Nieuwe werken

Gehaakte klosjes

Nooit gedacht dat ik zo snel weer een afgewerkt project met je zou kunnen delen. Maar het is gelukt. Weet je nog dat lange to do-lijstje? Dat vlot aardig. Mijn inzending voor creagroep de Klosjes is klaar.

Opdracht

Annick had een paar industriële bobijnen uitgedeeld om iets creatiefs mee te maken. Ze had ze al een hele tijd op zolder, maar vond het zo jammer dat er niets mee gebeurde. Daarom gaf ze er elk van ons 3 à 4. We mogen er mee maken wat we willen en geven minimum één bobijn aan haar terug voor eind oktober. Ze zullen allemaal getoond worden op de hobbybeurs in Middelkerke en de bezoekers mogen er de mooiste uitkiezen. De winnaar krijgt een wolpakket. Tuurlijk wou ik mee doen.

Mijn inspiratie kwam uit mijn trouwervaring. Ik wou altijd al een grote mooie gestapelde trouwtaart met speciale versiering op. En op pinterest zie je zoveel mooie taarten. Omdat mijn trouwtaart in der tijd toch niet helemaal het uiterlijk had dat ik wou, wou ik nu wel die kans grijpen. Want na mijn scheiding heb ik beslist dat ik (waarschijnlijk – want zeg nooit nooit) niet opnieuw ga trouwen. Dit was dus mijn enige kans.

Details

Wat werkte

Na wat zoekwerk naar de juiste wol, ben ik uiteindelijk bij Stone Washed van Scheepjes uitgekomen. En het was een droom om mee te werken. Het pluizige aan de wol zorgt er voor dat de openingen van de vasten netjes opfluffen. Zo kwam er geen vulling tussen uit. En de kleurschakeringen van de wol geven het eindresultaat een realistisch uiterlijk. Ik kon niet meer tevreden zijn.

De klossen waren net perfect qua grootte om er een realistische taart van te maken. Groter of kleiner kon natuurlijk ook, maar op deze maat zou het een echte taart kunnen zijn. En de houten taarthouder die ik nog liggen had, is de ideale drager. De taart past er erg mooi op.

Het verdelen van de meerderingen op de platte gedeelten, zodat ik mooie cirkels kreeg in plaats van zeshoeken is ook goed gelukt. Misschien weet je niet zo goed wat ik bedoel. Of misschien net wel. Als je telkens de meerderingen op dezelfde plaats in de rij uitvoert, krijg je meer een hoek dan een vloeiende lijn. Door de meerderingen op de volgende rij op een andere plaats te doen, worden ze meer verspreid en krijg je die vloeiende lijn wel. En dat kan een groot verschil maken.

Wat heb ik geleerd

Over het haken van de taart zelf heb ik niet zo veel geleerd. Buiten het feit dat je onderaan begint met taart (in mijn geval de bruine kleur) en niet met glazuur (in mijn geval wit). Ik had het helaas te laat door en op het einde was mijn wol ook gewoon op (hetzelfde badnummer was niet meer verkrijgbaar). Maar ik heb het kunnen recht zetten met de bloemen en mos onderaan.

Ik had wel al eens bloemen gehaakt voor een draagtas die uiteindelijk niet afgeraakt is. Ze ligt daar nog ergens aan de kant, voor als ik de moed heb om het af te werken. Bloemen en blaadjes waren dus niet nieuw. Maar het vroeg wel wat denkwerk en logisch nadenken soms. Voor de roosjes had ik extra hulp nodig. De blaadjes op zich kon ik wel haken, maar ik wist helemaal niet hoe je ze aan elkaar vast maakte voor een prachtige roos. Het filmpje van Hopeful Turns was heel interessant op dat vlak.

Ik heb ook geleerd dat niet alles perfect hoeft te zijn. Soms mag het wat grilliger. De ene bloem is de andere niet. En ook valt het niet helemaal op (want misschien was ik toch wat perfectionistisch) hier en daar is er een blaadje groter of heeft die een iets andere vorm naar gelang het uitkwam.

Maar soms wil je ook gewoon dat het er goed uitziet zodat je tevreden kan zijn van je werk. Dus wil je het in dat geval wel opnieuw doen. Ik heb het dan over het mos onderaan. Het heeft me een paar pogingen gekost. Eerst was het te kort, dan te lang en niet breed genoeg. Maar het is toch goed gekomen nu. Ik ben tevreden.

Evaluatie

Het was leuk om nog eens te haken. Dat was zo lang geleden. Ik kon maar niet het juiste project vinden. Daarom heb ik echt van deze taart genoten. En ik heb zelfs zin om een nieuw project te haken. Al weet ik nog niet wat en wil ik eerst nog de rest van mijn lijst afwerken. Ik wil het daarna zeker doen.

Maar als ik nu even terug denk, waren er wel veel draadjes om in te werken. Wat ik er voor dit project toch graag bijnam. De kers op de taart is de versiering en daar kon ik echt niet op inboeten, toch? Het is net dat, dat het afmaakt. Gelukkig kon ik ook veel draadjes gewoon naar binnen trekken en ze zo gewoon laten zitten.

Oké, twee af en twee lopende projecten, nog 4 te gaan. Ik zat er wat mee in, maar dat to do-lijstje vlot nog goed. Al zijn we nu alweer oktober en komt het einde van het jaar echt wel in zicht. Voel jij ook soms druk om al je projecten af te maken?

Bronnen

  • Lesley Stanfield (2013). 100 bloemen om te haken en te breien. Kerkdriel, Nederland. Librero. Voor als je interesse hebt in de bloemen.
  • https://www.youtube.com/watch?v=_VkHJUT73y0 Voor als je interesse hebt in de rozen.
Geen categorie·Nieuwe werken

Autumn Dahlias

Deze week wil ik graag het resultaat van de Autumn Dahlias mystery knit-along met jullie delen. Opgelet voor het spoiler alert dus als je hem graag zelf nog zou maken. Zo geraakte ik in 5 weken tot een afgewerkte shawl.

Details

Wat werkte

Het patroon is fantastisch geschreven en het was een droom om te volgen. De verschillende steken werden mooi uitgelegd zodat ze eenvoudig toe te passen waren. Het patroon bevat ribbelsteek, afgehaalde steken, mozaiekbreien en ajour. En dat in een asymmetrische vorm die van zij tot zij gebreid werd.

En dat zij tot zij breien gaf me eigenlijk goeie hoop. Niet te veel steken in één keer op de naald en echt rustig verder kunnen breien. Al is dat niet helemaal zo gebleken. Waar de shawl het breedst is, was ik toch blij dat ik vanaf dan kon beginnen minderen. Toch viel deze shawl me beter mee dan de vorige twee MKAL’s van Sweet Georgia. Al ben ik niet helemaal zeker hoe je hem nu juist draagt.

Ik ben zo blij dat ik deze keer mooi op tijd was met de verschillende tips. Ik dacht: het is nu of nooit. Meer tijd dan dit zal ik niet hebben om een shawl in 5 weken af te hebben. In het patroon staat vermeld hoeveel rijen je kunt breien in een week om mee te zijn. En ik heb me er kunnen aan houden. Ik ben echt trots op mezelf dat ik het heb kunnen volgen. Want de shawl laten liggen was echt geen optie.

Wat heb ik geleerd

Ook al kon ik de meeste steken en technieken van dit project. Je bent nooit te oud om bij te leren. Ik heb nog nooit de kabelopzetmethode gebruikt. Tot nu toe gebruikte ik enkel de lange draad opzet en kwam ik nog maar net met de achterwaartse lussen opzet in aanraking. Ik ben blij dat ik nu ook de kabelopzet aan dat lijstje kan toevoegen.

En ik heb ook nog nooit eerder een picotrand gebreid. Ik zag er het nut niet van in, want het is zoveel werk. Ik ben ook iemand die graag bezig is met de vingers, waardoor ik met die picotbolletjes zit te spelen en na een tijdje begin ik dan op mijn eigen zenuwen te werken. Dus eerlijk gezegd wou ik deze gewoon overslaan. Maar dat voelde dan alweer als vals spelen. En dat wou ik ook niet. Nu ben ik zelfs blij dat ik het gedaan heb. De picotrand geeft meer karakter aan de shawl.

Ik heb ook geleerd dat het niet altijd tricosteek hoeft te zijn. Ribbelsteek is terecht aan een opmars bezig. Ik zag het al wat meer opkomen en was op zoek naar een project om het eens te kunnen toepassen. Zalig dus dat ik nu de kans kreeg. En ik zal het zeker meer gebruiken voor toekomstige projecten.

Deze keer had ik wel wat moeite met het kiezen van de kleuren. Eén van de oorspronkelijke kleuren is een verloop en daar vond ik niet echt een goed alternatief voor. Na veel te lang in mijn favoriete wolwinkel gezocht te hebben en alle merken overwogen te hebben, heb ik beslist om het gewoon los te laten en te kiezen voor 3 effen kleuren. De tweed mocht voor dat tikkeltje extra zorgen. En ik zou dan wel zien waar ik uitkwam met mijn steekverhouding. Voor één keer heb ik niet naar mijn eigen goeie raad geluisterd (maar serieus, maak altijd een proeflapje). Ik probeerde het wel zo dicht mogelijk te benaderen.

Aanpassingen

Ik wou al zeggen dat ik geen aanpassingen gedaan heb deze keer. Maar dat is eigenlijk niet waar. Ik heb er wel een paar gedaan, maar het zijn heel kleine. De eerste aanpassing is een andere wol dan omschreven in het patroon. Maar dat was vooral om praktische redenen. De omschreven wol komt uit Canada en is niet zo voordelig om te importeren naar België. Dus ben ik op zoek gegaan naar een lokaler alternatief. En ik wou ook gewoon andere kleuren die beter bij mijn bestaande kleerkast zouden passen.

De tweede kleine aanpassing is dat ik de picotrand in een andere kleur heb gebreid. Maar ook dat was om praktische redenen. Normaal gezien zou die in het lichtgroen zijn, maar die kleur was net op. Er was wel nog heel veel van het donkergroen over. En aangezien dat eigenlijk de hoofdkleur is, vond ik het een goed alternatief.

Evaluatie

Ik zou iedereen wel een mystery knit-along kunnen aanraden. Het niet weten waar je zal eindigen, zorgt voor een extra spannend element die er voor zorgt dat je gemotiveerd blijft. En het brengt je dichter bij de andere mensen die de shawl breien. Je kan steeds bij elkaar terecht via forums als je ergens niet zeker van bent of als je hulp nodig hebt.

Dit patroon was heel leuk om te doen. Je volgt geen klassieke vorm van shawl. Het is geen driehoekige, maar ook geen rechte shawl. Dat er tussen in en de center spine stitch maakt het net nog iets specialer. Ik ben echt tevreden van het resultaat.

Nooit gedacht dat ik in 5 weken een shawl zou kunnen afwerken. Ik ben nu allang begonnen aan het volgende project. Er staat nog zoveel op mijn to do-lijstje. Weet je nog? Wat is jou volgende project?

Bronnen

Back to basics

Nog eens over de Seeds and Stems cowl

Ondertussen zijn we halfweg september en dus hoog tijd om aan het breisegment van mijn back-to-basics uitdaging te beginnen. Officieus ben ik al vorige week gestart. Ik kon (en wou) niet langer meer wachten.

Nog eens over die planning

Maar voor ik ondoordacht te werk ga, wil ik toch nog even terug kijken naar het oorspronkelijk schema. Voorlopig zit ik nog op schema. Het verven en spinnen zijn voorbij. En ik heb de kleur aanvaard.

De maanden september, oktober en november waren voorzien voor het breien van de Seeds and Stems Cowl. En december had ik dan vrijgehouden voor het afwerken en reflecteren. Ik heb dus nog steeds wat spelingsruimte. Een maand is lang. En ik kan zelf kiezen of ik begin december of eind december wil eindigen. Tijd dus om even wat rekenwerk te doen. Ik zou het werk willen opsplitsen in weken om te beginnen.

Als ik er de berekening van mijn proeflapje bij neem, zou ik in totaal 330 rijen nodig hebben voor een afgewerkte cowl. September is goed voor 4 weken. Als ik daar oktober en november bij tel, kom ik in totaal aan 13 weken. Dat wil zeggen dat ik (afgerond) 25 rijen per week te breien heb.

Dat zal toch pittiger worden dan ik denk. Want een herhalingspatroon bestaat uit 16 rijen. En tot nu toe heb ik nog maar één en een half herhalingspatroon in 2 weken. Ik zit nu aan rij 27, terwijl ik toch bijna aan 50 zou willen zitten. Hmm, toch een kleine achterstand dan. Tijd om de handen uit de mouwen te steken dus.

Nog eens over die gedraaide en gekruiste steken

Omdat de rijen vol zitten met gedraaide en gekruiste steken, vraagt het meer tijd om een rij te breien. Dit is niet gewoon tricot breien hoor. Zelfs de terugkerende naalden hebben gekruiste steken. Ik wil zeker wakker zijn als ik er aan werk. Ik heb zelfs al een levenslijn bij de hand en al.

Maar ik heb wel de snelste manier om gekruiste steken te breien gevonden, denk ik. Al weet ik dat dit project niets met snelheid te maken heeft, integendeel. Ik zag het gewoon niet zitten om steeds die kabelnaald vast te nemen en neer te leggen. Ik gebruik nu de methode van Tabetha Hedrick. Ik neem de eerste steek vast tussen duim en wijsvinger, neem de tweede steek op met de rechternaald, laat ze van de linkernaald glijden en neem daarna voorzichtig de eerste steek weer op.

Op dit moment gaat de linksleunende steek makkelijker dan de rechtsleunende. Want bij die laatste durft de losse steek zich toch een beetje zakken. Voor de rest gaat het al heel vlot. Ik kan zelf een stapje overslaan, omdat ik de steek door de achterste lus brei. Zo hoef ik niet eerst de volledige steek weer op mijn naald te zetten, maar kan ik de naald zo insteken dat ik ze onmiddellijk kan breien.

En ik ben tevreden met het uitzicht van de steek. Tijdens het breien van mijn proeflapje was het eerst nog wat zoeken. Maar nu heb ik het gevonden. Ik denk dat het alleen nog maar beter zal worden bij een beetje oefening.

Nog eens over wol

Om de schakeringen van mijn handgeverfde wol zo veel mogelijk te verspreiden, ben ik nu bezig met 3 bollen. Ik wissel telkens af tussen de twee draden die ik aan de ene kant van mijn werk vind. Alleen zo zal ik een egaal resultaat krijgen. En ik ben tevreden. Want het valt helemaal niet op dat de ene bol donkerder is dan de andere.

Maar de bollen raken wel snel verstrengeld. Want ik wil ook telkens de oude draad mee naar boven nemen aan de zijkant en dan is het soms wat meer nadenken. Maar als ik de bollen telkens mooi wissel, valt het best wel mee.

Ik had wel gehoopt dat de wol wat zachter zou zijn. Maar het is wat het is. En dat is oké. Je kan het eigenlijk een beetje vergelijken met confituur maken. Als je vruchten niet goed zijn, kan je ook geen lekkere confituur toveren. Volgens mij was het schaap misschien al wat aan de oudere kant, of heeft het veel weer doorstaan. Ze zeggen dat de eerste schering altijd het zachtst is. Daarna wordt het wat stroever.

Maar er zitten zeker zachte stukken in. En omdat de verschillende bollen gespreid zullen zijn, zullen die zachte plekken dat ook zijn. Er zit niets anders op dan te breien en af te wachten. En als hij achteraf te veel jeukt, kan ik nog altijd de vriezer of azijn proberen.

Aan de slag dus. Ik heb een kleine achterstand om in te halen. Hopelijk haal ik begin december mijn doel. Als ik even verder reken en elke week 5 dagen brei, kom ik er als ik 5 rijen per dag brei. Zo lijkt het al een pak haalbaarder, niet?

Bronnen

Back to basics

Nog eens wol verven

De resultaten van mijn tweede verfproef zijn binnen. Ik had nog een aantal natuurlijke verfmiddelen gevonden en uitgeprobeerd. Van sommige ben ik verrast van de kleur, maar over het algemeen vind ik dat de kleur niet donker genoeg is voor de hoeveelheid gebruikte kleurstof. Dus ik heb wel wat gemengde gevoelens.

Verftest 1

Sinds de vorige keer dat ik mijn wol verfde, heb ik nog een lijstje van kleurmiddelen kunnen verzamelen. Want daar begon mijn zoektocht eigenlijk. Met welke kleuren kan je wol natuurlijk verven?

Ik had deze al geprobeerd:

  • gele ui
  • koffie
  • avocadoschil
  • zwarte thee
  • rode ui
  • brandnetel

En van elke kleur heb ik telkens drie verfbaden gemaakt, om te kunnen zien hoe de kleuren evolueren en lichter worden. Deze keer heb ik het iets anders aangepakt. Ik heb enkel de originele kleuren met verhouding 1:1 (100% hoeveelheid verfstof op 100% hoeveelheid wol) gedaan, omdat ik liefst zoveel mogelijk kleuren wou zien.

Verftest 2

Deze stonden op nu mijn verzamellijstje:

  • vlierbes
  • rietpluim
  • boerenwormkruid
  • lavendel
  • hibiscus
  • hoppeblad
  • vlinderstruik
  • guldenroede
  • eucalyptus
  • kattestraart

Ik heb 6 staaltjes wol van 3 gram kunnen kammen en verven. Meer tijd en gewassen wol had ik even niet. Voor ik nieuwe wol kan wassen, heb ik eerst nog een paar andere dingen om te spinnen. Dus de andere kleuren zijn voor een volgende keer.

Hibiscus

Van deze kleur ben ik een beetje teleurgesteld. Ik had ergens gelezen (maar weet niet meer waar) dat hibiscus een rodere kleur zou geven. Die van mij is vooral bruin uitgeslagen. Een grote teleurstelling want ik vond al dat mijn kleuren zo bruin waren. Ik was alweer bereid om het op te geven. Want naast de kleur, is het ook veel te licht geverfd. Deed ik iets fout bij het beitsen? Of misschien bij het wassen. Ik had het eigenlijk een beetje gehad.

Maar toen hoorde ik van iemand dat je beter met het blad of de stengel zou verven. Misschien wil ik dat wel nog een kans geven. Want ik ben nog altijd op zoek naar primaire kleuren om een kleurenwiel te maken. Geel heb ik al. Rood en blauw is een heel ander verhaal. Als ik rood uit hibiscus kan halen, ben ik alweer een stapje dichter.

Eucalyptus

Ook van dit kleur was ik teleurgesteld, want het was opnieuw (je raadt het al) bruin en te licht. De eerste poging was volgens mijn gebruikelijke recept. Maar met de goeie raad van Annick is het toch nog iets interessants geworden. Eucalyptus moet blijkbaar gekookt worden en minimum 2 uur. Bij mijn tweede poging kreeg ik verrassend een mooie groene kleur waar ik wel blij mee was.

Maar eigenlijk hoopte ik op een oranje (dicht aanleunend bij rood). Maar misschien heb ik daar gedroogde bladeren voor nodig. Nu had ik verse eucalyptus rechtstreeks vanuit mijn plantentuintje genomen (lees: plant in een pot aan de achterdeur). De gedroogde versie wil ik toch ook nog eens proberen.

Vlierbes

Hier had ik mijn hoop zo op gevestigd. Een mooie paarse kleur zou ideaal zijn om mijn back-to-basicswol te herverven. En ik was zo blij dat het water in de verfpot paars was. Tot ik mijn wol uit de pot haalde en het alweer bruin gekleurd was. Wat deed ik toch verkeerd!

Voor bessen zou wijnsteenzuur een absolute must zijn. Het zou de kleur veel beter laten uitkomen en ze veel langer vasthouden. Al blijven bessen wel vluchtige kleuren. Ze vervagen heel snel onder zonlicht. Heel mooi om naar te kijken, maar misschien minder interessant als je lang geniet wil hebben van die kleuren.

Boerenwormkruid

Dit is mijn absolute favoriet van deze 6. Het zou wel kunnen dat dit staaltje ook weer te bruin is, want ik heb het water iets te warm laten worden. Het was zo’n dag waarop mijn gasvuur geen constante temperatuur wou houden. Als het water te warm wordt, heb je meer kans dat je kleur richting bruin gaat. Tot 80°C is ideaal.

Met deze kleur zou ik nog eens een grotere hoeveelheid wol willen kleuren. Maar ik denk niet dat ik mijn back-to-basicswol zou gebruiken. Ik heb eigenlijk het resultaat van de zwarte thee wel aanvaard. Hoe dan ook. Ik heb geen tijd meer om mijn wol nog te herverven. Binnenkort begin ik met breien. Dan pas kan ik zien wat het doet in een grotere gebreide oppervlakte.

Hoppeblad

Ik had nog één bolletje over. Maar ik had het alweer een beetje gehad met dat bruin en had geen zin om opnieuw teleurgesteld te zijn. Maar toen zag ik iets leuks op een video Live Office Hours van juli van Sweet Georgia. En ik raakte geïnspireerd.

Ik heb de kleurstof met wol en warm water in een bokaal gedaan en achter een raam aan de zuidkant gezet. Na twee dagen (voor de zekerheid) kreeg ik een mooie frisse gele kleur. Eindelijk eens geen bruin. Woop woop. En dat nog eens op zonne-energie waarbij geen gas aan te pas komt. De hoeveelheid water is ook veel beperkter. Een absolute winner. Nu nog uitwerken hoe ik het voor grotere hoeveelheden zou kunnen gebruiken.

Ik heb alweer geleerd dat je soms beter gewoon los laat. De kleuren heb je niet altijd in de hand. Wat de kleur van je verfstof is en wat er in je verfpot zit is niet altijd het kleur dat je wol zal krijgen. En de ene soort wol wil al liever andere kleuren opnemen dan de andere soort. Stilletjes aan zal het wel goed komen. Ik heb gewoon nog veel te leren. Welke kleur is jouw favoriet?

De kleuren tonen nog net iets anders op foto dan in het echt.

Bronnen

Basis·Geen categorie

Stress, pijn en rust

Aaaah, hier ben ik weer. Eindelijk weer even tijd gevonden om stil te staan bij de afgelopen weken. Tussen de drukke dagen was ik vorige week even vergeten dat het alweer weekend was. Ik was elke dag bezig met breien voor de MKAL Autumn Dahlias. Daarnaast ook met mijn eerste (tweedehands) elektrische fiets, verjaardag van mama en mijn tante, verjaardag van mijn verhuis drie jaar geleden, workshops, spinnen, … Zoals ik vorige week (of twee weken geleden ondertussen) al zei: te veel om te doen.

Fysieke klachten

En door die drukte, merk ik ook wel dat ik weer wat meer pijn heb in mijn gewrichten, nek en schouders. Dat ligt deels aan mijn fibromyalgie. Want als ik meer stress heb, wordt ik minder mobiel. Maar dit is nu echt op specifieke plaatsen zoals mijn linkerpols, het bovenste punt van nek en mijn beide schouders.

De symptomen zijn begonnen nu ik weer meer aan het breien ben. Dus denk ik dat het veilig is om te denken aan overbelasting. Elke dag 15 rijen van meer dan 100 steken breien is een pak hoger dan ik normaal gewend ben. Maar ik wil niet opgeven. Ik zit nog altijd op schema en ik hoop dat ik het nog een week kan volhouden. Dan is de shawl af. Maar ik hou mezelf voor de gek. Daarna ga ik toch gewoon door met het volgende project.

Maar hoe kan ik mezelf ondertussen toch nog voldoende rust geven? Want een van mijn goeie voornemens was toch om meer te gaan genieten van het proces? En om te genieten wil je toch de tijd nemen hé. En het liefst pijnvrij zijn.

Mijn dokter zegt dat ijs helpt. Het is waar. En spieren die niet voldoende getraind zijn, willen meer training (heb ik van horen zeggen). Specifiek voor mijn linkerpols is dit. Maar wat met de rest? Ik wil zo lang mogelijk mijn hobby kunnen uitoefenen. Ik kan me niet voorstellen dat ik niet meer zou kunnen breien, omdat mijn handen niet meer mee kunnen. Dus zorg dragen voor mijn lichaam is belangrijk. Ik weet het. Daarom ben ik even op zoek gegaan naar wat oplossingen.

Gewrichtspijn

Als je breit, maak je heel veel dezelfde beweging op lange tijd. Of je nu Engels, continentaal of Portugees breit, dat maakt allemaal geen verschil. Je mag grote of kleine bewegingen maken, het zijn steeds dezelfde die telkens herhaald worden. En soms zit er eens een moeilijke steek tussen waardoor je de draad en naalden iets krampachtiger vast neemt. Ik denk dat dat toch niet te onderschatten valt.

Tijdens mijn zoektocht online kwam ik de oefeningen van Kaitlin Bruder tegen. Ze is een illustrator die na het tekenen ook soms last heeft van haar handen en daarvoor simpele oefeningen toepast. Na een periode van intensief breien, probeer ik deze oefeningen nu uit. En na een dikke week kan ik toch wel zeggen dat ze me helpen. Dit is dus een blijver.

Schouderpijn

Maar dan is er nog de pijn in mijn rechterschouder. Het duurde een tijdje voor ik daarvan de oorzaak door had. Als ik brei zit ik meestal in mijn zetel met armleuningen van Ikea (die zalig zit trouwens). Hierbij is mijn linkerarm ondersteund, maar mijn rechter niet. De andere armsteun is net iets te ver om makkelijk te breien. Dus is mijn ruggengraat lichtjes schuin en moet ik meer moeite doen om mijn rechterschouder omhoog te houden. En daardoor geef ik iets meer kracht op mijn linkerschouder.

Hiervoor heb ik een bijkomende ondersteuning gezocht. Eentje die ik net naast me kan leggen, zodat mijn rechterarm toch ondersteund wordt. Denk aan een kussen, maar voorlopig is het nog even mijn droomdeken 2.1. Mijn kussens zitten nog in een verhuisdoos. Als ik eventjes tijd vind, haal ik ze er wel eens uit.

Nekpijn

De pijn in mijn nek is helemaal bovenaan. Net waar die overgaat naar de schedel. Toen mijn kinesiste vroeg of ik veel naar beneden keek, viel mijn frank. Breien is constant naar beneden kijken. Kijken naar je werk, kijken naar je patroon. Veel breien is dus gelijk aan veel hoge nekpijn voor mij.

De oplossing voor deze pijn ben ik nog een beetje aan het ontdekken. Het lijkt me evident dat als ik minder pijn wil hebben, minder naar beneden kijken noodzakelijk is. Met andere woorden naar iets anders kijken dan naar je werk. Een serie op Netflix bijvoorbeeld (op dit moment Locke&Key, een aanrader trouwens). Daarom ben ik blindbreien aan het oefenen. Ik ben er nog niet helemaal, want het is niet zo eenvoudig als het lijkt. Maar ik merk toch dat het al iets beter aanvoelt. En ik brei een beetje losser, wat ook weer beter is voor mijn vingers.

Als ik dit kan blijven volhouden, hoop ik toch nog vele jaren te kunnen genieten van mijn hobby’s. En binnenkort is de shawl af en kan ik daar ook nog eens van genieten. Wat zijn jouw tips voor pijn bij het breien?

Bronnen

Inspiratie

Te veel om te doen

Help, ik ben even in shock. Er zijn nog zoveel projecten die ik dit jaar wil afwerken. En ik vrees dat het me niet zal lukken, omdat het gewoon te veel is. Want het is ook echt gewoon te veel. Oké, even rustig ademen. Geen paniek. Alles komt goed, toch?

Bezig met …

Naranja trui

Deze trui is misschien wel het meest dringend, want ik ben er al sinds eind april mee bezig. Ik maak ze voor een vriendin en ik wil haar niet te lang meer laten wachten. Maar ik weet niet zeker of ze zal passen en heb een beetje schrik dat ik weer opnieuw zal mogen beginnen.

En ik zit vast op sleeve island. Ik ben de twee mouwen tegelijkertijd aan het breien, maar ik heb er niet echt zin in. Sinds ik top-down truien ontdekt heb, lijkt het me gewoon meer werk en minder interessant. Hoog tijd dus om mijn mojo voor dit project terug te vinden.

MKAL Autumn Dahlias (door Sweet Georgia Yarns)

Deze maand loopt de 5e jaarlijkse MKAL van Sweet Georgia Yarns en deze kon ik echt niet laten liggen. In vijf weken brei je een shawl zonder te weten hoe die er uit zal zien. Je krijgt elke week een tip en breit verder tot die af is.

Dit jaar zou ik echt graag op schema blijven. De afgelopen 2 jaar is dat niet gelukt. Daarom had ik eigenlijk dit jaar de doelstelling van één tip in twee weken te doen. Maar ik ben nu nog even thuis. Dus als het dit jaar niet lukt, wanneer dan wel? En hoe sneller deze af is, hoe sneller ik het volgende project kan opzetten. Geen druk, hoor.

Mountain Mist (door Tin Can Knits)

Deze is een beetje een geheim (shhh). Ik ben deze trui aan het maken als kerstcadeau voor mijn broer en zijn twee zoontjes. De eerste voor mijn jongste neefje is bijna af.

Overlaatst had ik nog wat problemen met het opzetten voor de mouw. Maar dat heb ik gelukkig kunnen oplossen door rustig te blijven en logisch na te denken. Ik heb het niet hoeven uittrekken. De steken heb ik opnieuw correct op de naalden gekregen, zodat ik dat klein stukje kon opnieuw doen. Nu is het nog enkel draadjes inwerken en blocken. Maar het is er nog niet van gekomen.

Sjaal voor het Sjettekastje

Ik ben ook al een tijdje bezig met een sjaal voor het Sjettekastje. Het is een project met tweedehands wol. Ik brei met drie draden groen en dikke naalden. Gewoon om de mogelijkheden van kleuren combineren te bekijken. Het geeft een mooi gemarmerd effect.

Er is geen patroon om te volgen. Ik heb een aantal steken opgezet en ben alle rijen rechts aan het breien. Ribbelsteek zorgt er voor dat de kleuren mooi samenvloeien. Deze sjaal ligt nu aan de kant, maar ik zou het toch ook graag willen afwerken.

