Geen categorie·Nieuwe werken

Autumn Dahlias

Deze week wil ik graag het resultaat van de Autumn Dahlias mystery knit-along met jullie delen. Opgelet voor het spoiler alert dus als je hem graag zelf nog zou maken. Zo geraakte ik in 5 weken tot een afgewerkte shawl.

Details

Wat werkte

Het patroon is fantastisch geschreven en het was een droom om te volgen. De verschillende steken werden mooi uitgelegd zodat ze eenvoudig toe te passen waren. Het patroon bevat ribbelsteek, afgehaalde steken, mozaiekbreien en ajour. En dat in een asymmetrische vorm die van zij tot zij gebreid werd.

En dat zij tot zij breien gaf me eigenlijk goeie hoop. Niet te veel steken in één keer op de naald en echt rustig verder kunnen breien. Al is dat niet helemaal zo gebleken. Waar de shawl het breedst is, was ik toch blij dat ik vanaf dan kon beginnen minderen. Toch viel deze shawl me beter mee dan de vorige twee MKAL’s van Sweet Georgia. Al ben ik niet helemaal zeker hoe je hem nu juist draagt.

Ik ben zo blij dat ik deze keer mooi op tijd was met de verschillende tips. Ik dacht: het is nu of nooit. Meer tijd dan dit zal ik niet hebben om een shawl in 5 weken af te hebben. In het patroon staat vermeld hoeveel rijen je kunt breien in een week om mee te zijn. En ik heb me er kunnen aan houden. Ik ben echt trots op mezelf dat ik het heb kunnen volgen. Want de shawl laten liggen was echt geen optie.

Wat heb ik geleerd

Ook al kon ik de meeste steken en technieken van dit project. Je bent nooit te oud om bij te leren. Ik heb nog nooit de kabelopzetmethode gebruikt. Tot nu toe gebruikte ik enkel de lange draad opzet en kwam ik nog maar net met de achterwaartse lussen opzet in aanraking. Ik ben blij dat ik nu ook de kabelopzet aan dat lijstje kan toevoegen.

En ik heb ook nog nooit eerder een picotrand gebreid. Ik zag er het nut niet van in, want het is zoveel werk. Ik ben ook iemand die graag bezig is met de vingers, waardoor ik met die picotbolletjes zit te spelen en na een tijdje begin ik dan op mijn eigen zenuwen te werken. Dus eerlijk gezegd wou ik deze gewoon overslaan. Maar dat voelde dan alweer als vals spelen. En dat wou ik ook niet. Nu ben ik zelfs blij dat ik het gedaan heb. De picotrand geeft meer karakter aan de shawl.

Ik heb ook geleerd dat het niet altijd tricosteek hoeft te zijn. Ribbelsteek is terecht aan een opmars bezig. Ik zag het al wat meer opkomen en was op zoek naar een project om het eens te kunnen toepassen. Zalig dus dat ik nu de kans kreeg. En ik zal het zeker meer gebruiken voor toekomstige projecten.

Deze keer had ik wel wat moeite met het kiezen van de kleuren. Eén van de oorspronkelijke kleuren is een verloop en daar vond ik niet echt een goed alternatief voor. Na veel te lang in mijn favoriete wolwinkel gezocht te hebben en alle merken overwogen te hebben, heb ik beslist om het gewoon los te laten en te kiezen voor 3 effen kleuren. De tweed mocht voor dat tikkeltje extra zorgen. En ik zou dan wel zien waar ik uitkwam met mijn steekverhouding. Voor één keer heb ik niet naar mijn eigen goeie raad geluisterd (maar serieus, maak altijd een proeflapje). Ik probeerde het wel zo dicht mogelijk te benaderen.

Aanpassingen

Ik wou al zeggen dat ik geen aanpassingen gedaan heb deze keer. Maar dat is eigenlijk niet waar. Ik heb er wel een paar gedaan, maar het zijn heel kleine. De eerste aanpassing is een andere wol dan omschreven in het patroon. Maar dat was vooral om praktische redenen. De omschreven wol komt uit Canada en is niet zo voordelig om te importeren naar België. Dus ben ik op zoek gegaan naar een lokaler alternatief. En ik wou ook gewoon andere kleuren die beter bij mijn bestaande kleerkast zouden passen.

De tweede kleine aanpassing is dat ik de picotrand in een andere kleur heb gebreid. Maar ook dat was om praktische redenen. Normaal gezien zou die in het lichtgroen zijn, maar die kleur was net op. Er was wel nog heel veel van het donkergroen over. En aangezien dat eigenlijk de hoofdkleur is, vond ik het een goed alternatief.

Evaluatie

Ik zou iedereen wel een mystery knit-along kunnen aanraden. Het niet weten waar je zal eindigen, zorgt voor een extra spannend element die er voor zorgt dat je gemotiveerd blijft. En het brengt je dichter bij de andere mensen die de shawl breien. Je kan steeds bij elkaar terecht via forums als je ergens niet zeker van bent of als je hulp nodig hebt.

Dit patroon was heel leuk om te doen. Je volgt geen klassieke vorm van shawl. Het is geen driehoekige, maar ook geen rechte shawl. Dat er tussen in en de center spine stitch maakt het net nog iets specialer. Ik ben echt tevreden van het resultaat.

Nooit gedacht dat ik in 5 weken een shawl zou kunnen afwerken. Ik ben nu allang begonnen aan het volgende project. Er staat nog zoveel op mijn to do-lijstje. Weet je nog? Wat is jou volgende project?

Bronnen

Basis·Geen categorie

Stress, pijn en rust

Aaaah, hier ben ik weer. Eindelijk weer even tijd gevonden om stil te staan bij de afgelopen weken. Tussen de drukke dagen was ik vorige week even vergeten dat het alweer weekend was. Ik was elke dag bezig met breien voor de MKAL Autumn Dahlias. Daarnaast ook met mijn eerste (tweedehands) elektrische fiets, verjaardag van mama en mijn tante, verjaardag van mijn verhuis drie jaar geleden, workshops, spinnen, … Zoals ik vorige week (of twee weken geleden ondertussen) al zei: te veel om te doen.

Fysieke klachten

En door die drukte, merk ik ook wel dat ik weer wat meer pijn heb in mijn gewrichten, nek en schouders. Dat ligt deels aan mijn fibromyalgie. Want als ik meer stress heb, wordt ik minder mobiel. Maar dit is nu echt op specifieke plaatsen zoals mijn linkerpols, het bovenste punt van nek en mijn beide schouders.

De symptomen zijn begonnen nu ik weer meer aan het breien ben. Dus denk ik dat het veilig is om te denken aan overbelasting. Elke dag 15 rijen van meer dan 100 steken breien is een pak hoger dan ik normaal gewend ben. Maar ik wil niet opgeven. Ik zit nog altijd op schema en ik hoop dat ik het nog een week kan volhouden. Dan is de shawl af. Maar ik hou mezelf voor de gek. Daarna ga ik toch gewoon door met het volgende project.

Maar hoe kan ik mezelf ondertussen toch nog voldoende rust geven? Want een van mijn goeie voornemens was toch om meer te gaan genieten van het proces? En om te genieten wil je toch de tijd nemen hé. En het liefst pijnvrij zijn.

Mijn dokter zegt dat ijs helpt. Het is waar. En spieren die niet voldoende getraind zijn, willen meer training (heb ik van horen zeggen). Specifiek voor mijn linkerpols is dit. Maar wat met de rest? Ik wil zo lang mogelijk mijn hobby kunnen uitoefenen. Ik kan me niet voorstellen dat ik niet meer zou kunnen breien, omdat mijn handen niet meer mee kunnen. Dus zorg dragen voor mijn lichaam is belangrijk. Ik weet het. Daarom ben ik even op zoek gegaan naar wat oplossingen.

Gewrichtspijn

Als je breit, maak je heel veel dezelfde beweging op lange tijd. Of je nu Engels, continentaal of Portugees breit, dat maakt allemaal geen verschil. Je mag grote of kleine bewegingen maken, het zijn steeds dezelfde die telkens herhaald worden. En soms zit er eens een moeilijke steek tussen waardoor je de draad en naalden iets krampachtiger vast neemt. Ik denk dat dat toch niet te onderschatten valt.

Tijdens mijn zoektocht online kwam ik de oefeningen van Kaitlin Bruder tegen. Ze is een illustrator die na het tekenen ook soms last heeft van haar handen en daarvoor simpele oefeningen toepast. Na een periode van intensief breien, probeer ik deze oefeningen nu uit. En na een dikke week kan ik toch wel zeggen dat ze me helpen. Dit is dus een blijver.

