Steek van de maand

Schuine ajoursteek

Bijna, joepi, ik ben er bijna. Nog een paar rijen ajourmotief en mijn t-shirt is klaar. Dan nog enkel de boordsteek voor de mouwen en naden dichtnaaien. Voor ik aan het ajourmotief begon, ben ik nog even van gedacht veranderd en ben ik naar een andere steek overgeschakeld.

Schuine ajoursteek

Ik was niet zo overtuigd van mijn eerste keuze (de beginners ajoursteek), omdat ik vond dat die voor dit project toch teveel samentrok. Na een beetje zoeken, kwam ik bij de schuine ajoursteek. Deze trekt minder samen en geeft een mooier effect voor hetgeen ik wil bekomen.

De ene balkjes lopen naar links, terwijl het precies lijkt of de andere erachter naar rechts lopen. Zo bekom je een beetje een 3D-effect. Soms hoeft het niet ingewikkeld te zijn om iets speciaals uit te komen.

Niveau

Je hebt wel wat techniek nodig, maar op zicht is hij vrij eenvoudig in dit soort stijl van breien. Je hebt kennis nodig van 2 steken: omslag en rechts samenbreien. Deze twee steken herhaal je telkens opnieuw tot je op het einde van je rij bent. Dus op zich vrij eenvoudig. Na een paar rijen heb je het al zeker onder de knie.

Al heb ik er hier en daar toch wat last mee. Plots een steek laten vallen tijdens het rechts samenbreien. Waardoor ik een steek tekort had. Dan uitgetrokken en opnieuw gebreid, toen ik plots zag dat ik een steek teveel had. Maar ik zie de fout niet, dus die heb ik dan maar gecorrigeerd met nog een rechts samenbreien ipv twee gewone steken. Ik hoop dat het toch nog goed komt.

Basis van ajour

Ajour is een techniek waar je mindert en meerdert om een motief te breien. Minderingen doe je op twee manieren: rechts samenbreien en gedraaid rechts samenbreien. Het verschil zit hem in de richting van de steek die je maakt. Een rechts samengebreide steek leunt naar links, de andere naar rechts.

Meerderen doe je met de omslag. Hiervoor breng je de draad van achteren naar voren op de naald. Als je dan de volgende steek breit, zie je dat er een steek op de naald komt. Dit is zowat het eenvoudigste aan ajourbreien.

Je maakt dus telkens een meerdering waar je mindert. Op het einde van de rij zal je dus steeds hetzelfde aantal steken hebben. Als je er een teveel of tekort hebt, zoals ik (zucht), weet je dat er ergens een foutje in zit.

Je wisselt elke rij af. In de oneven rijen brei je de ajoursteek. In de rechte rijen brei je alle steken averechts als je heen en weer breit. Als je sinds vorige week de moed gevonden hebt om te leren breien met rondbreinaalden, brei je de even rijen gewoon rechts.

Ajour wordt heel vaak met een omschrijving en een tekening weergegeven. Als je de tekening volgt, is er ook een legende waar je kan zien welk tekentje voor wat staat. Als je een visueel geheugen hebt, kan het dan soms makkelijker zijn om dat te volgen.

Patroon

R = rechts
SAMBR = rechts samenbreien
O = omslag

Met rechte naalden

  • Zet een meervoud van 2 steken + 1 op.
  • Rij 1: 1R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: Brei alle steken averechts.
  • Rij 3: 2R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 4: Brei alle steken averechts.
  • Herhaal rijen 1 tot en met 4 tot je de gewenste hoogte hebt.

Met rondbreinaalden:

  • Zet een meervoud van 2 steken + 1 op.
  • Rij 1: 1R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: Brei alle steken rechts.
  • Rij 3: 2R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 4: Brei alle steken rechts.
  • Herhaal rijen 1 tot en met 4 tot je de gewenste hoogte hebt.

Door in rij 3 een steek meer gewoon rechts te breien, zorg je ervoor dat de gaatjes verspringen. Zo krijg je het effect dat de beentjes schuin lijken te lopen.

De steek is bedacht door Brome fields. De originele omschrijving en video kan je hier vinden.