Kan niet wachten om …

Mountain Mist (door Tin Can Knits)

Voor Kerst heb ik nog twee truien te doen. Een kleintje maat 4-6 jaar en een grote mannen medium. Ik heb dus echt nog een pak werk als ik dit allemaal op tijd af wil krijgen. En ik vrees er echt voor. Zou het een schande zijn als er een half afgewerkt project in het cadeau zit?

Light Summer Shorts (door Holly C. Watson)

Toen ik met de solden op zoek was naar een short, kon ik er geen naar mijn goesting vinden. En in zo’n geval denk ik meestal dat ik het ook zelf kan maken. Dus ben ik op zoek gegaan naar een patroon en heb dit gevonden.

Ik heb de wol ook al die ik wil gebruiken. Maar alles ligt nog even aan de kant, omdat ik nog geen tijd gevonden had. Nog een goeie maand en de zomer is alweer voorbij. Misschien kan ik deze beter uitstellen naar volgend jaar. En ondertussen wat kilo’s kwijt raken.

The Shift Cowl (door Andrea Mowry)

Deze staat al zo lang op mijn to do-lijstje. Begin augustus had Andrea Mowry een verjaardagskorting en ik heb het patroon gekocht. De wol ligt ook al klaar (de prachtige Golden Comet Hen wol van Hue Loco). Ik kan dus starten, als ik de tijd vind.

Het zal waarschijnlijk mijn persoonlijk adventproject worden. Er bestaan een paar hele mooie om te volgen. Maar waarom niet een patroon kiezen die ik graag wil maken en het zelf opdelen in kleinere stukken om elke dag te breien. Misschien maak ik wel een mooi bord met vakjes. Net zoals echt.

Wedstrijd voor creagroep de Klosjes

Annick heeft een paar industriële bobijnen uitgedeeld om iets creatiefs mee te maken. Het is een kleine wedstrijd. We maken er mee wat we willen en geven minimum één bobijn aan haar terug voor eind oktober. Ze zullen allemaal getoond worden op een hobbybeurs en de bezoekers mogen er de mooiste uitkiezen. De winnaar krijgt een wolpakket. Tuurlijk doe ik mee.

Ik weet al wat ik er mee wil doen, maar kan het nog niet verklappen. En misschien zie ik het wel weer te groots. Maar het is nu of nooit. En het is een mooie kans om nog eens te haken.

Back to basics-uitdaging

Deze mag ik toch zeker niet vergeten! Ik ben net klaar met al mijn wol te spinnen, maar ben wel nog op zoek naar andere kleuren. Van zodra ik daar uit ben, ga ik er verder mee aan de slag.

Er zijn zoveel projecten waarvan ik zeg: dit is de volgende om op te zetten. Maar het kan er natuurlijk maar eentje zijn. En op een paar staat een deadline waar ik ook rekening mee wil houden. Sommige kan ik wel wat uitstellen. Op dit moment lijkt me dit een goeie volgorde:

  1. MKAL Autumn Dahlias
  2. Naranja trui
  3. Wedstrijd voor creagroep De Klosjes
  4. Back to basics-uitdaging
  5. Mountain Mist
  6. The Shift Cowl

Gelukkig ben ik meestal met twee projecten tegelijkertijd bezig. Als ik het ene beu ben, kan ik dan even verder met het andere. De rest ga ik wat uitstellen. Wat zou jij zeker nog willen maken dit jaar?

Bronnen

Back to basics

Getwijnd en al

Vorige week was ik klaar met spinnen. Deze week ben ik klaar met twijnen. En met een beetje trots kan ik je dit resultaat tonen: 6 vlechten van mijn eigen hand gesponnen wol. Wauw. Nu weet ik weer, waarom ik deze back to basics uitdaging aanging.

Twijnen

Als je een enkele draad klaar hebt, wordt die meestal nog getwijnd om steviger garen te bekomen. Bij handgesponnen wol vind je heel vaak 2-draads of 3-draads garen. Maar je kan eigenlijk zo ver gaan of je zelf wilt. Je kan ook die enkele draad houden en dat lichtjes vervilten voor stevigheid. En er zijn zelfs nog een heleboel type andere garen die je kan maken (maar dan zou ik alweer te veel uitweiden…).

De bedoeling van deze Tour de Fleece was om een 2-draads garen te maken. Dus heb ik de bobijnen stuk voor stuk getwijnd. Dat wil zeggen: van 2 draden 1 maken door ze in de omgekeerde richting te spinnen. Door de twist van de enkele draden omarmen ze elkaar dan mooi en zo wol krijgt zoals we die vanuit de winkel kennen.

Extra zorg

Maar na het twijnen ben je er ook nog niet helemaal. Door het spinnen van de enkele draad en het twijnen naar een dubbele draad zit er nu enorm veel twist en spanning in de vlecht, waardoor die alle kanten op krult.

Door ze in warm water (al dan niet met een beetje wolwasmiddel) te laten rusten en daarna licht te stretchen, krijgt de wol een deel van zijn oorspronkelijke eigenschappen terug. Zo krijg je een meer handelbaar garen. Er zijn opnieuw een paar extra stappen die je kan doen (zoals vilten en er mee op tafel slaan – ja echt), maar ik ben tevreden met het resultaat dat ik zo krijg. Daarna laat je het hangend of liggend (mijn voorkeur) drogen.

Wat gegevens

Blijkbaar heb ik toch wat meer wol gesponnen dan ik dacht. Want als ik het zo allemaal bij elkaar samentel kom ik zeker aan meer dan de 422g die ik noteerde gekamd te hebben. Maar zoveel te beter, want je hebt natuurlijk liever wat meer wol dan dat je er tekort zou hebben.

Het is me niet gelukt om elke vlecht even zwaar te maken, maar dat had ik ook niet verwacht. Ik heb telkens getwijnd tot de bobijn vol was. Of tot ik dacht dat ze vol was, want de een is dus al zwaarder dan de andere geworden:

  • vlecht 1 (vrnl): 73g
  • vlecht 2: 89g
  • vlecht 3: 85g
  • vlecht 4: 81g
  • vlecht 5: 84g
  • vlecht 6: 51g

Bij het aantal meter natellen van de eerste vlecht, merkte ik op dat ik niet aan de lengte kwam van mijn testwol. Ik had 171m op 73g (of 234m op 100g) ipv 270m op 100g. Wat ik toch jammer vond. Maar wat misschien wel normaal is, want dit is geen lopende bandwerk. En ook al heb ik zoveel mogelijk geprobeerd om dezelfde dikte aan te houden. Hier en daar zit er wat variatie in.

Zoals je kan zien, zijn er donkerdere plekken en lichtere plekken waar ik de draden heb gecombineerd. De volgorde van mijn bobijnen, zat wel goed in elkaar. Maar de eerste bol met enkele draad die wat lichter is en de tweede bol met enkele draad die ik donkerder maakte om dat te compenseren, kwamen niet in de juiste volgorde na elkaar. Waardoor het donkere stukken van de bollen samenvielen en de lichtere stukken overbleven.

Waar licht en donker elkaar wel overlappen, krijg je een gemarmerd effect. Zeker in een 2-draads garen is dat heel goed te zien, want de kleuren wisselen elkaar direct af. Dit was eigenlijk niet de bedoeling. Maar ik kon het niet anders oplossen door tijdsnood. Mijn tip aan mezelf voor volgend jaar, is zeker op tijd beginnen verven. En al was het de bedoeling niet, het geeft wel extra karakter en nuance aan de wol.

Opnieuw verven of niet?

Als ik de wol zo van ver bekijk, vind ik de kleur oké. Je ziet heel duidelijk dat het niet meer wit is, maar bruin. En eigenlijk geen lichtbruin, waar ik wel wat schrik voor had na al die lichtere verfbaden. Maar van dichterbij weet ik het zo goed niet. Ik denk dat ik het gemarmerde effect niet zo mooi vind.

Dus wil ik misschien wel een plan B maken. En dat wil zeggen dat ik weer zou verven. Maar welk kleur dan? De kleuren die ik tot nu toe verfde, vind ik minder geschikt. En een tijdje geleden zei ik vlierbes, want de paarse kleur is schitterend. Maar bessen zijn blijkbaar kleuren die heel snel vervagen en ik wil toch graag wat langer van het eindresultaat kunnen genieten.

Sinds het voorjaar heb ik niet stil gezeten en heb ik stilletjes aan geïnvesteerd in mijn eigen plantenverftuintje vooraan aan mijn huis. Ik heb een heleboel lavendel in lange bakken op mijn vensterbank gezet, samen met grote potten hibiscus en eucalyptus naast de deur op de grond, ik heb plantendelen langs de kant van de weg gevonden en ook een deel gekregen van anderen. Ik zou dus gerust een nieuwe verftest kunnen doen.

Over het garen ben ik heel tevreden, over de kleur iets minder. Hmmm, wat is jouw mening?

Back to basics

Finish

De Tour de Fleece voor dit jaar is afgerond. Ik ben aangekomen en heb netjes mijn schema kunnen volgen. Woop, woop! Maar ik ben toch ook wel blij dat het gedaan is. Het was zalig om iedere dag even zen te worden door het ritme van het spinnen. Maar de voorkant van mijn enkels zijn blij met een beetje rust.

Planning en afwijkingen

Oké, technisch gezien ben ik iets vroeger aangekomen dan mijn planning aangaf. Ik zou de volledige tour voor mannen spinnen, maar ook die van de vrouwen er bij nemen. Zo kon ik de hoeveelheid over minder dagen spreiden, waardoor ik minder op een dag hoefde te doen. Het leek me haalbaarder. Maar elke dag was ik toch nog ongeveer een uur bezig met spinnen.

Op de eerste dag bij de start van de tour, was er een kunstevenement in Bergues net over de grens met Frankrijk. Daar kon ik niet anders dan meer spinnen dan mijn planning aangaf, waardoor ik een mooie voorsprong kon nemen. Weet je nog? Die eerste dag was een tijdrit waarop ik (door het verrekenen van het aantal kilometer) 2 gram mocht spinnen. Tuurlijk deed ik meer.

En uiteindelijk heb ik ook wat minder wol gekamd en geverfd. Want ik was dat zo moe. Je zou verbaasd zijn hoeveel dat van je vraagt. Dat is urenlang trekken en duwen, je hele lijf staat onder spanning. Elke dag 4 nestjes maken, soms 8. Pff, ik had wat last van mijn schouders en spieren. Omdat ik meer dan de minimale hoeveelheid had, vond ik het best oké om niet meer voor te bereiden.

Bobijnen en cijfers

Dit is het verdict. Ik heb 6 bobijnen af, waarvan 2 met mindere hoeveelheid:

  • bobijn 1: 90g
  • bobijn 2: 97g
  • bobijn 3: 98g
  • bobijn 4: 89g
  • bobijn 5: 48g
  • bobijn 6: 47g

In totaal is dat 469g, wat me raar lijkt… Want ik kamde en verfde maar 422g. Hmm, misschien heb ik de lege bobijnen verkeerd afgewogen. Ik schreef namelijk op elke bobijn hoeveel die woog, zodat ik dat dan kon aftrekken van het volledige gewicht. Het kan dat de weegschaal verkeerd woog of dat ik fout opschreef (waarschijnlijk dat laatste, lol). Ik doe het wel nog eens opnieuw als alle bobijnen weer leeg zijn.

De verschillende kleuren bruin werden zo veel mogelijk door elkaar gemixt om een egaler resultaat te hebben, maar ik weet niet of ik er tevreden mee zal zijn. Voor alle zekerheid pas ik nog een extra verdeling toe. Ik ga bobijnen 5 en 2 combineren, daarna 1 en 4 en 3 en 6. Omdat bobijn 5 een halve is, wordt er ook een overlapping gemaakt tussen 2 en 1 en 3 en 4.

En als ik niet weg ben van het resultaat, verf ik het gewoon opnieuw in een andere kleur. Alles komt goed.

Singles en kwaliteit

Over het algemeen ben ik wel blij met de dikte van mijn singles. Ze zijn woolen gesponnen vanuit gewassen, gekamde wol. En ze zijn vrij gelijk van dikte. Al zit er een kleine variatie op (tja, ik spin ook nog maar 6 weken op het spinnewiel dat ik gebruik).

Ondertussen heb ik wel geleerd dat mijn vezelvoorbereiding nog beter kan. Wat is kemp? En hoe kan ik die verwijderen om zachtere wol te maken? De wol wassen voor het spinnen zou ook helpen en misschien wil ik nog andere voorbereidingstechnieken toepassen.

Ervaring zit er ook voor iets tussen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen is de boodschap. Door elke dag een klein beetje te spinnen, zijn de overgangen tussen de verschillende nestjes wol vlotter geworden. Ze vallen minder op. Ik kan ook langere stukken in één keer door spinnen, waardoor ik minder tijd verlies.

Al helpt goed materiaal natuurlijk ook. Af en toe heeft het spinnewiel olie nodig om vlot te blijven draaien. Het is een wereld van verschil, geloof me maar.

De volgende stap: twijnen. Ook dat zal elke dag een beetje zijn. Te zien hoe ver ik geraak en hoeveel ik op een bobijn krijg. Ik heb er nog één over en ik kreeg de tip om de wol eerst een paar dagen te laten rusten voor er een vlecht van te maken (dank je wel, Claire). Maar eerst even vieren dat ik de eindmeet haalde. Had je gedacht dat ik het zou halen?

Bronnen

Basis

Fout of niet?

Pff, ik ben dom geweest. En ik sla er nog altijd mezelf voor over het hoofd. Waarom deed ik het? Laat het me even uitleggen en dan mag je zelf oordelen.

Mountain Mist – patroon door Tin Can Knits

Van al dat wol kammen, verven en spinnen kwam er niet veel meer van breien in huis. Maar het is me toch gelukt om het truitje voor één van mijn neefjes terug op te pikken. En wat was het zalig om nog eens te breien.

Het patroon is een rondgebreide top-down trui. Wanneer je aan de armsgaten komt, zet je de steken voor de mouwen op een hulpdraad en brei je het lijf verder in het rond. Later worden de mouwen dan van oksel tot pols gebreid.

Oneffenheden

Maar de miserie begon toen ik de steken wou opnemen voor de tweede mouw. Ik zag en voelde een kleine oneffenheid in onderliggende steken en ging er van uit dat ik een fout gemaakt had. Het zag er niet goed uit en dat wou ik rechtzetten.

Toen ik de steek liet vallen tot het punt van de oneffenheid (met het idee om met een haaknaald dan terug naar boven te werken) merkte ik een zijdelingse lus op. Ik verstond me er niet aan. Hoe kan dat nu? Wat heb ik uitgespookt? Ik wou de fout rechtzetten door steken los te maken en had er alle vertrouwen in dat het wel weer goed zou komen.

Dus ben ik de hele reeks steken beginnen uittrekken. Ik dacht dus echt dat ik fout was. Tot plots mijn frank viel. Het waren de verkorte toeren. Ik was dus helemaal niet fout. Maar nu zit ik wel met een enorme warboel van draden en steken die niet meer op dezelfde rij zitten.

Oplossingen

Hoe ga ik dat nu oplossen? Ik heb geprobeerd om de verkorte toeren terug te breien, maar heb geen referentiepunt. Tot welke steken brei ik om weer juist uit te komen? En bij een paar pogingen merkte ik dat ik nog steeds een lus overhoud. Wat wil zeggen dat ik het niet helemaal juist heb gedaan. Ik zou nu evenveel wol nodig hebben als toen ik het voor de eerste keer breide.

En toen dacht ik: als dat niet lukt, wordt het splitsen. Ik zou dan het bovenste gedeelte los maken van het lijf en de ene arm. Dan kan ik terug uittrekken tot aan het punt waar ik terug goed zit. Dan dat herbreien, zodat ik het dan later opnieuw aan elkaar kan zetten. Met andere woorden: sweater surgery.

Maar welke rij maak ik los? Ik wil wel dat het lijf en de ene mouw aan elkaar blijven. Maar ik wil ook goed zitten bij mijn tweede mouw, zodat ik niet nog meer schade heb aan het lijf. Want wat als ik het nog slechter maak?

Worst case scenario kan ik volledig opnieuw beginnen. Alles uittrekken en volledig herbreien. Ik denk niet dat dat het geval zal zijn. Maar toch ik wil het niet moeilijker maken dan het al is. En ik wil ook dat er zo weinig mogelijk zichtbaar is van de herstelling.

Plan van aanpak

Oké, even rationeel en logisch nadenken. Misschien is het toch beter om de eerste mogelijkheid nog een kans te geven. Ik kan de zijkant voor de mouw uittrekken tot ik weer op één rij zit en dan mijn verkorte toeren opnieuw proberen. Het middelpunt van de rug zal hiermee misschien kunnen helpen. Dan kan ik gaan tellen en bepalen hoeveel steken ik moet breien.

En als dat niet lukt is het toch sweater surgery. Niets aan te doen dan. Ik kan alleen maar hopen dat ik de juiste rij los maak.

Volgende keer zal ik wel twee keer nadenken voor ik een fout zal herstellen. Eerst eens goed nadenken over de opties. En in gedachten houden dat er ook af en toe een foutje in het werk mag zitten. Met andere woorden: niet te perfectionistisch willen zijn. Tja, het is soms sterker dan mezelf. Jij niet?

Bronnen

Back to basics

Halverwege Tour de Fleece

Met trots kan ik zeggen dat al mijn wol geverfd is, met wat minder trots dat ik het eigenlijk al af wou voor de Tour de Fleece zou starten. Nu zijn we halverwege en ben ik eindelijk waar ik wou zijn. Het was niet evident en er liep heel veel anders of gedacht.

Tijdsnood

Ik heb het verven enorm onderschat. In mijn planning had ik op twee weken gerekend. Eén week om alle wol te kammen en daarna een week om alles te verven. Uiteindelijk zijn het drie weken geworden van elke dag kammen en 2 fases verven. Het waren een paar zware weken. En wat ben ik nu blij dat het gedaan is.

Omdat ik eind juni al serieus aan het panikeren was, heb ik een paar bakken gezocht voor in de oven. Zodat ik een reeks daarin kon doen naast de andere reeks in mijn kookpot. Door twee reeksen tegelijkertijd te doen, wou ik een inhaalbeweging maken.

Zo zag mijn dagprogramma er uit:

  • oven 1e keer: wassen en verfbad klaarmaken
  • oven 2e keer: beitsen en verven
  • pot: wassen, beitsen, verfbad klaarmaken of verven

Voor drie weken lang (met gelukkig toch af en toe een rustdag)

De fases wisselden af. Dag 1 waste ik bad A. Dag 2 waste ik bad B en beitste ik bad A. Dag 3 waste ik bad C, beitste ik bad B en verfde ik bad A. Enzoverder. Dit was allemaal in de oven. Daarnaast had ik nog mijn kookpot met een ander ritme. Dag 1 waste ik bad D. Dag 2 beitste ik bad D en dag 3 verfde ik bad D. Omdat ik telkens maar kleine hoopjes (ongeveer 35g) per keer kon doen, had ik dus heel veel hoopjes en dagen nodig. Veel meer dus dan de geplande week.

De drukte van die dagen heb ik toch wat onderschat. Ik ben nog steeds aan het recupereren van een jaar slaaptekort. Het kroop af ten toe toch in de kleren. Zo had ik op een dag wol in het beitsbad gedaan, zonder beitsmiddel. Ik vond de afgewogen aluin de volgende dag nog in het potje op het werkblad van mijn keuken. Oeps. Dat is helaas niet meer goed gekomen.

Kleurverschillen

Ik zag online een filmpje over wol verven in de oven met acid dyes. En ik dacht dat het ook mogelijk zou zijn met natuurlijke verfstoffen. Het was pas na het wassen, beitsen en verven (3 dagen later), dat ik door had dat het toch niet zo’n goed idee was.

Ik dacht: dezelfde temperatuur en dezelfde periode, dat komt wel goed. Niet dus, op de een of andere manier waren de kleuren veel lichter. En ik weet (nog) niet waarom. De kleur van de wol die uit mijn pot komt is wel oké. Maar nu zit ik dus met heel veel licht gekleurde wol en een beetje donker gekleurde wol.

Hoe ga ik dat nu combineren? Want omdat ik niet alle wol op 1 juli voor handen had, moest ik ook wat creatief zijn om de kleuren te combineren. Hoe zou ik dat gaan aanpakken? Uiteindelijk is het een hele berekening geworden die waarschijnlijk toch niet zal kloppen. Dus ben ik van plan om te doen wat ik kan en de rest aan het lot over te laten.

Combineren en verspreiden leek me de beste oplossing. Als ik 4 bobijnen vol heb, waarvan 1 en 3 met lichtere kleuren en 2 en 4 met donkere kleuren, zou ik 1 en 4 en 2 en 3 kunnen combineren voor het twijnen. Dan komen beide draden zo gelijk mogelijk uit, dacht ik zo.

Maar het zullen waarschijnlijk 6 bobijnen worden. Want vandaag zitten we in de helft en ik heb pas bijna mijn 3e bobijn vol. Dus wordt het dan waarschijnlijk een combinatie van bobijnen 1 en 4, 3 en 6 en 5 en 2. Maar zal er genoeg kleurspreiding op de bobijnen zitten? Ik vrees er voor want elk verfbad is net dat beetje anders (wat volledig normaal is).

Volgende keer beter

Als ik het nog eens zo groot zou aanpakken, zou ik het anders doen. Zeker genoeg tijd nemen om alles te kunnen verven zoals het hoort. Zodat ik mezelf niet voorbij loop, maar er van kan genieten (zoals de bedoeling was). En zeker in mijn kookpot. Ik denk niet dat ik de oven nog zal gebruiken. Die heb ik ten slotte ook nog nodig om eten klaar te maken en het is best om dat niet te combineren.

Op dit moment ben ik nog niet tevreden van de kleur. Misschien betert dat na het twijnen. Als het eindresultaat me niet aanstaat, zal ik het oververven in een lichtere kleur. Dan heb ik lichtere en donkere stukken, maar ten miste één kleur (misschien vlierbes) in plaats van twee. Volgende keer spin ik misschien eerst al mijn wol en verf ik het daarna. Als alles getwijnd is, kan ik de check eens doen of ik zo meer wol in mijn pot kan krijgen.

Als allerlaatste oplossing kan ik nog altijd bolletjes afwisselen tijdens het breien. Dat zal heel veel maskeren. Je hebt waarschijnlijk wel al gehoord van breien met twee bollen en om de twee rijen wisselen. Maar ik zou het zelfs met de drie bollen durven. Dan is elke rij van een andere bol en valt het nog minder op.

Nu kan ik me verder gaan concentreren op het spinnen. Ik zit nog altijd op schema. Woop, woop! Al een geluk. Ik wil echt niet opgeven. Ik kan dit! Met wat ben jij bezig op dit moment?

Bronnen

Nieuwe werken

Yume

Een tijdje geleden begon ik aan het Yume patroon van Isabell Kraemer. Voor ik met dit project startte, was ik wel enorm aan het twijfelen tussen dit model en het Laia patroon. Uiteindelijk was het vooral het ajourmotief die de doorslag gaf. Ondertussen is het al eventjes af en lijkt het me nu het ideale moment om dit even met je te delen.

Details

  • Patroon: Yume (patroon door Isabell Kraemer)
  • Wol: Landlust Sommerseide van Lana Grossa kleur 4
  • Gebruikte naalden: Verwisselbare rondbreinaalden nr. 3,5
  • Mijn steekverhouding: 22 steken x 33 rijen = 10x10cm
  • Maat: XS

Wat werkte

Dit patroon is zo zalig geschreven. Rechttoe, rechtaan en heel duidelijk. De stappen worden goed omschreven en de speciale afkortingen worden uitgelegd. Het was een droom om te breien. En zeker eentje dat ik opnieuw wil doen, met lange mouwen en wol als trui voor in het najaar of de winter.

Omdat de opgegeven wol voor dit patroon niet onmiddellijk voor mij beschikbaar was en ik nog een heleboel wol aan de kant liggen had, koos ik voor de Landlust Sommerseide die ik vorig jaar kocht. En dat was eigenlijk altijd al het plan geweest. Want dit patroon staat al eventjes op mijn te breien-lijstje en ik had net deze wol gekocht voor dit patroon. In de winkel stond ik niet echt stil bij de steekverhouding. Het was puur toeval dat mijn steekverhouding dicht in de buurt kwam van die van het patroon. Ik week gelukkig maar 3 rijen af.

Wat heb ik geleerd

Dit is de allereerste keer dat ik een top-down trui (of t-shirt) probeerde. Ik had het nog nooit gedaan. En ik was verrast door het minimale naaiwerk in de afwerking. Het lijft werd in één stuk gebreid en de steken voor de mouwen werden even on hold gezet op een restje draad om later aan het lijf vast te breien .

Het opnemen van die mouwsteken had ik ook nog niet eerder gedaan. En al zeg ik het zelf, ik ben blij met het resultaat maar dit kon zeker beter. Gelukkig zit het op een onzichtbare plaats. Daarom heb ik een compromis gemaakt. Het is oké zoals het is. De volgende keer zal beter zijn.

Het patroon gebruikt een averechtse naad aan de zijkanten van het lijf. Ik had er wel al van gehoord, maar ik had het nog niet geprobeerd. Maar nu ik het in het eindresultaat zie, vind ik het prachtig. Het geeft net dat extra va va va voom (je weet wel) aan het project. Het vervangt de naad die er niet is bij rondbreien en zorgt voor een wat meer vrouwelijkheid. Deze zal ik in de toekomst zeker nog gebruiken.

Aanpassingen

Omdat dit zo’n prachtig patroon is, heb ik weinig aangepast. Eigenlijk enkel maar de opgegeven wol. En daardoor ook de steekverhouding. Voor elke 10cm heb ik 3 extra rijen gebreid om in verhouding te blijven. De rest was perfect.

Evaluatie

Ik zou het iedereen aanraden. Want niet enkel het patroon is fantastisch, het t-shirt zelf draagt ook fantastisch. En zoals ik al zei, deze wil ik zeker nog eens opnieuw maken. Schitterend gewoon. En je hebt de keuze tussen korte en lange mouwen. Je kan dus aanpassen naar keuze.

Het patroon is wel in het Engels geschreven, dus kunnen volgende afkortingen je misschien wel helpen. Ik wil zeker nog een ander patroon van Isabell Kraemer proberen (na al die andere projecten die nog op mijn te breien-lijstje staan). Wat staat er nog op jouw te breien-lijstje?

Bronnen

Back to basics

Over proeflapje en planning

C’est parti! De Tour de Fleece van dit jaar is gisteren van start gegaan. En ook al ben ik nog niet helemaal klaar met alle wol te verven, ik heb genoeg om te starten. Maar voor ik dat kan, heb ik eerst nog wat rekenwerk. Hoe ziet mijn schema er uit.

Proeflapje

Zoals je misschien wel nog weet, heb ik afgeklopt met de dunnere woolen gesponnen wol. Vorige week had ik het proeflapje daarmee klaar. Dus kan ik nu alles gaan uitrekenen. Het eerste wat ik nodig heb is mijn steekverhouding: 10 x 10cm = 25 steken x 35 rijen

De volgende stap is dat vergelijken met de steekverhouding uit het patroon (10 x 10cm = 25 steken x 26 rijen). De steken zitten goed, oef. Maar het aantal rijen wijkt enorm af. Dus klopte mijn eerdere berekening van een totaal van 230g niet meer. Dat had ik simpelweg met het regeltje van drie berekend. Maar dat klopt dus niet langer omdat de steekverhouding van de rijen compleet anders is. Ik heb veel meer rijen nodig om tot de gewenste lengte te komen.

Dus dacht ik na hoe ik het wel correct zou kunnen uitrekenen. En dan was het even logisch nadenken en terug grijpen naar wat kennis in mijn achterhoofd. Ik nam het totaal aantal steken van mijn proeflapje 25 steken x 37 rijen (incl. opzet- en afkantrij) = 1184 steken. En als ik dan nog weet dat mijn proeflapje 9 gram weegt en 1 gram 131,5steken zijn, kan ik aan de slag.

De cowl zou voor mij in totaal op 159 steken x 330 rijen komen. Met andere woorden op 52 470 steken (slik). Als ik het totaal aantal steken dan deel door 131,5 steken kom ik op 400 gram (of 1080 meter).

Oké, het is een hele berekening en het spreekt weinig tot de verbeelding. Maar mijn doel is bereikt. Ik weet hoeveel wol ik nodig heb. Voor alle zekerheid wil ik er toch nog wat meer doen. Je weet maar nooit: losse uiteinden, verlies bij het spinnen, … Zou 10% genoeg zijn? 20% is dan misschien weer te veel. 15% dus, gewoon om zeker te zijn. Dus in totaal ga ik voor 460 gram wol.

Planning

Wat kan excel (of LibreOffice Calc in mijn geval) soms toch een prachtig programma zijn. Met een simpele formule kan ik de ganse tour opsplitsen per rit. En dat dan nog in verhouding ook. Want de ene rit is langer dan de andere. En dan wil ik op die dag ook wat meer spinnen. Dus heb ik een lijst gemaakt met het aantal kilometer per stage en het totaal aantal meter en gram dat ik nodig heb.

Eigenlijk is het aantal meter pure speculatie, omdat ik dat niet zal kunnen meten. Maar om het aantal gram per rit te vinden, deel ik het aantal kilometer van de rit door het totaal aantal kilometer en vermenigvuldig ik dat met het totaal aantal gram. Zo kom ik aan onderstaande lijst.

Ik heb zowel rekening gehouden met de tour voor mannen als voor vrouwen, om het wat meer haalbaar te krijgen. Het tempo voor mannen alleen lag iets te hoog, want dat zou inhouden dat ik meer wol in minder dagen zou spinnen. Nu kan ik nog steeds veel spinnen en er meer van genieten. Want dat was toch de bedoeling, hé.

