Geen categorie·werk in wording: Raglan trui

Steken opnemen

Deze week kijk ik al even vooruit. Want ik ben bijna klaar met mijn raglantrui en t-shirt. Bij beiden moet ik dan nog steken opnemen voor de hals of mouwen. Maar hoe zorg ik er nu voor dat ik juist genoeg steken opneem? Want ik heb geen patroon om te volgen. Te veel steken maakt het slobberig en te weinig steken trekt ook op niet veel.

Als je even in detail kijkt, zijn er 3 opties:

  • langs een afkant rij
  • aan de zijkant van je werk
  • op een schuin deel

Tip voor je begint

Ik wil ook nog even het volgende meegeven. De plaats waar je de naald in steekt is heel belangrijk. Om een mooi resultaat te hebben doe je dat altijd onder de afkantrij of na de zelfkantsteek. Pas dan krijg je een naadloos effect.

Verder doe je telkens hetzelfde. Je steekt de naald door een gaatje, neemt de draad op en haalt hem naar voren. Dat doe je altijd met de goede kant van het werk naar voren. Je kan met dezelfde draad werken, of met een nieuwe. Dat maakt weinig uit.

Langs een afkant rij

Je steekt de naald dus onder de afkant rij en dat doe je door de V van je steek. Zo buigt de afkantrij naar achter als naad en is hij niet meer zichtbaar. En dat werkt even goed bij een opzetrij, want de structuur ervan is hetzelfde.

Maar hoeveel steken zet je dan op? Wel, dit is een makkelijke. Je zet evenveel steken op als in je afkantrij. Met andere woorden is je ratio hier 1:1. Want je breit eigenlijk verder in dezelfde richting.

Aan de zijkant van je werk

Deze regel zal je gebruiken om bijvoorbeeld een knooprand aan een vest te breien. Omdat je van een horizontale rij naar een verticale rij wil overgaan, moet je rekening houden met verschillende steekverhoudingen. Als je flink was, heb je voor je begon een proeflapje gemaakt en ken je de steekverhouding van de steken die je wil combineren (vb: boord- op een tricotsteek).

Neem een blad papier en schrijf je aantal naalden en steken en cm op. Verder heb je nog een rekenmachine en onderstaande tabel nodig. Nu kan het rekenwerk beginnen. Wees niet bang als je er niet zo goed in bent. Het kan wel moeilijk lijken. Maar eens je het door hebt, kan je de wereld aan.

Je deelt het aantal naalden door het aantal cm. En dan doe je hetzelfde met het aantal steken. Voor welk patroon je wat telt heeft te maken met de breirichting van je werk. En dat bepaal je door het werk even voor je te leggen. Vertrek vanuit het standpunt van de nieuwe steken dat je zal breien. De steken dat je wil opnemen, zie je als horizontaal. Dan is de zijkant van je werk verticaal.

Daarna deel je de steekverhouding van de nieuwe steek die je wil breien door de steek van het stuk dat je al hebt. Het decimaal getal dat je krijgt, zet je om in een breuk. Hiervoor gebruik je die onderstaande tabel. Als je niet helemaal gelijk uit komt, kies je deze die het dichtst bij in de buurt ligt.

Decimaal getalBreuk
0,501/2
0,672/3
0,753/4
0,804/5
0,835/6
0,876/7
Omzettabel decimaal getal naar breuk

Maar waar zet je nu die steken op? Dit is het handige aan een zelfkantsteek. Het toont een mooie overgang van de eerste steek naar het verdere vervolg van je rij. In dit geval steek je op na de zelfkantsteek. Eén beentje is een rij. Dus neem je op tussen de beentjes. Opgelet, deze techniek lukt niet zo goed bij een kantsteek/slipsteek/afgehaald steek omdat je dan de beentjes niet goed ziet. Die zelfkanten gebruik je wanneer je er geen boord aan maakt.

Om een voorbeeld te geven, wil ik het even toepassen op mijn t-shirt. Want dat maakt het iets concreter:

  • steekverhouding tricot (verticaal → aantal rijen): 28 rijen op 10 cm wordt 28 / 10 = 2,8
  • steekverhouding diagonaal ajoursteek (verticaal → aantal rijen): 31 rijen op 10 cm wordt 31 / 10 = 3,1
  • steekverhouding boordsteek (horizontaal → aantal steken): 19 steken op 10 cm wordt 19 / 10 = 1,9
  • boordsteek-tricotsteek: 1,9 / 2,8 = 0,67
  • boordsteek-diagonale ajoursteek: 1,9 / 3,1 = 0,61

Beide decimalen komen het dichtst in de buurt van 0,67. Dus wordt het breuk 2/3. Met andere woorden zet ik voor elke 3 rijen, 2 steken op. Tadaa.

