Inspiratie

Ambitie en flexibiliteit

foto door Fanny Zedenius (Createaholic op instagram)

Oké, nu is het even tijd om realistisch te zijn. We zijn 13 november en binnen 42 dagen is het Kerst. Jikes. Wat komt dat snel dichterbij! De kans is heel groot dat ik de deadline voor de truien die ik voor mijn broer en neefjes niet zal halen. Dus heb ik wat geschoven in mijn projecten.

To do-lijstje

Gelukkig heb ik al een heleboel kunnen afwerken, zoals de Autumn Dahlias MKAL, de Naranja trui en de klosjestaart. Maar er staan nog een paar dingen op die ik al opgeschoven had naar volgend jaar, maar nu misschien zal schrappen. En nu zal ik niet anders kunnen dan nog een paar projecten opschuiven. Je zal nu waarschijnlijk zeggen: dat dacht ik al, dat ging nooit lukken. Maar ik had er wel goeie hoop in. Zoals steeds ben ik weer ambitieus geweest. En, al zeg ik het zelf, daar is helemaal niets mis mee. Ik kan lekker flexibel zijn met de tijdslijn. Alleen voor die Kerstcadeaus kan ik weinig schuiven. Dus is dit even mijn prioriteit geworden.

Dat wil zeggen dat ik de Back to basics-uitdaging even on hold heb gezet. Als de truien klaar zijn, doe ik er mee verder. Want ik wil zeker nog weten hoe mijn eigen gesponnen wol zal aanvoelen in een cowl. Je hebt waarschijnlijk al opgemerkt dat er de laatste tijd weinig nieuws over was. Dat komt omdat nog altijd even ver ben dan 6 weken geleden.

En ook al kijk ik zo uit om The Shift Cowl van Andrea Mowry te breien, deze zal voor volgend jaar zijn. Oorspronkelijk dacht ik om dit misschien mijn adventproject te maken en op te delen in 25 delen. Maar dat plan kan aangepast worden. En misschien zelfs nog beter zo.

Mountain Mist

Dus ben ik nu volop bezig met de Mountain Mist trui van Tin Can Knits. De groene versie voor mijn jongste neefje is al eventjes af. Maar nu ben ik bezig met de blauwe versie voor mijn oudste neefje. En dan moet ik nog beginnen aan de grootste voor mijn broer in donkergrijs. Ik herhaal, jikes.

Maar geen paniek, want ik heb al een plan B. Als die niet op tijd zou afgeraken, steek ik hem zoals hij is in de doos met een kaartje dat ik hem verder zal afwerken. En dan neem ik hem opnieuw mee naar huis. Ik denk wel dat mijn broer daar akkoord mee zou gaan.

Dit is de stand van zaken voor de blauwe versie. Ik heb enkel nog de onderste boord (want het is een top-down patroon) en de mouwen te breien. Al bij al gaat het nog redelijk vlot. Ik had zo in mijn hoofd dat de groene versie wat trager ging. Maar dat zal waarschijnlijk zijn omdat ik toen nog met iets anders bezig was. Nu heb ik maar één project, wat niet vaak gebeurd.

Ambitieus en flexibel

Maar zijn we niet allemaal een beetje ambitieus. Er zijn zoveel prachtige patronen en zoveel keuze dat we tijd tekort hebben om alles te breien (of te haken, naaien, …). We willen allemaal zo graag ons lopende project afwerken om te kunnen starten aan het volgende. En ik vraag me af of we er zo nog echt van kunnen genieten. Wat toch nog altijd het belangrijkste van handwerk is.

Daarom maken we keuzes en zijn we flexibel. Met wat kan ik schuiven? Valt er toch iets uit de boot? Wat zou ik toch zeker willen maken? Ik maak meestal een lijstje met wat ik allemaal zou willen doen in een jaar. Maar ik heb geleerd om niet te hard te zijn voor mezelf en het vooral haalbaar te houden. Dus schuiven en schrappen mag zeker.

Vooruitblik

Nu Black Friday er aan komt, ben ik al even beginnen nadenken over wat ik volgend jaar op mijn lijstje zou zetten. (Ja, ik weet het, ik ben al weer projecten aan het toevoegen terwijl mijn vorige lijst nog niet af is.) Want het is nu het moment als ik mijn voorraad wil inslaan.

Dit jaar heb ik meer projecten kunnen afwerken dan vorig jaar en ik ben daar toch een beetje trots op. Ik denk dat 9 projecten toch wel mijn maximum is, kwestie van niet te ambitieus te zijn (knipoog). Om een vergelijking te maken: dit jaar had ik 10 projecten in een najaar gepland. Lijkt me wel haalbaar dus. Ik heb al wat nagedacht en dit is alvast een klein overzicht.

  1. Back to basics uitdaging
  2. The Shift Cowl van Andrea Mowry
  3. Maple shawl (eigen ontwerp)
  4. Azteca fine lux seamless sweater van Katia
  5. MKAL sweet georgia 2023
  6. Foldlines van Norah Caughan
  7. OF Kokebi Sweater van Lucia Ruiz de Aguirre
  8. Curio Socks van Andrea Mowry
  9. Chimney sweater van Strikkelisa
  10. Striped Top van Tatsiana Kupyianchyk voor Scheepjes

En dan te bedenken dat ik er alweer een heleboel doorgeschoven heb naar het jaar erna. Oké, het is tijd om te luisteren naar mijn eigen goeie raad. Dit is voorlopig mijn lijstje en ik weet dat ik er mee kan schuiven of dat ik dingen mag schrappen. Ah, daar is de innerlijke rust weer. Heb jij soms ook het gevoel dat je niet weet wat eerst?

Bronnen

Back to basics

Het zit niet altijd mee

Het is niet altijd rozegeur en maneschijn helaas. Soms zit het gewoon even niet mee. Zoals de structuur en het gevoel van de zelfgesponnen wol voor mijn cowl. Het lijkt wel een hele worsteling om er mee te breien en ze voelt heel stug aan. We mogen af en toe eens ons hart luchten als het niet mee zit, maar het is belangrijk om er niet in te blijven hangen. Daarom geef ik nog niet op.

Even mijn hart luchten

Ik vind het zo jammer dat mijn wol niet zachter aan voelt. Het wil niet goed tussen mijn vingers glijden, waardoor ik strakker brei. En als je moeite hebt met te strakke steken, brei je niet soepel (je kent dat wel). Met andere woorden: handen en schouders zijn helemaal gespannen.

Het is helaas al zoals ik eerder aan gaf. Als het schaap al vele jaren buiten in de wei stond, heeft het al veel weer doorstaan en zal de vacht daar op aangepast zijn. Want om nog tot volgend jaar te overleven, heeft het schaap een stevige vacht nodig. Daarom kan je niet verwachten dat je super zachte wol zal hebben. Maar dat wil niet zeggen dat deze vacht niet gebruikt kan worden. Het is gewoon eerder geschikt voor andere projecten.