En waarom niet? Want vrouwen moeten het voor elkaar opnemen. Het is de allereerste keer dat de tour voor vrouwen gereden wordt en we zijn 2022. Hoe komt het dat dit nog niet veel eerder gebeurde, toch? Dus is dit mijn mooie schema (waar ik toch een beetje trots op ben).

De eerste twee dagen zijn meegevallen alleszins. Ik zit op schema, woop woop! Maar ik heb nog wat kam- en verfwerk te doen. Ik hoop dat het niet te veel wordt, want ik zag daarnet dat ik beitsmiddel vergeten toe te voegen aan mijn beitsbad, oeps. Alles komt goed. Dat zeggen ze, toch?

Bronnen

Back to basics

Over gekruiste gedraaide steken in mijn proeflapje

Het is me gelukt. Ik heb een proeflapje klaar met wol waarvan ik tevreden ben. Al was dat niet zo eenvoudig. Terwijl ik er mee bezig was, had ik echt schrik dat het op niets zou trekken. Ik wou zelfs het hele project annuleren. En dan zei ik op een gegeven moment gewoon: foert! Ik zie wel waar het uitkomt. Maar het was pas toen ik het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen en het patroon er nog even bij nam dat ik het echt los kon laten.

The fabric created by this slightly rustic, 2-ply yarn (Garden Wool&Dye Co: Cormo Fingering) isn’t perfect.

Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen

Gekruiste gedraaide steken

Zonder kabelnaald

Het breipatroon maakt gebruik van gekruiste gedraaide steken. Eigenlijk een soort van minikabels waarbij er één steek telkens opschuift en je diagonale lijnen krijgt. Maar om het allemaal nog wat moeilijker te maken, worden de steken door de achterste lus gebreid.

Door een steek naar achter te brengen en eerst de tweede en daarna de eerste te breien, kruis je naar rechts. Door een steek naar voren te brengen, kruis je naar links. Maar als je dat met een kabelnaald doet, heb je een extra naald nodig. Er kruipt meer tijd in omdat je telkens de naald oppakt en neerlegt. Laat staan om de steek op die kabelnaald te krijgen en er terug af, zonder de rest van de steken kwijt te raken.

Als je kabels zegt, zeg je ook kabelnaalden. Wat in mijn ogen gelijk is aan veel meer werk. Omdat ik geen zin had in al dat gedoe, was ik op zoek gegaan naar shortcuts. Op youtube vond ik een filmpje van Designs by Phanessa over hoe je gekruiste steken kan breien zonder kabelnaald. De techniek wordt heel goed uitgelegd, maar toen ik het uitprobeerde was ik niet tevreden van het resultaat. Ik denk dat ik iets verkeerd deed, want het leek ook helemaal niet op de steken in het filmpje.

Met kabelnaald

Als je er even bij stil staat is het meestal zo dat als je iets te snel wil doen, je meestal niet tevreden bent van het resultaat. Soms is de tijd en energie er in steken echt beter, omdat dat gewoon de beste manier is het beste resultaat te hebben.

Oké, misschien ben ik nu weer veel te resultaat gericht bezig. Maar wie geeft er om hoe je er geraakt bent, als je er maar raakt. En zelfs als je er niet zou raken: het proberen is beter dan het niet proberen. Toch?

Maar de hele bedoeling van dit project is net vertragen en bewust genieten. Dus misschien bekijk ik het beter procesgericht. Ja, ik wil dat de cowl snel klaar is, wie wil dat niet. Maar deze uitdaging gaat net over het omgekeerde. De tijd nemen om stil te staan bij het maken. Dus in dat opzicht had ik de kabelnaald volledig geaccepteerd.

Andere breivolgorde

Inderdaad “had”. Want toen ik bijna klaar was met mijn proeflapje, bedacht ik me iets. Als ik nu gewoon eerst de tweede steek brei en dan pas de eerste. Dan hoef ik geen kabelnaald te gebruiken. Ik kan het gewoon doen met de naalden in mijn handen.

Het vroeg wat puzzelwerk om uit te zoeken hoe ik dat het beste zou doen voor gedraaide steken. Want bij de rechtse kruising wil je de steek achteraan hebben en op de een of andere manier zit die eerste steek gewoon in de weg.

Uiteindelijk kwam ik bij de volgende oplossing:

  • rechtse kruising: 1e steek afhalen, 2e steek breien en terug op de linkse naald schuiven, 1e steek terug op de linkse naald schuiven, 1e steek breien.
  • Linkse kruising: 2e steek breien zonder de steek van de naald te halen, 1e steek breien

Proeflapje

Toen ik mijn proeflapje breide, keek ik naar elke rij of het wel goed was. En ik maakte me echt zorgen. Is de spintechniek goed voor dit project? Gebruik ik de juiste naalddikte? Ik begon alles in vraag te stellen. Want wat ik in mijn handen had, was stug en een beetje gefrommeld. De steken leken te verdwijnen in het niets.

Pas toen ik het proeflapje waste, was ik ook echt tevreden van het resultaat. De gedraaide steken komen veel beter uit, zodat je het bladmotief duidelijker kan zien. Eigenlijk had ik dit ergens wel in mijn achterhoofd na al die jaren ervaring met proeflapjes.

Ik weet niet wat ik aan het stugge kan doen, want je kan maar zo ver gaan met een bepaalde wolsoort. Als je het zou vergelijken met commerciële wol, zou dit “niet superwash” zijn. Dus kan het niet zo zacht en glad zijn als een “superwash” wol. Om een wol superwash te maken, wordt er een chemisch proces toegepast. En dat is niet de richting die ik wil uitgaan. Maar wat onderzoek in die richting kan natuurlijk geen kwaad.

Voila, weer een stapje verder. Nu ik mijn proeflapje klaar heb, kan ik over gaan tot de wiskunde van het geheel. Hoeveel gram en meters zal ik nodig hebben? En hoe splits ik het op in etappes? Ik heb nog en heleboel werk voor de boeg met kammen en verven. Dus kan ik maar beter aan de slag gaan, niet?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
  • https://www.youtube.com/watch?v=mRyYrFA9ueY Video van Designs by Phanessa over gekruiste steken breien zonder kabelnaald.
Back to basics

Worsted vs Woolen

De wol die ik vorige week klaar had, heb ik op een bal gewonden om mee te kunnen breien. En weet je wat? Het zag er wel mooi uit, maar het voelde heel onnatuurlijk om mee te breien. Het was hard, stug en bloeide helemaal niet open. Tja, daar wil ik dan wel geen sjaal van maken. Dus had ik een kleine crisis. De wol zat niet mee, het motief wou ook voor geen meter werken. Het was even tijd om te reflecteren.

Er zat niets anders op om toch even naar andere spinmethodes te kijken, dacht ik. En laat ik mezelf dan beginnen bij het begin in plaats van voorbij te lopen. Want die neiging heb ik nog weleens. Volgens mij begint het bij worsted tegenover woolen spinnen.

Worsted spinnen

Bij deze techniek wordt de vacht samengedrukt, zodat alle lucht er uit gaat. Het is daarom ook kouder. Het resultaat is effen wol die tegen een stootje kan. Ideaal voor ajour (omdat de omslagen heel mooi openen) en steekmotieven (omdat je de steken goed kan zien).

Je laat de twist niet in de vacht komen, omdat je die vasthoudt met duim en wijsvinger. Je laat wat vacht passeren om twist er in te krijgen en dan laat je het op de bobijn winden. Daarna weer wat vacht laten passeren en op de bobijn laten winden. Dat proces wordt telkens herhaalt. Je duwt de vacht bijeen om een egaal resultaat te hebben.

Bij het spinnen van die tweede reeks vorige week, kwam ik uit op 240m per 100g. Maar je kan eigenlijk pas weten welke naald je daarvoor nodig hebt, door de WPI (wraps per inch) te tellen. Dat houdt in dat je telt hoeveel keer je de draad rond een pen of stuk karton kan rollen in één inch. Tadaa, naald 4 net zoals opgegeven. Het mag ook eens meezitten.

Daarom dacht ik dat deze ideaal zou zijn voor mijn patroon. De dikte was oké, het twijnen ook en het zag er net uit als wol uit de winkel. Ik dacht dus echt dat ik mijn spinstijl voor dit project gevonden had. Maar je kan het dus pas echt weten als je een proeflapje maakt.

Woolen spinnen

Bij deze techniek gaat het andersom. Je laat de twist wel in de vacht komen. Dat wil zeggen dat de lucht die tussen de haren zit, er tussen gevangen blijft. Die lucht zorgt voor isolatie en geeft een warmer gevoel. Maar het resultaat is minder egaal. De ene keer dikker, de andere keer dunner. (Ofwel wordt het nog veel oefenen om beter te worden).

De twist mag dus in de vacht komen. Daarom hou je die in een hand vast. Draai met de andere hand net genoeg om de twist los te maken, zodat je de vacht kan laten passeren. Daarna laat je weer los, zodat de twist er opnieuw kan in komen. Effenaan laat je weer op de bobijn rollen. De vacht wordt minimaal gemanipuleerd en wordt daarom zachter en pluiziger.

Dus is dit misschien de oplossing. Want om de wol in het patroon te evenaren, wil ik in de buurt van 366m per 100g komen. Ik had me neergelegd bij 240m, maar met deze spintechniek kan je veel meer meters uit je vacht halen, omdat de lucht er mooi in blijft.

Spintest 3

Een derde spintest was net wat ik nodig had. Tijd om op een woolen manier te gaan spinnen. En tot mijn verbazing vind ik het een heel leuke techniek. Ik was er in het begin niet helemaal voor te vinden, omdat er dus dikkere en dunnere stukken zijn. Maar nu ik het resultaat voel, wil ik daar mee leven.

De wol voelt veel zachter en flexibel aan. En na er even mee te breien, denk ik dat dit manier wordt waarop ik ga spinnen. Maar mijn test was opnieuw te dik. Je zou het kunnen vergelijken met mijn eerste spintest. Wanneer ik het uitreken, kom ik op 180m per 100g. Ten opzichte van 137m per 100g is dat een pak langer.

Maar ik wil dus naar een dunnere draad. En als ik het zo bekijk, zou ik er dubbel zoveel moeten kunnen uithalen om helemaal op dezelfde wol uit te komen als in het patroon. Maar even realistisch. Dat zal waarschijnlijk niet lukken. Ik kan het wel optimaliseren. Maar dat zal wat oefening vragen.

Tijdsnood

Ik begin een klein beetje stress te krijgen. De Tour de Fleece start binnen twee weken en ik heb nog alle wol te kammen en verven. Maar ik weet natuurlijk nog niet hoeveel ik nodig zal hebben. Dat kan ik pas uitrekenen als mijn proeflapje klaar is. En dat kan ik pas doen als ik blij ben met het resultaat van mijn volgende spintest.

Dus kan ik maar beter aan de slag gaan. In het slechtste geval kan ik natuurlijk ook wol blijven kammen en verven in juli, terwijl ik al begonnen ben met het eerste verfbad. Maar ik zou het toch liever vermijden. Want ieder verfbad zal net een beetje anders zijn en om alles zo egaal mogelijk te hebben, zou ik de verfbaden willen combineren.

Aan de slag dus. Denk je dat ik er zal geraken? Ik zou het fijn vinden als je voor me zou supporteren.

Bronnen

Back to basics

Puur spinplezier

Tijd om te starten aan de tweede fase van de back to basics-uitdaging: spinnen. Op dit moment wil ik genoeg wol maken om een proeflapje te kunnen breien. Want ik wil weten hoe dik de wol juist mag zijn en of het dan ook mooi uitkomt als ik er mee brei.

Voorbereiding

Er zijn een heleboel methodes om te spinnen en het gaat er echt gewoon om hoe je de wol wil hebben. Wat voor mij nu vooral belangrijk is, is dat het zo dicht mogelijk aanleunt bij de wol in het patroon. Als enige referentie heb ik 366 meter op 100 gram. Ik ben nog maar een maand bezig met spinnen op een spinnewiel, dus het lag niet zo voor de hand. Maar dit is het resultaat van deze week.

Het patroon gebruikt Garden Wool & Dye Co, maar geeft ook een paar alternatieven. Ofwel een woolen spun die het lekker luchtig en warm maakt. Ofwel een worsted spun waarbij het stekenpatroon goed uitkomt. De manier waarop ik heb leren spinnen is worsted. En omdat ik me heb laten vertellen dat ajour beter uitkomt met 2-ply, heb ik besloten om voor deze twee laatste te gaan. (Sorry voor de Engelstalige termen. Ooit zal ik nog wel ontdekken wat ze in het Nederlands betekenen.)

Dan was uitrekenen hoeveel wol ik nodig zou hebben voor een proeflapje de volgende stap. Maar hoeveel wol kruipt er eigenlijk in een proeflapje? Dus het eerste wat ik deed, was er eentje wegen. Ik kwam op 20g uit. Maar ik wil ook graag nog wat overhouden als referentie tijdens het spinnen. Dan weet ik wanneer ik te veel aan het afwijken ben.

Verven

Om zeker genoeg wol te hebben, ging ik voor 25g. Na het proces om de ruwe wol te wassen en te kammen, heb ik de wol geverfd met zwarte thee (mijn kleur naar keuze).

Ik schrok me een bult, want de kleuren kwamen helemaal niet overeen met de eerdere verftest. Omdat ik het resultaat van het eerste verfbad van mijn eerdere verftest nog te licht vond, had ik deze keer gekozen om dubbel zoveel kleur te gebruiken. En plots was er zo veel kleur. Misschien is er eerder iets fout gelopen…

Spinnen

Na het drogen van de wol, heb ik het opgesplitst in twee delen, zodat ik dan bij het twijnen zo veel mogelijk gelijk zou uitkomen. En toen kon het echte werk beginnen. Dit is de eerste keer dat ik met gekleurde wol heb gesponnen. Puur plezier, als je het mij vraagt. Spinnen met ongeverfde wol is al leuk, maar dit geeft er eigenlijk nog een extra dimensie aan.

Omdat ik nog niet zo veel had om op af te gaan, ben ik gewoon begonnen spinnen. Niet te dun, maar net iets dikker. Na mijn twee delen op de bobijntjes te spinnen, was ik klaar om te twijnen en de wol verder af te werken. Eerst afwinden op mijn knitty noddy en dan wassen.

Rekenwerk

Toen de wol droog was, kon ik nu aan de slag gaan. Hoeveel meter had ik nu juist gesponnen en zou dat dan oké zijn? Mijn knitty noddy heeft een omtrek van 0,9m, dus als ik het aantal lussen tel en dat vermenigvuldig met 0,9, weet ik hoeveel meter ik gesponnen heb. En het resultaat komt op ongeveer 137m per 100g. Ik was er dus nog lang niet.

Terug naar af

Dus terug opnieuw beginnen, dacht ik. Ik heb dit keer de wol niet geverfd om wat tijd te winnen. Met de vorige wol als referentie ben ik dunner gaan spinnen. Ik heb wel dezelfde techniek toegepast, omdat spinnen op een spinnewiel op dit moment nog wat nieuw voor me is. Later als ik wat meer ervaring heb, kan ik eventueel nog experimenteren met andere technieken.

Tweede spintest

Dunner spinnen dus. En dit is het resultaat. Ik ben er best tevreden mee. Als ik het rekenwerk opnieuw doe, kom ik nu uit op 240m per 100g. Dat is bijna een verdubbeling. Maar ik ben er natuurlijk nog niet helemaal. Al denk ik dat ik het op dit moment niet veel beter zal krijgen dan dit. Dus ben ik tevreden en ga ik afkloppen.

Volgende stap

De wol van mijn tweede spintest heb ik deze morgen kunnen afwerken en is op dit moment aan het drogen. Volgende week zal ik ze verwerken in een bol en een proeflapje maken. Daarna kan ik aan de slag met het rekenwerk voor het ganse project. Hoeveel wol zal ik in totaal nodig hebben, hoeveel kleurstof en hoeveel tijd? Zal ik op tijd klaar zijn voor de start van de Tour de fleece?

Deze wol is nog niet perfect, maar dat hoeft ook niet. Ik heb nog tijd om te leren en beter te worden. Daarom doe ik de Tdf eigenlijk ook. Het is maar door het werk effectief te doen, dat je het onder de knie kan krijgen. Met theorie alleen kom je ook maar zo ver. Wat denk jij?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
Back to basics

Van schaap tot wol

Tijdens dit Pinksterweekend is het Schone Schaapjes in Staden. Ik keek er al twee jaar naar uit, want het was telkens uitgesteld door Corona. Gelukkig ging het dit jaar wel door en wat heb ik er van genoten. Ook al was er veel te zien en was het super interessant, ik had graag zelfs nog wat meer willen leren over schapen en hoe je van schaap tot wol komt. Daarom heb ik dat even zelf uitgezocht.

Schaap scheren

Zoals we allemaal weten, komt wol van schapen. Laat ons even de Alpaca’s, Lama’s en Angora geit vergeten. Tijdens de herfst en winter maakt een schaap vacht aan. Die vacht zorgt er voor dat hij lekker warm de dag door komt. Maar bij het begin van de zomer wordt het dan veel te warm en mag hij geschoren worden.

Dit doet het dier geen pijn. Je kan het eigenlijk vergelijken met een knipbeurt voor ons. Het is zelfs heel hard nodig. Als er niet geschoren wordt, blijft de vacht groeien en krijgt dat schaap het zeer lastig.

De meeste schapen krijgen één scheerbeurt per jaar. Rassen met snelgroeiende vacht krijgen er twee. En van een volwassen schaap krijg je ongeveer 3 tot 4 kilo vacht. Sommige rassen gaan tot 8

Wol wassen

De wol die rechtstreeks van het schaap komt, is nog vuil en vettig. Er zit nog gras, modder en lanoline in zitten. Om de wol makkelijker te hanteren te maken, wil je eerst het vuil en vet verwijderen. En dat doe je door te wassen uiteraard.

De wol wordt toegevoegd aan heet water met een ontvetter. Even laten inwerken en uitspoelen en nog eens herhalen. Maar je wil natuurlijk de wol niet teveel agiteren, want je wil zeker vermijden dat de wol gaat vilten. Dat kan gebeuren bij grote temperatuurwisselingen en veel beweging.

Daarna laat je de wol drogen. Dat kan even duren, want wol kan heel veel water opslorpen. Zelfs als je denkt dat het goed droog is, kan er toch nog wat vocht aanwezig zijn. Gewoon drogen aan de lucht is het best. Je zal versteld staan van hoe mooi de wol er uit komt en hoe vies het water is dat overblijft.

Verwerkingsproces

Er zijn twee manieren om wol te verwerken: kaarden en kammen. Bij kaarden liggen de vezels van de wol kriskras door elkaar. Bij kammen liggen de vezels allemaal in dezelfde richting. Voor mij heeft kammen de voorkeur. Ik vind dat het je iets meer controle geeft bij het spinnen. Al is dat voor iedere spinner persoonlijk.

Bij beide manieren wordt er een beetje wol op de kaarders of kammen gedaan. Bij iedere pas valt er meer vuil uit en verlies je de stukjes van de vacht die je niet kan gebruiken. Het eindresultaat is gewoonweg prachtige wol die spinklaar is.

Verven en spinnen

Op dit moment is het moeilijk om te bepalen wat eerst komt. Sommigen verven eerst de vacht om een egaler resultaat te krijgen. Anderen spinnen eerst om daarna een speciale verftechniek te kunnen toepassen.

Voor mijn back to basics-uitdaging koos ik om eerst te verven en daarna te spinnen. Want ik zal verschillende verfbaden hebben die telkens net iets anders zijn. Door ze af te wisselen tijdens het spinnen, hoop ik dat de kleuren meer gaan verspreiden en dat ik zo toch een redelijk egaal resultaat zal hebben.

Als de wol gesponnen en behandeld is, is ze klaar om mee te weven en te breien. Je hebt zonet je eigen wol gemaakt. En net dat vind ik zo prachtig. Het geeft je kracht omdat je het zelf in handen hebt. Jij maakt wat je wil.

Intensief

Heel dit proces is nogal intensief en heeft een impact op onze leefomgeving. Door mijn eigen wol te maken, wil ik die impact ook een beetje verkleinen. Oké, toegegeven, schapen hebben een grote CO²-uitstoot vergeleken met andere dieren en soms gaat er echt niets boven commerciële wol. Maar veel wol gaat door de hoge kost van het scheren op dit moment verloren. Het gebruik van zo’n vacht vergroot de kudde niet en wordt de vachtberg kleiner. De wol die ik gevonden heb, komt van een boer in Pollinkhove. Dat is ongeveer een kilometer van waar ik woon. Meer lokaal kan niet. En zo scheellt dat weer in CO² van transport.

De hoeveelheid water dat ik gebruik, probeer ik zo laag mogelijk te houden. Maar zoals je kan lezen, komt er veel wassen aan te pas. Zowel bij de vacht schoon maken, als verven, spinnen en zelfs bij het blocken van je afgewerkte breiproject. De eerste twee wasbeurten zijn wat ze zijn, maar het andere water probeer ik te hergebruiken als spoelwater van het toilet. Tja, het is niet alleen voor de leefomgeving, maar ook voor de portemonee dezer dagen.

En door natuurlijke kleurmiddelen te gebruiken, probeer ik zoveel mogelijk chemicaliën uit dat proces te houden. Uien gebruiken we bijvoorbeeld allemaal. Door de schil aan de kant te houden en te gebruiken om te verven, wordt ook hier de afvalberg kleiner en is er geen impact op de leefomgeving. Bloemen plukken is natuurlijk weer iets anders. Insecten hebben de bloemen nodig om te overleven. Maar als we er respectvol mee omgaan en op het juiste moment plukken, kunnen we zo ook in balans blijven.

De verftest is af en ik heb mijn kleur gekozen. Het volgende op de agenda is genoeg wol verven om een spintest en breitest te doen. Juni is voorbereiding voor de Tour de Fleece in juli. Op naar de volgende dus.

Bronnen

Nieuwe werken

Sailing Sweater

Deze week kan ik je nog eens een afgewerkt project tonen. Ik weet dat het alweer even geleden is, en ik heb het gevoel dat eind vorig jaar alles plots in één keer kwam en dat er dan een hele periode tussen zat zonder afgewerkte projecten. Of ligt dat alleen aan mij? Vandaag toon ik graag de Sailing Sweater van Beckie Paul.

Details

Wat werkte

Toen ik mijn proeflapje af en gewassen had, zag ik dat ik geluk had. Mijn steekverhouding kwam net uit met die opgegeven in het patroon. Ik denk niet dat ik dat ooit al mee maakte. Want normaal gezien maak ik meestal mijn eigen patronen of interpretaties waardoor het er niet zo toe doet. Maar dit patroon heeft een speciale vorm, waarbij dat toch wel heel handig was.

Ik ben zo blij dat steekmarkeerders bestaan. Ze hebben me enorm geholpen bij de ajourherhalingen. Omdat sommige stukken gespiegeld terug kwamen, was het voor mij moeilijk om te zien in welk stuk ik nu juist zat. Door van kleur te wisselen tussen de verschillende stukken, kon ik zien of ik halfweg een herhaling zat of dat ik klaar was voor de volgende.

Wat heb ik geleerd

Ik had net de mouw opgezet toen ik aan het eerste stuk ajour mocht beginnen. Het was de eerste keer dat ik een motief deed met ajour zowel in de oneven als in de even naalden. Waardoor er ook in de averechtse naalden geminderd werd. Toen ik voor de eerste keer p2tog tbl probeerde, kreeg ik iedere keer een omslag rond de naald. Dus ik wist dat ik iets verkeerd deed. Na wat onderzoek en filmpjes, leerde ik hoe ik ze juist kan doen.

Het was voor mij ook de eerste keer om een andere zelfkant dan de ribbelkantsteek te gebruiken. Omdat de naad zichtbaar is in de hals, voorziet het patroon een kantsteek met afgehaalde steken. Veel mooier. Hier had ik op zich niet echt een probleem mee, maar ik heb mezelf toch een paar keer betrapt toen ik terug overschakelde op mijn standaard ribbelkantsteek. Gelukkig had ik het iedere keer op tijd door en liep er niets verkeerd.

Aanpassingen

Toen ik de foto voor het eerst zag, vond ik de trui nogal breed uitvallen. Daarom besliste ik om één herhaling minder te maken. Het patroon gaf mee dat je dat zeker kon doen als je dat wilde. Geen enkel probleem dus. Maar toen ik alles in elkaar stak, en dit weet je al, vond ik ze toch te smal. De sweater surgery heeft geholpen om dat recht te zetten.

Ik dacht toen ook dat de trui niet lang genoeg was. Ik had ze nochtans naar de vermelde afmetingen geblockt. Hierover heb ik toch wat langer getwijfeld. Zou een boord lukken op dit patroon? Tuurlijk. Maar zou het ook mooi zijn? Dat was dan weer een heel andere vraag. Na het weer te overdenken, besloot ik om het gewoon opnieuw te blocken. Er zat toch niets anders op, want die extra herhalingen vroegen er om. Deze keer besloot ik om de trui in lengte zo ver mogelijk uit te rekken. Dank je wel voor die extra 6cm. Dit maakte echt het verschil. Een boord was dus niet meer nodig.

Verder heb ik niets willen aanpassen aan dit patroon. Ik wou het alle eer aan doen, omdat het zo’n prachtig stuk is. En ik ben heel blij dat ik de problemen heb kunnen oplossen, zodat het ook niet nodig was. Ik had het gevoel dat mijn hart zou breken, als ik er iets aan zou aanpassen. En dat kon ik niet over mijn hart krijgen.

Evaluatie

Dit patroon heb ik heel graag gebreid. Het stond zelfs op mijn breibucketlist. Het is eens iets anders dan telkens van onder naar boven breien en de mouwen achteraf er aan te naaien. Maar ik had wel wat last van het “tweede pand”-syndroom. Want normaal gezien brei ik voor- en achterpand samen. Bij dit patroon is dat niet mogelijk. Ik zag er een klein beetje tegenop om aan het tweede pand te beginnen. Maar toen ik er mee bezig was, zag ik het weer volledig zitten.

Wat ik wel jammer vind is dat mijn mouwen minder lang zijn dan op de foto. Ik had graag een trui met lange mouwen gehad. Geen idee hoe dat kwam, want mijn steekverhouding is identiek en ik heb geblockt volgens de opgegeven afmetingen. Tot op vandaag is dat nog altijd een mysterie. Ach, misschien kom ik er ooit wel achter.

Deze trui was een droom om te breien. Al weet ik nu dat ik ook wat vertrouwen in het patroon mag hebben. Nu kan ik me volledig concentreren op mijn back to basics-uitdaging (met de gebruikelijke verstrooiingen er tussen natuurlijk). Wat ben jij op dit moment aan het maken?

Bronnen

Back to basics

Verfbad 1, 2, 3

Tijd om even terug te komen op de Back to basics-uitdaging. Mei was verfmaand. En je mag dan misschien wel denken: mei is toch nog niet ten eind? Dat klopt. Ook al heb ik heel wat prachtige kleuren, het liep niet helemaal van een leien dakje. Daarom vind ik deze 6 even voldoende.

Wol verven

Als je wol wil verven, komen er een heleboel stappen aan te pas. Zeker als je het met natuurlijke kleurstoffen wil doen. Ik koos daarvoor, omdat ik zo weinig mogelijk chemische stoffen in mijn leven wil hebben. En natuurlijke kleurstoffen geeft me ook een beter gevoel. Het brengt me dichter bij mijn leefomgeving.

Voorbereiding

De wol die ik heb, komt rechtstreeks van een boer hier in de streek. Dat wil zeggen dat ik eerst de wol verwerkingsklaar moet maken, voor ik er mee aan de slag kan gaan. Dit houdt vooral wassen en kammen in. Je wil dat je wol mooi egaal en zacht is voor je begint.

Wassen

Maar toch wil je het nog even opnieuw wassen voor je begint met verven. Als er nog te veel lanoline (talg van schaap) aanwezig is op de wol, bindt de kleurstof niet zo goed en kan je plekken of zelfs een lichtere kleur krijgen.

  • Stap 1: Weeg het droog gewicht van je wol.
  • Stap 2: Los 1 koffielepel Orvus Paste (of in mijn geval paardenshampoo, want dat zou ook werken) per kilo wol op aan lauw water.
  • Stap 3: Voeg de droge wol toe.
  • Stap 4: Warm alles op tot 82°C voor 1u.
  • Stap 5: Laat overnacht afkoelen.

Beitsen

Nu je zeker bent dat de wol perfect schoon is, wil je de wol eerst nog beitsen. Deze stap helpt om de poriën/schubben van de wol open te zetten zodat ze de kleurstof beter kunnen opnemen en vasthouden. Hierdoor zal je veel langer van je prachtige kleuren kunnen genieten

  • Stap 1: Los 15% alruin op in lauw water. Vb: Als je 100g wol wil verven, voeg je 15% alruin toe.
  • Stap 2: Voeg de natte gewassen vezels toe.
  • Stap 3: Warm alles op tot 82°C voor 1u.
  • Stap 4: Laat overnacht afkoelen.

Verfbad maken

Nu kan je bijna beginnen met wol verven. Er is juist nog één stap voor nodig: het verfbad maken. Er is een verschil tussen extracten en werken met onverwerkt plantenmateriaal. Voor een extract heb je maar een fractie verfstof nodig van je wolgewicht. Maar als je met onverwerkt plantenmateriaal werkt, heb je een één op één gewicht nodig. Met andere woorden, als je 100g wol wil verven, dan heb je 100g kleurstof nodig. Ik werkte alleen met het laatste, dus dit is de werkwijze van onverwerkt plantenmateriaal.

  • Stap 1: Was de wol uit het alruinbad.
  • Stap 2: Voeg de verfstof één op één toe aan lauw water.
  • Stap 3: Verwarm alles tot 82°C voor 1 u.
  • Stap 4: Giet alles door een zeef en vang de kleurstof op in een kom.

Verven

Ja, nu kan eindelijk het echte werk beginnen. En het is het moment waarop je staat te springen van ongeduld. Eindelijk kan je een beetje resultaat zien. Tot nu toe, waren de voorgaande stappen maar kleurloos. Nu zal je echte magie zien.