Toepassen

Door de omslagen maak je gaatjes in je werk. Je bent niet fout bezig. Dat is net de bedoeling. Daarom is deze steek heel geschikt voor zomerse items, zoals een shawl of een t-shirt. Maar eigenlijk kan je het overal toepassen waar je een siersteek in wil brengen. Patronen zijn vaak in katoen en dunnen naalden, maar kan eigenlijk naar wens toepassen.

Je houdt er best wel rekening mee, dat deze steek mooier uitkomt als ze wat meer opgespannen is. Zeker als je hem in het werk combineert met een tricotsteek. Maak een proeflapje om zeker te zijn dat je goed zal uitkomen. Het zou jammer zijn als dat niet zo zou zijn.

Engelstalige patronen

Veel ajourmotieven worden in het Engels weergegeven met speciale kortingen zoals YO, K2TOG of SSK. Laat je hierdoor niet afschrikken. Ze willen het volgende zeggen:

  • YO: Yarn over is een omslag
  • K2TOG: Knit two together is rechts samenbreien
  • SSK: Slip slip knit is gedraaid rechts samenbreien.

Hiermee kom je al een hele stap verder. Al zijn er nog een paar specialere. Hier kan je een handige en uitgebreidere lijst van de vertalingen vinden.

Ik ben er best tevreden mee, ook al ben ik een beetje aan het sukkelen. Het is maar door te oefenen dat je het leert, vind je ook niet?

Bronnen

Steek van de maand

Boordsteek

Deze week was ik bezig met de opzet voor mijn zomerse T-shirt, toen ik plots begon na te denken over de boordsteek. Het is zoiets eenvoudigs, maar er zit zoveel techniek achter.

Wat me opviel

Omdat het niet de bedoeling is dat het onderaan te aansluitend zou worden, had ik besloten om met dezelfde dikte van naald en het normale aantal steken op te zetten. Wat volledig anders is van wat ik normaal zou doen. In elk patroon dat je tegenkomt zie je dat de boordsteek in een kleinere naald gebreid wordt en dat je in de eerste rij na de boordsteek een aantal steken meerdert. Maar waarom juist?

En nu weet ik het uit ervaring. Door het afwisselen van rechtse en averechtse steken, krijg je een soort franje. En als je te veel steken hebt ten opzichte van je tricotsteek (of andere steek dat je op dat moment breit), dan wordt die heel uitgesproken.

Ik dacht altijd dat de boordsteek van nature in elkaar trekt. En dat is wel zo voor een deel. Maar nu heb ik dus geleerd dat het ook te maken heeft met de verhouding tot het gewone deel van je project.

Niveau

De boordsteek is een heel belangrijke steek. Maar ondertussen is hij zo evident geworden dat ik er eigenlijk niet meer bij stil sta. Het is een steek die je vanaf je start als brei(st)er onder de knie wil krijgen. En gelukkig is ze echt niet zo moeilijk.

Ze zorgt er voor dat je rand niet opkrult en dat je trui/muts/… mooi aansluit. Maar het is dus belangrijk om hem goed toe te passen. Om ervoor te zorgen dat je boord elastisch wordt, wil je verticale lijnen creëren. En dat doe je door alle v-tjes aan dezelfde kant en alle lusjes aan de andere kant te hebben. En dat effect bekom je met rechte naalden anders dan met rondbreinaalden.

Soorten

Er zijn verschillende soorten boordsteek. De meest gekende zijn 1×1 en 2×2, maar voor mijn droomtrui gebruikte ik de gedraaide rechtse steek in de boord. Maar ook een siersteek kan.

Maar welke boordsteek is nu de juiste voor jouw project. Je kijkt hiervoor naar een aantal factoren: het effect dat je wil bekomen, het soort wol dat je gebruikt en de steekverhouding.

Als je enkel wilt dat je rand niet opkrult, kan je kiezen voor de siersteek. Kies gewoon een motief dat effen ligt. Of met andere woorden waar er evenwicht is tussen voor- en achterkant van je werk. Zoals bijvoorbeeld een gerstekorrelsteek of rijstpapsteek. Goh, je hebt zoveel keuze. Of je kan een sier in je boordsteek verwerken.

De dikte van de wol geeft een bepaalde steekverhouding die na berekening eerder aanleunt bij deelbaar door 2 of deelbaar door 4. Maar over het algemeen gebruik je bij dikkere wol de 1×1 boordsteek en bij dunne wol de 2×2 boordsteek. Wil je een elastischere boord, kies dan voor 1×1.