Het werken met drie bollen heb ik ook wat onderschat. Nu ik al wat verder zit en de bolletjes wat losser geworden zijn (want ja, ik begin mijn bollen in het midden), blijven ze steeds maar omvallen en op de grond belanden. Het is ook iedere rij weer opletten dat ik mooi de draad gelijk mee omhoog neem. Anders is de rand niet meer zo mooi.

Dan weer verder

Maar genoeg geklaag. Voor de rest brei ik prima. Daarom ben ik nog niet bereid om op te geven. Dus kan ik het enkel maar van de positieve kant bekijken.

Voor het omvallen van mijn bollen heb ik al een oplossing gevonden. Ik heb een schaaltje gevonden waarbij ze alle drie netjes naast elkaar in passen. Om ze wat beter op hun plaats te houden heb ik er de vierde vlecht naast gestoken. Zo is het veel ordelijker en voila, weg frustratie.

Door elke dag 5 rijen te breien, schiet het goed op. Ik heb nu in totaal al 6 herhalingen gebreid en ben 2/3e in de 7e herhaling. Dat wil zeggen dat ik nu aan rij 108 kan beginnen en ik eigenlijk al een derde van de sjaal gebreid heb. Woop woop! Ik heb mijn achterstand nog niet helemaal weg gewerkt, maar kom al een pak dichterbij.

Een voordeel van zover zitten, is dat nu stilletjes aan het herhalingspatroon aan het herkennen ben. Dat wil zeggen dat ik al iets minder hoef na te denken bij het breien en iets sneller vooruit ga. Maar waar ik op dit moment heel trots op ben (en ik ga hout vasthouden), is dat ik nog geen fouten in het herhalingspatroon gemaakt heb. Desondanks dat ik er toch soms niet altijd met mijn hoofd bij ben. Sowieso pas ik de truc met de levenslijn ook toe. Beter zo dan drama.

Wat ik ook in mijn achterhoofd wil houden, is dat ik in der tijd niet overtuigd was van mijn proeflapje tot ik het gewassen en opgespannen had. Dit is mee de reden waarom ik toch nog wil verder doen. Nu lijkt alles zo opgekrompen en slordig, maar tijdens het blokken zal dat wel goed komen. Ik kan niet anders dan daar in blijven geloven.

En ook al had ik twijfels over de zwarte thee-kleur, nu ben ik echt heel blij met de kleurschakeringen. Het geeft het werk plots veel meer diepte. En als ik nu met wol uit de winkel brei, lijkt dat zelfs saai en monotoon van kleur (wat natuurlijk helemaal zo niet is). Ik weet niet zo goed hoe ik het kan omschrijven. Het is precies of mijn zelfgeverfde en -gesponnen zijn eigen verhaal wil vertellen. En daar draaide deze back-to-basics uitdaging eigenlijk ook om. Terug naar de oorsprong van het pure product wol. Het is nu al volledig geslaagd.

Naast de kleur is ook het bewuster breien op de voorgrond gekomen. Ik probeer echt niet meer dan 5 rijen te doen per dag, zodat ik er ook echt van kan genieten (voor zover de stugheid van de wol me dus geen parten speelt). Het stekenpatroon vraagt gewoon om de aandacht er bij te houden. Er is zoveel te doen: steken door de achterste lus breien, steken kruisen, sommige zijn rechts, andere averechts en dan hier en daar nog een beetje ajour. Door het stekenpatroon aandachtig te volgen, ben je ook meer bezig met wat je breit.

Maar toch nog een paar twijfels

Alleen ben ik niet zeker of ik het eindresultaat wel graag ga dragen als het zo stug zal blijven aanvoelen. En dat zou zo jammer zijn ten opzichte van het werk dat ik er uiteindelijk ingestoken zal hebben. Net omdat deze cowl me de juiste afmeting lijkt voor een warme aansluitende versie, wou ik deze breien. Maar als ze niet lekker zal aanvoelen, zal ik ze misschien niet willen dragen. En dat schrikt me een beetje af.

Maar ik denk dat ik toch nog verder doe en als deze vacht op is (of we zijn al juni volgend jaar, wanneer er nieuwe schapen geschoren worden), ga ik op zoek naar zachtere wol. Hopelijk kan ik een eerste schering bemachtigen of anders kan ik nog een heleboel bijleren in het kiezen van de juiste vacht. Wie weet?

Bronnen

Back to basics

Nog eens over de Seeds and Stems cowl

Ondertussen zijn we halfweg september en dus hoog tijd om aan het breisegment van mijn back-to-basics uitdaging te beginnen. Officieus ben ik al vorige week gestart. Ik kon (en wou) niet langer meer wachten.

Nog eens over die planning

Maar voor ik ondoordacht te werk ga, wil ik toch nog even terug kijken naar het oorspronkelijk schema. Voorlopig zit ik nog op schema. Het verven en spinnen zijn voorbij. En ik heb de kleur aanvaard.

De maanden september, oktober en november waren voorzien voor het breien van de Seeds and Stems Cowl. En december had ik dan vrijgehouden voor het afwerken en reflecteren. Ik heb dus nog steeds wat spelingsruimte. Een maand is lang. En ik kan zelf kiezen of ik begin december of eind december wil eindigen. Tijd dus om even wat rekenwerk te doen. Ik zou het werk willen opsplitsen in weken om te beginnen.

Als ik er de berekening van mijn proeflapje bij neem, zou ik in totaal 330 rijen nodig hebben voor een afgewerkte cowl. September is goed voor 4 weken. Als ik daar oktober en november bij tel, kom ik in totaal aan 13 weken. Dat wil zeggen dat ik (afgerond) 25 rijen per week te breien heb.

Dat zal toch pittiger worden dan ik denk. Want een herhalingspatroon bestaat uit 16 rijen. En tot nu toe heb ik nog maar één en een half herhalingspatroon in 2 weken. Ik zit nu aan rij 27, terwijl ik toch bijna aan 50 zou willen zitten. Hmm, toch een kleine achterstand dan. Tijd om de handen uit de mouwen te steken dus.

Nog eens over die gedraaide en gekruiste steken

Omdat de rijen vol zitten met gedraaide en gekruiste steken, vraagt het meer tijd om een rij te breien. Dit is niet gewoon tricot breien hoor. Zelfs de terugkerende naalden hebben gekruiste steken. Ik wil zeker wakker zijn als ik er aan werk. Ik heb zelfs al een levenslijn bij de hand en al.

Maar ik heb wel de snelste manier om gekruiste steken te breien gevonden, denk ik. Al weet ik dat dit project niets met snelheid te maken heeft, integendeel. Ik zag het gewoon niet zitten om steeds die kabelnaald vast te nemen en neer te leggen. Ik gebruik nu de methode van Tabetha Hedrick. Ik neem de eerste steek vast tussen duim en wijsvinger, neem de tweede steek op met de rechternaald, laat ze van de linkernaald glijden en neem daarna voorzichtig de eerste steek weer op.

