Nieuwe werken

Bernadette 2.0

Ondertussen is de Femma-workshop Bernadette breien al even afgelopen. Ik had het jaar voorien al een gebreid, maar de mouwen waren niet ideaal en hij begon al wat uit te rekken. Dus heb ik hem dit jaar met de groep mee gebreid en dit is het resultaat.

Wat is een Bernadette?

Een Bernadette is een bepaald type cardigan. Het begon allemaal in 2013 toen Bernadette De Geyter uit Brasschaat haar dochter wilde verrassen met een zelfgebreide cardigan. Er kwamen zoveel positieve reacties op dat het een echte hype werd.

De originele handgemaakte (te herkennen aan het Mariabeeldje op het logo) zijn te koop in luxewinkels in Antwerpen en Brussel. Veel confectiewinkels hebben ze ook, maar deze zijn natuurlijk niet handgemaakt. Veel mensen willen ze graag zelf maken en leren zo breien. Want eigenlijk is een Bernadette cardigan heel eenvoudig om mee te starten.

Bernadette 1.0

De Bernadette van vorig jaar was een herwerking en uitbreiding van mij op een model van Veritas. Ik heb het wel anders aangepakt. In plaats van de steekverhouding aan te passen naar het patroon, wordt er naar afgewerkte afmetingen gewerkt. Want iedereen breit anders en kan zo het patroon met zijn/haar eigen steekverhouding maken.

Het patroon is bedoelt om startende brei(st)ers te leren hoe je een trui breit. Daarom werd het heel eenvoudig aangepakt en zijn de panden en mouwen rechttoe rechtaan. Maar bij het dragen merkte ik al snel dat de mouwen zo heel onhandig waren. Die hingen daar maar wat te bengelen en in de weg te hangen.

Bernadette 2.0

Dit jaar had ik de mogelijkheid om de workshop opnieuw te geven en heb ik daarom het patroon aangepast. In de 2.0 versie wordt er gemeerderd, zodat ze aan de pols mooi aansluit en onder de oksel goed zit. Ah, veel beter.

De Bernadette wordt gebreid in tricot en boordsteek met dubbele draad. Als wol gebruikte ik Lang Yarns Novena met naalden 8 en 10. Maar eigenlijk is het patroon zo geschreven dat je het met eender welke wol en naalden kan maken. Omdat het dus aangepast is naar jouw steekverhouding.

Leerproces

Ik had al een hele hoop geleerd van de eerste Bernadette, maar ook nu heb ik weer bijgeleerd. Een patroon hoeft eigenlijk nooit af te zijn. Ik kan het blijven herwerken tot het goed is. Misschien gebruik ik volgende keer naalden 7 en 9. Of een andere steek, of andere wol. Of pas ik de schouders aan. De mogelijkheden zijn eindeloos. Al verdient het originele patroon altijd een vermelding.

In het patroon staat er een berekening voor de meerderingen van de mouwen. Bij het schrijven van het patroon kwam ik voor alle maten op 4 meerderingen om tot de gewenste breedte te komen. Maar in realiteit, kwam dat toch nog iets anders uit. Als ik een patroon 3.0 zou maken, wil ik dat ook nog aanpassen.

Probleempje

Sinds kort zit ik een beetje in de knoop met het inwerken van draadjes. Ze komen veel sneller los dan vroeger, heb ik het idee. En ik heb niet echt iets anders aangepakt. Zou het dan eerder van het dragen zijn? Want deze Bernadette zit zo goed, dat ik hem bijna elke dag aan heb. Zeker nu met het koude weer van de laatste dagen.

Dat is zeker nog iets dat ik wil gaan uitzoeken voor mijn volgende truien. Want ik wil natuurlijk niet dat mijn harde werk voor niets is geweest. En ik wil lang van mijn mooie trui blijven genieten.

Ik merk ook dat hij door het dragen al weer wat uitgerokken is. En dat vind ik ook wel jammer. Al denk ik dat ik dat met die dunnere naalden misschien kan oplossen of toch misschien dat ander garen.

Tevreden

Het lijkt nu misschien niet zo, maar ik ben best tevreden van het resultaat hoor. Het draagt zo zalig. Tja, anders zou ik hem niet iedere dag dragen natuurlijk. Als ik het kou heb, doe ik hem onmiddellijk aan en dat maakt zo’n enorm verschil.

Maar ik ben ook zo verliefd op de kleur. Tot nu toe ben ik altijd wat voorzichtig geweest met rood (al is het een van de kleuren waar ik goed mee sta). Ik vind de kleur soms zo opvallend en ik hou er niet van om in de spotlight te staan. Daarom koos ik tot nu toe veel blauw en groen. Maar ik heb het gedurfd en ik ben zo blij dat ik het gedaan heb.

Helaas staan er eerst nog een paar andere patronen op het programma. Maar afstel is geen uitstel. Later wil ik zeker nog een nieuwe maken. Hou jij ook niet van die lekker cosy warme truien?

Bronnen

Het Sjettekastje

Het Sjettekastje

Gelukkig Nieuwjaar en de beste wensen voor 2022! Na een pauze om te kunnen vieren met mijn familie en te kunnen herbronnen, kan ik er weer helemaal tegen. Tijdens deze onderbreking heb ik ook wat soulsearching kunnen doen. En ik kan je nu al vertellen dat ik barst van nieuwe ideeën. En vandaag wil ik alvast eentje met je delen.

Zelfzorg

Als ik het eerlijk toegeef, was ik mezelf de laatste tijd wat kwijt geraakt. Ik ben nog steeds mijn scheiding aan het verwerken, aan het verbouwen en heb het superdruk op het werk, waardoor ik weinig tijd voor zelfzorg had. Nu tijdens de kerstvakantie ben ik op zoek gegaan naar mezelf. En een beetje bescheiden mag ik zeggen, dat ik het gevonden heb.

Dus was stap 2 op zoek gaan naar wat ik graag zou willen doen met de rest van mijn leven. Wat zijn mijn passies en wat is voor mij belangrijk? Wat geeft me energie en waaraan wil ik het besteden? Na wat brainstormen heb ik iets gevonden die volledig in lijn ligt met wat ik graag doe. En nu zou ik het uiteraard graag verder uitwerken.

Het Sjettekastje

Na een paar pogingen kwam dit schitterend idee me te binnen: een wolruilkastje. Want waarom zouden we enkel boeken ruilen in little free libraries. Het idee is om een kast in mijn portaaltje te plaatsen waar mensen de wol die ze niet meer willen, kunnen achterlaten en dat ze dan nieuwe bolletjes kunnen meenemen in de plaats.

Want waarschijnlijk net als ik, heb jij ook te veel wol gekocht en dacht je dan, dat je het toch eigenlijk niet meer wou gebruiken. Of je project is af en je hebt nog over. Maar laat ons duidelijk zijn over één ding. Je kan nooit genoeg wol hebben.

Ik zou het zelfs niet enkel bij wol willen houden. Ook boeken, tijdschriften en brei- en haaknaalden zijn welkom. Eigenlijk alles die je nodig zou kunnen hebben, om wol te verwerken tot iets prachtigs. Tja, ik heb het al helemaal uitgedacht. Ik ga alles opnieuw verwerken tot mooie, nette bolletjes en alles prachtig presenteren.

Met dit initiatief zou ik graag breisters, haaksters en andere wolliefhebbers samen brengen. Maar ook mensen die twijfelen of ze zouden willen starten met één van deze hobby’s of mensen de mogelijkheid geven om op een laagdrempelige manier hun passie voor wol te ervaren. Want laat ons eerlijk zijn, Corona doet niet veel goed aan de zaak.

Volgende stappen

Het is de bedoeling om dit op zeer korte termijn te kunnen opstarten. Dus was ik alvast praktisch aan het denken. Wat heb ik nodig? Een kast die groot genoeg is om de wol in te etaleren, maar klein genoeg om in mijn portaaltje te zetten. Genoeg wol om te kunnen starten (dat lijkt me alvast geen probleem, knipoog). Labels om alles terug mooi te maken. Juist met dat eerste heb ik nog wat hulp nodig, de twee andere komen wel in orde.

Maar het zou de bedoeling zijn om dit later te kunnen uitbreiden naar mijn eigen bedrijfje. Wat zou willen zeggen, dat ik van zou willen kunnen leven. Hoe maak ik dat haalbaar? Daar is alweer mijn realistische kant. Dus laat me even volgende vraag stellen (en ik waardeer op recht jouw mening): Zou je voor het verwerken van de wol willen betalen? Mag dat een vast bedrag zijn, of wil je geven wat je denkt dat het waard is?

Het idee mag dan wel komen van de little free libraries, dit initiatief is nog net iets anders. Ik zal tijd nodig hebben om de wol te sorteren, opnieuw in bollen te winden, labels te maken, alles mooi te presenteren, …. Ik voorzie dat ik hier toch wel wat werk mee zal hebben.

De kast

Ik heb al een specifiek model in gedachten:

Kast van Kathy Ghysens op Marketplace, helaas te hoog en te breed
Kast van Vintage meubelen en deco op Marketplace, helaas te breed

Belangrijk is dat er een deel is om af te geven (liefst onderaan en gesloten) als ‘Geef weg’ en dat er een deel is om mee te nemen (liefst bovenaan en open of met glazen deuren) als ‘Pak weg’. Stijl mag zowel klassiek romantisch zijn als retro/vintage jaren 50-60. En liefst natuurlijk in een redelijk goeie staat.

Ik heb al online gekeken op marketplace, waar ik bovenstaande modellen vond, en op tweedehands-sites. Maar telkens is het net niet juist. Soms kan ik een beetje perfectionistisch zijn, dat geef ik toe. Maar meestal kloppen de afmetingen niet. Als hij niet te hoog is, is hij te breed. Maar ik hoop echt dat ik er snel eentje kan vinden. Zou jij misschien iemand kennen die van zo’n kast af wil? Alle suggesties zijn welkom.

Facebookgroep

Om dit project een stem te geven, heb ik via mijn pagina een groep aangemaakt: https://www.facebook.com/groups/hetsjettekastje. Al jullie ideeën, suggesties, goeie raad, vragen, opmerkingen, … kunnen jullie daar posten.

En hopelijk kan dit nieuwe initiatief snel werkelijkheid worden. Want eerlijk gezegd sta ik te springen om het op te starten. Wat vind jij er van?

Inspiratie

Zeven zonden en een vat vol emotie

Ja, ik heb gezondigd. Maar ik kan er helemaal niets aan doen. En ik ben zo enthousiast over wat ik gevonden heb, dat het voor één keer helemaal oké is. Suzywol houdt uitverkoop wegens stopzetting en ik kon het niet laten om afscheid te gaan nemen. Met een meer dan gevulde zak wol als resultaat.

Door de jaren heen heb ik geleerd dat ik beter de wol pas koop als ik weet wat ik er mee ga maken. Maar dit was echt een buitenkans en eigenlijk ook de laatste kans. Dus wou ik ze zeker niet laten liggen.

Ondanks dat ik heel blij ben met de wol die ik gevonden heb, voel ik me ook wat schuldig. Want het is een enorme berg dat ik mee heb en ik ben bang dat er een paar aan de kant zullen blijven liggen. Maar ik wil dat mijn enthousiasme niet in de weg laten staan. Ik wil ook genieten van mijn schitterende vondsten en wegdromen over wat ik er mee ga maken.

Afscheid

Na 35 jaar is het eindelijk tijd voor Suzywol om uit te bollen. Ik vind het enorm jammer, want ze stonden naast me, zij aan zij, terwijl ik kon groeien als breister. Ik heb zoveel van hen geleerd, maar helaas zit er niets anders op dan het te accepteren. Ze hebben het schitterend gedaan en mogen nu genieten van een beetje rust. Gisteren ben ik daarom even langs geweest om afscheid te nemen. En ik heb een heleboel wol gekocht.

Zonde 1: Cashseta (Linea Pura Lana Grossa)

Ohh, ik ben verliefd. Verliefd op het kleur en verliefd op het gevoel van de wol. Ik zag ook meteen voor ogen wat ik er mee wil gaan maken. Een super cosy sweater voor tijdens het weekend. Zo eentje met een zak vooraan, waar je lekker je koude handen kan in opwarmen.

Kleur: 013
Gewicht: 50g (ca. 100m)
Naalddikte: 7
Samenstelling: 40% Modal – 30% Polyamide – 15% Kasjmier – 15% Zijde

Zonde2: Pirouette (DMC)

Deze wol heb ik vooral uitgekozen voor het kleur. Normaal gezien ga ik voor effen kleuren, omdat ik in het verleden al een paar keer teleurgesteld ben. Maar dat wil ik graag eens veranderen. Dus heb ik het er op gewaagd. Ik koos voor deze kleur, omdat het toch nog een beetje veilig is. De kleuren verlopen in dezelfde kleurtinten. Dus voor mij misschien makkelijker om de stap te zetten.

Kleur: 842
Gewicht: 200g (ca. 500m)
Naalddikte: 5
Samenstelling: 100% Acryl

Zonde 3: Sommerseide (Landlust)

Eindelijk heb ik het eucalyptus kleur gevonden die ik wou. Deze wol wil ik gebruiken voor de zomerversie van het patroon Yume (ipv Laia) van Isabell Kraemer. Deze staat al even op mijn lijstje om te maken, maar het is nu pas dat ik het juiste kleur vond. Nu nog even wachten tot het voorjaar (als dat lukt) en ik kan van start.

Kleur: 004
Gewicht: 50g (ca. 170m)
Naalddikte: 3,5-4
Samenstelling: 50% Zijde – 50% Katoen

Zonde 4: Laponia (Katia)

Deze heb ik al even zien liggen tijdens de vorige keren dat ik langs ging. Dit is eentje die ik telkens maar weer uitstelde. Maar nu is er geen uitstellen meer aan en heb ik ze gekocht. Maar dat heb je dan bij uitstellen: er was maar 1 bol over. Het zal daarom waarschijnlijk een colsjaal worden. Zo eentje die lekker dik en zacht zal zijn.

Kleur: 203
Gewicht: 100g (ca. 75m)
Naalddikte: 8-9
Samenstelling: 74% Acryl – 17% Wol – 8% Alpaca – 1% Polyester

Zonde 5: Melody Star (Katia)

Deze wol ga ik gebruiken om een peignoir te maken. Ik heb nood aan een nieuwe. En waarom zou ik hem niet zelf maken? Ik denk dat ik als basis mijn bernadettepatroon zal gebruiken. Juist dan wat langer maken en zakjes voorzien. Zou perfect zijn.

Kleur: 406
Gewicht: 100g (ca. 280m)
Naalddikte: 5,5-6
Samenstelling: 84% Wol – 10% Polyamide – 6% Polyester

Zonde 6: Merino essentiel (DMC)

Wauw, nog zo eentje waarvan ik verliefd ben op de kleur. Zo’n mooie tint blauw. Het is eentje om in weg te dromen. Dit wordt zeker een trui. Ik ben nog niet zeker over het model of de steek, maar wauw, wat een kleur.

Kleur: 865
Gewicht: 100g (ca. 250m)
Naalddikte: 4-4,5
Samenstelling: 50% Merino wol – 50% Acryl

Wol 7: Milton (Lang Yarns)

Dit was een zeer gewaagde keuze voor mij. Maar ik zag ze hangen toen ik aan het wachten was bij de kassa en ik wou ze gewoon mee hebben. Door de gewaagde kleurencombinatie zal ik waarschijnlijk wat meer moed nodig hebben om er aan te beginnen, maar ik wil van deze wol zeker een trui of cardigan maken.

Kleur: 982.0034 9956
Gewicht: 100g (ca. 290m)
Naalddikte: 3,5-4
Samenstelling: 37% Katoen – 36% polyacryl – 27% Viscose

Ooh, ik ben zo tevreden met de wol die ik gevonden heb. Ook al zit er in sommige acryl, ik vergeef het mezelf even. Want hiermee ga ik zoveel mooie dingen kunnen maken. Nu enkel maar hopen dat ik ze allemaal zal gebruiken en plots niet nog meer wol ga kopen. Tenzij dat dan weer echt de moeite zal zijn. Zondig jij ook vaak?

Bronnen

Nieuwe werken

Rosebud Summer Tee

Er is nog een project dat al een tijdje af is. Mijn t-shirt dat ik als snel werkje tussendoor wou maken, duurde ook iets langer, maar het is af geraakt. Iets om trots op te zijn. Vandaag wil ik dit graag even met je delen.

Rust in mijn hoofd

Dit is een project geweest waar ik sinds lang niet opnieuw heb hoeven beginnen. Na het juiste aantal steken opzetten van de boord heb ik het hele lijf kunnen doorbreien tot aan het ajourstuk. Los van één foutje en de tel kwijtraken heb ik dat ook tot een goed einde kunnen brengen. En door de tip voor het berekenen van het aantal steken opnemen bij de mouwen ging dit als een fluitje van een cent.

Toen ik in de knoei zat met mijn raglantrui vorige zomer, had ik echt nood aan een snel project, iets gemakkelijk en met weinig naaiwerk, maar dat mooi was en dat ik in de zomer kon dragen. Ik wou eigenlijk eens genieten van de flow waarin je terecht komt als je gewoon kan doorbreien.

Je kan niet geloven hoeveel rust zo’n patroon en niet opnieuw hoeven beginnen bracht in mijn hoofd. Gewoon bezig zijn met het maken van elke steek en daarvan genieten. En dan geen tijd verliezen bij dubbel werk. Zalig was dat.

Onrust in mijn hoofd

Maar helaas was het niet allemaal rozegeur en maneschijn. Tijdens het ajourstuk heb ik wel moeite gehad. Het liep goed tot ik een steek liet vallen en het pas zes rijen later zag. In plaats dat de streep door liep, ging ze plots de andere kant op. Zo had ik het eigenlijk pas gezien.

Ik heb dan maar de truc met de levenslijn toegepast. In de averechtse rij er onder heb ik een hulpdraad doorgehaald en dan het werk een paar rijen uitgetrokken. Maar hier komt de moeilijkheid. Ik was de voor- en achterkant tegelijkertijd aan het breien, maar de fout zat maar op één kant van het werk, dus zat ik plots met een ander aantal rijen tussen de twee kanten.

Het opnemen van de steken ging prima. Maar weer gelijk komen met het aantal rijen was blijkbaar een heel andere uitdaging. Ik dacht dat het eenvoudig zou zijn, maar niet dus. Toen ik wou gaan afkanten en mijn rijen hertelde, merkte ik op dat ik aan de ene kant 2 rijen meer had dan aan de andere kant. Met een beetje gefoefel is het wel goed gekomen hoor.

Uit het hoofd

Ook al was het de bedoeling om weinig nieuws bij te leren en gewoon te genieten van het breien, toch heb ik weer bijgeleerd.

Zo weet ik nu dat twijfelen oké is. Toen mijn werk bijna af was, begon ik plots te twijfelen over de naalddikte en of ik de schouders wel mooi zou kunnen afwerken. Oh ja, en of de maten wel goed zouden zijn. Ik heb geleerd om niet te blijven zitten met die twijfels en ze gewoon hoofd vooruit aan te pakken. Zo heb ik gezien dat de naalddikte prima was en dat het me perfect zou passen. Dat van die schouders heb ik pas geprobeerd toen ik de naden dichtmaakte.

Wat ik zeker geleerd heb, is dat ik beter zorg kan dragen voor mijn projecten. Ik kan m’n hoofd er nog altijd over slaan hoe ik zo stom heb kunnen zijn om er vet op te krijgen. Wat ik allemaal niet heb gedaan om het er uit te krijgen. Het is nog steeds niet perfect, maar toch wel al een hele verbetering. Opletten met vet, check.

De onrust over het aantal rijen zal me ook niet vaak meer overkomen. Het heeft te maken met het tegelijkertijd breien van voor- en achterpand wanneer je aan het stuk van de mouwen bent. Voor dat stuk ga je heen en weer in plaats van rond te breien. En de truc is dan om het niet halverwege aan de kant te leggen, want later weet je dan niet meer aan welke kant je moet beginnen. Altijd volledige toeren maken dus, en het zal me nooit meer overkomen.

Tevreden hoofd

Aangezien het ajourmotief de enige wijziging is die ik gedaan heb, ben ik heel tevreden met het resultaat. Ik vond het eerste motief niet zo mooi uitvallen als ik wilde en was daarom op zoek gegaan naar een ander motief, waar ik wel heel tevreden van was. Dus dat was zeker een goeie beslissing.

Ik ben ook zeer blij met de keuze van wol (Missouri van Katia) en het kleur (nr 44). Het voelt zo goed aan en het kleur past me goed. En ook al heb ik er langer over gedaan dan origineel gedacht, ik was blij dat er minder werk aan was dan aan een trui met lange mouwen. Oh en zalig, zo weinig naden om dicht te naaien. Zeker iets om volgend jaar weer op het programma te zetten. Ik heb al iets op het oog.

Nu enkel nog wachten tot volgende zomer, tot het warm genoeg is om het te dragen. Het was niet enkel genieten van de flow van het breien, het zal ook genieten worden van het dragen. Kan jij daar ook zo van genieten?

Interesse in dit patroon? Het wordt als workshop gegeven voor Femma Originals Eernegem in de lente van 2022. Of neem contact met me op.