  • Stap 1: Warm het verfbad op tot 82°C.
  • Stap 2: Voeg de wol toe.
  • Stap 3: Houdt op dezelfde temperatuur voor 1u.
  • Stap 4: Laat overnacht afkoelen.
  • Stap 5 (ev.): Herhaal hetzelfde proces met dit verfbad om het volledig uit te putten.

Resultaat

Het resultaat mag er zijn. Ik weet dat er nog een heleboel kleuren op het programma stonden, maar ik ben tevreden met deze 6. Met iedere kleurstof heb ik 3 verfbaden gedaan. Van links naar rechts: verfbad 1, 2 en 3.

Wat goed ging

Gele ui was het eerste kleur dat ik probeerde. En ik was meteen overdonderd door de kleur. Op slag was ik de vorige poging (lees: mislukking) om wol te verven vergeten. Ik had nooit gedacht dat ze zo levendig zou zijn. En ik was zo blij dat de kleuren niet uitwasten.

Ik ben nu officieel een wolverver. Woop woop. Wel een beginnende uiteraard. En ik ben al aan het dromen over de andere kleuren: eucalyptus, dahlia’s, granaatappel, rabarber, walnoot, eikels, elzenpropjes, esdoorn, … En dan wil ik ook nog eerst de kleuren doen, die ik nu nog niet deed. En wat als je ze gaat combineren? Of als je ze meer geconcentreerd maakt? Oh, of als je ze een ijzerbad geeft? Er is nog zoveel om te ontdekken.

Wat fout ging

Maar het was niet allemaal rozegeur en maneschijn. Ik denk dat het mijn kookvuur nog het meest frustrerend was. Ik werk op een oud gasvuur en het is niet gemakkelijk om de temperatuur constant te houden. Uiteindelijk heb ik dat exacte punt wel gevonden. Maar de ene dag was het nodig om het vuur hoger te zetten, op andere dagen net lager. Als iemand met een zwart-wit persoonlijkheid is dit heel vervelend. En zeker iets wat ik eerst wil uitklaren voor ik verder ga.

Want als de temperatuur te hoog wordt, kan de kleur bruiner worden. Andere stoffen in de plant worden dan geactiveerd en je krijgt een volledig ander resultaat. Zoals bij het derde verfbad van de gele ui gebeurde. En dat wil je echt vermijden.

Ik merkte ook op dat de teleurstelling snel volgde op het enthousiasme van een nieuw kleur. Het klopt inderdaad dat je niet altijd krijgt wat je verwacht. Ik had dat wel ergens gelezen. Nu ik het zelf ervaren heb, geloof ik het ook echt. Ik was vooral teleurgesteld in brandnetel. Ik dacht dat ik een fris groen zou krijgen, maar uiteindelijk is het een soort grijs geworden. Tja, de ene wol reageert anders, dan een andere wol, natuurlijk.

Het beitsen ging niet altijd even goed. En dat had ik pas door na 3 keer verven met rode ui en 1 keer met brandnetel. Ik merkte op dat de kleur niet zo levendig was als de andere, maar dacht dat het misschien aan de kleurstof lag. Na met brandnetel hetzelfde resultaat te krijgen, wist ik dat het aan het beitsen lag.

En geef toe: mijn planning was toch echt veel te strak. Op den duur was het meer een moetens ipv plezier geworden. Dat leek me een sterk signaal om even te stoppen met verven. En dat is helemaal oké, want ik denk dat ik mijn keuze al gemaakt heb: zwarte thee. Maar dan wel met meer kleurstof.

Oké, er liep een heleboel fout. Maar het is net daaruit dat ik kan leren om beter te worden. Ik ben dus op de goede weg. En het is al een hele verbetering ten opzichte van de vorige keer. Vind je ook niet?

Bronnen

Steek van de maand

Operatie Trui

Door de drukte van de afgelopen weken, was het even nodig om een pauze te nemen. Leren nee zeggen is misschien toch iets dat ik af en toe beter gewoon zou doen. Ik had weer veel te veel ingepland en alle energie die ik net terug vond opnieuw opgebruikt. En fibromyalgie hebben helpt natuurlijk ook niet. Het is iets waar ik je nog niet over vertelde, omdat ik het moeilijk vind om over te praten. Ik wil niet dat het me definieert. Ik kan nog zoveel doen en het is belangrijker om daarop te focussen.

Truienoperatie

En wat kan ik nog doen. Amai, ik heb mezelf deze keer echt uitgedaagd. In mijn hoofd leek het nochtans niet zo moeilijk. Maar dat is waarschijnlijk omdat ik het niet goed doordacht had. Ik heb het over sweater surgery. Onlangs zag ik een video van Melissa (Knitting the stash) over hoe ze haar trui langer maakte. En ik dacht dat dit wel een goeie oplossing zou zijn voor mijn Sailing Sweater (patroon door Beckie Paul).

Eerst dacht ik dat het patroon te breed zou zijn, daarom deed ik een herhaling minder. Maar toen ik beide zijden van de trui geblockt en aan elkaar genaaid had, vond ik het toch wat krap. En dit was misschien een geluk bij een ongeluk, maar omdat de trui van links naar rechts gebreid wordt, was een truienoperatie de ideale manier om toch die extra herhaling er tussen te krijgen.

Zo doe je het

Even een beetje theorie. Je maakt eigenlijk een rij los van je afgewerkte trui om dan de steken van de rij eronder en erboven terug op breinaalden te kunnen zetten. Dan brei je (in de juiste richting uiteraard) verder tot de gewenste lengte en dan kan je ze opnieuw aan elkaar naaien. Voila, je trui heeft nu de juiste lengte.

Poepsimpel, dacht ik. Dat zal wel lukken. Maar wat ik even over het hoofd zag, was dat ik zowel rechte als averechtse steken op mijn naalden heb en dat Melissa enkel rechtse steken op haar naalden had. Dat was me volledig ontgaan. Ben je ook niet helemaal mee? Het aan elkaar naaien gebeurd met de Kitchener Stitch. En dat heb ik eigenlijk enkel zien gebruiken voor rechtse steken. Dus hoe doe je dat correct voor averechtse steken?

En toen herinnerde ik me een post op facebook van vorig jaar. Want ik doe echt niet graag Kitchener Stitch. Het is nogal een gedoe om te onthouden in welke stap ik zit. Vorig jaar ontdekte ik de Finchley Graft en ik zei toen tegen mezelf dat ik de volgende keer de Kitchener Stitch zou vervangen door de Finchley Graft. Dus bij deze.

Finchley Graft

Het verschil is dat je bij deze steek de verkeerde kant van je werk aan de buitenkant houdt. Zo wordt het eenvoudiger om een tricotsteek na te bootsen. Er zijn minder stappen om te onthouden en het gaat (volgens mij toch) een pak sneller. Ik was dus helemaal klaar om dit uit te proberen.

Maar dit loste natuurlijk mijn probleem niet op. Want de Finchley Graft is ook enkel voor rechte steken (die dan averechts op je werk verschijnen, aangezien je binnenste buiten werkt). Daarom zat er eigenlijk niets anders op om alle veiligheid in de wind te slaan en gewoon maar iets te proberen. Na een paar pogingen denk ik dat ik dicht kwam bij wat ik wou realiseren. Namelijk in plaats van rechts ging ik averechts in de steek. Ik geef wel toe dat dit niet de juiste manier is. Het zal nog wat onderzoek vragen naar hoe het dan wel moet. Maar op dit moment was dit oké voor mij. Als je het eindresultaat bekijkt, zie ik niet waar de naad zit en dat is eigenlijk het belangrijkste. Het hoeft niet perfect te zijn.

Struikelblok

Maar zo eenvoudig als ik het nu laat klinken, was het eigenlijk niet. Als je iets voor de eerste keer doet, is het dat nooit. Het is eerst wat zoeken en kijken of het goed gaat. Dan uithalen en opnieuw proberen. Tot je tevreden bent met het eindresultaat.

Aan de eerste kant van het werk, heb ik er toch wel een namiddag aan gewerkt. De steken waren te los, omdat ik de draad niet genoeg aantrok. En de averechtse kolommen kwamen net niet overeen, maar versprongen een steek. Maar ik was geduldig en wou het goed (niet perfect, want ik wist dat dat er niet in zat) doen. En uiteindelijk is het me toch gelukt en kon ik weer ademhalen. De andere kant ging al wat sneller.

Nu neem ik nog even pauze. Iets lekkers eten en misschien een paar afleveringen van de serie die ik aan het kijken ben (Bridgerton). Tot later. Welke steek heb jij liever: Kitchener Stitch of Finchley Graf? En welke heeft jou voorkeur.

Bronnen

Inspiratie

Klaar voor de zomer

De dagen worden stilletjes aan langer en warmer (ondanks de koude wind van de voorbije dagen). We krijgen meer en meer het gevoel om lichte dingen voor de zomer te breien. Frisse lichte kleuren, zacht katoen en dun garen nodigen ons uit. Wat wil een brei(st)er nog meer? Daarom heb ik deze week een paar zomerse patronen die ik graag met je zou willen delen. Ik weet het. Het is nog maar net lente. Maar als je nu start, zijn ze helemaal klaar en kan je er mee pronken tijdens de zomer.

Dingley Dell (door Isabell Kraemer)

Toen ik door de patronen van Isabell Kraemer aan het zoeken was naar Yume, kwam ik deze tegen. En ik heb ze onmiddellijk om mijn te maken lijst gezet. Ik weet niet wat het is, maar ik ben zot van dit patroon. Het is gewoon af. Dit wil ik maken.

Striped Top (door Tatsiana Kupryianchyk)

Dit patroon kwam ik tegen toen ik vorig jaar wol uitkoos voor Black Friday. Net als het vorige patroon staat deze nu ook op mijn lijst. Hier zijn het zeker de strepen die het hem doen. Ik wil het zelfs maken in de kleuren op de foto. Zo prachtig vind ik het.

Olive Basket (door Amy Miller)

Maar sommige dagen kunnen nog wat fris zijn. Deze cardigan is ideaal voor deze dagen. Oranje en geel zijn nu niet echt mijn favoriete kleuren, maar ik zou het bij dit patroon toch misschien willen proberen. Dit model drapeert geweldig en ziet er zo goed uit. Zeker op mijn te maken lijstje.

The Shift Cowl (door Andrea Mowry)

Deze cowl laat je schitteren en lekker cosy voelen. De frisse wind houd je niet langer tegen. Ik hou vooral van de patronen van Andrea, omdat ze zo goed is met kleurencombinaties. Met slechts 3 kleuren en verschillende mozaïeksegmenten is dit een absolutie must have. Ik kan niet wachten.

SoxxLook No 04 (door Kerstin Balke)

De sokkenkriebel is weer aan het opkomen. Ik ben niet echt zo’n fan van sokken breien, maar sinds kort heb ik er echt weer zin in. Door de fijne sokkenwol is dit een ideaal zomerproject. En alle sokkenpatronen van Kerstin zijn zo mooi.

Hopelijk wordt het een hele lange lente. Misschien dat ik dan genoeg tijd zou hebben om ze allemaal te maken. Want ze zijn een voor een oogverblindend mooi. Maar toch misschien eerst Yume (patroon van Isabell Kraemer) afwerken. Welke zet jij eerst op je lijstje?

Bronnen

Back to basics

Planning

Vandaag is het tijd om praktisch te zijn. Tijd om mijn planning te maken. Wanneer doe ik wat? En dan heel concreet. Wanneer ga ik verven, wanneer ga ik spinnen en wanneer ga ik breien? Maar ook alle tussenstappen. Maar wat er ook bij komt kijken is haalbaarheid. Want er staan nog een paar drukke dagen in mijn agenda ook. Zal het me wel allemaal lukken?

Om mijn planning te maken heb ik de grote punten stilletjes aan opgebroken in kleinere stappen. En van daaruit dan de opsplitsing per dag gemaakt (waar nodig). Dit is de redenering waar ik zou moeten staan als ik in december de Seeds and Stems Cowl af wil hebben. Want zo werkt mijn hoofd nu eenmaal.

Lente: verven

Ik wil je graag waarschuwen, want het is een lange lijst vol gepropt met van alles en nog wat. Zonder rustmomenten tussendoor (uitgenome de 2 rustdagen in de Tour de Fleece). En dat is niet zo slim van me. Want als ik teveel hooi op mijn vork ga nemen, zal ik dat zeker voelen. En ik wil er natuurlijk nog altijd van kunnen genieten. Dat is een van de redenen waarom ik deze uitdaging aanga.

Als ik wat meer rust zou willen, denk ik dat ik dan vooral het aantal kleuren in de verftest zal schrappen. Nu heb ik 9 kleuren geselecteerd naast de 3 die ik al verfde (want tja, ik kon weeral niet wachten) en daarvoor heb ik bijna elke dag van mei nodig. Dat wil zeggen dat ik geen dagen mag overslaan, of ik heb mijn wol niet klaar om te spinnen voor de Tour de Fleece.

Om dat te vermijden, kan ik kleuren schrappen. Maar zal ik dan in die dagen toch niet willen verven of iets anders willen doen? Want het is zo plezant. Ik denk dat ik hier toch zo veel mogelijk mijn strak schema zal volgen. En als ik er niet geraak, laat ik de laatste kleuren dan wel achterwege. Ik wil er liefst zo veel mogelijk kunnen doen.

Mei

  • 1/5: welke stoffen geven welke kleur
  • 2/5: kleuren verzamelen
  • 3/5: wassen 9 bollen
  • 4/5: beitsen 9 bollen
  • 5/5: verfbad 1 kleur 1
  • 6/5: verfbad 2 kleur 1
  • 7/5: verfbad 3 kleur 1
  • 8/5: verfbad 1 kleur 2
  • 9/5: verfbad 2 kleur 2
  • 10/5: verfbad 3 kleur 2
  • 11/5: verfbad 1 kleur 3
  • 12/5: verfbad 2 kleur 3 + wassen 9 bollen
  • 13/5: verfbad 3 kleur 3 + beitsen 9 bollen
  • 14/5: verfbad 1 kleur 4
  • 15/5: verfbad 2 kleur 4
  • 16/5: verfbad 3 kleur 4
  • 17/5: verfbad 1 kleur 5
  • 18/5: verfbad 2 kleur 5
  • 19/5: verfbad 3 kleur 5
  • 20/5: verfbad 1 kleur 6
  • 21/5: verfbad 2 kleur 6+ wassen 9 bollen
  • 22/5: verfbad 3 kleur 6+ beitsen 9 bollen
  • 23/5: verfbad 1 kleur 7
  • 24/5: verfbad 2 kleur 7
  • 25/5: verfbad 3 kleur 7
  • 26/5: verfbad 1 kleur 8
  • 27/5: verfbad 2 kleur 8
  • 28/5: verfbad 3 kleur 8
  • 29/5: verfbad 1 kleur 9
  • 30/5: verfbad 2 kleur 9
  • 31/5: verfbad 3 kleur 9

Zomer: spinnen

Als ik dan de kleur gekozen heb, is het tijd om uit te zoeken hoe ik de wol wil spinnen. Er zijn namelijk verschillende manieren om te spinnen. Omdat ik vooral naar Engelstalige video’s kijk om alles te leren, weet ik enkel de Engelstalige termen. Maar je hebt dus worsted spun en woolen spun. En dan wil ik ook nog wat experimenteren met plyen.

Kortom, juni zal vooral de voorbereiding zijn voor juli. Ik wil wat wol spinnen op verschillende manieren om te testen wat het beste resultaat zal geven wanneer ik er mee brei. Als ik dat weet, kan ik mijn hoeveelheden uitrekenen en genoeg kleurstof verzamelen.

Als ik dan de juiste hoeveelheid gekamd en geverfd heb, kan ik aan de slag met de Tour de Fleece. Wat inhoudt dat ik elke dag wol ga spinnen in het equivalent dat de renners hun ritten rijden. Als er een grote rit op het programma staat, zal ik meer wol spinnen en omgekeerd. Hier heb ik wel wat meer ademruimte voorzien. Als ik er niet zou raken (wat ik echt wel hoop), is er nog augustus om bij te benen.

Juni

  • week 1: hoe spinnen (worsted/woolen/dikte singles/soorten ply) + kleur kiezen
  • week 2: wol breien + hoeveelheden + tdf uitrekenen + genoeg verfstof verzamelen
  • week 3: wol kammen
  • week 4: wol verven

Juli

  • Tour de fleece (tdf)

Augustus

  • Tour de fleece extra
  • 28/8: uitrekenen hoeveel rijen per dag te breien

Herfst: breien

En dan komt het laatste stuk in zicht. Ik vind het nu nog wat te vroeg om hier al een dag planning voor te maken. Dus dat voorzie ik eind augustus. Ik kan dan het aantal te breien rijen delen door de tijd die ik heb en zo beslissen hoeveel rijen ik dagelijks zal doen om op schema te blijven en in december te kunnen afwerken.

Op het eerste zicht lijkt 3 maanden me wel wat lang. Het is een cowl en geen trui. Maar het is wel een cowl die dubbel gedraagt zal worden. Dus hou ik het voorlopig wel op 3 maanden. Ik kan het nog altijd herbekijken als ik zover ben.

December is dan vooral om af te werken: blocken, draadjes inwerken en dan eindelijk genieten van het eindresultaat. Ha, eindelijk.

September, oktober, november

  • breien

December

  • afwerken: blocken, draadjes innaaien en evalueren

Ik ben enthousiast en ik zie het volledig zitten. Maar wat denk jij van deze planning? Zal ik het halen?

Bronnen

Steek van de maand

Ajour – een stapje verder

Als ik tot nu toe ajour breide, was dat steeds een rij ajour en een rij averechts. Maar met de Sailing Sweater van Beckie Paul is dat anders. Er wordt zowel in de even als oneven rijen ajour gebreid. En dat heeft m’n ogen geopend voor averechts minderen. Een hele nieuwe ervaring.

Soorten Ajour

Wat ik eigenlijk niet wist voor ik aan ajour begon, is dat er blijkbaar twee soorten bestaan. Ik dacht dat het allemaal hetzelfde was. En ik keek er zo lang tegenop. Het zag er zo moeilijk uit met al die rare tekentjes. Maar vorig jaar (of is het ondertussen al twee jaar geleden) durfde ik eindelijk de stap te zetten met mijn droomtrui. En omdat ik helemaal verliefd was op dit patroon, wou ik nog een stapje verder gaan.

De soort ajour die in mijn droomtrui gebruikt wordt, bestaat uit twee soorten rijen. Een rij van meerderen en minderen, met omslagen, rechts samenbreien en gedraaid rechts samenbreien. En een rij van gewoon averechts. Dat geeft je een rust moment voor de rijen waar je toch wel je aandacht bij wilt houden.

De andere soort ajour, die in de Sailing Sweater gebruikt wordt, heeft die rustrij niet. In iedere rij wordt er gemeerderd en geminderd. Wat wil zeggen dat er een variant in averechts bestaat voor het minderen. En dat is averechts samenbreien en averechts samenbreien door de achterste lus. Dat was vrij nieuw voor mij en heeft toch wel wat inspanning gevraagd. Tot ik het eindelijk onder de knie had. Dan ging het als van zelf. Maar is dat niet bij alles zo?

Averechts samenbreien

Deze steek is de averechtse versie van rechts samenbreien. Als je het werk aan de goede kant bekijkt, zien ze er volledig hetzelfde uit. En het is de eenvoudigste steek om te minderen in een averechtse rij.

Je steekt de naald door twee steken tegelijk alsof je zou averechts breien en je breit ze samen tot een steek. Dit is redelijk rechttoe rechtaan. Als je dit graag even op een video ziet, dan is dit een hele goeie.

Averechts samenbreien door de achterste lus

Oké, deze is een beetje spannend. Want je gaat iets heel raars doen. Om door de achterste lus te kunnen breien, kantel je het werk een beetje, zodat je de naald door de tweede en eerste steek van achter naar voren kan steken. Als je je werk dan weer aan de verkeerde kant hebt, kan je de draad rond de naald brengen en ze averechts breien als één steek. Deze heb ik ook even op een video bekeken, omdat ik het niet onmiddellijk door had.

Deze steek komt overeen met gedraaid rechts samenbreien aan de goede kant en ziet er volledig hetzelfde uit.

Averechtse omslag

Als je mindert, wil je ook weer meerderen om op het zelfde aantal steken uit te komen. Dus bestaat er ook een averechtse versie van de omslag. Omdat je de draad opnieuw aan de voorkant wil hebben voor de volgende averechtse steek, wil dat zeggen dat je de draad van voor naar achter over de naald terug naar voor brengt. Als je het goed deed maakte je een cirkel met de draad. Deze video toont hoe je het doet.

Engelse vertaling

Als je net als ik graag Engelstalige patronen breit, zal je deze steken onder andere termen tegenkomen. Heel vaak hoor je K2TOG en SSK. Dat zijn de minderingen aan de goeie kant. De minderingen aan de averechtse kant zal je tegen komen als P2TOG en P2TOG TBL. Als dit helemaal Chinees voor je is, dan is dit een zeer handige tabel:

Engelse afkortingEngelse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting
K2TOGKnit 2 together2 steken rechts samenbreienSAMBR/SBR
SSKSlip slip knit1 steek rechts afhalen, 1 steek rechts afhalen, beide terugzetten op de naald en door de achterste lus rechts breien.GEDR R SAMBR
P2TOGPurl 2 together2 steken averechts samenbreienAV SAMBR
P2TOG TBLPurl 2 together trough the back loop2 steken averechts samenbreien door de achterste lusGEDR AV SAMBR

Hopelijk ben jij nu ook klaar om averechts te gaan minderen en meerderen. Het is de volgende stap in de wereld van ajour. Maar zeker de moeite waard, want er zijn zoveel meer motieven om uit te kiezen. En het is nu de ideale periode van het jaar. Wat is jouw volgende project?

Bronnen

Back to basics

Delayed gratification

Negen maanden is een heel lange periode om mijn motivatie niet te verliezen en dat besef ik maar al te goed. Want de dag van vandaag wordt onze aandacht op zoveel plaatsen gevraagd dat we van het ene naar het andere getrokken worden. We hebben geen tijd meer om bij belangrijke dingen stil te staan. Om die ratrace te doorbreken en ook nog om zoveel andere redenen, wil ik juist deze back to basics uitdaging aangaan.

Waarom verven?

De wol die ik vorig jaar bij de boer kon vinden is gewoon wit. Maar als ik mijn spinnen verder wil leren en daarna wil breien met die wol, wil ik heel graag met kleur kunnen werken. Helaas bestaan er geen rode, blauwe of gele schapen (zucht). Dus als ik kleur wil, zorg ik daar toch gewoon zelf voor.

Er zijn zoveel mooie kleuren rondom ons in de natuur. Als we even de tijd nemen om een gezellige wandeling door een fris bos of prachtig landschap te maken, zijn er zoveel bloemen en planten te spotten. Wat als je dit kon meenemen naar huis en alle dagen zou kunnen dragen? Het brengt je op slag terug één met de natuur. Herbronnen, check.

Ook al ben ik vrij nieuw in het verven van wol, ik hoorde en las wel dat je niet altijd de kleuren krijgt die je verwacht van een bepaalde kleurstof. Avocado is misschien wel de meest bekende is. Wie had ooit verwacht dat je een roze kleur zou krijgen? En net die stap in het onbekende lijkt me de sprong zeker waard. Ik kijk er al naar uit om te gaan experimenteren en de controle even los te laten.

Maar mijn eigen wol verven is gewoon ook de volgende stap in de wonderlijke wereld van handwerk. Ik mag weer nieuwe dingen leren, ontdekken en groeien. Ik voel me een beetje als Alice in Wonderland. Ik weet nog niet goed wat me te wachten staat, maar ben klaar om de uitdaging aan te gaan. Sowieso wordt het een prachtige avontuur.

Waarom spinnen?

Tot nu toe, maakte ik enkel kleine hoeveelheden op mijn spindel. Een beetje zoeken hoe alles in elkaar zit en wat uitproberen. Maar ik zou heel graag meer controle krijgen over hoe ik spin, zodat ik doelbewuster wol kan maken. Hoe dik maak ik juist mijn enkele draad om de juiste dikte uit te komen om dan te kunnen gebruiken voor mijn sjaal? En hoe kan ik de hoeveelheid twist goed krijgen?

Maar als ik wil beter worden, zit er niets anders op dan oefenen, oefenen en oefenen. Ik ben ook niet de breister geworden die ik nu ben door met mijn vingers te zitten draaien. Daarom denk ik dat de Tour de Fleece 2022 de uitgelezen kans is, om effectief dat te doen. Ik weet nog hoeveel ik vorig jaar geleerd heb. En ik weet zeker dat het dit jaar nog beter zal gaan. Maar niet enkel dat. Het gevoel om deel uit te maken van een groep waar iedereen zijn eigen doelen kan zetten en samen iets kunnen realiseren, zorgt er voor dat ik me verbonden voel. Win-win.

Maar eigenlijk alleen al het gevoel dat ik zelf iets aan het maken ben, dat dieper gaat dan enkel het eindproduct is zo uitnodigend. Want eigenlijk maak ik mijn eigen grondstof tot een project. En ik ben er zeker van dat dat nog heel anders is dan naar je favoriete wolwinkel gaan en de wol van jouw keuze uitzoeken. Je geeft zoveel meer betekenis aan je wol en dat maakt het eindproduct zoveel meer jouw ideale eindproduct. Het is de uitgelezen kans om de oorsprong van je handwerk te eren.

Valt het op dat ik het zo leuk vind? En ik kan er eigenlijk niet echt mijn vinger op leggen. Het is gewoon een schitterend en leerrijk proces. Het is een kunst om de draad precies zo dik te krijgen als je zelf wil en dat gewoon echt zelf te doen.

Waarom breien?

Dit gedeelte is niet nieuw voor mij. Maar het bewuster en trager aanpakken is dat zeker wel. In breien verschil ik niet zo veel van andere mensen. Er zijn zoveel mooie patronen en projecten om bij weg te dromen, dat je ze allemaal wil maken. Alleen hebben we daar niet genoeg tijd voor. Dus zijn we enkel maar bezig om zo snel mogelijk alles af te werken, waardoor we niet meer stil staan bij het plezier van het maken. Het is niet dat ik het niet leuk vind om te breien. Want dan zou ik het natuurlijk niet doen. Maar dat echte plezier zou ik opnieuw willen ervaren.

Er is zoveel om te leren. Ik ben echt nog geen professional in alle breitechnieken. Gedraaide steken en kabelnaalden zijn voor mij redelijk onbekend. Dus kijk ik er alvast naar uit om dat te kunnen toevoegen aan mijn onder de knie lijst. Maar het zal ook de eerste keer zijn dat ik met mijn eigen wol zou breien. En dat zal, denk ik, ook wat techniek vragen. Volgens mij zullen er zeker verschillen zijn ten opzichte van breien met commerciële wol.

En eigenlijk moet ik toegeven dat ik op slag verliefd was op het Seeds and Stems Cowl patroon. Niet enkel de kleur en zien hoe breien met je eigen wol structuur geeft, maar ook dat de cowl zo mooi aansluit. Ik sprak al eerder van een geborgen gevoel. Ik hoop echt dat deze cowl ook mij zal passen en dat ik dat gevoel mag ervaren. Het is al zo lang geleden.

Oké. Genieten van het proces, groeien en nieuwe inzichten leren, het oorspronkelijke product eer aan doen, weten waar het vandaan komt en het verhaal vertellen. Ik ben er alvast klaar voor om er negen maanden lang bewust mee om te gaan. Delayed gratification, here I come. Waarom ben jij het project waar je nu mee bezig bent aan het maken?

Bronnen

Back to basics

Droom

Het is nog maar sinds vorige week dat ik besliste om de back to basics uitdaging aan te gaan met mezelf en nu al wil ik alweer te snel vooruit. Als ik nadenk over de mooie kleuren die ik zou willen verven, begin ik al te dromen van wat het eindresultaat zou kunnen zijn. En toen besefte ik (met een zalig tasje thee erbij) dat ik nog over zoveel anders in dit project kan dromen.

Wat wil ik maken?

Als je de post van vorige week nog niet gelezen hebt. Dit wil ik graag maken:

Het is de Seeds and Stems Cowl uit het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen. Ieder jaar probeer ik een sjaal/cowl/shawl te maken die me eindelijk eens zou passen. Want al was vorige winter niet echt koud, nu dat mijn haar wat langer is en het meer in een staart draag, wil ik graag iets dat mijn hals lekker warm kan houden. Tot nu toe waren ze niet praktisch, te lang, te los of net niet zoals ik wou. Op de foto ziet hij er wel precies uit zoals ik willen.

Wat me ook onmiddellijk aansprak, was dat het met (zo goed of) handgesponnen wol gebreid is. En dat liet me dan weer dromen over spinnen. Misschien kan ik de wol zelf maken voor dit project. En dat liet me dan alweer dromen over de kleuren van natuurlijke verfmiddelen.

Wie me kent, weet dat ik een zero waste levensstijl toepas. En dat wil ik graag doortrekken. Niet alleen dus in de natuurlijke verfmiddelen, maar ook in wat anderen zien als afval. Wat dacht je van de restjes van die heerlijke kop koffie waar je zo van genoot. Of wat doe je met al die uienschillen die je onderaan je bak vindt? En al kan je van de pit van een avocado zien hoe je eigen boompje groeit, ook dit (en de schil) zou ik kunnen gebruiken. Maar er zijn er nog zoveel meer. Ik kijk er al naar uit om dat konijnenhol helemaal te gaan ontdekken.

Wat vind ik belangrijk?

Maar de essentie is om te vertragen en te genieten van het maken. Weg met al die drukte en haast. Ik heb het helemaal gehad. Vandaar de langere termijn van ongeveer 9 maanden die ik mezelf wil gunnen. Want aangezien dat ik rauwe wol breiklaar wil krijgen, heb ik echt wel tijd nodig. En iedere stap van het proces wil ik evenveel eer aan doen en van kunnen genieten.

Het is iets dat aan bod komt in het boek Seasonal Slow Knitting. Als breier ben je zo bezig met het maken van dingen, dat je niet helemaal stil staat bij wat er allemaal aan te pas komt. Maar wat ik prachtig vind, is hoe alles loopt doorheen de seizoenen. Daarom wil ik de lente vrijmaken voor het verfgedeelte. De zomer is dan voor het spingedeelte en in de herfst kan ik dan aan de slag met het breigedeelte.

Dit project omvat dus drie stappen. En omdat ik van rauwe wol start, heb ik echt het gevoel dat ik terug naar de oorsprong ga. Vandaar ook de naam van deze uitdaging. Ik kan er niet onmiddellijk mijn vinger opleggen, maar dat op zich geeft me al een geborgen gevoel. Ik kan het misschien nog het best omschrijven als “weten waar je vandaan komt en je verhaal kunnen vertellen”. En dat geeft me dan alweer een gevoel van acceptatie en geborgenheid, net zoals wat ik wil dat de cowl me zou geven.

Wat kan ik leren?

Zoals bij elk project staan we niet stil, maar leren we iets nieuws. Naast het vertragen en genieten (en het hierboven zonet binnengekomen besef) wil ik mijn woltechnieken een kans geven om te groeien. Vorig jaar lukte het me niet echt om wol te verven en was ik wat gefrustreerd. Maar ik ben helemaal klaar om het opnieuw te proberen.

Welke kleurmiddelen zou ik kunnen gebruiken? Er bestaan extracten of planten die je kan kopen. En ik was al in mijn hoofd begonnen met plannen, ik besefte plots dat ik er al een paar had. Anderen zijn dan weer moeilijk te verkrijgen. En nog anderen zou ik nu en in de nabije toekomst kunnen planten om ze later te kunnen gebruiken. Ik ben zo benieuwd naar welke plant of restproducten welke kleuren zullen geven. Ik ben al helemaal klaar om dat te gaan uitzoeken.

Om de cowl te kunnen breien, wil ik de wol net juist krijgen. Dat zal een grote uitdaging zijn en wat extra aandacht vragen. Welke dikte heb ik nodig? Hoe ziet mijn enkele draad er dan uit? Welke spintechniek heb ik daar dan specifiek voor nodig? De zomer wordt een fantastische tocht door de spinwereld. Ik ben er al helemaal klaar voor om de wol zachter te kunnen maken en volledig tot zijn recht te laten komen.

Op breiniveau wil ik vooral de gebruikte motieven onder de knie krijgen. Ik ben niet zo voor kabels, ik weet niet waarom. En al staat het niet zo omschreven, er zijn wel steken die met een kabelnaald afgehaald worden en dan ook nog eens door de achterste lus gebreid worden. Die technieken zijn nogal nieuw voor mij. Tijdens de test die ik al even deed (want ik kon alweer niet wachten), merkte ik wel dat het motief meer tijd zal vragen om te breien. Ik ben al helemaal klaar om te kunnen vertragen en genieten.

Niet te snel willen gaan en eerst nog wat dromen, lijkt me ideaal. Ik neem dus alvast mijn eerste stop. Hmmm, die naam lijkt me nog niet oke. Want ik sta niet stil. Ik ga ook niet achteruit. Het is een moment om even op adem te komen en mindfull te zijn. Een beetje als een bevoorradingsmoment in de koers. Heb jij een goeie naam hiervoor?

Bronnen

Back to basics

Back to basics uitdaging

De laatste week is weer veel te druk geweest. Wel met positieve dingen waar ik energie uit haalde. Maar sommige avonden voelde ik me toch helemaal op. Dus tijd om te luisteren naar mijn lichaam en te vertragen. En ik heb al een ideaal project gekozen. Tja, wat had je gedacht.

Vertragen

Deze nacht gingen we over van winteruur op zomeruur. Wat zalig is in zekere zin, want nu kunnen we weer genieten van wat langere dagen. Maar dat betekent ook een uur minder slapen. De beste manier om dat te compenseren: nog wat lekker onder de knusse dekens blijven liggen, wat breifilmpjes bekijken online en deze post schrijven met een warm tasje thee. Vandaag wordt een rustig aan dagje.

Een paar weken geleden had ik het over het dilemma sneller breien vs. bewuster breien. En hoewel ik al een pak geoefend heb aan mijn snelheid. Besef ik maar al te goed dat het niet enkel om het maken gaat, maar ook om het genieten.

Er gaat een gans proces aan vooraf en dat wil ik eventjes laten stralen. Want hoe zit het in elkaar? Je koopt wol, je kiest een patroon en terwijl je het aan het opzetten bent, wil je al dat het klaar is. Maar van waar komt je wol? Welk proces was nodig om het breiklaar te maken? Ik denk dat we daar niet echt bij stil staan.

Back to basics

Daarom wil ik even back to basics gaan. Want wol is de vacht van een schaap, duh. Wanneer het warm genoeg wordt aan het begin van de zomer, wordt de vacht van het schaap geschoren. Dan wordt het verschillende keren gewassen, schoongemaakt en geverfd. Wanneer het droog genoeg is, kan het dan gespind worden. Eerst in enkele draad, dan verwerkt naar dubbele draad om zo tot de wol te komen die we kennen.

Dit is het plan: Ik wil de vacht die ik vorig jaar kon te pakken krijgen bij een lokale boer verven, spinnen en daar dan een cowl van breien. En voor de cowl heb ik ook al een patroon. Het komt uit het boek “Seasonal Slow Knitting” van Hannah Thiessen die ik recent gekocht heb en het heet de Seeds and Stems Cowl.

Verven

De wol die ik kreeg is een neutrale ivoorkleur. Ik zou het natuurlijk gewoon zo kunnen spinnen en breien, maar ik wil nog steeds proberen of ik wol zou kunnen verven. En dit is misschien de uitgelezen kans. Vorig jaar (of is het ondertussen al twee jaar) lukte het me niet. Maar ik ben geen opgever. Misschien lukt het nu wel.

Wol verven kan je niet snel snel. Het vraagt tijd. Eerst wassen, behandelen, dan verven en nazorg. Het zal dus stapje per stapje worden. Wat ook ideaal is om te vertragen en bewuster om te gaan met kleur. Sowieso kies ik voor natuurlijke verf. Dat wil zeggen kleurmiddel uit bloemen, onkruid of voedingsmiddelen. Maar de kleur is nog niet gekozen.

Spinnen

In het boek wordt er gewerkt met wol van een lokale werkplaats die aanvoelt als handgesponnen. Die zou ik zo dicht mogelijk willen benaderen. Tot nu toe spon ik enkel maar wat weg, niet doelbewust. Dit project zal er voor zorgen dat ik heel gericht kan bezig zijn met de wol. Als ik dit doe, welke impact heeft dit dan op de wol? En wat als ik dat doe? Net wat ik nodig heb, bewuster spinnen.

Ik voorzie de wol spinnen voor juli. Dan is het opnieuw Tour de Fleece. Het is een spinevent. Voor elke dag dat de renners in de Tour de France rijden, spin je naar je eigen vooropgestelde doelen. Al hoewel er nog geen info is over dit jaar (daar is het nog wat te vroeg voor), ben ik al zeker dat ik opnieuw mee doe.

Ik zou de 622m voor de dubbele versie die ik nodig heb, opsplitsen per dag. Lijkt me haalbaar… of toch niet? Dat zou komen op een kleine 30m per dag (60m per dag enkele draad). Maar ik heb nog tijd om dat wat beter te bekijken. Geen stress.

Breien

En als alles dan klaar is, zou ik willen beginnen met breien. Ik heb de motieven al even uitgeprobeerd (want ik kon echt niet wachten) en ze zijn prachtig. Maar door de gedraaide steken, vraagt het wel wat tijd om het te breien. Dus ook weer geschikt om bewuster te breien.

Zo zou ik willen dat mijn schema er uit ziet:

AprilPlannen
MeiVerftest
JuniSpin- en breitest
JuliWol spinnen
AugustusWol spinnen (extra tijd als ik er niet zou geraken in juli)
SeptemberBreien
OktoberBreien
NovemberBreien
DecemberAfwerken en reflecteren

Het zal dus een project worden over een langere periode, maar het is net wat ik nodig heb nu. Heel bewust en traag te werk gaan, zodat ik kan genieten van elk moment. Want het is dus niet enkel een race tot de eindstreep (misschien in juli wel), het is ook de stappen vooraf en achteraf in de bloemetjes zetten. Ik ben er klaar voor, maar ik zal wel wat steun kunnen gebruiken. Kan ik op je rekenen?

Bronnen

Basis

Uittrekken of doorzetten

Nu ben ik ondertussen al een paar maanden de Sailing Sweater van Beckie Paul aan het breien. Het is een prachtig patroon en ik kan niet wachten om het te dragen. Ik was zo blij met het resultaat na het blokken. Maar nu ik het aan elkaar genaaid heb, zit ik wat vast.

Toen ik de trui voor de eerste keer aandeed, merkte ik dat hij voor mijn lichaamstype toch wat kort is. Uiteindelijk nam ik hem dan mee naar de breiclub op vrijdagavond en na wat meningen later, heb ik beslist om onderaan nog een boord te breien. Dat zal zowel lengte bijgeven als zorgen dat de trui mooi aansluit op de juiste plaats.

Over goeie moed en opgeven

Vol goeie moed ben ik steken beginnen opnemen. Om dan tot de conclusie te komen dat het veel te smal zou zijn. Dus heb ik het uitgetrokken en ben ik opnieuw begonnen met meer steken. Nochtans heb ik een goeie tip om uit te rekenen hoeveel steken je voor een boord best opneemt. Maar ik was er misschien met mijn hoofd niet helemaal bij. Want het aantal steken klopte opnieuw niet. En ondertussen maakte ik mezelf maar wijs dat het juist was. Resultaat, ik kreeg het niet over mijn boezem. Oeps.

Toen was ik er eigenlijk een beetje klaar mee en nu ligt de trui even aan de kant. Al besef ik dat er niets anders zal opzitten om weer uit te trekken en opnieuw te beginnen. Het is de moed vinden om het weer op te nemen en niet op te geven. Want de wol (superwash dk kleur cauldron van Sweet Georgia) is zo zacht en waardevol en het patroon is fantastisch, zodat ik het eigenlijk mezelf toch wel een beetje verschuldigd ben om het af te maken.

Over blij en teleurgesteld zijn

Ik ben enorm blij met hoe mooi het ajourmotief uitkomt met de wol. Het lijkt wel de perfecte combinatie. Het ziet er zo stijlvol uit en ik kan echt niet wachten om het te dragen. Ook al was het niet altijd even gemakkelijk om het motief te volgen en de twee delen gelijk te breien. Het is me wel gelukt en ik heb alweer wat nieuws bijgeleerd. Dus ik ben echt tevreden van het stuk.

Maar ik ben ook wat teleurgesteld dat ik door de boord toe te voegen, het patroon niet helemaal kan volgen. Meestal ben ik de eerste die van alles wijzigt aan een patroon, maar ergens had ik in mijn hoofd dat ik deze gewoon wou volgen. Maar dat is nu dus niet gelukt. En oké, mijn trui zal uniek zijn. Niemand anders zal dezelfde hebben. Maar toch vind ik het een beetje spijtig. Misschien ook een beetje uit respect voor de ontwerpster (Beckie Paul). Ik zal proberen om het patroon eer aan te blijven doen.

Over Angst en moed

De moed zakt je meestal in de schoenen door negatieve ideeën en angsten. Voor mij is dit nu vooral het idee dat ik niet weet of het zal werken. Zal het mooi zijn? Komt het goed? Of heb ik er gewoon geen zin meer in? Ben ik het beu om uit te trekken en opnieuw te beginnen? Want zal het de derde keer dan wel goed zijn?

Maar er bestaat een spreekwoord die nu in mijn gedachten komt (al weet ik niet meer wie het ooit gezet heeft, misschien was het in een film of zo): Courage is not the absence of fear, it’s accepting that other things are more important and doing it anyway. Dit vat het zowat samen. Ik kan het pas weten als ik het ook effectief doe.

Dus na een dikke week, denk ik dat ik weer klaar ben om er aan te beginnen. En dat wil dan eerst zeggen dat ik mag uit trekken. Maar heb jij het soms ook helemaal gehad met een project? Beland het dan op een stapel in een vergeten hoek of kan je toch de moed vinden om het opnieuw op te nemen en af te werken?

Bronnen

Inspiratie

Feel good vrouwenpatronen

Deze week was het internationale vrouwendag. Maar op de een of andere manier is dat voor mij een beetje in het niets verdwenen. Opstaan, gaan werken, ‘s avonds thuis komen en gaan slapen. De dagelijkse sleur heeft me helemaal in de ban.

Hierdoor besefte ik dat we onszelf ook eens in de watten mogen leggen. We mogen tijd vrij maken voor wat we graag doen, voor wat we mooi vinden en ons een goed gevoel geeft. Daarom wil ik deze week een paar patronen met je delen die mooi zijn en ons vrouwelijk laten voelen.

Internationale Vrouwendag

Bij ons en andere landen (zoals, Kroatië, Bulgarije en Chili) is Internationale Vrouwendag een algemeen verschijnsel. Op deze dag is het gebruikelijk om als man de vrouwen in hun leven in de bloemetjes te zetten met een geschenkje. Maar in andere landen (zoals China, Nepal en Oekraïne) is het zelfs een officiële feestdag.

Het is een dag om stil te staan bij de lange weg die afgelegd is voor de rechten van de vrouw. Maar omdat emancipatie nooit klaar is, is het ook een dag om aandacht te vragen naar wat nog beter kan en andere vrouwen ter wereld te steunen. We leren elke dag bij over gelijke rechten, verantwoordelijkheden en vrijheden. Nu is het enkel nog de juiste balans vinden.

Diane Patroon (van Berroco)

Het ajourpatroon van deze t-shirt nodigt uit om sterk in de schoenen te staan en de schouders wat hoger te houden. Waarom zouden we niet met (een beetje) trots tonen wie we zijn en wat we kunnen.

Whitmoor Sweater (van Ami Lowden)

Maar voor deze tijd van het jaar, kan het natuurlijk nog wat fris zijn. Deze trui is een prachtig alternatief. Knus en zacht, maar ook op en top vrouwelijk. Hierin kan je niet anders dan je op je best voelen.

Enchanted Evening (van Drops Design)

Maar niets is vrouwelijker dan een kleedje natuurlijk. En wat voor eentje. Ideaal voor een avondje uit. Wees maar zeker dat alle ogen op jou gericht zullen zijn. Dat kan ook niet anders. Ah ja, want je straalt helemaal.

Cloudy Day Shawl (van Kelene Kinnersly)

Soms willen we ook iets lekker knus rond onze hals. Je kent het wel. Het is zo’n dag waarop het weer niet helemaal wil meewerken en ons gemoed wat minder is. Met deze shawl gooi je alle negativiteit van je af en ben je onmiddellijk weer het zonnetje in huis.

The Penny Scarf (van Pipergirls)

Als we onszelf in de bloemetjes zetten, mag er natuurlijk ook een strikje rond. Ook deze sjaal houd je lekker warm en vrouwelijk voelen. Ze is simpel en snel te maken. Hoe sneller je begint, hoe sneller je je beste zelf kan zijn. Dus, waarom wachten?

Het is nooit te laat om aan een project te beginnen waarin je je goed zal voelen. En dat is nu net een van de belangrijkste dingen in de wereld. Het is dus helemaal oké, om ook wat tijd voor jezelf vrij te maken en te genieten van de mooie dingen in het leven. Wat doet jou stralen?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Sneller vs. bewuster breien

Willen we niet allemaal wat sneller leren breien en onze projecten sneller af hebben? Want er staan toch zo veel dingen op je to do-lijstje en je wil ze zeker allemaal kunnen maken voor je weer nieuwe ideeën hebt. Er zijn verschillende manieren om dat te doen natuurlijk . Maar verliezen we dan ook niet wat plezier in het maken? Want het project maken kan ons ook al zoveel voldoening geven.

Tempo

Voor we kunnen spreken over traag of snel breien, wil je natuurlijk eerst weten wat jouw tempo is. Misschien ben je al een supersnelle brei(st)er, maar weet je het gewoon nog niet. Er bestaat daar eigenlijk een test voor.

Neem je favoriete naalden en gladde wol die vlot breit. Zet een honderdtal steken op. Brei een paar rijen zodat je een mooi lengte hebt om mee te werken. Start een timer voor een minuut en brei zover als je kunt. Als je dan telt hoeveel steken je kon breien, heb je je tempo. Je krijgt het beste resultaat als je dit nog een paar keer herhaalt en dan het gemiddelde neemt.

Wist je dat er een wereldrecord snelbreien bestaat? De recordhoudster breit ongeveer 2 steken per seconde. Maar laat je daar zeker niet door tegen houden. Het is helemaal oké om op jouw tempo te breien, al zijn er natuurlijk wel een paar tips die je kunnen helpen je tempo wat te verhogen.

Sneller breien

Door Engelse stijl te breien, heb je meer tijd nodig om de steken te vormen. Want je laat iedere keer de naalden los om de draad rond je naald te brengen. Je maakt dus grote bewegingen die wat trager zijn. Dus als je wil sneller breien, is de eerste tip misschien wel al voor de handliggend. Je wil je bewegingen zo klein mogelijk houden. Dat vraagt minder tijd en voila. Je gaat automatisch sneller. Continentaal en Portugees breien zijn hiervoor goeie methodes.

Wat ook kan helpen is je rechter naald minder ver door de steken te schuiven. Hier heb ik persoonlijk ook wel wat moeite mee. Het is gaandeweg een automatisme geworden om de rechter naald een centimeter verder dan waar de punt stopt te steken. Als je die afstand kan verkleinen kan je niet anders of sneller gaan breien. Toch?

En oké, hier ben ik misschien weer met rondbreien. Maar het kan ook een heleboel in snelheid schelen. Omdat je niet telkens de naalden omdraait en omdat je gewoon rechts kan blijven verder breien, minimaliseer je de tijd tussen je steken en rijen.

Bewust breien

Eigenlijk spreek ik niet zo graag over traag breien. Want dat heeft zo’n negatieve bijklank. Alsof je nog niet snel genoeg kan breien. Bah! Laten we het hebben over bewust breien. Want snel is niet altijd beter. Misschien wil je net breien om uit die dagelijkse drukte te geraken en tot rust te komen. Breien mag geen opdracht worden.

Het begint al bij de omgeving. Handwerk wordt zoveel leuker als je het kan doen op je favoriete plekje. En dat hoeft niet perse binnen te zijn. Nu met de eerste zonnestralen worden we naar buiten geroepen. Als het toch binnen is, is dat natuurlijk ook prima. Want jouw favoriete plekje alleen al geeft je rust in je hoofd.

Als je wil genieten van het proces van dingen maken, wil je het bewust doen. In zekere zin kan mindfulness er bij helpen. Het hoeft in onze moderne wereld niets meer te maken te hebben met een spirituele of religieuze kant (al mag dat natuurlijk wel). Je kan het zien als een wetenschappelijk onderbouwde aandachtstraining waarbij we leren focussen op het hier en nu. Met andere woorden, bewuster zijn van het project en de steken die je maakt.

En net zoals met de seizoenen heeft breien ook zijn fases. Het is niet enkel maken, maken, maken. Maar een goede voorbereiding en afwerking zijn ook cruciaal. Want stel dat je je niet zo goed voorbereid. De kans is groot dat je minstens één keer opnieuw begint. En stel dat je in je haast niet mooi afwerkt. Zal je dan tevreden zijn met het resultaat?

Conclusie

Ik wil zo graag sneller breien. Want mijn to do-lijstje is toch echt veel te lang voor de momenten vrije tijd die ik heb. Maar bewust breien zou me veel meer voldoening geven. En het hoeft elkaar niet noodzakelijk tegen te spreken. Wat als je bewust sneller zou kunnen breien? Maar dat is alweer een heel andere denkpiste…

Dus hoe ga ik nu verder? Ik denk dat ik begin bij het begin: de snelheidstest. En dan misschien het boek Seasonal Slow Knitting eens lezen. En jij? Wil jij sneller of bewuster breien?

Bronnen

Inspiratie

Barstensvol inspiratie

Op dit moment ben ik maar met één patroon bezig. Het heeft eventjes stil gelegen om het Sjettekastje op te kunnen bouwen, maar nu heb ik echt zin om er weer in te vliegen. Maar ik heb ook zin om aan iets nieuws te beginnen. Het volgende op mijn lijst is de oranje trui voor een vriendin, maar daar kan ik pas aan beginnen als mijn huidige project af is, omdat ik dezelfde naalden nodig heb.

Maar het kriebelt om zoveel mooie dingen te maken. Een trui voor mijn broer die het moeilijk heeft. Ook nog een heleboel truien voor mezelf. Ik zou ook graag de Design your own triangular shawl-lessen volgen van School of Sweet Georgia . En ik heb zin om nog een MKAL of MCAL te doen.

Naranja trui

Ik heb de trui voor mijn vriendin al onmiddellijk een naam gegeven. Oranje omschrijft het eigenlijk helemaal. Het is niet echt een favoriete kleur voor mij, maar wel voor haar. En ze heeft nu een trui in dat kleur waar ze gewoon weg van is, maar al wat slijtage heeft. Daarom heeft ze aan mij gevraagd om een nieuwe te breien.

Er is dus nog geen patroon, maar ik heb wel afmetingen. Bedoeling is wel om alle elementen (zoals hals en mouwen) uit te dokteren voor ik er aan begin. En dan zal het gaandeweg wat wiskunde zijn. Met een proeflapje op voorhand komt dat wel goed.

Een trui voor mijn broer

Mijn broer heeft het op dit moment heel moeilijk privé en ik zou hem graag een hart onder de riem steken. Wat ik gaandeweg geleerd heb uit mijn moeilijke periode is dat zachte dingen je echt een comfortgevoel kunnen geven. Dus wil ik graag een trui voor hem maken.

Ik weet eigenlijk niet zo goed hoe hij er zal uitzien en welk patroon ik wil maken. Maar wel graag een met een sjaalkraag. Het patroon Aberdeen van Drops Design zou eigenlijk perfect zijn. En welke wol zou ik gebruiken? Neem ik er uit mijn hoop van Suzywol of Café Crochet of ga ik toch voor nieuwe (want voor alle wol uit mijn hoop heb ik eigenlijk ook al ideeën).

Design your own triangular shawl-lessen van School of Sweet Georgia

Eigenlijk is het een studiegroep. Vorig jaar zijn er al een paar studiegroepen geweest, maar deze spreekt me enorm aan, omdat het over breien gaat. Maar het gaat ook over het zelf ontwerpen van een project en dat is misschien wat me nog het meest aanspreekt. Want hoe zalig is dat niet.

Nu is het alleen nog wachten tot de lessen starten op 9 maart. Op sommige vlakken heb ik echt veel geduld, maar voor dit niet. Ik wil nu al starten. De wol heb ik al. Ik ben van plan om de Scheepjes Alpaca Rythm uit mijn hoop te gebruiken. Oorspronkelijk wou ik daarmee een andere shawl maken, maar ik was niet zou overtuigd toen ik het proeflapje had gemaakt. Dus dit is de uitgelezen kans.

MKAL of MCAL

Maar het kriebelt ook om nog eens een MKAL (mystery knit along) of een MCAL (mystery crochet along) te doen. Gewoon even elke week een stuk zonder te weten waar je uitkomt. En eigenlijk liefst haken, want dat is ondertussen alweer even geleden.

Op dit moment heb ik nog geen gevonden, want ik sla de bal een beetje mis. Want voor ik kan kiezen welke ik wil maken, wil ik graag weten of ik ze mooi zou vinden achteraf. En dat is nu net het punt van een zo’n project. Je weet pas hoe het er zal uitzien als je het maakt en dan ook volledig afwerkt.

Die paar truien voor mezelf.

Ik zou graag ook nog een paar truien voor mezelf maken, want de microbe is nog niet weg. En als ik zo door de patronen zoek online komt er steeds één grote trend terug. Truien in ribbelsteek. Eigenlijk ben ik volledig mee met die trend. Ik wil zo’n trui maken. En ik dacht zo aan het patroon Campfire Snuggles van Drops Design.

Maar dat is eigenlijk eerder een dikke wintertrui en de lente komt er nu aan. Dus maak ik misschien eerst het patroon Yume van Isabell Kraemer. Want dat zou ik in de Landlust Sommerseide uit mijn hoop willen maken. Het is een mix van katoen en zijde die veel meer geschikt is voor het aankomende mooie weer.

Zo veel ideeën… Wanneer ga ik tijd vinden om dat allemaal te maken. Oké, één iets met een keer. Eerst mijn huidig project afwerken en starten met de Naranja trui voor mijn vriendin. Dan zie ik wel waar ik het meest zin in heb. Wat staat er bij jou het volgende op je lijst?

Bronnen

Basis

Draadeindjes wegwerken

Laat me even terug komen op het inwerken van de draaduiteinden. Toen ik mijn Bernadette afwerkte, heb ik de draaduiteinden ingenaaid. Maar door het vele dragen merk ik toch dat ze snel loskomen. Dus wou ik even onderzoeken wat nu de beste methode is om die draadjes weg te werken.

Als je online op zoek gaat, vind je zoveel manieren. Heel veel filmpjes en omschrijvingen hoe je dat nu het beste doet. En dan is er ook nog volgende foto als handige richtlijn. Maar hoe zit het nu juist allemaal in elkaar en welke manier is de beste?

Schuin wegsteken

Bij deze techniek werk je het uiteinde van de draad schuin door een paar lusjes aan de achterkant. Dat doe je best voor een eind van 5cm. Persoonlijk raad ik aan om de lachjes van de steek te gebruiken. Dit is de onderkant van de steek die verborgen zit aan de voorkant door de steek eronder. Hierdoor wordt het wat minder zichtbaar.

Wel opletten wanneer je de draad je hard aantrekt. Want dan gaat je werk vervormen. En dat is natuurlijk niet wat je wil. Ingrid gaf me zelfs de tip om het extra te gaan uitrekken, zodat wanneer je het stuk draagt, het minder snel zou loskomen.

Dit is de techniek die ik toegepast heb. Maar waren de uiteinden dan niet lang genoeg? Of misschien rekt de wol wat uit, waardoor de draadjes sneller er tussenuit kunnen piepen. Ik weet het niet.

Inweven

Hierbij volg je het pad van de steken. Je volgt eigenlijk met het draadeinde, de steken die je gemaakt hebt. Deze manier zorgt er voor dat je breiwerk mooi elastisch blijft. Breistudio Kim heeft een video die het heel mooi uitlegt.

Deze techniek is ook minder zichtbaar vanaf de voorkant. Al is het toch niet helemaal onzichtbaar. Daarom wil je dit vooral op minder zichtbare plaatsen doen (vb: onder de oksel, …).

Variant op inweven

Toen ik de les van Tabetha Hedrick volgde over je eerste trui breien, legde ze het nog iets anders uit. In plaats van de steek te volgen, ga je recht naar omhoog en in de volgende steek recht naar beneden. Na een paar steken keer je dan weer even terug om het allemaal goed vast te zetten.

Deze techniek heb ik toegepast op mijn raglan trui. Maar ik ben niet helemaal voorzichtig geweest en ben per ongeluk schuin gegaan ipv omhoog. Met als resultaat dat het werk aan de voorkant is beginnen vervormen.

Meebreien

Tijdens een van de femma breilessen jaren geleden gaf iemand een tip om de uiteinden een paar steken mee te nemen aan de achterkant van je werk. Een beetje zoals je zou doen bij jacquardbreien voor het kleur dat je niet gebruikt. En Tabetha Hedrick gebruikt deze methode ook.

Maar dan merkte ik dat ze zo toch redelijk snel loskomen. Maar nu ik het me zo bedenk, zou het waarschijnlijk beter zijn om die in de volgende rij ook nog even mee te breien. Zo ligt het toch weer in twee richtingen vast.

Innaaien in een naad

Dit is wat ik vroeger eigenlijk altijd deed, maar ergens (ik weet niet meer precies wanneer) ben ik er vanaf gestapt. Waarschijnlijk door het toepassen van de andere technieken. Maar volgens de lessen van Tabetha Hedrick is het dus helemaal oké om het zo te doen (als de naden niet te dik zijn).

Bij deze techniek ga je met je draad aan de ene kant van de naad er dwars door naar de andere kant. Dus niet in het breiwerk zelf. En dan keer je terug in de volgende steek. Dat doe je een paar keer en daarna keer je nog even terug in de andere richting. Zo komt alles mooi vast te zitten.

Draaduiteinde losfutselen

Nadien de draadeindjes wat los maken zou ook helpen tegen het loskomen. Ik denk dat het idee erachter een beetje zoals vilten is. Het zorg voor meer resistentie, zodat het allemaal wat langer op zijn plaats blijft.

Wat ik vroeger ook nog deed en soms nog altijd doe, is door mijn draad steken. De ideale manier om het nooit meer los te krijgen. Want dat is net niet wat je wil doen als je aan het breien bent. Dus effectief om iets vast te maken.

Conclusie

Als ik het zo allemaal even van dichterbij bekijk, stel ik vast dat er dus verschillende manieren zijn om draadeindjes in te werken. Maar dat ze ook op verschillende plaatsen van je werk toe te passen zijn. En dat denk ik, zal het grote verschil maken. Het is niet enkel één manier voor alles, maar elk stuk of draadje heeft zijn eigen manier op een bepaalde plaats.

  • Schuin wegsteken: bij een schuine rand.
  • inweven (en variant): als de naad te dik is of als je in het midden van je werk zit.
  • Meebreien: als je in het midden van je werk zit.
  • innaaien in een naad: als je bij een naad zit dat niet te dik is.

En draadeindjes losfutselen of door je draad steken helpt volgens mij altijd en kan je bij iedere manier toepassen.

Al denk ik dat ik nu toch wat steviger in mijn schoenen sta, ik denk ook dat de vrees voor losse draadjes er toch altijd een klein beetje zal blijven inzitten. Hoe maak jij eigenlijk je draadeindjes vast?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Happy Valentijn

Morgen is het weer die tijd van het jaar: Valentijn. Het is een dag waar we een signaal geven aan onze geliefde dat we hem of haar graag zien. En ja, het is iedere dag Valentijn. Maar het mag ook eens speciaal gevierd worden. En hoe kan je dat beter doen dan met je favoriete hobby. Probeer deze patronen even uit en verras je geliefde.

Oorsprong en betekenis

Even een kort overzicht waarom Valentijn de dag is dat we nu kennen. Oorspronkelijk wordt 14 februari gelinkt aan Sint-Valentijn. Het was ofwel een Romeinse priester, ofwel een bisschop. Daarover zijn ze het niet volledig eens. Maar beiden kwamen om het leven tijdens de christenvervolgingen rond de 3e eeuw na Christus.

Dat is de oorsprong. Maar de betekenis is toch nog iets anders. In de tijd van de Romeinen hielden ze een vruchtbaarheidsfeest die “Lupercalia” heet. Men vierde het ter ere van Juno (beschermer van vrouw en huwelijk) en Pan (god van de natuur). Alleenstaande jonge mensen werden er aan elkaar gekoppeld door middel van loting.

Maar dit is niet de enige betekenis. De katholieke kerk gaf het een nieuwe invulling om de overgang voor de heidenen naar het Christendom makkelijker te maken. En zo werd de link gemaakt naar Sint-Valentijn. Valentijn kreeg bij ons pas de commerciële invulling midden jaren 1990.

Mini hartjes in frisse lente kleuren (door Mrs Hooked)

Met deze hartjes kan je je huis in een mum van tijd omtoveren in Valentijn sfeer. Vergeet die bloemblaadjes op het bed. Of je kan er een slinger van maken om iets te versieren. Deze zijn toch zoveel toffer en origineler.

Amigurumi kleine teddyberen (door Amigurumi Crochet)

Oh, wat zijn deze toch zo schattig. Een teddybeer is een klassieker en altijd leuk om te geven of te krijgen. Dit patroon legt eenvoudig uit hoe je er eentje zelf kan maken. Want zeg nu zelf, dat is toch pas echt liefde.

Yarn wrapped hearts (door Linda van It all started with paint)

Wanneer je geen zin hebt om te breien of te haken (of misschien geen tijd hebt), is dit ook nog een leuk idee. En ideaal om oude restjes op te gebruiken. Je kan ze mooi presenteren op een schaaltje of ook verwerken in een slinger.

Valentijnkrans (uit het boek kransen haken door Marjolein Flick)

Een krans is ook altijd tof om de sfeer er in te brengen. Ze is zo mooi gemaakt en heeft zoveel mooie details! Wat wil je nog meer? En deze hoeft niet alleen voor Valentijn te zijn, maar kan je ook voor je bruiloft gebruiken. Win, win (knipoog).

Queen of heart socks (door Drops Design)

Draag je het liever? Wat denk je dan van deze prachtige sokken? Zo is het inderdaad elke dag een warme Valentijn. Er bestaat ook een gelijkaardig patroon voor een muts en wanten.

Sowieso kruipt er heel veel tijd en liefde in de projecten die je maakt. Als je ze cadeau kan geven aan iemand, is dat altijd speciaal. Met deze patronen kan je zeker je geliefde in de watten leggen. Hoe vier jij Valentijn morgen?

Bronnen

Over Sjette

Mijn eerste breiwerk

Tijdens het sorteren van mijn wol, heb ik iets gevonden: mijn eerste breiwerk. En raar maar waar, ik vroeg me eigenlijk al een tijdje af wat er mee gebeurd was. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit iets heb weggegooid. Ah, behalve een draagtas die dan ook wel helemaal versleten was.

Uit een oude doos

Het is vreemd om het terug te zien, maar het toont ook de weg die ik afgelegd heb. Want beginnen doe je nu eenmaal bij het begin en dan heel veel oefenen om het onder de knie te krijgen. Ervaring krijg je niet overnacht.

Die stukjes waren echt om de basis onder de knie te krijgen. Ik herinner me nog dat ik ze uit een breiboek overgenomen heb. En dat boek heb ik ook nog altijd. Al denk ik dat het even bij mama ligt, omdat ze ook interesse had. Ik kan de naam niet helemaal herinneren, maar het had iets van basisbreitechnieken in de naam. Als ik het terug heb, laat ik het je nog weten.

En kijk nu, twintig jaar later. De stukken zijn veel regelmatiger gebreid en met nettere randen. Mijn tricot (waar ik vroeger zo tegenop zag) is nu zoveel beter. Ik kan het bijna niet geloven dat ik zo’n lange weg achter de rug heb. Misschien geniet ik toch beter van het proces ipv van enkel het resultaat.

Losse stukjes

Mijn eerste breiwerk is eigenlijk geen afgewerkt project. Het waren allemaal losse stukjes om de verschillende technieken uit te proberen. Dat boek was het enige die ik had, dus was ik creatief om het te leren.

Rechts

Dit was de allereerste werkje. Heel eenvoudig, gewoon een paar steken opzetten en altijd maar rechts blijven breien tot ik een ongeveer vierkant uitkwam. Net zoals ik het vroeger geleerd had.

Tricot

Je kan zien aan de grootte van het stukje dat ik het echt niet graag deed. Deze stukjes zijn gemaakt in Engelse methode, waarin averechts een hele lastige is. Ondertussen brei ik Portugese methode en kijk ik er naar uit om averechts te breien, omdat het zo veel makkelijker is.

Boordsteek

Goh, wat was dat nog moeilijk. Om de steek wisselen tussen rechts en averechts. Toen was dit blijkbaar nog geen makkelijke. De steken zijn zo oneffen, Bah.

Minderen

Als je deze bekijkt, valt het al bij al nog mee, hé. Mijn tricot is toch precies al wat beter dan eerst. En de steken lopen mooi langs beide kanten gelijk. Zou ik eentje gemaakt hebben met meerderingen? Ik weet het niet meer.

Zakje

Op deze ben ik misschien nog altijd wel het meest trots. Kijk eens hoe mooi dat gelukt is. Gewoon prachtig. Nu nog wil ik er nog steeds mijn hand in steken. Het was ook de eerste keer dat ik een andere steek uitprobeerde. Ik denk dat dit de rijstpapsteek is.

Afwisselen

Deze vind ik het meest bizar. Ik weet niet waarom ik deze precies wou maken. Het is een onderscheid tussen rechts en tricot. Maar het regelmatige zit er al weer iets meer in.

Knoopsgaten

Waarschijnlijk dacht ik op dat moment dat ik klaar was voor iets meer uitdagender. Dit is mijn eerste poging om knoopsgaten te breien. Hmmm, precies toch niet helemaal gelukt. Maar misschien had ik het systeem wel door, want ik heb het niet opnieuw gemaakt.

Kabels

De eerste keer dat ik kabels breide. Ik ben toen speciaal zo’n naald voor kabels geweest gaan kopen. Maar tot op de dag van vandaag snap ik ze nog steeds niet. Wanneer gaan ze naar links, wanneer naar rechts? En hoe laat je ze in het midden uitkomen? Als ik ooit eens zin en tijd heb, ga ik er wel eens mee aan de slag.

Ajour

Ik herinner me nog dat ik de ajoursteken aan het bewonderen was, maar dat ik er niet zo goed aan durfde beginnen. Dus heb ik er een makkelijke uitgekozen. Ondertussen heb ik de smaak helemaal te pakken.

Rondbreinaalden

En dit was mijn eerste poging met rondbreinaalden. Ik had toen twee naalden met een vast koord en was blijkbaar nog niet helemaal mee dat je er ook kleinere toeren mee kon breien. Ik herinner me bij dit stuk nog dat ik het absoluut niet leuk vond. Nu ik verwisselbare rondbreinaalden heb, is dat volledig anders.

Ik kan het iedereen aanraden om eens uit te proberen. Hou het even vol en misschien heb jij ook een nieuwe manier voor rondbreien gevonden. Of voor heen en weer breien, want rondbreien is voor iedereen.

Besef

Tijdens het breien van deze stukjes, had ik waarschijnlijk nog nooit van proeflapjes gehoord. Of ik wou ze niet maken omdat ik dacht dat ze tijdsverlies waren. Want zie hoe klein de stukken waren. Nu weet ik wel beter en maak ik ze toch iets groter.

Al besef ik nu plots, dat dit eigenlijk niet mijn allereerste project was, maar wel het eerste sinds een heel lange periode. Oorspronkelijk heeft moetje (mijn oma aan papa’s kant) me leren breien. Maar dat waren toen enkel rijen, heen en terug. Deze werkjes zijn gemaakt toen dat ik, na een heel lange periode zonder breien, het weer wilde oppikken.

Ik vond deze stukjes net iets te waardevol om weg te gooien. Ik heb ze mooi opgevouwen en terug in de doos gestopt. Maar ik ben wel blij dat ik ze gevonden heb en mijn leerproces gezien heb. Weet jij nog wat je eerste project was?

Steek van de maand

Seersucker stitch

Op dit moment ben ik bezig aan het breien aan twee truien (mijn maximum), maar ik heb op dit ogenblik niet zoveel zin om verder te doen. Ik wil even mijn volle aandacht aan het Sjettekastje geven.

Maar ik ben ook al even aan het nadenken over wat ik wil maken met de recent aangekochte wol. De bedoeling is om zeker nog een paar truien te maken. Maar ik wil graag even iets anders dan de klassieke tricotsteek. Deze vond ik online bij Studio Knits en het lijkt me een heel haalbare variatie.

Seersucker stitch

Oké, het klinkt misschien een beetje raar. Maar het woord “seersucker” komt oorspronkelijk uit het Persisch, via het Hindi. En het betekend letterlijk “melk en suiker”. Maar omdat ik de pagina in het Engels vond, heb ik niet onmiddellijk een vrije Nederlandse vertaling.

Maar dat doet er niet echt toe. De ideale combinatie is met eenvoudige stekenpatroon een mooi resultaat te krijgen. Want het resultaat is het belangrijkst natuurlijk. En als het dan nog makkelijk is ook, is dat alleen maar mooi meegenomen.

Niveau

Dit is dus een ideale steek als je nog maar net begonnen bent met breien, maar wanneer je toch al graag even wil experimenteren. Maar laat je dat vooral niet tegenhouden, gevorderde brei(st)er.

Voor deze steek heb je enkel kennis nodig van rechtse en averechtse steek. De volgorde van de steken en de 8 herhalingsrijen die je breit, zorgen voor het diamantpatroon.

Je kan het patroon maken met elke wol en naalddikte die je maar wil. Maar het is niet omkeerbaar. De voorkant ziet er helemaal anders uit dan de achterkant. Daarom is er een verschil bij heen en weer breien en rondbreien.

Patroon

R = rechtse steek
AV = averechtse steek

Met rechte naalden

  • Zet een meervoud van 4 + 1 steken op.
  • Rij 1: *2R, 1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: 1AV, *1AV, 1R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 3: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 4: 1AV, *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 5: *1AV, 3R*. Herhaal tot het einde van de rij. 1AV
  • Rij 6: 1R, *3AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 7: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 8: 1AV, *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 tem 8 tot de gewenste lengte. Brei daarna nog rij 1 en 2.

Met rondbreinaalden

  • Zet een meervoud van 4 + 1 steken op.
  • Rij 1: *2R, 1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: *2R, 1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 3: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 4: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 5: *1AV, 3R*. Herhaal tot het einde van de rij. 1AV
  • Rij 6: *1AV, 3R*. Herhaal tot het einde van de rij. 1AV
  • Rij 7: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 8: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Herhaal rijen 1 tem 8 tot de gewenste lengte. Brei daarna nog rij 1 en 2.

Schema

Toepassen

Deze steek zou ik graag toepassen bij een van de bollen wol waar kleurverloop op zit. Bij deze bollen, is het meestal interessant om niet teveel structuur te gebruiken, omdat het eindresultaat dan minder zichtbaar kan zijn. Maar deze valt al bij al nog mee qua structuur. Dus het lijkt me zeker het proberen waard.

Om het echt zeker te weten, bestaan er natuurlijk proeflapjes. Zo kan ik pas echt zien hoe de steek en de kleur zal combineren. En of de steekverhouding dan zal uitkomen tov de kledingmaat die ik nodig heb.

Maar eerst zit er niets anders op dan die 2 truien af te werken, nadat mijn kastje klaar is. En dan die trui te breien voor een vriendin. Dan begin ik er zeker aan. Soms zou ik heel graag willen, dat breien wat sneller ging. Al is het trage proces natuurlijk net wat zo’n enorme rust en stressverlaging geeft. Met wat ben jij op dit moment bezig?

Bronnen

Basis

Gram vs. meters

Als je breit, ken je het zeker en vast wel. Je wil een bol wol kopen en je kijkt hoeveel gram je nodig hebt. Maar daarnaast staat er ook het aantal meter. Dus wanneer kijk je nu best naar het aantal gram en wanneer naar het aantal meter? Wat is eigenlijk het verschil?

Gram

Op de bolletjes die ik voor Nieuwjaar nog bij Suzywol kocht staat op de ene bol 100g en 250m en op de andere bol 100g en 290m. De ene wol is wat fijner dan de andere, dus kan er meer wol in 100g. Dat is evident.

Maar ook bij dezelfde naalddikte kan er nog altijd een verschil in meters zijn. Het type wol heeft er ook mee te maken. Mohair is lichter dan schapenwol. Dus voor diezelfde 100g heb je meer meters bij mohair.

Als je naar een patroon kijkt, staat er steeds het type wol en de hoeveelheid dat nodig is. Daar staat het bijna altijd in gram vermeld. Als je diezelfde wol gaat gebruiken is het prima om dat aantal wol te kopen.

Meters

Maar als je net als ik graag van een patroon afwijkt en andere wol gaat gebruiken, ligt het iets moeilijker. Want zoals net gezegd, ook al is 100g 100g, met de ene bol zal je meer wol hebben dan met een andere. Dus welke garantie heb je dan dat je genoeg wol zal hebben? Het zweet breekt me al uit.

In zo’n situatie kan het aantal meter je helpen. Want opnieuw 100m is 100m. Maar ook al kan het gewicht dan wisselen, de lengte van de draad die je nodig hebt om het stuk te breien zal niet wijzigen. Als je 840m nodig hebt voor die trui te breien in schapenwol, zal je nog steeds 840m nodig hebben als je hem in mohair zou breien. Laat ons wel zeggen dat je voor beide dezelfde naalddikte gebruikt.

Maak de omrekening

Maar hoe kan je nu net weten hoeveel wol je nodig hebt voor jouw project als je het in een andere wol wil maken? Want daar wringt nu het schoentje. Het antwoord is zoals vaak bij breien: wiskunde.

Check het type wol dat in het patroon vermeld staat. Om een voorbeeld te geven, koos ik even het September Sand patroon van Drops Design dat ik zou willen maken in een small.

Er staat vermeld dat ik 300g wol nodig heb van Drops Melody. Het aantal meter staat niet vermeld. Dus als je ze met andere wol wil maken, kijk je eerst hoeveel meter er op een bol van Drops Melody zit. Dat kan je vinden op de internet bij de pagina van de wol of in de winkel op het etiket. In dit geval komt dat op 140m per bol van 50g.

Dat wil zeggen dat je 6 bollen van 50g nodig hebt om de trui te breien. Met andere woorden heb je 6 keer 140m nodig. Dat is allemaal nog logisch en ik hoop dat je nog mee bent.

300g Drops Melody = 6 bollen van 50g = 6 x 140m = 840m Drops Melody

Dan kijk je naar het aantal meter op het etiket van de wol die je wil gebruiken. Stel dat ik het graag zou maken in de Merino Essentiel wol van DMC die ik gekocht had. Dan heb ik 250m op 100g. Nu kan je uitrekenen hoeveel bolletjes wol je zal nodig hebben om aan diezelfde aantal meter te komen.

840m Merino Essentiel DMC = 4 x 250m = 4 bollen van 100g = 400g Merino Essentiel DMC

Overschotjes

Misschien heb je iets opgemerkt in bovenstaande berekening. 4 keer 250m is geen 840m. Je zou maar 3,36 bollen nodig hebben om de trui te maken. Maar helaas koop je de wol altijd per bol (duh). Dus die vierde heb je zeker nodig. En je zal dus gewoon wol over hebben. Maar die kan je nog makkelijk voor iets anders gebruiken.

Het kan zelfs zijn dat als je de aangegeven wol gebruikt, je daar ook overschotten mee zal hebben. Want niemand wil net te weinig wol hebben en daardoor het project niet kunnen afwerken. Dus wordt er altijd een beetje meer gerekend.

Er hangt veel af van je steekverhouding. De ene breit losser dan de andere. Dat staat vast. Maar het patroon dient voor iedereen toegankelijk te zijn en iedereen heeft genoeg wol nodig. Dus overschotjes horen er nu eenmaal bij.

Als je niet onmiddellijk iets kan bedenken om met die overschotjes te maken, kan je de wol nog altijd aan de kant leggen voor later. Of binnenkort komen binnenbrengen in het Sjettekastje.

Dus volg je het patroon en gebruik je dezelfde wol die erin vermeld staat, kijk dan gerust naar het aantal gram op het etiket. Maar wil je het dolgraag in een andere wol maken, tel dan om naar meters. Je zal er een pak rustiger van slapen. Naar wat keek jij tot nu toe op het etiket?

Bronnen

Nieuwe werken

Bernadette 2.0

Ondertussen is de Femma-workshop Bernadette breien al even afgelopen. Ik had het jaar voorien al een gebreid, maar de mouwen waren niet ideaal en hij begon al wat uit te rekken. Dus heb ik hem dit jaar met de groep mee gebreid en dit is het resultaat.

Wat is een Bernadette?

Een Bernadette is een bepaald type cardigan. Het begon allemaal in 2013 toen Bernadette De Geyter uit Brasschaat haar dochter wilde verrassen met een zelfgebreide cardigan. Er kwamen zoveel positieve reacties op dat het een echte hype werd.

De originele handgemaakte (te herkennen aan het Mariabeeldje op het logo) zijn te koop in luxewinkels in Antwerpen en Brussel. Veel confectiewinkels hebben ze ook, maar deze zijn natuurlijk niet handgemaakt. Veel mensen willen ze graag zelf maken en leren zo breien. Want eigenlijk is een Bernadette cardigan heel eenvoudig om mee te starten.

Bernadette 1.0

De Bernadette van vorig jaar was een herwerking en uitbreiding van mij op een model van Veritas. Ik heb het wel anders aangepakt. In plaats van de steekverhouding aan te passen naar het patroon, wordt er naar afgewerkte afmetingen gewerkt. Want iedereen breit anders en kan zo het patroon met zijn/haar eigen steekverhouding maken.

Het patroon is bedoelt om startende brei(st)ers te leren hoe je een trui breit. Daarom werd het heel eenvoudig aangepakt en zijn de panden en mouwen rechttoe rechtaan. Maar bij het dragen merkte ik al snel dat de mouwen zo heel onhandig waren. Die hingen daar maar wat te bengelen en in de weg te hangen.

Bernadette 2.0

Dit jaar had ik de mogelijkheid om de workshop opnieuw te geven en heb ik daarom het patroon aangepast. In de 2.0 versie wordt er gemeerderd, zodat ze aan de pols mooi aansluit en onder de oksel goed zit. Ah, veel beter.

De Bernadette wordt gebreid in tricot en boordsteek met dubbele draad. Als wol gebruikte ik Lang Yarns Novena met naalden 8 en 10. Maar eigenlijk is het patroon zo geschreven dat je het met eender welke wol en naalden kan maken. Omdat het dus aangepast is naar jouw steekverhouding.

Leerproces

Ik had al een hele hoop geleerd van de eerste Bernadette, maar ook nu heb ik weer bijgeleerd. Een patroon hoeft eigenlijk nooit af te zijn. Ik kan het blijven herwerken tot het goed is. Misschien gebruik ik volgende keer naalden 7 en 9. Of een andere steek, of andere wol. Of pas ik de schouders aan. De mogelijkheden zijn eindeloos. Al verdient het originele patroon altijd een vermelding.

In het patroon staat er een berekening voor de meerderingen van de mouwen. Bij het schrijven van het patroon kwam ik voor alle maten op 4 meerderingen om tot de gewenste breedte te komen. Maar in realiteit, kwam dat toch nog iets anders uit. Als ik een patroon 3.0 zou maken, wil ik dat ook nog aanpassen.

Probleempje

Sinds kort zit ik een beetje in de knoop met het inwerken van draadjes. Ze komen veel sneller los dan vroeger, heb ik het idee. En ik heb niet echt iets anders aangepakt. Zou het dan eerder van het dragen zijn? Want deze Bernadette zit zo goed, dat ik hem bijna elke dag aan heb. Zeker nu met het koude weer van de laatste dagen.

Dat is zeker nog iets dat ik wil gaan uitzoeken voor mijn volgende truien. Want ik wil natuurlijk niet dat mijn harde werk voor niets is geweest. En ik wil lang van mijn mooie trui blijven genieten.

Ik merk ook dat hij door het dragen al weer wat uitgerokken is. En dat vind ik ook wel jammer. Al denk ik dat ik dat met die dunnere naalden misschien kan oplossen of toch misschien dat ander garen.

Tevreden

Het lijkt nu misschien niet zo, maar ik ben best tevreden van het resultaat hoor. Het draagt zo zalig. Tja, anders zou ik hem niet iedere dag dragen natuurlijk. Als ik het kou heb, doe ik hem onmiddellijk aan en dat maakt zo’n enorm verschil.

Maar ik ben ook zo verliefd op de kleur. Tot nu toe ben ik altijd wat voorzichtig geweest met rood (al is het een van de kleuren waar ik goed mee sta). Ik vind de kleur soms zo opvallend en ik hou er niet van om in de spotlight te staan. Daarom koos ik tot nu toe veel blauw en groen. Maar ik heb het gedurfd en ik ben zo blij dat ik het gedaan heb.

Helaas staan er eerst nog een paar andere patronen op het programma. Maar afstel is geen uitstel. Later wil ik zeker nog een nieuwe maken. Hou jij ook niet van die lekker cosy warme truien?

Bronnen

Het Sjettekastje

Het Sjettekastje

Gelukkig Nieuwjaar en de beste wensen voor 2022! Na een pauze om te kunnen vieren met mijn familie en te kunnen herbronnen, kan ik er weer helemaal tegen. Tijdens deze onderbreking heb ik ook wat soulsearching kunnen doen. En ik kan je nu al vertellen dat ik barst van nieuwe ideeën. En vandaag wil ik alvast eentje met je delen.

Zelfzorg

Als ik het eerlijk toegeef, was ik mezelf de laatste tijd wat kwijt geraakt. Ik ben nog steeds mijn scheiding aan het verwerken, aan het verbouwen en heb het superdruk op het werk, waardoor ik weinig tijd voor zelfzorg had. Nu tijdens de kerstvakantie ben ik op zoek gegaan naar mezelf. En een beetje bescheiden mag ik zeggen, dat ik het gevonden heb.

Dus was stap 2 op zoek gaan naar wat ik graag zou willen doen met de rest van mijn leven. Wat zijn mijn passies en wat is voor mij belangrijk? Wat geeft me energie en waaraan wil ik het besteden? Na wat brainstormen heb ik iets gevonden die volledig in lijn ligt met wat ik graag doe. En nu zou ik het uiteraard graag verder uitwerken.

Het Sjettekastje

Na een paar pogingen kwam dit schitterend idee me te binnen: een wolruilkastje. Want waarom zouden we enkel boeken ruilen in little free libraries. Het idee is om een kast in mijn portaaltje te plaatsen waar mensen de wol die ze niet meer willen, kunnen achterlaten en dat ze dan nieuwe bolletjes kunnen meenemen in de plaats.

Want waarschijnlijk net als ik, heb jij ook te veel wol gekocht en dacht je dan, dat je het toch eigenlijk niet meer wou gebruiken. Of je project is af en je hebt nog over. Maar laat ons duidelijk zijn over één ding. Je kan nooit genoeg wol hebben.

Ik zou het zelfs niet enkel bij wol willen houden. Ook boeken, tijdschriften en brei- en haaknaalden zijn welkom. Eigenlijk alles die je nodig zou kunnen hebben, om wol te verwerken tot iets prachtigs. Tja, ik heb het al helemaal uitgedacht. Ik ga alles opnieuw verwerken tot mooie, nette bolletjes en alles prachtig presenteren.

Met dit initiatief zou ik graag breisters, haaksters en andere wolliefhebbers samen brengen. Maar ook mensen die twijfelen of ze zouden willen starten met één van deze hobby’s of mensen de mogelijkheid geven om op een laagdrempelige manier hun passie voor wol te ervaren. Want laat ons eerlijk zijn, Corona doet niet veel goed aan de zaak.

Volgende stappen

Het is de bedoeling om dit op zeer korte termijn te kunnen opstarten. Dus was ik alvast praktisch aan het denken. Wat heb ik nodig? Een kast die groot genoeg is om de wol in te etaleren, maar klein genoeg om in mijn portaaltje te zetten. Genoeg wol om te kunnen starten (dat lijkt me alvast geen probleem, knipoog). Labels om alles terug mooi te maken. Juist met dat eerste heb ik nog wat hulp nodig, de twee andere komen wel in orde.

Maar het zou de bedoeling zijn om dit later te kunnen uitbreiden naar mijn eigen bedrijfje. Wat zou willen zeggen, dat ik van zou willen kunnen leven. Hoe maak ik dat haalbaar? Daar is alweer mijn realistische kant. Dus laat me even volgende vraag stellen (en ik waardeer op recht jouw mening): Zou je voor het verwerken van de wol willen betalen? Mag dat een vast bedrag zijn, of wil je geven wat je denkt dat het waard is?

Het idee mag dan wel komen van de little free libraries, dit initiatief is nog net iets anders. Ik zal tijd nodig hebben om de wol te sorteren, opnieuw in bollen te winden, labels te maken, alles mooi te presenteren, …. Ik voorzie dat ik hier toch wel wat werk mee zal hebben.

De kast

Ik heb al een specifiek model in gedachten:

Kast van Kathy Ghysens op Marketplace, helaas te hoog en te breed
Kast van Vintage meubelen en deco op Marketplace, helaas te breed

Belangrijk is dat er een deel is om af te geven (liefst onderaan en gesloten) als ‘Geef weg’ en dat er een deel is om mee te nemen (liefst bovenaan en open of met glazen deuren) als ‘Pak weg’. Stijl mag zowel klassiek romantisch zijn als retro/vintage jaren 50-60. En liefst natuurlijk in een redelijk goeie staat.

Ik heb al online gekeken op marketplace, waar ik bovenstaande modellen vond, en op tweedehands-sites. Maar telkens is het net niet juist. Soms kan ik een beetje perfectionistisch zijn, dat geef ik toe. Maar meestal kloppen de afmetingen niet. Als hij niet te hoog is, is hij te breed. Maar ik hoop echt dat ik er snel eentje kan vinden. Zou jij misschien iemand kennen die van zo’n kast af wil? Alle suggesties zijn welkom.

Facebookgroep

Om dit project een stem te geven, heb ik via mijn pagina een groep aangemaakt: https://www.facebook.com/groups/hetsjettekastje. Al jullie ideeën, suggesties, goeie raad, vragen, opmerkingen, … kunnen jullie daar posten.

En hopelijk kan dit nieuwe initiatief snel werkelijkheid worden. Want eerlijk gezegd sta ik te springen om het op te starten. Wat vind jij er van?

Inspiratie

Zeven zonden en een vat vol emotie

Ja, ik heb gezondigd. Maar ik kan er helemaal niets aan doen. En ik ben zo enthousiast over wat ik gevonden heb, dat het voor één keer helemaal oké is. Suzywol houdt uitverkoop wegens stopzetting en ik kon het niet laten om afscheid te gaan nemen. Met een meer dan gevulde zak wol als resultaat.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat ik beter de wol pas koop als ik weet wat ik er mee ga maken. Maar dit was echt een buitenkans en eigenlijk ook de laatste kans. Dus wou ik ze zeker niet laten liggen.

Ondanks dat ik heel blij ben met de wol die ik gevonden heb, voel ik me ook wat schuldig. Want het is een enorme berg dat ik mee heb en ik ben bang dat er een paar aan de kant zullen blijven liggen. Maar ik wil dat mijn enthousiasme niet in de weg laten staan. Ik wil ook genieten van mijn schitterende vondsten en wegdromen over wat ik er mee ga maken.

Afscheid

Na 35 jaar is het eindelijk tijd voor Suzywol om uit te bollen. Ik vind het enorm jammer, want ze stonden naast me, zij aan zij, terwijl ik kon groeien als breister. Ik heb zoveel van hen geleerd, maar helaas zit er niets anders op dan het te accepteren. Ze hebben het schitterend gedaan en mogen nu genieten van een beetje rust. Gisteren ben ik daarom even langs geweest om afscheid te nemen. En ik heb een heleboel wol gekocht.

Zonde 1: Cashseta (Linea Pura Lana Grossa)

Ohh, ik ben verliefd. Verliefd op het kleur en verliefd op het gevoel van de wol. Ik zag ook meteen voor ogen wat ik er mee wil gaan maken. Een super cosy sweater voor tijdens het weekend. Zo eentje met een zak vooraan, waar je lekker je koude handen kan in opwarmen.

Kleur: 013
Gewicht: 50g (ca. 100m)
Naalddikte: 7
Samenstelling: 40% Modal – 30% Polyamide – 15% Kasjmier – 15% Zijde

Zonde2: Pirouette (DMC)

Deze wol heb ik vooral uitgekozen voor het kleur. Normaal gezien ga ik voor effen kleuren, omdat ik in het verleden al een paar keer teleurgesteld ben. Maar dat wil ik graag eens veranderen. Dus heb ik het er op gewaagd. Ik koos voor deze kleur, omdat het toch nog een beetje veilig is. De kleuren verlopen in dezelfde kleurtinten. Dus voor mij misschien makkelijker om de stap te zetten.