Op dit moment gaat de linksleunende steek makkelijker dan de rechtsleunende. Want bij die laatste durft de losse steek zich toch een beetje zakken. Voor de rest gaat het al heel vlot. Ik kan zelf een stapje overslaan, omdat ik de steek door de achterste lus brei. Zo hoef ik niet eerst de volledige steek weer op mijn naald te zetten, maar kan ik de naald zo insteken dat ik ze onmiddellijk kan breien.

En ik ben tevreden met het uitzicht van de steek. Tijdens het breien van mijn proeflapje was het eerst nog wat zoeken. Maar nu heb ik het gevonden. Ik denk dat het alleen nog maar beter zal worden bij een beetje oefening.

Nog eens over wol

Om de schakeringen van mijn handgeverfde wol zo veel mogelijk te verspreiden, ben ik nu bezig met 3 bollen. Ik wissel telkens af tussen de twee draden die ik aan de ene kant van mijn werk vind. Alleen zo zal ik een egaal resultaat krijgen. En ik ben tevreden. Want het valt helemaal niet op dat de ene bol donkerder is dan de andere.

Maar de bollen raken wel snel verstrengeld. Want ik wil ook telkens de oude draad mee naar boven nemen aan de zijkant en dan is het soms wat meer nadenken. Maar als ik de bollen telkens mooi wissel, valt het best wel mee.

Ik had wel gehoopt dat de wol wat zachter zou zijn. Maar het is wat het is. En dat is oké. Je kan het eigenlijk een beetje vergelijken met confituur maken. Als je vruchten niet goed zijn, kan je ook geen lekkere confituur toveren. Volgens mij was het schaap misschien al wat aan de oudere kant, of heeft het veel weer doorstaan. Ze zeggen dat de eerste schering altijd het zachtst is. Daarna wordt het wat stroever.

Maar er zitten zeker zachte stukken in. En omdat de verschillende bollen gespreid zullen zijn, zullen die zachte plekken dat ook zijn. Er zit niets anders op dan te breien en af te wachten. En als hij achteraf te veel jeukt, kan ik nog altijd de vriezer of azijn proberen.

Aan de slag dus. Ik heb een kleine achterstand om in te halen. Hopelijk haal ik begin december mijn doel. Als ik even verder reken en elke week 5 dagen brei, kom ik er als ik 5 rijen per dag brei. Zo lijkt het al een pak haalbaarder, niet?

Bronnen

Inspiratie

Te veel om te doen

Help, ik ben even in shock. Er zijn nog zoveel projecten die ik dit jaar wil afwerken. En ik vrees dat het me niet zal lukken, omdat het gewoon te veel is. Want het is ook echt gewoon te veel. Oké, even rustig ademen. Geen paniek. Alles komt goed, toch?

Bezig met …

Naranja trui

Deze trui is misschien wel het meest dringend, want ik ben er al sinds eind april mee bezig. Ik maak ze voor een vriendin en ik wil haar niet te lang meer laten wachten. Maar ik weet niet zeker of ze zal passen en heb een beetje schrik dat ik weer opnieuw zal mogen beginnen.

En ik zit vast op sleeve island. Ik ben de twee mouwen tegelijkertijd aan het breien, maar ik heb er niet echt zin in. Sinds ik top-down truien ontdekt heb, lijkt het me gewoon meer werk en minder interessant. Hoog tijd dus om mijn mojo voor dit project terug te vinden.

MKAL Autumn Dahlias (door Sweet Georgia Yarns)

Deze maand loopt de 5e jaarlijkse MKAL van Sweet Georgia Yarns en deze kon ik echt niet laten liggen. In vijf weken brei je een shawl zonder te weten hoe die er uit zal zien. Je krijgt elke week een tip en breit verder tot die af is.

Dit jaar zou ik echt graag op schema blijven. De afgelopen 2 jaar is dat niet gelukt. Daarom had ik eigenlijk dit jaar de doelstelling van één tip in twee weken te doen. Maar ik ben nu nog even thuis. Dus als het dit jaar niet lukt, wanneer dan wel? En hoe sneller deze af is, hoe sneller ik het volgende project kan opzetten. Geen druk, hoor.

Mountain Mist (door Tin Can Knits)

Deze is een beetje een geheim (shhh). Ik ben deze trui aan het maken als kerstcadeau voor mijn broer en zijn twee zoontjes. De eerste voor mijn jongste neefje is bijna af.

Overlaatst had ik nog wat problemen met het opzetten voor de mouw. Maar dat heb ik gelukkig kunnen oplossen door rustig te blijven en logisch na te denken. Ik heb het niet hoeven uittrekken. De steken heb ik opnieuw correct op de naalden gekregen, zodat ik dat klein stukje kon opnieuw doen. Nu is het nog enkel draadjes inwerken en blocken. Maar het is er nog niet van gekomen.

Sjaal voor het Sjettekastje

Ik ben ook al een tijdje bezig met een sjaal voor het Sjettekastje. Het is een project met tweedehands wol. Ik brei met drie draden groen en dikke naalden. Gewoon om de mogelijkheden van kleuren combineren te bekijken. Het geeft een mooi gemarmerd effect.

Er is geen patroon om te volgen. Ik heb een aantal steken opgezet en ben alle rijen rechts aan het breien. Ribbelsteek zorgt er voor dat de kleuren mooi samenvloeien. Deze sjaal ligt nu aan de kant, maar ik zou het toch ook graag willen afwerken.

Kan niet wachten om …

Mountain Mist (door Tin Can Knits)

Voor Kerst heb ik nog twee truien te doen. Een kleintje maat 4-6 jaar en een grote mannen medium. Ik heb dus echt nog een pak werk als ik dit allemaal op tijd af wil krijgen. En ik vrees er echt voor. Zou het een schande zijn als er een half afgewerkt project in het cadeau zit?

Light Summer Shorts (door Holly C. Watson)

Toen ik met de solden op zoek was naar een short, kon ik er geen naar mijn goesting vinden. En in zo’n geval denk ik meestal dat ik het ook zelf kan maken. Dus ben ik op zoek gegaan naar een patroon en heb dit gevonden.

Ik heb de wol ook al die ik wil gebruiken. Maar alles ligt nog even aan de kant, omdat ik nog geen tijd gevonden had. Nog een goeie maand en de zomer is alweer voorbij. Misschien kan ik deze beter uitstellen naar volgend jaar. En ondertussen wat kilo’s kwijt raken.

The Shift Cowl (door Andrea Mowry)

Deze staat al zo lang op mijn to do-lijstje. Begin augustus had Andrea Mowry een verjaardagskorting en ik heb het patroon gekocht. De wol ligt ook al klaar (de prachtige Golden Comet Hen wol van Hue Loco). Ik kan dus starten, als ik de tijd vind.

