Droomproject

De kleuren voor mijn droomproject

Vandaag mag ik eindelijk de knoop doorhakken. Welke kleuren ga ik gebruiken voor mijn droomtrui? Spannend! Ik weet nu al met welk seizoenstype ik ben en met welke kleuren ik mooi sta. Dus mag het helemaal geen probleem zijn om die te kiezen

Kleurencombinatie

Omdat ik graag met een kleurverloop wil werken, lijkt me een analoge kleurencombinatie ideaal. Want als ik met meerdere kleuren zou werken en daarbovenop nog eens het ajourmotief, denk ik dat het een beetje veel zal worden.

En omdat ik een wintertype ben, kan ik eigenlijk alle kleuren vanaf rood (over blauw) tot groen kiezen. En waar ik ook rekening mee ga houden, is dat ik mooi sta met heldere kleuren.

Eerder had ik al beslist om met merinowol te werken. En zo was ik uitgekomen bij Katia Merino 100% wol. Maar ik ben ook eens verder gaan kijken en ik heb iets moois ontdekt.

Katia Merino 100%

Dit is 100% Merinowol en is verkrijgbaar bij Suzywol. Dus dat voldoet alvast aan de vereisten. Een bolletje is 50g, dus heb ik een 5-6 tal kleuren nodig om mijn droomtrui te maken.

Ook al zijn er heel veel kleuren beschikbaar. Hierin wordt het heel moeilijk om een analoge kleurcombinatie te maken. Bij rood en blauw vind ik wel 5 kleuren, maar bij groen maar 3. Dus dacht ik dat er misschien andere opties beter zouden zijn.

De mogelijke kleurensets:

Scheepjes Metropolis

Vrijdag was ik bij suzywol om wol te kiezen voor een bernadette die we met Femma gaan breien en ik zag de bolletjes Metropolis van scheepjes liggen. Wat me er in aantrok is dat ze heel veel kleuren hebben die in elkaar overlopen.

Zo kan ik eigenlijk een set maken met een 5-6 tal kleuren. Elke bol is 50g. De samenstelling van deze wol is 75% merino en 25% nylon. Maar omdat ze een dunnere naald (2,5-3) is, zou ik dan wel met dubbele draad werken. Dan zou ik met naald 5 of 5,5 kunnen werken.

Na een beetje puzzelen, kom ik op deze sets:

Mini colour fade kit

Online kwam ik een paar mooie sets tegen die ideaal zouden zijn om te gebruiken. Sweet Georgia Yarns maakt een combinatie van 6 minibollen die binnen één kleur van donker naar licht overgaat. Zoals ik al zei, ideaal dus voor mijn droomtrui.

De wol bestaat uit 80% merino wol en 20% nylon. Elk bolletje is 28g. Voor 6 bolletjes komt dat op 168g. Dus zal ik waarschijnlijk 2 sets nodig hebben.

Ze hebben deze kleurensets:

Knopen doorhakken

Dus hier ben ik weer met mijn dilemma, welke kleur ga ik kiezen? Ik heb al zoveel blauw. Blauwe broeken, blauwe t-shirts, blauwe truien. Het is bij mij zo’n beetje het kleur dat bij andere mensen bruin of zwart zou zijn. Veilig.

Dus misschien liever groen of rood. Ik ben altijd al een beetje bang geweest voor rood. Want als je in films de vrouwen in rode jurken ziet, vind ik het moeilijk om mezelf daar in voor te stellen. Maar ik sta er echt wel mooi mee. Na een test is het zeker een kleur die ik mag overwegen. Al denk ik misschien aan een subtieler rood (eerder naar bordeaux).

Omdat rood misschien volledig outside te box is en momenteel nog een stap te ver, is groen misschien een goeie keuze op dit moment. Ik heb wel al een paar groene kledingstukken in de kast hangen.

Maar misschien mag het ook wel eens iets anders zijn. En rood kan ik ook met veel combineren. Ja, ik ga er voor! Ik spring en ga voor rood. En dan vind ik de mini colour fade sets het best passen voor mijn trui. Want er zijn genoeg bolletjes en een zuiver kleurverloop.

Welke kleurencombinatie heeft jouw voorkeur? Laat maar weten.

Bronnen:

Droomproject

Zelf mooie kleurencombinaties maken

Een hele tijd terug heb ik je al eens meegenomen in de wonderlijke wereld van kleuren. Maar het is één ding om voorgestelde kleurencombinaties te gebruiken, stel je eens voor dat je dat zelf kan! Daarom wil ik je vandaag hier de basis uitleggen. Volgende week ga ik het dan toepassen op de seizoenstypes die we vorige week besproken hebben.

Maar voor je start, zijn er een paar begrippen om te bekijken. Die zullen een beetje meer inzicht geven in de verschillende soorten kleuren die er zijn. En wat zijn het er veel. Ter kleine herhaling kunnen er een paar items van mijn vorige post in terug komen. Je hebt dus zeker niets gemist, als je die niet zou gelezen hebben. (Maar als je nog eventjes tijd hebt, mag je dat zeker doen hoor!)

Begrippen

Tint

Onder een tint, verstaan we de kleur zelf. Bijvoorbeeld rood, geel, groen, … Dus de primaire, secundaire en tertiaire kleuren. Deze kleuren vind je op het standaard kleurenwiel.

Kleurwaarde

Dit wil iets zeggen over hoe licht of donker de kleur is. Door zwart toe te voegen aan een kleur wordt die donkerder. Door wit toe te voegen, wordt die lichter.

Als je tinten met ongeveer dezelfde kleurwaarde naast elkaar zou leggen en je neemt er een zwart-wit foto van, dan zullen ze ongeveer ook dezelfde grijstint hebben. Wat er automatisch voor zorgt dat ze goed bij elkaar passen.

Verzadiging

Verzadiging zegt iets over de hoeveelheid kleur er effectief in de tint aanwezig is. Er is niets meer fel dan puur geel. Maar door grijs toe te voegen, neemt de hoeveelheid geelpigment af. Waardoor er een genuanceerdere tint ontstaat.

Kleurtemperatuur

Deze is toch belangrijk om nog even te vermelden. Elke kleur heeft een temperatuur. Rood voelt warmer aan en blauw voelt koeler aan. Maar binnen een zelfde kleur kan je zowel een warme tint als een koude tint hebben. Je ziet dit vooral bij beiges en grijs. Blauwgrijs zal koeler aanvoelen dan bruingrijs.

Verschillende soorten standaard kleurencombinaties

Bij een kleurencombinatie kijken we naar hoe kleuren tegenover elkaar staan. Als je een paar kleuren naast elkaar legt en het een mooie combinatie vindt, dan zijn de kleuren in harmonie. Dit kan je instinctief al doen. Maar als dat bij jou zo niet is, dan zijn er zeker een paar vaste regels die zullen werken.

Monochroom

Als je kleuren binnen dezelfde tint, maar met een andere kleurwaarde naast elkaar legt, krijg je een monochrome kleurencombinatie. Je gebruikt lichtere en donkere versies van één kleur. Dit is de eenvoudigste, waarmee je nooit kan missen.

Analoog

Naast elkaar liggende kleuren op het kleurenwiel geven een analoge kleurencombinatie. Door geleidelijk aan het ene kleur af te bouwen en de andere op te bouwen, krijg je mooie schakeringen en het gevoel dat ze in elkaar overlopen. Ook een echte winner.

Complementair

Dit is er eentje voor de durvers. Als je tegenoverliggende kleuren op het kleurenwiel combineert, maak je een complementaire kleurencombinatie.

Tegenoverliggende kleuren geven elkaar rust. Stel dat je rood met groen combineert. Groen bestaat uit blauw en geel, alles dat rood niet is. Maar samen zit het hele kleurenwiel er in verwerkt. Ze vullen elkaar dus aan en zijn complementair.

Gesplitst complementair

Deze is niet zo makkelijk uit te leggen, maar het maakt wel hele mooie combinaties. De foto zal duidelijker zijn.

Dit is wanneer je twee tegenoverliggende kleuren neemt, maar van de ene kleur de twee naastliggende kleuren neemt. Dus bij ons voorbeeld van rood en groen, wordt dat rood, blauwgroen en geelgroen. Of groen, blauwrood en geelrood. Je neemt net die ene tint naast het complementaire kleur naar keuze.

Driehoek en vierkant

Deze zijn heel eenvoudig toe te passen. Je neemt drie of vier tinten op het kleurenwiel die even ver uit elkaar liggen. Je kan het met iedere tint doen. Easy peasy!

Voor gevorderden

Uiteraard hoef je je niet strikt aan deze regels te houden. En sterker nog, je kan ze zelfs combineren. Je kan een monochrome selectie maken van 1 tint in 3 kleurwaarden en die aanvullen met een complementaire kleur.

Of wat dacht je van deze. Drie aanliggende kleuren aangevuld met 2 andere kleuren die het vierkant op het kleurenwiel maakt.

Alles kan, de wereld ligt aan je voeten! Laat maar weten welke kleuren jij bij elkaar legt.

Bronnen

Droomproject

Kleuranalyse

Helaas kan ik niet anders of mijn nederlaag toegeven. Na twee keer proberen, lukt het me niet om een rode kleur op mijn wol te krijgen. Mijn eerste poging was paprika, mijn tweede rode biet. Beiden zijn niet fel genoeg en verkleuren naar bruin. Omdat ik makkelijk dingen forceer en nu aanvoel dat het me niet zal lukken, geef ik nog niet op. Maar ik stel het uit. Het lukt gewoon niet op dit moment. Misschien later wel.

Maar vanaf nu mag ik op zoek gaan naar het kleur voor mijn trui. En daar ben ik heel enthousiast over. Door mijn opleiding interieurvormgeving vind ik het heel interessant welke impact kleur op je heeft. Dat is zeker niet te onderschatten. Omdat zelf verven nu niet lukt, ga ik kiezen uit de kleuren van bestaande merinowol.

Kleuren werken op je gemoed

Van rood word je heel alert, terwijl je van blauw kan kalmeren. Waarom zou je dat niet in gedachten houden bij het kiezen van het kleur van een trui. Want ‘s morgens kiezen we de kleding die we die dag zullen dragen op gevoel. Dus de keuze van het gevoel dat ik bij deze droomtrui wil creëren wil ik graag doordacht maken.

Eigenlijk start het allemaal met de kleuren waarmee je goed staat. Maar hoe bepaal je dat juist? Er bestaan kleuranalyses die een kleurenkaart maken op basis van seizoen. Hieronder een overzichtje. En dan weet je straks welk kleurtype je bent en welke kleuren mooi bij je staan.

Maar eerst kun je best een paar tests doen:

  • Test 1: goud of zilver? Welke past het best bij jou? Als dat goud is, heb je een warme huidtint. Als dat zilver is, heb je een koude huidtint.
  • Test 2: blauw of groen? Welke kleur hebben de aderen op je pols? Als die eerder groen zijn, heb je een warme huidtint. Als die eerder blauw zijn, heb je een koude huidtint.
  • Test 3: Welke kleur hebben je ogen? Dit bepaalt het seizoen. Bruine of groene ogen gaan richting warme seizoenen. Grijze, blauwe en zwarte ogen gaan richting koude seizoenen.

Seizoenstypes

Lentetype (warm)

Lentetypes hebben overwegend een lichte haarkleur. Bijvoorbeeld blond tot licht rossig. Ogen zijn blauw, lichtbruin of groen. De huid is licht maar heeft een warme ondertoon, meestal met sproetjes. Tussen huid en haar is weinig contrast en je bruint niet snel in de zon.

Als je jezelf hierin herkent, zijn dit jouw kleuren om te dragen: mosgroen, koraalrood, goudbruin, inktblauw en alle zandtinten. Ook lichte pasteltinten of krachtigere kleuren zoals geel, oranjerood, appelgroen en turquoise staan je goed. Kleuren om te vermijden: donkere, gedempte kleuren, zwart, spierwit en koele kleuren.

Zomertypen (koud)

Heb je ook blond haar en zijn je ogen blauw of grijsgroen, maar heeft je huid een koelere ondertoon? Dan ben je een zomertype.

Daarom passen deze koele kleuren beter bij jou: blauwgroen, grijsbruin, lavendel, blauwgrijs, aubergine, poederroze, jeansblauw en pastelkleuren met een blauwige ondertoon. Beter vermijden: zwart, beige oranje en goud.

Herfsttype (warm)

Eigenlijk is dit het lentetype met donker haar. Huidskleur is licht tot beige, soms met sproetjes in de zomer. Ogen zijn groen of hazelnoot.

De kleuren die in de natuur voorkomen zijn jouw kleuren: kaki, terra cotta, bruinrood, mosgroen, oranje, beige, koffiebruin, olijfgroen of abrikoos. Deze kleuren maken je minder mooi: blauw, roze en grijs.

Wintertype (koud)

Een wintertype heeft een bleke, lichte huid met een koude ondertoon. Haren zijn donkerbruin tot zwart. Het contrast tussen huid en haar is dus groot.

Jij kiest best voor heldere kleuren: rood, groen en kleuren met een blauwe ondertoon. Deze kleuren haal je beter niet in huis: oranje, bruin, perzik en beige.

Resultaat

Om je een idee te geven van de kleuren, heb ik de staaltjes van Katia merino 100% er bij getoond. Dat is de wol die ik ga gebruiken voor mijn trui. Er zijn heel veel beschikbare kleuren, dus is dit ideaal om een kleurenwiel van te maken. Wel een kleine opmerking in de kantlijn: kleuren op scherm kunnen anders tonen dan in de werkelijkheid.

Heb je ook gemerkt dat het seizoen niets te maken heeft met de temperaturen in de echte seizoenen. Een lente is fris, maar het lentetype heeft wel een warme ondertoon. Terwijl de zomer heet is en het zomertype een koude ondertoon heeft. Denk er niet te veel bij na, want het is gewoon zo.

Naar mijn gevoel ben ik een wintertype. Al lijk ik helemaal niet op de foto. Maar ik heb donkerblond haar, blauwe ogen en een lichte huid. Dus dat klopt wel. En ik heb ook veel blauwe kledij en heldere kleuren in mijn kleerkast. Dus dat klopt ook. En de drie tests kwamen uit op koud.

Heb jij de test gedaan? Welk kleurtype ben jij? Laat het me maar weten.

Bronnen:

Nieuwe werken

Lopende projecten

Vandaag wil ik jullie vertellen over mijn lopende projecten naast mijn droomproject. Na een kleine rustperiode heb ik de kriebel weer helemaal te pakken. Ik had het goeie voornemen om maar met één ding tegelijk bezig te zijn, maar helaas. Ondertussen heb ik alweer een paar projecten.

Droomproject

Maar eerst, zover staat het nu met mijn droomproject: Ik heb de meeste materialen daarvoor gevonden dus ben ik nu begonnen met het verven van mijn wol. Gisteren heb ik een deel van mijn rode en gele kleuren geverfd. En met gemengde gevoelens geef ik toe dat ik voor mijn rode kleur een andere grondstof nodig zal hebben. Toen ik vanmorgen opstond en de rode wol uitspoelde zonk mijn hart in mijn schoenen.

Links: paprika – Rechts: kurkuma

Met paprika komt de kleur niet zo goed door. Misschien werkt rode bietensap beter. Maar kurkuma is een echte winner. De kleuren zijn zo fel. Daar ben ik wel heel tevreden over. Daardoor weet ik dus dat het aan de grondstof ligt en zo wil ik het toch nog eens opnieuw proberen. Voor blauw heb ik nog niets. Ik ben nog op zoek naar blauw spirulina poeder.

Maar naast mijn droomproject ben ik dus begonnen aan een paar andere dingen. Een paar weken geleden heb ik je al verteld over de droomdeken 2.0. En daarnaast ben ik begonnen aan een sjaal in rechtse steek om lever knitting onder de knie te krijgen voor mijn droomproject.

Droomdeken 2.0

4 weken geleden ben ik met dit patroon begonnen. Met de bedoeling om iedere week een klein stukje te haken en zo binnen 9 weken een volledig afgewerkte deken te hebben. 8 rijen in 8 weken en een afwerkingsrand in week 9.

Ik ben heel blij met het resultaat tot nu toe. Zowel over de steken als over de kleur. Ik zit nu in de helft en nog altijd op schema. Dit had ik eigenlijk niet durven dromen (sorry voor de woordspeling). Voor mijn vorige plaid had ik zeker 8 maanden nodig.

Basis sjaal in rechtse steek

Een van mijn eerste posts ging over de verschillende technieken om rechts te breien. De Engelse methode, continentale methode en Franse methode komen daar aan bod. Maar nu heb ik een nieuwe manier ontdekt. Het zou de snelste manier van breien zijn, omdat er het minst bewegingen bij aan te pas komen.

Het heet in het Engels lever knitting. En ik denk dat ik het vrij kan vertalen naar hendel breien. Dit is het principe. Je houdt de draad in je rechterhand. Maar in plaats van de naald bovenaan vast te houden, leg je die tussen duim en wijsvinger. Zo kan je de draad rond de naald brengen zoals een naaimachine werkt. Deze video kan het veel beter uitleggen.

Om het onder de knie te krijgen heb ik gewoon een aantal steken opgezet met wol die ik al jaren heb (dus let niet op de wirwar). Ik ga die gewoon allemaal rechts breien tot ik een mooie lengte voor een sjaal uitkom. Tegen dan zal dat wel vlot gaan.

Ik had er vooral interesse in, omdat het de snelste manier van breien zou zijn. En omdat ik nieuwsgierig was of dat echt zo is. Heb ik al eens een test gedaan voor hoelang ik over één rij doe volgens de Engelse methode, de continentale methode en hendel breien. Omdat ik die laatste nu eigenlijk nog niet vlot kan, deed ik daar het langst over. Maar tot mijn verbazing brei ik het snelst via de Engelse methode. Ze is drie seconden sneller. Dat had ik echt niet verwacht.

Op het einde van mijn sjaal zal ik dat nog eens opnieuw proberen. Misschien geeft dat dan wel helemaal een ander resultaat. Wie weet.

Binnenkort

Op 1 september start er een mystery knit along van School of Sweet Georgia die ik wil maken. Dat wordt de laurel mists shawl in verschillende kleuren gebaseerd op de kleuren van watervallen en de mist er rond. Dit is iets waar ik enorm naar uit kijk.

En dan zag ik nog dit mooie patroon voor een kolsjaal. Ik was onmiddellijk verkocht. Deze wil ik ook zeker maken. Maar dan wanneer de andere klaar zijn.

Met welke projecten ben jij zoal bezig of heb je in het vooruitzicht? Laat het me zeker weten.

Bronnen:

Droomproject

Wol verven: de voorbereiding

Deze week draaide rond materiaal verzamelen. Het is de bedoeling om de wol te verven voor mijn prachtig droomproject en daar heb ik een heleboel voor nodig. Omdat ik merinowol koos is er een specifieke techniek die ik zal volgen. Dit wil ik deze week met je delen.

Mijn zoektocht

Voor ik kan starten heb ik nog een heleboel dingen nodig:

  • kleurstof
  • wol van dierlijke afkomst
  • azijn
  • aluin
  • kookpot in RVS
  • kookvuur
  • schaal in RVS
  • lepel om te roeren
  • juwelenweegschaal
  • thermometer
  • maatbeker
  • emmer
  • afgedekte tafel
  • handschoenen
  • schort
  • water
  • wasmiddel
  • masker

Gelukkig had ik er al een deel van in huis, zoals azijn, emmer, tafel en afdekking, handschoenen en schort, .… De wol heb ik vorige week gevonden en ik ben er grotendeels uit wat ik voor verfstof ga gebruiken. Paprikapoeder wordt mijn rood en kurkuma wordt mijn geel. Enkel met blauw zit ik nog een beetje vast. Ik had spirulina besteld, maar blijkbaar zijn er 2 soorten: groene en blauwe. En je raadt nooit welke ik kreeg. Juist, de verkeerde …

Aluin heb ik kunnen vinden bij de drogist, toen ik een uitstapje Sluis deed. Daar verkopen ze het in een pot van 1kg. Ik zal dus voorlopig nog eventjes toekomen.

Maar ik heb dus nog een heleboel te kort, zoals de juwelenweegschaal en een thermometer, een kookvuur en een schaal in RVS. Je zou denken dat ik in de keuken toch wel een kookvuur heb. En ja, dat is zo. Maar ik lees vooral dat het belangrijk is om je spullen die je voor verf wil gebruiken best buiten de keuken houdt. Dit voor de veiligheid. Al is dit misschien relatief omdat ik ga verven met voedingsstoffen. Maar toch, beter het zekere voor het onzekere nemen.