Op een schuin deel

Deze techniek zal je misschien nodig hebben bij armgaten of een ronde hals. Je hebt steken afgekant en andere steken verder gebreid. En een paar rijen verder heb je dat opnieuw gedaan. Om dan verticaal uit te komen op een zelfkantsteek. Met andere woorden, je combineert dan de twee bovenstaande technieken.

Heel belangrijk: Tussen de 2 rijen waar je afkantte, ontstaat er een soort gaatje. Dat gaatje wil je vermijden. Want als je hier in een steek zal opnemen, zal het gaatje alleen maar groter worden. Voor de horizontale stukken neem je de rij onder de afkantrij. Als je aan zo’n gaatje komt neem je de steek ernaast en erboven om in te steken. Het lijkt misschien ver, maar het is beter zo.

Als je toch gewoon een schuin stuk hebt, zoals bijvoorbeeld bij mijn raglan trui, dan neem je de tweede techniek. Je doet alsof het de zijkant van je werk is en neemt dezelfde verhouding steken op. Ook hier neem je de kolom na de zelfkantsteek.

Variatie

Je kan deze regels ook toepassen wanneer je je losse stukken aan elkaar naait. Het idee erachter is hetzelfde, al is er een kleine variatie. Je wil ook geen rimpels of uitgetrokken steken, maar een effen resultaat. Vooral bij mouwen is het handig om te weten, want je combineert een horizontale richting tegenover een verticale. Tot nu toe deed ik het een beetje op zicht en sloeg ik af en toe een steek over. Maar deze regels zijn handig om in het achterhoofd te houden.

Pff, oké, er komt wel wat wiskunde bij kijken. Maar met een goeie rekenmachine kan je de wereld aan, toch?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Two of a kind

Oei, nu zit ik helemaal in de knoei. Weet je nog dat ik problemen had met de hoeveelheid wol voor de mouwen van mijn raglantrui? In een poging om het in orde te krijgen, heb ik iets gedaan wat ik dacht dat me ging helpen, maar die misschien het averechtse effect had.

In de knoei

Normaal gezien brei ik de 2 mouwen van een trui altijd tegelijkertijd. Zo weet ik dat ze echt identiek zijn. Maar omdat ik met een verschillende minderingen op het voor- en achterpand zit, dacht ik dat het te moeilijk zou zijn. Misschien zou ik te veel fouten maken. Dus besliste ik om de mouwen apart te breien.

Ik had al vastgesteld dat ik niet genoeg wol zou hebben voor een volledige mouw, dus was ik overgeschakeld op plan B (of was het nu al C) en koos ik voor driekwartmouwen. Ik had uitgerekend dat ik voor elke kleur 28 rijen nodig had en dan voor de boord in bruin, zou ik 15 rijen kunnen breien (gelijk aan het voor- en achterpand). Ideaal dus in mijn hoofd.

Maar na de 23e rij van de groene kleur begon ik opnieuw schrik te krijgen. Zou ik nog genoeg wol overhebben voor mijn 2e mouw? En dan begon ik me af te vragen hoe je dat eigenlijk kan weten. Wel, normaal gezien pas ik hier een trucje voor toe. Maar waarom heb ik het dan niet gedaan?

Bollen halveren

Ik denk dat ik dit geleerd heb tijdens het maken van mijn eerste paar sokken, al ben ik dat niet meer zeker. Om te weten dat je zeker genoeg zal hebben voor 2 gelijke stukken, weeg je je wol op voorhand. En dan is het heel simpel. Je maakt twee bollen met elk de helft van die wol.

Ja, zo simpel is het echt. Maar waarom had ik het dan niet gedaan? Ik dacht misschien aan verspilling. Want eigenlijk kan je het met een gewone keukenweegschaal nooit volledig juist hebben. Het kan zijn dat je ene bol toch net iets groter is dan de andere.

Dus het kan dat ik met de ene bol toch een rij meer zou kunnen breien, dan met de andere. En dus is er geen garantie. Tja, misschien wil ik het weer te goed doen. In het verleden werkte het wel prima.

Een ander trucje

In plaats van de bollen te halveren, ben ik aan mijn tweede mouw begonnen. Toen ik aan rij 23 van mijn tweede mouw uitkwam, had ik dus nog een stuk over. Maar hoe zou ik nu weten of ik nog genoeg zou hebben om op elk een rij te breien?

