Back to basics

Nog eens over de Seeds and Stems cowl

Ondertussen zijn we halfweg september en dus hoog tijd om aan het breisegment van mijn back-to-basics uitdaging te beginnen. Officieus ben ik al vorige week gestart. Ik kon (en wou) niet langer meer wachten.

Nog eens over die planning

Maar voor ik ondoordacht te werk ga, wil ik toch nog even terug kijken naar het oorspronkelijk schema. Voorlopig zit ik nog op schema. Het verven en spinnen zijn voorbij. En ik heb de kleur aanvaard.

De maanden september, oktober en november waren voorzien voor het breien van de Seeds and Stems Cowl. En december had ik dan vrijgehouden voor het afwerken en reflecteren. Ik heb dus nog steeds wat spelingsruimte. Een maand is lang. En ik kan zelf kiezen of ik begin december of eind december wil eindigen. Tijd dus om even wat rekenwerk te doen. Ik zou het werk willen opsplitsen in weken om te beginnen.

Als ik er de berekening van mijn proeflapje bij neem, zou ik in totaal 330 rijen nodig hebben voor een afgewerkte cowl. September is goed voor 4 weken. Als ik daar oktober en november bij tel, kom ik in totaal aan 13 weken. Dat wil zeggen dat ik (afgerond) 25 rijen per week te breien heb.

Dat zal toch pittiger worden dan ik denk. Want een herhalingspatroon bestaat uit 16 rijen. En tot nu toe heb ik nog maar één en een half herhalingspatroon in 2 weken. Ik zit nu aan rij 27, terwijl ik toch bijna aan 50 zou willen zitten. Hmm, toch een kleine achterstand dan. Tijd om de handen uit de mouwen te steken dus.

Nog eens over die gedraaide en gekruiste steken

Omdat de rijen vol zitten met gedraaide en gekruiste steken, vraagt het meer tijd om een rij te breien. Dit is niet gewoon tricot breien hoor. Zelfs de terugkerende naalden hebben gekruiste steken. Ik wil zeker wakker zijn als ik er aan werk. Ik heb zelfs al een levenslijn bij de hand en al.

Maar ik heb wel de snelste manier om gekruiste steken te breien gevonden, denk ik. Al weet ik dat dit project niets met snelheid te maken heeft, integendeel. Ik zag het gewoon niet zitten om steeds die kabelnaald vast te nemen en neer te leggen. Ik gebruik nu de methode van Tabetha Hedrick. Ik neem de eerste steek vast tussen duim en wijsvinger, neem de tweede steek op met de rechternaald, laat ze van de linkernaald glijden en neem daarna voorzichtig de eerste steek weer op.

Op dit moment gaat de linksleunende steek makkelijker dan de rechtsleunende. Want bij die laatste durft de losse steek zich toch een beetje zakken. Voor de rest gaat het al heel vlot. Ik kan zelf een stapje overslaan, omdat ik de steek door de achterste lus brei. Zo hoef ik niet eerst de volledige steek weer op mijn naald te zetten, maar kan ik de naald zo insteken dat ik ze onmiddellijk kan breien.

En ik ben tevreden met het uitzicht van de steek. Tijdens het breien van mijn proeflapje was het eerst nog wat zoeken. Maar nu heb ik het gevonden. Ik denk dat het alleen nog maar beter zal worden bij een beetje oefening.

Nog eens over wol

Om de schakeringen van mijn handgeverfde wol zo veel mogelijk te verspreiden, ben ik nu bezig met 3 bollen. Ik wissel telkens af tussen de twee draden die ik aan de ene kant van mijn werk vind. Alleen zo zal ik een egaal resultaat krijgen. En ik ben tevreden. Want het valt helemaal niet op dat de ene bol donkerder is dan de andere.

Maar de bollen raken wel snel verstrengeld. Want ik wil ook telkens de oude draad mee naar boven nemen aan de zijkant en dan is het soms wat meer nadenken. Maar als ik de bollen telkens mooi wissel, valt het best wel mee.

Ik had wel gehoopt dat de wol wat zachter zou zijn. Maar het is wat het is. En dat is oké. Je kan het eigenlijk een beetje vergelijken met confituur maken. Als je vruchten niet goed zijn, kan je ook geen lekkere confituur toveren. Volgens mij was het schaap misschien al wat aan de oudere kant, of heeft het veel weer doorstaan. Ze zeggen dat de eerste schering altijd het zachtst is. Daarna wordt het wat stroever.

Maar er zitten zeker zachte stukken in. En omdat de verschillende bollen gespreid zullen zijn, zullen die zachte plekken dat ook zijn. Er zit niets anders op dan te breien en af te wachten. En als hij achteraf te veel jeukt, kan ik nog altijd de vriezer of azijn proberen.