Inspiratie

Bronnen

Inspiratie

Black Friday wol

Deze week zagen jullie al op facebook dat mijn black Friday wolbestelling toegekomen is. Je bent nu vast nieuwsgierig naar wat er in zit, of niet? Daarom wil ik het graag even met je delen deze week. Ikzelf kan ook niet wachten om er mee aan de slag te gaan.

De week voordien ben ik al eens gaan kijken welke leuke garens mijn vaste wolwinkel heeft. En zoals gewoonlijk kon ik mijn keuze weer niet maken. Er kwamen zoveel ideeën op in mijn hoofd. Maar ik heb geprobeerd om braaf te zijn en niet te veel te bestellen.

Op dit moment ben ik nog bezig aan een ajourtrui (spoiler alert) en ik vind die zo leuk om te maken, maar verder had ik niet onmiddellijk een tweede project. Ik was wat aan het panikeren. Ik hou wel wat van afwisseling en ben daarom graag met 2 projecten bezig.

Wol 1: Alpaca Rythm (Scheepjes)

Het is ongeveer een half jaar geleden dat ik nog eens gehaakt had. En sinds kort ben ik het enorm aan het missen. Ik wil opnieuw haken. Op de School of Sweet Georgia kwam ik een mooi patroon voor een shawl tegen: after midnight shawl van Charlotte Lee.

Het patroon wordt met een andere wol gemaakt, maar ik zag deze in de winkel liggen en ik moest het gewoon hebben. Zo’n mooie kleur en zo lekker zacht. Het is natuurlijk wel een fijne wol, maar dan ben ik er langer zoet mee.

Ik was zo enthousiast dat ik al het proeflapje beginnen maken ben. Het patroon werd geschreven als een breipatroon voor breiers die woor het eerst willen overschakelen naar haken. Het was dus niet zo eenvoudig te lezen. Na het ontcijferen van het patroon naar een tekening, lijkt het me nu een heel pak makkelijker.

Wol 2: Supermerino (Katia)

Dit had ik misschien vroeger al eens aangegeven, maar dat ben ik niet helemaal zeker. In mijn toilet heb ik een stukje waar de verf niet helemaal aan de tegels is gehecht. Om het op een creatieve manier op te lossen, zou ik een poging to macramé willen doen. Het is volledig hip en je zal die fout niet meer zien. Het leek me alvast minder werk, dan de verf weer van de tegels krabben.

In de bibliotheek vond ik een macramé boek: 24 eenvoudige macraméprojecten voor huis en thuis, geschreven door Amy Mullins & Arnia Ryan-Raison. Laat me vrij je te zeggen dat dit voor mij de eerste keer is. Die macramébandjes van vroeger zijn niet echt tot me door gedrongen. Maar nu wil ik het graag proberen en wil ik het eenvoudig wandkleed voor beginners maken.

Maar omdat ik met een heel specifiek kleurenthema werk in het toilet, kan het niet anders dat het kleur feloranje is. Dat zal dan passen bij het bloempotje die er ook al staat en eventueel later nog bijkomende oranje dingen.

Maar de beschikbare macramétouwen hadden niet de kleur die ik zocht. Met hulp van Sarah en haar macramécompagnong zijn we dan uitgekomen bij supermerino van Katia. Nu enkel nog een tak vinden in het bos en ik kan starten. Hmm, zou ik beter niet eerst wat oefenen?

Wol 3: Basic Merino (Katia)

Een van mijn vriendinnen zag dat haar lievelingstrui in oranje een beetje aan het vervilten was. Heel terloops vroeg ze mij of ik zoiets kon maken? Technisch gezien, kan ik haar trui opnieuw maken en zoals ze er nu uitziet zelfs. Alleen heb ik dan de afmetingen van haar trui nodig. Voorlopig ben ik daar nog even op aan het wachten. Maar ik heb bij deze bestelling een berekende gok gewaagd en 10 bollen besteld. Mijn vriendin heeft maat 42-44. Als ze de trui niet bij heeft, kan ik nog altijd de maten afmeten. Dan zal hij als gegoten aanvoelen.

Dit is de eerste keer dat iemand dit aan mij vraagt, voor zover ik kan herinneren. Dus dit is voor mij toch wel een speciaal gevoel. Uiteraard wil ik het goed doen, maar ik wil er ook van genieten. Ik kan haast niet wachten. Hoe sneller ik er aan begin, hoe sneller zij een nieuwe trui heeft natuurlijk.

Heel toevallig was dat oranje ook een beetje gelijk aan dat van mijn potje. Dus hoefde ik niet zo lang te zoeken. Er bestaat een fijnere versie: Basic Merino (ook van Katia dus). De dikte van de wol is 3,5-4. Ideaal voor een trui.

Er zijn alleen nog een paar technieken die ik hiervoor onder de knie zou willen krijgen. Haar trui heeft een siersteek vooraan van de V-hals tot de onderste boord. Dat wil ik nog even uitdenken, maar dat kan ik eigenlijk al met het proeflapje doen.

Wol 4: Azteca (Katia)

Ik zag de Azteca van Katia in het rek liggen en was onmiddellijk geïnspireerd. Normaal ben ik wat terug houdend met een bol met kleurverloop. Maar deze wou ik niet laten liggen. De bedoeling is om er een trui mee te maken.

Maar ik heb ook nog wat opzoekwerk over hoe ik wil dat de trui er zal gaan uitzien. Dus hou ik die misschien voor het laatst. Ik wil heel graag een speciale hals. Zo’n beetje aan de brede kant, maar ook als van een sweater met een kap (maar dan zonder de kap). ‘Tja, ik ben nog bezig met het werken aan het concept.

En dan ben ik ook nog zo tevreden over het inpakken en bezorgen. Tijdens de laatste fase van het bestellen, kon ik aanduiden dat ik zo weinig mogelijk plastiek er bij zou willen. En dat is helemaal gerespecteerd. Ik vind het prachtig. En ik zie het volledig zitten. Al heb ik ook nog een paar andere projecten in gedachten. Hoe zal ik daarvoor ooit tijd vinden?

Bronnen

Basis

Slimme proeflapjes

Na al die afgewerkte projecten van de afgelopen weken, kan ik de restjes nu eindelijk opbergen. Maar mijn tafel ligt nog vol met de proeflapjes. En ik besefte plots dat ik niet goed weet wat er mee te doen. Ik had er ook nog een paar in een doosje liggen van projecten van vorig jaar waarvan ik aan geen kanten meer weet over welke wol of steekverhouding het gaat. Dus ben ik op zoek gegaan naar een slim systeem om dat wat beter bij te houden.

Aanpak

Kaartjes met touwtjes er aan vast maken, zag ik niet onmiddellijk zitten. En ze in een kaft bewaren, leek me eigenlijk niet haalbaar. Want waar zou je ze aan bevestigen? Uiteindelijk ben ik bij een haalbaar concept uitgekomen. Ik heb van die papierplakband in de kast liggen. Handig om op te schrijven en makkelijk aan het proeflapje te bevestigen. Iets dat weinig tijd en makkelijk is, ideaal.

Maar tijdens het catalogiseren, ben ik gaan beseffen dat ik nog niet zo goed wist wat ik er allemaal zou willen opzetten. De soort wol en de steekverhouding leek me alvast interessant, maar wat met de rest? Stel dat ik binnen een paar jaar opnieuw die zelfde wol voor een project wil gaan gebruiken, welke info heb ik dan nodig?

Info

De soort wol lijkt mij evident, want de etiketjes belanden van mij toch bij het afval. Het merk is belangrijk, maar ook de naam. Of het wol of katoen (of nog iets anders) is, lijkt mij dan weer wat minder interessant. Want lang leve het internet. Je kan met het merk en de naam heel makkelijk al achterhalen welke samenstelling het is.

En de steekverhouding zorgt er dan weer voor dat ik niet opnieuw hoef te tellen. Want ik hou er al rekening mee dat het proeflapje achteraf gemanipuleerd zou kunnen worden. Misschien rekt het wat uit, of raakt het beschadigd. Je weet maar nooit.

Maar toen ik de soort wol aan het noteren was, was ik al aan het denken of ik ook niet beter direct het kleur er zou bijschrijven. Want als het etiketje weg is, is dat ook moeilijk om te achterhalen. Dus zeker ook het kleur noteren.

Maar daar bleef het eigenlijk niet bij. Want de naalddikte waarmee ik het gebreid heb, is ook super belangrijk. Dat merkte ik tijdens het opnieuw maken van het proeflapje voor mijn t-shirt. Want hoe wist ik dan welke met naald 4 en welke met 3,5 gebreid was? Hmmm, interessant.

En waarom dan niet de soort steek ook noteren. Want elke steek heeft een andere steekverhouding. Heel belangrijk. Als ik later niet meer zou weten hoe die steek precies heet, heb ik het snel bij de hand. Of als ik niet meer zou weten hoe de steek precies in elkaar zit, kan ik het alvast met de naam eenvoudig terug vinden.

Daarnaast leek het me ook leuk om bij te houden voor welk project het proeflapje was. Het is wel minder essentieel, maar het heeft iets. Stel dat ik exact een zelfde patroon wil toepassen later, dan is het proeflapje makkelijk gevonden.

Opbergplaats

Met deze info kom ik toch al een hele stap dichter bij het handig bewaren van belangrijke info. Maar dan kwam de vraag wat ik er mee zou doen. Waar bewaar ik dan al die proeflapjes? Ik ben een grote liefhebber van orde (en dat is eigenlijk nog een understatement). Dus de manier van bewaren is voor mij even belangrijk. En dan gaan mijn hersenen even werken in een hogere versnelling.

Een proeflapje op zich is netjes, afgezien van de 2 uiteinden. Maar veel proeflapjes in verschillende kleuren en groottes zijn chaos. Het leek me daarom beter om ze ergens in op te bergen. Maar dan zeker iets dat niet doorzichtig zou zijn. Want dan zou ik nog steeds hetzelfde probleem hebben.

Uiteindelijk is het een schoendoos geworden. Zo neemt het ook niet teveel plaats in. Maar later zou het misschien wel een mooiere doos kunnen worden. Of ik versier de schoendoos. Daar ben ik nog niet helemaal aan uit. Op dit moment is het belangrijker om alles samen slim bij elkaar te houden. En om een systeem te vinden dat werkt. Met dit systeem denk ik dat gevonden te hebben.

Alternatieven

Soms kan je natuurlijk ook tegen komen, dat je niet genoeg wol over hebt, om het project af te werken. Je hebt je best gedaan om het in te schatten, maar toch komt het niet volledig overeen. Kan altijd wel eens gebeuren. Dan zit er niets anders op om je proeflapje uit te trekken en die wol ook te gebruiken.

Op zich ook heel interessant, want dan heb je nog minder verlies. Maar wat doe je dan met deze waardevolle info? Persoonlijk zou ik dan een foto van het proeflapje nemen en er bovenstaande info bij bewaren. Druk je het af en schrijf je de info op of bewaar je liever alles digitaal? Dat is dan weer jouw persoonlijke keuze.

Als je een trui of cardigan aan het breien bent, heb je nog een tweede alternatief. Je zou het kunnen gebruiken als zakje. Maar dan heb je uiteraard nog genoeg wol nodig om een tweede te maken. En dan zal je ook weer meer naaiwerk hebben. Maar wel minder overschot.

Nog wat bijkomende info

Nu ik er zo over nadenk, zou ik eigenlijk ook nog andere info op mijn kaartje kunnen noteren. Eigenlijk alle info dat ik kan aflezen van het proeflapje. Zoals het totale aantal steken en het gewicht van het proeflapje. Zo kan ik ook makkelijker rekenen hoeveel wol ik voor dat nieuwe project zou nodig hebben.

Ja, dat ga ik ook alvast doen. Al denk ik wel dat ik misschien nog iets vergeten zou kunnen zijn. Maar dat zien we dan wel weer. Wat doe jij met je proeflapjes?

Nieuwe werken

Quiet Bay shawl

Joepie, er is nog een project af. De MKAL van Sweet Georgia van dit jaar, de Quiet Bay shawl. Vorige week kregen jullie al een kleine preview tijdens het blokken. Nu zijn alle draadjes ingewerkt (ja, ik deed het onmiddellijk) en is hij volledig klaar.

Door het afwerken van mijn Raglantrui had ik opeens door waarom ik het allemaal doe. Een project helemaal afmaken en het kunnen dragen is zo fantastisch. Dus heb ik gebruik gemaakt van die positieve ingesteldheid om hem direct volledig af te werken.

En dit is het resultaat:

Wat is een MKAL?

MKAL staat voor Mystery Knit Along. Het is een patroon waar je elke week een stukje van ontvangt. Je weet niet op voorhand hoe het stuk er zal uitzien. Het is een goeie oefening om timemanagement onder de knie te krijgen. En voor mij ook een belangrijke: vertrouwen hebben dat het eindresultaat goed zal zijn.

Je breit het samen met een heleboel mensen, of je kan het helemaal alleen doen. Het idee erachter is dat je gewoon verder breit tot het af is. Als je voorloopt, zit er helaas niets anders op dan te wachten tot de volgende tip. Als je achterloopt, brei je gewoon lekker verder op jouw tempo en start je de volgende tip als je er klaar voor bent.

Leerproces

In het begin was ik wat terughoudend om de shawl te maken. Ik wist nog goed hoe lang het duurde om die laatste paar rijen te breien van de Laurel Mist shawl. Maar ik keek er toch zo naar uit om hem te maken, dat ik uiteindelijk er niet zo lang over hoefde nadenken.

Japanse verkorte toeren

Met breien ben je eigenlijk nooit klaar met leren en tijdens het breien van deze shawl was dat weer niet anders. Het is een patroon met een heleboel techniek. Toen ik startte, had ik er wel vertrouwen in. Tot ik plots met de Japanse verkorte toeren begon. Om dat uit te dokteren, ben ik toch een paar keer opnieuw begonnen.

Dit was de eerste keer dat ik deze techniek tegen kwam. Het is eigenlijk een variant op gewone verkorte toeren. Nu ik het onder de knie heb, vind ik het een hele efficiënte manier. Al ben ik bang dat ik niet al mijn steken zou terug vinden wanneer ik zou moeten uittrekken. Het zijn de steekmarkeerders die je het overzicht geven.

Planning

Daarnaast heeft het me ook een enorm inzicht gegeven in timemanagement. Deze MKAL wordt in 5 weken gemaakt. Elke week is er een tip van ongeveer 50 rijen. In het begin valt dat natuurlijk wel mee. Maar in de laatste week is je rij al serieus lang geworden.

Ik heb me er bij neer gelegd dat het met een fulltime job niet mogelijk is (voor mij toch) om deze shawl af te werken. Dus gun ik mezelf volgend jaar wat extra tijd. In plaats van een week, neem ik er twee. Het belangrijkste is dat je het graag blijft doen. En als je het gevoel hebt dat je moet breien, dan is het natuurlijk niet meer plezant. Al was het dit jaar wel een van mijn doelstellingen om mee te zijn. Waarom staan die tips toch zo strak? Maar ik vind dit ook wel een mooi alternatief.

Mozaiekbreien

En het was een hele goeie oefening om mijn techniek in mozaiekbreien te verbeteren. Dit was niet de eerste keer. Maar ik had het nog niet zo veel toegepast. Om de zoveel rijen is er een ander patroon om te volgen. Dat maakt de shawl nog net iets specialer.

Tijdens de voorbereidingsfase kreeg ik van Ruth Nguyen (de ontwerper van het patroon) een mooie tip mee. Brei de rijen met afgehaalde steken in een groter nummer. Door dat je een steek overslaat bij het breien, is het draadje aan de achterkant van je werk korter. Zo kan de afgehaalde steek wat compacter worden. Door met een groter nummer breinaalden te werken, kan je dat probleem verhelpen.

Anders

Ook al ben ik blij dat het project afgeraakt is. Er zijn toch een paar dingen die ik anders zou aanpakken, de volgende keer dat ik het zou maken.

De breiwol die ik gebruikte voor dit project wijkt af van het patroon. Ik gebruikte Metropolis van Scheepjes in kleuren Naples (043), Tokyo (061) en Jakarta (071). Als ik het opnieuw zou maken, zou ik het grijs nog iets lichter nemen. Dan zou de overgang tussen de kleuren misschien iets minder hard zijn.

En ook al is het een mooie shawl, persoonlijk vind ik hem iets te lang om te kunnen dragen. Als ik het opnieuw zou maken, zou het eerder als een cowl zijn. Dan duurt het ineens ook minder lang om te maken, ha. Al zijn er nog zoveel mooie dingen die ik eerst wil maken. Misschien later…

Al bij al, vond ik deze shawl nog leuk om te maken. Ik had niet het gevoel dat de bovenste toeren zo lang waren als bij het patroon van vorig jaar. Al is hij in afgewerkte afmeting zeker 50cm langer. Ik heb gemengde gevoelens. Wat vind jij er van?

Bronnen

Basis

Blocken

Blocken of niet blocken. Dat is de vraag. Misschien vind je het te veel werk. Maar misschien is dat werk het echt wel waard. Even de moeite om het van dichter te bekijken.

Wat is het?

Maar er is natuurlijk eerst de vraag: Wat is blocken? Het is een manier om onregelmatigheden uit je werk te halen door het nat te maken en op te spannen. Er zijn verschillende methodes, afhankelijk van het soort wol en de techniek die je gebruikt. Voor een trui kan je de afzonderlijke delen tussen handdoeken en met wat gewicht op laten drogen. Voor ajourwerk wil je het eerder opgespannen laten drogen.

Over het algemeen zijn er drie methodes:

  • de natte methode
  • stoomblocken
  • natte doek en besproeien

Om te weten welke manier je kan gebruiken, kan je het wasvoorschrift van je wol bekijken. Als je ze makkelijk kan wassen, mag je natter blokken. Of misschien heeft een van deze methodes gewoon je voorkeur. Dat is ook prima. Maar als je met acryl garen breide, gebruik je best een andere methode dan stoomblocken. Want dat haalt het leven uit je garen.

Ik gebruik meestal de natte methode, omdat je er weinig mis mee kan doen. Je krijgt je werk door en door nat, waardoor je het makkelijk in de juiste vorm en afmetingen krijgt. Al duurt het dan natuurlijk wel langer om te drogen. Gelukkig kan je ondertussen lekker genieten van je favoriete serie onder een dekentje en een lekker kopje koffie.

Wat zijn de voordelen?

Ken je ook dat zalige gevoel van trots dat je project eindelijk af is? Het liefste zou je het dan natuurlijk onmiddellijk gaan dragen. Waarom zou je dan nog dat hele gedoe van blocken er tussen nemen? Blocken geeft eigenlijk de finishing touch aan je project. Als je er de tijd voor neemt, maak je de uren dat je erin gestopt hebt om het te maken, nog zo veel waardevoller.

Het is een enorme meerwaarde voor je project. Het zorgt er voor dat het er mooier en gelijkmatiger uitziet. Weg kleine onregelmatigheden. Je kan de steken als ze nat zijn een beetje manipuleren, zodat ze dezelfde grote worden en genoeg ruimte krijgen om tot hun recht te komen.

Als je delen aan elkaar te naaien hebt, is het zeker een aanrader. Het zorgt er voor dat de delen platter worden en de randen minder opkrullen. Heel gemakkelijk dus om de kantsteken te vinden bij het aan elkaar naaien.

Voor ajourwerk zou ik het ook zeker aanraden. Door het blocken, komen de openingen van de omslagen veel mooier uit en komt het pas echt tot zijn recht. Als je het niet zou doen, hebben ze de neiging om naar de achterkant van je werk te trekken, waardoor ze minder goed zichtbaar zijn.

Maar misschien is dit wel de belangrijkste reden. Het zorgt er voor dat je werk de juiste vorm en afmetingen krijgt. Het is handig om de afmetingen van het afgewerkte project die in je werkomschrijving staan bij de hand te hebben. Tijdens het blocken zorg je er gewoon voor dat de lengtes en breedtes hiermee overeen komen.

Hoe doe je het?

Met de natte methode wil je wel opletten dat je breiwerk niet vervilt. Door de vele handelingen kan wol of gemengde garen met veel wol wat gaan pluizen of vervilten. Het water niet te warm nemen, minder handelingen en voorzichtig te werk gaan, kunnen je helpen. Voor katoenen garens zijn de andere manieren beter geschikt.

Ik wil even het voorbeeld van de Quiet Bay shawl gebruiken. Zo ziet het er uit voor het blocken:

Dompel je breiwerk volledig onder in lauw water en laat het een kwartier rusten. Zo ben je zeker dat alle lucht er uit is en dat je werk echt helemaal nat is. Beweeg het werk zo weinig mogelijk bij dit proces.

Haal het daarna eruit en duw zoveel mogelijk water uit je werk. Let op dat je niet gaat wringen, want dan is het helemaal om zeep. Duwen is de boodschap. Je kan het altijd eerst even laten uitlekken om er al zoveel mogelijk water uit te krijgen. En erna kan je het werk nog tussen een handdoek leggen, om het resterende water er ook nog zo veel mogelijk uit te krijgen.