Toen dacht ik terug aan een trucje bij de lange draad opzet. Om te weten hoeveel wol je nodig hebt om op te zetten, draai je de wol zoveel keren als je steken wil opzetten om de naald. Normaal gezien kom je dan toe, al heb ik gemerkt dat ik toch nog wat extra nodig heb.

Dit trucje heb ik nu toegepast op het stuk wol tussen de 2 mouwen. Ik wou echt het werkelijke midden bekomen. Maar het is dus iets anders uitgedraaid. Want ik rekende uit dat ik op elk nog 2 rijen zou kunnen breien. Dit is het resultaat na die 2 rijen:

Het is dus heel kort geworden. En dat draadje moet ik dan nog in 2 delen en inwerken. Hmmm, dat zal me niet lukken.

Terug naar het begin

Volgens Watercolours and lace is er een andere oplossing en het begint eigenlijk al bij de voorbereiding van je project: het proeflapje. Eigenlijk kan je er nog meer info uit halen dan enkel het aantal steken en rijen, wolgewicht, naalddikte en of je de steek mooi vindt. Je kan er ook uithalen hoeveel wol je hebt gebruikt voor één rij. Dit had ik zelf nog niet bedacht. Bedankt voor de goeie tip.

Je doet het zo. Je weegt je bol voor je start. Dan brei je de rij en weeg je de bol opnieuw. Zo weet je hoeveel wol je voor dat aantal steken hebt gebruikt. En nu kan je het omrekenen naar het aantal steken die je op je naald hebt. Een klein beetje wiskunde, maar wel de meest efficiëntste manier, lijkt me.

Compromis

Maar voor mij is het nu misschien te laat. Want ik heb het niet opgeschreven tijdens het maken van mijn proeflapje. Dus wat zal ik doen?

Zou ik de draad doorknippen en inwerken? Die eindjes zijn echt heel kort. Nee, de kans dat ze zullen loskomen is te groot. Ik wil geen gaten in mijn prachtige raglantrui. Ik wil er heel lang van kunnen genieten.

Dus denk ik dat ik toch misschien van elke mouw een rij terug uithaal. Oké, ik heb dan misschien wel een beetje overschot, die ik liever niet zou hebben. Maar dat is nog altijd beter dan gaten. En ja, dan heb ik niet genoeg rijen in mijn kleurstrook. In plaats van 28 heb ik er dan maar 24. Is dat het einde van de wereld?

Ik denk dat het een goeie compromis is. En als ik het nu zo bedenk, misschien kan ik bij de andere kleuren een rij extra breien om de lengte te compenseren. Als de ideale weg niet mogelijk is, is het soms een beetje creatief zijn. En een beetje wabi sabi kan geen kwaad.

Zo zie je maar. Nooit opgeven. Voor alles is er een oplossing. Die raglantrui krijg ik af! Ooit. Ja toch?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Soorten mouwen

Vandaag wil ik het nog even over truien breien hebben. Ik had het eerder al over hoe je zelf een patroon kan maken door de verschillende stukken van een trui uit te kiezen. Ik ben nog steeds bezig met het breien van mijn raglantrui. En wat er daar zo speciaal aan is, is natuurlijk de raglanmouw.

Maar daarnaast zijn er nog een aantal andere soorten mouwen. Ik wil het even hebben over de verschillende soorten en wat er zo specifiek aan is. Daarnaast wil ik ook nog even de Engelse term meegeven, voor het geval dat je die zou tegenkomen in een Engelstalig patroon.

Deze termen gaan over de manier waarop de mouw verbonden is aan voor- en achterpand. Enkel dat stuk. Je kan dan opnieuw variëren met de vorm van de mouw. Zoals een driekwart of korte mouw, een mooi aansluitende rechte mouw of een pofmouw.

Klassieke types

Raglan

Een Raglan mouw is een mouw die van de oksel schuin loopt tot aan de nek. Je kan hem herkennen aan de siernaad die schuin naar boven loopt. Het is een klassieke mouw die heel vaak voorkomt, al heb ik hem zelf nog nooit gebreid. En een mouw die zorgt voor een mooi aansluitende trui.

Je kan een trui met raglanmouwen zowel van boven naar beneden als van beneden naar boven breien. In het eerste geval, brei je de mouw meestal al mee met voor en achterpand. Dan maak je telkens een meerdering tussen voorpand, mouw en achterpand, zodat je de schuine siernaad bekomt. Voordeel is dat het dichtnaaien achteraf tot het minimum wordt herleid.