Aan de slag dus. Ik heb een kleine achterstand om in te halen. Hopelijk haal ik begin december mijn doel. Als ik even verder reken en elke week 5 dagen brei, kom ik er als ik 5 rijen per dag brei. Zo lijkt het al een pak haalbaarder, niet?

Bronnen

Back to basics

Over proeflapje en planning

C’est parti! De Tour de Fleece van dit jaar is gisteren van start gegaan. En ook al ben ik nog niet helemaal klaar met alle wol te verven, ik heb genoeg om te starten. Maar voor ik dat kan, heb ik eerst nog wat rekenwerk. Hoe ziet mijn schema er uit.

Proeflapje

Zoals je misschien wel nog weet, heb ik afgeklopt met de dunnere woolen gesponnen wol. Vorige week had ik het proeflapje daarmee klaar. Dus kan ik nu alles gaan uitrekenen. Het eerste wat ik nodig heb is mijn steekverhouding: 10 x 10cm = 25 steken x 35 rijen

De volgende stap is dat vergelijken met de steekverhouding uit het patroon (10 x 10cm = 25 steken x 26 rijen). De steken zitten goed, oef. Maar het aantal rijen wijkt enorm af. Dus klopte mijn eerdere berekening van een totaal van 230g niet meer. Dat had ik simpelweg met het regeltje van drie berekend. Maar dat klopt dus niet langer omdat de steekverhouding van de rijen compleet anders is. Ik heb veel meer rijen nodig om tot de gewenste lengte te komen.

Dus dacht ik na hoe ik het wel correct zou kunnen uitrekenen. En dan was het even logisch nadenken en terug grijpen naar wat kennis in mijn achterhoofd. Ik nam het totaal aantal steken van mijn proeflapje 25 steken x 37 rijen (incl. opzet- en afkantrij) = 1184 steken. En als ik dan nog weet dat mijn proeflapje 9 gram weegt en 1 gram 131,5steken zijn, kan ik aan de slag.

De cowl zou voor mij in totaal op 159 steken x 330 rijen komen. Met andere woorden op 52 470 steken (slik). Als ik het totaal aantal steken dan deel door 131,5 steken kom ik op 400 gram (of 1080 meter).

Oké, het is een hele berekening en het spreekt weinig tot de verbeelding. Maar mijn doel is bereikt. Ik weet hoeveel wol ik nodig heb. Voor alle zekerheid wil ik er toch nog wat meer doen. Je weet maar nooit: losse uiteinden, verlies bij het spinnen, … Zou 10% genoeg zijn? 20% is dan misschien weer te veel. 15% dus, gewoon om zeker te zijn. Dus in totaal ga ik voor 460 gram wol.

Planning

Wat kan excel (of LibreOffice Calc in mijn geval) soms toch een prachtig programma zijn. Met een simpele formule kan ik de ganse tour opsplitsen per rit. En dat dan nog in verhouding ook. Want de ene rit is langer dan de andere. En dan wil ik op die dag ook wat meer spinnen. Dus heb ik een lijst gemaakt met het aantal kilometer per stage en het totaal aantal meter en gram dat ik nodig heb.

Eigenlijk is het aantal meter pure speculatie, omdat ik dat niet zal kunnen meten. Maar om het aantal gram per rit te vinden, deel ik het aantal kilometer van de rit door het totaal aantal kilometer en vermenigvuldig ik dat met het totaal aantal gram. Zo kom ik aan onderstaande lijst.

Ik heb zowel rekening gehouden met de tour voor mannen als voor vrouwen, om het wat meer haalbaar te krijgen. Het tempo voor mannen alleen lag iets te hoog, want dat zou inhouden dat ik meer wol in minder dagen zou spinnen. Nu kan ik nog steeds veel spinnen en er meer van genieten. Want dat was toch de bedoeling, hé.

En waarom niet? Want vrouwen moeten het voor elkaar opnemen. Het is de allereerste keer dat de tour voor vrouwen gereden wordt en we zijn 2022. Hoe komt het dat dit nog niet veel eerder gebeurde, toch? Dus is dit mijn mooie schema (waar ik toch een beetje trots op ben).

De eerste twee dagen zijn meegevallen alleszins. Ik zit op schema, woop woop! Maar ik heb nog wat kam- en verfwerk te doen. Ik hoop dat het niet te veel wordt, want ik zag daarnet dat ik beitsmiddel vergeten toe te voegen aan mijn beitsbad, oeps. Alles komt goed. Dat zeggen ze, toch?

Bronnen