Op zich wordt de boordsteek onderaan de trui hetzelfde gebreid als bovenaan de trui. Al pak je het anders aan. Onderaan brei je hem onmiddellijk mee, want je start er mee. Als je aan de hals een boordsteek maakt, zet je eerst de verschillende delen aan elkaar en neem je dan het gewenste aantal steken op.

Patroon

1×1 boordsteek

Boord van mijn raglantrui

R = rechts
AV = averechts

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

2×2 boordsteek

Boord van mijn zomers T-shirt

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2AV, 2R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Gedraaide boordsteek

Boord van mijn droomtrui

Het enige dat je nu veranderd is dat je de rechtse steek door de achterste lus breit. Zo draai je eigenlijk de steek om tijdens het breien. De averechtse steek brei je gewoon. Je kan dit zowel toepassen in de 1×1 als in de 2×2 boordsteek. Het geeft een speciaal effect aan je boord. Zeker het proberen waard.

Strak, strakker, strakst

Een goeie boordsteek zorgt er dus voor dat je project mooi aansluit. Maar zoals ik al aangaf, zijn er bijkomende opties die er voor zorgen dat ze nog meer aansluit.

Gebruik een dunnere naald. Die zorgt dat je steken dichter opeen zitten en wat meer spanning geven. Je kan gaan tot een of twee nummers dunner dan de naalden waarmee je het project zou gaan breien.

Zet minder steken op. Deze tip vind je in alle truipatronen terug. In de eerste rij na de boordsteek maak je dan meerderingen, zodat je de gewenste breedte van je project bekomt. Omdat je minder steken in de boord hebt, is die smaller en sluit ze beter aan.

Pas de gedraaide boordsteek toe. Omdat je de rechtse steek omgekeerd breit, is de lengte van de draad tussen je rechtse en averechtse steek korter. Zo krijg je opnieuw wat meer spanning.

Nooit zal ik nog hetzelfde denken over die ouwe saaie boordsteek. Had jij kunnen denken dat er zoveel achter schuil ging?

Bronnen

Steek van de maand

Mozaiekbreien vs. Jacquardbreien

Tijdens het maken van mijn proeflapje voor het geheime project, herontdekte ik vorige week dat tricot zal opkrullen. En er zit een groot deel tricot in de sjaal, waaronder een deel jacquard. Ik kon dus niet anders dan opnieuw gaan nadenken over het concept. En toen had ik een idee! Waarom krult de Laurel Mist Shawl niet? Daarin komt mozaiekbreien voor. Misschien kan ik daarop overschakelen?

Wat is mozaiekbreien?

Het was vorig jaar, of het jaar er voor, dat ik er de eerste keer over hoorde. Het bestaat al langer, maar het is een techniek die nu pas echt populair aan het worden is. Barbara G. Walker maakte het haar eigen in de late jaren 60 van de vorige eeuw. Het gaat dus al een tijdje mee.

Het is een techniek waar je steken afhaalt op de andere naald zonder te breien. Wat het heel eenvoudig maakt. Ideaal zelfs als je als beginner graag een tekening in je project wil verwerken. Maar het is een hele leuke techniek, dus ook voor jou, gevorderde breier, een goeie om te proberen.

Je hebt twee kleuren nodig. Je breit met elke kleur telkens 2 naalden (heen en terug). Verder heb je een kaart met een tekening nodig. Je breit enkel de steken in het kleur dat je mee bezig bent. De steken in de andere kleur haal je dan af. De even rij is een herhaling van de oneven rij, maar dan in omgekeerde richting.

Sommige kaarten tonen zowel de oneven als even rijen. Maar aangezien ze eigenlijk hetzelfde zijn, bestaan er ook kaarten die enkel de oneven rijen weergeven. Kijk goed naar de cijfers die de rijen aangeven aan de zijkant.

Omdat je veel steken afhaalt en ze niet breit, is het ook een snelle methode om een tekening in je werk te steken. Maar niet alleen dat, je gebruikt ook minder wol. Maar helaas is er ook een keerzijde (zoals bij veel dingen). Niet elk patroon of tekening is geschikt om mozaiek te breien. De steken op onderliggende rijen moeten juist zitten, anders komt het niet uit.