Dus ben ik er gisteren vol goeie moed (en een mondmasker) op uitgetrokken om deze dingen te vinden. Omdat ik met een beperkt budget zit, ben ik langs geweest bij Action (want daar hebben ze echt alles) en de tweedehandswinkel van Oxfam. Helaas heb ik dit daar niet gevonden. Ik was dus een klein beetje teleurgesteld.

Maar ik geef de zoektocht nog niet op! Ik ben van plan om nog eens te kijken in de winkel waar ik mijn wekelijkse boodschappen doe. Daar hebben ze ook een rek met keukengerei. Misschien kan ik daar al het een en ander vinden.

Voor de dingen die ik daar toch niet zou vinden, kan ik nog online zoeken. Lang leve de online wereld! Daar zou ik het toch zeker moeten kunnen vinden.

De stappen

Wol voorbereiden

Het is belangrijk om eerst de wol op een streng te winden. De wol die ik kreeg, heb ik als streng ontvangen. Maar omdat ik graag eerst een kleurenwiel en -piramide wil maken, heb ik 30 strengetjes nodig van 3 gram. Dat kan ik mooi uit één streng van 100 gram halen. Dus ben ik alvast begonnen met mijn ministrengen.

Een garenparaplu zou hierbij handig zijn, maar die heb ik niet. Gelukkig werkt een stoel ook. Weet je nog dat je vroeger van je mama of oma je handen uit elkaar moest houden met daarrond dan de streng. Hiervoor dus. Om alles bij elkaar te houden, maak je dan een paar 8-lussen (niet te strak).

Wol wassen en weken

Het is heel belangrijk om eerst de wol te wassen. De spinolie en het vuil die nog op het garen zitten, zorgen er voor dat de verf niet goed kan binden. Dus altijd eerst wassen. Gebruik hiervoor een emmer met warm water en wasmiddel. Voorzichtig roeren, want de wol kan vervilten. En dan uitspoelen.

De verfstof wordt ook beter opgenomen als de wol volledig nat is. Hiervoor leg je die best dan nog een halfuur in proper warm water.

Het verfbad maken

De regel is voor 100 gram wol, 100 gram verfstof gebruiken. Dit is 1% kleurdiepte. Als ik lichter of donker wil kan ik dit aanpassen. Wil ik een tint lichter (vb: 0,5% kleurdiepte), dan kan ik 50 gram verfstof voor 100 gram wol gebruiken. Dit is de theorie dat ik wil uittesten met mijn ministrengetjes.

Vul de kookpot met water en de verfstof. Verwarm het water zodat deze de verfstof beter opneemt. In het begin zal het een beetje experimenteren zijn, om te ontdekken wat goed werkt. Want dit is de eerste keer dat ik het uitprobeer.

Beitsen

Dit zorgt er voor dat de vezels van de wol zich open zetten. Er zijn verschillende methodes, maar ik kwam vooral aluin tegen. Hier is de regel 15 gram aluin per 100 gram. Los dit eerst op in een klein beetje warm water.

Breng dit tot ongeveer 40°C en voeg dan het aluinmengsel toe. Goed roeren en dan de wol toevoegen. Dan verder opwarmen tot 90°C en minimum een uur laten pruttelen. Wel opletten dat de wol niet verbrandt. Spoel uit.

Verven

Verwarm de verf tot 50 graden en voeg de wol toe. Breng de temperatuur tot 90°C en laat opnieuw een uur staan. Het is belangrijk dat de wol niet kookt, want daar wordt het stug van. Daarna mag het een nachtje blijven staan.

Naspoelen en fixeren

Na het nachtje rusten, heeft het alle tijd gehad om de verf op te nemen. Om die kleur te fixeren mag je de wol na het uitwassen in een teiltje met een scheut azijn doen en een uurtje laten staan. Voor de rest is het een kwestie van laten uitdrogen en dan is de wol klaar.

Dit is de theorie die ik ga volgen. Nog eens, ik heb dit nog nooit gedaan, dus ik weet niet of het zal lukken. Ik weet wel dat het zal lukken, maar ik weet niet wat het resultaat zal zijn. En of dat een goed resultaat zal zijn. En dat is een klein beetje beangstigend, maar ook een spannende uitdaging.

Ik weet alleen niet hoe ik het voor elkaar ga krijgen om een kleurwiel te maken als er zoveel tijd gaat over één verfbad. Als ik 30 bolletjes wil kleuren ben ik dan zeker 30 dagen non stop bezig. Misschien kan ik het verfbad overbrengen in een ander potje, zodat ik een paar kleuren na elkaar kan verwerken.

Nog iets om over na te denken. Wat denk je? Gaat het me lukken? En is mijn idee realistisch?

Bronnen:

Droomproject

Verschillende woldiktes

Vorige week heb ik gekozen voor merinowol. Dus (na een klein dipje) ben ik opnieuw met volle moed op zoek gegaan naar ongeverfde wol online. Ondertussen heb ik er gevonden en kan ik niet wachten tot mijn pakketje er is.

Maar tijdens het zoeken kwam ik verschillende termen tegen zoals DK, lace weight, aran, …. Omdat ik aan het zoeken was op Engelse sites, zijn dit natuurlijk Engelse termen. Omdat ik er nog nooit van gehoord had, was ik een beetje overdonderd door wat het zou betekenen. Na wat onderzoek bleek dat dit de termen voor de diktes van wol zijn.

Kiezen volgens dikte van wol of kleur.

Wanneer ik wol ga shoppen in de winkel sta ik hier niet echt bij stil. Ik kies meestal op kleur. En dan afhankelijk van wat ik wil maken, ga ik op zoek naar een bepaalde dikte. Voor een doorsnee trui zou ik bijvoorbeeld naar dikte 4-5 gaan. Maar nooit gedacht dat daar een term op geplakt werd.

Maar in functie van het zoeken naar ongeverfde wol, kan ik daar wel iets in vinden. Want er is heel veel keuze en dan zie je onmiddellijk welke dikte de wol heeft. Maar als ik het me nu zo bedenk, zou ik dat ook beter doen als ik naar de winkel ga.

Want de dikte van de wol is belangrijker dan de kleur. Want dat zou het toch moeten zijn in functie van je project. Maar nu ik dit schrijf wil ik dit al onmiddellijk tegenspreken. Want kleur is zeker niet te onderschatten. Het kan een impact hebben op je gemoed en dat is toch ook heel belangrijk. Onderaan heb ik een poll toegevoegd om eens te polsen wat jij er van denkt.

Diktes

Ik wil vandaag de diktes even overlopen en waarvoor deze het best gebruikt kunnen worden. Want een dunne draad om een dikke plaid te maken, is echt niet handig. De termen zijn dan misschien in het Engels, maar ze kunnen je helpen als je net als ik op zoek bent naar wol op Engelse sites. De rest is wel eens handig om te weten en kan je boven je bed hangen om niet te vergeten.

Lace

  • Naalddikte: 1-2,25
  • Projecten: shawls, sjaals
  • Andere termen: 1-2 draads

Super fine

  • Naalddikte: 2,25-3,25
  • Projecten: sokken, mutsen, handschoenen
  • Andere termen: 3-4 draads

Fine

  • Naalddikte: 3,25-3,75
  • Projecten: mutsen, sokken, sjaals, cardigans, truien
  • Andere termen: 5-draads

Light

  • Naalddikte: 3,75-4,5
  • Projecten: truien
  • Andere termen: DK (double knit), 8-draads

Medium

  • Naalddikte: 4,5-5,5
  • Projecten: een beetje van alles
  • Andere termen: Worsted/Aran, 10-draads

Bulky

  • Naalddikte: 5,5-8
  • Projecten: snelle projecten, knusse items (vb: cosy plaid)
  • Andere termen: 12-draads

Super bulky

  • Naalddikte: 8-12,75
  • Projecten: warme dikke items
  • Andere termen: super chunky – 16-draads

Jumbo

  • Naalddikte: 12,75 en groter
  • Projecten: decoratie, dekens

Nog een belangrijke opmerking. Bij lace en super fine staan het aantal draden aangegeven. Maar dat is eigenlijk niet wat de dikte van de draad bepaald. Ik heb medium garen tegen gekomen die maar 2-draads waren. Veel hangt af van het spinnen. Maar dat is een van mijn volgende wonderlijke tochten in de wonderlijke wereld van wol die ik wil ontdekken.

Wat ik ook gemerkt heb tijdens mijn zoektocht is dat de naalddiktes een beetje kunnen overlappen. Soms valt 4,5-5,5 ook onder DK of light. De termen geven een indicatie en kunnen je helpen om gerichter te zoeken. Maar ik zou je toch aanraden om ook zeker de effectieve naalddikte te checken.

Het is ook mogelijk om een dikke wintertrui in een bulky garen te maken. Er hangt veel af van wat je wil bekomen. Bovenstaande is een richtlijn, maar zeker niet vast. Het geeft je richting, maar soms mag je wel eens outside the box denken.

In de praktijk

Weet je nog dat ik een tijdje geleden aangaf dat ik soms halverwege teleurgesteld was van het resultaat. En dan trok ik alles opnieuw uit en begon op nieuw. Met dit inzicht kan ik het resultaat beter inschatten en zal die kans kleiner zijn.

Dus even terug komend op mijn droomproject. Ik maak een trui met ajourmotief en kleurverloop in merinowol. Als ik dan op zoek wil gaan naar de juiste dikte, wil ik gaan voor light of medium. Liefst medium, want het mag voor mij ook een beetje vooruit gaan. Maar om mijn ajourmotief mooi te laten uitkomen, mag de wol ook niet te dik zijn.

Het model voor mijn trui

De wol die ik gevonden heb is 100% organische merinowol dikte DK (4,5-5,5). Daarmee denk ik dat ik de beste keuze gemaakt heb. Ik heb het gevonden bij Yarn undyed.

Ik krijg nu plots wat schrik van het kleurverloop. Het idee was om een paar draden samen te breien om een gemengd kleur te hebben, maar daarvoor zal het waarschijnlijk te dik zijn. Misschien kan ik dit bij het verven van de wol verwerken. Maar ik heb dat ook nog nooit gedaan. Oh nee, waar ben ik aan begonnen? Ik hoop echt dat dit goed komt.

Dat komt wel goed. Ik heb nog tijd om dat uit te zoeken. En over tijd gesproken, ik wou nog even naar mijn planning kijken en ik ben aangenaam verrast dat ik nog steeds op schema zit. Joepie! In de maand augustus ga ik op zoek naar de materialen die ik nodig heb. Wol check!

Naar mijn gevoel ga je automatisch wel richting de juiste diktes voor je project, hoor. Voor een cosy trui neem je makkelijker een dikkere draad dan een dunne. Want anders kan je het gewenste resultaat niet bereiken.

Maar ik herinner me in het begin dat ik startte met breien en haken, dat ik toch regelmatig hulp vroeg voor welke dikte ik nodig had. Dus als je een beginnende brei(st)er of ha(a)k(st)er bent, dan hoop ik dat je dit net zo handig vindt als ik. Maar nu ben ik een gevorderde breister en vind ik dat het me meer inzicht geeft in mijn keuze. Laat me zeker weten of jij dit nuttig vindt.

Bronnen:

Droomproject

Soorten wol

Het kriebelt om er aan te beginnen. Ik wil wol verven en liefst nu al. Maar bij het zoeken naar ongeverfde wol, kwam ik nogal wat opstakels tegen. Het loopt niet echt van een leien dakje, laten we zeggen. Dus ben ik een beetje ontmoedigd (zoals je in dit bericht wel zal merken).

Ten eerste vind je niet zo makkelijk ongeverfde wol. Via internet vind je er wel een paar, maar de wol komt vaak van ver en is meestal duurder dan de geverfde wol die ik anders koop. Wat volledig onlogisch is, want er zijn minder bewerkingen gedaan. Maar ja, dat is mijn logica… Soms zit ik er volledig naast.

Het is voor mij belangrijk om te weten welke impact de verschillende soorten wol hebben, dus wil ik een doordachte keuze maken. Ik wil met respect voor het milieu en dieren mijn creaties maken. Daarom heb ik er een paar levensstijlen bij vermeld. Schrik niet, (spoiler alert!) maar uiteindelijk komt alles goed.

Ten tweede is er zoveel keus, dat ik door het bos de bomen niet meer zie. Daarom wil ik met jullie even over de soorten wol gaan. En welke garens kan je best gebruiken voor een bepaald project.

Er zijn 3 grote categorieën:

  • dierlijk
  • plantaardig
  • synthetisch

Dierlijk

Schapenwol

Deze wol is warm en duurzaam. En daarbovenop is ze heel makkelijk schoon te maken.

Project: sjaals, sweaters en handschoenen, mutsen en sokken.

Kasjmier

Deze wol is zachter dan schapenwol, maar niet zo sterk. Het wordt gezien als een luxewol, omdat deze afkomstig is van de kasjmiergeit.

Project: kledij.

Alpaca

Ook deze wol is zachter dan schapenwol, maar houdt niet zo goed zijn vorm. Omdat ze afkomstig is van de Zuid-Amerikaanse Alpaca, is ze ook duurder.

Project: winterkledij

Merino wol

Eigenlijk is dit een schapenwol. Ze is afkomstig van Merino schapen. Deze wol is dus even zacht als andere schapenwol, maar ook anti-allergeen en vormvast. Deze is dus zeker een aanrader. Maar het kan wel snel pluizen, wat vervelend kan zijn.

Project: winterkledij

Organische wol

Dit is de milieuvriendelijke variant. Er zijn geen chemicaliën gebruikt tijdens het proces. Het is meestal vervaardigd van merino wol dus heb je dezelfde kwaliteit.

Project: winterkledij

Zijde

Deze wol komt van de zijderups. Het is dit het duurste wol die je zal vinden. Maar het is heel sterk, glanzend en superzacht.

Project: zomer items

Mohair

Deze wol is licht pluizig en heeft kleine haartjes, daarom kan hij kriebelen. Maar hij is zacht en duurzaam. Deze wol is ook iets luxueuzer en dus duurder.

Project: winter en zomer items

Nu ga ik mezelf een beetje in nesten werken. Want zoals je al gelezen hebt, ben ik nogal bezig met zero waste en ecologische voetafdrukken. Maar eigenlijk heb ik ook de reflex om het dierenwelzijn in gedachten te houden. Het kan niet dat dieren uitgebuit worden voor hun wol, zodat er een massaproductie kan ontstaan.

Dus je kan zo ver gaan als een vegetarische levensstijl of je kan all the way gaan en veganist worden. Niet dat ik beide ben. Maar als jij dat wel bent, kies je beter voor plantaardige garens.

Plantaardig

(Bio)katoen

Deze wol is afkomstig van de katoenplant. Ze is licht en sterk. Als je de kans hebt, ga dan zeker voor biokatoen.

Project: zomerkledij, vaatdoeken, onderzetters

Hennep

Deze is iets ruwer en draagt zwaar. Daarom wordt ze niet echt gebruikt voor breien en haken.

Project: macrame

Bamboe

Er wordt geoogst van bamboestengels. Het voordeel is dat deze anti-bacterieel is, maar ook goed drapeert. En daar bovenop is ze super zacht.

Project: zomer items, items die gedrapeerd moeten worden

Ook met deze plantaardige garens kan ik mezelf in de nesten werken. Want katoen vraagt een hele intensieve aanpak om te verwerken, waardoor het een enorme aanslag is op het milieu. Kies daarom als je de kans hebt voor biokatoen. Er zijn minder pesticiden en reinigingsmiddelen gebruikt tijdens de levenscyclus. Dus kan deze alleen maar aangenamer zijn om te dragen.

En bamboe komt meestal uit Aziatische landen, dus heeft die al een enorme rit er op zitten voor het hier is. Daarnaast worden er veel chemicaliën gebruikt tijdens het verwerkingsproces. Maar het groeit heel snel en het is heel duurzaam. Dus is dit toch het overwegen waard.

Synthetisch

Acryl

Het is heel goedkoop en wast makkelijk. Het is ideaal voor startende breiers en hakers. En daarnaast is het nog kleurvast ook.

Project: sjaals, plaids

Daarnaast heb je ook polyester en nylon. Deze garens zou ik zeker niet aanraden, want ze worden vervaardigd uit aardolie (dat een fossiele brandstof is) en bij het wassen komen er microplastics vrij die bijdragen aan de vervuiling van ons water.

En vergeet ook zeker niet alle soorten gemengde wol. Door verschillende soorten samen te voegen, worden de voordelen ervan gecombineerd. De keuze is eindeloos.

De juiste wol kiezen

Nu ben ik er dus aan voor de moeite. Dierlijke wol is niet vegan, plantaardige wol heeft een te grote impact op het milieu en synthetische wol draagt bij tot plasticvervuiling. Met wat kan je dan wel nog werken?

Ik denk dat dit allemaal met een korreltje zout genomen kan worden. Zolang je je bewust bent van wat er gebeurd en welke stappen er nodig waren om die bol wol tot bij jou te krijgen en je er respectvol mee omgaat, kan je het verantwoorden.

Daarom ben ik op zoek naar een lokale schapenboerderij die het belang voor de dieren op de eerste plaats zet. Ik wil er informeren of ik eventueel zo aan wol kan geraken. Minder CO2-uitstoot, check. Diervriendelijk, check.

Mijn voorkeur voor dit project gaat uit naar organische merinowol. Of als ik het kan vinden schapenwol uit de buurt. De volgende stap is dus om het te vinden. En liefst ook al gesponnen, want dat kan ik zelf niet. Laat me zeker weten welke jouw favoriet is.

Bronnen:

Droomproject

Tijd maken voor handwerk

Het is belangrijk om tijd te maken voor je hobby. Maar heb jij ook zo’n druk leven, dat je niet meer weet wat je eerst gaat doen? Sinds Corona is dit al een pak verbeterd, maar nu het sociaal gebeuren opnieuw opstart, voel ik dat ik al snel in oude gewoontes terug val.

En ik heb ook al een paar weken het gevoel dat ik geen energie niet meer heb. Eventjes een dipje. Maar nu zie ik het weer helemaal zitten. Ik ga er niet volledig in vliegen, maar rustig opnieuw starten.

Ik wil het deze week graag even hebben over hoe belangrijk het is om tijd te maken voor je hobby. Ook al is de dag snel over en lig je al in je bed voor je het weet, toch zijn er die kleine momentjes waarin het mogelijk is.

Een planning

Ideaal natuurlijk is een planning maken. En georganiseerd dat ik ben, mag je er van uitgaan dat ik die heb. Wat dacht je nu? Maar voor mijn hobby heb ik die niet. Ik doe het gewoon wanneer ik er zin in heb. En dat is eigenlijk ook niet zo slecht. Maar als ik wil dat mijn project op tijd af geraakt, zal ik wel een planning nodig hebben.

Ik geef mezelf 10 maanden de tijd om een trui te maken. Op het eerste zicht lijkt dat veel, maar het is voorbij voor je het weet. Want het is niet halsoverkop starten en zien waar ik uit kom. Nee, om meer te leren genieten (en veel bij te leren) probeer ik de trage aanpak.

De voorbereiding en het terugblikken is goed voor 7 maanden, wat wil zeggen dat ik 3 maanden de tijd heb om een hele trui te breien. Normaal gezien zou ik gewoon breien en zien waar ik uit kom. Maar als ik dan geen zin meer zou hebben, zou het daar blijven liggen.

Om dat te vermijden, wil ik met deze deadline werken. En vandaag wil ik mijn planning opstellen. Volgens mij zijn er 2 soorten blokken dat ik kan vrijmaken:

  • kleine tussenmomentjes: zoals mijn middagpauze
  • grotere tijdsmomenten: zoals een zaterdagnamiddag

Als ik dan mijn planning zou invullen, denk ik dat ik het zo zou doen:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 11u
1u
1u4u4u
Week 21u
1u
1u (+3u)4u4u
Week 31u
1u (+3u)
1u4u4u
Week 41u
1u
1u (+3u)4u4u
Week 51u
1u
1u4u4u
Week 61u
1u
1u (+3u)4u4u
Week 71u
1u (+3u)
1u4u4u
Week 81u
1u
1u (+3u)4u4u
Week 91u
1u
1u4u4u
Week 101u
1u
1u (+3u)4u4u
Week 111u
1u (+3u)
1u4u4u
Week 121u
1u
1u (+3u)4u4u

Een haalbare planning

Op dinsdag en donderdag heb ik bewust niets gezet, omdat dit mijn rustmomenten zullen worden. Of als er iets tussen komt, kan ik deze dagen gebruiken om terug bij te benen.

Het is belangrijk om rekening te houden met een planning die haalbaar is. Die les heb ik al geleerd. Vroeger plande ik mijn dagen te overvol in en liep ik van hier naar daar. Om dan op het einde van de dag het laatste niet meer te kunnen doen, omdat ik geen tijd meer had. Van zo’n planning word je alleen maar ontmoedigd, omdat ze niet vol te houden zijn.

