Basis

Rondbreien voor iedereen

Voor mij is het nogal evident. Ik brei altijd met rondbreinaalden. Vele jaren geleden heb ik de overschakeling gemaakt, omdat er zoveel voordelen aan zijn. Maar dat is misschien niet zo voor iedereen. Dus wil ik het vandaag er toch nog eventjes over hebben.

Soorten

Er bestaan verschillende soorten rondbreinaalden. Welke je voorkeur zal hebben, hangt een beetje af van het project en je persoonlijke voorkeur. Voor sokken kunnen de sets van 4 of 5 handig zijn, voor grotere stukken ben je misschien makkelijker met de kabel. Maar misschien ligt één soort voor jou net iets beter in de hand. Aan jou de keuze.

Set van 4 of 5

Deze rondbreinaalden zijn dubbelpuntig en kan je krijgen per 4 of per 5 stuks. Je schuift dan telkens je steken op naar de punten dat je gaat breien. Ze bestaan in verschillende lengtes, zodat je wat kan aanpassen naar je project. Als je bang bent dat er steken af zouden vallen, kan je een stopje op de achterkant steken. Een stukje papier of tape is al voldoende.

Vaste rondbreinaalden met kabel

Dit zijn rondbreinaalden die vast hangen aan een kabel. Je hebt 2 enkelzijdige puntige naalden, net zoals je rechte naalden zou hebben. Je schuift de steken ook telkens door naar de andere punt. Ook deze bestaan in verschillende lengtes. Zowel van punten als van kabel.

Als je niet zo goed weg kan met het wisselen van de dubbelpuntige naalden, zou ik het niet onmiddellijk opgeven. Dit is een goed alternatief om te proberen.

Verwisselbare rondbreinaalden met kabel

Dit is eigenlijk mijn persoonlijke favoriet. Het principe is hetzelfde als de vaste soort, maar je kan de punten wisselen. Heel handig voor de boordsteek van een trui die je in een kleinere naald breit. Je kan dan de steken op de kabel houden en gewoon de punten wisselen.

Als je deze soort koopt, zit er een kleine pin mee in de verpakking. Je kan het gebruiken om de naalden aan te spannen of los te maken. Er zitten ook twee naaldstoppen bij. Als je net die naalden ook voor een ander project nodig hebt, kan je die op je kabel steken zodat je zeker bent dat de steken er niet zullen afvallen.

Voordelen

Zoals ik al zei, zijn er een heleboel voordelen. En hiervoor alleen zou ik je al aanraden om je rechte naalden aan de kant te leggen.

Minder belastend

Als je net als ik last heb van gespannen schouders en nekspieren, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je de rechtse naald niet onder je oksel hoeft te steken, trek je je schouder minder omhoog. Je kan dus veel ontspannender breien met je naalden voor je.

Het gewicht van je breiwerk is meer verdeeld over de naalden (of de kabel) en ligt meer in je schoot. Ook dat doet veel voor je polsen. En omdat ze korter zijn, kan je ze ook makkelijker bewegen. Gedaan met dat strakke, stijve gedoe.

Minder naden

O, van dit voordeel hou ik zo. Als je ook niet graag naden dichtnaait achteraf, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je steeds rechtdoor kan breien, kan je bij een trui bijvoorbeeld het voor- en achterpand in één stuk breien. Dat is je dan onmiddellijk al twee naden uitgespaard.

Je hoeft ook niet telkens de zelfkantsteek te doen. Dus elke rij brei je twee steken minder. Bijkomend voordeel is dus ook tijdswinst. Oké, ik geef toe dat je wel langer bezig bent aan dat ene stuk van je trui. Maar als het af is, heb je wel al het dubbel van je werk gedaan. Het is maar hoe je het bekijkt.

En omdat je gewoon door kan breien, heb je ook minder draadjes dat je achteraf hoeft in te naaien. Je spaart dus ook een beetje wol. Al is dat natuurlijk relatief. Je hoeft niet enkel aan het einde van je rij van bol te veranderen. Je kan dat ook in het midden van een rij doen. Persoonlijk doe ik het zelfs liever zo, omdat je de draadjes net nog iets beter kan wegwerken.

Plaatsbesparend

Als je liever meer plaats overhoudt voor je wol dan voor je naalden, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Zeker als je de soort verwisselbare met kabel neemt. Dan kan je investeren in een paar kabels en telkens de naalden wisselen.

Ze zijn ook kleiner dan rondbreinaalden dus nemen automatisch minder plaats in. Hier vind je meer ideetjes om ze op te bergen. Een bokaal is handig. Hou dan juist de paartjes wel goed bij elkaar. En als je ze wil meenemen naar je breiclub, kan je ze in een handige etui stoppen.

Tricot is altijd rechts

Als je niet zo van die averechtse steek houdt, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Als je een trui of sokken breit, hoef je niet telkens te keren. Dat wil zeggen dat je voorkant steeds vooraan blijft en je kan blijven rechts breien.

Als je een verschillende spanning maakt op de draad tussen de rechtse en averechtse steek kan dit een hele mooi bonus zijn. Want je werk zal er veel effener uitzien. Zo word je in geen tijd een pro.

Tips

Stekenmarkeerder

Deze zou ik toch zeker aanraden. Als je steeds rechtdoor breit en niet meer keert, kan je het begin van je rij kwijtraken. Een stekenmarkerder kan je helpen telkens dat begin terug te vinden. Je kan er makkelijk zelf maken met een draad in een ander kleur. Je maakt in een klein stukje een knoop, zodat je een lusje krijgt.

Opletten bij siersteken

Omdat het voorkant van je werk steeds vooraan is, maak je siersteken (combinaties tussen rechtse en averechtse steken) anders. Over het algemeen verander je een averechtse steek in een rechtse, maar ik zou je toch aanraden om te kijken naar hoe de lusjes op je naald zitten. Als je lusje aan de achterkant hoort, brei je een rechtse. Het hangt een beetje af van steek tot steek. Meestal wordt dat wel goed uitgelegd in je patroon.

Ook voor rechte stukken

En dan wil ik nog een mythe de wereld uithelpen. Je kan perfect rechte stukken maken met rondbreinaalden. Het enige wat je dan wel doet, is keren. Een rechte sjaal is dus perfect te breien met rondbreinaalden. En misschien ook een goed project om het gevoel onder de knie te krijgen.

Ik hoop dat ik je toch kon overhalen om er eens over na te denken. Wanneer maak jij de overschakeling?

Bronnen

Inspiratie

Comfort Patterns

Vrijdag kreeg ik mijn tweede coronaprik. Al had ik niet zoveel last van de eerste, deze tweede valt me toch een pak erger. Een goed idee om even gas terug te nemen en gewoon niets te doen. Om het allemaal wat aangenamer te maken, wil ik deze week een paar comfort patterns met jullie delen.

Textured Puff Stitch Crochet Blanket (door Krista Cagle)

Niets beter om onder een dekentje in de zetel naar een film te kijken als je je even niet goed voelt. Dit patroon is eenvoudig en kan je snel haken doordat er een dikkere wol gebruikt wordt. Op het eerste moment kan de puff stitch moeilijk lijken, maar ze wordt heel mooi uitgelegd.

Cozy Hygge wrap (door Red Heart)

Zie je er wat tegenop om een volledig dekentje te maken. Dan is dit een mooi alternatief. Onder deze wrap kan het ook heel gezellig zijn, maar je kan hem evengoed gewoon rond je schouders dragen om je warm te houden.

Snowy Day sokkenpatroon (door Brome Fields)

Oh zalig, geen koude voeten met deze mooie sokken. Ideaal voor de beginnende breier, want het sokkenpatroon heeft geen hiel. Dus een leuk patroon dat gemakkelijk te maken is. Misschien probeer ik deze nog wel eens, want ik heb nog veel te leren over sokken breien.

My Big Comfy Ribbed Cardigan (door Mama In A Stitch)

Deze cardigan is zo comfortabel dat je hem niet meer wil uitdoen. Lekker oversized en makkelijk te breien, omdat dezelfde twee rijen steeds herhaald worden. Je kiest zelf hoe lang (of kort) je hem wil maken.

Cozy at Home Crochet Along (door Undergroud Crafter)

Deze vind ik echt top, ook al is hij dit jaar al afgelopen. Iedere week kan je een patroon vinden om je huis gezelliger te maken en om te toveren tot een echte thuis. Maar het mooie is dat je op je eigen tempo kan werken. Hiermee ben je wel even zoet, maar voel je je zeker beter.

Wie heeft comfort food nodig, als er zoveel patronen bestaan om je beter te laten voelen?

Bronnen

Basis

Waarom prikt wol soms?

Nu de Tour de Fleece bijna afgelopen is, kan ik even reflecteren op de wol die ik gesponnen heb. En wat me vooral opvalt is dat het prikt. Wat jammer is, want ik wou er een trui of poncho van maken. Wat eigenlijk ook niet realistisch is, want ik heb maar een beetje meer dan 75g. Al ga ik door met het spinnen van de wol die ik nog over heb. Maar wat ik me dus afvraag: waarom prikt wol?

Taboe

Sommige mensen gaan er van uit dat alle wol prikt, maar breiers en hakers weten wel beter. Volgens mij is er toch wel een taboe over. Een tijdje geleden wou ik een trui maken voor mijn mama. Maar dat wou ze niet, omdat die zou prikken. Ik heb voor haar een trui gemaakt die lekker zacht was en niet prikte.

Persoonlijk wil ik meestal het tegendeel bewijzen aan mensen die zeggen dat wol prikt. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat wol echt wel kan prikken. Veel hangt af van de soort wol, denk ik. Maar ook met je eigen ervaring met prikkende wol. Maar wat zorgt er dan juist voor dat prikkende gevoel?

Micron

De clou zit hem in de dikte van de wolvezel. Als we puur naar schapenwol kijken, zijn er al zoveel soorten die leven over de ganse wereld. Schapen in een warm klimaat hebben dunnere vezels dan schapen in een koud en regenachtig klimaat.

De dikte van wol wordt gerekend in micron. Hoe kleiner de micron, hoe zachter de wol. Een merinowol van een schaap in Spanje zit ongeveer rond 10 micron. Wol van een Shetlandschaap is ongeveer 40 micron. Dat is al een enorm verschil. We merken dat wol begint te kriebelen rond 19 micron.

Dit is dus zeker het overwegen waard wanneer je de keuze van wol voor je project maakt. Alles dat rechtstreeks in contact komt met de huid wil je dus lager houden dan die 19 micron. Voor andere projecten, zoals een tapijt of mandjes, kan je gerust wol met een dikkere micron gebruiken.

Daarnaast is het ook goed om te weten dat wol kleine schubben en weerhaakjes heeft. Ook die kunnen zorgen voor het prikkende gevoel. En de ene huid is de andere niet. Soms ben jij gewoon die ene die er iets gevoeliger voor is. Maar misschien is je huid niet gevoeliger voor de wol, maar voor de lanoline. Dat is het vet die er voor zorgt dat schapen droog blijven. Een goeie ontvetter kan hierbij al helpen.

Hulpmiddeltjes

Je kan natuurlijk kiezen voor een alternatief garen. Plantaardige garen van katoen of linnen zullen veel minder prikken. Omdat ze ook lichter zijn, zijn ze wel eerder geschikt voor zomerse projecten. Zijde en mohair zijn twee garens die van nature ook heel zacht zijn. Je kan ze eventueel zuiver kopen, of gaan voor een combinatie met schapenwol. Ben je niet helemaal zeker? Doe dan een test als je in je favoriete wolwinkel bent door de wol even tegen je huid te houden. Je zal al snel merken wanneer die voor jou prikt.

Maar heb je net die prachtige wollen trui af en merk je bij het dragen dat die kriebelt? Dan wil je die natuurlijk nog steeds kunnen dragen. En daar bestaan hulpmiddeltjes voor (dank je wel Tante Kaat).

  • Maak je trui nat en leg hem een nacht in de diepvriezer. Na het ontdooien en droger zal de wol minder kriebelen. De vezels trekken samen door de kou.
  • Doe een beetje azijn bij het wassen. Die maakt de wol onmiddellijk zachter.
  • Omdat de vezels van wol goed lijken op menselijk haar, help conditioner ook. In water met conditioner leggen, laten intrekken en 30 minuten wachten. Daarna uitspoelen en laten drogen.

En ook nog deze belangrijke tip. Niet krabben! Want dan wordt de jeuk alleen nog maar erger.

Conclusie

De wol die ik koos voor het Tour de Fleece spinproject is Blauwe Texelaar. Die heeft een vrij grove microndikte (tussen 30 en 35 micron). Met wat we nu geleerd hebben over wol, weet ik dat ik het echt niet voor een trui mag gebruiken. Ik zal dus nog eens goed nadenken over wat het dan wel zal worden. Al zal ik in de toekomst er iets meer mindfull mee omgaan. En eerst nadenken over mijn project en daar dan de geschikte wol voor kiezen.

En? Heb ik je kunnen overtuigen om je mening over prikkende wol te herzien?

Bronnen

Steek van de maand

Boordsteek

Deze week was ik bezig met de opzet voor mijn zomerse T-shirt, toen ik plots begon na te denken over de boordsteek. Het is zoiets eenvoudigs, maar er zit zoveel techniek achter.

Wat me opviel

Omdat het niet de bedoeling is dat het onderaan te aansluitend zou worden, had ik besloten om met dezelfde dikte van naald en het normale aantal steken op te zetten. Wat volledig anders is van wat ik normaal zou doen. In elk patroon dat je tegenkomt zie je dat de boordsteek in een kleinere naald gebreid wordt en dat je in de eerste rij na de boordsteek een aantal steken meerdert. Maar waarom juist?

En nu weet ik het uit ervaring. Door het afwisselen van rechtse en averechtse steken, krijg je een soort franje. En als je te veel steken hebt ten opzichte van je tricotsteek (of andere steek dat je op dat moment breit), dan wordt die heel uitgesproken.

Ik dacht altijd dat de boordsteek van nature in elkaar trekt. En dat is wel zo voor een deel. Maar nu heb ik dus geleerd dat het ook te maken heeft met de verhouding tot het gewone deel van je project.

Niveau

De boordsteek is een heel belangrijke steek. Maar ondertussen is hij zo evident geworden dat ik er eigenlijk niet meer bij stil sta. Het is een steek die je vanaf je start als brei(st)er onder de knie wil krijgen. En gelukkig is ze echt niet zo moeilijk.

Ze zorgt er voor dat je rand niet opkrult en dat je trui/muts/… mooi aansluit. Maar het is dus belangrijk om hem goed toe te passen. Om ervoor te zorgen dat je boord elastisch wordt, wil je verticale lijnen creëren. En dat doe je door alle v-tjes aan dezelfde kant en alle lusjes aan de andere kant te hebben. En dat effect bekom je met rechte naalden anders dan met rondbreinaalden.

Soorten

Er zijn verschillende soorten boordsteek. De meest gekende zijn 1×1 en 2×2, maar voor mijn droomtrui gebruikte ik de gedraaide rechtse steek in de boord. Maar ook een siersteek kan.

Maar welke boordsteek is nu de juiste voor jouw project. Je kijkt hiervoor naar een aantal factoren: het effect dat je wil bekomen, het soort wol dat je gebruikt en de steekverhouding.

Als je enkel wilt dat je rand niet opkrult, kan je kiezen voor de siersteek. Kies gewoon een motief dat effen ligt. Of met andere woorden waar er evenwicht is tussen voor- en achterkant van je werk. Zoals bijvoorbeeld een gerstekorrelsteek of rijstpapsteek. Goh, je hebt zoveel keuze. Of je kan een sier in je boordsteek verwerken.

De dikte van de wol geeft een bepaalde steekverhouding die na berekening eerder aanleunt bij deelbaar door 2 of deelbaar door 4. Maar over het algemeen gebruik je bij dikkere wol de 1×1 boordsteek en bij dunne wol de 2×2 boordsteek. Wil je een elastischere boord, kies dan voor 1×1.

Op zich wordt de boordsteek onderaan de trui hetzelfde gebreid als bovenaan de trui. Al pak je het anders aan. Onderaan brei je hem onmiddellijk mee, want je start er mee. Als je aan de hals een boordsteek maakt, zet je eerst de verschillende delen aan elkaar en neem je dan het gewenste aantal steken op.

Patroon

1×1 boordsteek

Boord van mijn raglantrui

R = rechts
AV = averechts

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

2×2 boordsteek

Boord van mijn zomers T-shirt

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2AV, 2R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Gedraaide boordsteek

Boord van mijn droomtrui

Het enige dat je nu veranderd is dat je de rechtse steek door de achterste lus breit. Zo draai je eigenlijk de steek om tijdens het breien. De averechtse steek brei je gewoon. Je kan dit zowel toepassen in de 1×1 als in de 2×2 boordsteek. Het geeft een speciaal effect aan je boord. Zeker het proberen waard.

Strak, strakker, strakst

Een goeie boordsteek zorgt er dus voor dat je project mooi aansluit. Maar zoals ik al aangaf, zijn er bijkomende opties die er voor zorgen dat ze nog meer aansluit.

Gebruik een dunnere naald. Die zorgt dat je steken dichter opeen zitten en wat meer spanning geven. Je kan gaan tot een of twee nummers dunner dan de naalden waarmee je het project zou gaan breien.

Zet minder steken op. Deze tip vind je in alle truipatronen terug. In de eerste rij na de boordsteek maak je dan meerderingen, zodat je de gewenste breedte van je project bekomt. Omdat je minder steken in de boord hebt, is die smaller en sluit ze beter aan.

Pas de gedraaide boordsteek toe. Omdat je de rechtse steek omgekeerd breit, is de lengte van de draad tussen je rechtse en averechtse steek korter. Zo krijg je opnieuw wat meer spanning.

Nooit zal ik nog hetzelfde denken over die ouwe saaie boordsteek. Had jij kunnen denken dat er zoveel achter schuil ging?

Bronnen

Inspiratie

Gezwicht voor een tussendoortje

Oké, ik geef het toe. Ik ben gezwicht. Het is eventjes tijd voor een klein project tussendoor. Die raglantrui zal wel afraken, maar ik heb even een boost nodig van een project dat beter en sneller zal gaan.

Daarom ben ik gisteren op speurtocht geweest naar nieuwe wol. Ik had een petrolblauwe kleur in mijn hoofd. Maar ik ben met iets volledig anders naar huis gegaan en ik ben heel blij met mijn vondst.

De speurtocht

En eigenlijk was die kleur niet het enige dat ik in mijn hoofd heb. Ik wil al langer eens een T-shirt breien. Gewoon rechtdoor, met bovenaan een boothals en een ajourmotief. Iets luchtigs voor de zomer eigenlijk. Dus kwam ik uit bij katoen.

Ik vond die petrolkleur bij Catania Originals van Schachenmayr, maar ik vond de zachtheid niet ideaal voor dit project. Deze wol is wel heel geschikt om amigurumi te maken, omdat ze iets steviger is. Maar voor een T-shirt, mag het iets zachter aanvoelen, dacht ik.

Het gaat er om de beste wol voor het project dat je in gedachten hebt te vinden. Dus ging mijn ogen over de andere rekken met katoenwol. En ze vielen op Missouri van Katia in een rode kleur. Het klikte meteen. Dit is de ideale wol, dacht ik. Ze bestaat uit 60% katoen en 40% acryl (ja, ik weet het, ik ben gezwicht voor acryl), waardoor ze lekker zacht is.

Het patroon

Iets zomers, gemakkelijk en snel te maken maar ook gemakkelijk en zacht om te dragen. Dat had ik in mijn hoofd. Maar omdat sommige dingen in je hoofd iets anders kunnen uitkomen in realiteit, zet je het dus best eerst op papier. Zeker wanneer je zelf het patroon maakt.

Mijn patroon bestaat uit tricotsteek die bovenaan overgaat in ajour. Er komen geen meer of minderingen aan te pas. Gewoon rechtdoor. Zo komt er een kleine mouw aan, zonder te veel gedoe of naaiwerk. Ideaal voor een beginner, maar ook voor een gevorderde die eventjes iets tussendoor wil maken.

Omdat tricotsteek krult (nee, nu zal ik het niet snel meer vergeten) wil ik onderaan en aan de mouwen toch nog een stukje in boordsteek breien. Maar ik wil het wel fijn houden.

En om zo weinig mogelijk naaiwerk te hebben, wil ik zoveel mogelijk rondbreien. Enkel het stuk tussen de armen zal heen en weer gebreid worden. Want ja, dat kan natuurlijk niet anders. En omdat alles rechtdoor is, wil ik ook niet sukkelen voor de hals. Dus wordt het een boothals.

Voor het ajourstuk heb ik al een tijdje zitten zoeken naar geschikt patroon. Dat was niet zo eenvoudig, omdat je ook rekening dient te houden met de richting waarin je werkt. Wil je van links naar rechts werken of van onder naar boven? En hoe komen de herhalingen dan uit?

Daarom wou ik voor een ajourmotief gaan die niet specifiek een zichtbare overgang tussen de herhalingen heeft. En ik ben terecht gekomen bij de beginners ajoursteek (Dag 3 van de 21-dagen ajourmotiefsteken) van Brome Fields. Opnieuw eenvoudig en snel.

Inspiratie

Meestal is een beeld al genoeg om je fantasie de vrije loop te laten. Voor mij was dat dit beeld:

Dit is de Mirin Tee (patroon door Tabetha Hedrick) die gebruikt wordt in de les over perfect fit. Al zie ik liever een ajourmotief bovenaan en wil ik het hier en daar toch nog iets anders aanpakken. Deze foto is dus eigenlijk enkel mijn inspiratiebron.

Volgende stappen

Nu ik de wol en het patroon heb, kan ik mijn patroon verder plannen aan de hand van mijn voorbereidingschecklist.

Daarna wil ik mijn proeflapje breien. Er staat aangegeven om met naald 3-3,5 te breien. Maar ik ben een beetje vergeetachtig geweest en heb te laat beseft dat ik die diktes nog niet heb in rondbreinaalden. Dus wil ik het eerst proberen met de nummer 4 rondbreinaalden, die ik wel heb liggen.

Pas daarna kan ik verder met effectief maken van het stuk. Ik weet dus alweer wat me te doen staat. Ik kijk er zo naar uit! Maar ik beloof je dat ik het raglanproject niet opgeef. Dit is gewoon een tussendoortje. Heb jij daar soms ook gewoon eens nood aan?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Two of a kind

Oei, nu zit ik helemaal in de knoei. Weet je nog dat ik problemen had met de hoeveelheid wol voor de mouwen van mijn raglantrui? In een poging om het in orde te krijgen, heb ik iets gedaan wat ik dacht dat me ging helpen, maar die misschien het averechtse effect had.

In de knoei

Normaal gezien brei ik de 2 mouwen van een trui altijd tegelijkertijd. Zo weet ik dat ze echt identiek zijn. Maar omdat ik met een verschillende minderingen op het voor- en achterpand zit, dacht ik dat het te moeilijk zou zijn. Misschien zou ik te veel fouten maken. Dus besliste ik om de mouwen apart te breien.

Ik had al vastgesteld dat ik niet genoeg wol zou hebben voor een volledige mouw, dus was ik overgeschakeld op plan B (of was het nu al C) en koos ik voor driekwartmouwen. Ik had uitgerekend dat ik voor elke kleur 28 rijen nodig had en dan voor de boord in bruin, zou ik 15 rijen kunnen breien (gelijk aan het voor- en achterpand). Ideaal dus in mijn hoofd.

Maar na de 23e rij van de groene kleur begon ik opnieuw schrik te krijgen. Zou ik nog genoeg wol overhebben voor mijn 2e mouw? En dan begon ik me af te vragen hoe je dat eigenlijk kan weten. Wel, normaal gezien pas ik hier een trucje voor toe. Maar waarom heb ik het dan niet gedaan?

Bollen halveren

Ik denk dat ik dit geleerd heb tijdens het maken van mijn eerste paar sokken, al ben ik dat niet meer zeker. Om te weten dat je zeker genoeg zal hebben voor 2 gelijke stukken, weeg je je wol op voorhand. En dan is het heel simpel. Je maakt twee bollen met elk de helft van die wol.

Ja, zo simpel is het echt. Maar waarom had ik het dan niet gedaan? Ik dacht misschien aan verspilling. Want eigenlijk kan je het met een gewone keukenweegschaal nooit volledig juist hebben. Het kan zijn dat je ene bol toch net iets groter is dan de andere.

Dus het kan dat ik met de ene bol toch een rij meer zou kunnen breien, dan met de andere. En dus is er geen garantie. Tja, misschien wil ik het weer te goed doen. In het verleden werkte het wel prima.

Een ander trucje

In plaats van de bollen te halveren, ben ik aan mijn tweede mouw begonnen. Toen ik aan rij 23 van mijn tweede mouw uitkwam, had ik dus nog een stuk over. Maar hoe zou ik nu weten of ik nog genoeg zou hebben om op elk een rij te breien?

Toen dacht ik terug aan een trucje bij de lange draad opzet. Om te weten hoeveel wol je nodig hebt om op te zetten, draai je de wol zoveel keren als je steken wil opzetten om de naald. Normaal gezien kom je dan toe, al heb ik gemerkt dat ik toch nog wat extra nodig heb.

Dit trucje heb ik nu toegepast op het stuk wol tussen de 2 mouwen. Ik wou echt het werkelijke midden bekomen. Maar het is dus iets anders uitgedraaid. Want ik rekende uit dat ik op elk nog 2 rijen zou kunnen breien. Dit is het resultaat na die 2 rijen:

Het is dus heel kort geworden. En dat draadje moet ik dan nog in 2 delen en inwerken. Hmmm, dat zal me niet lukken.

Terug naar het begin

Volgens Watercolours and lace is er een andere oplossing en het begint eigenlijk al bij de voorbereiding van je project: het proeflapje. Eigenlijk kan je er nog meer info uit halen dan enkel het aantal steken en rijen, wolgewicht, naalddikte en of je de steek mooi vindt. Je kan er ook uithalen hoeveel wol je hebt gebruikt voor één rij. Dit had ik zelf nog niet bedacht. Bedankt voor de goeie tip.

Je doet het zo. Je weegt je bol voor je start. Dan brei je de rij en weeg je de bol opnieuw. Zo weet je hoeveel wol je voor dat aantal steken hebt gebruikt. En nu kan je het omrekenen naar het aantal steken die je op je naald hebt. Een klein beetje wiskunde, maar wel de meest efficiëntste manier, lijkt me.

Compromis

Maar voor mij is het nu misschien te laat. Want ik heb het niet opgeschreven tijdens het maken van mijn proeflapje. Dus wat zal ik doen?

Zou ik de draad doorknippen en inwerken? Die eindjes zijn echt heel kort. Nee, de kans dat ze zullen loskomen is te groot. Ik wil geen gaten in mijn prachtige raglantrui. Ik wil er heel lang van kunnen genieten.

Dus denk ik dat ik toch misschien van elke mouw een rij terug uithaal. Oké, ik heb dan misschien wel een beetje overschot, die ik liever niet zou hebben. Maar dat is nog altijd beter dan gaten. En ja, dan heb ik niet genoeg rijen in mijn kleurstrook. In plaats van 28 heb ik er dan maar 24. Is dat het einde van de wereld?

Ik denk dat het een goeie compromis is. En als ik het nu zo bedenk, misschien kan ik bij de andere kleuren een rij extra breien om de lengte te compenseren. Als de ideale weg niet mogelijk is, is het soms een beetje creatief zijn. En een beetje wabi sabi kan geen kwaad.

Zo zie je maar. Nooit opgeven. Voor alles is er een oplossing. Die raglantrui krijg ik af! Ooit. Ja toch?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Halverwege

Het is bijna zover. We zijn al weer bijna halfweg het jaar. Het ideale moment om al eens terug te blikken op de plannen die ik maakte in het begin van het jaar. Zit ik goed op schema of loop ik hopeloos achter? Ik hoop op het eerste, maar ik vrees voor het laatste.

Zoals altijd begin ik met goeie moed en boordevol enthousiasme aan nieuwe projecten, maar ik werk ze moeilijk af. Daarom staat dit jaar in het teken van bewuster omgaan met die projecten. Wat wil ik allemaal maken en waarom? Als ik het dan even niet meer weet, kan ik er weer op terug komen.

Het plan voor 2021

Ik had een tiental projecten uitgekozen:

  • Sweet honey sjaal
  • Raglan trui
  • Snowy day shawl
  • Afdelingssjaal Harry Potter
  • Kersttrui Harry Potter
  • Uilen posttrui Harry Potter
  • Scheurbek trui Harry Potter
  • Deken van lontwol
  • Planned pooling sjaal

Als ik er nu op terug kijk, zijn dat veel sjaals en truien. Toen ik de lijst maakte, had ik de truienmicrobe echt te pakken. En als ik nu de foto’s opnieuw bekijk, vind ik ze nog altijd prachtig en wil ik ze nog altijd maken. Maar misschien wil ik toch wat meer variatie. En misschien ook wat kleinere projecten die sneller klaar zijn.

Tot nu toe

Sweet honey sjaal

Maar laten we eerst eens kijken hoe ver ik al gekomen ben. De Sweet honey sjaal is af. En wat is die prachtig. Ik hou ook heel erg van de kleur.

Ik zou nog een bijkomende muts en handschoenen kunnen maken, want ik heb nog wat wol over. Maar ik moet nog eens uitzoeken hoe ik de bijencelsteek juist kan minderen. Omdat het een herhaling is van 4 steken, brei ik misschien beter 4 in plaats van 2 steken samen. Als ik er zin en tijd voor heb, begin ik aan een proeflapje.

Raglan trui

Hier ben ik nog steeds aan bezig, mijn werk in wording. Ondertussen zijn voor- en achterpand af. Nu ben ik bezig met de mouwen. Nadat ik opnieuw begonnen ben aan de mouwen, heb ik opnieuw vastgesteld dat ik te weinig wol heb om beide mouwen te breien. Deze keer heb ik bruin te kort. Dus is het plan C geworden: kortere mouwen. Ik stond er eerst niet voor te springen, maar het alternatief is de trui niet afwerken. Dus kies ik voor kortere mouwen. Natuurlijk!

Snowy day shawl

Deze sjaal wou ik meer als inspiratie gebruiken om een geheim project uit te werken. Maar ik zit nog wat vast op de praktische kant van de zaak. Het zou grotendeels uit tricotsteek bestaan, maar ik was helemaal vergeten dat die niet ideaal is voor een platte sjaal. Oeps.

Ik ben dus nu volop bezig met brainstormen over hoe ik het concept kan herwerken. De wol heb ik al. Dus ligt de hoeveelheid wol al een beetje vast. Ja, ik kan er bijkopen. Maar misschien is er dan een kleurverschil. Verder kan ik er nog niet veel over zeggen.

Nieuwe inspiratie

Mijn brei-inspiratie staat helaas niet stil. En ik heb alweer een paar toffe nieuwe projecten gezien. En eigenlijk kriebelen die iets meer.

De Gardengate trui (patroon door Jennifer Steingass)

Ja, sorry, ik kan er niets aan doen. Weer een trui. Maar wat een prachtige jacquardtekening is dat. Ik kan er uren naar kijken. En ik wil die zeker maken.

Laia (patroon door Isabell Kraemer)

Er bestaat een model met lange mouwen, maar ook met korte mouwen die ideaal is om in de zomer te dragen. Ik zou kunnen werken met katoen ipv wol, zodat het nog luchtiger is. Net omdat de mouwen zo kort zijn, is dit misschien wel een van die snelle projecten die ik nu kan gebruiken.

Heathered Sunset (patroon door Tabetha Hedrick)

Misschien wil ik toch nog eens een driehoekige shawl proberen. Deze kan echt een goeie oefening zijn om mijn ajourtechniek nog wat verder te oefenen. Ik weet nog dat mijn vorige shawl me op het laatste toch veel zweet en tranen (geen bloed) heeft gekost. Maar met deze wil ik het misschien nog eens proberen.

Al komt de nieuwe MKAL (Mystery Knit Along) van Sweet Georgia er in september weer aan. Misschien wil ik die wel maken. Net het niet weten hoe het er zal uitzien en telkens een klein stukje doen, spreekt me toch wel aan. Op de een of andere manier vermindert dat de stress om het project te moeten afwerken. Je bent bewuster bezig met elk stukje.

Painted Rose (patroon van Drops Design)

Heel toevallig kwam ik langs dit patroon. Het is een eenvoudige trui, maar net omdat hij met drie draden samen gebreid wordt, krijg je een heel mooi effect. Ja, deze wil ik toch ook graag maken.

Spinnen

En ik wil een heleboel spinnen dit jaar. De zomer is ideaal om de wol te maken die ik in de winter wil breien. Al besef ik maar al te goed dat je voor een trui veel wol nodig hebt en een spindel niet zo snel is als een spinnewiel. Maar ik heb goeie moed. Ik zie wel hoe ver ik kom.

Conclusie

Er zijn dus alweer nieuwe patronen die ik wil maken. Maar als ik het zo bij elkaar zie, stel ik vast dat het alweer truien en sjaals zijn. Hmm, ik sta nu weer even ver. Zou ik dan toch niet beter bij mijn origineel plan blijven? Maar het kriebelt zo erg om die nieuwe patronen te maken. Ik sta echt voor een dilemma hier. Wat zou jij doen?

Bronnen

Basis

Verliefd op spinnen

Vandaag wil ik even iets anders met je delen. Aan de hand van filmpjes en veel onderzoek ben ik stilletjes aan de kneepjes van spinnen aan het leren. Tot nu toe had ik nog niet het zelfvertrouwen om hierover te schrijven. Maar nu is mijn wol af en ben ik zo enthousiast.

Tot een tijdje terug stond ik er niet echt bij stil wat het proces inhoudt om tot de wol die je in de winkel kan kopen te maken. Maar tijdens het thuis zitten in lockdown vorig jaar, had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Dus ben ik (nog eventjes voorzichtig) gaan uitzoeken hoe wol gesponnen wordt en of ik dat eventueel zou kunnen.

Fibre en twist

Wat je nodig hebt zijn vezels. Zoals je verschillende soorten wol hebt, heb je ook verschillende soorten vezels. Die vezels hebben twist nodig om hun kracht te behouden. Dus heb je ook een toestel nodig om die twist aan te brengen.

Denk maar aan het klassieke spinnewiel. Maar er zijn ook nog andere mogelijkheden. Omdat het toch over een serieuze investering gaat, wou ik zeker weten of ik het zou blijven verder doen. Dus ben ik begonnen met een spindel. Er bestaan hangende en ondersteunende spindels. Ik koos voor een beginners hangende spindel. Heel eenvoudig.

Dan was het even zoeken om de vezels te kunnen uittrekken, zodat je een mooi effen draad maakt. Hier heb ik toch eventjes op vast gezeten. Maar ik had voor mezelf besloten dat ik de eerste bol vezels volledig mocht verprutsen. Je kan natuurlijk niet onmiddellijk een professional zijn wanneer je net een nieuwe techniek aan het leren bent.

Singles en plying

De draad die je zo maakt wordt een single genoemd. Omdat die twist geeft, krult hij op als je die niet onder spanning houdt. Daarom (en ook voor de sterkte) worden er meerdere singles samengevoegd door in de omgekeerde richting te draaien. Dit wordt plying genoemd en zorgt er voor dat er opnieuw balans is.

Oke, het krult nog altijd op als je de spanning wegneemt, maar als je het nog even in heet water legt, is dat opgelost. Nu heb je wol waarmee je kan breien, haken of zelfs kan weven.

Controle

Je hebt controle over de kwaliteit van je wol. Je maakt hem zo dik en zo sterk als je zelf wil. In het begin is dit nog niet zo eenvoudig. Dus oefenen, oefenen en nog eens oefenen is hier de boodschap. Maar wel een goeie hobby voor een controlefreak als ik.

Persoonlijk vond ik fijn en gelijkmatig spinnen het belangrijkste. De eerste was dan misschien niet zoals ik het wou hebben, ik was toch al trots dat het me lukte. De tweede vind ik zelf al heel goed voor een beginnende spinster.

Je kan er voor kiezen om je single al wat dikker te maken als je dikke wol wil hebben. Dan heb je genoeg aan 2 singles om tot je eindresultaat te komen. Maar ik wou eerst leren fijn werken. Dus heb ik gekozen om er 3 te combineren. Je kan zelfs nog meerdere bij elkaar nemen ook. Jij kiest, fantastisch toch!

Onthaasten

Wat ik er net zo zalig aan vind, is dat het traag gaat. Als ik brei wil ik altijd een snel eindresultaat. Ik ga soms over op haken, omdat dat nog sneller gaat. Maar spinnen is voor mij zen. Je wil telkens zo weinig mogelijk vezels nemen, zodat je er lang mee wil doen. En ik kan mijn gedachten even laten voor wat ze zijn als ik bezig ben.

Maar nu ik weet hoe mooi het eindresultaat kan zijn, kijk ik ook al uit naar het plyen. En dan achteraf kunnen zeggen dat je zoiets prachtigs gemaakt hebt, zalig gewoon. Je kan dan gaan nadenken wat je met die wol wilt maken. Dan heb je eigenlijk dubbel plezier. Driedubbel als je dan ook nog het plezier van het dragen of gebruiken er bij optelt.

Struikelblok

Maar niet alles is rozegeur en maneschijn natuurlijk. Ik heb heel veel moeite gehad om vezels te vinden. Ik heb nog steeds geen winkel gevonden. Maar online kan je er wel vinden. De meeste vezels die je online vindt, komen wel uit Amerika of het Verenigd Koninkrijk.

Maar dat is een heel eind om vezels te vervoeren. En omdat je het invoert in de EU, betaal je er ook nog eens invoerkosten op. Ook niet ideaal. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij Pure Wol uit Nederland. Ik heb er onmiddellijk besteld voor mijn verjaardag.

Ik woon in de westhoek waar heel veel schapenboerderijen zijn. Ik probeerde er al een aantal aan te spreken, maar tot nu toe zonder succes. Ik blijf toch proberen. Want het zou mooi zijn als ik plaatselijke wol zou kunnen gebruiken. Maar dan heb ik nog wat werk voor de boeg. Want ik weet nog niet hoe ik de ruwe wol kan bewerken om ze spinklaar te krijgen. Op naar het volgende onderzoek dus.

Uiteindelijk wil ik wel op een spinnewiel leren spinnen, want ik ben nu echt wel zeker dat ik het wil blijven doen. Ik heb hier nog een oud model staan, die ik vroeger eens op de rommelmarkt gevonden heb. Vol goeie moed zat ik al klaar. Maar ik heb een stuk tekort, waardoor de wol niet opwindt. Toch wel jammer, maar ik zal er wel een oplossing op vinden.

Spinnen is een ambacht dat ik nog niet veel tegenkwam. En als ik het wel al eens zag, was ik er toen ook al door gefascineerd. Heb jij er ervaring mee? En is het iets dat je zou willen proberen?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Soorten mouwen

Vandaag wil ik het nog even over truien breien hebben. Ik had het eerder al over hoe je zelf een patroon kan maken door de verschillende stukken van een trui uit te kiezen. Ik ben nog steeds bezig met het breien van mijn raglantrui. En wat er daar zo speciaal aan is, is natuurlijk de raglanmouw.

Maar daarnaast zijn er nog een aantal andere soorten mouwen. Ik wil het even hebben over de verschillende soorten en wat er zo specifiek aan is. Daarnaast wil ik ook nog even de Engelse term meegeven, voor het geval dat je die zou tegenkomen in een Engelstalig patroon.

Deze termen gaan over de manier waarop de mouw verbonden is aan voor- en achterpand. Enkel dat stuk. Je kan dan opnieuw variëren met de vorm van de mouw. Zoals een driekwart of korte mouw, een mooi aansluitende rechte mouw of een pofmouw.

Klassieke types

Raglan

Een Raglan mouw is een mouw die van de oksel schuin loopt tot aan de nek. Je kan hem herkennen aan de siernaad die schuin naar boven loopt. Het is een klassieke mouw die heel vaak voorkomt, al heb ik hem zelf nog nooit gebreid. En een mouw die zorgt voor een mooi aansluitende trui.

Je kan een trui met raglanmouwen zowel van boven naar beneden als van beneden naar boven breien. In het eerste geval, brei je de mouw meestal al mee met voor en achterpand. Dan maak je telkens een meerdering tussen voorpand, mouw en achterpand, zodat je de schuine siernaad bekomt. Voordeel is dat het dichtnaaien achteraf tot het minimum wordt herleid.

Als je van beneden naar boven breit, brei je de stukken los van elkaar. Later naai je die dan aan elkaar. Dit is wat ik nu aan het doen ben met mijn raglantrui. In plaats van meerderingen, maak je minderingen (aja, want je werkt omgekeerd). Na elke mindering maak je dan een zelfkantsteek, waardoor je het makkelijker aan elkaar kan naaien en de naad nog steeds heel mooi uitkomt.

Inzetmouw (set in)

Tot nu toe maakte ik deze mouw het meest. Bij een inzetmouw komt de naad van de schouder mooi op het schouderbeen. Je mindert aan de oksels in een kwartronde en gaat daarna recht naar omhoog.

Dit soort mouw brei je altijd van beneden naar boven en in losse stukken. Als je de stukken plat neer legt op tafel, zal je zien dat de kop van de mouw precies past in voor- en achterpand. Deze mouw is dus ideaal als je een aansluitende trui wil maken.

Afgevallen mouw (drop shoulder)

Dit is eigenlijk de makkelijkste mouw om te breien, want je hoeft er niet voor te meerderen of minderen. Je breit de mouw gewoon recht. Daarom komt de schoudernaad op je arm. Perfect als je een beginnende breister bent en niet goed weet hoe je aan een trui begint. Het maakt de drempel om het toch eens te proberen kleiner.

Deze mouw brei je steeds van beneden naar boven en ook in losse stukken. Omdat alles gewoon recht is, kan je het later heel gemakkelijk aan elkaar naaien. Er bestaat wel een variatie op dit soort mouw. Onder de oksel worden er een paar steken afgekant. Voor de rest is het principe hetzelfde.

Omdat de schoudernaad op de arm zit, geeft het een heel comfortabele look. Daarom kom je die bijna altijd tegen in een Bernadettepatroon. Dat is een zalige cardigan, ideaal om knus in de zetel te zitten op zondag. Maar ook mijn droomtrui van vorig jaar heeft deze schouder. Het combineert heel goed met een boothals.

Speciale types

Als je Scandinavische patronen bekijkt, zit er meestal een mooie tekening bovenaan. Deze truien worden eigenlijk van boven naar beneden gebreid. En net om die mooie tekening te laten uitkomen, wordt er geen siernaad tussen mouw en panden gemaakt. Dat zou die tekening net teniet doen. In Engelse patronen wordt die top down genoemd.

Natuurlijk heb je nog een heleboel andere (zoals vleermuis, kimono, …), die hier moeilijk allemaal te benoemen zijn. En dan heb je ook nog patronen zonder mouw. Eigenlijk zit het zo. Elk patroon is anders. Het soort mouw dat er vermeld staat, geeft net dat speciale eraan. Hoe je hem dan breit staat uitgelegd in het patroon.

Omdat het voor mij de eerste keer is dat ik een raglantrui brei, is het een beetje zoeken. Maar heb ik ooit zo’n uitdaging uit de weg gegaan? Ik hoop alleen, dat het allemaal zal passen, eens ik klaar ben. Welke mouw verkies jij eigenlijk?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Over opnieuw beginnen

Een paar weken geleden had ik zin om de wol weer tussen mijn vingers te voelen. De kleine rustpauze tussendoor heeft me deugd gedaan. Dus heb ik mijn raglantrui opnieuw boven gehaald. Voor ik aan een nieuw project start, wil ik dit toch eerst afmaken.

Toen ik bezig was aan het tweede kleur voor de mouw, kwam ik er achter dat ik niet meer genoeg wol zou hebben voor de tweede mouw. Ik was nog wat aan het zoeken naar een oplossing, maar die heb ik niet kunnen vinden. Er zat dus niets anders op dan opnieuw beginnen. Maar omdat ik er enorm tegenop zag, had ik het even aan de kant gelegd. Maar nu dus de energie en goesting gevonden om het weer in handen te nemen.

Uittrekken

Een van de dingen waar je het meest tegenop ziet als je in deze situatie zit, is het uittrekken van je project. Het vraagt veel tijd en het is verloren energie. Wie wil dat nu eigenlijk doen? Je zou voor minder je enthousiasme verliezen. Daarom pak ik het anders aan.

Ik haal de steken van de naald en maak de draad los. En dan start ik van dat einde. Je trekt dan eigenlijk de draad uit terwijl je breit. Een heel efficiënte manier om al dat gedoe te vermijden. En je draad kan niet vernestelen of draaien.

Als je per ongeluk niet je hele steek gebreit hebt, kan je hiermee wel in de problemen geraken. Maar dat is eigenlijk altijd. Ook als je je werk gewoon uithaalt en er een bol van maakt. Tja, het streefdoel is natuurlijk dat je je werk niet volledig hoeft uit te trekken.

Een klein stukje maar

Bekijk daarom eerst of het echt nodig is om volledig opnieuw te starten. Misschien hoef je maar een klein stukje opnieuw te doen. Dan zou het zeker zonde zijn om alles uit te trekken. Er zijn verschillende tips om dit aan te pakken.

Een aantal rijen uithalen

Als je enkel een paar rijen hoeft uit te trekken, kan je met je andere breinaald eerst de steken van de laatste goede rij opnemen. Let daarbij op dat je enkel het rechter beentje van de steek opneemt, dan zitten ze al onmiddellijk goed op de naald. En let er ook op dat je op dezelfde rij blijft.

Dan haal je steken van de naald en kan je uittrekken tot aan de onderste naald. Voila, klaar om weer te beginnen. Lukt het niet zo goed, dan kan je een kleinere naald gebruiken. Zo ga je iets vlotter door de steken. Je kan de steken daarop laten zitten als je maar verder breit op de juiste naald.

Wat er wel kan gebeuren is dat je draad dan aan de verkeerde kant zit. Dan komt de beste breister tegen. Ik heb er nog geen trucje voor gevonden. Maar wat je dan wel kan doen is de steken opnieuw overzetten op de andere naald. Dan komt alles goed en kan je verder.

Een paar steken terugbreien

Als je wakker bent en je ziet op dezelfde rij een paar steken terug een fout, dan kan je terugbreien. Je hoeft dus zelfs niets uit te trekken. Hiervoor ga je met de naald in de lus onder de steek die op je andere naald zit. Dan laat je de steek vallen.

Dit werkt zowel voor rechtse als averechtse steken. Maar ook voor minderingen en meerderingen. Al komt er dan wel meer stappen bij te pas. De theorie is eigenlijk dat je de omgekeerde beweging doet dan als je de steek zou breien. Let erop dat als je klaar bent met de steek terug te breien dat het rechter beentje aan de voorkant zit en dat je nog steeds op dezelfde rij bent.

Lifeline

Deze manier is echt handig voor patronen met kabels of ajourmotieven. Het klinkt moeilijker dan het is. Eigenlijk haal je met een gewone naainaald een draad door de steken die op je breinaald zitten. Je kan dit na elke herhaling doen. Daarna brei je gewoon verder. Je hoeft niets met die draad te doen.

Als je dan zou zien dat je een fout gemaakt hebt, kan je de steken van je naald halen en uittrekken tot die draad. Bij kabels en ajour is het soms moeilijk om de rij te zien. Daarbij helpt deze draad. Je trekt uit tot je niet meer kan.

Daarna zet je de steken weer op de breinaald door het pad van de draad te volgen. Begin aan de andere kant van waar je draad zit, dan zitten ze onmiddellijk goed om straks weer te starten. Laat de lifeline nog even zitten tot je project volledig klaar is. Je weet maar nooit.

Patroon aanpassen

Als er niets anders opzit dan je werk uit te halen, zal daar waarschijnlijk ook een reden voor zijn. Kijk daarom voor je begint ook eens naar je patroon. Waar liep het fout? Soms zit de logica in een klein hoekje.

In mijn geval heb ik wol van de groene kleur te kort. Dus verminder ik het aantal rijen in die kleur en maak ik de bruine strook langer. Om dan mooi uit te komen, zal ik de kraag in blauw ipv in bruin breien.

Omdat ik er nog steeds een beetje mee in zat, heb ik het stuk groene wol van mijn mouw afgewogen en naast het overschotje gelegd. Gelukkig komt dit net goed uit. Oef. Plan B was de mouwen korter maken, maar dat zag ik niet echt zitten voor deze wintertrui.

Kleine foutjes herstellen

Het is niet altijd slecht om te herbeginnen. Misschien had je kleine foutjes gemaakt, die je geaccepteerd had. Dan kan je die nu recht zetten. Ik heb alvast het trucje om strepen rond te breien toegepast. Sowieso ga je meer tevreden zijn van het eindresultaat. Al mag er gerust een foutje in je werk zitten. Dat maakt het net jouw unieke stuk. Er bestaat geen ander van.

Ik ben er zeker van dat jij ook al wel eens opnieuw bent begonnen. Hoe heb jij het dan aangepakt?

Bronnen