Maak een opstelling van een plastieken ondergrond met een droge handdoek er boven. Leg hierop dan je breiwerk. Let erop dat je werk niet gaat uittrekken door het gewicht van het water. In dit stadium kan je er voor zorgen dat je werk de juiste afmetingen krijgt, door het iets meer of minder uit te rekken. Zet het werk dan vast met kopspelden.

Zijn er tips?

Sommige mensen raden aan om Eucalan bij het water te voegen. Maar dit helpt enkel als je wol van dierlijke vezels gebruikt. Het maakt de vezels zachter door de lanoline die er in aanwezig is. Omdat het werk dan soepeler wordt is het nog makkelijker om het in de juiste vorm te krijgen en worden de steken net nog iets regelmatiger. Zelf heb ik het nog niet geprobeerd.

Er bestaan ook speciale blockpinnetjes die je helpen tijd te besparen. Ze zijn iets langer en hebben verschillende naaldjes, waardoor je sneller klaar bent.

En er bestaan ook speciale blockmatten. Je kan ze als een puzzel in elkaar leggen afhankelijk van de lengte of breedte van je werk. Zo heb je altijd genoeg plaats en weet je dat je werk goed ligt.

Het vraagt dus wat meer tijd, maar het is die tijd zeker waard. Block jij je werk?

Bronnen

Nieuwe werken

Raglantrui

Eindelijk is het zover. Mijn raglantrui is af. Joepi. Na veel zweet en tranen is het me toch gelukt. En wat ben ik trots. Alleen al dat het me gelukt is om hem af te krijgen.

Tja, het mag wel gezegd zijn dat dit project niet echt van een leien dakje gelopen is. Ik heb een paar keer moeten uittrekken en opnieuw beginnen om verschillende redenen. En mijn planning is volledig in het honderd gelopen. Maar ik heb er ook van bijgeleerd. En mocht je het nog niet door hebben, ik ben echt blij met het resultaat.

Over uittrekken en opnieuw beginnen

Misschien ben ik toch iets te enthousiast begonnen. Ik had het proeflapje klaar en ik ben dan maar direct begonnen. Ik had het voor en achterpand al af toen ik besefte dat ik niet genoeg wol overhad om de twee mouwen te breien. Ik had er nooit bij stil gestaan om uit te rekenen hoeveel wol ik voor welk deel precies nodig zou hebben.

Met wat tegenzin, maar toen nog met goeie moed, ben ik herbegonnen. Ik heb meer van het bruine kleur gebruikt om groen en geel te compenseren. So far, so good. Maar ik kwam er nog steeds niet. Uiteindelijk zat er niet anders op om de gewone mouwen aan te passen naar driekwart mouwen. Ook mooi, maar wel een compromis.

Ik was klaar om te beginnen aan de minderingen van de mouwen. Ik had ergens in mijn hoofd dat ik dezelfde minderingen nodig had als de minderingen op voor- en achterpand. Ik was bijna boven toen ik besefte dat ik niet zou uitkomen. Dus opnieuw uittrekken en herbeginnen.

Ik had niet opgemerkt dat om aan het juiste aantal steken bovenaan goed uit te komen, ik beter opnieuw de minderingen zou tellen. Na die berekening vielen de puzzelstukjes in elkaar en kon ik weer opnieuw beginnen.

Uiteindelijk had ik dan alle stukken klaar. Maar ik zag er zo tegenop om de trui in elkaar te steken. Door het uittrekken en opnieuw breien, had ik heel veel werk om alle uiteinden in te naaien. En ja, geef toe. Wie doet dat wel graag?

Maar toch. Ik heb er werk van gemaakt. Want wat is het alternatief. Een onafgewerkte trui. En dat vond ik zonde, want dan zou al dat uittrekken en opnieuw beginnen helemaal voor niets geweest zijn.

Toen alles aan elkaar genaaid was en alle draadjes ingewerkt waren, kon ik de boord breien. Gelukkig had ik opgezocht hoeveel steken ik nodig had om goed uit te komen en heb ik dat stuk niet opnieuw hoeven doen. Maar, zoals je kon lezen vorige week, heb ik het afkanten anders aangepakt met elastisch afkanten.

Over gewijzigde plannen

Soms kan het helemaal anders uitdraaien dan je voordien dacht. Ik had gedacht om er in 12 weken te geraken. Elke week een aantal rijen en klaar. Maar door al dat uittrekken en opnieuw beginnen, zag ik het gewoon even niet zitten en heb ik er niet aan verder gewerkt. Die 12 weken werden uiteindelijk 9 maanden. Maar dat is op zich niet zo erg. Want ondertussen heb ik andere projecten gemaakt en is de trui nu wel afgeraakt.

Toen ik voor de eerste keer herbegon, heb ik de keuze gemaakt om de averechtse rij tussen de strepen weg te laten. Toen ik het concept in mijn hoofd had, was ik er gewoon niet zeker van. Wat zou het mooist zijn? Ik heb gegokt en besloten om ze gewoon rechts te breien. Nu vind ik dat het ook mooi zou geweest zijn als ik het wel zou gedaan hebben.

Zoals ik al zei, zijn de mouwen ook iets anders geworden door het wol tekort. Ik had voorzien dat het een wintertrui zou worden met lange mouwen. Maar dat is dus anders uitgedraaid. Uiteindelijk zijn het driekwart mouwen geworden.

Over bijleren

Ik had het al gezien toen ik bezig was met een paar gestreepte sokken. Aan het begin van elke rij, verspringt het kleur. Als je er over nadenkt, is het eigenlijk wel logisch. Want aan het einde van je rij zit je hoger. Na wat onderzoek, ontdekte ik een paar tips hiervoor. Nu is de overgang tussen de strepen bijna onzichtbaar.

Dit was de eerste keer dat ik een raglantrui breide. Het heeft me inzicht gegeven in hoe zo’n trui in elkaar zit en wat het zo specifiek maakt. En door het te maken, heb ik het ook onder de knie. Al zal het misschien nog even duren voor ik een tweede maak.

De tips die ik vond om het aantal steken op de nemen voor de hals en het elastisch afkanten waren geniaal. Nadat ik ze gevonden had, leken ze me ook logisch. En ik draag ze zeker mee voor volgende projecten.

Over gevestigde waarden

Het maken van deze trui heeft ook een paar dingen bevestigd die ik al wist. Al was ik ze hier gewoon even uit het oog verloren.

Brei altijd je mouwen tegelijkertijd. Ik zou deze aan iedereen willen aanraden. Enkel zo krijg je ze helemaal gelijk. Want ook al maak je notities, soms komt het gewoon niet uit. Hier heb ik het niet gedaan, en ik heb bovenaan de ene mouw een ander aantal steken dan de andere mouw.

En voorbereiding is alles. Proeflapjes zijn zo belangrijk. Maar de info die je er kan uithalen is nog zoveel belangrijker. Als je met verschillende kleuren werkt, wil je ook per kleur rekenen. Hoeveel kleur heb je en wil je gebruiken?

Je mag fouten maken. Daar leer je van. En een beetje wabi-sabi kan helemaal geen kwaad. Je maakt een uniek stuk, want. Het is handgemaakt en van jou. Het hoeft niet altijd perfect te zijn, want het vertelt een verhaal. En als je het aan niemand zegt, hoeven ze het niet te weten (shhhh).

Over voldoening

Wat ben ik blij dat mijn trui past. Omdat ik een zelfgemaakt patroon volgde, blijft het natuurlijk altijd een risico. Maar uiteindelijk is het gelukt en dat is het belangrijkste. Het geeft zoveel voldoening en vertrouwen.

En ik ben ook heel tevreden met de kleurencombinatie. De wol die ik gebruikte komt van Sweet Georgia in Canada, gekocht tijdens de tweede lockdown. De kleurencombinatie heet Tofino Roadtrip en is oorspronkelijk in sokkenwol te krijgen. Maar ik heb de kleuren in een dikkere versie besteld.

Nu kan ik er dubbel van gaan genieten. Het maken is gedaan. Nu kan ik hem aan doen. Ik kijk er zo naar uit. Maar, zou het toch niet te fris zijn met die driekwart mouwen?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Normaal vs. elastisch afkanten

Na enorme frustratie deze week, heb ik iets ontdekt. Ik was dus effectief mijn raglantrui aan het afwerken (ja, eindelijk). De losse stukken aan elkaar naaien en alle draadjes inwerken. Ik heb ook al de boord voor de hals gebreid. Slim als ik was, paste ik de trui zelfs voor ik hem zou afkanten. Want tja, stel je voor dat het niet zou passen. Gelukkig paste het perfect.

Voor het afkanten gebruikte ik de normale manier (of toch die dat ik al altijd gebruikte). Maar tot mijn grote ergernis kon mijn hoofd er niet meer door. Ik kon er wel mee gooien. Voor de Quiet Bay shawl vroeg het patroon ook om rekbaar af te kanten. Maar omdat ik niet wist dat dit eigenlijk een techniek was, begreep ik het niet zo goed. Ik dacht dat het gewoon een omschrijving van het begrip was.

Maar het noemt dus letterlijk elastisch afkanten. En hoe doe je het dan precies? Na wat onderzoek heb ik deze andere manier van afkanten teruggevonden. Ze is inderdaad veel rekbaarder is. Dus na het opnieuw uittrekken en herafkanten past mijn raglantrui nu echt.

Normaal afkanten

Laten we deze voor het gemak maar zo noemen. Ik heb eigenlijk geen idee hoe ze werkelijk noemt. Maar dit is het principe: je breit 2 steken en haalt de eerste dan over de tweede. Dan brei je telkens één steek verder en haal je verder steeds de eerste steek over de tweede.

Hiervoor brei je de steken zoals ze op de naald zitten, want je volgt nog steeds het patroon. Even een voorbeeld om het wat duidelijker te maken. Bij tricotsteek brei je op een even rij averechts. Als je dan afkant in de volgende oneven rij, brei je alle steken rechts.

Maar bij deze manier is er dus een limiet op de rekbaarheid. Daarnaast zou je ook problemen kunnen krijgen als je te strak of te los afkant. Als je te strak afkant, kan je werk naar boven toe versmallen. Een omgekeerd resultaat krijg je dan als je te los afkant. Mijn tip hierbij is, met dezelfde spanning breien als de rest van je werk. Trek zeker die steek niet extra aan. Want dan krijg je ook moeilijkheden met het overhalen van de steken.

Elastisch afkanten

Soms heb je gewoon iets anders nodig en heb je een afkantrij nodig die nog rekbaar is. Zoals in dit voorbeeld de hals van mijn trui. Maar denk ook aan sokken (als je ze vanaf de teen naar boven breit), of een muts. Niets zo erg als de rand die in je huid nijpt.

De truc zit er hem in dat je de steken niet over haalt, maar samen breit. Ook hier brei je de steken zoals ze zich voor doen op de naald. Je breit er 2. Als je tweede steek een rechtse was, brei je de 2 steken rechts samen door de achterste lus. Als je tweede steek een averechtse was, brei je de 2 steken averechts samen. Dan brei je opnieuw telkens één steek verder om dan opnieuw samen te breien.

Een video kan altijd helpen om het even voor je te zien.

Wauw. Het resultaat mag er dus zeker zijn. Je werkt rekt zoveel meer uit. Dus echt ideaal voor rekbare randen. Ik denk dat ik daar het onderscheid zou maken. Als je rand niet per se rekbaar hoeft te zijn, zou ik normaal afkanten. Liever wel rekbaar, dan zou ik deze elastische manier proberen.

Andere manieren

Eigenlijk heb ik er nooit bij stil gestaan dat er nog andere manieren voor afkanten zouden kunnen zijn. Daarom heb ik tot nu toe steeds de normale manier gebruikt. Maar als ik me goed herinner, heb ik bij de Laurel Mist Shawl ook elastisch afgekant. Alleen stond het daar gewoon omschreven wat je moest doen. Het werd dus niet benoemt als elastisch afkanten.

Tijdens het onderzoek naar deze nieuwe manier, kwam ik ook nog een heleboel andere manieren tegen. Met een stopnaald, haaknaald of punniknaald. Die haaknaald zou ik ook nog kunnen overwegen. Maar mijn voorkeur ging vooral uit naar de samenbrei methode, omdat je hiervoor geen extra materiaal nodig hebt.

Ik heb dus alweer iets bijgeleerd deze week. Wist jij dat dit bestond? En welke methode gebruik jij meestal?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Halloweenpatronen

Het is weer bijna zover. Volgende week kunnen we iedereen weer lekker bang maken, want het is dan Halloween. De avond voor Allerheiligen waar geesten weer even tot leven komen. Pompoenen worden geoogst, kinderen gaan van deur tot deur om snoepjes te verzamelen en we herdenken de doden.

Al is het niet mijn favoriete dag van het jaar (tja, ik ben niet zo graag bang), er zijn wel een heleboel leuke dingen om te maken. Dus vier ik Halloween een beetje op mijn eigen manier. Ik geef je graag wat inspiratie.

Mr Pumpkin (door Monstrodom)

Voor de amigurumi liefhebbers zijn er tal van mooie popjes om te maken. Toen ik deze zag was ik op slag verliefd. Zoooo schattig. Ideaal voor mensen zoals ik, die liever niet bang zijn, maar toch willen vieren.

Valiant Poncho (door Brome Fields)

En nu het wat kouder wordt en de herfst er aan komt, is deze poncho iets wat niet in je kast mag ontbreken. Het is een makkelijk patroon dat plat gebreid wordt in 2 stukken. Daarna wordt het aan elkaar genaaid. Je kan er zelfs een kap bij maken. Lekker warm en het brengt je helemaal in de sfeer.

Bowl of Teeth (door Drops Design)

Ben je eerder op zoek naar iets om je lekkernijen in te leggen? Zelfgemaakte mandjes zijn hier perfect voor. Je haakt eerst de onderkant daarna pas je het motief toe op de rand. Tja, soms wil je het gewoon even praktisch aanpakken.

Country Pumpkins (door Sewrella)

Niets zegt meer Halloween dan deze pompoenen, toch? Je kan er zoveel maken als je wil en ze overal in huis leggen. Zo ben je ook onmiddellijk van die wolrestjes vanaf. Wel niet opeten, natuurlijk.

Forgotten Lore Shawl (door Fiber & Fox)

Wanneer je graag iets rond je schouders hebt, vind ik deze shawl wel een leuke optie. Je voelt je onmiddellijk als een vleermuis in huis. Laat je niet afschrikken. Het lijkt misschien veel werk, maar je gebruikt een grotere haaknaald. Het zal sneller gaan dan je denkt.

Zo, nu ben je helemaal in de stemming om te gaan griezelen. Veel plezier. Hoe breng jij Halloween door?

Bronnen

Over Sjette

Breien is goed voor je

We kunnen het er allemaal over een zijn. Breien is goed voor ons. Er zijn zoveel voordelen dat je niet anders kan dan beginnen met breien. En als je nog niet overtuigd zou zijn, zal je dat wel zijn na het lezen van deze post.

Plezier

Al weet jij het best waarom je er ooit aan begonnen bent en het wil blijven doen. Het is gewoon zo leuk! Je doet het eerst en vooral omdat je het graag doet. Al kan je nu heel goedkoop gebreide truien in de winkel of online vinden. Er gaat niets boven het plezier van zelf iets maken.

Ondertussen brei ik nu al zolang dat ik eigenlijk niet meer goed weet om welke reden ik er aan begonnen ben. Op een dag had moetje (m’n oma aan papa’s kant) wol en naalden mee. Ik ben gewoon beginnen breien. Na een pauze van een aantal jaar heb ik het dan weer opgenomen. En omdat ik het zo leuk vind, doe ik het nog altijd.

Zelf dingen maken kan zoveel voldoening geven. Je hebt het gevoel dat je je tijd nuttig doorbrengt terwijl je iets moois aan het maken bent.

Iets unieks

Als je zelf je kledingstukken maakt, heb je enorm veel mogelijkheden. Je maakt iets wat anderen niet in hun kleerkast hebben hangen. Je kan kiezen in welke kleur en materiaal je het maakt. Dus zelfs als je in groep iets maakt, heb je toch weer telkens een uniek stuk.

En net omdat je iets unieks gemaakt hebt, kan je echt wel trots zijn op jezelf (al is dat voor mij nog een werkpuntje). Want je doet het toch maar.

Genieten

Bij handwerk kan je altijd dubbel genieten. Zowel van het maken als van het dragen. Je kiest voor een mooie zachte wol die je al vanaf het begin laat wegdromen. En natuurlijk doe je dat in een kleur dat je mooi vindt of waar je mooi mee staat. Dus straal je gewoon als je het draagt.

Als je voor kwaliteitsvolle wol kiest en goed voor je project zorgt, kan je er meestal jarenlang van genieten. Die is stevig en kleurvast, zodat je een heel duurzaam project maakt. En het idee dat je het zelf gemaakt hebt, is natuurlijk de kers op de taart.

Mensen ontmoeten

Voor mij is deze ook een hele belangrijke reden. Je kan natuurlijk thuis in de zetel zitten breien. Daar is niets mis mee. Maar breien kan mensen verbinden. De dag van vandaag kan je heel makkelijk mensen ontmoeten die ook zo graag doen wat jij doet. Er bestaan creacafés of je kan gewoon lekker buiten breien en een babbeltje maken met voorbijgangers. Maar als je toch liever in die zetel wil blijven zitten, kan je ook online mensen ontmoeten met dezelfde hobby.

Sociaal contact is enorm belangrijk. Dat hebben we allemaal gemerkt tijdens de afgelopen lockdowns. En een gemeenschappelijke hobby geeft je ineens een aanknopingspunt om een gesprek te starten. Je ziet wat andere mensen maken en dat kan je dan alweer extra inspiratie geven.

Bijleren

Door samen te komen met anderen die ook leven voor handwerk, kan je altijd wel iets nieuws leren. Misschien pakt iemand iets anders aan dan jij, maar had je het zo nog niet bedacht. Dat helpt je groeien. Dat is zeker.

Want laat ons het eens zijn over een ding. Je bent nooit uitgeleerd met breien. Er zijn zoveel technieken. In het laatste jaar heb ik nog zoveel bijgeleerd (zoals ajourbreien en Portugees breien) en ondertussen brei ik al meer dan 20 jaar. Maar als je net start, geef jezelf dan de tijd om het onder de knie te krijgen.

Maar daarnaast hou je de traditie ook in ere en kan je het doorgeven aan de volgende generatie. Wat op zich ook iets prachtigs is. Je kan jouw ervaring delen met anderen. Of je kan je projecten delen met anderen. Want wie krijgt nu niet graag een gebreid cadeau?

Therapeutisch

Als je al een gevorderde breister/breier bent, zal je er waarschijnlijk niet echt meer op letten. Maar het klikkende geluiden van je breinaalden zorgen voor een rustgevend effect. Je komt als het ware een beetje in een soort trance, een flow en dat is gewoonweg zalig.

Als je nog maar een beginnende breister/breier bent, raad ik je aan om niet op te geven. Telkens dezelfde bewegingen maken, vraagt wel wat concentratie. Maar eens het een automatisme wordt, kunnen die bewegingen er ook voor zorgen dat jij kan genieten van die trance/flow.

Het helpt ook om gewoon eens niet te hoeven denken aan de dagelijkse sleur en problemen. Je hebt iets om handen die je afleidt. Al dien je er dan wel tijd voor vrij te maken in je al zo drukke agenda. Met andere woorden, neem dat rustmomentje. Zeker doen, want je bent het waard hoor!

Motoriek

Het heeft niet enkel met hand-oog coördinatie te maken. Terwijl je aan het breien bent, train je je hersenen. Er zijn verschillende delen in de hersenen die tegelijkertijd werken. De frontale kwab zorgt voor je aandacht, planning en uitvoering. De pariëtale kwab zorgt voor informatie van zintuigen en ruimtelijke navigatie. De occipitale kwab verwerkt de visuele informatie. De temporale kwab interpreteert de taal en geeft er betekenis aan. En het cerebellum zorgt dan weer voor precisie en juiste timing van de bewegingen. Alles gecombineerd zorgt dat kortom voor een verbetering van je fijne motoriek.

Maar daarnaast stimuleert het ook de geest. Want hoe meer je je hersenen gebruikt, hoe langer je geest fit blijft. En daar kan je niet jong genoeg aan beginnen. Een gezonde geest is één ding. Je wil natuurlijk ook een gezond lichaam. Maar ook daar kan ik je gerust stellen. Regelmatig op een rustige manier breien, zorgt er voor dat je gewrichten in beweging blijven. Maar overdrijf niet. Door een ongemakkelijke houding of krampachtige bewegingen, kan je het omgekeerde effect bekomen. Ontspannend breien is hier de boodschap.

Er zijn echt alleen maar voordelen, nu ik er over nadenk. Deze redenen zijn allemaal op mij van toepassing. Ik maak gewoon zo graag iets unieks. Al is ervan genieten nog een werkpunt, dat therapeutische effect zorgt inderdaad wel voor een rustmoment. En hoe kan je dat beter doen dan met mensen die eenzelfde liefde hebben voor handwerk. En jij, waarom brei jij zo graag?

Bronnen

Basis

Kantsteken

Vandaag wil ik het even over kantsteken hebben. Je zou het niet verwachten, maar ze zijn echt belangrijk. En het kan je werk naar een hoger niveau tillen. Wat is het? Welke soorten zijn er? En wanneer gebruik je welke soort?