Daarom wil ik een realistische planning hebben. En ik denk dat ik dat met bovenstaande wel heb. Ik kan zeker een uur over de middag werken en in het weekend een halve dag. Maar het zal er een beetje van af hangen of ik op woensdag (met de crea-avonden van Femma Originals) en vrijdag (met de sherilyns rondbreiers breigroep) meer zal kunnen doen. Normaal gezien starten ze weer op in september. Maar wat als er een tweede golf aan komt? Dus hiermee kan ik nog niet echt rekening houden. Daarom heb ik ze tussen haakjes gezet.

Maar eigenlijk zou ik beter het aantal rijen als doel stellen ipv het aantal uur dat ik kan breien. Maar voor ik dat kan bepalen, heb ik een overzicht nodig van het totaal aantal rijen dat ik zal hebben. En dat weet ik nu nog niet. Dat zal afhankelijk zijn van de wol die ik kies. Dat staat op de planning voor augustus. Het proeflapje maken staat op de planning voor november. Dan zal ik er meer zicht op hebben.

De bedoeling is om een groot project in kleinere delen op te splitsen. Elke dag 10 rijen breien lijkt me haalbaarder dan 3 maanden voor een volledige trui. Dat zal me mentaal een beetje rust gunnen.

Make-alongs

Dit zijn projecten waarvan je elke week een deel van het patroon krijgt. Dit geeft het principe weer, waar ik naartoe wil. En eigenlijk is dat nog zo slecht niet bedacht.

Een voorbeeld zijn de droomdekens van wolplein.nl. De haakversie 2.0 is het project dat ik gisteren opgestart heb. Het is heel populair binnen onze breigroep op vrijdag. Sommigen hebben ze al af, of maken de breiversie, maar ik ben nu nog maar bezig met week 1.

Normaal gezien krijg je iedere week een nieuwe stukje, maar dit patroon is van 2018. Dus weet ik eigenlijk al, hoe het volgende stuk er gaat uit zien. Maar ik probeer om de weken aan te houden. Dat zal me voorbereiden op mijn 12-wekenplanning

Maar elke week een nieuw stuk maken, geeft me ook een beetje angst. Wat als ik dat niet haal. Ik ben dan zo’n persoon die het ook effectief wil aanhouden. En dat op zich kan alweer stress geven. En het is juist die stress die ik wil vermijden door een planning te hebben. Wat was dat weer over de gulden middenweg?

Omdat er heel veel wol nodig is voor deze deken en ik op een krap budget zit (hallo verbouwingen en onverwachte kosten) heb ik gekozen voor acrylwol Saskia van Wibra. Omdat deze later in mijn slaapkamer komt die ik blauw zal verven, heb ik gekozen voor een donkerblauwe kleur.

Twee jaar geleden heb ik Paradise plaid van Veritas gemaakt. Uiteindelijk heb ik er wel mijn eigen twist aan gegeven, maar dit is ook een mooi voorbeeld als je een make-along wil doen. Deze heb ik gemaakt met colourcrafter van Scheepjes (aangekocht bij Suzywol)

Zo ben ik weer een stapje dichter bij droomproject. Ik weet nu wanneer ik tijd zal hebben om alles tot een goed einde te brengen en dat mijn project af zal geraken, als ik me er aan hou. Werk jij ook met doelen om een project af te werken? Of deed je tot nu toe, net als ik, gewoon maar verder wanneer het uitkomt?

Bronnen:

Contact:

Droomproject

Wol verven met natuurlijke kleurmiddelen

Ook al staat er nog veel op mijn to do-lijstje. Op de een of andere manier heb ik daar nu eventjes geen zin in. Tijdens mijn verbouwingen, toen ik nog geen TV had, heb ik me volledig op mijn handwerkprojecten gesmeten. Met het resultaat dat ik nu eventjes uitgeblust ben. Wat aan de andere kant goed uitkomt, omdat ik meer energie kan steken in mijn droomproject.

Deze week zit ik vol inspiratie om mijn wol al te verven. Ik weet het, ik ben veel te vroeg. Maar ik ben zo enthousiast dat ik al bezig ben met filosoferen over wat er allemaal mogelijk is. En tijdens mijn ochtendwandelingen zie ik planten langs de kant van de weg en vraag ik me af welke mooie kleuren ze zouden opleveren.

Maar daar stopt het natuurlijk niet bij. Alles wat in mijn voorraadkast staat kan ook werken. Alles dat heel snel en veel kleur afgeeft, zou ik kunnen gebruiken. Denk rode biet, kurkuma, uien, …

Ik wil liever niet kiezen voor de chemische kleurstoffen op de markt. Want die hebben een extra impact op het milieu. En wat zou je anders doen met het kookwater van rode biet of de schillen van een ui? Weggooien toch. Wel, zo kan je het een tweede leven geven.

Kleuren met natuurlijke kleurstoffen

Het boek Handmade van Jessica Kouwenhoven is een prachtige aanzet. Daarin geeft ze mee hoe je dierlijke vezels kan verven met avocado, eikels, dennenappels, boerenwormkruid, boomschors, elzenpropjes en mijn favoriet brandnetel. Het zijn eerlijke kleuren, die een verhaal vertellen. En het is juist dat, dat ik graag in mijn wol wil verwerken.

Maar hoe mooi zou koffie, pompoen, cacao, munt, lavendel of roest zijn. Deze kleuren zijn het echt waard om eens uit te proberen. Er zijn er zo veel dat het moeilijk kiezen wordt. Ik denk dat ik tijdens mijn verlof (binnen 8 dagen) een paar proefbaden ga doen. Al heb ik nog geen wol…

Maar waarom daar stoppen? Het volgende is nu volledig hypothetisch, want ik heb het nog niet uitgeprobeerd. Maar als ik nu start met de 3 hoofdkleuren: magenta, cyaan en yellow. Door die kleuren te combineren, kan ik alle kleurencombinaties maken en mijn eigen kleurenwiel samenstellen.

Magenta

Deze zal mijn rode kleur worden. Lijkt me niet zo moeilijk. Ik kan er al een heleboel opsommen. Wat denk je van rode biet, hibiscus of paprika. Die laatste zal meer naar de rodere kant opgaan, dan naar magenta. Maar ik wil ze graag alle drie proberen.

Yellow

Deze lijkt mij ook geen probleem. Want wat is er geler dan kurkuma. Andere middelen zullen volgens mij niet zo puur zijn. Ik kan het proberen met ui of kaneel, maar die zullen bruinere tinten geven denk ik.

Cyaan

Deze zal moeilijk worden, want in natuurlijke ingrediënten vind je heel weinig blauw. Bosbes is wel het eerste wat in me op kwam. Maar dat is heel seizoensgebonden. Dus ben ik een beetje verder gaan zoeken. En ik kwam zwarte bonen tegen. Ze geven geen zwart! Wel blauw. Dus die wil ik zeker ook uitproberen.

Zwart en grijs

Als ik meer diepte wil geven aan deze kleuren heb ik ook een zwart of grijs nodig. Bruin zal de kleur ook iets dempen, maar misschien ook verpesten. Dat wil ik ook nog even uitzoeken. Voor zwart denk ik eerder aan inkt (bijvoorbeeld van de octopus), maar ik ben daar zo niet voor. Tenzij ik het kant en klaar zou kunnen kopen. Voor grijs denk ik aan as.

Poeder of vloeistof

Maar bij al dat filosoferen komt er nog veel meer kijken. Ga ik vertrekken van het pure product? Of ga ik er eerst poeder van maken of de vloeistof gebruiken. Want ik heb gezien dat sommige kleuren vervagen na tijd. Daarvoor lijkt poeder me handiger.

Maar maak eens van rode biet poeder, denk ik dan? Hierbij lijkt het handiger om de kookvloeistof te gebruiken. Dat zal een beetje zoeken worden. Maar misschien is het best om aan te leunen bij het product. Waar vloeistof handiger is, vloeistof gebruiken en waar kruiden al in poedervorm bestaan, dat gebruiken.

Wol

Dierlijke wol zal andere resultaten geven dan natuurlijke vezels. Ze zijn anders van structuur, dus kan het niet anders dan dat ze kleur anders opnemen. Die test wil ik ook even uitproberen.

Maar waar vind ik wol om te verven? Als je op zoek gaat naar wol, is die meestal al gekleurd (en welke mooie kleuren bestaan er niet!). Hoe start je eigenlijk van de pure vezels die nog niet behandeld werden? Want ik ga er van uit dat witte wol ook behandeld zal zijn. Dat wil ik nog even uitzoeken.

Ik ben er dus nog helemaal niet. Maar ik heb nog tijd. Deze maand ging ik schrijven over waarom ik mijn droomproject wil maken (zie vorige post) en mijn planning. In augustus ga ik op zoek naar mijn wol. En in september zou ik de kleuren kiezen.

Al denk je dat ik met mijn voetjes omhoog mag liggen. Ik denk dat de tijd veel te snel voorbij zal gaan… en dat het september zal zijn voor ik het weet. Dus wil ik er toch nu al even over nadenken. Zijn er nog kleuren waar je aan denkt, die ik misschien over het hoofd zie? Laat me je suggesties zeker weten.

Bronnen:

Droomproject

Waarom, oh waarom? Dat is de vraag.

Vorige maand heb ik beslist wat ik ga maken als droomproject. Het is een trui met ajourmotief en kleurverloop geworden. Al waren niet alle keuzes even makkelijk, toch is het gelukt om mijn droomproject vast te leggen.

Maar waarom kwam ik nu juist op dit uit? Waarom wil ik een trui maken? Waarom in ajourmotief en waarom in kleurverloop? En waarom wil ik zoveel bijleren? De antwoorden op al deze vragen zullen me helpen om vol te houden. Dus ik wil er even dieper op ingaan.

Waarom een trui?

Herinner je nog de start van deze blog? Ik had toen een trui gemaakt met heel veel moeite. Ik ben 3 keer opnieuw begonnen en dan als ik hem één keer waste, was die volledig uitgerokken. Ik ben toen in tranen uitgebarsten. En ik heb gezworen om nooit nog zelfgemaakte kleren te wassen. Zoiets wil ik geen tweede keer meer meemaken.

Maar dat is natuurlijk niet de oplossing. Ik wil de basis begrijpen van een trui breien (in de juiste maat en verhouding), hoe je die juist in elkaar zet en hoe je er lang van kan genieten. Want niets lijkt me leuker om je eigen creaties te kunnen dragen. En als iemand dan een compliment geeft over je mooie trui, dat je dan kan zeggen dat je die zelf gemaakt hebt. Lijkt me zalig.

Ooit zou ik ook heel graag mijn creaties verkopen, maar hoe kan ik dat doen als ik niet tot een goed resultaat kan komen. En het is toch de bedoeling dat de klanten tevreden zijn van wat ze uiteindelijk kopen. Een trui leren maken zal me ook helpen met de andere producten die ik daarnaast nog zal wil verkopen.

Met al deze technieken kan ik enorm bijleren en groeien. Dat op zich is al een waarom. Want als je de lat niet een beetje verder (niet hoger!) legt, blijf je op hetzelfde punt. En dat is eigenlijk een klein beetje achteruit gaan.

Waarom een ajourmotief?

Als ik deze motieven tegen kom tijdens mijn zoektocht in de vele patronen die er zijn, vraag ik me wel eens af hoe het juist gedaan wordt. Het lijkt me leuk om te leren hoe je met bepaalde handelingen tijdens het maken van een steek zo’n motief te bekomen.

Het zijn bouwstenen die je op een bepaalde plaats zet en door een motief te volgen kan je tot een prachtig eindresultaat komen. Het is een proces van stap voor stap werken en zo tot iets moois komen. Maar het is ook begrijpen met welke handelingen je een gaatje of een lijn bekomt. Volgens mij heeft het iets magisch.

Als iemand die heel resultaatgericht is, zal deze techniek me iets meer laten genieten van het proces. Je bent meer bezig met het maken van de steken. Het gevoel dat alles snel af moet zijn, zal minder zijn, denk ik. En dat is ook een van de dingen die ik wil leren.

Ajourmotieven geven meer karakter aan je werk, vind ik. Het is niet meer gewoon breien, het is echt iets speciaals. De trui die je maakt is niet meer een gewone trui. Het is een hele speciale trui geworden.

Ik heb het nog nooit geprobeerd. Dus ik weet niet of het zal lukken. Maar ik wil zeker de uitdaging aangaan en het proberen. Want dit is opnieuw bijleren en groeien. Jacquardmotieven heb ik al geprobeerd. Daar wil ik ook nog beter in worden, maar dit is echt iets nieuws. Dus ik kan niet wachten.

Waarom een kleurverloop?

Onderschat nooit de kracht van kleur en de kracht van verschillende kleuren samen. Ook dat kan je project tot een hoger niveau tillen. En kleuren kunnen echt je dag maken. Het heeft invloed op je stemming. Dus een mooie kleurencombinatie kan je echt gelukkig maken. Geniet van de kleine dingen in het leven.

Ik wil graag op zoek gaan naar mooie kleurencombinaties die bij mij passen. Welke kleuren zie ik graag, maar ook welke kleuren staan me goed? Geen grijze muis, maar zelfverzekerd zijn. Ik geloof echt dat kleur hierbij kan helpen.

Ik wil me heel graag verdiepen in natuurlijke kleurmiddelen. Zoals koffie of avocado. Want ik ben nogal bezig met mijn ecologische voetafdruk. Dus lijkt het me logisch dat ik zou kiezen voor natuurlijke materialen die een lagere impact hebben. Stel je voor dat je met restjes of afval iets nieuws kan maken. Als je die redenatie volgt, kan je volgens mij de wereld veranderen.

Ken je Mark Rothko? Hij maakt horizonschilderijen. Hij is een van mijn favorieten. En ik kan wegdromen in de verlopen dat hij gebruikt om een horizon weer te geven. Met een paar tinten van dezelfde kleur (of verschillende, maakt niet zo veel uit), kan hij zoveel diepte creëren. Stel je voor dat ik dat ook zou kunnen. Wauw.

Mark Rothko: Untitled (Red) 1956

Waarom mijn te leren-lijstje?

Dit wou ik nog allemaal leren. En ik heb er al onmiddellijk de reden waarom bijgeschreven.

  • wol verven: De start van het proces ook meemaken
  • trui leren in elkaar steken: De basis leren begrijpen
  • trui laten passen volgens steekverhouding: De basis leren begrijpen
  • sneller eindresultaat via hendel breien: Tijdswinst
  • relaxere houding aanhouden: Beter voor mijn gezondheid.
  • makkelijker kleuren kiezen: Tijdswinst
  • weten welke wol voor welk project het beste is: Van sterktes gebruik maken
  • zelfzekerder worden in mijn handwerk: Meer ervaring
  • correct wateren: Geen fiasco’s op het einde
  • meer leren genieten van het proces: Minder resultaatgericht zijn
  • dingen afwerken: Leren volhouden tot iets af is.
  • correct draadjes instoppen: De basis leren begrijpen
  • bol wol maken met draad aan de binnenkant uittrekbaar: Handiger om te gebruiken
  • de hoeveelheid wol kunnen inschatten: Minder overschot

Deze antwoorden op de waarom-vragen zullen me herinneren waarom ik dit droomproject gekozen heb. Oh, ik kan nu al niet wachten! Maar ik heb deze trage manier van werken gekozen, omdat ik niet halsoverkop wil starten en dan opnieuw zou moeten beginnen. Als ik te snel werk heb ik meestal niet nagedacht over de kleuren, de materialen en de techniek. Dan ben ik soms een beetje teleur gesteld van het eindresultaat.

Het heeft echt zin om er even bij stil te staan. Waarom wil jij graag jouw droomproject maken? Kan je 5 goeie redenen bedenken? Kijk diep in je hart. Ga op zoek naar je verlangens. En maak eventueel een lijstje.

Bronnen:

Droomproject

Een patroon aanpassen naar jouw smaak

Deze week wil ik het patroon dat ik vorige week gekozen heb, pimpen. Ik ben nog steeds overtuigd van het model en dat wil toch al iets zeggen. Maar met dat model kan ik nog zoveel moois doen. Dus wil ik met jou door de mogelijkheden gaan.

Je kan er een jacquardmotief in verwerken. Of een ajourmotief. Een kleurverloop of strepen zijn ook altijd mooi. Je kan dat over een stuk van het patroon doen of volledig. Om het mooiste resultaat te hebben, brei je deze motieven in tricotsteek. Maar je hoeft je zelfs niet te houden aan de tricotsteek. Je kan natuurlijk ook kiezen voor een volledig andere steek.

Je kan natuurlijk ook structurele dingen gaan aanpassen, zoals de mouwen, de lengte of de hals. Maar eigenlijk maak je dan een volledig ander patroon. En voor mij is dit nu niet de bedoeling. Daarom sla ik dit eventjes over. Maar als jij dat wel wilt, kan je dit gerust uitproberen.

Jacquardmotieven

Met dit motief breng je kleur in je werk. Je hebt minimum 2 bollen wol in verschillende kleuren nodig. Door een telpatroon in tricotsteek te breien kom je zo aan een jacquardmotief. Je kan er heel mooie dingen mee maken.

Als je naar Scandinavische patronen kijkt, zie je deze tekeningen heel vaak terug komen. Ze zijn zo mooi gedetailleerd en fantastisch om naar te kijken. Ik vind het moeilijk om hiervoor een motief te vinden, want ik vind ze allemaal mooi.

Zelfs in dit jacquardpatroon is het mogelijk om variatie te steken. Je kan van onder naar boven (of omgekeerd) werken met een kleurverloop. Of bepaalde strepen in één kleur, andere strepen in een andere kleur. Zo kun je eindeloos aanpassen naar jouw smaak.

Ajourmotieven

Bij ajourbreien maak je motieven door omslagen te maken en steken samen te breien. Je laat geen steken vallen, maar maakt de gaatjes ook volgens een telpatroon. Zo kan je strepen maken maar ook heel mooie bloemenmotieven. Ik ben er zelfs al eentje tegen gekomen met een boom, maar deze hieronder vind ik ook heel mooi. En misschien nog belangrijker: het ziet er niet te moeilijk uit.

Omdat ik nog niet zo veel ervaring heb met dit soort motieven, lijkt het me echt super om het eens uit te proberen.

Kleurverloop

Dit is ook een heel mooie manier om een patroon te pimpen. Zeker als je een echte kleurenfanaat bent. Onmiddellijk springt je nieuwe trui in het oog.

Bij shawls zal je dit heel vaak terug zien komen. Er worden zelfs bollen gemaakt waarbij het verloop verwerkt is in de wol. Zo hoef je zelf niet uit te rekenen hoeveel rijen je in welk kleur breit. Dat is heel handig.

Maar als de kleurencombinatie niet helemaal naar jou wens is, kan je dit gerust zelf doen. Dit doe je door een paar draden samen te breien. Als je eerste kleur A is en je tweede B, kun je de eerste rijen AA breien, daarna een paar rijen AB en de laatste BB. Dan krijg je ook een kleurverloop

Je kan met lichtere en donkere tinten van dezelfde kleur werken, maar evengoed er een andere kleur bij nemen. Als je meer info wil over hoe je kleuren kan combineren, klik dan hier. Daar kan je lezen hoe je makkelijker kleuren kan combineren.

Strepen

Als je niet wil verlopen, maar wel van kleur houdt, kan je nog altijd met strepen werken. Hiermee kan je iets gewaagdere kleurencombinaties maken, vind ik persoonlijk. Want de overgangen zijn duidelijk afgelijnd. Zo kan je van rood, onmiddellijk naar groen zonder bruin te zien.

Je kan hier opnieuw zover in gaan als je zelf wil. Je hoeft het niet bij horizontale strepen te houden. Je kan ook kiezen voor verticale of diagonaal. Of je kan ze ook combineren.

Andere steek

Alhoewel ik jacquard en ajour hiermee niet zou combineren, kan je het wel met kleurverloop of strepen proberen. Hou er alleen rekening mee dat wanneer je een rechte steek breit de kleurovergang misschien zichtbaar zal zijn. Maar dit kan je testen als je het proeflapje maakt.

Deze steek vind ik ook heel mooi om te doen. Verlies je patroon hierbij niet uit het oog. Bij deze motieven heb je meestal een veelvoud van steken nodig. Hou er mee rekening dat dit verwerkt kan worden in het patroon dat je gekozen hebt.

Ik denk dat ik 2 methodes ga combineren. Ik wil heel graag leren ajour breien en het kleurenverloop spreekt me ook aan. Dat zijn 2 dingen die ik kan bijleren. Dus dit wordt het: de hals en een stuk van de mouwen in bovenstaand ajourmotief. En dan onderaan een donkere kleur en bovenaan een lichtere.