Het zal waarschijnlijk mijn persoonlijk adventproject worden. Er bestaan een paar hele mooie om te volgen. Maar waarom niet een patroon kiezen die ik graag wil maken en het zelf opdelen in kleinere stukken om elke dag te breien. Misschien maak ik wel een mooi bord met vakjes. Net zoals echt.

Wedstrijd voor creagroep de Klosjes

Annick heeft een paar industriële bobijnen uitgedeeld om iets creatiefs mee te maken. Het is een kleine wedstrijd. We maken er mee wat we willen en geven minimum één bobijn aan haar terug voor eind oktober. Ze zullen allemaal getoond worden op een hobbybeurs en de bezoekers mogen er de mooiste uitkiezen. De winnaar krijgt een wolpakket. Tuurlijk doe ik mee.

Ik weet al wat ik er mee wil doen, maar kan het nog niet verklappen. En misschien zie ik het wel weer te groots. Maar het is nu of nooit. En het is een mooie kans om nog eens te haken.

Back to basics-uitdaging

Deze mag ik toch zeker niet vergeten! Ik ben net klaar met al mijn wol te spinnen, maar ben wel nog op zoek naar andere kleuren. Van zodra ik daar uit ben, ga ik er verder mee aan de slag.

Er zijn zoveel projecten waarvan ik zeg: dit is de volgende om op te zetten. Maar het kan er natuurlijk maar eentje zijn. En op een paar staat een deadline waar ik ook rekening mee wil houden. Sommige kan ik wel wat uitstellen. Op dit moment lijkt me dit een goeie volgorde:

  1. MKAL Autumn Dahlias
  2. Naranja trui
  3. Wedstrijd voor creagroep De Klosjes
  4. Back to basics-uitdaging
  5. Mountain Mist
  6. The Shift Cowl

Gelukkig ben ik meestal met twee projecten tegelijkertijd bezig. Als ik het ene beu ben, kan ik dan even verder met het andere. De rest ga ik wat uitstellen. Wat zou jij zeker nog willen maken dit jaar?

Bronnen

Back to basics

Getwijnd en al

Vorige week was ik klaar met spinnen. Deze week ben ik klaar met twijnen. En met een beetje trots kan ik je dit resultaat tonen: 6 vlechten van mijn eigen hand gesponnen wol. Wauw. Nu weet ik weer, waarom ik deze back to basics uitdaging aanging.

Twijnen

Als je een enkele draad klaar hebt, wordt die meestal nog getwijnd om steviger garen te bekomen. Bij handgesponnen wol vind je heel vaak 2-draads of 3-draads garen. Maar je kan eigenlijk zo ver gaan of je zelf wilt. Je kan ook die enkele draad houden en dat lichtjes vervilten voor stevigheid. En er zijn zelfs nog een heleboel type andere garen die je kan maken (maar dan zou ik alweer te veel uitweiden…).

De bedoeling van deze Tour de Fleece was om een 2-draads garen te maken. Dus heb ik de bobijnen stuk voor stuk getwijnd. Dat wil zeggen: van 2 draden 1 maken door ze in de omgekeerde richting te spinnen. Door de twist van de enkele draden omarmen ze elkaar dan mooi en zo wol krijgt zoals we die vanuit de winkel kennen.

Extra zorg

Maar na het twijnen ben je er ook nog niet helemaal. Door het spinnen van de enkele draad en het twijnen naar een dubbele draad zit er nu enorm veel twist en spanning in de vlecht, waardoor die alle kanten op krult.

Door ze in warm water (al dan niet met een beetje wolwasmiddel) te laten rusten en daarna licht te stretchen, krijgt de wol een deel van zijn oorspronkelijke eigenschappen terug. Zo krijg je een meer handelbaar garen. Er zijn opnieuw een paar extra stappen die je kan doen (zoals vilten en er mee op tafel slaan – ja echt), maar ik ben tevreden met het resultaat dat ik zo krijg. Daarna laat je het hangend of liggend (mijn voorkeur) drogen.

Wat gegevens

Blijkbaar heb ik toch wat meer wol gesponnen dan ik dacht. Want als ik het zo allemaal bij elkaar samentel kom ik zeker aan meer dan de 422g die ik noteerde gekamd te hebben. Maar zoveel te beter, want je hebt natuurlijk liever wat meer wol dan dat je er tekort zou hebben.

Het is me niet gelukt om elke vlecht even zwaar te maken, maar dat had ik ook niet verwacht. Ik heb telkens getwijnd tot de bobijn vol was. Of tot ik dacht dat ze vol was, want de een is dus al zwaarder dan de andere geworden:

  • vlecht 1 (vrnl): 73g
  • vlecht 2: 89g
  • vlecht 3: 85g
  • vlecht 4: 81g
  • vlecht 5: 84g
  • vlecht 6: 51g

Bij het aantal meter natellen van de eerste vlecht, merkte ik op dat ik niet aan de lengte kwam van mijn testwol. Ik had 171m op 73g (of 234m op 100g) ipv 270m op 100g. Wat ik toch jammer vond. Maar wat misschien wel normaal is, want dit is geen lopende bandwerk. En ook al heb ik zoveel mogelijk geprobeerd om dezelfde dikte aan te houden. Hier en daar zit er wat variatie in.

Zoals je kan zien, zijn er donkerdere plekken en lichtere plekken waar ik de draden heb gecombineerd. De volgorde van mijn bobijnen, zat wel goed in elkaar. Maar de eerste bol met enkele draad die wat lichter is en de tweede bol met enkele draad die ik donkerder maakte om dat te compenseren, kwamen niet in de juiste volgorde na elkaar. Waardoor het donkere stukken van de bollen samenvielen en de lichtere stukken overbleven.

Waar licht en donker elkaar wel overlappen, krijg je een gemarmerd effect. Zeker in een 2-draads garen is dat heel goed te zien, want de kleuren wisselen elkaar direct af. Dit was eigenlijk niet de bedoeling. Maar ik kon het niet anders oplossen door tijdsnood. Mijn tip aan mezelf voor volgend jaar, is zeker op tijd beginnen verven. En al was het de bedoeling niet, het geeft wel extra karakter en nuance aan de wol.

Opnieuw verven of niet?

Als ik de wol zo van ver bekijk, vind ik de kleur oké. Je ziet heel duidelijk dat het niet meer wit is, maar bruin. En eigenlijk geen lichtbruin, waar ik wel wat schrik voor had na al die lichtere verfbaden. Maar van dichterbij weet ik het zo goed niet. Ik denk dat ik het gemarmerde effect niet zo mooi vind.

Dus wil ik misschien wel een plan B maken. En dat wil zeggen dat ik weer zou verven. Maar welk kleur dan? De kleuren die ik tot nu toe verfde, vind ik minder geschikt. En een tijdje geleden zei ik vlierbes, want de paarse kleur is schitterend. Maar bessen zijn blijkbaar kleuren die heel snel vervagen en ik wil toch graag wat langer van het eindresultaat kunnen genieten.