Kantsteken

De kantsteken van je werk zijn telkens de eerste en laatste steek of steken. Die worden net iets anders gebreid dan de rest van de rij.

Als je geen kantsteek maakt, kunnen de randen slordiger zijn. Kantsteken zorgen dus eigenlijk voor een nettere rand. Maar ze kunnen ook decoratief zijn of ervoor zorgen dat de randen minder of niet opkrullen. Meestal zie je ze bij tricotsteek (ja, tricotsteek krult), maar eigenlijk kan je ze met elke steek toepassen.

Als je een trui maakt, helpt de kantsteek je te zien waar je later naait. Omdat je een mooiere scheiding krijgt tussen de eerste en tweede en de voorlaatste en laatste steek. Het helpt ook bij het opnemen van steken voor een hals of een mouw.

Soorten

Over het algemeen kan je 2 soorten onderscheiden. Het verschil zit hem in de afwerking van je project. Is de rand nog zichtbaar zoals bij een sjaal? Dan werk je best met afgehaalde steken. Is die niet meer zichtbaar zoals bij een naad van een trui? Dan brei je best de steken.

Bij gebreide kantsteken brei je de eerste en laatste steek van iedere rij. Maar dat doe je op een andere manier. Zo krijg je netjes dat onderscheid tussen de steken.

Bij afgehaalde kantsteken brei je de eerste steek niet en de laatste wel. Je breit ze dus om de 2 rijen, waardoor ze wat langer worden en netjes boven elkaar uitkomen. Deze wil je dus gebruiken als de rand zichtbaar zal blijven.

Steken afhalen kan je op twee manieren doen. Rechts en averechts. Om rechts af te halen, steek je de naald in de steek alsof je hem rechts zou breien. In plaats van hem te breien, haal je hem over op de rechter naald. Hou de draad aan de achterkant van je werk. Om averechts af te halen, steek je de naald in de steek alsof je hem averechts zou breien. Hou hiervoor de draad aan de voorkant van je werk.

Ribbelkantsteek

Ik denk dat deze van alle kantsteken misschien wel het meest gekend is. En hij is vrij eenvoudig. Want je hoeft enkel de rechtse steek te gebruiken. Deze wil je zeker gebruiken bij het breien van een trui.

Alle rijen: Brei de eerste en laatste steek rechts.

Kettingkantsteek

Deze wil je gebruiken voor een nette zichtbare rand. Maar ook als je nog steken wil opnemen aan die rand. Het houdt in dat je de eerste steek afhaalt en de laatste steek breit.

Oneven rij: Haal de eerste steek rechts af. Brei de laatste steek rechts.
Even rij: Haal de eerste steek averechts af. Brei de laatste steek averechts.

Afgehaalde ribbelkantsteek

Oké, toegegeven. Deze valt er een beetje tussenin. Maar omdat je een naad krijgt die helpt voor bij het innaaien, wil ik deze toch in de categorie gebreide kantsteken plaatsen. Bij deze kantsteek combineer je de technieken.

Alle rijen: Haal de eerste steek rechts af. Brei de laatste steek rechts.

Dubbel afgehaalde ribbelkantsteek

Vind je nog dat de rand van je werk te veel omkrult, dan kan je deze steek gebruiken. In tegenstelling tot de afgehaalde ribbelkantsteek, wordt deze dan weer gebruikt als decoratieve zichtbare rand. Omdat je twee steken als kantsteek gebruikt, wordt de rand gestructureerder en zal die minder krullen.

Alle rijen: Haal de eerste steek averechts af. Brei de tweede steek en de twee laatste steken rechts.

Dubbele I-cordkantsteek

Deze kantsteek is een variatie op de dubbel afgehaalde ribbelkantsteek, maar iets net iets moeilijker. Ze zorgt voor een gladde en stevige decoratieve rand. Deze wil je dus zichtbaar houden.

Oneven rijen: Haal de eerste steek rechts af. Brei de volgende steek rechts. Brei tot de laatste twee steken. Haal de voorlaatste steek averechts af. Brei de laatste steek averechts.
Even rijen: Haal de eerste steek averechts af. Brei de volgende steek averechts. Brei tot de laatste twee steken. Haal de voorlaatste steek averechts af met de draad aan de voorkant van het werk. Brei de laatste steek averechts.

Naast deze 5 manieren, bestaan er nog een heleboel andere variaties. Sommige gebruiken zelfs gedraaide steken. Maar naar mijn gevoel, kom je met deze al een heel eind verder. Het kan misschien wel wat gedoe lijken, maar het eindresultaat spreekt toch wel voor zelf.

Zelf hou ik het meestal bij de ribbelkantsteek als de naden onzichtbaar zullen zijn en de kettingkantsteek voor als de naden zichtbaar zullen zijn. Maak jij een kantsteek aan je werk? En welke gebruik je dan?

Bronnen

Steek van de maand

Stersteek

Deze steek staat al een hele tijd op mijn verlanglijstje. Gewoon omdat ik ze zo prachtig vind. De manier waarop de sterren in elkaar overlopen, doet me denken aan loslaten en problemen vergeten. Eventjes wegdromen in een zee van sterren.

De steek

Het is al een hele tijd geleden dat ik nog gehaakt heb en ik wil eerst echt mijn andere projecten afwerken, voor ik weer aan iets nieuws begin. Anders vrees ik dat het er niet meer van zal komen. Want er is zoveel moois om te maken. Deze steek zou ik graag gebruiken om een rechte sjaal te haken.

Een ster bestaat uit twee rijen. In de eerste rij maak je de onderste beentjes en dan in de tweede rij de bovenste. Dat maakt het ook ideaal om met kleuren te werken. Al was ik vroeger al eens begonnen met wol die verloopt van kleur, ik was niet zo overtuigd van het resultaat. Het is wel prachtig als je om de 2 rijen van kleur wisselt. Zo komen ze echt mooi tot hun recht.

Niveau

Om de ster te maken, heb je lossen, vasten en halvestokjes nodig. Als je die kent, ben je vertrokken. Je hoeft dus zeker nog geen gevorderde te zijn om deze steek uit te proberen. Ben je dat wel, dan heb je deze steek onmiddellijk onder de knie.

Deze techniek vraagt toch nog wat extra kennis. Je maakt de ster pas af als je 6 lussen op je haaknaald hebt. Hiervoor ga je door de steek en neemt enkel de lussen op, zonder ze volledig te haken. Pas nadat er 6 lussen op je haaknaald zijn, maak je een vaste om de steek te sluiten.

Patroon

L = losse
V = vaste
HST = halfstokje

  • Maak een ketting van lossen in een veelvoud van 2 + 1.
  • Rij 1: 2 L, ga door de 1e L en neem de draad op, doe hetzelfde met de 2e L en de volgende 4 L (6 lussen op de haaknaald), 1 V door alle 6 lussen, 1 L (oog van de ster). *Ga door de 1e L van de oog van de vorige ster en neem de draad op, doe hetzelfde met de 2e en 3e L van de vorige ster en de volgende 2 L (6 lussen op de haaknaald), 1 V door alle 6 lussen, 1 L (oog van de ster).* Herhaal tot de voorlaatste steek. 1 HST in de laatste steek. Keer het werk.
  • Rij 2: 1 L, 1 V in dezelfde steek, 1V in het oog van de 1e ster, *2 V in het oog van de volgende ster*. Herhaal tot de voorlaatste steek. 1 V in de keerlossen van de vorige rij. Keer het werk.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot de gewenste lengte.

Ik kan heel goed begrijpen als deze omschrijving Chinees voor je zou zijn. Een video zegt in dit geval veel meer. Maar eens je het door hebt, is het eigenlijk alleen maar herhalen en krijg je het al snel onder de knie. Niet opgeven dus.

Tips

De Stersteek is een compacte steek, omdat er 1 vaste door 6 lussen gemaakt wordt. Als je het liever vast hebt, kan je gewoon de dikte van haaknaald gebruiken die op het etiket van je wol vermeld staat. Als je ze liever wat losser hebt, kan je een groter nummer nemen. Test het even op voorhand uit, zodat je tevreden bent met het resultaat.

Als je het oog van de ster niet goed kan vinden om de vasten in rij 2 te haken, dan kan je het werk even keren. Als die niet helemaal goed zit, gaat het effect wat verloren. En dat zou jammer zijn.

Toepassen

Omdat het net zo’n compacte steek is, is hij ideaal voor mandjes of iets anders die een stevige structuur nodig heeft. Omdat mandjes in het rond gehaakt worden, let je wel best op met de 2e rij. Het is nog steeds de bedoeling dat het werk gekeerd wordt, nadat je de 1e rij gesloten hebt met een halve vaste.

Maar hij is ook prachtig om te gebruiken voor een plaid of rechte sjaal. Omdat dit wat losser mag zijn, neem je dan die hogere nummer van haaknaald. Je kan spelen met kleurstrepen of het toch lekker in één kleur doen. Lekker knus zal het zeker zijn.

Oh nee, nu heb ik nog meer zin om al aan die sjaal te starten. Nog even van mijn hart een steen maken. Misschien ook een optie om de wol zelf te spinnen, dan heb ik nog even wat werk voor ik er kan aan beginnen. Alvast iets om over na te denken. Welke steek staat nog op jouw verlanglijstje en kan je niet wachten om te gebruiken in een nieuw project?

Bronnen

Basis

Lekker lui

Omdat ik al een tijdje niet goed slaap, merk ik dat ik een pak minder energie heb. En een van de dingen waar ik op dit moment enorm tegenop zie, is mijn projecten afwerken. En dan vooral al die draadjes innaaien en de stukken aan elkaar naaien.

Je kent dat waarschijnlijk ook wel. Je bent zo blij dat je alle stukken klaar hebt, joepie. En dan komt dat dipje, want je bent nog niet klaar. Daarom wil ik je een paar tips meegeven vandaag. Soms is het oké om lekker lui te zijn.

Rondbreinaalden

Als je bijvoorbeeld een trui wil breien, kunnen rondbreinaalden al een pak helpen. Dan kan je het voor- en achterpand in één stuk breien. En hoef je nadien die naden alvast niet meer aan elkaar te naaien.

Daarnaast hebben rondbreinaalden nog een paar andere voordelen. Ze zijn minder belastend voor je gewrichten en spieren en je kan steeds rechtdoor breien zonder je werk te keren. Het is dus zeker de moeite waard om uit te proberen. Win, win.

Andere techniek

Soms kan een andere techniek ook helpen. Voor mijn Raglan trui breide ik al het voor- en achterpand met rondbreinaalden aan elkaar. Maar ik kon ook kiezen voor een top-down methode. Het is een manier om de mouwen al onmiddellijk mee te breien, zodat je alles in een keer maakt. Aan de oksels zet je de steken even op een hulpnaald. Als je dan klaar bent met voor- en achterpand, kan je verder met de mouwen.

Draadjes inwerken

Als je aan het einde van je bol bent en je een nieuwe wil beginnen, heb je steeds twee draadjes om later in te werken. Natuurlijk heb je dat liever niet. Dus zijn er een paar andere manieren om de draad aan elkaar te hechten. Al heb ik het zelf nog niet geprobeerd, misschien is het wel eens de moeite waard om verder te onderzoeken.

Als je met echte wol werkt, kan je de draden aan elkaar vilten. Hiervoor heb je vocht, warmte en wrijving nodig. Maar eerst analyseer je de wol. Uit hoeveel draden bestaat die? Je gaat de helft van de draadjes aftrekken van beide uiteinden over ongeveer 5 cm. Dan maak je de draden vochtig en wrijf je tot de wol begint te vervilten.

Maar het kan natuurlijk ook dat je met een ander garen aan het werken bent. Dan heb je nog de magische knoop als alternatief. Hiervoor leg je de twee draden naast elkaar in tegengestelde richting. Je maakt met de oude draad een platte knoop rond de nieuwe. En dan doe je hetzelfde met de nieuwe draad rond de oude. Trek beide knopen stevig aan en trek naar elkaar toe. Daarna mag je de uiteinden afknippen en kan je een test doen. Als je het goed deed, komt deze knoop niet meer los.

Grotere bol wol

Maar het kan natuurlijk al helpen door minder bollen te gebruiken. Dan heb je ook minder overgangen tussen die bollen. En minder draadjes om in te werken. Dus als je kan kiezen voor een bol van 100 gram, in plaats van 4 bollen van 25 gram, waarom zou je dat niet doen?

Daarnaast zal je minder wolverlies hebben. Want telkens als je een draadje in stopt, heb je een klein restje waar je nog weinig mee kan doen. Uiteindelijk gooi je je kostbare wol weg en dat is jammer.

Al is het natuurlijk niet altijd mogelijk om een grotere bol te verkrijgen. Soms is die wol dat je zo graag ziet enkel maar verkrijgbaar in kleine bolletjes. Dan zit er niets anders op dan eindjes inwerken. Of de bovengenoemde tips, natuurlijk.

Geen compromis

Maar het belangrijkste is dat je je werk kan maken zoals je wil. Het is niet de bedoeling om shortcuts te nemen die je je later zal beklagen. Bijvoorbeeld een dikkere wol nemen, terwijl je eigenlijk met fijne toch een beter resultaat krijgt. Of als je werk op specifieke plaatsen een naad heeft om het stuk vorm te geven, dan zal je die echt moeten doen. Anders krijg je later alleen maar spijt. Dus soms neem je best wèl de tijd om het volgens jouw wens goed te doen.

Daarom zijn er ook tips om sneller te breien. Zo kan je de gewonnen tijd wel in afwerken steken. Alleen moet je het dan ook wel effectief doen. Al kan het vooruitzicht tot een afgewerkt stuk misschien toch die extra motivatie geven om het te doen.

Er bestaan verschillende manieren om te breien. Je kan al sneller breien door een andere techniek te gebruiken. Hou je de draad in je rechter hand, dan brei je hoogstwaarschijnlijk op de Engelse manier. Zo heb ik het vroeger ook geleerd. Maar je kan ook leren Continentaal breien. Of zelfs Portugees breien. Naar ik gehoord heb, is dat zelfs de snelste manier.

Het is dus best oké om soms eens lui te zijn, maar maak geen compromis waardoor je niet tevreden zal zijn van het eindresultaat. Je kan dat al snel zien door het maken van een proeflapje (knipoog). En soms zit er niets anders op dan gewoon die stopnaald vast te nemen en alles aan elkaar te naaien. Maar zie jij er soms ook niet tegenop en hoe pak jij het dan aan?

Bronnen

Basis

Twijfelen mag

Het viel me op deze week dat de twijfel opnieuw toe geslagen is. En het viel me ook op dat ik dit veel heb als een project bijna af is. Dus ben ik me beginnen afvragen waarom ik het doe? En wat ik zou kunnen doen om het te vermijden.

Deze keer twijfel ik enorm over mijn T-shirt. Het ligt op de tafel, zodat ik het zeker niet zou vergeten af te werken. Maar ik heb het even aan de kant gelegd voor de Quiet Bay MKAL, die nu al mijn tijd opeist. Ik heb de t-shirt laatst ook meegenomen naar de breiclub om er voor te zorgen dat ik hem zal afwerken.

Het is toen dat ik plots doorhad dat ik op de voorkant meer rijen heb dan op de achterkant. En dan heb ik ook nog eens de rijen verkeerd genoteerd op mijn telblad. Dus nu twijfel ik of ik nog goed zal uitkomen. Al is dat het minste van mijn twijfels. Gewoon even hertellen en een extra rij. Dat komt goed.

Twijfels

Maar ik twijfel eigenlijk meer over de maat. Als ik gelijkaardige modellen vergeleek bij de opstart van mijn patroon voor het project, kwam ik uit op 48,5cm breedte voor mijn maat (small/medium). Maar als ik het zo voor me hou, vrees ik dat het te breed zal uitvallen.

En dan twijfel ik ook over de naalddikte. Het etiket van de wol (Katia Missouri) raadt aan om met een 3-3,5 te breien. Maar omdat ik in die maat geen rondbreinaalden heb, ben ik met een 4 begonnen. Tijdens het maken van mijn proeflapje, vond ik het best ok. En het gaat ook iets sneller vooruit. Maar nu vind ik het toch misschien iets te los?

En dan vrees ik ook een beetje voor de techniek voor de hals en schoudernaad. Hoe zal die er uitzien als ik de voor- en achterkant aan elkaar naai? Ik heb dat nog nooit gedaan met een ajourmotief. Zou ik het afkanten en gewoon aan elkaar naaien? Of met de kitchener stitch aan elkaar naaien? Maar zal het dan lukken om goed te stoppen voor de hals en opnieuw te beginnen voor de andere schouder? Misschien toch beter de eerste optie.

Waarom twijfelen we?

Elke Spelters omschrijft twijfel als “het niet kunnen kiezen tussen mogelijkheden”. En ze stelt dat “door te twijfelen, we foute keuzes proberen te vermijden”. Het heeft dus zijn positieve kanten en het heeft een duidelijke functie: het houdt ons alert. Maar het is ook “een gezonde manier van zelfreflectie dat helpt om een weloverwogen keuze te maken”. Het mag alleen je dagelijks functioneren niet belemmeren.

Om twijfel te verminderen, kan het helpen om te weten wat je wil. En daar kan ook het schoentje wringen natuurlijk. Al heb ik in dit geval mijn huiswerk op voorhand gemaakt met mijn checklist en weet ik wat ik wou bereiken met dit project.

Ik wou iets maken dat snel af zou zijn (ha!) en dat ik in de zomer kan dragen. Iets met weinig nieuwe technieken en naaiwerk, zodat ik wat kon genieten van de flow van het maken. En ik ben ook zeker over de kleur en het materiaal. Daar twijfel ik eigenlijk niet over.

Twijfel wegnemen

Als ik nadenk over waarom ik twijfel, stel ik vast dat ik twijfel of het goed zal zijn. Is de maat goed? Is de naalddikte goed? Zal de techniek goed zijn? En dan denk ik dat er niets anders op zit dan even de handen uit de mouwen te steken. Door het alternatief te zien, zal ik een bewustere keuze kunnen maken. Ik heb namelijk een weelderige fantasie en het alternatief in mijn hoofd is niet concreet. Door het concreet te maken, zullen de twijfels verdwijnen.

De maten kan ik nameten. Dan zal ik direct zien hoe het uit zal komen. Ik hoop dat ze goed zijn. Maar wat als het niet zo is? Dan zit er niets anders op om (weeral) opnieuw te beginnen, zoals ik wel meer tegenkom met mijn projecten. Maar ik kan het natuurlijk pas weten als ik de test doe. Dus: meten!

De naalddikte heb ik getest bij het maken van mijn proeflapje. En dat vond ik toen goed, maar omdat ik er nu aan twijfel zou ik een nieuw proeflapje kunnen maken met naald 3,5. Pas dan zal ik zien wat er best is. En opnieuw vrees ik als het nieuwe beter zal zijn dat ik opnieuw zal mogen beginnen.

De techniek om de schoudernaden aan elkaar te naaien zal ik ook pas kunnen beoordelen als ik het op een proeflapje uitprobeer. Dan kan ik visueel zien en voelen wat het beste is.

Conclusie

Als ik het zo bekijk, zijn dit allemaal dingen die ik kan opnemen in mijn checklist. Mijn maten kennen is één ding, maar het nameten voor je begint, lijkt me nu logisch. Waarom heb ik daar nog niet eerder aan gedacht? Nu voel ik me een beetje stom.

De naalddikte zit al deels in de checklist verwerkt, al heb ik zover niet gedacht. Meestal maak ik maar één proeflapje. Want geef toe, wie vindt niet dat proeflapjes tijdverlies zijn (terwijl ze zeker de moeite waard zijn)? Nu zie je maar dat het toch zijn nut heeft. Misschien dat ik in de toekomst toch twee of drie proeflapjes zal maken om zeker de juiste naalddikte te gebruiken.

Bij het deel technieken leren heb ik helemaal zo ver niet gedacht om te zien wat er best is. Hier zal ik in de toekomst beter over nadenken. Het is niet enkel het motief of de steek die telt, maar ook hoe je stukken aan elkaar zal verbinden. Trager werken dus en bewuster keuzes maken.

Ik weet nu hoe ik mijn twijfels kan verminderen, al zal ik er even tijd voor nodig hebben. En al heb ik nu nog niets gedaan, ik voel me alweer zekerder. En het voelt alsof ik een beter eindresultaat zal hebben. Af en toe twijfelen, kan dus geen kwaad. Toch?

Bronnen

Geen categorie·werk in wording: Raglan trui

Steken opnemen

Deze week kijk ik al even vooruit. Want ik ben bijna klaar met mijn raglantrui en t-shirt. Bij beiden moet ik dan nog steken opnemen voor de hals of mouwen. Maar hoe zorg ik er nu voor dat ik juist genoeg steken opneem? Want ik heb geen patroon om te volgen. Te veel steken maakt het slobberig en te weinig steken trekt ook op niet veel.

Als je even in detail kijkt, zijn er 3 opties:

  • langs een afkant rij
  • aan de zijkant van je werk
  • op een schuin deel

Tip voor je begint

Ik wil ook nog even het volgende meegeven. De plaats waar je de naald in steekt is heel belangrijk. Om een mooi resultaat te hebben doe je dat altijd onder de afkantrij of na de zelfkantsteek. Pas dan krijg je een naadloos effect.

Verder doe je telkens hetzelfde. Je steekt de naald door een gaatje, neemt de draad op en haalt hem naar voren. Dat doe je altijd met de goede kant van het werk naar voren. Je kan met dezelfde draad werken, of met een nieuwe. Dat maakt weinig uit.

Langs een afkant rij

Je steekt de naald dus onder de afkant rij en dat doe je door de V van je steek. Zo buigt de afkantrij naar achter als naad en is hij niet meer zichtbaar. En dat werkt even goed bij een opzetrij, want de structuur ervan is hetzelfde.

Maar hoeveel steken zet je dan op? Wel, dit is een makkelijke. Je zet evenveel steken op als in je afkantrij. Met andere woorden is je ratio hier 1:1. Want je breit eigenlijk verder in dezelfde richting.

Aan de zijkant van je werk

Deze regel zal je gebruiken om bijvoorbeeld een knooprand aan een vest te breien. Omdat je van een horizontale rij naar een verticale rij wil overgaan, moet je rekening houden met verschillende steekverhoudingen. Als je flink was, heb je voor je begon een proeflapje gemaakt en ken je de steekverhouding van de steken die je wil combineren (vb: boord- op een tricotsteek).

Neem een blad papier en schrijf je aantal naalden en steken en cm op. Verder heb je nog een rekenmachine en onderstaande tabel nodig. Nu kan het rekenwerk beginnen. Wees niet bang als je er niet zo goed in bent. Het kan wel moeilijk lijken. Maar eens je het door hebt, kan je de wereld aan.

Je deelt het aantal naalden door het aantal cm. En dan doe je hetzelfde met het aantal steken. Voor welk patroon je wat telt heeft te maken met de breirichting van je werk. En dat bepaal je door het werk even voor je te leggen. Vertrek vanuit het standpunt van de nieuwe steken dat je zal breien. De steken dat je wil opnemen, zie je als horizontaal. Dan is de zijkant van je werk verticaal.

Daarna deel je de steekverhouding van de nieuwe steek die je wil breien door de steek van het stuk dat je al hebt. Het decimaal getal dat je krijgt, zet je om in een breuk. Hiervoor gebruik je die onderstaande tabel. Als je niet helemaal gelijk uit komt, kies je deze die het dichtst bij in de buurt ligt.

Decimaal getalBreuk
0,501/2
0,672/3
0,753/4
0,804/5
0,835/6
0,876/7
Omzettabel decimaal getal naar breuk

Maar waar zet je nu die steken op? Dit is het handige aan een zelfkantsteek. Het toont een mooie overgang van de eerste steek naar het verdere vervolg van je rij. In dit geval steek je op na de zelfkantsteek. Eén beentje is een rij. Dus neem je op tussen de beentjes. Opgelet, deze techniek lukt niet zo goed bij een kantsteek/slipsteek/afgehaald steek omdat je dan de beentjes niet goed ziet. Die zelfkanten gebruik je wanneer je er geen boord aan maakt.

Om een voorbeeld te geven, wil ik het even toepassen op mijn t-shirt. Want dat maakt het iets concreter:

  • steekverhouding tricot (verticaal → aantal rijen): 28 rijen op 10 cm wordt 28 / 10 = 2,8
  • steekverhouding diagonaal ajoursteek (verticaal → aantal rijen): 31 rijen op 10 cm wordt 31 / 10 = 3,1
  • steekverhouding boordsteek (horizontaal → aantal steken): 19 steken op 10 cm wordt 19 / 10 = 1,9
  • boordsteek-tricotsteek: 1,9 / 2,8 = 0,67
  • boordsteek-diagonale ajoursteek: 1,9 / 3,1 = 0,61

Beide decimalen komen het dichtst in de buurt van 0,67. Dus wordt het breuk 2/3. Met andere woorden zet ik voor elke 3 rijen, 2 steken op. Tadaa.

Op een schuin deel

Deze techniek zal je misschien nodig hebben bij armgaten of een ronde hals. Je hebt steken afgekant en andere steken verder gebreid. En een paar rijen verder heb je dat opnieuw gedaan. Om dan verticaal uit te komen op een zelfkantsteek. Met andere woorden, je combineert dan de twee bovenstaande technieken.

Heel belangrijk: Tussen de 2 rijen waar je afkantte, ontstaat er een soort gaatje. Dat gaatje wil je vermijden. Want als je hier in een steek zal opnemen, zal het gaatje alleen maar groter worden. Voor de horizontale stukken neem je de rij onder de afkantrij. Als je aan zo’n gaatje komt neem je de steek ernaast en erboven om in te steken. Het lijkt misschien ver, maar het is beter zo.

Als je toch gewoon een schuin stuk hebt, zoals bijvoorbeeld bij mijn raglan trui, dan neem je de tweede techniek. Je doet alsof het de zijkant van je werk is en neemt dezelfde verhouding steken op. Ook hier neem je de kolom na de zelfkantsteek.

Variatie

Je kan deze regels ook toepassen wanneer je je losse stukken aan elkaar naait. Het idee erachter is hetzelfde, al is er een kleine variatie. Je wil ook geen rimpels of uitgetrokken steken, maar een effen resultaat. Vooral bij mouwen is het handig om te weten, want je combineert een horizontale richting tegenover een verticale. Tot nu toe deed ik het een beetje op zicht en sloeg ik af en toe een steek over. Maar deze regels zijn handig om in het achterhoofd te houden.

Pff, oké, er komt wel wat wiskunde bij kijken. Maar met een goeie rekenmachine kan je de wereld aan, toch?

Bronnen

Inspiratie

Samen breien

Stilletjes aan kunnen we alweer naar het oude normaal. Al passen we toch nog best op met te veel contacten volgens de virologen, gelukkig zijn er toch al veel mensen gevaccineerd. Dat gevoel van op een eilandje te zitten breien, kan ik stilletjes aan loslaten. En wat heb ik het gemist. Ik zou het kunnen vergelijken met het mooie weer dit weekend. Wat was het lang geleden om die warme zonnestralen te voelen.

Maar ondertussen is het nieuwe normaal al goed ingeburgerd en vinden we niet zo makkelijk de weg meer om samen te genieten van het maken van handwerk. Ondertussen is er zoveel mogelijk.

Creacafé

Dit is een van de meest basic manieren om echt met handwerkliefhebbers in contact te komen. Deze hype bestaat al vele jaren. Je komt samen met een paar mensen die even graag breien of haken zoals jij op café. Gezellig met een drankje en/of een versnapering kan je gezellig bijbabbelen terwijl je iets aan het maken bent.

Je kan zoiets in verschillende gemeentes over het hele land vinden. Maar door de sluiting van de horeca werd dit ook even aan de kant gezet. Nu de horeca weer open gaat, kan dit natuurlijk ook weer.

Vind je geen creacafé in je buurt? Vraag even rond op sociale media of in je favoriete wolwinkel. Misschien hebben zij er al van eentje gehoord. Of ga er zelf gewoon voor. Neem het project waar je aan bezig bent mee op café terwijl je op een terrasje (of binnen bij slecht weer) iets drinkt. Je mag er zeker van zijn dat het mensen verbindt.

Buiten breien

Al hoef je je natuurlijk niet te beperken tot enkel cafés. Je kan even goed kiezen voor je favoriete plekje buiten. Een bankje in de zon of onder de schaduw van een boom. Het gevoel dat je buiten bent, geeft al het gevoel dat je verbonden bent.

Zo heeft Astrid zelfs de World Wide Knit In Public Day (WWKIP-day) in het leven geroepen. Het principe is dat je met een groep mensen gewoon buiten gaat breien. Ze wil mensen dichter bij elkaar te brengen, zodat we ervaringen met elkaar kunnen delen. Want geef toe, je leert zo enorm bij.

Dit jaar was dat op 12 juni. Jammer genoeg had ik het net te laat gezien (op 13 juni). Maar ik kijk al uit naar volgend jaar, al ligt er nog geen datum vast. Het lijkt me echt tof om te doen.

Workshops en evenementen

Als je je inschrijft voor workshops of evenementen vang je eigenlijk twee vliegen in één klap. Je ontmoet mensen en je leert bij. En er zijn er zoveel om te volgen. Als je lid bent van een creacafé kan je er daar zeker eens naar vragen. Maar je kan ook wel terecht in je favoriete wolwinkel. Of een vereniging of op sociale media.

Binnenkort geef ik weer de Bernadette workshop voor Femma Originals in Eernegem. Ook niet-leden zijn welkom, hoor. Inschrijven kan bij mij via mail. Je kan alle info vinden via de link.

En ik kijk enorm uit naar het Schone Schaapjes evenement in Staden. Al is dat nog even uitgesteld naar het Pinksterweekend van 2022. Dit is vooral voor schapenwol, als je interesse hebt in spinnen. Rond die periode worden de meeste schapen geschoren. Dus daarop is het nog even wachten.

Online

Maar ben je er nog niet klaar voor om al te veel contacten te hebben, dan is dat helemaal oké. Je kan zelfs vanuit je luie zetel met elkaar verbonden zijn. De dag van vandaag kan je makkelijk online groepen vinden.

Op Facebook heb je een heleboel brei- en haakgroepen. Sommige zijn heel specifiek naar een bepaalde techniek, maar anderen zijn heel uitgebreid. Je kan er foto’s tonen van wat je gemaakt hebt en zien wat anderen maken. Ook al ken je elkaar misschien niet, je bent wel verbonden.

Maar daar stopt het natuurlijk niet. Alle sociale media geven je een antwoord: Twitter, Instagram, … En op You tube kan je alles bijleren. Begrijp je een bepaalde techniek niet goed, aan de hand van een video is heel veel makkelijker om het onder de knie te krijgen. Het is prachtig om te zien hoe iedereen klaar staat voor elkaar.

Maar er zijn ook andere initiatieven. Ik ben vol lof over School of Sweet Georgia (maar dat had je misschien al gemerkt). Maar er is ook Wolplein. Op beide worden er ook af en toe evenementen georganiseerd. Alweer een win-win.

Ravelry en Etsy

Maar online kan je ook op deze platformen met elkaar verbonden zijn. Ze gaan nog iets verder. Je kan er terecht voor patronen of unieke items door handwerkliefhebbers gemaakt. Je vindt er speciale dingen die je anders moeilijk kan vinden. Bijvoorbeeld handgeverfde wol, kaarders, spinvezels, onderdelen, …

Ravelry is een gratis website voor breiers, hakers en iedereen die van handwerk houdt. Je kan er patronen en speciale wol vinden, maar er is ook een forum waar je je vragen kan stellen. Door het uitgebreide ledenaantal heb je snel antwoord.

Etsy is een online shopplatform. Mensen die hun zelfgemaakte spullen willen verkopen, kunnen hier terecht. De artikels die aangeboden worden zijn uniek. Zo kan je zien wat voor moois anderen maken. Al koop je niets, het kan een goeie bron van inspiratie zijn of je kan in contact komen met anderen.

Het is dus bewezen. Geen excuses meer om mezelf op te sluiten. Ook al is het soms nog met een bang hartje (want ik heb toch nog wat schrik voor een vierde golf), ik wil me echt weer verbonden voelen met de buitenwereld. Hopelijk heb ik jou er ook een beetje voor kunnen warm maken. Hoe maak jij contact met mede wolliefhebbers?

Er gaat niets boven lokaal kopen. Ga zeker langs bij je favoriete wolwinkel. Ze zullen je dankbaar zijn.

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Dag zomervakantie

Het is alweer zover. Het einde van de zomervakantie is in zicht. Wat is de tijd voorbijgevlogen. Volgende week start alweer het nieuwe schooljaar. Een goed moment dus om even te kijken naar de vooruitgang die ik gemaakt heb. Ik ben met een drietal projecten bezig nu en toon je deze week graag even hoe ver ik er mee sta.

Raglan trui

Waar is de tijd dat ik in februari aan deze trui begonnen ben. En ik wou hem graag in 12 weken afwerken. Maar dat is helemaal fout gelopen. Na veel gesukkel met de hoeveelheid wol in mijn strepen, benik toch een paar keer opnieuw begonnen. Ondanks de goeie voorbereiding om het te vermijden, kon ik niet anders.

Maar vorige week heb ik de moed bij elkaar geraapt en de tweede mouw afgewerkt. Helaas is de tweede niet helemaal gelijk aan de eerste, al heb ik hetzelfde geminderd, bovenaan is die een klein beetje smaller. Ik heb nog een keer mijn lesje geleerd om de twee mouwen tegelijkertijd te breien. Pas dan krijg je ze echt helemaal hetzelfde.

Dus is de volgende stap nu de stukken aan elkaar naaien, de draadjes inwerken en dan nog de hals te breien. Maar ik zie er een beetje tegenop. Wat als hij niet zal passen? Wil ik het dan echt weer helemaal opnieuw doen? Of wacht ik nog even tot ik het erop durf te wagen?

T-shirt

Ik ben nog steeds bezig met die vetvlek te verwijderen. Maar ik ben een beetje lui geweest (shhhh!). Ik heb het gewoon aan de kant gelegd zonder opnieuw te behandelen. Gisteren heb ik de vlek gewoon nat gemaakt, omdat ik denk dat de vlek nu eerder van de bruine zeep komt. En tijdens het schrijven van deze post, heb ik hem nu net nog eens nat gemaakt. Geduld is een mooie deugd.

Op dit moment is twee 3e van de ajour boord klaar. Dus nog maar een klein stukje verder. Dan kan ik afkanten en aan elkaar naaien. Ik zou graag nog een boord aan de mouwen breien. Daarna is hij af.

Maar ik ben eigenlijk aan het wachten tot die vetvlek er uit is. Als het me niet lukt, is het zonde van de tijd die ik er nog insteek om het af te maken. Maar aan de andere kant zou ik het beter afwerken, zodat ik het goed kan wassen en de vlek er kan uitkrijgen. Hmm, wat komt er eerst? De kip of het ei?

Quiet Bay MKAL (patroon door Ruth Nguyen-Sweet Georgia)

Spoiler alert! Wil je deze zelf nog maken, scroll dan even verder zonder kijken.

Maar natuurlijk heb ik niet stil gezeten. Het was al een tijdje geleden aangekondigd en nu is hij eindelijk gestart: de mystery knit along van Sweet Georgia. Een MKAL is een project waarbij je het eindresultaat nog niet kent. Elke week krijg je een stukje van het patroon. Je breit op jouw tempo tot het af is. Elke week dus een stukje om naar uit te kijken dus. En in 5 weken is het klaar.

Het is een goede leerschool om planning onder de knie te krijgen. De eerste tip bestaat uit 14 rijen. Dat wil zeggen als je iedere dag zou breien, je elke dag 2 naalden zal breien om de week er na klaar te zijn voor de volgende tip. Vorig jaar begon de Laurel Mist Shawl aan de top, maar deze keer begint het patroon aan de lange kant. Met andere woorden 14 rijen van ongeveer 520 steken. Het lijkt misschien niet veel. Maar pff, dat is het echt wel.

Maar ik heb het liever zo. Het ergste heb je dan al gehad. Ik weet nog zo vorig jaar dat die shawl klaar mocht zijn. Wat heb ik afgezien op die laatste rijen. Maar dit jaar ben ik niet te stoppen. Ik zit zelfs al voor op schema (dag planning). Vandaag brei ik de laatste rij die ik normaal gezien morgen gepland had. Ik kan er niet aan doen. Ik ben gewoon te enthousiast.

Ik weet dus nog wel even wat gedaan. Met wat ben jij op dit moment nog bezig?

Bronnen

Basis

Hoe verwijder je vetvlekken uit wol?

Ik heb per ongeluk iets doms gedaan. Er is wat vet op mijn t-shirt terecht gekomen en nu zitten er plekken op. Ik kan me zo over mijn kop slaan. Maar ja, het was niet express. Nu kan ik dus op zoek gaan naar manieren om het vet er uit te krijgen.

Snel zijn

Eén van de eigenschappen van wol is dat het vochtafstotend is. De vacht beschermt het schaap tegen regen en sneeuw. En die eigenschap komt nu goed uit. Als je snel genoeg bent, is het er nog niet volledig ingedrongen en kan je het vuil er nog afdoppen. Maar naar mate je langer wacht, zal je merken dat dit moeilijker gaat. Stilletjes aan dringt het vocht of vet er toch door.

Door de vezels is het lastig om vet te verwijderen als het er eenmaal in zit. Daarvan is breiwol nog iets anders dan stof. Als je het vet er weer wilt uit halen, is dat uit ieder vezeltje apart. Zeker als je werk al gebreid is, is dat een lastig klusje. Je hebt niet alleen de dikte van je draad, maar ook de dikte van je gebreide steek. Als je geluk hebt en snel was, zal je dit proces maar één keer hoeven te doen. Anders zal je het een paar keer opnieuw moeten proberen.

Niet wrijven

Wrijven is je vijand! Want wol heeft de neiging om te vilten als je erover wrijft. Nooit doen dus. De truc is deppen. Als je merkt dat het vocht of vet er nog wat opligt, kan je dat al afdeppen met een absorberende doek. Zoniet, kan je het eerst wat nat deppen voor je er product op doet.

Producten

Om het juiste product te vinden, heb ik eerst een logische vraag gesteld. Met wat verwijder je vet normaal? Meestal doe je dat met een ontvetter. Denk maar aan het simpel afwassen van vaat. Daar gebruik je Dreft (of een ander afwasmiddel) voor. Dus waarom eens niet proberen? Maar ik heb ergens ook nog een wit t-shirt liggen met vetplekken van zonnecreme. Hiervoor werd bruine zeep aangeraden. En tussen het zoeken naar tips online kwam ik ook natriumbicarbonaat en azijn tegen.

Afwasmiddel

Dit was het eerste wat bij me opkwam. Ik gebruik Dreft niet enkel voor de afwas, maar ook om ramen en spiegels te ontvetten en te wassen. Afwasmiddel is ook het product dat gebruikt wordt om het vette lanoline uit de vacht van een schaap te halen. Het is een van de stappen om wolvezels voor te bereiden voor het spinnen. Als het zo krachtig is, is het zeker eens de moeite waard om het uit te proberen.

Ik heb het er gewoon puur opgedaan. Gedept en niet gewreven, uiteraard. Dan eventjes laten inweken en nat gemaakt. Na het opdrogen was het resultaat al zichtbaar. Maar niet zo goed als ik had gehoopt. Je kon nog steeds de vlek zien. En toen begon ik te twijfelen. Zou ik het nog even opnieuw proberen of even online kijken.

Natriumbicarbonaat en azijn

Tijdens het zoeken kwam ik deze producten tegen. Je besprenkelt eerst de vlek met natriumbicarbonaat, laat het even inwerken en dan verwijder je het met een vacuümzuiger. Daarna dep je azijn op de vlek, opnieuw laten inwerken en steek je het met wolwasmiddel in de wasmachine op een wolprogramma.

Maar omdat ik geen vacuümzuiger heb en mijn project nog op de naalden zit, leek me deze optie niet zo interessant om uit te proberen. De azijn heb ik wel geprobeerd, maar met minder resultaat. Tja, je kan nu eenmaal niet niet verwachten dat als je een truc voor een derde uitprobeert, dat het dan magisch alles zal oplossen.

Maar in theorie zou het wel kunnen werken. Natriumbicarbonaat heeft de eigenschap om vet uit materialen te zuigen. Maar je wil natuurlijk daarna alles verwijderen. En dat gaat moeilijk zonder die vacuümzuiger. Misschien kan een stofzuiger een alternatief zijn, maar is dat wel zo handig? En azijn wordt ook als glansspoelmiddel gebruikt, wat de vette laag van glas verwijdert.

Bruine zeep

Maar na de Dreft en enkel het azijn te hebben geprobeerd, dacht ik plots aan die tip om zonnecreme vlekken uit kledij te verwijderen: bruine zeep. Het is een natuurlijke zeep, dat je in blok, pasta of vloeistof kan kopen en het is een echt wondermiddel. Gelukkig had ik er nog een beetje in de kast staan.

Ik heb hetzelfde proces gebruikt als bij de Dreft. Eerst puur op de vlek deppen, wat laten inwerken. Dan nat gemaakt en laten drogen. Dit keer was het verschil wel opmerkelijk. Maar de vetvlek was er nog niet helemaal uit. Dus ik heb nog wat werk voor de boeg. Dit trucje kan ik wel nog een paar keer herhalen.

Volgende keer zal ik sneller moeten zijn. Al hoop ik dat er geen volgende keer meer komt. In de toekomst let ik gewoon beter op. Al is dat natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Welk trucje gebruik jij om vet te verwijderen?

Bronnen

Steek van de maand

Schuine ajoursteek

Bijna, joepi, ik ben er bijna. Nog een paar rijen ajourmotief en mijn t-shirt is klaar. Dan nog enkel de boordsteek voor de mouwen en naden dichtnaaien. Voor ik aan het ajourmotief begon, ben ik nog even van gedacht veranderd en ben ik naar een andere steek overgeschakeld.

Schuine ajoursteek

Ik was niet zo overtuigd van mijn eerste keuze (de beginners ajoursteek), omdat ik vond dat die voor dit project toch teveel samentrok. Na een beetje zoeken, kwam ik bij de schuine ajoursteek. Deze trekt minder samen en geeft een mooier effect voor hetgeen ik wil bekomen.