Amai, dat is veel sneller gekozen dan vorige week. Ik ben blij. Hoever staat het met jouw project? Ik hoop dat je nog volop meedoet. Laat het me maar weten.

Bronnen:

Droomproject

Het juiste patroon kiezen

Vorige week was ik er al uit dat ik een trui zou maken en daarbij heel veel kon bijleren. Dus was de volgende logische stap het patroon voor die trui kiezen. Alleen is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Want er zijn zoveel mooie patronen en zoveel stijlen dat het toch niet zo voor de hand lag.

Ik kan gaan voor een zomermodel of voor een wintermodel. Scandinavisch is ook mooi, maar de patronen vind ik dan nog moeilijker kiezen. Al kan het wel helpen om mijn jacquardtechniek beter onder de knie te krijgen. En ik kan gaan voor een effen model of met een speciale steek. Oh my god, echt te veel keuze!

Moodboard

Niets beter om een moodboard te maken van de mooie patronen die ik zou willen maken, dacht ik. Dus heb ik op Pinterest een bord gemaakt. Maar als ik het eerlijk toegeef, ben ik daarmee niets verder.

Oke, toegegeven. Ik heb van miljoenen patronen er een tiental geselecteerd. Dus dat is al iets. Maar hoe kies ik nu de juiste uit die selectie? Want zoals ze zeggen, is kiezen altijd een beetje verliezen. Als je ja zegt tegen iets, zeg je meestal ook nee tegen iets anders. Maar als je het anders bekijkt, win je ook heel veel. Maar waarom is het dan zo moeilijk?

Waarom is kiezen zo moeilijk?

Ik denk dat mijn verstand het zo moeilijk maakt. Ik wil een bewuste keuze maken, dus overdenk ik het te veel (mijn levensverhaal). Ik wil er te veel controle over hebben. Het moet juist zijn en goed, zeker geen fouten maken. Dus moet ik onthouden dat controle eigenlijk een illusie is. En dat ik dat beter los laat. Ik hoef alleen te kiezen wat ik mooi vind en er zijn veel mooie dingen.

Omdat ik het allemaal zo perfect wil doen, is het eigenlijk onhaalbaar. Niets is perfect en dat hoeft het ook niet te zijn. In Japan hebben ze een levensfilosofie dat wabi sabi heet. Het is een manier waarop je dingen bekijkt. Het gaat over de schoonheid van imperfectie, het niet compleet zijn en de kracht van vergankelijkheid. Je wordt er alleen maar ongelukkig van als je het perfect wil doen.

Geen wonder dat het dan zo moeilijk is. Door te kiezen kan ik zoveel winnen, dus wil ik het gewoon doen. Als ik kies ga ik voor iets nieuws. En dat geeft energie en zelfvertrouwen. Ik kan hier zoveel uit leren en dat geeft dan weer persoonlijke groei.

Volgens Bregtje Hermans zijn er 3 strategieën om de juiste keuze te maken:

  • eerst kiezen en dan maak je de juiste keuze
  • op je intuïtie vertrouwen
  • kiezen volgens normen en waarden

In dit geval is de derde strategie niet echt van toepassing, omdat ik iets wil maken dat ik mooi vind. Dus denk ik dat mijn intuïtie mij verder zal kunnen helpen. En als ik dat met de eerste strategie kan combineren, zit ik goed. Want ze zeggen ook vaak dat je eerste keuze de beste is.

Kiezen

Oke, dus. Nu gaat het gebeuren. Ik kies. Mag ik ook mijn ogen dicht doen en gewoon willekeurig aanduiden? Nee, ik wil dat het een bewuste keuze is. Dus (wo)man up! Ik ga kiezen. En ik kies voor:

Raspberry Flirt

Nu ik gekozen heb, ben ik eigenlijk wel blij met mijn keuze. Dus inderdaad: kiezen is verliezen, maar je wint ook. Ik ga zo’n mooie trui maken. Wauw.

Dit zal de basis zijn voor mijn droomproject. Misschien dat ik wel nog een andere steek uit kies, maar de maten en het model die liggen al vast. Ik zeg dit niet omdat ik niet zeker ben van mijn keuze, maar omdat er zoveel mogelijkheden zijn. Ik kan het patroon volgen of ik kan kiezen voor een andere steek. Nu ik de illusie van controle losgelaten heb, is alles mogelijk.

Sorry, ik wil jullie niet vervelen met die filosofie. Dus laat het me hier bij houden: Ik ben blij dat ik gekozen heb en dat ik voor dit model gekozen heb.

Twijfelen

Maar toch blijft er een beetje twijfel. Zal dit wel het goeie model zijn? Dus ben ik nog eens terug gaan kijken naar de patronen die ik gevonden had. En ik heb ze letterlijk met dit vergeleken. En plots lijken ze allemaal te verbleken. Ik weet nu dat ik echt de juiste keuze gemaakt heb. Pfff, amai. Dat was echt niet makkelijk.

Voor sommigen is kiezen heel gemakkelijk, voor anderen (zoals ik) is het een nachtmerrie. Maar zolang het geen al te grote levensbeslissingen zijn, kunnen we dit misschien ook in perspectief zetten. Ik kan na dit droomproject nog steeds een tweede of een derde maken. Of vanaf nu kunnen al mijn werken droomprojecten zijn. Heb jij ook soms moeite met kiezen? Hopelijk kunnen deze tips je daarbij helpen.

Bronnen:

Droomproject

Brainstorm

Sinds vorige week ben ik begonnen aan mijn droomproject. Ik weet nog niet wat het zal worden, maar het zal fantastisch worden. Maar omdat ik het eer wil aandoen, heb ik me voorgenomen om mezelf 10 maanden te geven om het uit te werken.

Stap 1

En vandaag begint stap 1. Hoe spannend! Ik kijk er helemaal naar uit. Oké, even nadenken over wat ik wil maken en wat ik wil leren. Maar hoe begin je er nu juist aan?

Wel, ik ben begonnen met een wit blad (uit mijn bullet journal) en een balpen. Daarna heb ik alles wat in me op kwam opgeschreven. Elk idee goed of niet. En ik moet eigenlijk toegeven dat ik wat geschrokken ben van wat ik allemaal nog wil doen en leren. Ook al heb ik wel wat ervaring, er zijn zoveel toffe en nieuwe dingen om te ontdekken.

Dit is zijn mijn lijstjes:

Wat wil ik nog maken

  • sokken
  • shawl
  • een mystery knit along
  • ronde sjaal
  • vaatdoeken
  • droomdeken
  • muts en bijpassende handschoenen
  • labels
  • breipakketten
  • top down trui
  • trui met V-patroon
  • cosy trui
  • amigurumipopje
  • deken van lontwol
  • franjes
  • kleedje
  • wol maken van oude t-shirts
  • draagtas

Wat wil ik nog leren

  • wol verven
  • trui leren in elkaar steken
  • weven
  • trui laten passen volgens steekverhouding
  • sneller eindresultaat via hendel breien
  • misschien brioche breien
  • beter jacquardbreien
  • mozaiekbreien
  • relaxere houding aanhouden
  • makkelijker kleuren kiezen
  • weten welke wol voor welk project het beste is.
  • zelfzekerder worden in mijn handwerk
  • ajourpatronen (omslagen en gedraaide steken)
  • zelf een patroon leren maken
  • planned pooling
  • correct wateren
  • meer leren genieten van het proces
  • dingen afwerken
  • correct draadjes instoppen
  • zelfde draadspanning aanhouden bij rechts/averechts
  • bol wol maken met draad aan de binnenkant uittrekbaar
  • de hoeveelheid wol kunnen inschatten

Ik weet het. Er ging veel in mijn hoofd om en er is nog zoveel dat ik wil maken en leren. Dus het is een lange lijst geworden.

Alhoewel het inspireert en een goed gevoel geeft, kan ik me voorstellen dat voor sommigen de zoektocht naar ideeën wat moeilijker gaat. Dat is niet erg, want daarvoor bestaan er brainstormtechnieken.

Volgens Ruben Klerkx zijn er 3 fases bij het brainstormen. Eerst omvat je het probleem (hier dus wat je wil maken en wat je nog wil leren). De volgende stap is om zoveel mogelijk ideeën te verzamelen, maar zonder oordeel of ze goed, slecht, haalbaar of onrealistisch zijn. Want dat gebeurd in de laatste stap.

Je wil dus nog niet oordelen over de ideeën, je wil er gewoon heel veel. Het helpt als je logica kan los laten. Want van het ene idee, kan je naar het andere over springen zonder dat daar een logische link aan verbonden hoeft te zijn. Je kan ook verder werken op een ander idee en associëren

Weet je nog die blaadjes van vroeger op school, waar je een wolkje rond een titels schreef. En toen kon je met stokjes daar woorden aan verbinden. Die manier kan helpen. Of je kan woorden gewoon hier en daar opschrijven en daarrond nog stokjes aan vast hangen. Oh ja, niet te vergeten. Post-its kunnen ook je vriend zijn.

Het verdict

Je kan alvast zien uit mijn lijstje dat ik inderdaad veel puntjes heb. Dus als ik nu de laatste stap wil toepassen, kom ik op het volgende uit. Want er is iets dat verschillende keren terug komt. Dit is wat ik ga maken: een trui. Ik weet nog niet welk model. Dat is voor volgende week.

En door die trui te maken kan ik het volgende leren:

  • wol verven
  • trui leren in elkaar steken
  • trui laten passen volgens steekverhouding
  • sneller eindresultaat via hendel breien
  • relaxere houding aanhouden
  • makkelijker kleuren kiezen
  • weten welke wol voor welk project het beste is.
  • zelfzekerder worden in mijn handwerk
  • correct wateren
  • meer leren genieten van het proces
  • dingen afwerken
  • correct draadjes instoppen
  • bol wol maken met draad aan de binnenkant uittrekbaar
  • de hoeveelheid wol kunnen inschatten

Het lijkt veel, maar eigenlijk is het dat niet. Makkelijker kleuren kiezen leer ik al in stap 4 en weten welke wol hiervoor het beste is leer ik in stap 5. De rest leer ik wel gaande weg.

Waar ik vooral naar uit kijk is om zelf wol te verven. Sins ik het boek Handmade van Jessica Kouwenhoven las, wil ik het eigenlijk al proberen. Zij gebruikt natuurlijke kleurmiddelen, zoals koffie of avocado. Ik vind het een prachtig idee. En het leunt aan bij mijn zero waste filosofie. Dus dat is iets waar ik voor sta te springen om uit te testen.

Zo, nu ben ik toch alweer een stap verder. Ik ben nog er nog niet volledig uit, maar ik kan nu op zoek gaan naar modellen voor truien. En er zijn er zo veel. Lichte voor de zomer, aangezien mijn project klaar zal zijn in april. Of toch misschien een lekker warme voor de winter. Nu kan ik starten om dat uit te zoeken.

Ik hoop dat jij mee doet met de zoektocht naar je droomproject. En ik ben benieuwd wat jij gaat maken en leren. Laat het me zeker weten!

Bronnen:

Nieuwe werken

Het project van je dromen

Ik heb al een tijdje het gevoel dat ik achter de feiten aan loop. Nieuwe ideeën, vol enthousiasme. Ik kan niet wachten om er aan te beginnen. Maar meestal loopt het dan wel ergens fout. Ik wil te veel ineens. En laat breien en haken nu juist een traag proces zijn. Dus zit er volgens mij niks anders op dan het proces te omarmen. Zen, op ‘t gemak. Al zal dat niet van een leien dakje lopen. Ondertussen kennen je me misschien al.

Maar ik wil het op zijn minst proberen. Dus ga ik de uitdaging aan om een nieuw project te maken. Heel doordacht en overwogen. Zodat het iets moois mag worden. En daarbij wil ik graag ook een paar stappen vooruit zetten en bijleren. Dus wil ik ook op zoek naar nieuwe technieken.

Ik hoop dat jullie met me mee doen. Want wat is er leuker dan samen de uitdaging aangaan? Niets toch. We kunnen zelfs nog van elkaar leren.

Dus dit zijn de stappen die ik ga volgen:

  • Nadenken over wat ik wil maken
  • Nadenken waarom ik het wil maken
  • Op zoek gaan naar de juiste materialen
  • Een mooie kleurencombinatie uitzoeken
  • Me verdiepen in de technieken die ik nodig heb om het project te maken
  • Het project voorbereiden
  • Genieten tijdens het maken van het project
  • Terugblikken

Traag proces

Omdat het dus een traag proces is, wil ik mezelf genoeg tijd geven om dit allemaal tot een goed einde te brengen. Ik wil niet halverwege opgeven, omdat het idee niet realistisch was. Of dat ik net voor het bijna af is, zie dat ik mis ben en alles weer mag uittrekken en opnieuw beginnen. Het motto is “bezin voor je begint”.

Daarom wil ik mezelf 10 maanden geven om mijn project te voltooien. Voor elke stap een maand en voor het effectieve maken 3 maanden. Dat lijkt me een haalbaar project. Ook al lijkt het nogal veel. Tijd gaat altijd sneller dan je denkt. En soms zijn er dagen dat je er gewoon niet aan toekomt.

We zijn nu juni. Dat wil zeggen dat mijn project af zal zijn in april 2021. Dat lijkt nog heel ver. Maar ik weet nu nog niet wat ik ga maken. Misschien wordt het een sjaal, maar dat kan even goed een plaid worden. Ongeacht wat het wordt, het wordt grandioos.

Nadenken over wat ik wil maken

Niets beter dan een brainstorm om te beslissen wat ik wil maken. Er stond eigenlijk al veel op mijn to do lijstje, maar dat wil ik nu even van tafel vegen. Een nieuwe start. Alle ideeën zijn welkom.

Als je mee wil doen, neem dan een blad papier (of als je ondertussen de bullet journal hebt leren kennen, dat) en balpen. Schrijf gewoon alles op wat in je hoofd komt. Wat wil je nog leren, wat wil je nog maken? Heb je dromen? Alles is goed.

Het maakt nu nog niet uit of je ideeën haalbaar zijn of niet. Leg de lat even hoog. Wil je het wereldrecord van langste sjaal maken, dan kan dat nu. Go for it. The sky is the limit.

Nadenken waarom ik het wil maken

Dit is je motivatie. Door na te gaan waarom je het zo graag wil maken, geeft je dat kracht. Je zal merken dat je het later minder snel wil opgeven. Want het is echt wat je wil maken. Maar soms is dat makkelijker gezegd dan gedaan. Ja, waarom wil je nu echt dat maken en niet iets anders? We gaan het tot op de bodem uitzoeken, inlijsten en boven ons bed hangen (bij wijze van spreken).

Er kunnen verschillende dingen op je lijstje staan, die je wilt combineren. Of er kan een iets uitspringen. Beide zijn goed. Zolang het iets is wat je echt wil maken en waarvoor je je 10 maanden wil engageren.

Op zoek gaan naar de juiste materialen.

Welke materialen heb je nodig om het project van je dromen te maken? Dit gaat over van alles. De breinaalden, wol, hulpmiddelen (zoals bijvoorbeeld steekmarkeerders, kabelnaalden, …). Een lijstje maken is altijd handig. Zo ben je zeker dat je alles hebt om je droomproject tot een goed einde te brengen.

Er zijn zoveel soorten wol om uit te kiezen. Plantaardig, dierlijk, synthetisch of een combinatie. Elk soort project vraagt om een bepaald soort materiaal. Bekom je het gewenste resultaat, of wil je toch nog liever een variant? Nu is het moment om dit uit te zoeken.

Een mooie kleurencombinatie uitzoeken

Zoals ik al eerder aangaf kan een project vallen of opstaan met de juiste kleurencombinatie. Maar er zijn zoveel mooie. Dus gaan we nu uitzoeken welke je wil gebruiken.

Opnieuw is dit afhankelijk van wat je wil maken en welke wol je gekozen hebt. Wil je een cosy dikke wintertrui, dan is pastelgeel niet de beste optie. (Tenzij je natuurlijk volledig weg bent van pastelgeel en je echt niets ander wil. Dat kan.)

Me verdiepen in de technieken die ik nodig heb om het project te maken

Als je in stap 2 iets gekozen hebt dat je wil leren, heb je nu tijd om uit te zoeken hoe het precies in zijn werk gaat. Nieuwe technieken leer je niet van vandaag op morgen. Dus bereid je goed voor. Is er een nieuwe steek dat je wil uitproberen, dan kan je die nu ook onder de knie krijgen. Of wil je leren op rondbreinaalden breien, nu is het moment.

Het project voorbereiden

Tijdens deze fase gaan we op zoek naar de juiste afmetingen en steekverhoudingen. Ga nog eens na of je alles hebt om het project tot een goed einde te brengen. Ben je er echt klaar voor?

Ben je nog steeds overtuigd van je project en de wolkeuze, kleurkeuze en techniek die je daarbij wil gebruiken? Ik hoop van wel. Want anders kan je opnieuw beginnen bij stap 1 en dat zou zonde zijn. Maar beter nu alles nog eens goed overdenken, voor het te laat is.

Genieten tijdens het maken van het project

Nu pas begint het echte werk. En laten we eerlijk zijn, nu mag het toch echt gaan beginnen. We hebben er een hele tijd over nagedacht, nu is het tijd voor actie.

Ik hou rekening met 3 maanden om het effectief voor elkaar te krijgen. Time management en doelen stellen zullen hierbij heel belangrijk zijn. Maar samen komen we er wel door. Ik ga je tips geven. Haalbare tips, waardoor je niet zal verzuipen in het moeten van het maken.

Terugblikken

En dan is het eindelijk klaar: jou droomproject! En wat mooi. En wat heb je allemaal geleerd! Denk nog eens terug aan stap 1, toen je nog niet wist wat je zou maken. En zie je nu eens. Ongelofelijk, je hebt het voor elkaar gekregen. Nu is het tijd om te genieten van het eindresultaat.

Dit proces zal je kunnen volgen op mijn blog. Elke week (maar misschien steek ik er nog iets anders tussen) zal je mijn vooruitgang kunnen volgen. En hopelijk doe je ook mee! Geef jouw vooruitgang ook maar door.

Bronnen

Basis

Afkortingen over breien

Een tijdje geleden heb ik het gehad over de Engelse termen in het haken. Maar als je liever breit, ben je hier nu aan het juiste adres. Ook voor breien kom je heel veel Engelstalige patronen tegen. En er zitten soms echte pareltjes tussen, die je niet mag laten liggen. Daarom wil ik jullie vandaag een overzicht geven in de Engelse breitermen.

Om te starten zijn deze twee termen de belangrijkste om te weten: Knit en purl. Knit is rechtse steek, purl is averechtse steek. Voila, nu kan je eigenlijk al aan de slag. De andere termen zijn varianten op wat je met knit en purl kan doen.

Om het allemaal wat overzichtelijk te houden. Heb ik de termen onderverdeeld in verschillende delen. Ik begin met de termen die je tegenkomt aan het begin van je patroon en dan een paar soorten steken. Daarna begint het echte werk: de handelingen die je nodig hebt om het patroon te maken. En daarna de lijst voor gevorderden.

Je zal merken dat sommige termen geen Nederlandse afkorting hebben of veel uitgebreider uitgelegd worden, waardoor patronen veel langer worden. Engelse patronen kunnen veel compacter uitgeschreven worden en dat is het grote voordeel.

Wol en naalden (basis)

Als je een patroon bekijkt, heb je de losse stukken die je maakt en daarna aan elkaar zet. Bij een trui kan je zo front, back en sleeve tegen komen. Door de tekening van het patroon te bekijken, worden deze termen al duidelijk.

Maar daarnaast zijn er een aantal basistermen die niet zo voor de handliggend zijn. Daarom heb ik ze hieronder eventjes voor je opgelijst.

Engelse afkortingEngelse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting

SizeMaat/grootte
PATPatternPatroonPATR
KKnitRechts breienR
PPurlAverechts breienAV
RSRight sideJuiste kant naar je toeGK
WSWrong sideVerkeerde kant naar je toeVK

Gaugesteekverhouding

SkeinBol wol
BEGBeginningBegin
EONEnd of needleEinde van de naald
EOREnd of rowEinde van de toer
RND(s)Round(s)Toer(en)NLD/T
CONTContinueGa op dezelfde manier verder

Aan de hand van deze termen kan je het voorbereidend werk van het patroon maken. Je weet op welke maat je kan werken, welke dikte van naald, hoeveelheid wol en welke steekverhouding je nodig hebt.

Steken (basis)

Door rechts en averechtse steken te combineren maak je andere steekpatronen. Er zijn zo veel verschillende steekpatronen, dat het moeilijk wordt om ze hieronder allemaal te noteren. Als je een patroon maakt met een speciale steek, zal die aan het begin uitgelegd worden. Met hulp van de vorige tabel, heb je al ontcijfert hoe het in elkaar zit.