Deze steek kan naast tricot- ook in ribbelsteek gemaakt worden, wat mijn probleem van opkrullende randen zo prima kan verhelpen.

Wat is jacquardbreien?

Dit is de techniek die ik altijd voor ogen had, als ik een tekening in breiwerk wil krijgen. Ik heb het overlaatst nog geprobeerd met sokken, maar dat is dan niet helemaal goed gekomen. Bij deze techniek heb je ook weer twee kleuren nodig. Maar de techniek en de kaart zijn anders.

Het werd ontwikkeld door Joseph-Marie Jacquard. Die zo goed of zijn leven wijde aan het verbeteren van weefgetouwen. Hij vond een manier om automatische patronen daarop te kunnen inweven. En later evolueerde dat verder in breiwerk.

Je breit met de twee kleuren tegelijk in de hand. Als de kaart aangeeft om de hoofdkleur te breien, neem je die draad op uit je vingers. Wanneer het de bijkleur aangeeft, neem je de andere draad op. Je breit dus wel telkens met één draad en neemt de andere draad mee langs de achterkant van je werk.

Jacquard brei je altijd in tricotsteek. Als je in ribbelsteek zou werken, komen de draden van de even rij aan de voorkant van je werk.

Als je het lekker warm wil hebben, is dit ideaal. Je werk wordt iets dikker en lekker knus. Wel opletten dat je de lussen niet de strak breit, want dat maakt het dan weer te compact. Als je het echt te strak doet, kunnen de steken verdwijnen onder de andere kleur. En dat wil je natuurlijk niet.

Wat maakt het verschil?

Ik gaf het eigenlijk al aan. Niet elk jacquardpatroon kan omgezet worden naar mozaiek. De onderliggende steken moeten de juiste kleur hebben en op de juiste plaats zitten. Daarom vroeg ik me af wat er nu juist voor zorgt dat het patroon wel kan omgezet worden naar mozaiek.

Na wat onderzoek zag ik dat mozaiekbreien heel wiskundig in elkaar zit. Er wordt een speciaal algoritme toegepast en bijna alle (zoniet alle) tekeningen zijn geometrisch in vorm. Ruitjes, rechthoeken en piramides zal je heel vaak tegen komen. Net omdat daar de steken dus goed zitten voor de techniek.

Maar hoe kan je het nu echt weten of je patroon geschikt is? De voor de handliggende oplossing is een proeflapje maken. Dan zie je het meteen. Maar gelukkig bestaan er ook websites, waaronder Pakin, waar je zelf je mozaiekpatroon kan maken. De ideale test dus of mijn tekening naar keuze kan omgezet worden in mozaiekbreien. Ik ga er straks mee aan de slag.

Voor mij zijn beide technieken redelijk nieuw. En voor jou? Heb jij er al ervaring mee?

Bronnen

Steek van de maand

Bijencelsteek

Er staat nog veel moois om te maken op mijn to do-lijstje voor dit jaar. Waaronder de Sweet Honey sjaal die Kjerstin Rovetta ontworpen heeft. Ik kon niet langer wachten om deze prachtige sjaal te maken. Dus ben ik er gisteren met een enthousiast gevoel in gevlogen.

Honeycomb brioche stitch

De steek die gebruikt wordt in dit patroon heet de honeycomb brioche steek. Of in het Nederlands bijencelsteek. En ik ben er helemaal verliefd op. Door het maken van de steek, krijg je een soort dubbel effect. Waardoor het erg goed lijkt op een honingraat. En hij is lekker zacht.

Niveau

Op het eerste gezicht lijkt hij niet eenvoudig. Maar net zoals bij andere steken is het dat wel als je weet hoe. Toch zou ik deze steek een gemiddeld niveau geven. Er zijn een paar speciale handelingen voor nodig. Maar laat je daar vooral niet door tegenhouden als je een beginnende breister bent.

We proberen allemaal zo weinig mogelijk steken te laten vallen. Maar het mooie aan deze steek is net dat het hier wel mag. De lussen van de afgevallen steken zorgen net voor het motief. Geen zorgen, in de volgende rij brei je ze allemaal weer samen.