De ene balkjes lopen naar links, terwijl het precies lijkt of de andere erachter naar rechts lopen. Zo bekom je een beetje een 3D-effect. Soms hoeft het niet ingewikkeld te zijn om iets speciaals uit te komen.

Niveau

Je hebt wel wat techniek nodig, maar op zicht is hij vrij eenvoudig in dit soort stijl van breien. Je hebt kennis nodig van 2 steken: omslag en rechts samenbreien. Deze twee steken herhaal je telkens opnieuw tot je op het einde van je rij bent. Dus op zich vrij eenvoudig. Na een paar rijen heb je het al zeker onder de knie.

Al heb ik er hier en daar toch wat last mee. Plots een steek laten vallen tijdens het rechts samenbreien. Waardoor ik een steek tekort had. Dan uitgetrokken en opnieuw gebreid, toen ik plots zag dat ik een steek teveel had. Maar ik zie de fout niet, dus die heb ik dan maar gecorrigeerd met nog een rechts samenbreien ipv twee gewone steken. Ik hoop dat het toch nog goed komt.

Basis van ajour

Ajour is een techniek waar je mindert en meerdert om een motief te breien. Minderingen doe je op twee manieren: rechts samenbreien en gedraaid rechts samenbreien. Het verschil zit hem in de richting van de steek die je maakt. Een rechts samengebreide steek leunt naar links, de andere naar rechts.

Meerderen doe je met de omslag. Hiervoor breng je de draad van achteren naar voren op de naald. Als je dan de volgende steek breit, zie je dat er een steek op de naald komt. Dit is zowat het eenvoudigste aan ajourbreien.

Je maakt dus telkens een meerdering waar je mindert. Op het einde van de rij zal je dus steeds hetzelfde aantal steken hebben. Als je er een teveel of tekort hebt, zoals ik (zucht), weet je dat er ergens een foutje in zit.

Je wisselt elke rij af. In de oneven rijen brei je de ajoursteek. In de rechte rijen brei je alle steken averechts als je heen en weer breit. Als je sinds vorige week de moed gevonden hebt om te leren breien met rondbreinaalden, brei je de even rijen gewoon rechts.

Ajour wordt heel vaak met een omschrijving en een tekening weergegeven. Als je de tekening volgt, is er ook een legende waar je kan zien welk tekentje voor wat staat. Als je een visueel geheugen hebt, kan het dan soms makkelijker zijn om dat te volgen.

Patroon

R = rechts
SAMBR = rechts samenbreien
O = omslag

Met rechte naalden

  • Zet een meervoud van 2 steken + 1 op.
  • Rij 1: 1R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: Brei alle steken averechts.
  • Rij 3: 2R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 4: Brei alle steken averechts.
  • Herhaal rijen 1 tot en met 4 tot je de gewenste hoogte hebt.

Met rondbreinaalden:

  • Zet een meervoud van 2 steken + 1 op.
  • Rij 1: 1R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: Brei alle steken rechts.
  • Rij 3: 2R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 4: Brei alle steken rechts.
  • Herhaal rijen 1 tot en met 4 tot je de gewenste hoogte hebt.

Door in rij 3 een steek meer gewoon rechts te breien, zorg je ervoor dat de gaatjes verspringen. Zo krijg je het effect dat de beentjes schuin lijken te lopen.

De steek is bedacht door Brome fields. De originele omschrijving en video kan je hier vinden.

Toepassen

Door de omslagen maak je gaatjes in je werk. Je bent niet fout bezig. Dat is net de bedoeling. Daarom is deze steek heel geschikt voor zomerse items, zoals een shawl of een t-shirt. Maar eigenlijk kan je het overal toepassen waar je een siersteek in wil brengen. Patronen zijn vaak in katoen en dunnen naalden, maar kan eigenlijk naar wens toepassen.

Je houdt er best wel rekening mee, dat deze steek mooier uitkomt als ze wat meer opgespannen is. Zeker als je hem in het werk combineert met een tricotsteek. Maak een proeflapje om zeker te zijn dat je goed zal uitkomen. Het zou jammer zijn als dat niet zo zou zijn.

Engelstalige patronen

Veel ajourmotieven worden in het Engels weergegeven met speciale kortingen zoals YO, K2TOG of SSK. Laat je hierdoor niet afschrikken. Ze willen het volgende zeggen:

  • YO: Yarn over is een omslag
  • K2TOG: Knit two together is rechts samenbreien
  • SSK: Slip slip knit is gedraaid rechts samenbreien.

Hiermee kom je al een hele stap verder. Al zijn er nog een paar specialere. Hier kan je een handige en uitgebreidere lijst van de vertalingen vinden.

Ik ben er best tevreden mee, ook al ben ik een beetje aan het sukkelen. Het is maar door te oefenen dat je het leert, vind je ook niet?

Bronnen

Basis

Rondbreien voor iedereen

Voor mij is het nogal evident. Ik brei altijd met rondbreinaalden. Vele jaren geleden heb ik de overschakeling gemaakt, omdat er zoveel voordelen aan zijn. Maar dat is misschien niet zo voor iedereen. Dus wil ik het vandaag er toch nog eventjes over hebben.

Soorten

Er bestaan verschillende soorten rondbreinaalden. Welke je voorkeur zal hebben, hangt een beetje af van het project en je persoonlijke voorkeur. Voor sokken kunnen de sets van 4 of 5 handig zijn, voor grotere stukken ben je misschien makkelijker met de kabel. Maar misschien ligt één soort voor jou net iets beter in de hand. Aan jou de keuze.

Set van 4 of 5

Deze rondbreinaalden zijn dubbelpuntig en kan je krijgen per 4 of per 5 stuks. Je schuift dan telkens je steken op naar de punten dat je gaat breien. Ze bestaan in verschillende lengtes, zodat je wat kan aanpassen naar je project. Als je bang bent dat er steken af zouden vallen, kan je een stopje op de achterkant steken. Een stukje papier of tape is al voldoende.

Vaste rondbreinaalden met kabel

Dit zijn rondbreinaalden die vast hangen aan een kabel. Je hebt 2 enkelzijdige puntige naalden, net zoals je rechte naalden zou hebben. Je schuift de steken ook telkens door naar de andere punt. Ook deze bestaan in verschillende lengtes. Zowel van punten als van kabel.

Als je niet zo goed weg kan met het wisselen van de dubbelpuntige naalden, zou ik het niet onmiddellijk opgeven. Dit is een goed alternatief om te proberen.

Verwisselbare rondbreinaalden met kabel

Dit is eigenlijk mijn persoonlijke favoriet. Het principe is hetzelfde als de vaste soort, maar je kan de punten wisselen. Heel handig voor de boordsteek van een trui die je in een kleinere naald breit. Je kan dan de steken op de kabel houden en gewoon de punten wisselen.

Als je deze soort koopt, zit er een kleine pin mee in de verpakking. Je kan het gebruiken om de naalden aan te spannen of los te maken. Er zitten ook twee naaldstoppen bij. Als je net die naalden ook voor een ander project nodig hebt, kan je die op je kabel steken zodat je zeker bent dat de steken er niet zullen afvallen.

Voordelen

Zoals ik al zei, zijn er een heleboel voordelen. En hiervoor alleen zou ik je al aanraden om je rechte naalden aan de kant te leggen.

Minder belastend

Als je net als ik last heb van gespannen schouders en nekspieren, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je de rechtse naald niet onder je oksel hoeft te steken, trek je je schouder minder omhoog. Je kan dus veel ontspannender breien met je naalden voor je.

Het gewicht van je breiwerk is meer verdeeld over de naalden (of de kabel) en ligt meer in je schoot. Ook dat doet veel voor je polsen. En omdat ze korter zijn, kan je ze ook makkelijker bewegen. Gedaan met dat strakke, stijve gedoe.

Minder naden

O, van dit voordeel hou ik zo. Als je ook niet graag naden dichtnaait achteraf, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je steeds rechtdoor kan breien, kan je bij een trui bijvoorbeeld het voor- en achterpand in één stuk breien. Dat is je dan onmiddellijk al twee naden uitgespaard.

Je hoeft ook niet telkens de zelfkantsteek te doen. Dus elke rij brei je twee steken minder. Bijkomend voordeel is dus ook tijdswinst. Oké, ik geef toe dat je wel langer bezig bent aan dat ene stuk van je trui. Maar als het af is, heb je wel al het dubbel van je werk gedaan. Het is maar hoe je het bekijkt.

En omdat je gewoon door kan breien, heb je ook minder draadjes dat je achteraf hoeft in te naaien. Je spaart dus ook een beetje wol. Al is dat natuurlijk relatief. Je hoeft niet enkel aan het einde van je rij van bol te veranderen. Je kan dat ook in het midden van een rij doen. Persoonlijk doe ik het zelfs liever zo, omdat je de draadjes net nog iets beter kan wegwerken.

Plaatsbesparend

Als je liever meer plaats overhoudt voor je wol dan voor je naalden, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Zeker als je de soort verwisselbare met kabel neemt. Dan kan je investeren in een paar kabels en telkens de naalden wisselen.

Ze zijn ook kleiner dan rondbreinaalden dus nemen automatisch minder plaats in. Hier vind je meer ideetjes om ze op te bergen. Een bokaal is handig. Hou dan juist de paartjes wel goed bij elkaar. En als je ze wil meenemen naar je breiclub, kan je ze in een handige etui stoppen.

Tricot is altijd rechts

Als je niet zo van die averechtse steek houdt, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Als je een trui of sokken breit, hoef je niet telkens te keren. Dat wil zeggen dat je voorkant steeds vooraan blijft en je kan blijven rechts breien.

Als je een verschillende spanning maakt op de draad tussen de rechtse en averechtse steek kan dit een hele mooi bonus zijn. Want je werk zal er veel effener uitzien. Zo word je in geen tijd een pro.

Tips

Stekenmarkeerder

Deze zou ik toch zeker aanraden. Als je steeds rechtdoor breit en niet meer keert, kan je het begin van je rij kwijtraken. Een stekenmarkerder kan je helpen telkens dat begin terug te vinden. Je kan er makkelijk zelf maken met een draad in een ander kleur. Je maakt in een klein stukje een knoop, zodat je een lusje krijgt.

Opletten bij siersteken

Omdat het voorkant van je werk steeds vooraan is, maak je siersteken (combinaties tussen rechtse en averechtse steken) anders. Over het algemeen verander je een averechtse steek in een rechtse, maar ik zou je toch aanraden om te kijken naar hoe de lusjes op je naald zitten. Als je lusje aan de achterkant hoort, brei je een rechtse. Het hangt een beetje af van steek tot steek. Meestal wordt dat wel goed uitgelegd in je patroon.

Ook voor rechte stukken

En dan wil ik nog een mythe de wereld uithelpen. Je kan perfect rechte stukken maken met rondbreinaalden. Het enige wat je dan wel doet, is keren. Een rechte sjaal is dus perfect te breien met rondbreinaalden. En misschien ook een goed project om het gevoel onder de knie te krijgen.

Ik hoop dat ik je toch kon overhalen om er eens over na te denken. Wanneer maak jij de overschakeling?

Bronnen

Inspiratie

Comfort Patterns

Vrijdag kreeg ik mijn tweede coronaprik. Al had ik niet zoveel last van de eerste, deze tweede valt me toch een pak erger. Een goed idee om even gas terug te nemen en gewoon niets te doen. Om het allemaal wat aangenamer te maken, wil ik deze week een paar comfort patterns met jullie delen.

Textured Puff Stitch Crochet Blanket (door Krista Cagle)

Niets beter om onder een dekentje in de zetel naar een film te kijken als je je even niet goed voelt. Dit patroon is eenvoudig en kan je snel haken doordat er een dikkere wol gebruikt wordt. Op het eerste moment kan de puff stitch moeilijk lijken, maar ze wordt heel mooi uitgelegd.

Cozy Hygge wrap (door Red Heart)

Zie je er wat tegenop om een volledig dekentje te maken. Dan is dit een mooi alternatief. Onder deze wrap kan het ook heel gezellig zijn, maar je kan hem evengoed gewoon rond je schouders dragen om je warm te houden.

Snowy Day sokkenpatroon (door Brome Fields)

Oh zalig, geen koude voeten met deze mooie sokken. Ideaal voor de beginnende breier, want het sokkenpatroon heeft geen hiel. Dus een leuk patroon dat gemakkelijk te maken is. Misschien probeer ik deze nog wel eens, want ik heb nog veel te leren over sokken breien.

My Big Comfy Ribbed Cardigan (door Mama In A Stitch)

Deze cardigan is zo comfortabel dat je hem niet meer wil uitdoen. Lekker oversized en makkelijk te breien, omdat dezelfde twee rijen steeds herhaald worden. Je kiest zelf hoe lang (of kort) je hem wil maken.

Cozy at Home Crochet Along (door Undergroud Crafter)

Deze vind ik echt top, ook al is hij dit jaar al afgelopen. Iedere week kan je een patroon vinden om je huis gezelliger te maken en om te toveren tot een echte thuis. Maar het mooie is dat je op je eigen tempo kan werken. Hiermee ben je wel even zoet, maar voel je je zeker beter.

Wie heeft comfort food nodig, als er zoveel patronen bestaan om je beter te laten voelen?

Bronnen

Basis

Waarom prikt wol soms?

Nu de Tour de Fleece bijna afgelopen is, kan ik even reflecteren op de wol die ik gesponnen heb. En wat me vooral opvalt is dat het prikt. Wat jammer is, want ik wou er een trui of poncho van maken. Wat eigenlijk ook niet realistisch is, want ik heb maar een beetje meer dan 75g. Al ga ik door met het spinnen van de wol die ik nog over heb. Maar wat ik me dus afvraag: waarom prikt wol?

Taboe

Sommige mensen gaan er van uit dat alle wol prikt, maar breiers en hakers weten wel beter. Volgens mij is er toch wel een taboe over. Een tijdje geleden wou ik een trui maken voor mijn mama. Maar dat wou ze niet, omdat die zou prikken. Ik heb voor haar een trui gemaakt die lekker zacht was en niet prikte.

Persoonlijk wil ik meestal het tegendeel bewijzen aan mensen die zeggen dat wol prikt. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat wol echt wel kan prikken. Veel hangt af van de soort wol, denk ik. Maar ook met je eigen ervaring met prikkende wol. Maar wat zorgt er dan juist voor dat prikkende gevoel?

Micron

De clou zit hem in de dikte van de wolvezel. Als we puur naar schapenwol kijken, zijn er al zoveel soorten die leven over de ganse wereld. Schapen in een warm klimaat hebben dunnere vezels dan schapen in een koud en regenachtig klimaat.

De dikte van wol wordt gerekend in micron. Hoe kleiner de micron, hoe zachter de wol. Een merinowol van een schaap in Spanje zit ongeveer rond 10 micron. Wol van een Shetlandschaap is ongeveer 40 micron. Dat is al een enorm verschil. We merken dat wol begint te kriebelen rond 19 micron.

Dit is dus zeker het overwegen waard wanneer je de keuze van wol voor je project maakt. Alles dat rechtstreeks in contact komt met de huid wil je dus lager houden dan die 19 micron. Voor andere projecten, zoals een tapijt of mandjes, kan je gerust wol met een dikkere micron gebruiken.

Daarnaast is het ook goed om te weten dat wol kleine schubben en weerhaakjes heeft. Ook die kunnen zorgen voor het prikkende gevoel. En de ene huid is de andere niet. Soms ben jij gewoon die ene die er iets gevoeliger voor is. Maar misschien is je huid niet gevoeliger voor de wol, maar voor de lanoline. Dat is het vet die er voor zorgt dat schapen droog blijven. Een goeie ontvetter kan hierbij al helpen.

Hulpmiddeltjes

Je kan natuurlijk kiezen voor een alternatief garen. Plantaardige garen van katoen of linnen zullen veel minder prikken. Omdat ze ook lichter zijn, zijn ze wel eerder geschikt voor zomerse projecten. Zijde en mohair zijn twee garens die van nature ook heel zacht zijn. Je kan ze eventueel zuiver kopen, of gaan voor een combinatie met schapenwol. Ben je niet helemaal zeker? Doe dan een test als je in je favoriete wolwinkel bent door de wol even tegen je huid te houden. Je zal al snel merken wanneer die voor jou prikt.

Maar heb je net die prachtige wollen trui af en merk je bij het dragen dat die kriebelt? Dan wil je die natuurlijk nog steeds kunnen dragen. En daar bestaan hulpmiddeltjes voor (dank je wel Tante Kaat).

  • Maak je trui nat en leg hem een nacht in de diepvriezer. Na het ontdooien en droger zal de wol minder kriebelen. De vezels trekken samen door de kou.
  • Doe een beetje azijn bij het wassen. Die maakt de wol onmiddellijk zachter.
  • Omdat de vezels van wol goed lijken op menselijk haar, help conditioner ook. In water met conditioner leggen, laten intrekken en 30 minuten wachten. Daarna uitspoelen en laten drogen.

En ook nog deze belangrijke tip. Niet krabben! Want dan wordt de jeuk alleen nog maar erger.

Conclusie

De wol die ik koos voor het Tour de Fleece spinproject is Blauwe Texelaar. Die heeft een vrij grove microndikte (tussen 30 en 35 micron). Met wat we nu geleerd hebben over wol, weet ik dat ik het echt niet voor een trui mag gebruiken. Ik zal dus nog eens goed nadenken over wat het dan wel zal worden. Al zal ik in de toekomst er iets meer mindfull mee omgaan. En eerst nadenken over mijn project en daar dan de geschikte wol voor kiezen.

En? Heb ik je kunnen overtuigen om je mening over prikkende wol te herzien?

Bronnen

Steek van de maand

Boordsteek

Deze week was ik bezig met de opzet voor mijn zomerse T-shirt, toen ik plots begon na te denken over de boordsteek. Het is zoiets eenvoudigs, maar er zit zoveel techniek achter.

Wat me opviel

Omdat het niet de bedoeling is dat het onderaan te aansluitend zou worden, had ik besloten om met dezelfde dikte van naald en het normale aantal steken op te zetten. Wat volledig anders is van wat ik normaal zou doen. In elk patroon dat je tegenkomt zie je dat de boordsteek in een kleinere naald gebreid wordt en dat je in de eerste rij na de boordsteek een aantal steken meerdert. Maar waarom juist?

En nu weet ik het uit ervaring. Door het afwisselen van rechtse en averechtse steken, krijg je een soort franje. En als je te veel steken hebt ten opzichte van je tricotsteek (of andere steek dat je op dat moment breit), dan wordt die heel uitgesproken.

Ik dacht altijd dat de boordsteek van nature in elkaar trekt. En dat is wel zo voor een deel. Maar nu heb ik dus geleerd dat het ook te maken heeft met de verhouding tot het gewone deel van je project.

Niveau

De boordsteek is een heel belangrijke steek. Maar ondertussen is hij zo evident geworden dat ik er eigenlijk niet meer bij stil sta. Het is een steek die je vanaf je start als brei(st)er onder de knie wil krijgen. En gelukkig is ze echt niet zo moeilijk.

Ze zorgt er voor dat je rand niet opkrult en dat je trui/muts/… mooi aansluit. Maar het is dus belangrijk om hem goed toe te passen. Om ervoor te zorgen dat je boord elastisch wordt, wil je verticale lijnen creëren. En dat doe je door alle v-tjes aan dezelfde kant en alle lusjes aan de andere kant te hebben. En dat effect bekom je met rechte naalden anders dan met rondbreinaalden.

Soorten

Er zijn verschillende soorten boordsteek. De meest gekende zijn 1×1 en 2×2, maar voor mijn droomtrui gebruikte ik de gedraaide rechtse steek in de boord. Maar ook een siersteek kan.

Maar welke boordsteek is nu de juiste voor jouw project. Je kijkt hiervoor naar een aantal factoren: het effect dat je wil bekomen, het soort wol dat je gebruikt en de steekverhouding.

Als je enkel wilt dat je rand niet opkrult, kan je kiezen voor de siersteek. Kies gewoon een motief dat effen ligt. Of met andere woorden waar er evenwicht is tussen voor- en achterkant van je werk. Zoals bijvoorbeeld een gerstekorrelsteek of rijstpapsteek. Goh, je hebt zoveel keuze. Of je kan een sier in je boordsteek verwerken.

De dikte van de wol geeft een bepaalde steekverhouding die na berekening eerder aanleunt bij deelbaar door 2 of deelbaar door 4. Maar over het algemeen gebruik je bij dikkere wol de 1×1 boordsteek en bij dunne wol de 2×2 boordsteek. Wil je een elastischere boord, kies dan voor 1×1.

Op zich wordt de boordsteek onderaan de trui hetzelfde gebreid als bovenaan de trui. Al pak je het anders aan. Onderaan brei je hem onmiddellijk mee, want je start er mee. Als je aan de hals een boordsteek maakt, zet je eerst de verschillende delen aan elkaar en neem je dan het gewenste aantal steken op.