Als je van beneden naar boven breit, brei je de stukken los van elkaar. Later naai je die dan aan elkaar. Dit is wat ik nu aan het doen ben met mijn raglantrui. In plaats van meerderingen, maak je minderingen (aja, want je werkt omgekeerd). Na elke mindering maak je dan een zelfkantsteek, waardoor je het makkelijker aan elkaar kan naaien en de naad nog steeds heel mooi uitkomt.

Inzetmouw (set in)

Tot nu toe maakte ik deze mouw het meest. Bij een inzetmouw komt de naad van de schouder mooi op het schouderbeen. Je mindert aan de oksels in een kwartronde en gaat daarna recht naar omhoog.

Dit soort mouw brei je altijd van beneden naar boven en in losse stukken. Als je de stukken plat neer legt op tafel, zal je zien dat de kop van de mouw precies past in voor- en achterpand. Deze mouw is dus ideaal als je een aansluitende trui wil maken.

Afgevallen mouw (drop shoulder)

Dit is eigenlijk de makkelijkste mouw om te breien, want je hoeft er niet voor te meerderen of minderen. Je breit de mouw gewoon recht. Daarom komt de schoudernaad op je arm. Perfect als je een beginnende breister bent en niet goed weet hoe je aan een trui begint. Het maakt de drempel om het toch eens te proberen kleiner.

Deze mouw brei je steeds van beneden naar boven en ook in losse stukken. Omdat alles gewoon recht is, kan je het later heel gemakkelijk aan elkaar naaien. Er bestaat wel een variatie op dit soort mouw. Onder de oksel worden er een paar steken afgekant. Voor de rest is het principe hetzelfde.

Omdat de schoudernaad op de arm zit, geeft het een heel comfortabele look. Daarom kom je die bijna altijd tegen in een Bernadettepatroon. Dat is een zalige cardigan, ideaal om knus in de zetel te zitten op zondag. Maar ook mijn droomtrui van vorig jaar heeft deze schouder. Het combineert heel goed met een boothals.

Speciale types

Als je Scandinavische patronen bekijkt, zit er meestal een mooie tekening bovenaan. Deze truien worden eigenlijk van boven naar beneden gebreid. En net om die mooie tekening te laten uitkomen, wordt er geen siernaad tussen mouw en panden gemaakt. Dat zou die tekening net teniet doen. In Engelse patronen wordt die top down genoemd.

Natuurlijk heb je nog een heleboel andere (zoals vleermuis, kimono, …), die hier moeilijk allemaal te benoemen zijn. En dan heb je ook nog patronen zonder mouw. Eigenlijk zit het zo. Elk patroon is anders. Het soort mouw dat er vermeld staat, geeft net dat speciale eraan. Hoe je hem dan breit staat uitgelegd in het patroon.

Omdat het voor mij de eerste keer is dat ik een raglantrui brei, is het een beetje zoeken. Maar heb ik ooit zo’n uitdaging uit de weg gegaan? Ik hoop alleen, dat het allemaal zal passen, eens ik klaar ben. Welke mouw verkies jij eigenlijk?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Over opnieuw beginnen

Een paar weken geleden had ik zin om de wol weer tussen mijn vingers te voelen. De kleine rustpauze tussendoor heeft me deugd gedaan. Dus heb ik mijn raglantrui opnieuw boven gehaald. Voor ik aan een nieuw project start, wil ik dit toch eerst afmaken.

Toen ik bezig was aan het tweede kleur voor de mouw, kwam ik er achter dat ik niet meer genoeg wol zou hebben voor de tweede mouw. Ik was nog wat aan het zoeken naar een oplossing, maar die heb ik niet kunnen vinden. Er zat dus niets anders op dan opnieuw beginnen. Maar omdat ik er enorm tegenop zag, had ik het even aan de kant gelegd. Maar nu dus de energie en goesting gevonden om het weer in handen te nemen.

Uittrekken

Een van de dingen waar je het meest tegenop ziet als je in deze situatie zit, is het uittrekken van je project. Het vraagt veel tijd en het is verloren energie. Wie wil dat nu eigenlijk doen? Je zou voor minder je enthousiasme verliezen. Daarom pak ik het anders aan.

Ik haal de steken van de naald en maak de draad los. En dan start ik van dat einde. Je trekt dan eigenlijk de draad uit terwijl je breit. Een heel efficiënte manier om al dat gedoe te vermijden. En je draad kan niet vernestelen of draaien.

Als je per ongeluk niet je hele steek gebreit hebt, kan je hiermee wel in de problemen geraken. Maar dat is eigenlijk altijd. Ook als je je werk gewoon uithaalt en er een bol van maakt. Tja, het streefdoel is natuurlijk dat je je werk niet volledig hoeft uit te trekken.

Een klein stukje maar

Bekijk daarom eerst of het echt nodig is om volledig opnieuw te starten. Misschien hoef je maar een klein stukje opnieuw te doen. Dan zou het zeker zonde zijn om alles uit te trekken. Er zijn verschillende tips om dit aan te pakken.

Een aantal rijen uithalen

Als je enkel een paar rijen hoeft uit te trekken, kan je met je andere breinaald eerst de steken van de laatste goede rij opnemen. Let daarbij op dat je enkel het rechter beentje van de steek opneemt, dan zitten ze al onmiddellijk goed op de naald. En let er ook op dat je op dezelfde rij blijft.

Dan haal je steken van de naald en kan je uittrekken tot aan de onderste naald. Voila, klaar om weer te beginnen. Lukt het niet zo goed, dan kan je een kleinere naald gebruiken. Zo ga je iets vlotter door de steken. Je kan de steken daarop laten zitten als je maar verder breit op de juiste naald.

Wat er wel kan gebeuren is dat je draad dan aan de verkeerde kant zit. Dan komt de beste breister tegen. Ik heb er nog geen trucje voor gevonden. Maar wat je dan wel kan doen is de steken opnieuw overzetten op de andere naald. Dan komt alles goed en kan je verder.

Een paar steken terugbreien

Als je wakker bent en je ziet op dezelfde rij een paar steken terug een fout, dan kan je terugbreien. Je hoeft dus zelfs niets uit te trekken. Hiervoor ga je met de naald in de lus onder de steek die op je andere naald zit. Dan laat je de steek vallen.

Dit werkt zowel voor rechtse als averechtse steken. Maar ook voor minderingen en meerderingen. Al komt er dan wel meer stappen bij te pas. De theorie is eigenlijk dat je de omgekeerde beweging doet dan als je de steek zou breien. Let erop dat als je klaar bent met de steek terug te breien dat het rechter beentje aan de voorkant zit en dat je nog steeds op dezelfde rij bent.

Lifeline

Deze manier is echt handig voor patronen met kabels of ajourmotieven. Het klinkt moeilijker dan het is. Eigenlijk haal je met een gewone naainaald een draad door de steken die op je breinaald zitten. Je kan dit na elke herhaling doen. Daarna brei je gewoon verder. Je hoeft niets met die draad te doen.

Als je dan zou zien dat je een fout gemaakt hebt, kan je de steken van je naald halen en uittrekken tot die draad. Bij kabels en ajour is het soms moeilijk om de rij te zien. Daarbij helpt deze draad. Je trekt uit tot je niet meer kan.

Daarna zet je de steken weer op de breinaald door het pad van de draad te volgen. Begin aan de andere kant van waar je draad zit, dan zitten ze onmiddellijk goed om straks weer te starten. Laat de lifeline nog even zitten tot je project volledig klaar is. Je weet maar nooit.

Patroon aanpassen

Als er niets anders opzit dan je werk uit te halen, zal daar waarschijnlijk ook een reden voor zijn. Kijk daarom voor je begint ook eens naar je patroon. Waar liep het fout? Soms zit de logica in een klein hoekje.

In mijn geval heb ik wol van de groene kleur te kort. Dus verminder ik het aantal rijen in die kleur en maak ik de bruine strook langer. Om dan mooi uit te komen, zal ik de kraag in blauw ipv in bruin breien.

Omdat ik er nog steeds een beetje mee in zat, heb ik het stuk groene wol van mijn mouw afgewogen en naast het overschotje gelegd. Gelukkig komt dit net goed uit. Oef. Plan B was de mouwen korter maken, maar dat zag ik niet echt zitten voor deze wintertrui.

Kleine foutjes herstellen

Het is niet altijd slecht om te herbeginnen. Misschien had je kleine foutjes gemaakt, die je geaccepteerd had. Dan kan je die nu recht zetten. Ik heb alvast het trucje om strepen rond te breien toegepast. Sowieso ga je meer tevreden zijn van het eindresultaat. Al mag er gerust een foutje in je werk zitten. Dat maakt het net jouw unieke stuk. Er bestaat geen ander van.

Ik ben er zeker van dat jij ook al wel eens opnieuw bent begonnen. Hoe heb jij het dan aangepakt?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Reflectie

Ondertussen ben ik alweer 5 weken bezig met het maken van mijn Raglan trui. Ideaal om eens na te gaan of ik nog steeds op schema zit en of ik nog tevreden ben.

Het schema

Elke week heb ik 30 rijen gebreid, zoals ik uitgerekend heb tijdens de voorbereidingsfase. Ik heb het niet echt specifiek bijgehouden of afgevinkt. Maar als ik het nu even snel uitreken kom ik mooi op schema uit. Mijn voor- en achterpand zijn nu klaar. Dat waren 146 rijen en 30 rijen per week komt mooi uit op 5 weken.

Deze week ben ik er nog niet toe gekomen, maar het is nu starten met de mouwen. Eerst is er nog de berekening. Hoeveel steken zet ik op, hoeveel keer meerderen over hoeveel rijen, enzoverder. Ik doe dit gaandeweg wanneer ik aan een nieuw stuk begin. Dat is het voordeel van een eigen patroon maken.

Mouwen berekenen

Ik had voor een een raglan schouder gekozen, omdat de strepen dan het mooist zouden uitkomen met het voor- en achterpand. Maar als ik de berekening maak, heb ik in totaal meer rijen in de mouwen. Dat wil zeggen dat mijn strepen niet even breed zullen zijn als ik het aantal rijen eerlijk verdeel. Bij het starten heb ik daar aan gedacht, maar de oplossing heb ik een beetje uitgesteld. En nu is het het moment om de knoop door te hakken.

Er zijn een paar dingen die ik kan doen. Bijvoorbeeld de mouw korter maken. Ik zou dan kunnen gaan voor een driekwart mouw. Is ook mooi. Maar het is de bedoeling dat ik deze trui in de winter zou kunnen dragen en dan is een driekwart mouw misschien niet zo ideaal.

Een andere oplossing is om bij het stuk waar de mouw aan voor- en achterpand vast gemaakt wordt de strepen gelijk te houden en dan meer rijen te breien in het andere stuk. Maar ik weet niet of dat zo mooi zal zijn. Dat zou te veel opvallen.

Ik vroeg me af of er nog andere methodes zijn om dit op te lossen. Dus ben ik online op zoek gegaan naar een gelijkaardig patroon. Als je de foto bekijkt, komen de strepen heel gelijk uit. Enkel het onderste deel is langer.

Dit is dus mijn oplossing. Ik hoef enkel maar meer rijen in bruin te breien en dan voor de andere kleuren kan ik hetzelfde aantal rijen aanhouden. Concreet wil dat zeggen dat ik na de rijen van mijn boord nog 33 rijen in bruin ga verder breien.

Ben ik nog tevreden?

Ja, ik ben nog steeds blij met de kleurencombinatie. Ze passen prachtig bij elkaar. En als ik er naar kijk, denk ik onmiddellijk aan het strand. Maar er zijn een paar details die ik wel jammer vind. Een paar schoonheidsfouten eigenlijk.

Ik vind het jammer dat ik de tip van vorige week niet eerder heb kunnen toepassen. Bij de overgang van de boord naar het groene kleur en ook bij de overgang naar het volgende kleur heb ik een niet zo nette overgang. Oke, ik weet dit nu voor de volgende keer. Maar ik heb toch een beetje spijt dat het niet netjes is.

Daarnaast heb ik een paar keer verkeerd geminderd in het mouwstuk. De nek van het achterpand heeft een andere breedte dan de hals van het voorpand. Wat wil zeggen dat je op een ander tempo mindert. Voor het achterpand was dat 2-2-4 en voor het voorpand 2-4. (Hiermee bedoel ik de groep rijen, waarvan telkens de eerste geminderd wordt.) Maar deze fout zie je eigenlijk niet. De raglan mouwen gaan mooi schuin.

En de hals is ook niet helemaal symmetrisch. Het was niet zo eenvoudig om dit juist te doen. Ik hoop dat ik dit nog een beetje recht kan zetten als ik de boord er aan brei. Daarnet het ik mijn voor- en achterpand al even gepast en ik denk wel dat het zal goed komen. Laat ons hopen.

Zoals ik al zei, zijn het echt schoonheidsfoutjes. De perfectionist in mij komt weer sterk naar voor, ik weet het. Maar dan denk ik eens terug aan de wabi sabi filosofie. Het draait allemaal over de schoonheid van imperfectie. Het komt er op neer dat niet alles perfect hoeft te zijn, maar dat ik zo een uniek stuk zal hebben. En iets dat ik volledig zelf gemaakt heb. Hoe kan ik daar niet trots en blij mee zijn.