Kleur: 842
Gewicht: 200g (ca. 500m)
Naalddikte: 5
Samenstelling: 100% Acryl

Zonde 3: Sommerseide (Landlust)

Eindelijk heb ik het eucalyptus kleur gevonden die ik wou. Deze wol wil ik gebruiken voor de zomerversie van het patroon Yume (ipv Laia) van Isabell Kraemer. Deze staat al even op mijn lijstje om te maken, maar het is nu pas dat ik het juiste kleur vond. Nu nog even wachten tot het voorjaar (als dat lukt) en ik kan van start.

Kleur: 004
Gewicht: 50g (ca. 170m)
Naalddikte: 3,5-4
Samenstelling: 50% Zijde – 50% Katoen

Zonde 4: Laponia (Katia)

Deze heb ik al even zien liggen tijdens de vorige keren dat ik langs ging. Dit is eentje die ik telkens maar weer uitstelde. Maar nu is er geen uitstellen meer aan en heb ik ze gekocht. Maar dat heb je dan bij uitstellen: er was maar 1 bol over. Het zal daarom waarschijnlijk een colsjaal worden. Zo eentje die lekker dik en zacht zal zijn.

Kleur: 203
Gewicht: 100g (ca. 75m)
Naalddikte: 8-9
Samenstelling: 74% Acryl – 17% Wol – 8% Alpaca – 1% Polyester

Zonde 5: Melody Star (Katia)

Deze wol ga ik gebruiken om een peignoir te maken. Ik heb nood aan een nieuwe. En waarom zou ik hem niet zelf maken? Ik denk dat ik als basis mijn bernadettepatroon zal gebruiken. Juist dan wat langer maken en zakjes voorzien. Zou perfect zijn.

Kleur: 406
Gewicht: 100g (ca. 280m)
Naalddikte: 5,5-6
Samenstelling: 84% Wol – 10% Polyamide – 6% Polyester

Zonde 6: Merino essentiel (DMC)

Wauw, nog zo eentje waarvan ik verliefd ben op de kleur. Zo’n mooie tint blauw. Het is eentje om in weg te dromen. Dit wordt zeker een trui. Ik ben nog niet zeker over het model of de steek, maar wauw, wat een kleur.

Kleur: 865
Gewicht: 100g (ca. 250m)
Naalddikte: 4-4,5
Samenstelling: 50% Merino wol – 50% Acryl

Wol 7: Milton (Lang Yarns)

Dit was een zeer gewaagde keuze voor mij. Maar ik zag ze hangen toen ik aan het wachten was bij de kassa en ik wou ze gewoon mee hebben. Door de gewaagde kleurencombinatie zal ik waarschijnlijk wat meer moed nodig hebben om er aan te beginnen, maar ik wil van deze wol zeker een trui of cardigan maken.

Kleur: 982.0034 9956
Gewicht: 100g (ca. 290m)
Naalddikte: 3,5-4
Samenstelling: 37% Katoen – 36% polyacryl – 27% Viscose

Ooh, ik ben zo tevreden met de wol die ik gevonden heb. Ook al zit er in sommige acryl, ik vergeef het mezelf even. Want hiermee ga ik zoveel mooie dingen kunnen maken. Nu enkel maar hopen dat ik ze allemaal zal gebruiken en plots niet nog meer wol ga kopen. Tenzij dat dan weer echt de moeite zal zijn. Zondig jij ook vaak?

Bronnen

Nieuwe werken

Rosebud Summer Tee

Er is nog een project dat al een tijdje af is. Mijn t-shirt dat ik als snel werkje tussendoor wou maken, duurde ook iets langer, maar het is af geraakt. Iets om trots op te zijn. Vandaag wil ik dit graag even met je delen.

Rust in mijn hoofd

Dit is een project geweest waar ik sinds lang niet opnieuw heb hoeven beginnen. Na het juiste aantal steken opzetten van de boord heb ik het hele lijf kunnen doorbreien tot aan het ajourstuk. Los van één foutje en de tel kwijtraken heb ik dat ook tot een goed einde kunnen brengen. En door de tip voor het berekenen van het aantal steken opnemen bij de mouwen ging dit als een fluitje van een cent.

Toen ik in de knoei zat met mijn raglantrui vorige zomer, had ik echt nood aan een snel project, iets gemakkelijk en met weinig naaiwerk, maar dat mooi was en dat ik in de zomer kon dragen. Ik wou eigenlijk eens genieten van de flow waarin je terecht komt als je gewoon kan doorbreien.

Je kan niet geloven hoeveel rust zo’n patroon en niet opnieuw hoeven beginnen bracht in mijn hoofd. Gewoon bezig zijn met het maken van elke steek en daarvan genieten. En dan geen tijd verliezen bij dubbel werk. Zalig was dat.

Onrust in mijn hoofd

Maar helaas was het niet allemaal rozegeur en maneschijn. Tijdens het ajourstuk heb ik wel moeite gehad. Het liep goed tot ik een steek liet vallen en het pas zes rijen later zag. In plaats dat de streep door liep, ging ze plots de andere kant op. Zo had ik het eigenlijk pas gezien.

Ik heb dan maar de truc met de levenslijn toegepast. In de averechtse rij er onder heb ik een hulpdraad doorgehaald en dan het werk een paar rijen uitgetrokken. Maar hier komt de moeilijkheid. Ik was de voor- en achterkant tegelijkertijd aan het breien, maar de fout zat maar op één kant van het werk, dus zat ik plots met een ander aantal rijen tussen de twee kanten.

Het opnemen van de steken ging prima. Maar weer gelijk komen met het aantal rijen was blijkbaar een heel andere uitdaging. Ik dacht dat het eenvoudig zou zijn, maar niet dus. Toen ik wou gaan afkanten en mijn rijen hertelde, merkte ik op dat ik aan de ene kant 2 rijen meer had dan aan de andere kant. Met een beetje gefoefel is het wel goed gekomen hoor.

Uit het hoofd

Ook al was het de bedoeling om weinig nieuws bij te leren en gewoon te genieten van het breien, toch heb ik weer bijgeleerd.

Zo weet ik nu dat twijfelen oké is. Toen mijn werk bijna af was, begon ik plots te twijfelen over de naalddikte en of ik de schouders wel mooi zou kunnen afwerken. Oh ja, en of de maten wel goed zouden zijn. Ik heb geleerd om niet te blijven zitten met die twijfels en ze gewoon hoofd vooruit aan te pakken. Zo heb ik gezien dat de naalddikte prima was en dat het me perfect zou passen. Dat van die schouders heb ik pas geprobeerd toen ik de naden dichtmaakte.

Wat ik zeker geleerd heb, is dat ik beter zorg kan dragen voor mijn projecten. Ik kan m’n hoofd er nog altijd over slaan hoe ik zo stom heb kunnen zijn om er vet op te krijgen. Wat ik allemaal niet heb gedaan om het er uit te krijgen. Het is nog steeds niet perfect, maar toch wel al een hele verbetering. Opletten met vet, check.

De onrust over het aantal rijen zal me ook niet vaak meer overkomen. Het heeft te maken met het tegelijkertijd breien van voor- en achterpand wanneer je aan het stuk van de mouwen bent. Voor dat stuk ga je heen en weer in plaats van rond te breien. En de truc is dan om het niet halverwege aan de kant te leggen, want later weet je dan niet meer aan welke kant je moet beginnen. Altijd volledige toeren maken dus, en het zal me nooit meer overkomen.

Tevreden hoofd

Aangezien het ajourmotief de enige wijziging is die ik gedaan heb, ben ik heel tevreden met het resultaat. Ik vond het eerste motief niet zo mooi uitvallen als ik wilde en was daarom op zoek gegaan naar een ander motief, waar ik wel heel tevreden van was. Dus dat was zeker een goeie beslissing.

Ik ben ook zeer blij met de keuze van wol (Missouri van Katia) en het kleur (nr 44). Het voelt zo goed aan en het kleur past me goed. En ook al heb ik er langer over gedaan dan origineel gedacht, ik was blij dat er minder werk aan was dan aan een trui met lange mouwen. Oh en zalig, zo weinig naden om dicht te naaien. Zeker iets om volgend jaar weer op het programma te zetten. Ik heb al iets op het oog.

Nu enkel nog wachten tot volgende zomer, tot het warm genoeg is om het te dragen. Het was niet enkel genieten van de flow van het breien, het zal ook genieten worden van het dragen. Kan jij daar ook zo van genieten?

Interesse in dit patroon? Het wordt als workshop gegeven voor Femma Originals Eernegem in de lente van 2022. Of neem contact met me op.

Inspiratie

Bronnen

Inspiratie

Black Friday wol

Deze week zagen jullie al op facebook dat mijn black Friday wolbestelling toegekomen is. Je bent nu vast nieuwsgierig naar wat er in zit, of niet? Daarom wil ik het graag even met je delen deze week. Ikzelf kan ook niet wachten om er mee aan de slag te gaan.

De week voordien ben ik al eens gaan kijken welke leuke garens mijn vaste wolwinkel heeft. En zoals gewoonlijk kon ik mijn keuze weer niet maken. Er kwamen zoveel ideeën op in mijn hoofd. Maar ik heb geprobeerd om braaf te zijn en niet te veel te bestellen.

Op dit moment ben ik nog bezig aan een ajourtrui (spoiler alert) en ik vind die zo leuk om te maken, maar verder had ik niet onmiddellijk een tweede project. Ik was wat aan het panikeren. Ik hou wel wat van afwisseling en ben daarom graag met 2 projecten bezig.

Wol 1: Alpaca Rythm (Scheepjes)

Het is ongeveer een half jaar geleden dat ik nog eens gehaakt had. En sinds kort ben ik het enorm aan het missen. Ik wil opnieuw haken. Op de School of Sweet Georgia kwam ik een mooi patroon voor een shawl tegen: after midnight shawl van Charlotte Lee.

Het patroon wordt met een andere wol gemaakt, maar ik zag deze in de winkel liggen en ik moest het gewoon hebben. Zo’n mooie kleur en zo lekker zacht. Het is natuurlijk wel een fijne wol, maar dan ben ik er langer zoet mee.

Ik was zo enthousiast dat ik al het proeflapje beginnen maken ben. Het patroon werd geschreven als een breipatroon voor breiers die woor het eerst willen overschakelen naar haken. Het was dus niet zo eenvoudig te lezen. Na het ontcijferen van het patroon naar een tekening, lijkt het me nu een heel pak makkelijker.

Wol 2: Supermerino (Katia)

Dit had ik misschien vroeger al eens aangegeven, maar dat ben ik niet helemaal zeker. In mijn toilet heb ik een stukje waar de verf niet helemaal aan de tegels is gehecht. Om het op een creatieve manier op te lossen, zou ik een poging to macramé willen doen. Het is volledig hip en je zal die fout niet meer zien. Het leek me alvast minder werk, dan de verf weer van de tegels krabben.

In de bibliotheek vond ik een macramé boek: 24 eenvoudige macraméprojecten voor huis en thuis, geschreven door Amy Mullins & Arnia Ryan-Raison. Laat me vrij je te zeggen dat dit voor mij de eerste keer is. Die macramébandjes van vroeger zijn niet echt tot me door gedrongen. Maar nu wil ik het graag proberen en wil ik het eenvoudig wandkleed voor beginners maken.

Maar omdat ik met een heel specifiek kleurenthema werk in het toilet, kan het niet anders dat het kleur feloranje is. Dat zal dan passen bij het bloempotje die er ook al staat en eventueel later nog bijkomende oranje dingen.

Maar de beschikbare macramétouwen hadden niet de kleur die ik zocht. Met hulp van Sarah en haar macramécompagnong zijn we dan uitgekomen bij supermerino van Katia. Nu enkel nog een tak vinden in het bos en ik kan starten. Hmm, zou ik beter niet eerst wat oefenen?

Wol 3: Basic Merino (Katia)

Een van mijn vriendinnen zag dat haar lievelingstrui in oranje een beetje aan het vervilten was. Heel terloops vroeg ze mij of ik zoiets kon maken? Technisch gezien, kan ik haar trui opnieuw maken en zoals ze er nu uitziet zelfs. Alleen heb ik dan de afmetingen van haar trui nodig. Voorlopig ben ik daar nog even op aan het wachten. Maar ik heb bij deze bestelling een berekende gok gewaagd en 10 bollen besteld. Mijn vriendin heeft maat 42-44. Als ze de trui niet bij heeft, kan ik nog altijd de maten afmeten. Dan zal hij als gegoten aanvoelen.

Dit is de eerste keer dat iemand dit aan mij vraagt, voor zover ik kan herinneren. Dus dit is voor mij toch wel een speciaal gevoel. Uiteraard wil ik het goed doen, maar ik wil er ook van genieten. Ik kan haast niet wachten. Hoe sneller ik er aan begin, hoe sneller zij een nieuwe trui heeft natuurlijk.

Heel toevallig was dat oranje ook een beetje gelijk aan dat van mijn potje. Dus hoefde ik niet zo lang te zoeken. Er bestaat een fijnere versie: Basic Merino (ook van Katia dus). De dikte van de wol is 3,5-4. Ideaal voor een trui.

Er zijn alleen nog een paar technieken die ik hiervoor onder de knie zou willen krijgen. Haar trui heeft een siersteek vooraan van de V-hals tot de onderste boord. Dat wil ik nog even uitdenken, maar dat kan ik eigenlijk al met het proeflapje doen.

Wol 4: Azteca (Katia)

Ik zag de Azteca van Katia in het rek liggen en was onmiddellijk geïnspireerd. Normaal ben ik wat terug houdend met een bol met kleurverloop. Maar deze wou ik niet laten liggen. De bedoeling is om er een trui mee te maken.

Maar ik heb ook nog wat opzoekwerk over hoe ik wil dat de trui er zal gaan uitzien. Dus hou ik die misschien voor het laatst. Ik wil heel graag een speciale hals. Zo’n beetje aan de brede kant, maar ook als van een sweater met een kap (maar dan zonder de kap). ‘Tja, ik ben nog bezig met het werken aan het concept.

En dan ben ik ook nog zo tevreden over het inpakken en bezorgen. Tijdens de laatste fase van het bestellen, kon ik aanduiden dat ik zo weinig mogelijk plastiek er bij zou willen. En dat is helemaal gerespecteerd. Ik vind het prachtig. En ik zie het volledig zitten. Al heb ik ook nog een paar andere projecten in gedachten. Hoe zal ik daarvoor ooit tijd vinden?

Bronnen

Basis

Slimme proeflapjes

Na al die afgewerkte projecten van de afgelopen weken, kan ik de restjes nu eindelijk opbergen. Maar mijn tafel ligt nog vol met de proeflapjes. En ik besefte plots dat ik niet goed weet wat er mee te doen. Ik had er ook nog een paar in een doosje liggen van projecten van vorig jaar waarvan ik aan geen kanten meer weet over welke wol of steekverhouding het gaat. Dus ben ik op zoek gegaan naar een slim systeem om dat wat beter bij te houden.

Aanpak

Kaartjes met touwtjes er aan vast maken, zag ik niet onmiddellijk zitten. En ze in een kaft bewaren, leek me eigenlijk niet haalbaar. Want waar zou je ze aan bevestigen? Uiteindelijk ben ik bij een haalbaar concept uitgekomen. Ik heb van die papierplakband in de kast liggen. Handig om op te schrijven en makkelijk aan het proeflapje te bevestigen. Iets dat weinig tijd en makkelijk is, ideaal.

Maar tijdens het catalogiseren, ben ik gaan beseffen dat ik nog niet zo goed wist wat ik er allemaal zou willen opzetten. De soort wol en de steekverhouding leek me alvast interessant, maar wat met de rest? Stel dat ik binnen een paar jaar opnieuw die zelfde wol voor een project wil gaan gebruiken, welke info heb ik dan nodig?

Info

De soort wol lijkt mij evident, want de etiketjes belanden van mij toch bij het afval. Het merk is belangrijk, maar ook de naam. Of het wol of katoen (of nog iets anders) is, lijkt mij dan weer wat minder interessant. Want lang leve het internet. Je kan met het merk en de naam heel makkelijk al achterhalen welke samenstelling het is.

En de steekverhouding zorgt er dan weer voor dat ik niet opnieuw hoef te tellen. Want ik hou er al rekening mee dat het proeflapje achteraf gemanipuleerd zou kunnen worden. Misschien rekt het wat uit, of raakt het beschadigd. Je weet maar nooit.

Maar toen ik de soort wol aan het noteren was, was ik al aan het denken of ik ook niet beter direct het kleur er zou bijschrijven. Want als het etiketje weg is, is dat ook moeilijk om te achterhalen. Dus zeker ook het kleur noteren.

Maar daar bleef het eigenlijk niet bij. Want de naalddikte waarmee ik het gebreid heb, is ook super belangrijk. Dat merkte ik tijdens het opnieuw maken van het proeflapje voor mijn t-shirt. Want hoe wist ik dan welke met naald 4 en welke met 3,5 gebreid was? Hmmm, interessant.

En waarom dan niet de soort steek ook noteren. Want elke steek heeft een andere steekverhouding. Heel belangrijk. Als ik later niet meer zou weten hoe die steek precies heet, heb ik het snel bij de hand. Of als ik niet meer zou weten hoe de steek precies in elkaar zit, kan ik het alvast met de naam eenvoudig terug vinden.

Daarnaast leek het me ook leuk om bij te houden voor welk project het proeflapje was. Het is wel minder essentieel, maar het heeft iets. Stel dat ik exact een zelfde patroon wil toepassen later, dan is het proeflapje makkelijk gevonden.

Opbergplaats

Met deze info kom ik toch al een hele stap dichter bij het handig bewaren van belangrijke info. Maar dan kwam de vraag wat ik er mee zou doen. Waar bewaar ik dan al die proeflapjes? Ik ben een grote liefhebber van orde (en dat is eigenlijk nog een understatement). Dus de manier van bewaren is voor mij even belangrijk. En dan gaan mijn hersenen even werken in een hogere versnelling.

Een proeflapje op zich is netjes, afgezien van de 2 uiteinden. Maar veel proeflapjes in verschillende kleuren en groottes zijn chaos. Het leek me daarom beter om ze ergens in op te bergen. Maar dan zeker iets dat niet doorzichtig zou zijn. Want dan zou ik nog steeds hetzelfde probleem hebben.

Uiteindelijk is het een schoendoos geworden. Zo neemt het ook niet teveel plaats in. Maar later zou het misschien wel een mooiere doos kunnen worden. Of ik versier de schoendoos. Daar ben ik nog niet helemaal aan uit. Op dit moment is het belangrijker om alles samen slim bij elkaar te houden. En om een systeem te vinden dat werkt. Met dit systeem denk ik dat gevonden te hebben.

Alternatieven

Soms kan je natuurlijk ook tegen komen, dat je niet genoeg wol over hebt, om het project af te werken. Je hebt je best gedaan om het in te schatten, maar toch komt het niet volledig overeen. Kan altijd wel eens gebeuren. Dan zit er niets anders op om je proeflapje uit te trekken en die wol ook te gebruiken.

Op zich ook heel interessant, want dan heb je nog minder verlies. Maar wat doe je dan met deze waardevolle info? Persoonlijk zou ik dan een foto van het proeflapje nemen en er bovenstaande info bij bewaren. Druk je het af en schrijf je de info op of bewaar je liever alles digitaal? Dat is dan weer jouw persoonlijke keuze.

Als je een trui of cardigan aan het breien bent, heb je nog een tweede alternatief. Je zou het kunnen gebruiken als zakje. Maar dan heb je uiteraard nog genoeg wol nodig om een tweede te maken. En dan zal je ook weer meer naaiwerk hebben. Maar wel minder overschot.

Nog wat bijkomende info

Nu ik er zo over nadenk, zou ik eigenlijk ook nog andere info op mijn kaartje kunnen noteren. Eigenlijk alle info dat ik kan aflezen van het proeflapje. Zoals het totale aantal steken en het gewicht van het proeflapje. Zo kan ik ook makkelijker rekenen hoeveel wol ik voor dat nieuwe project zou nodig hebben.

Ja, dat ga ik ook alvast doen. Al denk ik wel dat ik misschien nog iets vergeten zou kunnen zijn. Maar dat zien we dan wel weer. Wat doe jij met je proeflapjes?

Nieuwe werken

Quiet Bay shawl

Joepie, er is nog een project af. De MKAL van Sweet Georgia van dit jaar, de Quiet Bay shawl. Vorige week kregen jullie al een kleine preview tijdens het blokken. Nu zijn alle draadjes ingewerkt (ja, ik deed het onmiddellijk) en is hij volledig klaar.

Door het afwerken van mijn Raglantrui had ik opeens door waarom ik het allemaal doe. Een project helemaal afmaken en het kunnen dragen is zo fantastisch. Dus heb ik gebruik gemaakt van die positieve ingesteldheid om hem direct volledig af te werken.

En dit is het resultaat:

Wat is een MKAL?

MKAL staat voor Mystery Knit Along. Het is een patroon waar je elke week een stukje van ontvangt. Je weet niet op voorhand hoe het stuk er zal uitzien. Het is een goeie oefening om timemanagement onder de knie te krijgen. En voor mij ook een belangrijke: vertrouwen hebben dat het eindresultaat goed zal zijn.

Je breit het samen met een heleboel mensen, of je kan het helemaal alleen doen. Het idee erachter is dat je gewoon verder breit tot het af is. Als je voorloopt, zit er helaas niets anders op dan te wachten tot de volgende tip. Als je achterloopt, brei je gewoon lekker verder op jouw tempo en start je de volgende tip als je er klaar voor bent.

Leerproces

In het begin was ik wat terughoudend om de shawl te maken. Ik wist nog goed hoe lang het duurde om die laatste paar rijen te breien van de Laurel Mist shawl. Maar ik keek er toch zo naar uit om hem te maken, dat ik uiteindelijk er niet zo lang over hoefde nadenken.

Japanse verkorte toeren

Met breien ben je eigenlijk nooit klaar met leren en tijdens het breien van deze shawl was dat weer niet anders. Het is een patroon met een heleboel techniek. Toen ik startte, had ik er wel vertrouwen in. Tot ik plots met de Japanse verkorte toeren begon. Om dat uit te dokteren, ben ik toch een paar keer opnieuw begonnen.

Dit was de eerste keer dat ik deze techniek tegen kwam. Het is eigenlijk een variant op gewone verkorte toeren. Nu ik het onder de knie heb, vind ik het een hele efficiënte manier. Al ben ik bang dat ik niet al mijn steken zou terug vinden wanneer ik zou moeten uittrekken. Het zijn de steekmarkeerders die je het overzicht geven.

Planning

Daarnaast heeft het me ook een enorm inzicht gegeven in timemanagement. Deze MKAL wordt in 5 weken gemaakt. Elke week is er een tip van ongeveer 50 rijen. In het begin valt dat natuurlijk wel mee. Maar in de laatste week is je rij al serieus lang geworden.

Ik heb me er bij neer gelegd dat het met een fulltime job niet mogelijk is (voor mij toch) om deze shawl af te werken. Dus gun ik mezelf volgend jaar wat extra tijd. In plaats van een week, neem ik er twee. Het belangrijkste is dat je het graag blijft doen. En als je het gevoel hebt dat je moet breien, dan is het natuurlijk niet meer plezant. Al was het dit jaar wel een van mijn doelstellingen om mee te zijn. Waarom staan die tips toch zo strak? Maar ik vind dit ook wel een mooi alternatief.

Mozaiekbreien

En het was een hele goeie oefening om mijn techniek in mozaiekbreien te verbeteren. Dit was niet de eerste keer. Maar ik had het nog niet zo veel toegepast. Om de zoveel rijen is er een ander patroon om te volgen. Dat maakt de shawl nog net iets specialer.

Tijdens de voorbereidingsfase kreeg ik van Ruth Nguyen (de ontwerper van het patroon) een mooie tip mee. Brei de rijen met afgehaalde steken in een groter nummer. Door dat je een steek overslaat bij het breien, is het draadje aan de achterkant van je werk korter. Zo kan de afgehaalde steek wat compacter worden. Door met een groter nummer breinaalden te werken, kan je dat probleem verhelpen.

Anders

Ook al ben ik blij dat het project afgeraakt is. Er zijn toch een paar dingen die ik anders zou aanpakken, de volgende keer dat ik het zou maken.

De breiwol die ik gebruikte voor dit project wijkt af van het patroon. Ik gebruikte Metropolis van Scheepjes in kleuren Naples (043), Tokyo (061) en Jakarta (071). Als ik het opnieuw zou maken, zou ik het grijs nog iets lichter nemen. Dan zou de overgang tussen de kleuren misschien iets minder hard zijn.

En ook al is het een mooie shawl, persoonlijk vind ik hem iets te lang om te kunnen dragen. Als ik het opnieuw zou maken, zou het eerder als een cowl zijn. Dan duurt het ineens ook minder lang om te maken, ha. Al zijn er nog zoveel mooie dingen die ik eerst wil maken. Misschien later…

Al bij al, vond ik deze shawl nog leuk om te maken. Ik had niet het gevoel dat de bovenste toeren zo lang waren als bij het patroon van vorig jaar. Al is hij in afgewerkte afmeting zeker 50cm langer. Ik heb gemengde gevoelens. Wat vind jij er van?

Bronnen

Basis

Blocken

Blocken of niet blocken. Dat is de vraag. Misschien vind je het te veel werk. Maar misschien is dat werk het echt wel waard. Even de moeite om het van dichter te bekijken.

Wat is het?

Maar er is natuurlijk eerst de vraag: Wat is blocken? Het is een manier om onregelmatigheden uit je werk te halen door het nat te maken en op te spannen. Er zijn verschillende methodes, afhankelijk van het soort wol en de techniek die je gebruikt. Voor een trui kan je de afzonderlijke delen tussen handdoeken en met wat gewicht op laten drogen. Voor ajourwerk wil je het eerder opgespannen laten drogen.

Over het algemeen zijn er drie methodes:

  • de natte methode
  • stoomblocken
  • natte doek en besproeien

Om te weten welke manier je kan gebruiken, kan je het wasvoorschrift van je wol bekijken. Als je ze makkelijk kan wassen, mag je natter blokken. Of misschien heeft een van deze methodes gewoon je voorkeur. Dat is ook prima. Maar als je met acryl garen breide, gebruik je best een andere methode dan stoomblocken. Want dat haalt het leven uit je garen.

Ik gebruik meestal de natte methode, omdat je er weinig mis mee kan doen. Je krijgt je werk door en door nat, waardoor je het makkelijk in de juiste vorm en afmetingen krijgt. Al duurt het dan natuurlijk wel langer om te drogen. Gelukkig kan je ondertussen lekker genieten van je favoriete serie onder een dekentje en een lekker kopje koffie.

Wat zijn de voordelen?

Ken je ook dat zalige gevoel van trots dat je project eindelijk af is? Het liefste zou je het dan natuurlijk onmiddellijk gaan dragen. Waarom zou je dan nog dat hele gedoe van blocken er tussen nemen? Blocken geeft eigenlijk de finishing touch aan je project. Als je er de tijd voor neemt, maak je de uren dat je erin gestopt hebt om het te maken, nog zo veel waardevoller.

Het is een enorme meerwaarde voor je project. Het zorgt er voor dat het er mooier en gelijkmatiger uitziet. Weg kleine onregelmatigheden. Je kan de steken als ze nat zijn een beetje manipuleren, zodat ze dezelfde grote worden en genoeg ruimte krijgen om tot hun recht te komen.

Als je delen aan elkaar te naaien hebt, is het zeker een aanrader. Het zorgt er voor dat de delen platter worden en de randen minder opkrullen. Heel gemakkelijk dus om de kantsteken te vinden bij het aan elkaar naaien.

Voor ajourwerk zou ik het ook zeker aanraden. Door het blocken, komen de openingen van de omslagen veel mooier uit en komt het pas echt tot zijn recht. Als je het niet zou doen, hebben ze de neiging om naar de achterkant van je werk te trekken, waardoor ze minder goed zichtbaar zijn.

Maar misschien is dit wel de belangrijkste reden. Het zorgt er voor dat je werk de juiste vorm en afmetingen krijgt. Het is handig om de afmetingen van het afgewerkte project die in je werkomschrijving staan bij de hand te hebben. Tijdens het blocken zorg je er gewoon voor dat de lengtes en breedtes hiermee overeen komen.

Hoe doe je het?

Met de natte methode wil je wel opletten dat je breiwerk niet vervilt. Door de vele handelingen kan wol of gemengde garen met veel wol wat gaan pluizen of vervilten. Het water niet te warm nemen, minder handelingen en voorzichtig te werk gaan, kunnen je helpen. Voor katoenen garens zijn de andere manieren beter geschikt.

Ik wil even het voorbeeld van de Quiet Bay shawl gebruiken. Zo ziet het er uit voor het blocken:

Dompel je breiwerk volledig onder in lauw water en laat het een kwartier rusten. Zo ben je zeker dat alle lucht er uit is en dat je werk echt helemaal nat is. Beweeg het werk zo weinig mogelijk bij dit proces.

Haal het daarna eruit en duw zoveel mogelijk water uit je werk. Let op dat je niet gaat wringen, want dan is het helemaal om zeep. Duwen is de boodschap. Je kan het altijd eerst even laten uitlekken om er al zoveel mogelijk water uit te krijgen. En erna kan je het werk nog tussen een handdoek leggen, om het resterende water er ook nog zo veel mogelijk uit te krijgen.

Maak een opstelling van een plastieken ondergrond met een droge handdoek er boven. Leg hierop dan je breiwerk. Let erop dat je werk niet gaat uittrekken door het gewicht van het water. In dit stadium kan je er voor zorgen dat je werk de juiste afmetingen krijgt, door het iets meer of minder uit te rekken. Zet het werk dan vast met kopspelden.

Zijn er tips?