Patroon

Ook bij deze steek is er een verschil tussen heen en weer breien en in het rond breien. Ik schrijf bewust niet rechte of rondbreinaalden, omdat je met rondbreinaalden even goed kan heen er weer breien.

Heen en weer

R: rechts
RO: rechts breien in de steek eronder
BCS (bijencelsteek): lus van vorige rij R opnemen op de rechtse naald en rechts samenbreien met de volgende steek op de linkse naald.

  • Zet een even aantal steken op.
  • Rij 1: alle steken R.
  • Rij 2: *1R, 1RO*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 3: *BCS, 1R*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 4: *1RO, 1R* Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 5: *1R, BCS* Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 t.e.m. 5 tot je de gewenste lengte hebt.

Als je de omschrijving niet goed kan volgen (zoals ik in het begin), kan je deze volgende video bekijken. Soms is het gewoon handiger om het iemand te zien doen. Zoals ik al zei, er zitten een paar speciale handelingen tussen.

In het rondbreien

AV: averechts
R: rechts
RO: rechts breien in de steek eronder
BCS (bijencelsteek): lus van vorige rij AV opnemen op de linkse naald en averechts samenbreien met de volgende steek op de linkse naald.

  • Zet een even aantal steken op.
  • Rij 1: alle steken AV.
  • Rij 2: *1R, 1RO*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 3: *1AV, BCS*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 4: *1RO, 1R*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 5: *1BCS, 1AV*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 t.e.m. 5 tot je de gewenste lengte hebt.

Om hetzelfde effect te krijgen als wanneer je heen en weer zou breien, wil je afwisselen tussen een rechtse en averechtse rij. Je wil het omgekeerde effect bekomen, want je draait het werk niet om. Maar als je het liever iemand ziet voor tonen. Ook hier is een mooie video van.

Herhaling

Eens je de 4 herhalingsrijen een beetje onder de knie hebt, gaat het gemakkelijk. Het is steeds hetzelfde die herhaald wordt, dus heb je genoeg oefening om een pro te worden in de bijencelsteek.

Maar ben je soms de weg eventjes kwijt en weet je niet meer hoe je volgende steek breit? Je kan het zien aan de volgende steek op je naald. Kijk naar de lusjes op de voorkant van je werk. Even rij: Heb je 2 lusjes? Dan brei je de steek gewoon. Heb je 1 lusje? Dan brei je de steek eronder. Oneven rij: Heb je 2 lusjes? Dan maak je de bijencelsteek. Heb je 1 lusje? Dan maak je een gewone rechtse steek.

Mooie randen

Als je deze steek heen en weer breit, zou ik zeker aanraden om een zelfkant te maken. Het is niet zo eenvoudig om de speciale steken te maken op de rand. En daarnaast krijg je een mooi uitlijning van het patroon.

En dan wil ik het ook nog even hebben over de rij die op je naald zit. In deze rij zie je de lusjes allemaal aan de voorkant. Je denkt nu misschien dat je een fout gemaakt hebt. Maar dat is niet zo. Je deed het correct. Door de steek eronder te breien, haal je de lus weg van de voorkant. En de lusjes die overblijven, zorgen dan voor het dubbel effect.

Toepassen

Ik gebruik deze steek nu voor de Sweet Honey sjaal. Maar het kan even goed gebruikt worden in andere projecten. Misschien maak ik een bijhorende muts als ik nog genoeg wol over heb. Je kan het eigenlijk gebruiken in eender welk project waarin je wat structuur wil hebben.

En omdat er een structuur gemaakt wordt, koos ik voor een effen kleur wol te kiezen. Zo ben ik zeker van een mooi resultaat. Maar alles is mogelijk natuurlijk. Je kan het ook met dubbele draad breien, waarbij de twee draden een andere kleur hebben.

Ik ben er alvast verliefd op. En jij?

Bronnen

Steek van de maand

Ridge stitch

De steek die ik gebruik voor mijn Raglan trui is een tricotsteek. Dit is een van de basissteken bij breien. De ene rij brei je rechts, de andere averechts. Zo komen de v-tjes steeds aan dezelfde kant. Maar om het iets specialer te maken, heb ik er een variatie in verwerkt: ridge stitch.