Patroon

1×1 boordsteek

Boord van mijn raglantrui

R = rechts
AV = averechts

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

2×2 boordsteek

Boord van mijn zomers T-shirt

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2AV, 2R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Gedraaide boordsteek

Boord van mijn droomtrui

Het enige dat je nu veranderd is dat je de rechtse steek door de achterste lus breit. Zo draai je eigenlijk de steek om tijdens het breien. De averechtse steek brei je gewoon. Je kan dit zowel toepassen in de 1×1 als in de 2×2 boordsteek. Het geeft een speciaal effect aan je boord. Zeker het proberen waard.

Strak, strakker, strakst

Een goeie boordsteek zorgt er dus voor dat je project mooi aansluit. Maar zoals ik al aangaf, zijn er bijkomende opties die er voor zorgen dat ze nog meer aansluit.

Gebruik een dunnere naald. Die zorgt dat je steken dichter opeen zitten en wat meer spanning geven. Je kan gaan tot een of twee nummers dunner dan de naalden waarmee je het project zou gaan breien.

Zet minder steken op. Deze tip vind je in alle truipatronen terug. In de eerste rij na de boordsteek maak je dan meerderingen, zodat je de gewenste breedte van je project bekomt. Omdat je minder steken in de boord hebt, is die smaller en sluit ze beter aan.

Pas de gedraaide boordsteek toe. Omdat je de rechtse steek omgekeerd breit, is de lengte van de draad tussen je rechtse en averechtse steek korter. Zo krijg je opnieuw wat meer spanning.

Nooit zal ik nog hetzelfde denken over die ouwe saaie boordsteek. Had jij kunnen denken dat er zoveel achter schuil ging?

Bronnen

Inspiratie

Gezwicht voor een tussendoortje

Oké, ik geef het toe. Ik ben gezwicht. Het is eventjes tijd voor een klein project tussendoor. Die raglantrui zal wel afraken, maar ik heb even een boost nodig van een project dat beter en sneller zal gaan.

Daarom ben ik gisteren op speurtocht geweest naar nieuwe wol. Ik had een petrolblauwe kleur in mijn hoofd. Maar ik ben met iets volledig anders naar huis gegaan en ik ben heel blij met mijn vondst.

De speurtocht

En eigenlijk was die kleur niet het enige dat ik in mijn hoofd heb. Ik wil al langer eens een T-shirt breien. Gewoon rechtdoor, met bovenaan een boothals en een ajourmotief. Iets luchtigs voor de zomer eigenlijk. Dus kwam ik uit bij katoen.

Ik vond die petrolkleur bij Catania Originals van Schachenmayr, maar ik vond de zachtheid niet ideaal voor dit project. Deze wol is wel heel geschikt om amigurumi te maken, omdat ze iets steviger is. Maar voor een T-shirt, mag het iets zachter aanvoelen, dacht ik.

Het gaat er om de beste wol voor het project dat je in gedachten hebt te vinden. Dus ging mijn ogen over de andere rekken met katoenwol. En ze vielen op Missouri van Katia in een rode kleur. Het klikte meteen. Dit is de ideale wol, dacht ik. Ze bestaat uit 60% katoen en 40% acryl (ja, ik weet het, ik ben gezwicht voor acryl), waardoor ze lekker zacht is.

Het patroon

Iets zomers, gemakkelijk en snel te maken maar ook gemakkelijk en zacht om te dragen. Dat had ik in mijn hoofd. Maar omdat sommige dingen in je hoofd iets anders kunnen uitkomen in realiteit, zet je het dus best eerst op papier. Zeker wanneer je zelf het patroon maakt.

Mijn patroon bestaat uit tricotsteek die bovenaan overgaat in ajour. Er komen geen meer of minderingen aan te pas. Gewoon rechtdoor. Zo komt er een kleine mouw aan, zonder te veel gedoe of naaiwerk. Ideaal voor een beginner, maar ook voor een gevorderde die eventjes iets tussendoor wil maken.

Omdat tricotsteek krult (nee, nu zal ik het niet snel meer vergeten) wil ik onderaan en aan de mouwen toch nog een stukje in boordsteek breien. Maar ik wil het wel fijn houden.

En om zo weinig mogelijk naaiwerk te hebben, wil ik zoveel mogelijk rondbreien. Enkel het stuk tussen de armen zal heen en weer gebreid worden. Want ja, dat kan natuurlijk niet anders. En omdat alles rechtdoor is, wil ik ook niet sukkelen voor de hals. Dus wordt het een boothals.

Voor het ajourstuk heb ik al een tijdje zitten zoeken naar geschikt patroon. Dat was niet zo eenvoudig, omdat je ook rekening dient te houden met de richting waarin je werkt. Wil je van links naar rechts werken of van onder naar boven? En hoe komen de herhalingen dan uit?

Daarom wou ik voor een ajourmotief gaan die niet specifiek een zichtbare overgang tussen de herhalingen heeft. En ik ben terecht gekomen bij de beginners ajoursteek (Dag 3 van de 21-dagen ajourmotiefsteken) van Brome Fields. Opnieuw eenvoudig en snel.

Inspiratie

Meestal is een beeld al genoeg om je fantasie de vrije loop te laten. Voor mij was dat dit beeld:

Dit is de Mirin Tee (patroon door Tabetha Hedrick) die gebruikt wordt in de les over perfect fit. Al zie ik liever een ajourmotief bovenaan en wil ik het hier en daar toch nog iets anders aanpakken. Deze foto is dus eigenlijk enkel mijn inspiratiebron.

Volgende stappen

Nu ik de wol en het patroon heb, kan ik mijn patroon verder plannen aan de hand van mijn voorbereidingschecklist.

Daarna wil ik mijn proeflapje breien. Er staat aangegeven om met naald 3-3,5 te breien. Maar ik ben een beetje vergeetachtig geweest en heb te laat beseft dat ik die diktes nog niet heb in rondbreinaalden. Dus wil ik het eerst proberen met de nummer 4 rondbreinaalden, die ik wel heb liggen.

Pas daarna kan ik verder met effectief maken van het stuk. Ik weet dus alweer wat me te doen staat. Ik kijk er zo naar uit! Maar ik beloof je dat ik het raglanproject niet opgeef. Dit is gewoon een tussendoortje. Heb jij daar soms ook gewoon eens nood aan?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Two of a kind

Oei, nu zit ik helemaal in de knoei. Weet je nog dat ik problemen had met de hoeveelheid wol voor de mouwen van mijn raglantrui? In een poging om het in orde te krijgen, heb ik iets gedaan wat ik dacht dat me ging helpen, maar die misschien het averechtse effect had.

In de knoei

Normaal gezien brei ik de 2 mouwen van een trui altijd tegelijkertijd. Zo weet ik dat ze echt identiek zijn. Maar omdat ik met een verschillende minderingen op het voor- en achterpand zit, dacht ik dat het te moeilijk zou zijn. Misschien zou ik te veel fouten maken. Dus besliste ik om de mouwen apart te breien.

Ik had al vastgesteld dat ik niet genoeg wol zou hebben voor een volledige mouw, dus was ik overgeschakeld op plan B (of was het nu al C) en koos ik voor driekwartmouwen. Ik had uitgerekend dat ik voor elke kleur 28 rijen nodig had en dan voor de boord in bruin, zou ik 15 rijen kunnen breien (gelijk aan het voor- en achterpand). Ideaal dus in mijn hoofd.

Maar na de 23e rij van de groene kleur begon ik opnieuw schrik te krijgen. Zou ik nog genoeg wol overhebben voor mijn 2e mouw? En dan begon ik me af te vragen hoe je dat eigenlijk kan weten. Wel, normaal gezien pas ik hier een trucje voor toe. Maar waarom heb ik het dan niet gedaan?

Bollen halveren

Ik denk dat ik dit geleerd heb tijdens het maken van mijn eerste paar sokken, al ben ik dat niet meer zeker. Om te weten dat je zeker genoeg zal hebben voor 2 gelijke stukken, weeg je je wol op voorhand. En dan is het heel simpel. Je maakt twee bollen met elk de helft van die wol.

Ja, zo simpel is het echt. Maar waarom had ik het dan niet gedaan? Ik dacht misschien aan verspilling. Want eigenlijk kan je het met een gewone keukenweegschaal nooit volledig juist hebben. Het kan zijn dat je ene bol toch net iets groter is dan de andere.

Dus het kan dat ik met de ene bol toch een rij meer zou kunnen breien, dan met de andere. En dus is er geen garantie. Tja, misschien wil ik het weer te goed doen. In het verleden werkte het wel prima.

Een ander trucje

In plaats van de bollen te halveren, ben ik aan mijn tweede mouw begonnen. Toen ik aan rij 23 van mijn tweede mouw uitkwam, had ik dus nog een stuk over. Maar hoe zou ik nu weten of ik nog genoeg zou hebben om op elk een rij te breien?

Toen dacht ik terug aan een trucje bij de lange draad opzet. Om te weten hoeveel wol je nodig hebt om op te zetten, draai je de wol zoveel keren als je steken wil opzetten om de naald. Normaal gezien kom je dan toe, al heb ik gemerkt dat ik toch nog wat extra nodig heb.

Dit trucje heb ik nu toegepast op het stuk wol tussen de 2 mouwen. Ik wou echt het werkelijke midden bekomen. Maar het is dus iets anders uitgedraaid. Want ik rekende uit dat ik op elk nog 2 rijen zou kunnen breien. Dit is het resultaat na die 2 rijen:

Het is dus heel kort geworden. En dat draadje moet ik dan nog in 2 delen en inwerken. Hmmm, dat zal me niet lukken.

Terug naar het begin

Volgens Watercolours and lace is er een andere oplossing en het begint eigenlijk al bij de voorbereiding van je project: het proeflapje. Eigenlijk kan je er nog meer info uit halen dan enkel het aantal steken en rijen, wolgewicht, naalddikte en of je de steek mooi vindt. Je kan er ook uithalen hoeveel wol je hebt gebruikt voor één rij. Dit had ik zelf nog niet bedacht. Bedankt voor de goeie tip.

Je doet het zo. Je weegt je bol voor je start. Dan brei je de rij en weeg je de bol opnieuw. Zo weet je hoeveel wol je voor dat aantal steken hebt gebruikt. En nu kan je het omrekenen naar het aantal steken die je op je naald hebt. Een klein beetje wiskunde, maar wel de meest efficiëntste manier, lijkt me.

Compromis

Maar voor mij is het nu misschien te laat. Want ik heb het niet opgeschreven tijdens het maken van mijn proeflapje. Dus wat zal ik doen?

Zou ik de draad doorknippen en inwerken? Die eindjes zijn echt heel kort. Nee, de kans dat ze zullen loskomen is te groot. Ik wil geen gaten in mijn prachtige raglantrui. Ik wil er heel lang van kunnen genieten.

Dus denk ik dat ik toch misschien van elke mouw een rij terug uithaal. Oké, ik heb dan misschien wel een beetje overschot, die ik liever niet zou hebben. Maar dat is nog altijd beter dan gaten. En ja, dan heb ik niet genoeg rijen in mijn kleurstrook. In plaats van 28 heb ik er dan maar 24. Is dat het einde van de wereld?

Ik denk dat het een goeie compromis is. En als ik het nu zo bedenk, misschien kan ik bij de andere kleuren een rij extra breien om de lengte te compenseren. Als de ideale weg niet mogelijk is, is het soms een beetje creatief zijn. En een beetje wabi sabi kan geen kwaad.

Zo zie je maar. Nooit opgeven. Voor alles is er een oplossing. Die raglantrui krijg ik af! Ooit. Ja toch?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Halverwege

Het is bijna zover. We zijn al weer bijna halfweg het jaar. Het ideale moment om al eens terug te blikken op de plannen die ik maakte in het begin van het jaar. Zit ik goed op schema of loop ik hopeloos achter? Ik hoop op het eerste, maar ik vrees voor het laatste.

Zoals altijd begin ik met goeie moed en boordevol enthousiasme aan nieuwe projecten, maar ik werk ze moeilijk af. Daarom staat dit jaar in het teken van bewuster omgaan met die projecten. Wat wil ik allemaal maken en waarom? Als ik het dan even niet meer weet, kan ik er weer op terug komen.

Het plan voor 2021

Ik had een tiental projecten uitgekozen:

  • Sweet honey sjaal
  • Raglan trui
  • Snowy day shawl
  • Afdelingssjaal Harry Potter
  • Kersttrui Harry Potter
  • Uilen posttrui Harry Potter
  • Scheurbek trui Harry Potter
  • Deken van lontwol
  • Planned pooling sjaal

Als ik er nu op terug kijk, zijn dat veel sjaals en truien. Toen ik de lijst maakte, had ik de truienmicrobe echt te pakken. En als ik nu de foto’s opnieuw bekijk, vind ik ze nog altijd prachtig en wil ik ze nog altijd maken. Maar misschien wil ik toch wat meer variatie. En misschien ook wat kleinere projecten die sneller klaar zijn.

Tot nu toe

Sweet honey sjaal

Maar laten we eerst eens kijken hoe ver ik al gekomen ben. De Sweet honey sjaal is af. En wat is die prachtig. Ik hou ook heel erg van de kleur.

Ik zou nog een bijkomende muts en handschoenen kunnen maken, want ik heb nog wat wol over. Maar ik moet nog eens uitzoeken hoe ik de bijencelsteek juist kan minderen. Omdat het een herhaling is van 4 steken, brei ik misschien beter 4 in plaats van 2 steken samen. Als ik er zin en tijd voor heb, begin ik aan een proeflapje.

Raglan trui

Hier ben ik nog steeds aan bezig, mijn werk in wording. Ondertussen zijn voor- en achterpand af. Nu ben ik bezig met de mouwen. Nadat ik opnieuw begonnen ben aan de mouwen, heb ik opnieuw vastgesteld dat ik te weinig wol heb om beide mouwen te breien. Deze keer heb ik bruin te kort. Dus is het plan C geworden: kortere mouwen. Ik stond er eerst niet voor te springen, maar het alternatief is de trui niet afwerken. Dus kies ik voor kortere mouwen. Natuurlijk!

Snowy day shawl

Deze sjaal wou ik meer als inspiratie gebruiken om een geheim project uit te werken. Maar ik zit nog wat vast op de praktische kant van de zaak. Het zou grotendeels uit tricotsteek bestaan, maar ik was helemaal vergeten dat die niet ideaal is voor een platte sjaal. Oeps.

Ik ben dus nu volop bezig met brainstormen over hoe ik het concept kan herwerken. De wol heb ik al. Dus ligt de hoeveelheid wol al een beetje vast. Ja, ik kan er bijkopen. Maar misschien is er dan een kleurverschil. Verder kan ik er nog niet veel over zeggen.

Nieuwe inspiratie

Mijn brei-inspiratie staat helaas niet stil. En ik heb alweer een paar toffe nieuwe projecten gezien. En eigenlijk kriebelen die iets meer.

De Gardengate trui (patroon door Jennifer Steingass)

Ja, sorry, ik kan er niets aan doen. Weer een trui. Maar wat een prachtige jacquardtekening is dat. Ik kan er uren naar kijken. En ik wil die zeker maken.

Laia (patroon door Isabell Kraemer)

Er bestaat een model met lange mouwen, maar ook met korte mouwen die ideaal is om in de zomer te dragen. Ik zou kunnen werken met katoen ipv wol, zodat het nog luchtiger is. Net omdat de mouwen zo kort zijn, is dit misschien wel een van die snelle projecten die ik nu kan gebruiken.

Heathered Sunset (patroon door Tabetha Hedrick)

Misschien wil ik toch nog eens een driehoekige shawl proberen. Deze kan echt een goeie oefening zijn om mijn ajourtechniek nog wat verder te oefenen. Ik weet nog dat mijn vorige shawl me op het laatste toch veel zweet en tranen (geen bloed) heeft gekost. Maar met deze wil ik het misschien nog eens proberen.

Al komt de nieuwe MKAL (Mystery Knit Along) van Sweet Georgia er in september weer aan. Misschien wil ik die wel maken. Net het niet weten hoe het er zal uitzien en telkens een klein stukje doen, spreekt me toch wel aan. Op de een of andere manier vermindert dat de stress om het project te moeten afwerken. Je bent bewuster bezig met elk stukje.

Painted Rose (patroon van Drops Design)

Heel toevallig kwam ik langs dit patroon. Het is een eenvoudige trui, maar net omdat hij met drie draden samen gebreid wordt, krijg je een heel mooi effect. Ja, deze wil ik toch ook graag maken.

Spinnen

En ik wil een heleboel spinnen dit jaar. De zomer is ideaal om de wol te maken die ik in de winter wil breien. Al besef ik maar al te goed dat je voor een trui veel wol nodig hebt en een spindel niet zo snel is als een spinnewiel. Maar ik heb goeie moed. Ik zie wel hoe ver ik kom.

Conclusie

Er zijn dus alweer nieuwe patronen die ik wil maken. Maar als ik het zo bij elkaar zie, stel ik vast dat het alweer truien en sjaals zijn. Hmm, ik sta nu weer even ver. Zou ik dan toch niet beter bij mijn origineel plan blijven? Maar het kriebelt zo erg om die nieuwe patronen te maken. Ik sta echt voor een dilemma hier. Wat zou jij doen?

Bronnen

Basis

Verliefd op spinnen

Vandaag wil ik even iets anders met je delen. Aan de hand van filmpjes en veel onderzoek ben ik stilletjes aan de kneepjes van spinnen aan het leren. Tot nu toe had ik nog niet het zelfvertrouwen om hierover te schrijven. Maar nu is mijn wol af en ben ik zo enthousiast.

Tot een tijdje terug stond ik er niet echt bij stil wat het proces inhoudt om tot de wol die je in de winkel kan kopen te maken. Maar tijdens het thuis zitten in lockdown vorig jaar, had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Dus ben ik (nog eventjes voorzichtig) gaan uitzoeken hoe wol gesponnen wordt en of ik dat eventueel zou kunnen.

Fibre en twist

Wat je nodig hebt zijn vezels. Zoals je verschillende soorten wol hebt, heb je ook verschillende soorten vezels. Die vezels hebben twist nodig om hun kracht te behouden. Dus heb je ook een toestel nodig om die twist aan te brengen.

Denk maar aan het klassieke spinnewiel. Maar er zijn ook nog andere mogelijkheden. Omdat het toch over een serieuze investering gaat, wou ik zeker weten of ik het zou blijven verder doen. Dus ben ik begonnen met een spindel. Er bestaan hangende en ondersteunende spindels. Ik koos voor een beginners hangende spindel. Heel eenvoudig.

Dan was het even zoeken om de vezels te kunnen uittrekken, zodat je een mooi effen draad maakt. Hier heb ik toch eventjes op vast gezeten. Maar ik had voor mezelf besloten dat ik de eerste bol vezels volledig mocht verprutsen. Je kan natuurlijk niet onmiddellijk een professional zijn wanneer je net een nieuwe techniek aan het leren bent.

Singles en plying

De draad die je zo maakt wordt een single genoemd. Omdat die twist geeft, krult hij op als je die niet onder spanning houdt. Daarom (en ook voor de sterkte) worden er meerdere singles samengevoegd door in de omgekeerde richting te draaien. Dit wordt plying genoemd en zorgt er voor dat er opnieuw balans is.

Oke, het krult nog altijd op als je de spanning wegneemt, maar als je het nog even in heet water legt, is dat opgelost. Nu heb je wol waarmee je kan breien, haken of zelfs kan weven.

Controle

Je hebt controle over de kwaliteit van je wol. Je maakt hem zo dik en zo sterk als je zelf wil. In het begin is dit nog niet zo eenvoudig. Dus oefenen, oefenen en nog eens oefenen is hier de boodschap. Maar wel een goeie hobby voor een controlefreak als ik.

Persoonlijk vond ik fijn en gelijkmatig spinnen het belangrijkste. De eerste was dan misschien niet zoals ik het wou hebben, ik was toch al trots dat het me lukte. De tweede vind ik zelf al heel goed voor een beginnende spinster.

Je kan er voor kiezen om je single al wat dikker te maken als je dikke wol wil hebben. Dan heb je genoeg aan 2 singles om tot je eindresultaat te komen. Maar ik wou eerst leren fijn werken. Dus heb ik gekozen om er 3 te combineren. Je kan zelfs nog meerdere bij elkaar nemen ook. Jij kiest, fantastisch toch!

Onthaasten

Wat ik er net zo zalig aan vind, is dat het traag gaat. Als ik brei wil ik altijd een snel eindresultaat. Ik ga soms over op haken, omdat dat nog sneller gaat. Maar spinnen is voor mij zen. Je wil telkens zo weinig mogelijk vezels nemen, zodat je er lang mee wil doen. En ik kan mijn gedachten even laten voor wat ze zijn als ik bezig ben.

Maar nu ik weet hoe mooi het eindresultaat kan zijn, kijk ik ook al uit naar het plyen. En dan achteraf kunnen zeggen dat je zoiets prachtigs gemaakt hebt, zalig gewoon. Je kan dan gaan nadenken wat je met die wol wilt maken. Dan heb je eigenlijk dubbel plezier. Driedubbel als je dan ook nog het plezier van het dragen of gebruiken er bij optelt.

Struikelblok

Maar niet alles is rozegeur en maneschijn natuurlijk. Ik heb heel veel moeite gehad om vezels te vinden. Ik heb nog steeds geen winkel gevonden. Maar online kan je er wel vinden. De meeste vezels die je online vindt, komen wel uit Amerika of het Verenigd Koninkrijk.

