie van het project dat je wil maken. Het toont je hoe de steken zich zullen gedragen als je op een bepaalde manier breit, zonder dat je al een heel groot stuk moet breien.

Deze info kan je er uit halen:

  • hoeveel steken je breit op 10cm (horizontaal)
  • hoeveel rijen je breit op 10cm (verticaal)
  • het gewicht
  • de dikte van je naalden
  • of je de steek/combinatie mooi vindt

Steekverhouding

Op het etiket van je wol staat al een steekverhouding van 10 x 10 cm opgegeven, maar soms kom je toch anders uit. De ene persoon breit nu eenmaal vaster dan de andere. Maar wat niemand je vertelt heeft (buiten ik nu), is dat je best het proeflapje wat groter maakt. Ik maak het 12 x 12 cm. Daardoor krijg je een beter beeld van de steken en rijen. Want zeker in tricotsteek durven de randen wel eens omkrullen en kan je daardoor verkeerd tellen. Het aantal steken en rijen lees ik wel nog steeds op 10 cm af, want dat rekent veel makkelijker om.

Om dit af te lezen bestaan er verschillende hulpmiddelen. Een latje is het eenvoudigst, maar je kan er ook een beetje mee foefelen en dat is niet wat je wilt. Daarom heb ik mijn eigen stekenlezer gemaakt. Nu ik deze een keer gemaakt heb, kan ik deze steeds hergebruiken. Al is ze niet zo handig bij donkere wol, voor lichte is ze fantastisch. Ben je niet zo’n doe het zelver, er bestaan er een heel aantal dat je kan kopen.

Om dan om te rekenen naar de grootte van je project, gebruik je het regeltje van drie. Wie had gedacht dat je voor handwerk nog wiskunde zou nodig hebben. Maar deze regel is eigenlijk alles dat je nodig hebt. Gelukkig is die gemakkelijk toe te passen (als je weet hoe het moet, natuurlijk).

Gewicht

Naast het aantal steken en rijen kan je ook het gewicht van je proeflapje noteren. Dan kan je voor het ganse project uitrekenen hoeveel wol je nodig hebt.

Dit doe je zo: je telt het totaal aantal steken dat je op je proeflapje hebt. Dat is het aantal steken op één rij maal het aantal rijen in totaal + 1 (de afkantrij). Dan weeg je het proeflapje. Nu weet je hoeveel steken een bepaald gewicht geven.

Dan ga je aan de slag met het berekenen van het totale aantal steken en rijen dat je zal nodig hebben voor je volledige project. Niet verschieten hoor, want het zijn er heel veel. Opnieuw kan je met het regeltje van drie dan omrekenen wat het totale gewicht zal zijn.

Ik tel de opzetrij er niet bij, omdat dit mijn marge is. Er is altijd een beetje verlies bij het begin en einde van een bol. Dus zo kan je dat een beetje compenseren. Ben je niet zeker, het is altijd beter om wat wol te veel te hebben, dan te weinig. Die restjes zullen wel op geraken.

Daarna kijk je het gewicht van het bolletje wol na. Deel het totale gewicht door het gewicht van één bol. Rond het getal altijd naar boven af, want je koopt de wol per bol. En zo weet je hoeveel bollen je in totaal nodig hebt.

Sommige mensen, zweren bij meter in plaats van gewicht. In dat geval trek je het proeflapje weer uit en meet je hoeveel draad je gebruikt hebt. Daarna doe je dezelfde berekening. Maar voor mij lijkt dat gewoon te omslachtig. Kies vooral zelf wat jij het belangrijkst vindt.

Dikte van de naalden

Vorige week had ik al een soort van proeflapje gemaakt, maar ik vond dat de steken iets te los zaten, dus besliste ik om fijnere naalden te gebruiken. Ik ben nog bezig aan de remake (zie volgende week).

Dit is iets dat je er dus op voorhand kan uithalen. Het zou toch echt zonde zijn als je halverwege het project zou zitten en dat je dan beslist dat de steken te los of te vast zijn. Het zal je een hoop ellende besparen als je dit eerst uittest op het proeflapje.

Steek/combinatie

En hetzelfde geldt voor de steek die je gebruikt. Je kan pas echt weten of je die mooi vindt en wat het resultaat zal zijn met de gekozen wol, als je eerst een kleine test doet. Als het resultaat niet helemaal jouw ding is, kan je nog steeds aanpassen en zal je veel meer plezier hebben aan het onmiddellijk juist breien (of haken) van jouw project.

Twee soorten

Dit is heel belangrijk om in gedachten te houden. Er zijn twee soorten: geblokt en niet-geblokt. Het verschil zit hem in afgewerkte en niet-afgewerkte afmetingen. De opgegeven maten in het patroon zijn altijd geblokte maten.

Zolang het werk op de naalden zit, heb je de niet-geblokte gegevens nodig. Omdat je het werk nadien zal willen wassen, en er bij wassen verschrikkelijke dingen kunnen gebeuren met je vol liefde gecreëerd project, heb je de maten nodig nadat je het proeflapje gewassen hebt. En dat doe je door het proeflapje te wassen, zoals je het project zou wassen.

Na het wassen noteer je opnieuw de steekverhouding en je gebruikt die om de uiteindelijke steken op te zetten en aantal rijen te breien. Persoonlijk gebruik ik daarna de niet-geblokte gegevens niet echt meer. Maar zo kan je wel zien wat een verschil het soms kan maken. En dat kan dan weer het verschil zijn tussen een passende of te grote/kleine trui.

De meeste mensen trekken hun neus op als ze het alleen nog maar zien staan. Maar het proeflapje heeft zijn nut bewezen. Voor mij toch. Hoe sta jij er tegenover?

Bronnen: