Basis

Lekker lui

Omdat ik al een tijdje niet goed slaap, merk ik dat ik een pak minder energie heb. En een van de dingen waar ik op dit moment enorm tegenop zie, is mijn projecten afwerken. En dan vooral al die draadjes innaaien en de stukken aan elkaar naaien.

Je kent dat waarschijnlijk ook wel. Je bent zo blij dat je alle stukken klaar hebt, joepie. En dan komt dat dipje, want je bent nog niet klaar. Daarom wil ik je een paar tips meegeven vandaag. Soms is het oké om lekker lui te zijn.

Rondbreinaalden

Als je bijvoorbeeld een trui wil breien, kunnen rondbreinaalden al een pak helpen. Dan kan je het voor- en achterpand in één stuk breien. En hoef je nadien die naden alvast niet meer aan elkaar te naaien.

Daarnaast hebben rondbreinaalden nog een paar andere voordelen. Ze zijn minder belastend voor je gewrichten en spieren en je kan steeds rechtdoor breien zonder je werk te keren. Het is dus zeker de moeite waard om uit te proberen. Win, win.

Andere techniek

Soms kan een andere techniek ook helpen. Voor mijn Raglan trui breide ik al het voor- en achterpand met rondbreinaalden aan elkaar. Maar ik kon ook kiezen voor een top-down methode. Het is een manier om de mouwen al onmiddellijk mee te breien, zodat je alles in een keer maakt. Aan de oksels zet je de steken even op een hulpnaald. Als je dan klaar bent met voor- en achterpand, kan je verder met de mouwen.

Draadjes inwerken

Als je aan het einde van je bol bent en je een nieuwe wil beginnen, heb je steeds twee draadjes om later in te werken. Natuurlijk heb je dat liever niet. Dus zijn er een paar andere manieren om de draad aan elkaar te hechten. Al heb ik het zelf nog niet geprobeerd, misschien is het wel eens de moeite waard om verder te onderzoeken.

Als je met echte wol werkt, kan je de draden aan elkaar vilten. Hiervoor heb je vocht, warmte en wrijving nodig. Maar eerst analyseer je de wol. Uit hoeveel draden bestaat die? Je gaat de helft van de draadjes aftrekken van beide uiteinden over ongeveer 5 cm. Dan maak je de draden vochtig en wrijf je tot de wol begint te vervilten.

Maar het kan natuurlijk ook dat je met een ander garen aan het werken bent. Dan heb je nog de magische knoop als alternatief. Hiervoor leg je de twee draden naast elkaar in tegengestelde richting. Je maakt met de oude draad een platte knoop rond de nieuwe. En dan doe je hetzelfde met de nieuwe draad rond de oude. Trek beide knopen stevig aan en trek naar elkaar toe. Daarna mag je de uiteinden afknippen en kan je een test doen. Als je het goed deed, komt deze knoop niet meer los.

Grotere bol wol

Maar het kan natuurlijk al helpen door minder bollen te gebruiken. Dan heb je ook minder overgangen tussen die bollen. En minder draadjes om in te werken. Dus als je kan kiezen voor een bol van 100 gram, in plaats van 4 bollen van 25 gram, waarom zou je dat niet doen?

Daarnaast zal je minder wolverlies hebben. Want telkens als je een draadje in stopt, heb je een klein restje waar je nog weinig mee kan doen. Uiteindelijk gooi je je kostbare wol weg en dat is jammer.

Al is het natuurlijk niet altijd mogelijk om een grotere bol te verkrijgen. Soms is die wol dat je zo graag ziet enkel maar verkrijgbaar in kleine bolletjes. Dan zit er niets anders op dan eindjes inwerken. Of de bovengenoemde tips, natuurlijk.

Geen compromis

Maar het belangrijkste is dat je je werk kan maken zoals je wil. Het is niet de bedoeling om shortcuts te nemen die je je later zal beklagen. Bijvoorbeeld een dikkere wol nemen, terwijl je eigenlijk met fijne toch een beter resultaat krijgt. Of als je werk op specifieke plaatsen een naad heeft om het stuk vorm te geven, dan zal je die echt moeten doen. Anders krijg je later alleen maar spijt. Dus soms neem je best wèl de tijd om het volgens jouw wens goed te doen.

Daarom zijn er ook tips om sneller te breien. Zo kan je de gewonnen tijd wel in afwerken steken. Alleen moet je het dan ook wel effectief doen. Al kan het vooruitzicht tot een afgewerkt stuk misschien toch die extra motivatie geven om het te doen.

Er bestaan verschillende manieren om te breien. Je kan al sneller breien door een andere techniek te gebruiken. Hou je de draad in je rechter hand, dan brei je hoogstwaarschijnlijk op de Engelse manier. Zo heb ik het vroeger ook geleerd. Maar je kan ook leren Continentaal breien. Of zelfs Portugees breien. Naar ik gehoord heb, is dat zelfs de snelste manier.

Het is dus best oké om soms eens lui te zijn, maar maak geen compromis waardoor je niet tevreden zal zijn van het eindresultaat. Je kan dat al snel zien door het maken van een proeflapje (knipoog). En soms zit er niets anders op dan gewoon die stopnaald vast te nemen en alles aan elkaar te naaien. Maar zie jij er soms ook niet tegenop en hoe pak jij het dan aan?

Bronnen

Basis

Twijfelen mag

Het viel me op deze week dat de twijfel opnieuw toe geslagen is. En het viel me ook op dat ik dit veel heb als een project bijna af is. Dus ben ik me beginnen afvragen waarom ik het doe? En wat ik zou kunnen doen om het te vermijden.

Deze keer twijfel ik enorm over mijn T-shirt. Het ligt op de tafel, zodat ik het zeker niet zou vergeten af te werken. Maar ik heb het even aan de kant gelegd voor de Quiet Bay MKAL, die nu al mijn tijd opeist. Ik heb de t-shirt laatst ook meegenomen naar de breiclub om er voor te zorgen dat ik hem zal afwerken.

Het is toen dat ik plots doorhad dat ik op de voorkant meer rijen heb dan op de achterkant. En dan heb ik ook nog eens de rijen verkeerd genoteerd op mijn telblad. Dus nu twijfel ik of ik nog goed zal uitkomen. Al is dat het minste van mijn twijfels. Gewoon even hertellen en een extra rij. Dat komt goed.

Twijfels

Maar ik twijfel eigenlijk meer over de maat. Als ik gelijkaardige modellen vergeleek bij de opstart van mijn patroon voor het project, kwam ik uit op 48,5cm breedte voor mijn maat (small/medium). Maar als ik het zo voor me hou, vrees ik dat het te breed zal uitvallen.

En dan twijfel ik ook over de naalddikte. Het etiket van de wol (Katia Missouri) raadt aan om met een 3-3,5 te breien. Maar omdat ik in die maat geen rondbreinaalden heb, ben ik met een 4 begonnen. Tijdens het maken van mijn proeflapje, vond ik het best ok. En het gaat ook iets sneller vooruit. Maar nu vind ik het toch misschien iets te los?