Schouderpijn

Maar dan is er nog de pijn in mijn rechterschouder. Het duurde een tijdje voor ik daarvan de oorzaak door had. Als ik brei zit ik meestal in mijn zetel met armleuningen van Ikea (die zalig zit trouwens). Hierbij is mijn linkerarm ondersteund, maar mijn rechter niet. De andere armsteun is net iets te ver om makkelijk te breien. Dus is mijn ruggengraat lichtjes schuin en moet ik meer moeite doen om mijn rechterschouder omhoog te houden. En daardoor geef ik iets meer kracht op mijn linkerschouder.

Hiervoor heb ik een bijkomende ondersteuning gezocht. Eentje die ik net naast me kan leggen, zodat mijn rechterarm toch ondersteund wordt. Denk aan een kussen, maar voorlopig is het nog even mijn droomdeken 2.1. Mijn kussens zitten nog in een verhuisdoos. Als ik eventjes tijd vind, haal ik ze er wel eens uit.

Nekpijn

De pijn in mijn nek is helemaal bovenaan. Net waar die overgaat naar de schedel. Toen mijn kinesiste vroeg of ik veel naar beneden keek, viel mijn frank. Breien is constant naar beneden kijken. Kijken naar je werk, kijken naar je patroon. Veel breien is dus gelijk aan veel hoge nekpijn voor mij.

De oplossing voor deze pijn ben ik nog een beetje aan het ontdekken. Het lijkt me evident dat als ik minder pijn wil hebben, minder naar beneden kijken noodzakelijk is. Met andere woorden naar iets anders kijken dan naar je werk. Een serie op Netflix bijvoorbeeld (op dit moment Locke&Key, een aanrader trouwens). Daarom ben ik blindbreien aan het oefenen. Ik ben er nog niet helemaal, want het is niet zo eenvoudig als het lijkt. Maar ik merk toch dat het al iets beter aanvoelt. En ik brei een beetje losser, wat ook weer beter is voor mijn vingers.

Als ik dit kan blijven volhouden, hoop ik toch nog vele jaren te kunnen genieten van mijn hobby’s. En binnenkort is de shawl af en kan ik daar ook nog eens van genieten. Wat zijn jouw tips voor pijn bij het breien?

Bronnen

Geen categorie·werk in wording: Raglan trui

Steken opnemen

Deze week kijk ik al even vooruit. Want ik ben bijna klaar met mijn raglantrui en t-shirt. Bij beiden moet ik dan nog steken opnemen voor de hals of mouwen. Maar hoe zorg ik er nu voor dat ik juist genoeg steken opneem? Want ik heb geen patroon om te volgen. Te veel steken maakt het slobberig en te weinig steken trekt ook op niet veel.

Als je even in detail kijkt, zijn er 3 opties:

  • langs een afkant rij
  • aan de zijkant van je werk
  • op een schuin deel

Tip voor je begint

Ik wil ook nog even het volgende meegeven. De plaats waar je de naald in steekt is heel belangrijk. Om een mooi resultaat te hebben doe je dat altijd onder de afkantrij of na de zelfkantsteek. Pas dan krijg je een naadloos effect.

Verder doe je telkens hetzelfde. Je steekt de naald door een gaatje, neemt de draad op en haalt hem naar voren. Dat doe je altijd met de goede kant van het werk naar voren. Je kan met dezelfde draad werken, of met een nieuwe. Dat maakt weinig uit.

Langs een afkant rij

Je steekt de naald dus onder de afkant rij en dat doe je door de V van je steek. Zo buigt de afkantrij naar achter als naad en is hij niet meer zichtbaar. En dat werkt even goed bij een opzetrij, want de structuur ervan is hetzelfde.

Maar hoeveel steken zet je dan op? Wel, dit is een makkelijke. Je zet evenveel steken op als in je afkantrij. Met andere woorden is je ratio hier 1:1. Want je breit eigenlijk verder in dezelfde richting.

Aan de zijkant van je werk

Deze regel zal je gebruiken om bijvoorbeeld een knooprand aan een vest te breien. Omdat je van een horizontale rij naar een verticale rij wil overgaan, moet je rekening houden met verschillende steekverhoudingen. Als je flink was, heb je voor je begon een proeflapje gemaakt en ken je de steekverhouding van de steken die je wil combineren (vb: boord- op een tricotsteek).