De meest bekende heb ik hieronder vermeld:

Engelse afkortingEngelse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting
STStitchSteekST/S
G stGarther stitchRibbelsteekRST
ST stStockinette stitchTricotsteekTR

Eyelet patternajourmotief

Knit in the roundRondbreien
REMRemainingResterendeREST

Aan de hand van deze info weet je hoe je gaat breien. Het helpt je om te begrijpen welke individuele steken gemaakt worden om tot het volledige steekpatroon te komen.

Handelingen (basis)

Tenzij je een sjaal maakt, zal je een aantal merkwaardige handelingen uitvoeren om tot het gewenste resultaat te komen. Het is niet enkel rechtdoor, maar je meerdert en mindert. Sommige dingen herhaal je of sla je over. (Maar ook bij die sjaal kan je deze handelingen tegenkomen als je zou gaan voor een gevorderd patroon.)

Als je een eenvoudig patroon leest, zal je deze handelingen vaak tegen komen. Eigenlijk kan je hiermee al starten om een trui in basismodel te maken.

Engelse afkortingEngelse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting
PMPlace markerSteekmarkeerder plaatsen
DECDecreaseMinderenMI/MIND
INCIncreaseMeerderenME/MEERD
REPRepeatHerhaalHERH
BO/FOBind off/fasten offAfkantenAFK
M1Make 1 stitchMeer 1 steek door de lus tussen twee steken verdraaid recht te breienM1
SKSkipOverslaan
SLSlipAfhalenAFH
YOYarn overOmslagO/OMSL
ALTAlternatingAfwisselendAFW

Handelingen (gevorderd)

Als je de basismodellen al onder de knie hebt en aan het echte werk wil beginnen (ga er voor!), kunnen onderstaande afkortingen je helpen.

Ze kunnen het breiwerk een heel nieuwe dimensie geven. Meestal kom je ze tegen bij ajourpatronen. Maar K2TOG kan evengoed als minderen gezien worden.

Engelse afkortingEngelse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting
KBLKnit trough back loop (of stitch)Brei door de achterste lus van de steekGEDR
KFBKnit in front and back1 steek meerderen door eerst in de voorste lus en daarna in de achterste lus van dezelfde steek te breien
K2TOGKnit 2 together2 steken rechts samenbreienSAMBR/SBR
K2TOG TBLKnit 2 together trough the back loop2 steken rechts samenbreien in de achterste lus
K3TOGKnit 3 together3 steken rechts samenbreien
P2TOGPurl 2 together2 steken averechts samenbreienAV SAMBR
SL1 KWSlip 1 knitwise1 steek rechts afhalenR AFH
SL 1 PWSlip 1 purlwise1 steek averechts afhalenAV AFH
WYIBWith yarn in backDraad aan de achterkant van het werkDR AT
WYIFWith yarn in frontDaad aan de voorkant van het werkDR VR
SSKSlip slip knit1 steek rechts afhalen, 1 steek rechts afhalen, beide terugzetten op de naald en door de achterste lus rechts breien.GEDR R SAMBR

Deze lijst is niet eindig. Elk patroon heeft zijn specifieke handelingen. En meestal worden ze voor het starten uitgelegd. Maar natuurlijk zal dat ook in het Engels zijn. De vorige tabellen, zullen je hier al grotendeels mee vooruit helpen.

Eigenlijk houdt het allemaal zoveel niet in. Het is een kwestie van weten wat het wil zeggen. (Net zoals bij zoveel andere dingen.) En met dit overzicht, ben je vertrokken. De wereld van Engelstalige patronen ligt voor je open.

Heb je zin om er eentje te proberen? Hieronder vinden jullie een patroon voor een poncho van Red Heart. Moeilijkheidsgraad is middelmatig. Maar alle termen worden hierboven ook uitgelegd, dus dat wordt een makkie voor jou.

Of heb je een ander patroon die je heel graag eens zou maken, maar je hebt de afkorting niet? Geef me dan maar een seintje en ik vul de lijst aan.

Bronnen:

Over Sjette

Inspirerende portretten

Er zijn zoveel breiers en hakers bezig met mooie projecten. En die wil ik graag ook een stem geven. Daarom wil ik graag iets nieuws introduceren. Ik heb een vragenlijst opgesteld die door iedereen ingevuld mag worden. Zo kunnen we elkaar blijven inspireren. Maar kunnen we misschien ook nieuwe wegen vinden om te bewandelen.

De bedoeling is om iedere maand zo’n vragenlijst te delen op deze blog. Dus help me aub een handje, zodat we dit kunnen blijven doen. Om te starten, heb ik hem al een keer ingevuld. Maar de volgende is voor jou! Onderaan kan je de lijst downloaden en dan kan je me die doormailen.

Vragenlijst

Naam: Isabel Decombel

Leeftijd: 31

Als ik moest kiezen tussen breien of haken, kies ik allebei

Hoe lang doe je dat al? Breien ongeveer 20 jaar, haken ongeveer 9 jaar

Foto:

Hoe ben je er ooit mee begonnen?

Mijn grootmoeder (moetje) heeft me leren breien. Ze bracht een grote bol appelblauw zeegroene wol mee en twee rechte naalden. Zo leerde ze me rechts breien. Haken heb ik van mijn moeder geleerd. Ik was nog maar net alleen gaan wonen en had een boek gekocht om granny squares te haken, maar ik geraakte niet helemaal wijs aan de uitleg. Dus heeft ze me de basis aangeleerd.

Welke projecten maak je het liefst?

Ik maak graag uiteenlopende projecten. Afwisseling is voor mij heel belangrijk. Maar ik maak vooral graag mooie projecten. Oh ja, en het mag niet te lang duren, anders blijft het liggen en werk ik het niet af.

Aan welk project ben je nu bezig? Foto’s zijn altijd welkom.
Op dit moment ben ik bezig met mijn sokken die ik bijna af had, maar die niet pasten. Ik heb ze volledig uitgetrokken en de boord is al opnieuw opgezet. Maar ik wil er nog eens aan toe komen om verder te werken.

Werk je altijd met een patroon of maak je ze liever zelf?

Meestal maak ik de combinatie. Bij een trui bijvoorbeeld ga ik op zoek naar de afmetingen. Dan maak ik een proeflapje met de wol waarmee ik wil werken. En dan reken ik uit hoeveel steken en rijen ik nodig heb. Maar als ik een mooi patroon vind, wil ik dat ook wel maken. Al doe ik soms wel een paar aanpassingen.

Wat is jouw bron voor patronen?

Pinterest is voor mij een zalige bron. Ik ga daar op zoek naar soorten steken en modellen. En dat is mijn inspiratie om dan een eigen patroon te maken. Zo bekom ik toch steeds een heel nieuw resultaat. Voor online patronen die ik volledig wil volgen, kijk ik meestal op Drops Design.

Wat staat er nog op je te doen lijstje?

Te veel. Maar ik wil een keuze maken. Een shawl wil ik zeker nog maken. Maar ik heb het juiste patroon nog niet gevonden. En dan wil ik graag ook nog een trui met een V-tekening maken. Oh en de droomdeken staat ook nog op m’n lijstje.

Met welke wol werk je het liefst en waarom?

Omdat ik momenteel nog in verbouwingen zit, ben ik vooral op zoek naar goedkope wol. Kwaliteit is natuurlijk belangrijk, die gaat voor alles. Maar verder maakt het me niet zo veel uit. Kleurencombinaties en textuur vind ik belangrijker dan het soort wol. Al heb ik niet zo graag wol die prikt. Maar ja, wie wel?

Waar koop je jouw wol?

Ik koop hoofdzakelijk bij Suzywol in Eernegem. Dat is nu toch zeker al een jaar en een half dat ik daar vaste klant ben. Vroeger durfde ik ook wel eens online bestellen, maar dan ben je nooit helemaal zeker van de kleur.

Wie inspireert jouw bij je projecten?

Op dit moment is dat Felicia Lo Wong van School of SweetGeorgia. Elke vrijdag brengt ze een vlog (taking back friday) uit in verband met fibre arts en deze week werkt ze aan een gebreide brioche muts. Het kriebelt om ook te maken.

Wat is jouw ultieme tip?

Doe wat je graag doet en maak wat je mooi vindt. Maar verleg af en toe je grenzen. Alleen zo kan je groeien en beter worden in je hobby. Je krijgt er zo veel voldoening van. En vergeet zeker niet te genieten. Zowel tijdens het maken als achteraf van het eindresultaat.

Wat geef je graag verder nog mee aan de bezoekers van deze blog?

Jullie feedback is zeker welkom. Het is de bedoeling dat ik jullie kan helpen met veel voorkomende problemen. Dus geef me gewoon een seintje en ik spit het voor je uit.

Zijn er technieken waarop je soms vast loopt?

Bij mijn sokken ben ik nog aan het sukkelen met de hiel en de kitchener steek om de top dicht te naaien.

Wat verwacht je van deze blog?

Dat ik door het oplossen van mijn problemen en fouten andere mensen kan helpen. Enerzijds zodat ze niet dezelfde fouten zouden maken en zo sneller tot het gewenste resultaat zullen komen. En anderzijds dat ik hen een oplossing kan bieden als ze met een ander probleem zitten.

Aan wie zou je deze vragenlijst willen doorgeven?

Er zijn zoveel mensen. Eigenlijk aan iedereen in de sherilyns rondbreiers groep op facebook. Zij doen dit even graag als ik en ik ben wel benieuwd naar hun ideeën.

Zo, nu hebben jullie misschien een beter beeld van me gekregen. En dat is exact de bedoeling. Want als jij de lijst invult, krijg ik een beter idee van waar jij mee bezig bent en wat je belangrijk vindt. En dat helpt dan weer om deze blog interessanter te maken en anderen te inspireren. Dus vul hem zeker in. En vergeet niet om de lijst door te geven.

Voor de tijd van het jaar

Frisse lentemorgens en late zomeravonden

Het is lente, halfweg mei. Sommige ochtenden kunnen nog fris zijn, maar soms heb je het dan later op de dag veel te warm. Of het is een mooie, warme zomeravond. Je zit nog buiten te genieten van het traag donker worden met een cocktail in de hand. Maar je krijgt het toch wat fris.

De oplossing is dan natuurlijk: laagjes. Dat kan je doen met een trui. Maar dat kan evengoed met een shawl of poncho. En dat is nog zoveel leuker als je het zelf kan maken. Dat is dubbel plezier! Eerst door het te maken, dan door het te dragen.

Trui

Het klassieke model voor een cardigan is een bernadette. Het is een eenvoudig model om te maken en heel stijlvol. En er zijn zoveel mogelijkheden: kort of lang, baggy voor een lazy Sunday of slim voor een feestje. Je kan ze in alle kleuren van de regenboog maken en door te combineren met soorten wol, krijg je hele mooie texturen.

Heb je het te kou, zo snel eventjes aan doen. Oeps, toch weer wat te warm, dan is die heel gemakkelijk af. Hij hoeft niet over het hoofd, dus geen bad hair als gevolg.

Een tijdje geleden heb ik er ook een gemaakt. In appelgroen. Omdat ik het vooral thuis koud heb, heb ik er een lazy Sunday versie van gemaakt. Het patroon is gebaseerd op het model van Hobbydoos.nl.

Mijn versie van een Bernadette.

Ik heb het model wel wat aangepast (Beginnen jullie me al een beetje te kennen?). Want ik wou gaan voor een korter model. En ik dat het wat snel vooruit ging. Dus heb ik de ouwe wuvesteek (of riviersteek) toegepast. Ik vond dat wel passen aangezien het dus een lazy Sunday Bernadette zou worden.

Wil je ook een model uitproberen. Klik dan op de foto.

Shawl

Maar een trui maken, geeft toch iets meer werk. Om het model goed te laten passen, is het best dat je jezelf eerst goed opmeet. De stekenverhouding moet kloppen. En dan is het nodig om een aantal aanpassingen te doen aan het patroon. En dat ligt niet altijd voor de hand.

Daarom kan je ook kiezen voor een shawl. Heb je het wat te fris, dan wikkel je die gewoon rond je schouders. Je hebt het niet onmiddellijk warm, je bent ook volledig mee met je tijd.

Ook bij een shawl zijn de mogelijkheden eindeloos. Je hebt ze in verschillende vormen: driehoek, boemerang, gewikkeld, … En je kan opnieuw spelen met kleuren en texturen. Zeker bij deze shawls kunnen kleuren en texturen heel mooi uitkomen. Het is juist de combinatie van verschillende tonen en een contrastkleur in verschillende steken die het model af maakt.

Met Femma Originals van Eernegem staat er op de volgende crea-avond een model op het programma. Hou zeker de facebook pagina in de gaten als je hierin interesse zou hebben. Of geef me een seintje, dan schrijf ik je in. We maken de eastern sunset shawl. Door de coronamaatregelen hebben we deze activiteit uitgesteld, dus is er voorlopig nog geen nieuwe datum.

Eastern sunset Shawl

Persoonlijk heb ik wel wat moeite met projecten die wat meer tijd vragen, want ik ben nogal ongeduldig en zie graag snel resultaat. Maar sommige van de patronen lijken me echt de moeite waard om eens uit te proberen. Ik zal een paar van mijn favorieten toevoegen op een bord op Pinterest. Kijk daar maar eens op, ideetjes genoeg.

Wil je ook een model uitproberen. Klik dan op de foto.

Poncho’s

Deze zijn ook zo zalig. Ze zijn zo lekker knus. Echt een leuk dekentje om je onder te verstoppen. Weg met die dikke winterjas. Voor de droge en zonnige lentemorgen kan je die gerust vervangen door een poncho.

Een heel gemakkelijk patroon om te volgen is eigenlijk 2 rechthoeken breien (of haken). Dan zet je de korte kant van de ene rechthoek aan een lange kant van de andere rechthoek. En dat doe je nog eens met de andere korte kant. Als je dit in 2 zou vouwen, krijg je dan een driehoek. Wel nog een kraag aan breien (of haken) en dan ben je klaar. Eigenlijk houdt het al niet meer in dat dit.

Maar de mogelijkheden zijn opnieuw eindeloos. Je hebt ook ronde en rechthoekige modellen. Granny squares worden hier ook veel voor gebruikt. En je past het volledig aan aan jouw smaak.

Wil je ook een model uitproberen. Klik dan op de foto.

Wat het ideaal maakt

Als je voor de lente of zomer een shawl of poncho zou maken, raad ik frisse of felle kleuren aan. Maar vooral neem fijnere wol. Kies voor een luchtige steek met openingen. Het zal een instant voorjaarsgevoel geven.

Maar het beperkt zich natuurlijk niet alleen op het voorjaar. Ook in het najaar kunnen poncho’s en shawls zalig zijn. Maar dan zou ik persoonlijk voor bruintinten en grijzen gaan en een iets dikker garen. En een steek die iets dichter tegen elkaar aansluit. Dat geeft een instant hyggegevoel. Lekker cosy!

Ik ben nog steeds op zoek naar een geschikt model van shawl om te maken. Maar dit staat zeker op mijn to do lijstje. Weet je nog, die veel te lange lijst. Eerlijk gezegd heb ik te veel keuze. Er zijn zoveel mooie patronen om uit te kiezen.

Om jullie een duwtje in de rug te geven heb ik bij elk item een patroon vermeld. Welke verkies jij? Of heb je zelf een favoriet. Geef die dan maar door, maar vermeld wel de bron, aub. Zo blijven we geïnspireerd.

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Mondmaskers

Ja, ik weet het. Ik ben een klein beetje aan de late kant. Maar nu heb ik het toch. Deze week heb ik mijn eerste mondmasker gemaakt.

Nu de Coronamaatregelen versoepelen, zullen we het zeker kunnen gebruiken. Het is al verplicht op het openbaar vervoer. En als morgen de winkels weer open mogen, denk ik toch dat we het vaker zullen kunnen gebruiken.

Al sta ik er toch een beetje sceptisch over. Het is niet bewezen dat het Corona tegen houdt. Maar het kan wel helpen om andere mensen niet te besmetten. Het voorkomt dat het virus zich via jouw speeksel kan overzetten op iemand anders. En eigenlijk is dat al een goeie reden om het toch te doen.

De regering beloofde om per inwoner een mondmasker te voorzien. Maar door het tekort wou ik daar niet op wachten. De zorgsector heeft deze mondmaskers veel meer nodig! En ik loop er een pak hipper bij dan met een standaard mondmasker. En dit model is herbruikbaar, dus minder wegwerpafval. Win-win. Er zijn al een heleboel mensen die zo dachten, want er zijn tal van sites met een handleiding om zelf mondmaskers te maken.

Het patroon

De meeste patronen die je zal vinden, worden genaaid. Maar omdat ik zelf niet zo’n naaier ben, heb ik het mijne gehaakt. Ik ben nog eens in de restjes gedoken en probeerde er iets fantastisch van te maken.

Stap 1 was de juiste afmetingen vinden. En een patroon dat niet genaaid wordt. Na wat zoeken op pinterest vond ik uiteindelijk een model die me wel haalbaar leek. Het werd geüpload door Maria Isabel Vicencio Ramirez.

Om gemakkelijk te kunnen werken, heb ik het patroon op krantenpapier uitgetekend. De kleine schuine zijdes had ik dicht gekleefd met plakband om te zien of het zou passen. En dat was zo. Dus heb ik het dan weer open gemaakt om te kunnen gebruiken als basisvorm.

Als je dit patroon wil volgen is het wel belangrijk om de maat in het oog te houden. Dit wordt bepaald door de afstand tussen je neus en kin. Er zijn verschillende maten. Je kan net als bij kledij een small, medium of large hebben. Dit staat niet aangeduid op de bovenstaande link. Omdat het voor mij paste, heb ik niet uitgezocht welke maat dit is.

Eigenlijk houdt een patroon maken niet veel meer in dan dat. Het voordeel is dat je dan al een semi afgewerkt product hebt dat je op voorhand al eens kan passen. Als dat niet zo zou zijn, kan je nu al je patroon aanpassen. En dat scheelt je een hoop werk. Je kan dat ook met andere vormen doen, bvb. een trui. Je hoeft niet echt patroonpapier te gebruiken. Tenzij je het liggen hebt, natuurlijk.

De buitenkant

Daarna is het op zoek gaan naar de juiste wol. Omdat dit gewassen zal worden op hoge temperaturen dacht ik aan 100% katoen. En ik heb daar nog een heleboel restjes van Catania van liggen. Mijn voorkeur ging uit naar Catania denim in kleur 0150. Dat is een jeanskleur. Een paar jaar geleden heb ik daarvan een cardigan gehaakt, maar ik had nog een paar bolletjes over. Maar zoveel heb je er zelfs niet voor nodig.

Het was een beetje werken op gevoel. En kijken in welke rijen ik best meerderde of minderde. Maar omdat het rechte zijden zijn, valt dat best nog mee. Je meerdert en mindert om dezelfde aantal rijen. Gebogen lijnen zijn moeilijker om te volgen.

En bij de oren was het proberen en zien hoever het komt. Uiteindelijk had ik genoeg met 25 lossen. Daarna nog een boord vasten er rond en klaar. Alé, de buitenkant toch.

De binnenkant

Daarna kwam het minder leuke deel, want ik naai dus echt niet graag. Die naaimachine wil net niet doen wat ik wil dat hij doet. Dus komt mijn draad soms los, naai ik niet recht, zit mijn stof vast, enz. Ik wil je daar alvast niet mee lastig vallen, want het is een knoeiboel.

Maar omdat dit toch belangrijk is, heb ik eventjes doorgebeten. Hetzelfde patroon heb ik op stof van katoen overgetekend en uitgeknipt. Daarna rondom gezigzagd zodat de uiteinden niet zouden uitrafelen. Wat ik misschien beter omgekeerd had aangepakt. Eerst zigzaggen en dan uitknippen. Dat weet ik nu voor de volgende keer, hé.

Ik heb de randen nog een halve centimeter omgedraaid en vastgenaaid om het een beetje respectabel te maken. En na het wassen van de buitenkant en binnenkant heb ik alles aan elkaar genaaid. Ik ben wel tevreden met het resultaat, maar ik hoop toch dat ik er maar eentje van zal nodig hebben. Of toch hopen dat ik er eentje krijg van de regering?

Ik dacht één buitenkant en dan elke dag omwisselen van binnenkant. Tot ik me plots besefte dat het virus aan de buitenkant van het mondmasker komt. Dus heb ik eigenlijk voor een week 7 buitenkanten nodig. Maar omdat ik zo gesukkeld heb op de binnenkant, wil ik nog even afwachten en zien hoever ik kom met één mondmasker.

Als ze het in winkels verplichten en ik kan één keer in de week naar de winkel, zit ik al goed met één mondmasker. En mocht het nodig zijn, kan ik er nog altijd eentje bijmaken.