En dan vrees ik ook een beetje voor de techniek voor de hals en schoudernaad. Hoe zal die er uitzien als ik de voor- en achterkant aan elkaar naai? Ik heb dat nog nooit gedaan met een ajourmotief. Zou ik het afkanten en gewoon aan elkaar naaien? Of met de kitchener stitch aan elkaar naaien? Maar zal het dan lukken om goed te stoppen voor de hals en opnieuw te beginnen voor de andere schouder? Misschien toch beter de eerste optie.

Waarom twijfelen we?

Elke Spelters omschrijft twijfel als “het niet kunnen kiezen tussen mogelijkheden”. En ze stelt dat “door te twijfelen, we foute keuzes proberen te vermijden”. Het heeft dus zijn positieve kanten en het heeft een duidelijke functie: het houdt ons alert. Maar het is ook “een gezonde manier van zelfreflectie dat helpt om een weloverwogen keuze te maken”. Het mag alleen je dagelijks functioneren niet belemmeren.

Om twijfel te verminderen, kan het helpen om te weten wat je wil. En daar kan ook het schoentje wringen natuurlijk. Al heb ik in dit geval mijn huiswerk op voorhand gemaakt met mijn checklist en weet ik wat ik wou bereiken met dit project.

Ik wou iets maken dat snel af zou zijn (ha!) en dat ik in de zomer kan dragen. Iets met weinig nieuwe technieken en naaiwerk, zodat ik wat kon genieten van de flow van het maken. En ik ben ook zeker over de kleur en het materiaal. Daar twijfel ik eigenlijk niet over.

Twijfel wegnemen

Als ik nadenk over waarom ik twijfel, stel ik vast dat ik twijfel of het goed zal zijn. Is de maat goed? Is de naalddikte goed? Zal de techniek goed zijn? En dan denk ik dat er niets anders op zit dan even de handen uit de mouwen te steken. Door het alternatief te zien, zal ik een bewustere keuze kunnen maken. Ik heb namelijk een weelderige fantasie en het alternatief in mijn hoofd is niet concreet. Door het concreet te maken, zullen de twijfels verdwijnen.

De maten kan ik nameten. Dan zal ik direct zien hoe het uit zal komen. Ik hoop dat ze goed zijn. Maar wat als het niet zo is? Dan zit er niets anders op om (weeral) opnieuw te beginnen, zoals ik wel meer tegenkom met mijn projecten. Maar ik kan het natuurlijk pas weten als ik de test doe. Dus: meten!

De naalddikte heb ik getest bij het maken van mijn proeflapje. En dat vond ik toen goed, maar omdat ik er nu aan twijfel zou ik een nieuw proeflapje kunnen maken met naald 3,5. Pas dan zal ik zien wat er best is. En opnieuw vrees ik als het nieuwe beter zal zijn dat ik opnieuw zal mogen beginnen.

De techniek om de schoudernaden aan elkaar te naaien zal ik ook pas kunnen beoordelen als ik het op een proeflapje uitprobeer. Dan kan ik visueel zien en voelen wat het beste is.

Conclusie

Als ik het zo bekijk, zijn dit allemaal dingen die ik kan opnemen in mijn checklist. Mijn maten kennen is één ding, maar het nameten voor je begint, lijkt me nu logisch. Waarom heb ik daar nog niet eerder aan gedacht? Nu voel ik me een beetje stom.

De naalddikte zit al deels in de checklist verwerkt, al heb ik zover niet gedacht. Meestal maak ik maar één proeflapje. Want geef toe, wie vindt niet dat proeflapjes tijdverlies zijn (terwijl ze zeker de moeite waard zijn)? Nu zie je maar dat het toch zijn nut heeft. Misschien dat ik in de toekomst toch twee of drie proeflapjes zal maken om zeker de juiste naalddikte te gebruiken.

Bij het deel technieken leren heb ik helemaal zo ver niet gedacht om te zien wat er best is. Hier zal ik in de toekomst beter over nadenken. Het is niet enkel het motief of de steek die telt, maar ook hoe je stukken aan elkaar zal verbinden. Trager werken dus en bewuster keuzes maken.

Ik weet nu hoe ik mijn twijfels kan verminderen, al zal ik er even tijd voor nodig hebben. En al heb ik nu nog niets gedaan, ik voel me alweer zekerder. En het voelt alsof ik een beter eindresultaat zal hebben. Af en toe twijfelen, kan dus geen kwaad. Toch?

Bronnen

Basis

Hoe verwijder je vetvlekken uit wol?

Ik heb per ongeluk iets doms gedaan. Er is wat vet op mijn t-shirt terecht gekomen en nu zitten er plekken op. Ik kan me zo over mijn kop slaan. Maar ja, het was niet express. Nu kan ik dus op zoek gaan naar manieren om het vet er uit te krijgen.

Snel zijn

Eén van de eigenschappen van wol is dat het vochtafstotend is. De vacht beschermt het schaap tegen regen en sneeuw. En die eigenschap komt nu goed uit. Als je snel genoeg bent, is het er nog niet volledig ingedrongen en kan je het vuil er nog afdoppen. Maar naar mate je langer wacht, zal je merken dat dit moeilijker gaat. Stilletjes aan dringt het vocht of vet er toch door.

Door de vezels is het lastig om vet te verwijderen als het er eenmaal in zit. Daarvan is breiwol nog iets anders dan stof. Als je het vet er weer wilt uit halen, is dat uit ieder vezeltje apart. Zeker als je werk al gebreid is, is dat een lastig klusje. Je hebt niet alleen de dikte van je draad, maar ook de dikte van je gebreide steek. Als je geluk hebt en snel was, zal je dit proces maar één keer hoeven te doen. Anders zal je het een paar keer opnieuw moeten proberen.

Niet wrijven

Wrijven is je vijand! Want wol heeft de neiging om te vilten als je erover wrijft. Nooit doen dus. De truc is deppen. Als je merkt dat het vocht of vet er nog wat opligt, kan je dat al afdeppen met een absorberende doek. Zoniet, kan je het eerst wat nat deppen voor je er product op doet.

Producten

Om het juiste product te vinden, heb ik eerst een logische vraag gesteld. Met wat verwijder je vet normaal? Meestal doe je dat met een ontvetter. Denk maar aan het simpel afwassen van vaat. Daar gebruik je Dreft (of een ander afwasmiddel) voor. Dus waarom eens niet proberen? Maar ik heb ergens ook nog een wit t-shirt liggen met vetplekken van zonnecreme. Hiervoor werd bruine zeep aangeraden. En tussen het zoeken naar tips online kwam ik ook natriumbicarbonaat en azijn tegen.