Sinds het voorjaar heb ik niet stil gezeten en heb ik stilletjes aan geïnvesteerd in mijn eigen plantenverftuintje vooraan aan mijn huis. Ik heb een heleboel lavendel in lange bakken op mijn vensterbank gezet, samen met grote potten hibiscus en eucalyptus naast de deur op de grond, ik heb plantendelen langs de kant van de weg gevonden en ook een deel gekregen van anderen. Ik zou dus gerust een nieuwe verftest kunnen doen.

Over het garen ben ik heel tevreden, over de kleur iets minder. Hmmm, wat is jouw mening?

Back to basics

Finish

De Tour de Fleece voor dit jaar is afgerond. Ik ben aangekomen en heb netjes mijn schema kunnen volgen. Woop, woop! Maar ik ben toch ook wel blij dat het gedaan is. Het was zalig om iedere dag even zen te worden door het ritme van het spinnen. Maar de voorkant van mijn enkels zijn blij met een beetje rust.

Planning en afwijkingen

Oké, technisch gezien ben ik iets vroeger aangekomen dan mijn planning aangaf. Ik zou de volledige tour voor mannen spinnen, maar ook die van de vrouwen er bij nemen. Zo kon ik de hoeveelheid over minder dagen spreiden, waardoor ik minder op een dag hoefde te doen. Het leek me haalbaarder. Maar elke dag was ik toch nog ongeveer een uur bezig met spinnen.

Op de eerste dag bij de start van de tour, was er een kunstevenement in Bergues net over de grens met Frankrijk. Daar kon ik niet anders dan meer spinnen dan mijn planning aangaf, waardoor ik een mooie voorsprong kon nemen. Weet je nog? Die eerste dag was een tijdrit waarop ik (door het verrekenen van het aantal kilometer) 2 gram mocht spinnen. Tuurlijk deed ik meer.

En uiteindelijk heb ik ook wat minder wol gekamd en geverfd. Want ik was dat zo moe. Je zou verbaasd zijn hoeveel dat van je vraagt. Dat is urenlang trekken en duwen, je hele lijf staat onder spanning. Elke dag 4 nestjes maken, soms 8. Pff, ik had wat last van mijn schouders en spieren. Omdat ik meer dan de minimale hoeveelheid had, vond ik het best oké om niet meer voor te bereiden.

Bobijnen en cijfers

Dit is het verdict. Ik heb 6 bobijnen af, waarvan 2 met mindere hoeveelheid:

  • bobijn 1: 90g
  • bobijn 2: 97g
  • bobijn 3: 98g
  • bobijn 4: 89g
  • bobijn 5: 48g
  • bobijn 6: 47g

In totaal is dat 469g, wat me raar lijkt… Want ik kamde en verfde maar 422g. Hmm, misschien heb ik de lege bobijnen verkeerd afgewogen. Ik schreef namelijk op elke bobijn hoeveel die woog, zodat ik dat dan kon aftrekken van het volledige gewicht. Het kan dat de weegschaal verkeerd woog of dat ik fout opschreef (waarschijnlijk dat laatste, lol). Ik doe het wel nog eens opnieuw als alle bobijnen weer leeg zijn.

De verschillende kleuren bruin werden zo veel mogelijk door elkaar gemixt om een egaler resultaat te hebben, maar ik weet niet of ik er tevreden mee zal zijn. Voor alle zekerheid pas ik nog een extra verdeling toe. Ik ga bobijnen 5 en 2 combineren, daarna 1 en 4 en 3 en 6. Omdat bobijn 5 een halve is, wordt er ook een overlapping gemaakt tussen 2 en 1 en 3 en 4.

En als ik niet weg ben van het resultaat, verf ik het gewoon opnieuw in een andere kleur. Alles komt goed.

Singles en kwaliteit

Over het algemeen ben ik wel blij met de dikte van mijn singles. Ze zijn woolen gesponnen vanuit gewassen, gekamde wol. En ze zijn vrij gelijk van dikte. Al zit er een kleine variatie op (tja, ik spin ook nog maar 6 weken op het spinnewiel dat ik gebruik).

Ondertussen heb ik wel geleerd dat mijn vezelvoorbereiding nog beter kan. Wat is kemp? En hoe kan ik die verwijderen om zachtere wol te maken? De wol wassen voor het spinnen zou ook helpen en misschien wil ik nog andere voorbereidingstechnieken toepassen.

Ervaring zit er ook voor iets tussen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen is de boodschap. Door elke dag een klein beetje te spinnen, zijn de overgangen tussen de verschillende nestjes wol vlotter geworden. Ze vallen minder op. Ik kan ook langere stukken in één keer door spinnen, waardoor ik minder tijd verlies.

Al helpt goed materiaal natuurlijk ook. Af en toe heeft het spinnewiel olie nodig om vlot te blijven draaien. Het is een wereld van verschil, geloof me maar.

De volgende stap: twijnen. Ook dat zal elke dag een beetje zijn. Te zien hoe ver ik geraak en hoeveel ik op een bobijn krijg. Ik heb er nog één over en ik kreeg de tip om de wol eerst een paar dagen te laten rusten voor er een vlecht van te maken (dank je wel, Claire). Maar eerst even vieren dat ik de eindmeet haalde. Had je gedacht dat ik het zou halen?

Bronnen

Back to basics

Halverwege Tour de Fleece

Met trots kan ik zeggen dat al mijn wol geverfd is, met wat minder trots dat ik het eigenlijk al af wou voor de Tour de Fleece zou starten. Nu zijn we halverwege en ben ik eindelijk waar ik wou zijn. Het was niet evident en er liep heel veel anders of gedacht.

Tijdsnood

Ik heb het verven enorm onderschat. In mijn planning had ik op twee weken gerekend. Eén week om alle wol te kammen en daarna een week om alles te verven. Uiteindelijk zijn het drie weken geworden van elke dag kammen en 2 fases verven. Het waren een paar zware weken. En wat ben ik nu blij dat het gedaan is.

Omdat ik eind juni al serieus aan het panikeren was, heb ik een paar bakken gezocht voor in de oven. Zodat ik een reeks daarin kon doen naast de andere reeks in mijn kookpot. Door twee reeksen tegelijkertijd te doen, wou ik een inhaalbeweging maken.

Zo zag mijn dagprogramma er uit:

  • oven 1e keer: wassen en verfbad klaarmaken
  • oven 2e keer: beitsen en verven
  • pot: wassen, beitsen, verfbad klaarmaken of verven

Voor drie weken lang (met gelukkig toch af en toe een rustdag)

De fases wisselden af. Dag 1 waste ik bad A. Dag 2 waste ik bad B en beitste ik bad A. Dag 3 waste ik bad C, beitste ik bad B en verfde ik bad A. Enzoverder. Dit was allemaal in de oven. Daarnaast had ik nog mijn kookpot met een ander ritme. Dag 1 waste ik bad D. Dag 2 beitste ik bad D en dag 3 verfde ik bad D. Omdat ik telkens maar kleine hoopjes (ongeveer 35g) per keer kon doen, had ik dus heel veel hoopjes en dagen nodig. Veel meer dus dan de geplande week.