Maar omdat ik wat aan de late kant bent, heb jij waarschijnlijk al je eigen mondmasker gemaakt. Hoe heb jij het aangepakt? Gehaakt, gebreid of toch genaaid? Laat het me maar weten. Heb je zin om deze uit te proberen, geef me een seintje en dan kan ik je de (gratis) werkomschrijving bezorgen.

Bronnen

Basis

Averechts breien

Een tijdje geleden schreef ik over de verschillende manieren om rechts te breien. Er is de Engelse methode, de Continentale methode en de Franse methode. Dat heb je ook bij averechts breien.

Ik weet niet meer precies wanneer ik dit geleerd heb. Maar ik herinner me wel een handtas. De voor en achterzijde was rechts gebreid. En de voorkant in tricotsteek. Eerst had ik nog niet helemaal door dat het de bedoeling was om rechts en averechts om te wisselen. Want als je iedere rij averechts breit, bekom je opnieuw hetzelfde resultaat alsof je ze allemaal rechts zou breien.

De tricotsteek dus. Als je rechts breit zitten de lusjes van de steken aan de achterkant. Als je averechts breit, zitten die aan de voorkant. Wanneer je dit afwisselend doet krijg je alle lusjes aan dezelfde kant en krijg je aan de andere kant mooie V-tjes.

Net zoals bij rechts breien heb je ook weer de drie methodes voor averechts breien. Ik wil ze je toch even meegeven. Als je een nieuwe breier bent, kan je kiezen welke methode voor jou het gemakkelijkst is. Als je een gevorderde breier bent, is dit eventjes een opfrisbeurt.

Ook hier kan je het rijmpje dat ik van moetje leerde toepassen. Het is eigenlijk hetzelfde: insteken, draadje, doorpiepen en laten vallen. Maar het verschil is dat je draad aan de voorkant van het werk zit en dat je van achter naar voor in de steek gaat.

Engelse methode

Bij deze methode heb je de draad in je rechterhand. Telkens je de naald insteekt, laat je die even los om de draad rond de naald te laten gaan (op dezelfde manier als rechts breien). En dan duw je naar achteren, zodat je er een lus op je naald komt. Daarna laat je al de rest vallen.

Maar opnieuw, video’s zijn misschien handiger, dan mijn uitleg. Ik zie het namelijk voor me, dus geen probleem. Maar als je dit nog niet gedaan hebt, kan ik me voorstellen dat het niet zo eenvoudig is, zoals ik nu voorstel. Dit is de video om averechts te breien op de Engelse methode:

Je wordt doorgestuurd naar de website van de video.

Ik herinner me wel dat ik er toch ook even op gesukkeld heb. En opnieuw die eerste steek die weer zo moeilijk was. Maar geen zorgen, daar zijn oplossingen voor. Het heet zelfkanten. En het wil zeggen dat je de eerste steek vervangt door een variant. Of een rechtse steek of de steek rechts afhalen zonder te breien. Er zijn ook nog een aantal andere varianten, maar daar hebben we het wel een andere keer over.

Omdat ik op de Engelse manier heb leren rechts breien, heb ik ook op deze manier leren averechts breien. Het is een heel goeie manier om te leren averechts breien, omdat je wat trager kan werken. Daarna kan je er wat meer routine in proberen te steken. Maar kan de continentale methode misschien iets efficiënter werken.

Continentale methode

Deze versie van het averechts breien heb ik geleerd bij mijn eerste paar sokken tijdens een breiavond van de groep Sherilyns rondbreiers. Omdat ik al geleerd had hoe ik continentaal rechts kon breien, was het maar makkelijk om het ook voor averechts te leren. Anders is het telkens wisselen van draad tussen de rechter en de linkerhand. En dit zou maar vervelend zijn.

Dus je houdt de draad in je linker hand. Je steekt de draad hetzelfde in als je zou doen bij de Engelse methode. Maar dan is het nu een beetje een moeilijke bocht maken. Op het eerste zicht lijkt dit niet juist, maar dat is het toch. Het helpt als je je hand een beetje naar je toe draait. Je krijgt het gevoel dat je de de naald rond de draad draait ipv de draad rond de naald. Dan kan je ook hier de steek naar voor duwen en de rest los laten.

Dit is echt geen makkelijke, dus oefenen, oefenen en nog eens oefenen is echt de boodschap. Want je kan de neiging hebben om de draad anders door te duwen. Je doet dit toch beter niet, want dan komen de steken omgekeerd op de naald en kom je in de problemen bij de volgende rij. Laat deze video je maar helpen.

Je wordt doorgestuurd naar de website van de video.

Zoals ik al zei heb ik dit toegepast bij mijn eerste paar sokken. Maar omdat je dit met rondbreinaalden breit, zou je misschien denken waar ik dat zou kunnen toegepast hebben. Eerst en vooral in de boord, want dat is een steek rechts, een steek averechts. Maar ook in de hiel. Want die wordt in verkorte toeren gebreid. Waardoor je heen en weer gaat ipv in het rond.

Franse methode

En ook bij het averechts breien heb je de Franse methode. Opnieuw is dit een beetje tussen beide. De draad hou je in de linkerhand (Continentale manier), maar draai je op de Engelse manier rond je draad.

Ook dit heb ik nog niet geprobeerd, omdat het me een beetje dubbel lijkt. En zoals je kan lezen in mijn vorige post, vind ik de continentale manier eenvoudiger en sneller. Maar het grote voordeel is dat je relaxter breit. En eigenlijk brei ik zo liever averechts dan rechts. Wie had dat ooit durven dromen. Want op de Engelse manier heb ik toch regelmatig eens gevloekt (sorry daarvoor).

Maar ook hier geldt weer dat jij een methode kiest die werkbaar is. Als je je goed voelt bij één van deze manieren, ga daar dan vooral voor. Want nu je zowel rechts als averechts kan breien, ligt de wereld aan je voeten.

Je kan deze twee nu gaan combineren, waardoor je eindeloos verschillende patroonsteken kan maken. Zoals bijvoorbeeld de dubbele gerstekorrelsteek die ik gebruikte in mijn Oats and honey trui. Heb jij een favoriete steek? Laat het me zeker weten.

Bronnen

Weetjes

Bullet Journal

Tijdens een project hou ik graag een overzicht bij van het patroon en hoever ik daarin sta. Hiervoor bestaan er verschillende methodes, maar ik gebruik een bullet journal.

Heb je er nog nooit van gehoord? Het is nochtans heel handig. Het is een combinatie van een agenda, dagboek en alle lijstjes die je anders op losse blaadjes zou noteren. Zo hou je alles heel handig bij elkaar. Ik doe het nu al drie jaar en ik ben er volledig van overtuigd dat het werkt.

Eerst hield ik het bij in een boekje. Maar als dat dan vol geschreven was, kon ik de lijstjes die ik wou houden weer opnieuw overschrijven. Ook al waren het dikke boekjes, ik hield het niet echt vol. Daarom ben ik overgeschakeld op een mapje. Als ik er blaadjes bij steek, haal ik oude er uit. En wat ik wil houden, mag blijven.

Ik heb het bij mijn Oats and Honey trui gebruikt. En kijk welk een prachtig resultaat.

Het handige er aan is dat je bijhoudt wat voor jou belangrijk is:

  • op jouw maat
  • toerenteller
  • stekenverhouding
  • notities
  • leren uit je fouten

Op jouw maat

Op een patroon vind je verschillende maten. Maar als je er eventjes niet met je gedachten bij bent, kunnen die wat verwarrend zijn. Je schrijft het over en zo hoef je je maar met één iets bezig te houden. Let natuurlijk wel op dat je de juiste maten overschrijft, natuurlijk. Maar een keer genoteerd, zit je goed.

Het is iets heel persoonlijks. Dus het kan heel goed zijn dat je notities voor iemand anders niet echt leesbaar zijn. Maar dat is niet zo erg. Zolang jij maar aan het gekriebel uit kan. Een ander zal het patroon nodig hebben om er zijn of haar versie van te maken.

Wil je het patroon bijhouden om later nog eens opnieuw te maken? Dan zit het handig bij alle andere patronen die je wil bewaren. De kans dat je er lang naar moet zoeken is klein. Zeker als je een inhoudsopgave hebt.

Toerenteller

Dit is voor mij het handigst. Ik hou graag mijn rijen dat ik gebreid heb bij. Want meten wanneer je werk nog op de naalden zit, is niet zo evident. Tel je de naalden er bij of niet?

Door de steekverhouding kan je uitrekenen hoeveel rijen er nodig zijn voor het gewenste aantal cm. Dit komt meestal overeen. Enkel wanneer je wat verder in je werk komt, kan dit lichtjes afwijken. Want dan gaat de wol al wat doorhangen. Ik had dit bij mijn trui aan de schouders en aan de bovenste uiteinden van de mouwen.

Door de rijen bij te houden, krijg je hier meer zicht op. En je weet ook hoever je staat bij welk stuk. Als je 86 rijen moet breien om aan 36cm te komen, weet je dat je bij rij 43 in de helft bent. Zo zie je vooruitgang.

Brei je liever het voorpand toch apart van het achterpand. Dan weet je aan het aantal rijen dat ze even lang zullen zijn. Idem voor de mouwen. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat de ene langer is dan de andere.

Stekenverhouding

Dit is eigenlijk het eerste dat ik noteer. Want dit is toch echt wel één van de belangrijkste dingen. Je hebt het nodig om je steken en rijen uit te rekenen. Ik noteer 10cm op 10cm, omdat het dan makkelijk omrekenen is. Maar eigenlijk kan je het met elke afmeting doen. Kwam je proeflapje uit op 13cm op 15cm, dan kan je het even goed zo noteren.

Als je stekenverhouding niet overeenkomt met dat in het patroon, kan je het ook gebruiken om om te rekenen. Zo gaat het allemaal iets vlotter. Zet dan de twee naast elkaar en noteer hoeveel steken je juist nodig hebt. Bereken dan het aantal rijen dat je nodig hebt.

Een overzicht van de steek die je wil breien, is ook altijd handig. Bij deze trui was dit de dubbele gerstekorrelsteek. Dus een steek rechts, een steek averechts en dit herhalen op de naald. Voor de 2e rij herhalen. En daarna wisselen, zodat er een averechtse steek op een rechtse komt en omgekeerd. En dan de 4e rij rechts boven rechts, averechts boven averechts. Soms werkt visueel beter, dus is een schema ook altijd handig.

Notities

Altijd handig om tijdens het project iets belangrijks te noteren die niet in het patroon staat. Of als je net als ik graag wijzigingen toepast in een patroon.

Het oorspronkelijke patroon is uitgeschreven op rechte naalden. Het voorpand wordt los gebreid van het achterpand en de mouwen worden open gebreid. Maar ik brei liever op rondbreinaalden. En ik steek liever niet te veel tijd meer in alles dichtnaaien. Tja, het moet een beetje vooruit gaan bij mij.

Deze wijzigingen ten opzichte van het patroon kan je noteren. Stel dat je het later nog eens opnieuw wil maken, dan weet je waar je het anders aangepakt hebt en kan je hetzelfde resultaat bekomen.

Leren uit je fouten

Door op te schrijven wat je doet, kan je fouten herkennen. Zo heb ik iets ontdekt bij de minderingen van de V-hals. Volgens het patroon brei je A.2 en dan minder je verder op dezelfde manier 3 tot 4 keer. Ik was al 3 keer (voor een small) A.2 aan het breien toen ik zag dat ik plots te weinig steken had. Het was de bedoeling om naast 1x A.2 te breien verder nog 3x één keer te minderen. Door dit te noteren heb ik dit gezien.

Ik werk graag overzichtelijk, dus doorstreep ik niet graag bij fouten. Daarom schrijf ik in potlood. Je kan het nog altijd uitgommen als het niet klopt. Maar af en toe kan je het wel eens uitwrijven. Negeer dus maar de vlek bij de opmerking ‘brei tot 17cm in patroon’.

Het is helemaal niet erg om eens te missen. Door het nu op te schrijven, zal je ze geen tweede keer meer maken. Geloof me maar.

Ik ben van plan om het ook toe te passen op mijn sokken. Dat is mijn volgende project, als er niet opnieuw iets anders tussen komt, natuurlijk. Hoe hou jij je werkjes bij? Laat het me gerust weten.

Bronnen

Nieuwe werken

Oats and honey

Een tijdje geleden werden mijn spulletjes, die al een paar jaar gestockeerd stonden, eindelijk geleverd. En tijdens het openen en sorteren van de dozen, kwam ik nog wol tegen die ik dus een hele tijd geleden gekocht had. Ik was zo blij dat ik die vond, dat ik onmiddellijk enthousiast was en op zoek ging naar een patroon. Ja, die sokken moeten nu maar eventjes wachten.

Verloren schatten

De wol die ik vond, is Soffio. Ooit dus eens besteld bij Veritas. Dit was nog van voor ik naar mijn vaste wolwinkel (Suzywol natuurlijk) ging. Ik had gekozen voor donkerrood en daar ben ik tot op de dag van vandaag nog steeds blij om. Ik heb liever wat kleur in mijn kleerkast.

De wol is zo zacht door de Mohair die er in zit, dat het ideaal is voor een knusse trui. Of een sjaal in ajour patroon, dat zou ook nog mooi uitkomen. Maar heb ik wel genoeg wol? Dat is het risico als je op voorhand wol koopt en dan nog niet weet wat je gaat maken.

Toeval

Ik was zowat online aan het zoeken en scrollen en heel toevallig kwam ik het Oats and honey patroon van Drops tegen. Ik wou wel liever iets haken, dus keek ik nog wat verder. Om dan toch terug te komen op dit mooie patroon. Het leek me ideaal.

Ik vond het zo prachtig door de combinatie van de steek, het model en de mouwen. Mijn uitdaging hier was de V-hals. Dat had ik nog niet eerder gedaan. Maar dat zag ik wel zitten. En ook al heb ik liever wat kleur, in beige is deze trui ook heel mooi. Je krijgt er zo’n heerlijk lentegevoel van.

Hoewel ik niet dezelfde wol gebruikte als op het patroon, kwam de steekverhouding toch perfect uit. Ik heb gebreid met naald 5 en de boordsteek van de mouwen met naald 4. Het leek alsof alles als puzzelstukjes in elkaar paste. Wol check, patroon check en steekverhouding check. Dus ben ik maar meteen begonnen. Maar eerst eens goed nadenken. Bezin voor je begint, weet je nog.

Het patroon volgen of ook niet

Stap 1: het patroon doornemen. Stap 2: denken dat ik het volledig anders ga doen. Stap 3: terug naar het patroon, maar wel aanpassen naar rondbreinaalden. Ik naai namelijk achteraf niet zo graag alles dicht. En zo scheelt het een hoop.

Eigenlijk is de kantsteek weglaten de enige aanpassing die ik gedaan heb. En opletten met de goeie en verkeerde kant, omdat je steeds op dezelfde kant breit. Juist aan de boordsteek van de mouwen ben ik dit een beetje uit het oog verloren.

Ik vond het ook een hele mooie steek om toe te passen. De trui is gemaakt in de dubbele gerstekorrelsteek. Dit wil zeggen een steek rechts, een steek averechts en dit herhalen op de naald. Voor de 2e rij herhalen. En daarna wisselen, zodat er een averechtse steek op een rechtse komt en omgekeerd. En dan de 4e rij rechts boven rechts, averechts boven averechts. Je vindt meer uitleg in het patroon en er zit ook een mooi schema bij.

En eigenlijk heb ik geen probleem gehad met de V-hals. Ik heb gewoon het patroon gevolgd en in de juiste rijen de minderingen gemaakt. Enkel die middelste steek leek eventjes Chinees voor me. Maar ik heb het geprobeerd en uiteindelijk kwam het wel goed hoor.

Het resultaat

Na het middenstuk, kwamen de mouwen. En eigenlijk is het dan gewoon alles aan elkaar naaien. Dit patroon was heel eenvoudig te volgen. Mocht ook wel, na het mislukken van mijn sokken. Ik geef eerlijk toe dat ik een beetje in een dipje zat. Dus was ik zo blij dat hij paste. Echt waar. Eigenlijk is dat nog een understatement.

Het aan elkaar naaien het ik met de matrassteek gedaan. Zo vallen de naden iets minder op. Maar omdat ik dit dus aan de schouders en armen gebruikt heb, zie je dit wel. Want de steken staan hier dwars op elkaar.

Wateren

Hoewel ik het proeflapje heb gewaterd (want dan krijg je de stekenverhouding van het eindresultaat), ik durf mijn trui niet wateren. Wat als het weer mis gaat? En ik ben nu zo blij met de trui. Ik denk dat ik hem toch eerst een paar keer ga dragen voor ik hem was. Als ik dat wel zou doen.

Maar ik heb wel eens opgezocht hoe je correct watert. Via deze video denk ik wel dat het zal goed komen hoor. Maar toch, wat als het niet goed komt. Ik heb echt mijn twijfels. Maar via eerdere werken heb ik wel gezien dat het helpt. Ik sta hier dus echt voor een dilemma.

Nu wil ik heel graag eerst genieten van het eindresultaat zoals het is. Ik heb hem aan gedaan en hij zit als gegoten. We zien wel.

Bronnen:

Inspiratie

Inspiratie

Er zijn zoveel manieren om patronen te vinden. En er zijn zoveel ideeën dat je ze niet allemaal kan verwerken. Maar waar ga je er naar op zoek? Hoe komen ze uit de lucht vallen?

Boeken

Je kan heel veel boeken vinden rond breien en haken. Meestal beginnen ze bij de basis en hebben ze een aantal patronen om te maken. Afhankelijk van welk boek kan je hier patronen uithalen voor truien, mutsen, sjaals. Maar je kan er ook patronen vinden voor interieur en decoratie.

Dit zijn een paar van mijn favorieten: Ons breiboek van KVLV en Handmade van Jessica Kouwenhoven. Maar afhankelijk van wat je graag maakt, kan dat dus enorm verschillen. Degene die juist beginnen met breien en haken kunnen een enorme hulp hebben aan de boeken van KVLV, omdat ze uitgebreid ingaan op de basis. Als je graag sokken breit, kijk je best eens naar de Soxx boeken en de boeken van Arne en Carlos. Ook voor Amigurumi kan je heel veel boeken vinden. En wie kent de boeken over dierenkrukken niet.

Deze boeken kan je kopen in de boekhandel natuurlijk. Maar vraag er ook eens naar bij de winkel waar je je wol koopt. Zij zullen ongetwijfeld ook boeken hebben waar je patronen kan vinden.

Maar het kan natuurlijk zijn dat je één patroon uit een bepaald boek wil maken, maar daarvoor niet het volledige boek wil aankopen. Dan is de bib een aanrader. Daar kan je er een heleboel vinden en kun je gewoon maken wat je wil.

Tijdschriften

Naast de boeken zijn er natuurlijk ook tijdschriften. Die komen om de zoveel tijd opnieuw uit met nieuwe patronen. Dus ben je steeds op de hoogte van de nieuwste trends.

Voor haken heb je het tijdschrift Aan de haak en Simply haken. Maar ook in Anna en Katia kan je veel terug vinden. Afhankelijk van wat je wil haken, heb je ook verschillende soorten tijdschriften. Oh, en vergeet Veritas niet. Dat is ook zeker een aanrader.

Hou je meer van breien, dan heb je Simply breien en Burda. Maar ook hier kunnen Katia en Veritas je helpen.

Hier geldt dezelfde tip. Ga eens naar de bib en neem een paar tijdschriften mee. Zo kan je maken wat je wil, zonder al te veel uit te geven.

Internet

Ook op internet kan je heel veel patronen vinden. Waar tijdschriften het om de zoveel tijd kunnen tonen, kan je hier op elk moment van de dag de laatste trends volgen. Wat niet altijd een voordeel is, als je zo creatief bent als ik. Het zou wel eens kunnen zijn dat je een beetje overdonderd wordt. Maar als je zo creatief bent als ik, trek je je daar niks van aan. Je zet het gewoon op je to do lijstje.

Dit zijn een paar van mijn favorieten: www.garnstudio.com en www.hobbydoos.nl. Hier kan je ook een heel veel mooie patronen terug vinden. Wel hoofdzakelijk truien en blouses, maar ook wel andere zaken hoor. In de winter kan je er ook mutsen en sjaals vinden.

Maar kijk ook eens op www.wolplein.nl, www.breiclub.nl en www.veritas.be. Niet te lang kijken, want je wil beslist alles maken, wat je er kan vinden. Dat to do lijstje wordt eindeloos.