Afwasmiddel

Dit was het eerste wat bij me opkwam. Ik gebruik Dreft niet enkel voor de afwas, maar ook om ramen en spiegels te ontvetten en te wassen. Afwasmiddel is ook het product dat gebruikt wordt om het vette lanoline uit de vacht van een schaap te halen. Het is een van de stappen om wolvezels voor te bereiden voor het spinnen. Als het zo krachtig is, is het zeker eens de moeite waard om het uit te proberen.

Ik heb het er gewoon puur opgedaan. Gedept en niet gewreven, uiteraard. Dan eventjes laten inweken en nat gemaakt. Na het opdrogen was het resultaat al zichtbaar. Maar niet zo goed als ik had gehoopt. Je kon nog steeds de vlek zien. En toen begon ik te twijfelen. Zou ik het nog even opnieuw proberen of even online kijken.

Natriumbicarbonaat en azijn

Tijdens het zoeken kwam ik deze producten tegen. Je besprenkelt eerst de vlek met natriumbicarbonaat, laat het even inwerken en dan verwijder je het met een vacuümzuiger. Daarna dep je azijn op de vlek, opnieuw laten inwerken en steek je het met wolwasmiddel in de wasmachine op een wolprogramma.

Maar omdat ik geen vacuümzuiger heb en mijn project nog op de naalden zit, leek me deze optie niet zo interessant om uit te proberen. De azijn heb ik wel geprobeerd, maar met minder resultaat. Tja, je kan nu eenmaal niet niet verwachten dat als je een truc voor een derde uitprobeert, dat het dan magisch alles zal oplossen.

Maar in theorie zou het wel kunnen werken. Natriumbicarbonaat heeft de eigenschap om vet uit materialen te zuigen. Maar je wil natuurlijk daarna alles verwijderen. En dat gaat moeilijk zonder die vacuümzuiger. Misschien kan een stofzuiger een alternatief zijn, maar is dat wel zo handig? En azijn wordt ook als glansspoelmiddel gebruikt, wat de vette laag van glas verwijdert.

Bruine zeep

Maar na de Dreft en enkel het azijn te hebben geprobeerd, dacht ik plots aan die tip om zonnecreme vlekken uit kledij te verwijderen: bruine zeep. Het is een natuurlijke zeep, dat je in blok, pasta of vloeistof kan kopen en het is een echt wondermiddel. Gelukkig had ik er nog een beetje in de kast staan.

Ik heb hetzelfde proces gebruikt als bij de Dreft. Eerst puur op de vlek deppen, wat laten inwerken. Dan nat gemaakt en laten drogen. Dit keer was het verschil wel opmerkelijk. Maar de vetvlek was er nog niet helemaal uit. Dus ik heb nog wat werk voor de boeg. Dit trucje kan ik wel nog een paar keer herhalen.

Volgende keer zal ik sneller moeten zijn. Al hoop ik dat er geen volgende keer meer komt. In de toekomst let ik gewoon beter op. Al is dat natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Welk trucje gebruik jij om vet te verwijderen?

Bronnen

Basis

Rondbreien voor iedereen

Voor mij is het nogal evident. Ik brei altijd met rondbreinaalden. Vele jaren geleden heb ik de overschakeling gemaakt, omdat er zoveel voordelen aan zijn. Maar dat is misschien niet zo voor iedereen. Dus wil ik het vandaag er toch nog eventjes over hebben.

Soorten

Er bestaan verschillende soorten rondbreinaalden. Welke je voorkeur zal hebben, hangt een beetje af van het project en je persoonlijke voorkeur. Voor sokken kunnen de sets van 4 of 5 handig zijn, voor grotere stukken ben je misschien makkelijker met de kabel. Maar misschien ligt één soort voor jou net iets beter in de hand. Aan jou de keuze.

Set van 4 of 5

Deze rondbreinaalden zijn dubbelpuntig en kan je krijgen per 4 of per 5 stuks. Je schuift dan telkens je steken op naar de punten dat je gaat breien. Ze bestaan in verschillende lengtes, zodat je wat kan aanpassen naar je project. Als je bang bent dat er steken af zouden vallen, kan je een stopje op de achterkant steken. Een stukje papier of tape is al voldoende.

Vaste rondbreinaalden met kabel

Dit zijn rondbreinaalden die vast hangen aan een kabel. Je hebt 2 enkelzijdige puntige naalden, net zoals je rechte naalden zou hebben. Je schuift de steken ook telkens door naar de andere punt. Ook deze bestaan in verschillende lengtes. Zowel van punten als van kabel.

Als je niet zo goed weg kan met het wisselen van de dubbelpuntige naalden, zou ik het niet onmiddellijk opgeven. Dit is een goed alternatief om te proberen.

Verwisselbare rondbreinaalden met kabel

Dit is eigenlijk mijn persoonlijke favoriet. Het principe is hetzelfde als de vaste soort, maar je kan de punten wisselen. Heel handig voor de boordsteek van een trui die je in een kleinere naald breit. Je kan dan de steken op de kabel houden en gewoon de punten wisselen.

Als je deze soort koopt, zit er een kleine pin mee in de verpakking. Je kan het gebruiken om de naalden aan te spannen of los te maken. Er zitten ook twee naaldstoppen bij. Als je net die naalden ook voor een ander project nodig hebt, kan je die op je kabel steken zodat je zeker bent dat de steken er niet zullen afvallen.

Voordelen

Zoals ik al zei, zijn er een heleboel voordelen. En hiervoor alleen zou ik je al aanraden om je rechte naalden aan de kant te leggen.

Minder belastend

Als je net als ik last heb van gespannen schouders en nekspieren, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je de rechtse naald niet onder je oksel hoeft te steken, trek je je schouder minder omhoog. Je kan dus veel ontspannender breien met je naalden voor je.

Het gewicht van je breiwerk is meer verdeeld over de naalden (of de kabel) en ligt meer in je schoot. Ook dat doet veel voor je polsen. En omdat ze korter zijn, kan je ze ook makkelijker bewegen. Gedaan met dat strakke, stijve gedoe.

Minder naden

O, van dit voordeel hou ik zo. Als je ook niet graag naden dichtnaait achteraf, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je steeds rechtdoor kan breien, kan je bij een trui bijvoorbeeld het voor- en achterpand in één stuk breien. Dat is je dan onmiddellijk al twee naden uitgespaard.

Je hoeft ook niet telkens de zelfkantsteek te doen. Dus elke rij brei je twee steken minder. Bijkomend voordeel is dus ook tijdswinst. Oké, ik geef toe dat je wel langer bezig bent aan dat ene stuk van je trui. Maar als het af is, heb je wel al het dubbel van je werk gedaan. Het is maar hoe je het bekijkt.

En omdat je gewoon door kan breien, heb je ook minder draadjes dat je achteraf hoeft in te naaien. Je spaart dus ook een beetje wol. Al is dat natuurlijk relatief. Je hoeft niet enkel aan het einde van je rij van bol te veranderen. Je kan dat ook in het midden van een rij doen. Persoonlijk doe ik het zelfs liever zo, omdat je de draadjes net nog iets beter kan wegwerken.