Dus ik ben nog steeds heel tevreden en ik zit perfect op schema. Eigenlijk kan ik het niet beter hebben. Voila, mijn minder goeie week (je wil het niet weten), komt nog helemaal goed. Wat vind jij er van?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Strepen rondbreien

Er is iets waar ik totaal geen rekening mee gehouden heb. En dat is dat als je rondbreit, je eigenlijk in spiralen werkt. Je gaat naadloos over van de ene rij naar de andere. Als je in één kleur werkt, zie je daar nauwelijks iets van. En je wint er tijd mee, want je hoeft achteraf minder in te naaien.

Maar als je met 2 of meerdere kleuren in strepen werkt, zoals ik nu bezig ben met mijn raglan trui, valt dat enorm op. Aan het begin van de kleurenwissel, krijg je visueel een soort bultje in de rij en dat is echt niet mooi.

Ik had het eerder ook al gemerkt toen ik bezig was met een paar sokken in streepjesmotief te breien. Maar toen dacht ik dat ik gewoon iets fout deed. Nu besef ik dat het eigenlijk gewoon zo is, als je rondbreit. Want je breit dus eigenlijk in spiralen. Gelukkig is er daar een oplossing voor.

Eerste steek

Als je met grote strepen werkt, kan je met een kleine aanpassing op de eerste steek, de kleurovergang een beetje verdoezelen. Helemaal onzichtbaar is het niet, maar het is wel al een hele verbetering.

Brei de eerste rij in de nieuwe kleur. Als je dan opnieuw aan het begin van de rij komt, haal je de steek onder de eerste (die in de oude kleur) mee op de naald. Je doet dit zoals een steek op de naald hoort te zitten: het eerste beentje aan de voorkant. Daarna brei je de eerste twee lussen recht samen.

Het resultaat is dat de eerste steek in de oude kleur de steek een beetje naar beneden trekt. Zo krijg je dan meer het gevoel dat je in echte strepen breit, en niet in spiralen.

Helix breien

Als je met kleine strepen werkt, is dit een hele goeie manier. Ideaal voor bijvoorbeeld sokken. Je ziet helemaal geen overgang meer, omdat je eigenlijk gezichtsbedrog maakt. Soms mag dat ook eens, toch?

Zet het aantal steken op dat je nodig hebt voor je patroon. Dan deel je dat aantal door het aantal kleuren waarin je breit. Brei je bijvoorbeeld 80 steken in 4 kleuren, dan brei je 20 steken in elke kleur. En dat op één rij.

Dus je breit 20 steken in kleur A, wissel dan van kleur en brei 20 steken in kleur B. Gebruik steekmarkeerders! En herhaal dat: 20 steken in kleur C en 20 steken in kleur D. Nu heb je één rij gebreit. Gebruik ook een steekmarkeerder om het begin van de rij aan te geven.

Brei dan verder tot de volgende steekmarkeerder in kleur D. Daarna brei je 20 steken in kleur A, 20 in kleur B, 20 in kleur C en je bent alweer op het einde van je rij. Met andere woorden, kleur D komt boven kleur A, kleur A komt dan boven kleur B, enz. Omdat je zelf de spiraal maakt, toont het werk effen rijen.

Heel bizar als je er over nadenkt. Dus niet te veel doen, want het is het resultaat dat telt. En dat mag er echt wel zijn.

Toegepast op mijn raglan trui

Omdat ik met grote strepen werk, denk ik dat ik het beste resultaat met de eerste methode zal bekomen. Bij mijn tweede kleurovergang heb ik het geprobeerd en het is echt beter. Maar nog niet zoals ik het zou willen. Ik denk dat ik het ook beter zou toepassen met de averechtse rij. Want die komt nog niet volledig uit. Iets wat ik ga testen bij de mouwen.

Hopelijk heb je, net als ik, weer wat bijgeleerd. Heb jij dit probleem ook al meegemaakt? Wat was jouw oplossing dan?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Raglan trui

Een tijdje geleden heb ik hele mooie wol gevonden die ik wou gebruiken. Het is een combinatie van 5 kleuren. Maar ik had nog geen idee waarvoor ik het wou gebruiken. En dat is voor mij heel gevaarlijk, want meestal belandt de wol dan op zolder, om nooit gebruikt te worden. Want wanneer ik dan zou weten wat ik wil maken, zou ik al weer een ander project voornemen.