Tussen elke kleur overgang wou ik een specialeke. En dit is heel eenvoudig te bekomen door de laatste rij in de omgekeerde steek te breien, zodat de boogjes dan aan de voorkant komen. Dit breekt de tricotsteek op in verschillende delen.

Het is een eenvoudige steek met een twist. Ben je een beginnende breister? Dan kan je met dit patroon iets extra in je project steken aan de hand van deze kleine aanpassing. Ben je een ervaren breister? Dan kan je spelen met herhalingen en kleuren.

Breien met rechte naalden.

Er is een verschil tussen heen en weer breien en rond breien. En eigenlijk begint dit al met de tricotsteek. Als je op rechte naalden werkt, brei je de ene rij rechts, de andere rij averechts. Om dan de boogjes aan de voorkant te hebben, brei je een averechtse rij dan rechts.

  • Zet zoveel steken op als je nodig hebt.
  • Rij 1: brei alle steken rechts
  • Rij 2: brei alle steken averechts
  • Herhaal rij 1 en 2 zoveel als je wil
  • Oneven rij: brei alle steken rechts
  • Even rij: brei alle steken rechts

Breien met rondbreinaalden

Als je rondbreit maak je de tricotsteek door elke rij rechts te breien. Want je breit steeds in dezelfde richting. Om dan de boogjes aan de voorkant te hebben, brei je de rij averechts. Visueel heb je hetzelfde effect.

  • Zet zoveel steken op als je nodig hebt.
  • Rij 1: brei alle steken rechts
  • Rij 2: brei alle steken rechts
  • Herhaal rij 1 en 2 zoveel als je wil
  • Oneven rij: brei alle steken rechts
  • Even rij: brei alle steken averechts

Raglan trui

Voor mijn raglan trui heb ik de berekening gemaakt dat ik in voor- en achterpand 32 rijen per kleur nodig heb. Dus brei ik 31 rijen in tricotsteek en de 32e brei ik omgekeerd.

Tijdens dit project zal ik voor de schouders een overgang maken tussen rondbreien naar heen en weer breien. Het is best om dan in de gaten te houden dat je ook de omwisseling maakt naar de omgekeerde rij. Maar dat zal zichzelf uitwijzen. Als je ziet dat de v-tjes toch aan de voorkant zitten, brei je die rij gewoon in de omgekeerde steek.

Laurel Mist shawl

Ik heb deze steek ook toegepast in de Laurel Mist shawl. Hier liggen de omgekeerde rijen dichter bij elkaar. Tussen elke omgekeerde rij zaten 5 rijen tricotsteek. En het wordt een aantal keer herhaalt in dezelfde kleur.

Na een aantal keren het patroon te herhalen, wordt er nog een andere steek (slipped dots) toegepast. Daarna opnieuw een aantal keer het patroon. Opnieuw de slipped dots. En dan nog een keer het patroon. Zo krijgt de herhaling ook weer iets speciaals.

Variaties

Het voordeel van deze steek is dat je eigenlijk heel variabel is. Je kan zelf kiezen hoeveel rijen je tussen de omgekeerde rijen laat. Het minimum (om mooi uit te komen), zou ik zeggen, is vijf. Maar dat kunnen er ook gerust meer zijn. Dat hangt volledig van jouw smaak af. Neem wel een oneven aantal rijen. Dan kan je de volgende even rij omgekeerd werken. Zo blijf je op de juiste kant van het werk.

Je kan dit patroon in één kleur maken, maar ook in verschillende. Voor de laurel mist shawl heb ik hetzelfde kleur gebruikt, maar voor mijn raglan trui gebruik ik voor iedere sectie een andere kleur. Let wel op als je de omgekeerde rij in een andere kleur start. Dan zullen de onderste boogjes in een andere kleur zijn dan bovenste.

Maar je kan nog verder gaan dan dat. Er bestaat ook een omgekeerd ridge patroon. Dat is eigenlijk de achterkant van het werk. Je hebt dan de boogjes en een onderbreking met de v-tjes aan de voorkant van je werk. Dat maakt het een heel rekbare steek. Eigenlijk een beetje als een boordsteek, maar dan horizontaal.

Omdat ik zo vaak met Engelse patronen werk, ken ik enkel de Engelse naam. Weet jij toevallig hoe die in het Nederlands heet?

Bronnen