Plaatsbesparend

Als je liever meer plaats overhoudt voor je wol dan voor je naalden, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Zeker als je de soort verwisselbare met kabel neemt. Dan kan je investeren in een paar kabels en telkens de naalden wisselen.

Ze zijn ook kleiner dan rondbreinaalden dus nemen automatisch minder plaats in. Hier vind je meer ideetjes om ze op te bergen. Een bokaal is handig. Hou dan juist de paartjes wel goed bij elkaar. En als je ze wil meenemen naar je breiclub, kan je ze in een handige etui stoppen.

Tricot is altijd rechts

Als je niet zo van die averechtse steek houdt, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Als je een trui of sokken breit, hoef je niet telkens te keren. Dat wil zeggen dat je voorkant steeds vooraan blijft en je kan blijven rechts breien.

Als je een verschillende spanning maakt op de draad tussen de rechtse en averechtse steek kan dit een hele mooi bonus zijn. Want je werk zal er veel effener uitzien. Zo word je in geen tijd een pro.

Tips

Stekenmarkeerder

Deze zou ik toch zeker aanraden. Als je steeds rechtdoor breit en niet meer keert, kan je het begin van je rij kwijtraken. Een stekenmarkerder kan je helpen telkens dat begin terug te vinden. Je kan er makkelijk zelf maken met een draad in een ander kleur. Je maakt in een klein stukje een knoop, zodat je een lusje krijgt.

Opletten bij siersteken

Omdat het voorkant van je werk steeds vooraan is, maak je siersteken (combinaties tussen rechtse en averechtse steken) anders. Over het algemeen verander je een averechtse steek in een rechtse, maar ik zou je toch aanraden om te kijken naar hoe de lusjes op je naald zitten. Als je lusje aan de achterkant hoort, brei je een rechtse. Het hangt een beetje af van steek tot steek. Meestal wordt dat wel goed uitgelegd in je patroon.

Ook voor rechte stukken

En dan wil ik nog een mythe de wereld uithelpen. Je kan perfect rechte stukken maken met rondbreinaalden. Het enige wat je dan wel doet, is keren. Een rechte sjaal is dus perfect te breien met rondbreinaalden. En misschien ook een goed project om het gevoel onder de knie te krijgen.

Ik hoop dat ik je toch kon overhalen om er eens over na te denken. Wanneer maak jij de overschakeling?

Bronnen

Basis

Waarom prikt wol soms?

Nu de Tour de Fleece bijna afgelopen is, kan ik even reflecteren op de wol die ik gesponnen heb. En wat me vooral opvalt is dat het prikt. Wat jammer is, want ik wou er een trui of poncho van maken. Wat eigenlijk ook niet realistisch is, want ik heb maar een beetje meer dan 75g. Al ga ik door met het spinnen van de wol die ik nog over heb. Maar wat ik me dus afvraag: waarom prikt wol?

Taboe

Sommige mensen gaan er van uit dat alle wol prikt, maar breiers en hakers weten wel beter. Volgens mij is er toch wel een taboe over. Een tijdje geleden wou ik een trui maken voor mijn mama. Maar dat wou ze niet, omdat die zou prikken. Ik heb voor haar een trui gemaakt die lekker zacht was en niet prikte.

Persoonlijk wil ik meestal het tegendeel bewijzen aan mensen die zeggen dat wol prikt. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat wol echt wel kan prikken. Veel hangt af van de soort wol, denk ik. Maar ook met je eigen ervaring met prikkende wol. Maar wat zorgt er dan juist voor dat prikkende gevoel?

Micron

De clou zit hem in de dikte van de wolvezel. Als we puur naar schapenwol kijken, zijn er al zoveel soorten die leven over de ganse wereld. Schapen in een warm klimaat hebben dunnere vezels dan schapen in een koud en regenachtig klimaat.

De dikte van wol wordt gerekend in micron. Hoe kleiner de micron, hoe zachter de wol. Een merinowol van een schaap in Spanje zit ongeveer rond 10 micron. Wol van een Shetlandschaap is ongeveer 40 micron. Dat is al een enorm verschil. We merken dat wol begint te kriebelen rond 19 micron.

Dit is dus zeker het overwegen waard wanneer je de keuze van wol voor je project maakt. Alles dat rechtstreeks in contact komt met de huid wil je dus lager houden dan die 19 micron. Voor andere projecten, zoals een tapijt of mandjes, kan je gerust wol met een dikkere micron gebruiken.

Daarnaast is het ook goed om te weten dat wol kleine schubben en weerhaakjes heeft. Ook die kunnen zorgen voor het prikkende gevoel. En de ene huid is de andere niet. Soms ben jij gewoon die ene die er iets gevoeliger voor is. Maar misschien is je huid niet gevoeliger voor de wol, maar voor de lanoline. Dat is het vet die er voor zorgt dat schapen droog blijven. Een goeie ontvetter kan hierbij al helpen.

Hulpmiddeltjes

Je kan natuurlijk kiezen voor een alternatief garen. Plantaardige garen van katoen of linnen zullen veel minder prikken. Omdat ze ook lichter zijn, zijn ze wel eerder geschikt voor zomerse projecten. Zijde en mohair zijn twee garens die van nature ook heel zacht zijn. Je kan ze eventueel zuiver kopen, of gaan voor een combinatie met schapenwol. Ben je niet helemaal zeker? Doe dan een test als je in je favoriete wolwinkel bent door de wol even tegen je huid te houden. Je zal al snel merken wanneer die voor jou prikt.

Maar heb je net die prachtige wollen trui af en merk je bij het dragen dat die kriebelt? Dan wil je die natuurlijk nog steeds kunnen dragen. En daar bestaan hulpmiddeltjes voor (dank je wel Tante Kaat).

  • Maak je trui nat en leg hem een nacht in de diepvriezer. Na het ontdooien en droger zal de wol minder kriebelen. De vezels trekken samen door de kou.
  • Doe een beetje azijn bij het wassen. Die maakt de wol onmiddellijk zachter.
  • Omdat de vezels van wol goed lijken op menselijk haar, help conditioner ook. In water met conditioner leggen, laten intrekken en 30 minuten wachten. Daarna uitspoelen en laten drogen.

En ook nog deze belangrijke tip. Niet krabben! Want dan wordt de jeuk alleen nog maar erger.

Conclusie

De wol die ik koos voor het Tour de Fleece spinproject is Blauwe Texelaar. Die heeft een vrij grove microndikte (tussen 30 en 35 micron). Met wat we nu geleerd hebben over wol, weet ik dat ik het echt niet voor een trui mag gebruiken. Ik zal dus nog eens goed nadenken over wat het dan wel zal worden. Al zal ik in de toekomst er iets meer mindfull mee omgaan. En eerst nadenken over mijn project en daar dan de geschikte wol voor kiezen.

En? Heb ik je kunnen overtuigen om je mening over prikkende wol te herzien?

Bronnen

Basis

Verliefd op spinnen

Vandaag wil ik even iets anders met je delen. Aan de hand van filmpjes en veel onderzoek ben ik stilletjes aan de kneepjes van spinnen aan het leren. Tot nu toe had ik nog niet het zelfvertrouwen om hierover te schrijven. Maar nu is mijn wol af en ben ik zo enthousiast.

Tot een tijdje terug stond ik er niet echt bij stil wat het proces inhoudt om tot de wol die je in de winkel kan kopen te maken. Maar tijdens het thuis zitten in lockdown vorig jaar, had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Dus ben ik (nog eventjes voorzichtig) gaan uitzoeken hoe wol gesponnen wordt en of ik dat eventueel zou kunnen.

Fibre en twist

Wat je nodig hebt zijn vezels. Zoals je verschillende soorten wol hebt, heb je ook verschillende soorten vezels. Die vezels hebben twist nodig om hun kracht te behouden. Dus heb je ook een toestel nodig om die twist aan te brengen.

Denk maar aan het klassieke spinnewiel. Maar er zijn ook nog andere mogelijkheden. Omdat het toch over een serieuze investering gaat, wou ik zeker weten of ik het zou blijven verder doen. Dus ben ik begonnen met een spindel. Er bestaan hangende en ondersteunende spindels. Ik koos voor een beginners hangende spindel. Heel eenvoudig.

Dan was het even zoeken om de vezels te kunnen uittrekken, zodat je een mooi effen draad maakt. Hier heb ik toch eventjes op vast gezeten. Maar ik had voor mezelf besloten dat ik de eerste bol vezels volledig mocht verprutsen. Je kan natuurlijk niet onmiddellijk een professional zijn wanneer je net een nieuwe techniek aan het leren bent.

Singles en plying

De draad die je zo maakt wordt een single genoemd. Omdat die twist geeft, krult hij op als je die niet onder spanning houdt. Daarom (en ook voor de sterkte) worden er meerdere singles samengevoegd door in de omgekeerde richting te draaien. Dit wordt plying genoemd en zorgt er voor dat er opnieuw balans is.

Oke, het krult nog altijd op als je de spanning wegneemt, maar als je het nog even in heet water legt, is dat opgelost. Nu heb je wol waarmee je kan breien, haken of zelfs kan weven.

Controle

Je hebt controle over de kwaliteit van je wol. Je maakt hem zo dik en zo sterk als je zelf wil. In het begin is dit nog niet zo eenvoudig. Dus oefenen, oefenen en nog eens oefenen is hier de boodschap. Maar wel een goeie hobby voor een controlefreak als ik.

Persoonlijk vond ik fijn en gelijkmatig spinnen het belangrijkste. De eerste was dan misschien niet zoals ik het wou hebben, ik was toch al trots dat het me lukte. De tweede vind ik zelf al heel goed voor een beginnende spinster.

Je kan er voor kiezen om je single al wat dikker te maken als je dikke wol wil hebben. Dan heb je genoeg aan 2 singles om tot je eindresultaat te komen. Maar ik wou eerst leren fijn werken. Dus heb ik gekozen om er 3 te combineren. Je kan zelfs nog meerdere bij elkaar nemen ook. Jij kiest, fantastisch toch!

Onthaasten

Wat ik er net zo zalig aan vind, is dat het traag gaat. Als ik brei wil ik altijd een snel eindresultaat. Ik ga soms over op haken, omdat dat nog sneller gaat. Maar spinnen is voor mij zen. Je wil telkens zo weinig mogelijk vezels nemen, zodat je er lang mee wil doen. En ik kan mijn gedachten even laten voor wat ze zijn als ik bezig ben.

Maar nu ik weet hoe mooi het eindresultaat kan zijn, kijk ik ook al uit naar het plyen. En dan achteraf kunnen zeggen dat je zoiets prachtigs gemaakt hebt, zalig gewoon. Je kan dan gaan nadenken wat je met die wol wilt maken. Dan heb je eigenlijk dubbel plezier. Driedubbel als je dan ook nog het plezier van het dragen of gebruiken er bij optelt.

Struikelblok

Maar niet alles is rozegeur en maneschijn natuurlijk. Ik heb heel veel moeite gehad om vezels te vinden. Ik heb nog steeds geen winkel gevonden. Maar online kan je er wel vinden. De meeste vezels die je online vindt, komen wel uit Amerika of het Verenigd Koninkrijk.

Maar dat is een heel eind om vezels te vervoeren. En omdat je het invoert in de EU, betaal je er ook nog eens invoerkosten op. Ook niet ideaal. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij Pure Wol uit Nederland. Ik heb er onmiddellijk besteld voor mijn verjaardag.

Ik woon in de westhoek waar heel veel schapenboerderijen zijn. Ik probeerde er al een aantal aan te spreken, maar tot nu toe zonder succes. Ik blijf toch proberen. Want het zou mooi zijn als ik plaatselijke wol zou kunnen gebruiken. Maar dan heb ik nog wat werk voor de boeg. Want ik weet nog niet hoe ik de ruwe wol kan bewerken om ze spinklaar te krijgen. Op naar het volgende onderzoek dus.

Uiteindelijk wil ik wel op een spinnewiel leren spinnen, want ik ben nu echt wel zeker dat ik het wil blijven doen. Ik heb hier nog een oud model staan, die ik vroeger eens op de rommelmarkt gevonden heb. Vol goeie moed zat ik al klaar. Maar ik heb een stuk tekort, waardoor de wol niet opwindt. Toch wel jammer, maar ik zal er wel een oplossing op vinden.

Spinnen is een ambacht dat ik nog niet veel tegenkwam. En als ik het wel al eens zag, was ik er toen ook al door gefascineerd. Heb jij er ervaring mee? En is het iets dat je zou willen proberen?

Bronnen

Basis

Tricotsteek krult!

Nee, ik ben het niet vergeten hoor. Ik was er gewoon eventjes tussenuit dit weekend. Nog steeds aan het luisteren, naar mijn eigen goeie raad. Het was welkom, want ik heb een frustrerende week achter de rug.

Ik vraag mezelf af hoe stom ik kon zijn om te vergeten dat tricotsteek omkrult. Ik was bezig aan het proeflapje voor het geheim project. En ook met een speciale zelfkant blijft het maar steeds omkrullen. Ik was zo kwaad op mezelf.

Dus in plaats van nu te kunnen starten, mag ik het hele concept herbedenken. Ik wil nog niet te veel verklappen, maar een groot deel kan ik anders gaan aanpakken. Omdat ik nog niet wou opgeven, ging ik op zoek naar manieren om tricotsteek niet te laten krullen. Gelukkig had breistudio Kim oplossingen.

Waarom krult het om?

Het is helemaal eigen aan tricotsteek. Want alle V-tjes zitten aan de voorkant en alle bultjes aan de achterkant. Ik dacht altijd dat de bobbeltjes meer ruimte nodig hadden en dat ze aan een kant te compact opeen zaten. Maar eigenlijk zijn de V-tjes iets kleiner. Die trekken dus de rand naar hun toe, waardoor het krult.

Als je breiwerk wil hebben die volledig plat blijft liggen, heb je dus een evenwicht nodig. Aan elke kant wil je evenveel bultjes als V-tjes. Dit zou je kunnen doen, door een andere steek te kiezen (vb: ribbelsteek, boordsteek of andere siersteken), maar als je echt voor een tricotsteek wil gaan is dit niet de oplossing.

Wat kan je er aan doen?

In het rond

Om de zijkanten al niet te laten krullen, kan je in het rond breien. Opgelost, want je hebt helemaal geen zijkanten meer. De onderste en bovenste rand kan je via de kitchener stitch aan elkaar naaien of afwerken met franjes.

Bij deze oplossing brei je dus het werk dubbel. Dat wil zeggen, dubbel zoveel breigenot en dubbel zoveel garen. Hou hier rekening mee, wanneer je je project plant.

Rand in andere steek

Je kan rond de tricotsteek bijvoorbeeld een ribbelsteek breien. Je doet dit al tijdens het breien van de tricotsteek. Zo maak je een soort van kader rondom je werk. Kan heel mooi zijn bij een babydekentje of vaatdoek.

Maar ik vind het moeilijk inschatten hoeveel steken ik dan in ribbelsteek nodig heb, om het werk niet te laten krullen. Zijn 2 steken genoeg? Of zijn het er beter 5 of 10? Je kan dit natuurlijk uitproberen op je proeflapje. Maar verandert dit als je werk breder wordt?

Boordsteek

Dit doe je eigenlijk bij truien. Om de onderkant niet te laten omkrullen, maak je onderaan een boord. Omdat je telkens afwisselt tussen 1R en 1AV, heb je opnieuw dat evenwicht tussen de steken, waardoor het werk plat ligt.

Deze techniek werkt dus heel goed voor de onderkant en bovenkant. Om de zijkanten niet te laten krullen, wil je de boordsteek haaks maken op de tricotsteek. Dat wil zeggen dat je na dat je klaar bent met het werk, steken opneemt en in boordsteek breit. Hou hiermee rekening bij het bepalen van de breedte van je werk.

Achterkant afwerken

Je kan ook een stuk stof op de achterkant naaien. Die kan het werk dan weer effen trekken. Als je een beetje handig bent met naald en draad kun je het dus ook zo oplossen. Maar voor mijn geheim project is dit niet echt de beste oplossing.

Vouw dubbel

Als je een col aan een trui wil breien en je wil dat ook in tricotsteek doen, kan je die langer maken en dubbel vouwen. Eigenlijk doe je zo hetzelfde als het werk in het rond breien, maar dan langs te bovenzijde.

Het voordeel hier is dat je col heel mooi recht blijft staan, want hij is dubbel zo dik. Maar hier zal je ook extra werk hebben en extra wol nodig hebben. Dus opnieuw, hou er rekening mee wanneer je je project plant.

De juiste oplossing

Maar wat is nu de goeie oplossing voor mijn sjaal? Sowieso heb ik tricotsteek steek nodig (opgelet: spoiler alert!), want een jacquard- en ajourmotief kan je niet anders dan in die steek breien. Oké, ik geef toe. Jacquard zou je nog in ribbelsteek kunnen doen, maar ik vind het minder mooi en dan bekom ik het gewenste resultaat niet.

Dus waarvoor wil ik kiezen? De achterkant afwerken zie ik al niet zitten, want ook al kan ik weg met naald en draad, ik zie echt op tegen naaien. En ik brei al liever een boordsteek er rond dan een soort kader maken. Misschien zit dat tussen mijn oren, maar ik vind het natuurlijker overkomen. Misschien kan ik nog iets speciaals doen met die boordsteek.

Maar het meest efficiënte (al lijkt het misschien niet zo), lijkt volgens mij het werk in het rond te breien. Dan heb ik aan de zijkanten geen boord nodig en onder- en bovenaan kan ik afwerken met de kitchener stitch.

Klein probleempje. Omdat ik vergeten ben dat tricotsteek omkrult, heb ik er dus geen rekening mee gehouden tijdens het plannen van mijn project. Dus hoop ik stiekem dat er nog een magische oplossing uit de lucht komt vallen.

Misschien moet ik toch het concept herdenken. Misschien toch andere steken gebruiken of misschien eerder haken. Voorlopig leg ik het nog even aan de kant, om het goed te bedenken. Ik wil achteraf niet teleurgesteld zijn van het resultaat.

Wat vind jij de beste oplossing om tricotsteek niet te laten krullen?

Bronnen

Basis

Opzetten

Als ik een nieuw werk opzet, dan gebruik ik meestal de lange draad methode. Maar stel dat je later het einde aan het begin van je werk wil verbinden, zoals bij de Sweet Honey cowl. Dan heb je een andere methode nodig: De voorlopige opzet. Het is de eerste keer dat ik deze methode gebruik. Spannend

Lange draad opzet

Deze techniek gebruik je wanneer de steken effectief de onderkant van je werk worden, zoals bijvoorbeeld voor een trui of een rechte sjaal. Het is niet de bedoeling dat je nog iets met deze steken doet. Je breit gewoon het project en die steken zijn dan de rand. Simpel.

De naam zegt het eigenlijk zelf. Je zet op met een lange draad. Dus je neemt een armlengte (afhankelijk van het aantal steken dat je gaat opzetten) wol en dat gebruik je als eind om je steken mee te breien. Je maakt eerst een startlus op een van je breinaalden. Let daarbij op dat de losse draad aan de voorkant ligt.

Dan neem je beide draden in je linkerhand en ga je met duim en wijsvinger tussen de twee draden. Wanneer je dan je hand kantelt krijg je 2 lussen. Dan ga je met de breinaald onder de voorste lus van je duim en je neemt de voorste lus op van je wijsvinger. Zo breng je de lus op de breinaald en maak je een steek. Laat de draad van je duim glijden. Om de volgende steek te maken, neem je de draad weer op je duim en ga je op dezelfde manier verder.

Je wil de lussen niet te strak op je breinaald zetten, want dan wordt het heel lastig om straks je eerste rij te breien. Eigenlijk is het opnemen van de draad met je duim genoeg om de steek aan te spannen.

Nog een tip. Soms is het wat lastig om te weten hoeveel draad je nodig hebt om het aantal steken op te zetten. Dit los ik op door voor ik begin de wol evenveel keer rond de naald te draaien als ik steken zal opzetten. Als ik twintig steken wil opzetten, dan draai ik de wol twintig keer rond de naald. En dan neem ik toch nog een beetje extra om zeker te zijn.