De drukte van die dagen heb ik toch wat onderschat. Ik ben nog steeds aan het recupereren van een jaar slaaptekort. Het kroop af ten toe toch in de kleren. Zo had ik op een dag wol in het beitsbad gedaan, zonder beitsmiddel. Ik vond de afgewogen aluin de volgende dag nog in het potje op het werkblad van mijn keuken. Oeps. Dat is helaas niet meer goed gekomen.

Kleurverschillen

Ik zag online een filmpje over wol verven in de oven met acid dyes. En ik dacht dat het ook mogelijk zou zijn met natuurlijke verfstoffen. Het was pas na het wassen, beitsen en verven (3 dagen later), dat ik door had dat het toch niet zo’n goed idee was.

Ik dacht: dezelfde temperatuur en dezelfde periode, dat komt wel goed. Niet dus, op de een of andere manier waren de kleuren veel lichter. En ik weet (nog) niet waarom. De kleur van de wol die uit mijn pot komt is wel oké. Maar nu zit ik dus met heel veel licht gekleurde wol en een beetje donker gekleurde wol.

Hoe ga ik dat nu combineren? Want omdat ik niet alle wol op 1 juli voor handen had, moest ik ook wat creatief zijn om de kleuren te combineren. Hoe zou ik dat gaan aanpakken? Uiteindelijk is het een hele berekening geworden die waarschijnlijk toch niet zal kloppen. Dus ben ik van plan om te doen wat ik kan en de rest aan het lot over te laten.

Combineren en verspreiden leek me de beste oplossing. Als ik 4 bobijnen vol heb, waarvan 1 en 3 met lichtere kleuren en 2 en 4 met donkere kleuren, zou ik 1 en 4 en 2 en 3 kunnen combineren voor het twijnen. Dan komen beide draden zo gelijk mogelijk uit, dacht ik zo.

Maar het zullen waarschijnlijk 6 bobijnen worden. Want vandaag zitten we in de helft en ik heb pas bijna mijn 3e bobijn vol. Dus wordt het dan waarschijnlijk een combinatie van bobijnen 1 en 4, 3 en 6 en 5 en 2. Maar zal er genoeg kleurspreiding op de bobijnen zitten? Ik vrees er voor want elk verfbad is net dat beetje anders (wat volledig normaal is).

Volgende keer beter

Als ik het nog eens zo groot zou aanpakken, zou ik het anders doen. Zeker genoeg tijd nemen om alles te kunnen verven zoals het hoort. Zodat ik mezelf niet voorbij loop, maar er van kan genieten (zoals de bedoeling was). En zeker in mijn kookpot. Ik denk niet dat ik de oven nog zal gebruiken. Die heb ik ten slotte ook nog nodig om eten klaar te maken en het is best om dat niet te combineren.

Op dit moment ben ik nog niet tevreden van de kleur. Misschien betert dat na het twijnen. Als het eindresultaat me niet aanstaat, zal ik het oververven in een lichtere kleur. Dan heb ik lichtere en donkere stukken, maar ten miste één kleur (misschien vlierbes) in plaats van twee. Volgende keer spin ik misschien eerst al mijn wol en verf ik het daarna. Als alles getwijnd is, kan ik de check eens doen of ik zo meer wol in mijn pot kan krijgen.

Als allerlaatste oplossing kan ik nog altijd bolletjes afwisselen tijdens het breien. Dat zal heel veel maskeren. Je hebt waarschijnlijk wel al gehoord van breien met twee bollen en om de twee rijen wisselen. Maar ik zou het zelfs met de drie bollen durven. Dan is elke rij van een andere bol en valt het nog minder op.

Nu kan ik me verder gaan concentreren op het spinnen. Ik zit nog altijd op schema. Woop, woop! Al een geluk. Ik wil echt niet opgeven. Ik kan dit! Met wat ben jij bezig op dit moment?

Bronnen

Back to basics

Over gekruiste gedraaide steken in mijn proeflapje

Het is me gelukt. Ik heb een proeflapje klaar met wol waarvan ik tevreden ben. Al was dat niet zo eenvoudig. Terwijl ik er mee bezig was, had ik echt schrik dat het op niets zou trekken. Ik wou zelfs het hele project annuleren. En dan zei ik op een gegeven moment gewoon: foert! Ik zie wel waar het uitkomt. Maar het was pas toen ik het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen en het patroon er nog even bij nam dat ik het echt los kon laten.

The fabric created by this slightly rustic, 2-ply yarn (Garden Wool&Dye Co: Cormo Fingering) isn’t perfect.

Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen

Gekruiste gedraaide steken

Zonder kabelnaald

Het breipatroon maakt gebruik van gekruiste gedraaide steken. Eigenlijk een soort van minikabels waarbij er één steek telkens opschuift en je diagonale lijnen krijgt. Maar om het allemaal nog wat moeilijker te maken, worden de steken door de achterste lus gebreid.

Door een steek naar achter te brengen en eerst de tweede en daarna de eerste te breien, kruis je naar rechts. Door een steek naar voren te brengen, kruis je naar links. Maar als je dat met een kabelnaald doet, heb je een extra naald nodig. Er kruipt meer tijd in omdat je telkens de naald oppakt en neerlegt. Laat staan om de steek op die kabelnaald te krijgen en er terug af, zonder de rest van de steken kwijt te raken.

Als je kabels zegt, zeg je ook kabelnaalden. Wat in mijn ogen gelijk is aan veel meer werk. Omdat ik geen zin had in al dat gedoe, was ik op zoek gegaan naar shortcuts. Op youtube vond ik een filmpje van Designs by Phanessa over hoe je gekruiste steken kan breien zonder kabelnaald. De techniek wordt heel goed uitgelegd, maar toen ik het uitprobeerde was ik niet tevreden van het resultaat. Ik denk dat ik iets verkeerd deed, want het leek ook helemaal niet op de steken in het filmpje.

Met kabelnaald

Als je er even bij stil staat is het meestal zo dat als je iets te snel wil doen, je meestal niet tevreden bent van het resultaat. Soms is de tijd en energie er in steken echt beter, omdat dat gewoon de beste manier is het beste resultaat te hebben.

Oké, misschien ben ik nu weer veel te resultaat gericht bezig. Maar wie geeft er om hoe je er geraakt bent, als je er maar raakt. En zelfs als je er niet zou raken: het proberen is beter dan het niet proberen. Toch?

Maar de hele bedoeling van dit project is net vertragen en bewust genieten. Dus misschien bekijk ik het beter procesgericht. Ja, ik wil dat de cowl snel klaar is, wie wil dat niet. Maar deze uitdaging gaat net over het omgekeerde. De tijd nemen om stil te staan bij het maken. Dus in dat opzicht had ik de kabelnaald volledig geaccepteerd.