Hulp

Omdat er zoveel te vinden is op internet zijn er platformen die je kunnen helpen. Persoonlijk heb ik heel veel aan Pinterest. Het verbreedt je kijk op patronen, want je zoekt niet enkel op de websites die je kent, maar op het wereldwijde web. De mogelijkheden zijn dus eindeloos.

Pinterest kan je gebruiken als moodboard om bij te houden wat je mooi vindt. Het is heel eenvoudig. Je geeft een paar zoektermen in en de wereld ligt aan je voeten. En als je dan ooit eens tijd hebt, kan je de patronen terug vinden die je wil maken. Sinds kort kan je me er ook terug vinden als Sjette.

Er zijn ook veel mensen die foto’s nemen van hun werken en dit via Instagram met de wereld delen. Ook hiermee kan je dus heel wat patronen vinden.

Er zijn ook tal van andere apps die je kunnen helpen. Ga maar eens op zoek in de app store. Je vindt er alles wat je hartje begeert.

Delen

Er zijn patronen waarvoor je betaalt, maar er zijn er ook een heleboel die gratis zijn. Maar hoe dan ook hou je er best rekening mee dat er een auteursrecht op de patronen kan zitten. Let dus op als je ze doorgeeft of deelt.

Een stapje verder

Maar het hoeft zich niet enkel tot bestaande patronen te beperken. Ik heb al een paar keer in de winkel gestaan en gedacht dat ik het liever zelf zou maken. Dus, maak je eigen patronen. Als je een trui hebt die je past, ben je al halfweg.

Je kan met de steekverhouding omrekenen naar de vorm van de trui. Of je kan zoals bij naaien de vorm effectief uittekenen op patroon- of krantenpapier en zo de vorm volgen. En het hoeft natuurlijk niet alleen bij truien te blijven. Je kan het met vanalles doen.

Hopelijk is jouw to do lijstje nog niet te lang en heb ik je zo een stap verder kunnen helpen met je zoektocht naar mooie patronen. Wat is het volgende werkje dat je gaat maakt?

Basis

Afkortingen over haken

Als je veel op internet zoekt naar patronen, net als ik, vind je heel veel Engelse versies. Dan is het niet altijd duidelijk over wat het gaat en kan het eerder Chinees lijken. Stel je voor. Zowel bij breien als bij haken kan je zo wel eens vast komen te zitten.

Als je een beginnend haakster bent, kan je al moeite hebben met de Nederlandse afkortingen. Laat staan met Engelse. De ervaren haakster zal waarschijnlijk al de Engelse termen tegen gekomen zijn. Misschien heb je afgehaakt (sorry… kon het niet laten), misschien ging je zelf op zoek. Maar gedaan met zoeken!

Na heel veel nakijken en zuchten heb ik toch de betekenissen kunnen terug vinden. Het ligt niet zo voor de hand. Het is een kwestie van zoeken op de juiste sleutelwoorden, heb ik ondervonden. Maar om jou die moeite te besparen, wil ik ze dus eventjes met je delen.

Engelse afkortingen

Hieronder vind je een schema met de Engelse afkorting voor haken, wat het voluit betekent en wat de Nederlandse vertaling is. En voor de volledigheid heb ik de Nederlandse afkorting er ook bij vermeld.

Engelse afkortingEngelse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting
ChChainLossel
ScSingle crochetHalve vasteHv
DcDouble crochetVasteV
htrHalf treble crochetHalf stokjehst
trTreble crochetStokjest
dtrTriple crochetDubbel stokjedst
Engelse vertaling van haaktermen

Amerikaanse afkortingen

Maar was het maar zo eenvoudig. Er is een verschil tussen Amerikaanse en Engelse termen. En om het nog moeilijker te maken, overlappen ze elkaar. Het is dus belangrijk om te weten in welke termen het patroon geschreven is.

Hierboven vinden jullie dus de Engelse versie. Hieronder de Amerikaanse. Probeer ze uit elkaar te houden.

Amerikaanse afkortingAmerikaanse betekenisNederlandse betekenisNederlandse afkorting
ChChainLosseL
SlstSlip stitchHalve vasteHv
ScSingle crochetVasteV
HdcHalf double crochetHalf stokjeHst
DcDouble crochetStokjeSt
TrTreble crochetDubbelstokjeDst
Amerikaanse vertaling van haaktermen

Voor gevorderden

Dit zijn natuurlijk nog maar de basistermen en er zijn er nog zoveel meer. Zeker als je naar figuren kijkt of Amigurumi haakt, kom je er nog een heleboel andere tegen. Gelukkig kan ik je daar ook bij helpen.

Meestal wordt er in het patroon zelf een uitleg gegeven van de afkorting naar wat de handeling is. Dus leg dit schema naast je werkomschrijving.

Engelse termNederlandse betekenis
LoopLus
Magic ringMagische lus
StitchSteek
RowRij
JoinSluit de rij
SkipOverslaan
Yarn overMaak een omslag
TurnKeer het werk
DecreaseMinderen
IncreaseMeerderen
Back loop onlyEnkel achterste lus
Front loop onlyEnkel voorste lus
Andere haaktermen die je kan tegen komen

Zo, nu kan je al een heel eind verder.

Een voorbeeld

Eventjes een voorbeeld om alles te verduidelijken. Om terug te komen op het patroon van het beertje dat ik een paar weken geleden haakte in Amigurumi, dit is wat het wil zeggen. Zie mijn vorige post #kijkdaareenbeer.

Ik ga er van uit dat dit patroon in de Amerikaanse termen geschreven is, door de foto’s. Je kan zien dat ze met single crochet een vaste bedoelen.

8 Sc in a magic ring, zijn dus 8 vasten in een magische lus. Inc x8 wil dan zeggen dat je 8 keer meerdert. Sc in all betekent dat je in elke steek een vaste haak. [En 3SC, Inc] x4 wil zeggen dat je eerst 3 vasten haakt en dan één steek meerdert. En dat herhaal je 4 keer.

Engelse en Amerikaanse naalden

Je kan ook moeite hebben om de juiste naald te vinden. Amerikaanse naalden kunnen met een letter- of cijfercode aangegeven worden. En Engelse naalden zijn al helemaal omgekeerd dan hoe wij ze kennen. Ook voor jullie gemak hier een overzichtje:

Amerikaanse
lettercode
Amerikaanse
cijfercode
Engels Nederlands
0142
B1132,25
122,5
C22,75
113
D3103,25
E493,5
F53,75
G684
G4,25
774,5
H865
I955,5
J1046
K10,536,5
27
L1108
M13009
P/Q15
Q16
S19

Zoals je kan zien, komen niet alle nummers en letters overeen. Soms is er in Engeland een cijfer voor, maar niet in Amerika. En wij werken dan nog met kwartjes per nummer. Hopelijk kan je hier je weg in vinden.

Dus, nu sta je weer een stapje verder en wordt het poepsimpel. Het vraagt natuurlijk wat opzoekwerk en uitpluizen. Dat geef ik toe. Maar met deze lijst van vertalingen hoop ik je toch een heel eind op weg te helpen. Zijn er vertalingen over haken waar je nog niet aan uit geraakt, geef me maar een seintje en dan ga ik voor jou op zoek.

Bronnen

Basis

Kleurencombinatie

Vandaag is het Pasen! De lente is begonnen, de blaadjes komen weer stilletjes aan aan de bomen. Je hoort de vogeltjes fluiten. Zalig is dat.

En omdat het nu ook de tijd is van heel veel frisse kleuren, wil ik jullie even meenemen op kleurenreis. Want, geef toe, een mooi werk staat of valt met de juiste kleurencombinatie.

Er zijn primaire, secundaire en tertiaire kleuren. En dan heb je wit (het ontbreken van kleur) en zwart (de combinatie van alle kleuren). Er zijn ook koude en warme kleuren. Pastelkleuren, heldere kleuren en nog veel meer. Alles past eigenlijk in een mooie cirkel.

Ik neem je eerst even mee door de theorie. Daarna volgt het leuke gedeelte.

Rangorde

De primaire kleuren zijn rood, geel en blauw. Met deze 3 kleuren worden alle andere kleuren gemaakt. Maar er zijn geen andere kleuren waaruit je ze kan maken. Denk maar aan de kleuren van je printer: magenta (rood), yellow (geel) en cyaan (blauw).

Secundaire kleuren worden gemaakt door 2 primaire kleuren te combineren. Rood en blauw maken paars, rood en geel, oranje en blauw en geel, groen.

Door de 3 primaire kleuren te combineren krijg je de tertiaire kleuren. Dit zijn kleuren die je veel in de natuur tegen komt, zoals olijfgroen, oker en bruine tinten.

Er bestaat een kleurensysteem dat ook groen als primaire kleur aanziet en dat is het NCS kleursysteem. Hieronder zie je een cirkel waarin alle kleuren zijn opgenomen. Elk kleur heeft een naam naar de hoeveelheid kleur er in zit. Maar hier word ik misschien te technisch. Ik zal je dat besparen. Want mooie kleuren zijn het belangrijkste.

Naast dit kleurensysteem zijn er nog een heleboel andere, waaronder het RAL systeem. Je kunt beide niet naast elkaar leggen. Een RAL kleur, komt niet overeen met een NCS kleur.

Tegenpolen

De term complementaire kleuren kan je ook wel eens tegen komen. Dit zijn de kleuren die tegenover elkaar op de kleurencirkel zitten. Voor rood is dat groen, voor blauw is dat oranje en voor geel is dat paars.

Gedempte kleuren zijn kleuren die een klein deeltje van elkaars complementaire kleur bevatten. Ze zijn net iets zachter en toegankelijker dan de heldere kleuren.

Temperatuur

Er zijn warme en koude kleuren. Van geel tot rood, en alles wat er tussenin ligt, zijn warme kleuren. En van paars tot groen, zijn koude kleuren.

Het is niet dat ze warm of koud aanvoelen, maar ze geven die indruk. Denk maar aan vuur. Dan denk je automatisch aan rood, oranje en geel. Als je denkt aan ijs, zie je vooral tinten van blauw voor je.

Wit en zwart

Door wit toe te voegen, maak je een kleur lichter. Door zwart toe te voegen, maak je de kleur donkerder.

Zo bestaan er waaiers die een volledige kleurencombinatie tonen. Rechts in de punt heb je de heldere, pure kleur zonder toevoegingen. Links bovenaan staat wit en links onderaan staat zwart. Als je de beweging van rechts naar links maakt, neemt de helderheid van het kleur af. Als je diagonaal naar onder gaat wordt die donkerder. Diagonaal naar boven wordt lichter.

Als je gaat kijken naar de bovenkant van de kleurendriehoek, kom je de pasteltinten tegen. Eigenlijk zijn dit gewone kleuren waar veel wit aan toegevoegd werd.

Het grotere plaatje

Als je nu de kleurenwaaier en de driehoek ineen plaatst, krijg je alle mogelijke kleuren die er bestaan. En dat zijn er zoveel, dat je van je sokken geblazen wordt.

Kleuren combineren

Oef, gedaan met de theorie. Nu kunnen we over naar het leuke gedeelte: de praktijk. Kleuren combineren doe je meestal op gevoel. En dat gevoel is wel ook meestal juist hoor.

We gaan op zoek naar harmonieuze kleuren die bij elkaar passen. Dit zijn ton-sur-ton kleuren. Het gaat hier om lichtere en donkerdere kleuren, dus met combinatie van wit en zwart bij de kleur. Of anders bekeken kleuren met dezelfde aandeel kleur.

Of we gaan juist voor contrasterende combinaties. We gaan dan complementaire kleuren naast elkaar zetten. Deze brengen het beste in elkaar naar voor, waardoor ze mooier uitkomen en elkaar versterken.

Persoonlijk vind ik de mooiste kleurenwaaiers een combinatie van beide methodes hierboven. Een drietal kleuren ton-sur-ton met een contrasterend kleur. Zoals onderstaande combinatie.

Via google of pinterest kan je ook al een heel eind komen. Laat je inspiratie maar de vrije loop. Of kijk eens buiten (het is nu toch het ideale moment), want kleuren die bij elkaar in de natuur voorkomen, gaan ook heel goed samen.

Ook handig om te weten

Kleuren kan je niet onthouden. Been there, done that. Lukt niet! Geloof me maar. Er zijn er te veel. Er kan altijd een kleine afwijking op het kleur zitten dat je in gedachten hebt. Dus als je wol kiest, neem de kleurenserie mee om te vergelijken.

Kleuren tonen ook anders op scherm of op foto, dan dat ze in het echt zijn. Pas hiermee op als je online shopt. Of als je echt op zoek bent naar een kleur die bij een ander kleur die je al hebt, hou je hier best rekening mee. Koop je een volledige set voor een nieuw project in de winkel, dan kan dit nog meevallen. Je stemt dan alle kleuren op elkaar af. Hou het in elk geval in je achterhoofd.

Elke wol heeft zijn typische kleuren. Soms is de kleur ook eigen aan het materiaal. Acryl neemt een kleur anders op dan merinowol. De kans is dus klein dat wanneer je 2 materialen naast elkaar legt, je exact hetzelfde kleur kan vinden. Daarom combineer ik meestal binnen hetzelfde materiaal.

Hoe mooi zeg, al die kleuren samen. Dat maakt me blij en geeft me een berg inspiratie. Hopelijk helpt dit je bij de volgende keer dat je wol gaat kopen. Welke leg jij naast elkaar? Stuur gerust maar een foto door.

Bronnen

Nieuwe werken

Sokken breien

Ik had nog eens zin om sokken te breien. Niet de tijd van het jaar, ik weet het. Maar zoals ik al zei, staat er te veel op mijn lijstje. Dus ik doe maar gewoon verder. En ik heb daarvoor een prachtig boek. Je kent het waarschijnlijk wel: Soxx book van Kerstin Balke. Ze heeft zo veel mooie patronen dat je niet kan wachten om ze te maken.

Maar dit is het tweede paar sokken die ik maak, dus ik heb nog niet zo veel ervaring. In het boek heb je verschillende moeilijkheidsgraden. Maar ik ben iemand die zich daar natuurlijk niks van aan trekt, wat dacht je nu. The sky is the limit. Dus ik ga een uitdaging niet uit de weg. Door je grens te verleggen, groei je.

Ik heb ook nog niet zoveel ervaring met jacquard breien, wat misschien wel een must is voor deze sokken. Maar al doende leert men, wordt er gezegd. Dus voila. Een dubbele uitdaging, die ga ik zeker niet uit de weg.

Maar het kan beter

De Soxx waar mijn voorkeur naar uit ging is nr. 9. Ook al zijn de kleuren in het boek een mooie combinatie, ik had nog andere kleuren wol liggen. Dus heb ik die maar genomen. De kleuren zijn alvast prachtig en het motief ook. Maar er zijn toch een paar puntjes die beter kunnen. En die wil ik eventjes met jullie delen. Gedaan met sokken die niet passen! Want ze kwamen wat aan de kleine kant uit.

Voor mij zit er niks anders op dan opnieuw te beginnen. Uit goeie bron (dank je, Inge) heb ik vernomen dat wateren bij jacquard breien niet echt helpt. Want je zit met een dubbele draad die het werk te stevig houdt. En ze heeft in het verleden al veel gelijk gehad. Beter dat ik haar dan maar geloof en minder tijd verlies.

Dit wil ik de volgende keer beter doen:

  • Het jacquard patroon losser breien.
  • Een mooiere hiel breien, zonder gaatjes.
  • De kitchenerstitch om de teen dicht te naaien, beter onder de knie krijgen.
  • De juiste maat voor mijn sokken vinden.

Dus ging ik even op zoek naar tips. En hier zijn ze.

Het jacquard patroon losser breien

Ik denk niet dat er hier veel tips voor zijn. Gewoon losser breien. Als de draad die je meeneemt te strak zit, trekt die het patroon samen. Maar bij het breien van de sokken, heb ik het gevoel dat er iets tegen trekt, waardoor ik automatisch strakker brei.

De manier waarop ik jacquard brei, is ook hier de continentale manier. Met de twee draden om de linker vingers. Door de hoofdkleur tussen wijs- en middelvinger te nemen en de bijkleur tussen middel- en ringvinger, kan je de draden makkelijk uit elkaar houden en wisselen. Om het bijkleur te nemen ga je onder de hoofddraad en neem je die mee in je steek.

Een grotere naald zou helpen om wat losser te breien. Ik heb nu met naald 2,5 gebreid, het zou helpen om met 2,75 of 3 te breien. Ik heb de test eventjes gedaan. Ipv naald 2,5 heb ik met 2,75 gebreid. Hieronder kan je het resultaat zien.

Er zit nog steeds te veel spanning op de draden, naar mijn voorkeur. Binnenste buiten breien zou ook helpen, omdat de draad die je meeneemt aan de buitenkant zit en dus langer is. Daardoor zou er minder spanning op de draad zitten. Ook dit heb ik getest en het resultaat kan je hieronder zien.

Maar op de naald zag het er zo uit:

Ik was aangenaam verrast. Naar mijn idee geeft dit het beste resultaat. De steken hebben meer ruimte om tot hun recht te komen. Ik heb ze even samen gelegd, zodat je het verschil kan zien.

In het begin is het wel wat sukkelen, omdat je volgens een omgekeerde manier van denken werkt. Hou in gedachten dat je naalden aan de achterkant komen te zitten en dat je eigenlijk gewoon anders doet. Na een tijdje lukt het dan wel.

Een mooiere hiel breien, zonder gaatjes

Tot nu toe gebruikte ik het fimlpje van Marbada op youtube over de jojohiel (of boemeranghiel). Omdat ik de uitleg uit het boek iets te moeilijk vind. Onthou dat ik nog niet zo veel ervaring heb met sokken en de hiel is zowat het moeilijkste om te doen. Voor mij toch. Als je nog niet zoveel ervaring hebt met sokken als ik, is deze werkwijze heel gemakkelijk om te volgen.

Dit filmpje toont wel hoe je de dubbele steken maakt op de Engelse methode. Ik ben nog niet helemaal mee met de methode voor continentaal breien. Hier wordt nog aan gewerkt.

Je wordt doorgestuurd naar de website met het filmpje

Ik merk dat er een verschil is bij de overgang van het eerste stuk van de hiel, naar de tweede. Volgens het boek worden er twee rijen tussen gebreid en in het filmpje van Marbada niet. Wat het voor mij meer haalbaar maakt. Maar die twee rijen is misschien ook wat je hiel naar een hoger niveau tilt. Hieronder vind je het filmpje over de bumerangferse volgens het boek. Achtung, es ist auf Deutsch.

Je wordt doorgestuurd naar de website met het filmpje

Even vermelden dat ik eigenlijk niet met 5 aparte naalden werk, maar met een rondbreinaald. Dus is het een beetje moeilijk om de handelingen om te zetten. Dus zo komen alle beetjes bij elkaar in een puzzel, maar dat is iets dat ik zelf al gaande weg, aan het uitdokteren ben.

Wanneer ze klaar is met het eerste stuk, breit ze de gedubbelde steken opnieuw samen, waarbij ik het overzicht een beetje verlies. Want bij het tweede deel heb je die steken opnieuw nodig, maar wat als je ze niet allemaal of er te veel hebt. Ik kan het nog eens opnieuw proberen, met een steekmarkeerder. Dan zal ik het overzicht misschien meer kunnen behouden.

Ze toont wel een goeie tip om minder gaatjes te hebben aan de hoek van de hiel. Ze zet de eerste en laatste twee steken met een steekmarkeerder op de andere naald. Ik kom hierbij een beetje in de knoop, omdat ik de 2 sokken tegelijk brei. Dus bij de 2 binnenkanten is dit een beetje moeilijk te doen. Want wat doe je met de dubbele steken die je niet meer mag breien, maar je wil wel je tweede sok verder breien. Voorlopig heb ik me beholpen met een kabelnaald. Daar kunnen de steken eventjes op rusten.

Voor de rest is het gewoon een kwestie van de steken goed aan te trekken, want ik heb de gaatjes enkel aan de kant waar ik rechts brei. Daar is het gemakkelijker om de omslagen te maken. Aan de kant waar ik averechts brei, zitten de steken mooi dicht tegen elkaar.

Meer zal er niet aan zijn dan oefenen, oefenen en nog eens oefenen, denk ik. En dan zal er wel wat routine in komen. Het is nog maar mijn tweede paar sokken he.

De kitchenerstitch om de teen dicht te naaien, beter onder de knie krijgen

Ergens halverwege ben ik de tel kwijt geraakt, waardoor de steken niet meer mooi uitkomen. En de laatste steek op de voorste naald heb ik per ongeluk laten vallen. En hierdoor zag ik dat ik bij het minderen nog een andere steek heb laten vallen. Een knoeiboel dus.

Hier denk ik dat mijn vorige techniek van binnenste buiten breien me een beetje zal tegenwerken. Om deze steek te maken, is het belangrijk dat de juiste kant van je werk aan de buitenkant zit. Hopelijk kan ik de sok keren, zonder al te veel steken te laten vallen.