Sommige mensen raden aan om Eucalan bij het water te voegen. Maar dit helpt enkel als je wol van dierlijke vezels gebruikt. Het maakt de vezels zachter door de lanoline die er in aanwezig is. Omdat het werk dan soepeler wordt is het nog makkelijker om het in de juiste vorm te krijgen en worden de steken net nog iets regelmatiger. Zelf heb ik het nog niet geprobeerd.

Er bestaan ook speciale blockpinnetjes die je helpen tijd te besparen. Ze zijn iets langer en hebben verschillende naaldjes, waardoor je sneller klaar bent.

En er bestaan ook speciale blockmatten. Je kan ze als een puzzel in elkaar leggen afhankelijk van de lengte of breedte van je werk. Zo heb je altijd genoeg plaats en weet je dat je werk goed ligt.

Het vraagt dus wat meer tijd, maar het is die tijd zeker waard. Block jij je werk?

Bronnen

Nieuwe werken

Raglantrui

Eindelijk is het zover. Mijn raglantrui is af. Joepi. Na veel zweet en tranen is het me toch gelukt. En wat ben ik trots. Alleen al dat het me gelukt is om hem af te krijgen.

Tja, het mag wel gezegd zijn dat dit project niet echt van een leien dakje gelopen is. Ik heb een paar keer moeten uittrekken en opnieuw beginnen om verschillende redenen. En mijn planning is volledig in het honderd gelopen. Maar ik heb er ook van bijgeleerd. En mocht je het nog niet door hebben, ik ben echt blij met het resultaat.

Over uittrekken en opnieuw beginnen

Misschien ben ik toch iets te enthousiast begonnen. Ik had het proeflapje klaar en ik ben dan maar direct begonnen. Ik had het voor en achterpand al af toen ik besefte dat ik niet genoeg wol overhad om de twee mouwen te breien. Ik had er nooit bij stil gestaan om uit te rekenen hoeveel wol ik voor welk deel precies nodig zou hebben.

Met wat tegenzin, maar toen nog met goeie moed, ben ik herbegonnen. Ik heb meer van het bruine kleur gebruikt om groen en geel te compenseren. So far, so good. Maar ik kwam er nog steeds niet. Uiteindelijk zat er niet anders op om de gewone mouwen aan te passen naar driekwart mouwen. Ook mooi, maar wel een compromis.

Ik was klaar om te beginnen aan de minderingen van de mouwen. Ik had ergens in mijn hoofd dat ik dezelfde minderingen nodig had als de minderingen op voor- en achterpand. Ik was bijna boven toen ik besefte dat ik niet zou uitkomen. Dus opnieuw uittrekken en herbeginnen.

Ik had niet opgemerkt dat om aan het juiste aantal steken bovenaan goed uit te komen, ik beter opnieuw de minderingen zou tellen. Na die berekening vielen de puzzelstukjes in elkaar en kon ik weer opnieuw beginnen.

Uiteindelijk had ik dan alle stukken klaar. Maar ik zag er zo tegenop om de trui in elkaar te steken. Door het uittrekken en opnieuw breien, had ik heel veel werk om alle uiteinden in te naaien. En ja, geef toe. Wie doet dat wel graag?

Maar toch. Ik heb er werk van gemaakt. Want wat is het alternatief. Een onafgewerkte trui. En dat vond ik zonde, want dan zou al dat uittrekken en opnieuw beginnen helemaal voor niets geweest zijn.

Toen alles aan elkaar genaaid was en alle draadjes ingewerkt waren, kon ik de boord breien. Gelukkig had ik opgezocht hoeveel steken ik nodig had om goed uit te komen en heb ik dat stuk niet opnieuw hoeven doen. Maar, zoals je kon lezen vorige week, heb ik het afkanten anders aangepakt met elastisch afkanten.

Over gewijzigde plannen

Soms kan het helemaal anders uitdraaien dan je voordien dacht. Ik had gedacht om er in 12 weken te geraken. Elke week een aantal rijen en klaar. Maar door al dat uittrekken en opnieuw beginnen, zag ik het gewoon even niet zitten en heb ik er niet aan verder gewerkt. Die 12 weken werden uiteindelijk 9 maanden. Maar dat is op zich niet zo erg. Want ondertussen heb ik andere projecten gemaakt en is de trui nu wel afgeraakt.

Toen ik voor de eerste keer herbegon, heb ik de keuze gemaakt om de averechtse rij tussen de strepen weg te laten. Toen ik het concept in mijn hoofd had, was ik er gewoon niet zeker van. Wat zou het mooist zijn? Ik heb gegokt en besloten om ze gewoon rechts te breien. Nu vind ik dat het ook mooi zou geweest zijn als ik het wel zou gedaan hebben.

Zoals ik al zei, zijn de mouwen ook iets anders geworden door het wol tekort. Ik had voorzien dat het een wintertrui zou worden met lange mouwen. Maar dat is dus anders uitgedraaid. Uiteindelijk zijn het driekwart mouwen geworden.

Over bijleren

Ik had het al gezien toen ik bezig was met een paar gestreepte sokken. Aan het begin van elke rij, verspringt het kleur. Als je er over nadenkt, is het eigenlijk wel logisch. Want aan het einde van je rij zit je hoger. Na wat onderzoek, ontdekte ik een paar tips hiervoor. Nu is de overgang tussen de strepen bijna onzichtbaar.

Dit was de eerste keer dat ik een raglantrui breide. Het heeft me inzicht gegeven in hoe zo’n trui in elkaar zit en wat het zo specifiek maakt. En door het te maken, heb ik het ook onder de knie. Al zal het misschien nog even duren voor ik een tweede maak.

De tips die ik vond om het aantal steken op de nemen voor de hals en het elastisch afkanten waren geniaal. Nadat ik ze gevonden had, leken ze me ook logisch. En ik draag ze zeker mee voor volgende projecten.

Over gevestigde waarden

Het maken van deze trui heeft ook een paar dingen bevestigd die ik al wist. Al was ik ze hier gewoon even uit het oog verloren.

Brei altijd je mouwen tegelijkertijd. Ik zou deze aan iedereen willen aanraden. Enkel zo krijg je ze helemaal gelijk. Want ook al maak je notities, soms komt het gewoon niet uit. Hier heb ik het niet gedaan, en ik heb bovenaan de ene mouw een ander aantal steken dan de andere mouw.

En voorbereiding is alles. Proeflapjes zijn zo belangrijk. Maar de info die je er kan uithalen is nog zoveel belangrijker. Als je met verschillende kleuren werkt, wil je ook per kleur rekenen. Hoeveel kleur heb je en wil je gebruiken?

Je mag fouten maken. Daar leer je van. En een beetje wabi-sabi kan helemaal geen kwaad. Je maakt een uniek stuk, want. Het is handgemaakt en van jou. Het hoeft niet altijd perfect te zijn, want het vertelt een verhaal. En als je het aan niemand zegt, hoeven ze het niet te weten (shhhh).

Over voldoening

Wat ben ik blij dat mijn trui past. Omdat ik een zelfgemaakt patroon volgde, blijft het natuurlijk altijd een risico. Maar uiteindelijk is het gelukt en dat is het belangrijkste. Het geeft zoveel voldoening en vertrouwen.

En ik ben ook heel tevreden met de kleurencombinatie. De wol die ik gebruikte komt van Sweet Georgia in Canada, gekocht tijdens de tweede lockdown. De kleurencombinatie heet Tofino Roadtrip en is oorspronkelijk in sokkenwol te krijgen. Maar ik heb de kleuren in een dikkere versie besteld.

Nu kan ik er dubbel van gaan genieten. Het maken is gedaan. Nu kan ik hem aan doen. Ik kijk er zo naar uit. Maar, zou het toch niet te fris zijn met die driekwart mouwen?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Normaal vs. elastisch afkanten

Na enorme frustratie deze week, heb ik iets ontdekt. Ik was dus effectief mijn raglantrui aan het afwerken (ja, eindelijk). De losse stukken aan elkaar naaien en alle draadjes inwerken. Ik heb ook al de boord voor de hals gebreid. Slim als ik was, paste ik de trui zelfs voor ik hem zou afkanten. Want tja, stel je voor dat het niet zou passen. Gelukkig paste het perfect.

Voor het afkanten gebruikte ik de normale manier (of toch die dat ik al altijd gebruikte). Maar tot mijn grote ergernis kon mijn hoofd er niet meer door. Ik kon er wel mee gooien. Voor de Quiet Bay shawl vroeg het patroon ook om rekbaar af te kanten. Maar omdat ik niet wist dat dit eigenlijk een techniek was, begreep ik het niet zo goed. Ik dacht dat het gewoon een omschrijving van het begrip was.

Maar het noemt dus letterlijk elastisch afkanten. En hoe doe je het dan precies? Na wat onderzoek heb ik deze andere manier van afkanten teruggevonden. Ze is inderdaad veel rekbaarder is. Dus na het opnieuw uittrekken en herafkanten past mijn raglantrui nu echt.

Normaal afkanten

Laten we deze voor het gemak maar zo noemen. Ik heb eigenlijk geen idee hoe ze werkelijk noemt. Maar dit is het principe: je breit 2 steken en haalt de eerste dan over de tweede. Dan brei je telkens één steek verder en haal je verder steeds de eerste steek over de tweede.

Hiervoor brei je de steken zoals ze op de naald zitten, want je volgt nog steeds het patroon. Even een voorbeeld om het wat duidelijker te maken. Bij tricotsteek brei je op een even rij averechts. Als je dan afkant in de volgende oneven rij, brei je alle steken rechts.

Maar bij deze manier is er dus een limiet op de rekbaarheid. Daarnaast zou je ook problemen kunnen krijgen als je te strak of te los afkant. Als je te strak afkant, kan je werk naar boven toe versmallen. Een omgekeerd resultaat krijg je dan als je te los afkant. Mijn tip hierbij is, met dezelfde spanning breien als de rest van je werk. Trek zeker die steek niet extra aan. Want dan krijg je ook moeilijkheden met het overhalen van de steken.

Elastisch afkanten

Soms heb je gewoon iets anders nodig en heb je een afkantrij nodig die nog rekbaar is. Zoals in dit voorbeeld de hals van mijn trui. Maar denk ook aan sokken (als je ze vanaf de teen naar boven breit), of een muts. Niets zo erg als de rand die in je huid nijpt.

De truc zit er hem in dat je de steken niet over haalt, maar samen breit. Ook hier brei je de steken zoals ze zich voor doen op de naald. Je breit er 2. Als je tweede steek een rechtse was, brei je de 2 steken rechts samen door de achterste lus. Als je tweede steek een averechtse was, brei je de 2 steken averechts samen. Dan brei je opnieuw telkens één steek verder om dan opnieuw samen te breien.

Een video kan altijd helpen om het even voor je te zien.

Wauw. Het resultaat mag er dus zeker zijn. Je werkt rekt zoveel meer uit. Dus echt ideaal voor rekbare randen. Ik denk dat ik daar het onderscheid zou maken. Als je rand niet per se rekbaar hoeft te zijn, zou ik normaal afkanten. Liever wel rekbaar, dan zou ik deze elastische manier proberen.

Andere manieren

Eigenlijk heb ik er nooit bij stil gestaan dat er nog andere manieren voor afkanten zouden kunnen zijn. Daarom heb ik tot nu toe steeds de normale manier gebruikt. Maar als ik me goed herinner, heb ik bij de Laurel Mist Shawl ook elastisch afgekant. Alleen stond het daar gewoon omschreven wat je moest doen. Het werd dus niet benoemt als elastisch afkanten.

Tijdens het onderzoek naar deze nieuwe manier, kwam ik ook nog een heleboel andere manieren tegen. Met een stopnaald, haaknaald of punniknaald. Die haaknaald zou ik ook nog kunnen overwegen. Maar mijn voorkeur ging vooral uit naar de samenbrei methode, omdat je hiervoor geen extra materiaal nodig hebt.

Ik heb dus alweer iets bijgeleerd deze week. Wist jij dat dit bestond? En welke methode gebruik jij meestal?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Halloweenpatronen

Het is weer bijna zover. Volgende week kunnen we iedereen weer lekker bang maken, want het is dan Halloween. De avond voor Allerheiligen waar geesten weer even tot leven komen. Pompoenen worden geoogst, kinderen gaan van deur tot deur om snoepjes te verzamelen en we herdenken de doden.

Al is het niet mijn favoriete dag van het jaar (tja, ik ben niet zo graag bang), er zijn wel een heleboel leuke dingen om te maken. Dus vier ik Halloween een beetje op mijn eigen manier. Ik geef je graag wat inspiratie.

Mr Pumpkin (door Monstrodom)

Voor de amigurumi liefhebbers zijn er tal van mooie popjes om te maken. Toen ik deze zag was ik op slag verliefd. Zoooo schattig. Ideaal voor mensen zoals ik, die liever niet bang zijn, maar toch willen vieren.

Valiant Poncho (door Brome Fields)

En nu het wat kouder wordt en de herfst er aan komt, is deze poncho iets wat niet in je kast mag ontbreken. Het is een makkelijk patroon dat plat gebreid wordt in 2 stukken. Daarna wordt het aan elkaar genaaid. Je kan er zelfs een kap bij maken. Lekker warm en het brengt je helemaal in de sfeer.

Bowl of Teeth (door Drops Design)

Ben je eerder op zoek naar iets om je lekkernijen in te leggen? Zelfgemaakte mandjes zijn hier perfect voor. Je haakt eerst de onderkant daarna pas je het motief toe op de rand. Tja, soms wil je het gewoon even praktisch aanpakken.

Country Pumpkins (door Sewrella)

Niets zegt meer Halloween dan deze pompoenen, toch? Je kan er zoveel maken als je wil en ze overal in huis leggen. Zo ben je ook onmiddellijk van die wolrestjes vanaf. Wel niet opeten, natuurlijk.

Forgotten Lore Shawl (door Fiber & Fox)

Wanneer je graag iets rond je schouders hebt, vind ik deze shawl wel een leuke optie. Je voelt je onmiddellijk als een vleermuis in huis. Laat je niet afschrikken. Het lijkt misschien veel werk, maar je gebruikt een grotere haaknaald. Het zal sneller gaan dan je denkt.

Zo, nu ben je helemaal in de stemming om te gaan griezelen. Veel plezier. Hoe breng jij Halloween door?

Bronnen

Over Sjette

Breien is goed voor je

We kunnen het er allemaal over een zijn. Breien is goed voor ons. Er zijn zoveel voordelen dat je niet anders kan dan beginnen met breien. En als je nog niet overtuigd zou zijn, zal je dat wel zijn na het lezen van deze post.

Plezier

Al weet jij het best waarom je er ooit aan begonnen bent en het wil blijven doen. Het is gewoon zo leuk! Je doet het eerst en vooral omdat je het graag doet. Al kan je nu heel goedkoop gebreide truien in de winkel of online vinden. Er gaat niets boven het plezier van zelf iets maken.

Ondertussen brei ik nu al zolang dat ik eigenlijk niet meer goed weet om welke reden ik er aan begonnen ben. Op een dag had moetje (m’n oma aan papa’s kant) wol en naalden mee. Ik ben gewoon beginnen breien. Na een pauze van een aantal jaar heb ik het dan weer opgenomen. En omdat ik het zo leuk vind, doe ik het nog altijd.

Zelf dingen maken kan zoveel voldoening geven. Je hebt het gevoel dat je je tijd nuttig doorbrengt terwijl je iets moois aan het maken bent.

Iets unieks

Als je zelf je kledingstukken maakt, heb je enorm veel mogelijkheden. Je maakt iets wat anderen niet in hun kleerkast hebben hangen. Je kan kiezen in welke kleur en materiaal je het maakt. Dus zelfs als je in groep iets maakt, heb je toch weer telkens een uniek stuk.

En net omdat je iets unieks gemaakt hebt, kan je echt wel trots zijn op jezelf (al is dat voor mij nog een werkpuntje). Want je doet het toch maar.

Genieten

Bij handwerk kan je altijd dubbel genieten. Zowel van het maken als van het dragen. Je kiest voor een mooie zachte wol die je al vanaf het begin laat wegdromen. En natuurlijk doe je dat in een kleur dat je mooi vindt of waar je mooi mee staat. Dus straal je gewoon als je het draagt.

Als je voor kwaliteitsvolle wol kiest en goed voor je project zorgt, kan je er meestal jarenlang van genieten. Die is stevig en kleurvast, zodat je een heel duurzaam project maakt. En het idee dat je het zelf gemaakt hebt, is natuurlijk de kers op de taart.

Mensen ontmoeten

Voor mij is deze ook een hele belangrijke reden. Je kan natuurlijk thuis in de zetel zitten breien. Daar is niets mis mee. Maar breien kan mensen verbinden. De dag van vandaag kan je heel makkelijk mensen ontmoeten die ook zo graag doen wat jij doet. Er bestaan creacafés of je kan gewoon lekker buiten breien en een babbeltje maken met voorbijgangers. Maar als je toch liever in die zetel wil blijven zitten, kan je ook online mensen ontmoeten met dezelfde hobby.

Sociaal contact is enorm belangrijk. Dat hebben we allemaal gemerkt tijdens de afgelopen lockdowns. En een gemeenschappelijke hobby geeft je ineens een aanknopingspunt om een gesprek te starten. Je ziet wat andere mensen maken en dat kan je dan alweer extra inspiratie geven.

Bijleren

Door samen te komen met anderen die ook leven voor handwerk, kan je altijd wel iets nieuws leren. Misschien pakt iemand iets anders aan dan jij, maar had je het zo nog niet bedacht. Dat helpt je groeien. Dat is zeker.

Want laat ons het eens zijn over een ding. Je bent nooit uitgeleerd met breien. Er zijn zoveel technieken. In het laatste jaar heb ik nog zoveel bijgeleerd (zoals ajourbreien en Portugees breien) en ondertussen brei ik al meer dan 20 jaar. Maar als je net start, geef jezelf dan de tijd om het onder de knie te krijgen.

Maar daarnaast hou je de traditie ook in ere en kan je het doorgeven aan de volgende generatie. Wat op zich ook iets prachtigs is. Je kan jouw ervaring delen met anderen. Of je kan je projecten delen met anderen. Want wie krijgt nu niet graag een gebreid cadeau?

Therapeutisch

Als je al een gevorderde breister/breier bent, zal je er waarschijnlijk niet echt meer op letten. Maar het klikkende geluiden van je breinaalden zorgen voor een rustgevend effect. Je komt als het ware een beetje in een soort trance, een flow en dat is gewoonweg zalig.

Als je nog maar een beginnende breister/breier bent, raad ik je aan om niet op te geven. Telkens dezelfde bewegingen maken, vraagt wel wat concentratie. Maar eens het een automatisme wordt, kunnen die bewegingen er ook voor zorgen dat jij kan genieten van die trance/flow.

Het helpt ook om gewoon eens niet te hoeven denken aan de dagelijkse sleur en problemen. Je hebt iets om handen die je afleidt. Al dien je er dan wel tijd voor vrij te maken in je al zo drukke agenda. Met andere woorden, neem dat rustmomentje. Zeker doen, want je bent het waard hoor!

Motoriek

Het heeft niet enkel met hand-oog coördinatie te maken. Terwijl je aan het breien bent, train je je hersenen. Er zijn verschillende delen in de hersenen die tegelijkertijd werken. De frontale kwab zorgt voor je aandacht, planning en uitvoering. De pariëtale kwab zorgt voor informatie van zintuigen en ruimtelijke navigatie. De occipitale kwab verwerkt de visuele informatie. De temporale kwab interpreteert de taal en geeft er betekenis aan. En het cerebellum zorgt dan weer voor precisie en juiste timing van de bewegingen. Alles gecombineerd zorgt dat kortom voor een verbetering van je fijne motoriek.

Maar daarnaast stimuleert het ook de geest. Want hoe meer je je hersenen gebruikt, hoe langer je geest fit blijft. En daar kan je niet jong genoeg aan beginnen. Een gezonde geest is één ding. Je wil natuurlijk ook een gezond lichaam. Maar ook daar kan ik je gerust stellen. Regelmatig op een rustige manier breien, zorgt er voor dat je gewrichten in beweging blijven. Maar overdrijf niet. Door een ongemakkelijke houding of krampachtige bewegingen, kan je het omgekeerde effect bekomen. Ontspannend breien is hier de boodschap.

Er zijn echt alleen maar voordelen, nu ik er over nadenk. Deze redenen zijn allemaal op mij van toepassing. Ik maak gewoon zo graag iets unieks. Al is ervan genieten nog een werkpunt, dat therapeutische effect zorgt inderdaad wel voor een rustmoment. En hoe kan je dat beter doen dan met mensen die eenzelfde liefde hebben voor handwerk. En jij, waarom brei jij zo graag?

Bronnen

Basis

Kantsteken

Vandaag wil ik het even over kantsteken hebben. Je zou het niet verwachten, maar ze zijn echt belangrijk. En het kan je werk naar een hoger niveau tillen. Wat is het? Welke soorten zijn er? En wanneer gebruik je welke soort?

Kantsteken

De kantsteken van je werk zijn telkens de eerste en laatste steek of steken. Die worden net iets anders gebreid dan de rest van de rij.

Als je geen kantsteek maakt, kunnen de randen slordiger zijn. Kantsteken zorgen dus eigenlijk voor een nettere rand. Maar ze kunnen ook decoratief zijn of ervoor zorgen dat de randen minder of niet opkrullen. Meestal zie je ze bij tricotsteek (ja, tricotsteek krult), maar eigenlijk kan je ze met elke steek toepassen.

Als je een trui maakt, helpt de kantsteek je te zien waar je later naait. Omdat je een mooiere scheiding krijgt tussen de eerste en tweede en de voorlaatste en laatste steek. Het helpt ook bij het opnemen van steken voor een hals of een mouw.

Soorten

Over het algemeen kan je 2 soorten onderscheiden. Het verschil zit hem in de afwerking van je project. Is de rand nog zichtbaar zoals bij een sjaal? Dan werk je best met afgehaalde steken. Is die niet meer zichtbaar zoals bij een naad van een trui? Dan brei je best de steken.

Bij gebreide kantsteken brei je de eerste en laatste steek van iedere rij. Maar dat doe je op een andere manier. Zo krijg je netjes dat onderscheid tussen de steken.

Bij afgehaalde kantsteken brei je de eerste steek niet en de laatste wel. Je breit ze dus om de 2 rijen, waardoor ze wat langer worden en netjes boven elkaar uitkomen. Deze wil je dus gebruiken als de rand zichtbaar zal blijven.

Steken afhalen kan je op twee manieren doen. Rechts en averechts. Om rechts af te halen, steek je de naald in de steek alsof je hem rechts zou breien. In plaats van hem te breien, haal je hem over op de rechter naald. Hou de draad aan de achterkant van je werk. Om averechts af te halen, steek je de naald in de steek alsof je hem averechts zou breien. Hou hiervoor de draad aan de voorkant van je werk.

Ribbelkantsteek

Ik denk dat deze van alle kantsteken misschien wel het meest gekend is. En hij is vrij eenvoudig. Want je hoeft enkel de rechtse steek te gebruiken. Deze wil je zeker gebruiken bij het breien van een trui.

Alle rijen: Brei de eerste en laatste steek rechts.

Kettingkantsteek

Deze wil je gebruiken voor een nette zichtbare rand. Maar ook als je nog steken wil opnemen aan die rand. Het houdt in dat je de eerste steek afhaalt en de laatste steek breit.

Oneven rij: Haal de eerste steek rechts af. Brei de laatste steek rechts.
Even rij: Haal de eerste steek averechts af. Brei de laatste steek averechts.

Afgehaalde ribbelkantsteek

Oké, toegegeven. Deze valt er een beetje tussenin. Maar omdat je een naad krijgt die helpt voor bij het innaaien, wil ik deze toch in de categorie gebreide kantsteken plaatsen. Bij deze kantsteek combineer je de technieken.

Alle rijen: Haal de eerste steek rechts af. Brei de laatste steek rechts.

Dubbel afgehaalde ribbelkantsteek

Vind je nog dat de rand van je werk te veel omkrult, dan kan je deze steek gebruiken. In tegenstelling tot de afgehaalde ribbelkantsteek, wordt deze dan weer gebruikt als decoratieve zichtbare rand. Omdat je twee steken als kantsteek gebruikt, wordt de rand gestructureerder en zal die minder krullen.

Alle rijen: Haal de eerste steek averechts af. Brei de tweede steek en de twee laatste steken rechts.

Dubbele I-cordkantsteek

Deze kantsteek is een variatie op de dubbel afgehaalde ribbelkantsteek, maar iets net iets moeilijker. Ze zorgt voor een gladde en stevige decoratieve rand. Deze wil je dus zichtbaar houden.

Oneven rijen: Haal de eerste steek rechts af. Brei de volgende steek rechts. Brei tot de laatste twee steken. Haal de voorlaatste steek averechts af. Brei de laatste steek averechts.
Even rijen: Haal de eerste steek averechts af. Brei de volgende steek averechts. Brei tot de laatste twee steken. Haal de voorlaatste steek averechts af met de draad aan de voorkant van het werk. Brei de laatste steek averechts.

Naast deze 5 manieren, bestaan er nog een heleboel andere variaties. Sommige gebruiken zelfs gedraaide steken. Maar naar mijn gevoel, kom je met deze al een heel eind verder. Het kan misschien wel wat gedoe lijken, maar het eindresultaat spreekt toch wel voor zelf.

Zelf hou ik het meestal bij de ribbelkantsteek als de naden onzichtbaar zullen zijn en de kettingkantsteek voor als de naden zichtbaar zullen zijn. Maak jij een kantsteek aan je werk? En welke gebruik je dan?

Bronnen

Steek van de maand

Stersteek

Deze steek staat al een hele tijd op mijn verlanglijstje. Gewoon omdat ik ze zo prachtig vind. De manier waarop de sterren in elkaar overlopen, doet me denken aan loslaten en problemen vergeten. Eventjes wegdromen in een zee van sterren.

De steek

Het is al een hele tijd geleden dat ik nog gehaakt heb en ik wil eerst echt mijn andere projecten afwerken, voor ik weer aan iets nieuws begin. Anders vrees ik dat het er niet meer van zal komen. Want er is zoveel moois om te maken. Deze steek zou ik graag gebruiken om een rechte sjaal te haken.

Een ster bestaat uit twee rijen. In de eerste rij maak je de onderste beentjes en dan in de tweede rij de bovenste. Dat maakt het ook ideaal om met kleuren te werken. Al was ik vroeger al eens begonnen met wol die verloopt van kleur, ik was niet zo overtuigd van het resultaat. Het is wel prachtig als je om de 2 rijen van kleur wisselt. Zo komen ze echt mooi tot hun recht.

Niveau

Om de ster te maken, heb je lossen, vasten en halvestokjes nodig. Als je die kent, ben je vertrokken. Je hoeft dus zeker nog geen gevorderde te zijn om deze steek uit te proberen. Ben je dat wel, dan heb je deze steek onmiddellijk onder de knie.

Deze techniek vraagt toch nog wat extra kennis. Je maakt de ster pas af als je 6 lussen op je haaknaald hebt. Hiervoor ga je door de steek en neemt enkel de lussen op, zonder ze volledig te haken. Pas nadat er 6 lussen op je haaknaald zijn, maak je een vaste om de steek te sluiten.

Patroon

L = losse
V = vaste
HST = halfstokje

  • Maak een ketting van lossen in een veelvoud van 2 + 1.
  • Rij 1: 2 L, ga door de 1e L en neem de draad op, doe hetzelfde met de 2e L en de volgende 4 L (6 lussen op de haaknaald), 1 V door alle 6 lussen, 1 L (oog van de ster). *Ga door de 1e L van de oog van de vorige ster en neem de draad op, doe hetzelfde met de 2e en 3e L van de vorige ster en de volgende 2 L (6 lussen op de haaknaald), 1 V door alle 6 lussen, 1 L (oog van de ster).* Herhaal tot de voorlaatste steek. 1 HST in de laatste steek. Keer het werk.
  • Rij 2: 1 L, 1 V in dezelfde steek, 1V in het oog van de 1e ster, *2 V in het oog van de volgende ster*. Herhaal tot de voorlaatste steek. 1 V in de keerlossen van de vorige rij. Keer het werk.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot de gewenste lengte.

Ik kan heel goed begrijpen als deze omschrijving Chinees voor je zou zijn. Een video zegt in dit geval veel meer. Maar eens je het door hebt, is het eigenlijk alleen maar herhalen en krijg je het al snel onder de knie. Niet opgeven dus.

Tips

De Stersteek is een compacte steek, omdat er 1 vaste door 6 lussen gemaakt wordt. Als je het liever vast hebt, kan je gewoon de dikte van haaknaald gebruiken die op het etiket van je wol vermeld staat. Als je ze liever wat losser hebt, kan je een groter nummer nemen. Test het even op voorhand uit, zodat je tevreden bent met het resultaat.

Als je het oog van de ster niet goed kan vinden om de vasten in rij 2 te haken, dan kan je het werk even keren. Als die niet helemaal goed zit, gaat het effect wat verloren. En dat zou jammer zijn.

Toepassen

Omdat het net zo’n compacte steek is, is hij ideaal voor mandjes of iets anders die een stevige structuur nodig heeft. Omdat mandjes in het rond gehaakt worden, let je wel best op met de 2e rij. Het is nog steeds de bedoeling dat het werk gekeerd wordt, nadat je de 1e rij gesloten hebt met een halve vaste.

Maar hij is ook prachtig om te gebruiken voor een plaid of rechte sjaal. Omdat dit wat losser mag zijn, neem je dan die hogere nummer van haaknaald. Je kan spelen met kleurstrepen of het toch lekker in één kleur doen. Lekker knus zal het zeker zijn.

Oh nee, nu heb ik nog meer zin om al aan die sjaal te starten. Nog even van mijn hart een steen maken. Misschien ook een optie om de wol zelf te spinnen, dan heb ik nog even wat werk voor ik er kan aan beginnen. Alvast iets om over na te denken. Welke steek staat nog op jouw verlanglijstje en kan je niet wachten om te gebruiken in een nieuw project?

Bronnen