Andere breivolgorde

Inderdaad “had”. Want toen ik bijna klaar was met mijn proeflapje, bedacht ik me iets. Als ik nu gewoon eerst de tweede steek brei en dan pas de eerste. Dan hoef ik geen kabelnaald te gebruiken. Ik kan het gewoon doen met de naalden in mijn handen.

Het vroeg wat puzzelwerk om uit te zoeken hoe ik dat het beste zou doen voor gedraaide steken. Want bij de rechtse kruising wil je de steek achteraan hebben en op de een of andere manier zit die eerste steek gewoon in de weg.

Uiteindelijk kwam ik bij de volgende oplossing:

  • rechtse kruising: 1e steek afhalen, 2e steek breien en terug op de linkse naald schuiven, 1e steek terug op de linkse naald schuiven, 1e steek breien.
  • Linkse kruising: 2e steek breien zonder de steek van de naald te halen, 1e steek breien

Proeflapje

Toen ik mijn proeflapje breide, keek ik naar elke rij of het wel goed was. En ik maakte me echt zorgen. Is de spintechniek goed voor dit project? Gebruik ik de juiste naalddikte? Ik begon alles in vraag te stellen. Want wat ik in mijn handen had, was stug en een beetje gefrommeld. De steken leken te verdwijnen in het niets.

Pas toen ik het proeflapje waste, was ik ook echt tevreden van het resultaat. De gedraaide steken komen veel beter uit, zodat je het bladmotief duidelijker kan zien. Eigenlijk had ik dit ergens wel in mijn achterhoofd na al die jaren ervaring met proeflapjes.

Ik weet niet wat ik aan het stugge kan doen, want je kan maar zo ver gaan met een bepaalde wolsoort. Als je het zou vergelijken met commerciële wol, zou dit “niet superwash” zijn. Dus kan het niet zo zacht en glad zijn als een “superwash” wol. Om een wol superwash te maken, wordt er een chemisch proces toegepast. En dat is niet de richting die ik wil uitgaan. Maar wat onderzoek in die richting kan natuurlijk geen kwaad.

Voila, weer een stapje verder. Nu ik mijn proeflapje klaar heb, kan ik over gaan tot de wiskunde van het geheel. Hoeveel gram en meters zal ik nodig hebben? En hoe splits ik het op in etappes? Ik heb nog en heleboel werk voor de boeg met kammen en verven. Dus kan ik maar beter aan de slag gaan, niet?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
  • https://www.youtube.com/watch?v=mRyYrFA9ueY Video van Designs by Phanessa over gekruiste steken breien zonder kabelnaald.
Back to basics

Worsted vs Woolen

De wol die ik vorige week klaar had, heb ik op een bal gewonden om mee te kunnen breien. En weet je wat? Het zag er wel mooi uit, maar het voelde heel onnatuurlijk om mee te breien. Het was hard, stug en bloeide helemaal niet open. Tja, daar wil ik dan wel geen sjaal van maken. Dus had ik een kleine crisis. De wol zat niet mee, het motief wou ook voor geen meter werken. Het was even tijd om te reflecteren.

Er zat niets anders op om toch even naar andere spinmethodes te kijken, dacht ik. En laat ik mezelf dan beginnen bij het begin in plaats van voorbij te lopen. Want die neiging heb ik nog weleens. Volgens mij begint het bij worsted tegenover woolen spinnen.

Worsted spinnen

Bij deze techniek wordt de vacht samengedrukt, zodat alle lucht er uit gaat. Het is daarom ook kouder. Het resultaat is effen wol die tegen een stootje kan. Ideaal voor ajour (omdat de omslagen heel mooi openen) en steekmotieven (omdat je de steken goed kan zien).

Je laat de twist niet in de vacht komen, omdat je die vasthoudt met duim en wijsvinger. Je laat wat vacht passeren om twist er in te krijgen en dan laat je het op de bobijn winden. Daarna weer wat vacht laten passeren en op de bobijn laten winden. Dat proces wordt telkens herhaalt. Je duwt de vacht bijeen om een egaal resultaat te hebben.

Bij het spinnen van die tweede reeks vorige week, kwam ik uit op 240m per 100g. Maar je kan eigenlijk pas weten welke naald je daarvoor nodig hebt, door de WPI (wraps per inch) te tellen. Dat houdt in dat je telt hoeveel keer je de draad rond een pen of stuk karton kan rollen in één inch. Tadaa, naald 4 net zoals opgegeven. Het mag ook eens meezitten.

Daarom dacht ik dat deze ideaal zou zijn voor mijn patroon. De dikte was oké, het twijnen ook en het zag er net uit als wol uit de winkel. Ik dacht dus echt dat ik mijn spinstijl voor dit project gevonden had. Maar je kan het dus pas echt weten als je een proeflapje maakt.

Woolen spinnen

Bij deze techniek gaat het andersom. Je laat de twist wel in de vacht komen. Dat wil zeggen dat de lucht die tussen de haren zit, er tussen gevangen blijft. Die lucht zorgt voor isolatie en geeft een warmer gevoel. Maar het resultaat is minder egaal. De ene keer dikker, de andere keer dunner. (Ofwel wordt het nog veel oefenen om beter te worden).

De twist mag dus in de vacht komen. Daarom hou je die in een hand vast. Draai met de andere hand net genoeg om de twist los te maken, zodat je de vacht kan laten passeren. Daarna laat je weer los, zodat de twist er opnieuw kan in komen. Effenaan laat je weer op de bobijn rollen. De vacht wordt minimaal gemanipuleerd en wordt daarom zachter en pluiziger.

Dus is dit misschien de oplossing. Want om de wol in het patroon te evenaren, wil ik in de buurt van 366m per 100g komen. Ik had me neergelegd bij 240m, maar met deze spintechniek kan je veel meer meters uit je vacht halen, omdat de lucht er mooi in blijft.

Spintest 3

Een derde spintest was net wat ik nodig had. Tijd om op een woolen manier te gaan spinnen. En tot mijn verbazing vind ik het een heel leuke techniek. Ik was er in het begin niet helemaal voor te vinden, omdat er dus dikkere en dunnere stukken zijn. Maar nu ik het resultaat voel, wil ik daar mee leven.

De wol voelt veel zachter en flexibel aan. En na er even mee te breien, denk ik dat dit manier wordt waarop ik ga spinnen. Maar mijn test was opnieuw te dik. Je zou het kunnen vergelijken met mijn eerste spintest. Wanneer ik het uitreken, kom ik op 180m per 100g. Ten opzichte van 137m per 100g is dat een pak langer.