Neem een blad papier en schrijf je aantal naalden en steken en cm op. Verder heb je nog een rekenmachine en onderstaande tabel nodig. Nu kan het rekenwerk beginnen. Wees niet bang als je er niet zo goed in bent. Het kan wel moeilijk lijken. Maar eens je het door hebt, kan je de wereld aan.

Je deelt het aantal naalden door het aantal cm. En dan doe je hetzelfde met het aantal steken. Voor welk patroon je wat telt heeft te maken met de breirichting van je werk. En dat bepaal je door het werk even voor je te leggen. Vertrek vanuit het standpunt van de nieuwe steken dat je zal breien. De steken dat je wil opnemen, zie je als horizontaal. Dan is de zijkant van je werk verticaal.

Daarna deel je de steekverhouding van de nieuwe steek die je wil breien door de steek van het stuk dat je al hebt. Het decimaal getal dat je krijgt, zet je om in een breuk. Hiervoor gebruik je die onderstaande tabel. Als je niet helemaal gelijk uit komt, kies je deze die het dichtst bij in de buurt ligt.

Decimaal getalBreuk
0,501/2
0,672/3
0,753/4
0,804/5
0,835/6
0,876/7
Omzettabel decimaal getal naar breuk

Maar waar zet je nu die steken op? Dit is het handige aan een zelfkantsteek. Het toont een mooie overgang van de eerste steek naar het verdere vervolg van je rij. In dit geval steek je op na de zelfkantsteek. Eén beentje is een rij. Dus neem je op tussen de beentjes. Opgelet, deze techniek lukt niet zo goed bij een kantsteek/slipsteek/afgehaald steek omdat je dan de beentjes niet goed ziet. Die zelfkanten gebruik je wanneer je er geen boord aan maakt.

Om een voorbeeld te geven, wil ik het even toepassen op mijn t-shirt. Want dat maakt het iets concreter:

  • steekverhouding tricot (verticaal → aantal rijen): 28 rijen op 10 cm wordt 28 / 10 = 2,8
  • steekverhouding diagonaal ajoursteek (verticaal → aantal rijen): 31 rijen op 10 cm wordt 31 / 10 = 3,1
  • steekverhouding boordsteek (horizontaal → aantal steken): 19 steken op 10 cm wordt 19 / 10 = 1,9
  • boordsteek-tricotsteek: 1,9 / 2,8 = 0,67
  • boordsteek-diagonale ajoursteek: 1,9 / 3,1 = 0,61

Beide decimalen komen het dichtst in de buurt van 0,67. Dus wordt het breuk 2/3. Met andere woorden zet ik voor elke 3 rijen, 2 steken op. Tadaa.

Op een schuin deel

Deze techniek zal je misschien nodig hebben bij armgaten of een ronde hals. Je hebt steken afgekant en andere steken verder gebreid. En een paar rijen verder heb je dat opnieuw gedaan. Om dan verticaal uit te komen op een zelfkantsteek. Met andere woorden, je combineert dan de twee bovenstaande technieken.

Heel belangrijk: Tussen de 2 rijen waar je afkantte, ontstaat er een soort gaatje. Dat gaatje wil je vermijden. Want als je hier in een steek zal opnemen, zal het gaatje alleen maar groter worden. Voor de horizontale stukken neem je de rij onder de afkantrij. Als je aan zo’n gaatje komt neem je de steek ernaast en erboven om in te steken. Het lijkt misschien ver, maar het is beter zo.

Als je toch gewoon een schuin stuk hebt, zoals bijvoorbeeld bij mijn raglan trui, dan neem je de tweede techniek. Je doet alsof het de zijkant van je werk is en neemt dezelfde verhouding steken op. Ook hier neem je de kolom na de zelfkantsteek.

Variatie

Je kan deze regels ook toepassen wanneer je je losse stukken aan elkaar naait. Het idee erachter is hetzelfde, al is er een kleine variatie. Je wil ook geen rimpels of uitgetrokken steken, maar een effen resultaat. Vooral bij mouwen is het handig om te weten, want je combineert een horizontale richting tegenover een verticale. Tot nu toe deed ik het een beetje op zicht en sloeg ik af en toe een steek over. Maar deze regels zijn handig om in het achterhoofd te houden.

Pff, oké, er komt wel wat wiskunde bij kijken. Maar met een goeie rekenmachine kan je de wereld aan, toch?

Bronnen