Dus ben ik eerst gaan nadenken over wat ik wou maken. Ik was toen nog bezig aan mijn droomtrui en vond dat wel tof. Dus besloot ik om een trui te maken. En omdat ik de kleuren naast elkaar zo mooi vond, besloot ik om met strepen te werken.

De wol

Maar eerst wil ik het even hebben over de wol. Ik was online aan het surfen en toevallig kwam ik deze tegen op de website van Sweet Georgia Yarns. Waar ik ook de wol vond voor mijn droomtrui. Deze heet Tofino roadtrip. Ik vind deze kleurencombinatie echt prachtig. Het heeft iets weg van een foto van het strand.

Maar deze wol is niet dik genoeg voor een trui. En ik had eigenlijk geen zin om weer met een dubbele draad te werken. Dus ben ik overgeschakeld naar hun superwash worsted. Wat wil zeggen dat het een superwash merino wol is met een dikte van ongeveer 4,5-5,5. Maar hiervan hebben ze de kleurenset niet. Dus was het een beetje zoeken om zelf de combinatie bij elkaar te vinden. Het zit er misschien niet volledig op, maar het komt toch in de buurt.

De vorm van de trui

Omdat ik besliste om met strepen te werken, zat ik een beetje vast met de vorm van de trui. Want zoals je kon zien bij mijn droomtrui, Komen de kleuren in het lijf niet overeen met de mouwen. En dat wil ik bij deze wel bekomen, want zo zullen de strepen echt tot hun recht komen. De enige manier waarop ik dit kan doen, is werken met een raglan mouw. Je weet wel, zoals op mijn to do-lijst: little cables raglan. Niet het volledige patroon, maar wel dit principe wil ik dus toepassen op de mouw van mijn trui.

Maar deze mouw heb ik nog nooit gemaakt. Nieuwe techniek leren, check. Bijkomende uitdaging was dat ik geen patroon heb. Want het is iets dat ik zelf wil maken. Het is nog nooit eerder gemaakt, dus bestaat er geen patroon van. Nog een nieuwe techniek, check. Zelf een patroon leren maken.

Soort steek

Ik wil een mooi aansluitende trui. Een gewoon model, zonder pof. De strepen zouden het al speciaal maken. Dus wou ik het voor de rest eenvoudig houden. Maar ik wou wel een speciale overgang tussen de kleuren. Zodat het toch iets extra heeft. Dus dacht ik aan het ridge pattern dat ik bij mijn laurel mist shawl gebruikte. Spoiler alert! Meer daarover volgende week

Het concept op papier zetten

Wat ik geleerd heb van mijn droomproject is alvast goed na te denken voor je begint. Dat wil ook zeggen dat je het voor je ziet. Hoe wil je dat het er gaat uit zien? Elk onderdeel samenvoegen en controleren of het samen werkt. Met andere woorden een schets maken. En dan de verschillende stukken uittekenen en de afmetingen er bij vermelden.

Om de afmetingen van een trui te bepalen kijk ik op een patroon het meest naar de tekening van de losse stukken, waar de afmetingen vermeld staan. In dit geval is de steekverhouding niet relevant, want je werkt met andere wol dan dat vermeld wordt in het patroon.

Deze stap was niet eenvoudig. Want de meeste patronen voor een raglan trui die ik tegen kwam, hadden deze tekening niet. En als ik er dan een vond, waren de boord, de hals of de lengte niet zoals ik het wou. Ik heb er een heleboel opgezocht om dan uit te komen op een zelf samengestelde combinatie. Het lijf van het ene patroon, de hals van het andere en gewoon een kortere boord. Onderaan worden de patronen die ik als basis gebruikte vermeld.

Dan heb je de basis voor je patroon. Later kan je aan de hand van je steekverhouding uitrekenen hoeveel steken je zal nodig hebben, hoeveel rijen je zal breien en wanneer je zal minderen/meerderen. Dat zijn zorgen voor later. Eerst wil je nu tevreden zijn met wat je voor ogen hebt.

En dat ben ik wel. Met mijn visueel geheugen zie ik nu al voor me hoe de trui er zal uitzien. Al zou het kunnen dat ik nog wat obstakels zal tegen komen onderweg tijdens het maken. Maar die kan ik dan oplossen als ik ze tegenkom. Heb jij het ooit al aangedurfd om zelf een patroon samen te stellen?

Bronnen

Basis voor mijn raglanpatroon