Voorlopige opzet

Je gebruikt deze techniek wanneer je de steken later nog nodig hebt om op te nemen of de andere kant op te breien. Of als je de steken wil mazen met de laatste toer van je werk. Zo vermijd je de naad en krijg je een minder zichtbare afwerking.

De truc zit hem in een rij gehaakte lussen. Je hebt een contrasterende kleur en een haaknaald met dezelfde dikte nodig. En dan haak je een aantal lussen. Het helpt om er een paar meer op te zetten dan je zou breien. Dan hoef je niet zo in te zitten met die eerste en laatste steek.

Op je rij lossen heb je aan de voorkant de 2 boogjes die een v-tje maken en op de achterkant een boogje die een soort van bultje maakt. Daartussen steek je de breinaald. Sla de wol om je naald alsof je rechts breit en breng die dan door de steek, zodat je de lus op je naald krijgt. En zo ga je verder tot je het gewenste aantal steken op je naald hebt.

Als je wat moeite hebt om de lussen op te nemen, kan het helpen om een haaknaald te nemen die net iets groter is dan de breinaalden waarmee je zal werken. Je hebt dan iets meer ruimte om te steken op te nemen. Waarom het moeilijk maken, als het makkelijk ook kan, toch?

Nu kan je verder breien tot je klaar bent met je project. Daarna neem je de steken van je eerste rij op op de andere breinaald. En dan komt nu het leuke gedeelte. Je maakt de rij gehaakte lussen los. Dan ben je nu klaar om met die steken aan de slag te gaan.

Er zijn nog andere methodes om een voorlopige opzet te maken, maar deze is voor mij het meest evident, omdat ik ook bezig ben met haken.

Nog een kleine tip voor straks wanneer je de lussen los maakt. Leg een knoopje aan de kant van de draad waar je stopt. Zo weet je dat je aan dit uit einde kan los maken. Want als je aan de verkeerde kant los maakt, kan het soms een heel gedoe zijn. En nu hoef je er niet meer bij na te denken. Handig.

Daarnaast zijn er nog een paar andere methodes om op te zetten. Maar met deze twee manieren kan je al een heleboel doen. Welke manier gebruik jij?

Bronnen

Basis

Zelf een patroon maken

Er zijn zoveel mooie patronen beschikbaar. Maar als je net als ik een schitterend idee hebt om een trui te maken, heb je geen patroon om te starten. Dus hoe begin je daar dan juist aan? Vandaag leg ik je stap voor stap uit hoe je dat schitterend idee tot realiteit kan brengen.

Het concept

Het is belangrijk dat je weet wat je wil maken natuurlijk. Je wil van een vaag concept en gericht plan maken. En bij het eerste idee dat in je hoofd komt, kan het nogal overweldigend zijn om dat effectief gerealiseerd te krijgen. Daarom gaan we stap voor stap kleine doelen maken. Zo wordt het alvast veel haalbaarder.

Ik wil eventjes mijn raglan trui als voorbeeld gebruiken, maar het hoeft je daar niet toe te beperken. Je kan hem met sjaals, plaids, … evengoed.

Je start met wat je vaag in je hoofd hebt, en je tekent het uit op papier. Hoe ziet die trui er precies uit? Je denkt nog niet na over de losse elementen. De eerste stap is globaal. In mijn geval zag ik een mooi aansluitende trui met strepen voor me. Meer was het niet op dat moment.

Reality check

De volgende stap is eventjes dieper gaan nadenken. Is het effectief mogelijk om het te maken? Je denkt misschien dat ik hier een paar stappen over sla, maar je wil dit echt nu bedenken. Als het niet mogelijk is om het te maken, is het nu het moment om nog even over je concept na te denken.

Hier wil ik je de tip geven om ook outside the box te blijven denken. Misschien denk je dat het niet realiseerbaar is, maar is het dat wel als je een nieuwe techniek onder de knie zou krijgen. Laat je niet te snel van de wijs brengen.

Losse elementen

Als je bepaalt hebt dat je concept mogelijk is, kan je nu je schets ontleden. Welke stukken heb je precies nodig om het te maken? Per onderdeel ga je op zoek naar een vorm die past voor je concept. En dit is een beetje moeilijker, dus neem hier zeker de tijd voor. Het is dan ook een belangrijke stap, want dit bepaalt eigenlijk alles.

Voor- en achterpand

Je beslist over hoe lang je de trui wilt en over hoe hij zal aanvoelen. Wil je een losse, knusse trui of een mooi aansluitende? Bepaal ook als je in het rond wil breien of heen en weer. Want dat kan ook bepalend zijn voor de vorm.

Mouwen

Er zijn een paar opties: ingezette, afgevallen, vleermuis of raglan mouw. Je hebt misschien toch wat fantasie nodig nu. Welke mouw zou het best uit komen voor jouw project? Als je het niet helemaal voor je ziet, kan je je losse onderdelen nog even uittekenen en uitknippen. Bij het leggen van de puzzel, zie je het soms beter.

Boord

Hoe hoog maak je die? Welke steek ga je gebruiken? Meestal ga je voor een boordsteek (vb: 1R, 1AV), maar dat hoeft niet per se. Als je de trui in een fantasiesteek wil maken, heb je misschien helemaal geen boord nodig, omdat die niet opkrult. Of misschien wil je net wel dat die opkrult en gebruik je bij de tricotsteek toch geen boord. Maar je kan ook bij een tricotsteek gaan voor een boord in fantasiesteek.

Hals

Hier heb je weer een heleboel opties. Wil je een boothals? Of liever een ronde of een V-nek? Of misschien maak je een trui voor in de winter en wil je een col. Omdat deze het dichtst bij je gezicht komt, is die ook het meest zichtbaar. En dus heel vormgevend voor je project.

Look en feel

In welke steek wil je de trui maken? Ga je voor een gewone tricotsteek of wil je een fantasiesteek gebruiken? Als je met een steek werkt die een veelvoud heeft, wil je in gedachten houden dat die ook nog steeds toegepast moet kunnen worden wanneer je meerdert of mindert.

Het doel van je trui kan ook bepalend zijn voor de steek dat je wil gebruiken. Voor een zomerse overgooier, wil je misschien een luchtige steek (zoals ajour) toepassen. En dat is dan weer bepalend voor de soort wol dat je zal gebruiken.

En dan kan je gaan nadenken over de kleur. Wil je je lievelingskleur gebruiken? Of heb je een mooie kleurencombinatie gevonden? Hier wil ik je de raad geven om het niet te complex te maken. Wol met een print komt minder uit bij een fantasiesteek, omdat ze mekaar een beetje opheffen.

Je kan natuurlijk ook eerst de look en feel bepalen en daarna de juiste vormen van de onderdelen bepalen. Want deze twee stappen beïnvloeden elkaar. Het hangt er een beetje van af wat je het makkelijkst vindt. Of soms vraagt het concept er om.