Maar ik wil dus naar een dunnere draad. En als ik het zo bekijk, zou ik er dubbel zoveel moeten kunnen uithalen om helemaal op dezelfde wol uit te komen als in het patroon. Maar even realistisch. Dat zal waarschijnlijk niet lukken. Ik kan het wel optimaliseren. Maar dat zal wat oefening vragen.

Tijdsnood

Ik begin een klein beetje stress te krijgen. De Tour de Fleece start binnen twee weken en ik heb nog alle wol te kammen en verven. Maar ik weet natuurlijk nog niet hoeveel ik nodig zal hebben. Dat kan ik pas uitrekenen als mijn proeflapje klaar is. En dat kan ik pas doen als ik blij ben met het resultaat van mijn volgende spintest.

Dus kan ik maar beter aan de slag gaan. In het slechtste geval kan ik natuurlijk ook wol blijven kammen en verven in juli, terwijl ik al begonnen ben met het eerste verfbad. Maar ik zou het toch liever vermijden. Want ieder verfbad zal net een beetje anders zijn en om alles zo egaal mogelijk te hebben, zou ik de verfbaden willen combineren.

Aan de slag dus. Denk je dat ik er zal geraken? Ik zou het fijn vinden als je voor me zou supporteren.

Bronnen

Back to basics

Van schaap tot wol

Tijdens dit Pinksterweekend is het Schone Schaapjes in Staden. Ik keek er al twee jaar naar uit, want het was telkens uitgesteld door Corona. Gelukkig ging het dit jaar wel door en wat heb ik er van genoten. Ook al was er veel te zien en was het super interessant, ik had graag zelfs nog wat meer willen leren over schapen en hoe je van schaap tot wol komt. Daarom heb ik dat even zelf uitgezocht.

Schaap scheren

Zoals we allemaal weten, komt wol van schapen. Laat ons even de Alpaca’s, Lama’s en Angora geit vergeten. Tijdens de herfst en winter maakt een schaap vacht aan. Die vacht zorgt er voor dat hij lekker warm de dag door komt. Maar bij het begin van de zomer wordt het dan veel te warm en mag hij geschoren worden.

Dit doet het dier geen pijn. Je kan het eigenlijk vergelijken met een knipbeurt voor ons. Het is zelfs heel hard nodig. Als er niet geschoren wordt, blijft de vacht groeien en krijgt dat schaap het zeer lastig.

De meeste schapen krijgen één scheerbeurt per jaar. Rassen met snelgroeiende vacht krijgen er twee. En van een volwassen schaap krijg je ongeveer 3 tot 4 kilo vacht. Sommige rassen gaan tot 8

Wol wassen

De wol die rechtstreeks van het schaap komt, is nog vuil en vettig. Er zit nog gras, modder en lanoline in zitten. Om de wol makkelijker te hanteren te maken, wil je eerst het vuil en vet verwijderen. En dat doe je door te wassen uiteraard.

De wol wordt toegevoegd aan heet water met een ontvetter. Even laten inwerken en uitspoelen en nog eens herhalen. Maar je wil natuurlijk de wol niet teveel agiteren, want je wil zeker vermijden dat de wol gaat vilten. Dat kan gebeuren bij grote temperatuurwisselingen en veel beweging.

Daarna laat je de wol drogen. Dat kan even duren, want wol kan heel veel water opslorpen. Zelfs als je denkt dat het goed droog is, kan er toch nog wat vocht aanwezig zijn. Gewoon drogen aan de lucht is het best. Je zal versteld staan van hoe mooi de wol er uit komt en hoe vies het water is dat overblijft.

Verwerkingsproces

Er zijn twee manieren om wol te verwerken: kaarden en kammen. Bij kaarden liggen de vezels van de wol kriskras door elkaar. Bij kammen liggen de vezels allemaal in dezelfde richting. Voor mij heeft kammen de voorkeur. Ik vind dat het je iets meer controle geeft bij het spinnen. Al is dat voor iedere spinner persoonlijk.

Bij beide manieren wordt er een beetje wol op de kaarders of kammen gedaan. Bij iedere pas valt er meer vuil uit en verlies je de stukjes van de vacht die je niet kan gebruiken. Het eindresultaat is gewoonweg prachtige wol die spinklaar is.

Verven en spinnen

Op dit moment is het moeilijk om te bepalen wat eerst komt. Sommigen verven eerst de vacht om een egaler resultaat te krijgen. Anderen spinnen eerst om daarna een speciale verftechniek te kunnen toepassen.

Voor mijn back to basics-uitdaging koos ik om eerst te verven en daarna te spinnen. Want ik zal verschillende verfbaden hebben die telkens net iets anders zijn. Door ze af te wisselen tijdens het spinnen, hoop ik dat de kleuren meer gaan verspreiden en dat ik zo toch een redelijk egaal resultaat zal hebben.

Als de wol gesponnen en behandeld is, is ze klaar om mee te weven en te breien. Je hebt zonet je eigen wol gemaakt. En net dat vind ik zo prachtig. Het geeft je kracht omdat je het zelf in handen hebt. Jij maakt wat je wil.

Intensief

Heel dit proces is nogal intensief en heeft een impact op onze leefomgeving. Door mijn eigen wol te maken, wil ik die impact ook een beetje verkleinen. Oké, toegegeven, schapen hebben een grote CO²-uitstoot vergeleken met andere dieren en soms gaat er echt niets boven commerciële wol. Maar veel wol gaat door de hoge kost van het scheren op dit moment verloren. Het gebruik van zo’n vacht vergroot de kudde niet en wordt de vachtberg kleiner. De wol die ik gevonden heb, komt van een boer in Pollinkhove. Dat is ongeveer een kilometer van waar ik woon. Meer lokaal kan niet. En zo scheellt dat weer in CO² van transport.

De hoeveelheid water dat ik gebruik, probeer ik zo laag mogelijk te houden. Maar zoals je kan lezen, komt er veel wassen aan te pas. Zowel bij de vacht schoon maken, als verven, spinnen en zelfs bij het blocken van je afgewerkte breiproject. De eerste twee wasbeurten zijn wat ze zijn, maar het andere water probeer ik te hergebruiken als spoelwater van het toilet. Tja, het is niet alleen voor de leefomgeving, maar ook voor de portemonee dezer dagen.

En door natuurlijke kleurmiddelen te gebruiken, probeer ik zoveel mogelijk chemicaliën uit dat proces te houden. Uien gebruiken we bijvoorbeeld allemaal. Door de schil aan de kant te houden en te gebruiken om te verven, wordt ook hier de afvalberg kleiner en is er geen impact op de leefomgeving. Bloemen plukken is natuurlijk weer iets anders. Insecten hebben de bloemen nodig om te overleven. Maar als we er respectvol mee omgaan en op het juiste moment plukken, kunnen we zo ook in balans blijven.

De verftest is af en ik heb mijn kleur gekozen. Het volgende op de agenda is genoeg wol verven om een spintest en breitest te doen. Juni is voorbereiding voor de Tour de Fleece in juli. Op naar de volgende dus.

Bronnen