Je naait eigenlijk het laatste deel van je sok dicht door de beweging van een steek te maken. Maar de filmpjes die ik online vond en de omschrijving in het boek zorgen er voor dat ik ergens halverwege niet meer mee ben. En dus is de teen om zeep. In mijn vorig paar had ik een gaatje, die ik dan achteraf toegenaaid heb. Ssssj

Gisterenavond heb ik de bewegingen kort opgeschreven. Hieronder kan je mijn schematische omschrijving terug vinden. Het toont hoe je de naald in de steken steekt. De onderste rij is de voorste naald. De bovenste rij de achterste naald. De cijfers zijn de volgorde waarop je de steken doet. En de pijltjes naar beneden toont het laten vallen van de steek. Je maakt de beweging steeds met de eerste steek op de naald.

Als jullie dit niks zegt en je wel goed bent met filmpjes of een omschrijving. Gebruik dan maar die. Soms is het voor mij moeilijk om iets te volgen en heb ik het gewoon nodig om het eventjes anders te zien.

De juiste maat voor mijn sokken vinden

Het is heel belangrijk om de steekverhouding in de gaten te houden. Zo heb ik de sok nagemeten met m’n 2 proeflapjes. En ze komen alle drie niet overeen met wat er in het patroon staat. Ja, logisch dan die sokken dan te klein zijn.

Nu ik de juiste steekverhouding heb, kan ik omrekenen en mijn eigen patroon uitschrijven voor de juiste maat. Hier zal wel wat tijd in kruipen. Maar als je het eenmaal hebt, kan je die blijven gebruiken. Je past dan vervolgens de tekening die je wil gebruiken toe in jouw zelfgemaakte patroon. En dan ben je vertrokken. Dat is het eerste wat ik zal doen, voor ik de sokken opnieuw maak.

Een grotere maat breien, kan natuurlijk ook. Maar neem je dan één maat groter of twee? Dat is dan de vraag. Na een aantal sokken kan je dit wel testen. Of neem een sok die je nu in de kast liggen hebt, om te vergelijken.

En nu…

Maar er zijn toch ook al een paar dingen gelukt. De basis is er, nu enkel nog perfectioneren. Voor ik aan sokken begon, dacht ik dat het me nooit zou lukken. En kijk nu. Ga nooit een uitdaging uit de weg.

Zo, nu ben ik klaar om betere sokken te maken. Maar eerst starten met mijn patroon, hoor. Ik zal eventjes naar mijn eigen goeie raad luisteren en zien hoe het werkt. Ik probeer jullie feedback te geven over hoe het dan allemaal verlopen is.

Dit is geen exacte wetenschap hoor, want ik ken niets van sokken breien. Al doende kijk ik waar ik me kan verbeteren. Dus als jij tips hebt, of vindt dat wat ik hier allemaal uitkraam geen steek houdt, mag je me dat zeker laten weten. Samen gaan we voor een mooiere wereld met meer schitterende sokken.

Bronnen

Basis

Omdat je ergens moet beginnen: rechts breien

Even back to basic. Ik wil jullie graag meenemen in het verleden en tonen hoe ik ooit als beginneling begonnen ben. Want zoals de bond zonder naam het zo mooi kan omschrijven: elke wijze uil begon als uilskuiken.

Een hele tijd terug, nu ongeveer 20 jaar, heb ik leren breien van grootmoeder. We noemden haar moetje. Ik herinner me nog dat dat wat voeten in de aarde had. Maar na heel veel steken te laten vallen en hulp bij het opzetten en fouten corrigeren ging het toch al wat beter. Ik heb heel veel geluk gehad dat ze geduldig alles uitlegde.

Ik kreeg mijn eerste bol in appelblauw zeegroen kleur. Ik heb die zelfs nog steeds liggen. En twee rechte breinaalden in metaal. Ze hielp me opzetten en zo mocht ik makkelijk beginnen en rechts leren breien. Ze had een heerlijk rijmpje om te helpen. Insteken, draadje, doorpiepen en laten vallen. Dat blijft nog steeds hangen en doet me glimlachen.

Voor degenen die redelijk nieuw zijn met breien, wil ik jullie de kracht van het breien laten ontdekken. Voor degene die al een tijdje breien, wil ik een nieuwe kijk geven. Want er zijn verschillende technieken. Het is belangrijk om een manier te vinden, waarbij je vlot kan werken.

Het is zelf nog niet zo lang geleden dat ik anders rechts heb leren breien. En daar wil ik de breigroep Sherilyns rondbreiers voor bedanken. Ik leg jullie straks uit waarom ik het zo fantastisch vind.

Engelse methode

Moetje leerde me breien volgens de Engelse methode. Dus met het rijmpje insteken, draadje, doorpiepen en laten vallen. Dat zegt jullie waarschijnlijk niet zo heel veel, dus kan je dit hier bekijken op video. Want dat toont een beetje makkelijker.

Je wordt doorgestuurd naar de website van de video.

En zo steek voor steek maakte ik een lange sjaal. Want dat is gemakkelijk als eerste project. Het is recht toe recht aan. Aan het einde van je rij, draai je het werk en begin je weer van voor af aan. Maar die eerste steek was in het begin toch nog niet zo gemakkelijk. Gelukkig kon ze me daar nog eventjes mee helpen.

Vele jaren verstreken. Ondertussen leerde ik ook opzetten en die eerste steek te breien. Maar toen had ik er eigenlijk eventjes genoeg van. Tijd om alles eens te laten rusten. Maar dan een kleine tien jaar geleden kreeg ik de kriebel opnieuw te pakken.

Met hulp van een paar boeken, zoals 300 breitips en technieken van Betty Barnden en Ons Breiboek van KVLV begonnen er meer deuren open te gaan. Eens je de basis onder de knie hebt, kan je eigenlijk oneindig veel patronen maken en kan je de soorten steken combineren tot iets prachtigs. Want er is ook nog een averechtse steek. Maar dat is voor een latere post.

Continentale methode

Sinds ik eind 2018 ga breien met de groep Sherilyns rondbreiers heb ik anders leren breien. Dit is volgens de continentale methode. Hierbij houd je de draad in je linkse hand ipv de rechtse. En hoef je de rechtse naald niet meer los te laten. Ook hier zegt een video zo veel meer.

Je wordt doorgestuurd naar de website van de video.

Eerst was het een klik maken. Maar eens dat je het onder de knie hebt, zijn er een heleboel voordelen.

Omdat de draad al aan dezelfde kant zit als je steken, is de kans veel kleiner dat je steken laat vallen. Geen geklungel meer. Heel simpel. Als je wil beginnen met breien, zou ik aanraden om deze manier te leren. Het is veel eenvoudiger. Daarom dat ik er ook zo snel mee weg was. Het duurde me een paar weken om de Engelse methode onder de knie te krijgen, deze methode in een avond. Oke, ik geef toe dat ik toen nog veel jonger was en nu de ervaring heb, die ik toen nog niet had. Dus neem dit misschien met een korreltje zout.

Voor degene die nogal spanningen in de schouders, nek en rug hebben, geeft dit enorm veel verlichting. Omdat je kleinere bewegingen maakt, hoef je niet steeds de naald los te laten. Daardoor kan je relaxter breien en belast je je spieren minder.

Door die kleinere bewegingen kan je ook veel sneller breien. Je verliest geen tijd meer door de naald steeds los te laten. Voor je het weet ben je aan het einde van je rij en is je werk af.

Franse methode

Misschien ook het vermelden waard dat er een Franse methode is. Die ligt er ergens tussenin. Deze heb ik zelf nog niet geprobeerd, dus heb ik er geen ervaring mee. Ik kon er niet onmiddellijk een video over vinden. Maar dit is het principe: je houdt de draad aan dezelfde kant als je steken en steekt dan de naald door (idem zoals de andere manieren), maar draait dan de draad volgens de Engelse methode om de naald. Het lijkt me iets omslachtiger. Maar als dat voor jou lukt, is dat prima, natuurlijk.

Op dit moment brei ik continentaal en dat werkt prima voor mij. Het geeft niets af van het feit dat ik blij ben dat moetje me heeft leren breien. Want zo’n proces moet groeien. Je kan niet onmiddellijk expert zijn. Enkel door veel oefenen (en veel steken te laten vallen) kan je bijleren en openbloeien.

Voor je het weet, maak je de mooiste werken. Laat ze maar zien aan de buitenwereld en wees er trots op!

Blogroll:

Voor de tijd van het jaar

Zomertijd: 2 uur wordt 3 uur

We zijn weer een uurtje kwijt. Vannacht zetten we de klok van 2 uur verder naar 3 uur. Misschien was het wel de voorlaatste keer dat we dit deden. We zijn er bijna! Maar nu dus nog even de klik maken.

Maar we winnen er zoveel mee. We hebben niet alleen een uurtje minder lockdown, ‘s avonds hebben we ook meer licht. Dat scheelt een hele hoop bij handwerk. En het vooruitzicht om dit op een terrasje te doen, lonkt ook al. Ook al zijn we nu nog steeds in die lockdown en zit een terrasje op café er nog niet in, je kan het nog steeds in je eigen tuin doen, natuurlijk. Wees creatief. Die cocktail staat al te lonken.

Er komt verandering in de dingen die we willen maken en in het materiaal dat we daarvoor gebruiken. Dit is het moment om te dromen en patronen te catalogiseren. En waarom dan niet ook de wol rangschikken. Zo kunnen we weer een jaartje verder met een gerust hart.

Andere plannen

Al is het beter om nu dingen te maken voor later in het jaar (want meestal ben je eventjes bezig met een project), onze voorkeur gaat uit naar lichtere materialen. We kunnen maar dromen, hé. De dikke garens worden ingeruild voor de fijnere. Weg met de dikke dekens, truien en sjaals. Welkom lichte poncho’s, bloesjes en, ja zelfs, jurken.

We kiezen ook voor lichtere en fellere kleuren. Wit, geel, roze, rood doen het goed. Maar misschien ligt dat ook aan de lente. De donkere kleuren van de winter, zoals zwart, bruin, donkerblauw leggen we even aan de kant. Elk jaar zijn er nieuwe trens in kleuren.

Lenteschoonmaak

De lenteschoonmaak lonkt al. Het is de tijd om alles eens grondig onder handen te nemen. Afstoffen, opruimen, met de grove borstel er door. Begin bij je patronen en ga dan verder met je wol. Of doe het lekker averechts.

Patronen catalogiseren

Maak een lijstje met alle projecten die je nog wou maken. Of als je die al hebt, kun je die nog aanvullen. Maar als je zo creatief bent als ik, zal dat lijstje al vol genoeg staan.

Ik hou alles bij in een bullet journal. Dit is een combinatie van een agenda, dagboek en alle lijstjes die je anders los laat rond slingeren. Ik hou er bij wat ik allemaal nog wil maken, verschillende patronen, afmetingen van mijn proeflapje, toerentellen en opmerkingen.

Maar als je voor jezelf nog niet zo ver bent, kan je een patronenmap beginnen, zo heb je ook altijd een overzicht. Of als je breiboeken niet wil kapot scheuren (Zeker niet doen hoor! Dat zou doodzonde zijn.), kan je ook een foto nemen van het project en dat bewaren. Dit kan je op je smartphone of computer doen uiteraard. Of afdrukken en toch in die map bewaren, zodat alles mooi samen blijft.

Nu ik het bedenk, zal er waarschijnlijk wel een app bestaan waarmee je dit kan doen. In het zoeken naar zo’n app kwam ik deze tegen: knitting buddy. Ik zal deze alvast voor jullie even testen. Ik kom er later op terug.

Wat ik meer tegen kwam waren apps met patronen. Zelf heb ik het nog niet geprobeerd, omdat ik meestal mijn eigen patronen maak. Je kan ook heel veel ideeën vinden in breiboeken. Je hebt er waarschijnlijk nog een heleboel op zolder liggen. Al die mooie patronen liggen te wachten, tot jij ze maakt. Of misschien pluis je liever het internet uit op zoek naar nieuwe patronen. Daar zijn er ook heel veel van. Dit is het moment om de stapel eens uit te pluizen en opnieuw te rangschikken. Gooi weg wat je niet langer wil maken, want anders wordt de stapel enorm. En daar wil je niet onder bedolven raken, geloof me.

Wol rangschikken

Ga niet enkel door je patronen, maar ook door je wol. Persoonlijk rangschik ik eerst op soort wol, zodat het makkelijker is om te zien welke je kan combineren. Daarna per kleur. Leg lichte wol bij elkaar en dikke bij elkaar. Materialen die bij elkaar aanleunen, kun je ook samenhouden. Zoals dierlijke merino- en alpacawol kun je samen bewaren.

Je kan natuurlijk nog veel verder gaan en alles in een doos met labels stoppen. Maar maak vooral een systeem waar jij je goed bij voelt. Het is belangrijk om onmiddellijk de wol te vinden die je wil gebruiken en dat je daarbij een overzicht hebt van welke kleuren je kan combineren.

Is er wol dat je niet meer wil gebruiken, die kan je weggeven of tweedehands verkopen. Maar als wolliefhebber zal die kans wel klein zijn. Persoonlijk ga ik er van uit dat je later misschien nog een project zou willen kunnen maken met de wol die je nu niet meer wil. Het is een dunne lijn tussen te veel bewaren en ontspullen. Maak vooral de afweging die voor jou goed aanvoelt!

Mijn lijstje

Dit staat er bij mij nog op het programma. Nog een paar truien, een poncho/sjaal (ik ben nog aan het werken aan het concept), een schort, lampekappen, een nieuwe handtas, een paar warme sokken, … Veel te veel om op te noemen.

Omdat ik niet alles gedaan krijg in één seizoen, doe ik gewoon effenaf verder. Ik ben nog steeds bezig met een trui met een rendierpatroon voor de feestdagen (van 2 jaar geleden). Oeps. En regelmatig komen daar dingen bij. Die lonken natuurlijk veel meer, dus werk ik liever aan die projecten.

Kan er iemand een domper op de maakvreugde zetten? Het geeft zo’n goed gevoel als je een project afgewerkt hebt en kan zeggen dat je dit zelf gemaakt hebt. En als je dan nog eens trots kan zijn op jezelf is dat ook weer een schouderklopje. Maar nu praat ik tegen mijn eigen winkel, want ik heb nogal moeite met dingen afwerken. Ik zal beginnen met te luisteren naar mijn eigen raad.

Wat staat er bij jullie allemaal nog op het programma? Laat het maar gerust weten.

Nieuwe werken

Een tapijt (een zelfgemaakt verhaal)

We zijn ondertussen een week verder. En stilletjes aan begint het bij iedereen door te dringen dat het nu echt wel serieus is. We mogen enkel nog heen en weer naar het werk (als je niet technisch of economisch werkloos bent) of naar de winkel. Alle niet noodzakelijke verplaatsingen zijn verboden.

Dus heb ik van de nood een deugd gemaakt en me maar bezig gehouden met de wol die ik van de beurs mee had. Ondertussen is het gelukt om mijn tapijt af te werken, want zeg nu zelf, ik had toch zeeën van tijd.

Met mijn goede voornemen om nog eens een patroon te volgen, ben ik begonnen aan de ronde versie. Na één bol vond ik het mooier om een rechthoekig model te hebben. Dus ben ik opnieuw begonnen. Ik heb hem niet uitgetrokken! Ik ben gewoon aan het andere einde begonnen en effenaf een stukje losgemaakt om verder te kunnen werken. Dat scheelt een hele hoop tijd en gedoe. Want het is dikke wol, dus dat zou een dikke bol worden.

Oké, een eigen patroon maken dus. Voor degene die nog nooit zelf een patroon maakten, lijkt dit misschien moeilijk. Maar dat is eigenlijk niet. Met de nodige voorbereiding geraak je er wel. Het begint bij een idee dat je wat uitwerkt tot een haalbare visie. Als je het voor je ziet wat je wil maken, ben je al halfweg. Ik ben misschien een beetje te hard van stapel aan het lopen. Oké, stap voor stap. Ik neem je mee op reis door de wonderlijke wereld van het patroon maken.

Zelf patronen maken

Neem je wol voor je. Elke wol is anders en heeft zijn eigen voordelen (en helaas ook nadelen). Het is eigenlijk een beetje trial en error. Met pluizige wol kan je geen clean resultaat halen. Met wol die verloopt van kleur gebruik je beter een effen steek. En met dikke wol kan je geen fijn werk maken. Je kan het vergelijken met meevaren of tegenvaren op een rivier. Gebruik de wol waarvoor het zich verleent. Het eenvoudigst is gewoon een paar steken uitproberen en zien wat het mooist uitkomt. Proeflapjes, proeflapjes en nog eens proeflapjes. Zie ze graag, want je kan er veel mee doen.

Tja, het vraagt wel wat tijd. Maar ik heb al geleerd dat als je halfweg en niet tevreden van resultaat bent, het echt niet leuk is om volledig opnieuw te beginnen. Neem het maar van me aan, echt niet. Het liefst van al doe je het direct goed, maar daarvoor doe je eerst het nodige denkwerk en voorbereiding.

Proeflapjes

Ik heb de wol genomen en begonnen aan een proeflapje met een structuursteek. Dit was niet zo’n goed idee. Met deze dikke wol komt het gewoon niet goed uit. Het zou pijn doen aan mijn voeten, zeg.

Alpine stitch

Poging 2. Halfstokjes door de achterste lus. Zo krijg je nog steeds structuur, maar minder. Dit is nog steeds niet ideaal. Dus met steek 3 heb ik eentje geprobeerd die plat is: moss stitch. Het is beter, maar ik vind het niet zo mooi uitkomen met deze wol. Dus eventjes nagedacht en steken zitten proberen. Uiteindelijk kwam ik bij het volgende: een vaste, losse en stokje in één steek. Hiervoor heb je een veelvoud van 3+1 steken nodig. Dit vond ik wel mooi uitkomen.

Een goeie bron om steken terug te vinden is Daisy Farm. Ze gebruiken wel Engelstalige benamingen. In een latere post help ik je hier mee verder. Of probeer zelf maar uit.

Afmetingen bepalen

Oke, steek check. Nu het formaat bepalen. Ik heb het even nagekeken hoe groot een tapijt ongeveer is: 150x80cm. Dus om te weten of je genoeg wol hebt, probeer je het uit met één bol. Dan zie je hoever je komt en kan je omrekenen hoe ver je met het totale aantal bollen komt. Als je niet uitkomt, pas je het stekenaantal aan.

Als je een trui of een sjaal wil maken, kan je via het proeflapje omrekenen hoeveel steken je nodig hebt om de gewenste lengte en breedte uit te komen. Maar let op, want soms kan je toch eens bedrogen uitkomen. Het helpt om het proeflapje eerst te wateren en dan te meten. Want je moet rekening houden met het eindproduct, natuurlijk. En dat wordt ook gewaterd. Of dat wordt me toch aangeraden tenminste. Misschien dat je zo vermijdt dat je werk uitgerokken wordt. Oeps, misschien heb ik het dan bij mijn zwarte trui niet helemaal goed gedaan. Al dacht ik van wel…

Het echte werk

Maar dus, dit is eigenlijk alles wat je nodig hebt. Een steek die je mooi vindt en de afmetingen van wat je wil maken. Slaap er eventueel een nachtje over, zodat je zeker bent. En dan kan je nu aan de slag met het echte werk. Nu is het tijd om te genieten van het maken. Maak het maar lekker gezellig.

Om af te werken, maak ik altijd een rand met vasten. Ik vind dat dat iets extra geeft. Het maakt het werk netjes en professioneel. Je kan het ook met stokjes, verschillende rijen of een fantasierand. Heb jij een andere manier om af te werken, gebruik die maar. Zolang je het maar mooi vind.

Dus nu is mijn tapijt af en ik ben er heel blij mee. Hij komt later in mijn living als mijn huis wat meer af is. Of misschien in mijn slaapkamer naast mijn bed. Ik zie nog wel. Het hangt ook nog een beetje af van welke kleuren ik in die ruimtes zal gebruiken.

Ik hoop dat jullie het eens proberen om zelf een patroon te maken. Want je hebt oneindig veel mogelijkheden. En het voordeel is, dat je het volledig volgens jou smaak maakt. Zo krijg je een uniek stuk die niemand anders heeft.

Er zijn natuurlijk een heleboel patronen die je mooi vindt en wil maken. Dat is prima, want ik heb ze ook. Het is volledig oke, om ze te volgen. Maar je kan ze ook veranderen naar eigen wens of als basis gebruiken voor je eigen patroon. Eens je het eens geprobeerd heb, wil je niet meer terug. Dat geldt voor mij althans. Wat denk jij? Laat het me maar gerust weten.