Afmetingen

Als je alle losse onderdelen en de look en feel van je trui bepaalt hebt, wil je het nu ook weer concreet maken. Welke afmetingen heb je nodig om die stukken te maken? Als je de trui voor jezelf maakt, kan je jezelf opmeten. Als inspiratie kan je ook gelijkaardige patronen nakijken. Hoe zitten die juist in elkaar en welke grootte hebben de stukken dan.

Ik wil wel aanraden om niet zomaar over te nemen. Jouw project is anders dan die waar je inspiratie uit wil putten. En daarnaast heb je ook nog zoiets als copyright. Het is meer de bedoeling om inzicht te krijgen in hoe groot de stukken zullen worden en welke afmetingen je nodig hebt voor de stukken die met elkaar verbonden worden. Hou in gedachten dat je je eigen unieke stuk maakt.

Hierbij kan die puzzel weer helpen. Maak eventueel een schaalmodel. Dan zie je onmiddellijk of de afmetingen overeen komen. Dit is zeker handig bij de verbinding van mouw aan voor- en achterpand. Maar natuurlijk ook voor de hals.

Als je alle afmetingen vast gelegd hebt, maak je een telpatroon. Ik vind dat het meest handig als de stukken apart van elkaar genoteerd worden. Ergens in mijn hoofd geeft dat meer overzicht, omdat ik de stukken ook apart maak. Als jij het beter voor je ziet als je het in één geheel tekent, is dat natuurlijk ook prima.

Voorbereidingsfase

Nu heb je al een behoorlijk realistisch plan en kan je bijna aan de slag. Maar voor dat je start, is misschien toch niet slecht om alles nog eens op een rijtje te zetten: de voorbereidingsfase. Je wil nog eens nagaan waarom je het project wil maken en of je de juiste wol, dikte en kleur gebruikt. Welke technieken en materialen heb je nog nodig? Je maakt een proeflapje en een planning.

Nu heb je het pas echt goed doordacht en kan je van start. Kijk eens terug naar je concept, je zal zien dat je al een hele weg afgelegd hebt. Als je stapje voor stapje werkt, kom je uiteindelijk tot een afgewerkt project. Zie jij het al voor je?

Bronnen

Basis

Steek van de maand: Linnensteek

Ben je het ook soms beu om steeds hetzelfde te doen? Dit gevoel heb ik vooral bij haken. De basissteken zijn losse, halve vasten, vasten, halve stokjes, stokjes en dubbele stokjes, maar als je ze telkens boven elkaar maakt, vind ik het niet meer zo mooi. Dat is waarom ik meestal met een speciale steek haak. En deze vind ik een waardig alternatief voor vasten: de linnensteek.

Elke maand wil ik met jullie een nieuwe steek delen. Dit wordt dan de steek van de maand.

De linnensteek

De naam zegt het eigenlijk al zelf. Het ziet er uit als een linnen stof, waarbij draad gewoven lijkt. Maar daarnaast zijn er nog andere namen voor deze steek. Je kan hem ook tegen komen als weefsteek, wat ook weer terug komt op het uitzicht van de steek. Of soms ook mossteek of graniet steek.

Het gebeurt vaker dat een bepaalde steek verschillende namen krijgt. Omdat het gaat over een ambacht die overgaat van moeder op dochter, werden er steeds nieuwe stekencombinaties gemaakt. En dat kan door verschillende personen anders benoemd worden, terwijl het over dezelfde combinatie gaat.

Niveau

Het is een eenvoudige steek, die je zowel als beginner makkelijk onder de knie zal krijgen of als gevorderde zal willen blijven gebruiken. Het is niet moeilijker dan telkens vasten haken, maar het geeft je werk net dat tikkeltje extra. En misschien nog belangrijker, het gaat sneller vooruit.

Voor deze steek heb je enkel lossen en vasten nodig. Meer niet. Het is een patroon waarvoor je een even aantal steken nodig hebt. Een veelvoud van 2 is genoeg. Je hoeft geen extra steken aan het einde bij te rekenen.

Daarnaast heb je je wol en een haaknaald nodig. Die kan je aanpassen naar het project dat je wil maken. Omdat het werk wat losser aanvoelt, is het handig om met een naald van een maat kleiner dan de wol opgeeft te haken. Zo krijgt het toch nog de nodige stevigheid. Maar verder komt de steek zowel mooi uit met dikke als met dunne wol. Dus daar hoef je ook niet mee in te zitten. Oh ja, vergeet je schaar niet.

Patroon

l = losse
v = vaste

  • Haak een even aantal lossen vb: 20, keer het werk.
  • 2 l, sla de volgende steek over, 1 v, *1 l, sla de volgende steek over, 1v*. Herhaal tussen * tot het einde van de rij. Eindig met een vaste.

Na de 1e rij kan je de vasten onder de lossen van de vorige naald door haken. Zo krijg je dan helemaal het linnen effect. Je zet zoveel steken op als je wil (maar wel even) en doet zoveel rijen als je wil. Volledig op maat van jouw project. Maar wat een verschil met gewone vasten.

Het is een steek waarvan de voor- en achterkant er hetzelfde uitzien. Omdat je steeds dezelfde herhalingen maakt, bekom je steeds hetzelfde resultaat. Ideaal bijvoorbeeld bij een sjaal, waarbij je niet hoeft na te denken of je die nu juist of binnenste buiten vast hebt.

Mooie randen

In het begin van de rij vervang je de eerste vaste door een losse, zodat je een mooie rechte rand kan maken. De eerste keer dat ik de steek probeerde, dacht ik dat ik automatisch schuin zou werken, maar deze steek heeft iets magisch, waardoor je niet schuin kan gaan.

En dat is nog een voordeel tegenover vasten haken. Als ik alleen maar vasten doe, heb ik de neiging om niet alle steken af te werken op een naald, waardoor ik schuin uitkom. Bij deze zal dat dus niet gebeuren.

Toepassen

Weet je nog dat er planned pooling op mijn to do lijstje staat? Dit is de steek die daarvoor gebruikt wordt. Want als je goed kijkt, zie je dat de vasten steeds diagonaal ten opzichte van elkaar staan. Zo kan je de overgang van kleuren er netjes in verwerken.

Maar dat is niet het enige waar je het voor kan gebruiken. Zoals ik al zei heb ik het al in verschillende projecten gebruikt. Zoals placematjes, mutsen, sjaals, … En waarom zou je het enkel heen en weer haken? Je kan het ook mooi toepassen in granny squares of als je in het rond haakt, zoals vb: een kussen. Noem maar op. Je kan het voor alles gebruiken. Het is een veelzijdige, makkelijke steek.

Er bestaat ook een linnensteek om te breien, als je dat liever doet. Of heb jij een andere favoriete steek? Laat het me gerust weten. Wie weet wordt die de volgende steek van de maand.

Bronnen