Maar dat is een heel eind om vezels te vervoeren. En omdat je het invoert in de EU, betaal je er ook nog eens invoerkosten op. Ook niet ideaal. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij Pure Wol uit Nederland. Ik heb er onmiddellijk besteld voor mijn verjaardag.

Ik woon in de westhoek waar heel veel schapenboerderijen zijn. Ik probeerde er al een aantal aan te spreken, maar tot nu toe zonder succes. Ik blijf toch proberen. Want het zou mooi zijn als ik plaatselijke wol zou kunnen gebruiken. Maar dan heb ik nog wat werk voor de boeg. Want ik weet nog niet hoe ik de ruwe wol kan bewerken om ze spinklaar te krijgen. Op naar het volgende onderzoek dus.

Uiteindelijk wil ik wel op een spinnewiel leren spinnen, want ik ben nu echt wel zeker dat ik het wil blijven doen. Ik heb hier nog een oud model staan, die ik vroeger eens op de rommelmarkt gevonden heb. Vol goeie moed zat ik al klaar. Maar ik heb een stuk tekort, waardoor de wol niet opwindt. Toch wel jammer, maar ik zal er wel een oplossing op vinden.

Spinnen is een ambacht dat ik nog niet veel tegenkwam. En als ik het wel al eens zag, was ik er toen ook al door gefascineerd. Heb jij er ervaring mee? En is het iets dat je zou willen proberen?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Soorten mouwen

Vandaag wil ik het nog even over truien breien hebben. Ik had het eerder al over hoe je zelf een patroon kan maken door de verschillende stukken van een trui uit te kiezen. Ik ben nog steeds bezig met het breien van mijn raglantrui. En wat er daar zo speciaal aan is, is natuurlijk de raglanmouw.

Maar daarnaast zijn er nog een aantal andere soorten mouwen. Ik wil het even hebben over de verschillende soorten en wat er zo specifiek aan is. Daarnaast wil ik ook nog even de Engelse term meegeven, voor het geval dat je die zou tegenkomen in een Engelstalig patroon.

Deze termen gaan over de manier waarop de mouw verbonden is aan voor- en achterpand. Enkel dat stuk. Je kan dan opnieuw variëren met de vorm van de mouw. Zoals een driekwart of korte mouw, een mooi aansluitende rechte mouw of een pofmouw.

Klassieke types

Raglan

Een Raglan mouw is een mouw die van de oksel schuin loopt tot aan de nek. Je kan hem herkennen aan de siernaad die schuin naar boven loopt. Het is een klassieke mouw die heel vaak voorkomt, al heb ik hem zelf nog nooit gebreid. En een mouw die zorgt voor een mooi aansluitende trui.

Je kan een trui met raglanmouwen zowel van boven naar beneden als van beneden naar boven breien. In het eerste geval, brei je de mouw meestal al mee met voor en achterpand. Dan maak je telkens een meerdering tussen voorpand, mouw en achterpand, zodat je de schuine siernaad bekomt. Voordeel is dat het dichtnaaien achteraf tot het minimum wordt herleid.

Als je van beneden naar boven breit, brei je de stukken los van elkaar. Later naai je die dan aan elkaar. Dit is wat ik nu aan het doen ben met mijn raglantrui. In plaats van meerderingen, maak je minderingen (aja, want je werkt omgekeerd). Na elke mindering maak je dan een zelfkantsteek, waardoor je het makkelijker aan elkaar kan naaien en de naad nog steeds heel mooi uitkomt.

Inzetmouw (set in)

Tot nu toe maakte ik deze mouw het meest. Bij een inzetmouw komt de naad van de schouder mooi op het schouderbeen. Je mindert aan de oksels in een kwartronde en gaat daarna recht naar omhoog.

Dit soort mouw brei je altijd van beneden naar boven en in losse stukken. Als je de stukken plat neer legt op tafel, zal je zien dat de kop van de mouw precies past in voor- en achterpand. Deze mouw is dus ideaal als je een aansluitende trui wil maken.

Afgevallen mouw (drop shoulder)

Dit is eigenlijk de makkelijkste mouw om te breien, want je hoeft er niet voor te meerderen of minderen. Je breit de mouw gewoon recht. Daarom komt de schoudernaad op je arm. Perfect als je een beginnende breister bent en niet goed weet hoe je aan een trui begint. Het maakt de drempel om het toch eens te proberen kleiner.

Deze mouw brei je steeds van beneden naar boven en ook in losse stukken. Omdat alles gewoon recht is, kan je het later heel gemakkelijk aan elkaar naaien. Er bestaat wel een variatie op dit soort mouw. Onder de oksel worden er een paar steken afgekant. Voor de rest is het principe hetzelfde.

Omdat de schoudernaad op de arm zit, geeft het een heel comfortabele look. Daarom kom je die bijna altijd tegen in een Bernadettepatroon. Dat is een zalige cardigan, ideaal om knus in de zetel te zitten op zondag. Maar ook mijn droomtrui van vorig jaar heeft deze schouder. Het combineert heel goed met een boothals.

Speciale types

Als je Scandinavische patronen bekijkt, zit er meestal een mooie tekening bovenaan. Deze truien worden eigenlijk van boven naar beneden gebreid. En net om die mooie tekening te laten uitkomen, wordt er geen siernaad tussen mouw en panden gemaakt. Dat zou die tekening net teniet doen. In Engelse patronen wordt die top down genoemd.

Natuurlijk heb je nog een heleboel andere (zoals vleermuis, kimono, …), die hier moeilijk allemaal te benoemen zijn. En dan heb je ook nog patronen zonder mouw. Eigenlijk zit het zo. Elk patroon is anders. Het soort mouw dat er vermeld staat, geeft net dat speciale eraan. Hoe je hem dan breit staat uitgelegd in het patroon.

Omdat het voor mij de eerste keer is dat ik een raglantrui brei, is het een beetje zoeken. Maar heb ik ooit zo’n uitdaging uit de weg gegaan? Ik hoop alleen, dat het allemaal zal passen, eens ik klaar ben. Welke mouw verkies jij eigenlijk?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Over opnieuw beginnen

Een paar weken geleden had ik zin om de wol weer tussen mijn vingers te voelen. De kleine rustpauze tussendoor heeft me deugd gedaan. Dus heb ik mijn raglantrui opnieuw boven gehaald. Voor ik aan een nieuw project start, wil ik dit toch eerst afmaken.

Toen ik bezig was aan het tweede kleur voor de mouw, kwam ik er achter dat ik niet meer genoeg wol zou hebben voor de tweede mouw. Ik was nog wat aan het zoeken naar een oplossing, maar die heb ik niet kunnen vinden. Er zat dus niets anders op dan opnieuw beginnen. Maar omdat ik er enorm tegenop zag, had ik het even aan de kant gelegd. Maar nu dus de energie en goesting gevonden om het weer in handen te nemen.

Uittrekken

Een van de dingen waar je het meest tegenop ziet als je in deze situatie zit, is het uittrekken van je project. Het vraagt veel tijd en het is verloren energie. Wie wil dat nu eigenlijk doen? Je zou voor minder je enthousiasme verliezen. Daarom pak ik het anders aan.

Ik haal de steken van de naald en maak de draad los. En dan start ik van dat einde. Je trekt dan eigenlijk de draad uit terwijl je breit. Een heel efficiënte manier om al dat gedoe te vermijden. En je draad kan niet vernestelen of draaien.

Als je per ongeluk niet je hele steek gebreit hebt, kan je hiermee wel in de problemen geraken. Maar dat is eigenlijk altijd. Ook als je je werk gewoon uithaalt en er een bol van maakt. Tja, het streefdoel is natuurlijk dat je je werk niet volledig hoeft uit te trekken.

Een klein stukje maar

Bekijk daarom eerst of het echt nodig is om volledig opnieuw te starten. Misschien hoef je maar een klein stukje opnieuw te doen. Dan zou het zeker zonde zijn om alles uit te trekken. Er zijn verschillende tips om dit aan te pakken.

Een aantal rijen uithalen

Als je enkel een paar rijen hoeft uit te trekken, kan je met je andere breinaald eerst de steken van de laatste goede rij opnemen. Let daarbij op dat je enkel het rechter beentje van de steek opneemt, dan zitten ze al onmiddellijk goed op de naald. En let er ook op dat je op dezelfde rij blijft.

Dan haal je steken van de naald en kan je uittrekken tot aan de onderste naald. Voila, klaar om weer te beginnen. Lukt het niet zo goed, dan kan je een kleinere naald gebruiken. Zo ga je iets vlotter door de steken. Je kan de steken daarop laten zitten als je maar verder breit op de juiste naald.

Wat er wel kan gebeuren is dat je draad dan aan de verkeerde kant zit. Dan komt de beste breister tegen. Ik heb er nog geen trucje voor gevonden. Maar wat je dan wel kan doen is de steken opnieuw overzetten op de andere naald. Dan komt alles goed en kan je verder.

Een paar steken terugbreien

Als je wakker bent en je ziet op dezelfde rij een paar steken terug een fout, dan kan je terugbreien. Je hoeft dus zelfs niets uit te trekken. Hiervoor ga je met de naald in de lus onder de steek die op je andere naald zit. Dan laat je de steek vallen.

Dit werkt zowel voor rechtse als averechtse steken. Maar ook voor minderingen en meerderingen. Al komt er dan wel meer stappen bij te pas. De theorie is eigenlijk dat je de omgekeerde beweging doet dan als je de steek zou breien. Let erop dat als je klaar bent met de steek terug te breien dat het rechter beentje aan de voorkant zit en dat je nog steeds op dezelfde rij bent.

Lifeline

Deze manier is echt handig voor patronen met kabels of ajourmotieven. Het klinkt moeilijker dan het is. Eigenlijk haal je met een gewone naainaald een draad door de steken die op je breinaald zitten. Je kan dit na elke herhaling doen. Daarna brei je gewoon verder. Je hoeft niets met die draad te doen.

Als je dan zou zien dat je een fout gemaakt hebt, kan je de steken van je naald halen en uittrekken tot die draad. Bij kabels en ajour is het soms moeilijk om de rij te zien. Daarbij helpt deze draad. Je trekt uit tot je niet meer kan.

Daarna zet je de steken weer op de breinaald door het pad van de draad te volgen. Begin aan de andere kant van waar je draad zit, dan zitten ze onmiddellijk goed om straks weer te starten. Laat de lifeline nog even zitten tot je project volledig klaar is. Je weet maar nooit.

Patroon aanpassen

Als er niets anders opzit dan je werk uit te halen, zal daar waarschijnlijk ook een reden voor zijn. Kijk daarom voor je begint ook eens naar je patroon. Waar liep het fout? Soms zit de logica in een klein hoekje.

In mijn geval heb ik wol van de groene kleur te kort. Dus verminder ik het aantal rijen in die kleur en maak ik de bruine strook langer. Om dan mooi uit te komen, zal ik de kraag in blauw ipv in bruin breien.

Omdat ik er nog steeds een beetje mee in zat, heb ik het stuk groene wol van mijn mouw afgewogen en naast het overschotje gelegd. Gelukkig komt dit net goed uit. Oef. Plan B was de mouwen korter maken, maar dat zag ik niet echt zitten voor deze wintertrui.

Kleine foutjes herstellen

Het is niet altijd slecht om te herbeginnen. Misschien had je kleine foutjes gemaakt, die je geaccepteerd had. Dan kan je die nu recht zetten. Ik heb alvast het trucje om strepen rond te breien toegepast. Sowieso ga je meer tevreden zijn van het eindresultaat. Al mag er gerust een foutje in je werk zitten. Dat maakt het net jouw unieke stuk. Er bestaat geen ander van.

Ik ben er zeker van dat jij ook al wel eens opnieuw bent begonnen. Hoe heb jij het dan aangepakt?

Bronnen

Steek van de maand

Mozaiekbreien vs. Jacquardbreien

Tijdens het maken van mijn proeflapje voor het geheime project, herontdekte ik vorige week dat tricot zal opkrullen. En er zit een groot deel tricot in de sjaal, waaronder een deel jacquard. Ik kon dus niet anders dan opnieuw gaan nadenken over het concept. En toen had ik een idee! Waarom krult de Laurel Mist Shawl niet? Daarin komt mozaiekbreien voor. Misschien kan ik daarop overschakelen?

Wat is mozaiekbreien?

Het was vorig jaar, of het jaar er voor, dat ik er de eerste keer over hoorde. Het bestaat al langer, maar het is een techniek die nu pas echt populair aan het worden is. Barbara G. Walker maakte het haar eigen in de late jaren 60 van de vorige eeuw. Het gaat dus al een tijdje mee.

Het is een techniek waar je steken afhaalt op de andere naald zonder te breien. Wat het heel eenvoudig maakt. Ideaal zelfs als je als beginner graag een tekening in je project wil verwerken. Maar het is een hele leuke techniek, dus ook voor jou, gevorderde breier, een goeie om te proberen.

Je hebt twee kleuren nodig. Je breit met elke kleur telkens 2 naalden (heen en terug). Verder heb je een kaart met een tekening nodig. Je breit enkel de steken in het kleur dat je mee bezig bent. De steken in de andere kleur haal je dan af. De even rij is een herhaling van de oneven rij, maar dan in omgekeerde richting.

Sommige kaarten tonen zowel de oneven als even rijen. Maar aangezien ze eigenlijk hetzelfde zijn, bestaan er ook kaarten die enkel de oneven rijen weergeven. Kijk goed naar de cijfers die de rijen aangeven aan de zijkant.

Omdat je veel steken afhaalt en ze niet breit, is het ook een snelle methode om een tekening in je werk te steken. Maar niet alleen dat, je gebruikt ook minder wol. Maar helaas is er ook een keerzijde (zoals bij veel dingen). Niet elk patroon of tekening is geschikt om mozaiek te breien. De steken op onderliggende rijen moeten juist zitten, anders komt het niet uit.

Deze steek kan naast tricot- ook in ribbelsteek gemaakt worden, wat mijn probleem van opkrullende randen zo prima kan verhelpen.

Wat is jacquardbreien?

Dit is de techniek die ik altijd voor ogen had, als ik een tekening in breiwerk wil krijgen. Ik heb het overlaatst nog geprobeerd met sokken, maar dat is dan niet helemaal goed gekomen. Bij deze techniek heb je ook weer twee kleuren nodig. Maar de techniek en de kaart zijn anders.

Het werd ontwikkeld door Joseph-Marie Jacquard. Die zo goed of zijn leven wijde aan het verbeteren van weefgetouwen. Hij vond een manier om automatische patronen daarop te kunnen inweven. En later evolueerde dat verder in breiwerk.

Je breit met de twee kleuren tegelijk in de hand. Als de kaart aangeeft om de hoofdkleur te breien, neem je die draad op uit je vingers. Wanneer het de bijkleur aangeeft, neem je de andere draad op. Je breit dus wel telkens met één draad en neemt de andere draad mee langs de achterkant van je werk.

Jacquard brei je altijd in tricotsteek. Als je in ribbelsteek zou werken, komen de draden van de even rij aan de voorkant van je werk.

Als je het lekker warm wil hebben, is dit ideaal. Je werk wordt iets dikker en lekker knus. Wel opletten dat je de lussen niet de strak breit, want dat maakt het dan weer te compact. Als je het echt te strak doet, kunnen de steken verdwijnen onder de andere kleur. En dat wil je natuurlijk niet.

Wat maakt het verschil?

Ik gaf het eigenlijk al aan. Niet elk jacquardpatroon kan omgezet worden naar mozaiek. De onderliggende steken moeten de juiste kleur hebben en op de juiste plaats zitten. Daarom vroeg ik me af wat er nu juist voor zorgt dat het patroon wel kan omgezet worden naar mozaiek.

Na wat onderzoek zag ik dat mozaiekbreien heel wiskundig in elkaar zit. Er wordt een speciaal algoritme toegepast en bijna alle (zoniet alle) tekeningen zijn geometrisch in vorm. Ruitjes, rechthoeken en piramides zal je heel vaak tegen komen. Net omdat daar de steken dus goed zitten voor de techniek.

Maar hoe kan je het nu echt weten of je patroon geschikt is? De voor de handliggende oplossing is een proeflapje maken. Dan zie je het meteen. Maar gelukkig bestaan er ook websites, waaronder Pakin, waar je zelf je mozaiekpatroon kan maken. De ideale test dus of mijn tekening naar keuze kan omgezet worden in mozaiekbreien. Ik ga er straks mee aan de slag.

Voor mij zijn beide technieken redelijk nieuw. En voor jou? Heb jij er al ervaring mee?

Bronnen

Basis

Tricotsteek krult!

Nee, ik ben het niet vergeten hoor. Ik was er gewoon eventjes tussenuit dit weekend. Nog steeds aan het luisteren, naar mijn eigen goeie raad. Het was welkom, want ik heb een frustrerende week achter de rug.

Ik vraag mezelf af hoe stom ik kon zijn om te vergeten dat tricotsteek omkrult. Ik was bezig aan het proeflapje voor het geheim project. En ook met een speciale zelfkant blijft het maar steeds omkrullen. Ik was zo kwaad op mezelf.

Dus in plaats van nu te kunnen starten, mag ik het hele concept herbedenken. Ik wil nog niet te veel verklappen, maar een groot deel kan ik anders gaan aanpakken. Omdat ik nog niet wou opgeven, ging ik op zoek naar manieren om tricotsteek niet te laten krullen. Gelukkig had breistudio Kim oplossingen.

Waarom krult het om?

Het is helemaal eigen aan tricotsteek. Want alle V-tjes zitten aan de voorkant en alle bultjes aan de achterkant. Ik dacht altijd dat de bobbeltjes meer ruimte nodig hadden en dat ze aan een kant te compact opeen zaten. Maar eigenlijk zijn de V-tjes iets kleiner. Die trekken dus de rand naar hun toe, waardoor het krult.

Als je breiwerk wil hebben die volledig plat blijft liggen, heb je dus een evenwicht nodig. Aan elke kant wil je evenveel bultjes als V-tjes. Dit zou je kunnen doen, door een andere steek te kiezen (vb: ribbelsteek, boordsteek of andere siersteken), maar als je echt voor een tricotsteek wil gaan is dit niet de oplossing.

Wat kan je er aan doen?

In het rond

Om de zijkanten al niet te laten krullen, kan je in het rond breien. Opgelost, want je hebt helemaal geen zijkanten meer. De onderste en bovenste rand kan je via de kitchener stitch aan elkaar naaien of afwerken met franjes.

Bij deze oplossing brei je dus het werk dubbel. Dat wil zeggen, dubbel zoveel breigenot en dubbel zoveel garen. Hou hier rekening mee, wanneer je je project plant.

Rand in andere steek

Je kan rond de tricotsteek bijvoorbeeld een ribbelsteek breien. Je doet dit al tijdens het breien van de tricotsteek. Zo maak je een soort van kader rondom je werk. Kan heel mooi zijn bij een babydekentje of vaatdoek.

Maar ik vind het moeilijk inschatten hoeveel steken ik dan in ribbelsteek nodig heb, om het werk niet te laten krullen. Zijn 2 steken genoeg? Of zijn het er beter 5 of 10? Je kan dit natuurlijk uitproberen op je proeflapje. Maar verandert dit als je werk breder wordt?

Boordsteek

Dit doe je eigenlijk bij truien. Om de onderkant niet te laten omkrullen, maak je onderaan een boord. Omdat je telkens afwisselt tussen 1R en 1AV, heb je opnieuw dat evenwicht tussen de steken, waardoor het werk plat ligt.

Deze techniek werkt dus heel goed voor de onderkant en bovenkant. Om de zijkanten niet te laten krullen, wil je de boordsteek haaks maken op de tricotsteek. Dat wil zeggen dat je na dat je klaar bent met het werk, steken opneemt en in boordsteek breit. Hou hiermee rekening bij het bepalen van de breedte van je werk.

Achterkant afwerken

Je kan ook een stuk stof op de achterkant naaien. Die kan het werk dan weer effen trekken. Als je een beetje handig bent met naald en draad kun je het dus ook zo oplossen. Maar voor mijn geheim project is dit niet echt de beste oplossing.

Vouw dubbel

Als je een col aan een trui wil breien en je wil dat ook in tricotsteek doen, kan je die langer maken en dubbel vouwen. Eigenlijk doe je zo hetzelfde als het werk in het rond breien, maar dan langs te bovenzijde.

Het voordeel hier is dat je col heel mooi recht blijft staan, want hij is dubbel zo dik. Maar hier zal je ook extra werk hebben en extra wol nodig hebben. Dus opnieuw, hou er rekening mee wanneer je je project plant.

De juiste oplossing

Maar wat is nu de goeie oplossing voor mijn sjaal? Sowieso heb ik tricotsteek steek nodig (opgelet: spoiler alert!), want een jacquard- en ajourmotief kan je niet anders dan in die steek breien. Oké, ik geef toe. Jacquard zou je nog in ribbelsteek kunnen doen, maar ik vind het minder mooi en dan bekom ik het gewenste resultaat niet.

Dus waarvoor wil ik kiezen? De achterkant afwerken zie ik al niet zitten, want ook al kan ik weg met naald en draad, ik zie echt op tegen naaien. En ik brei al liever een boordsteek er rond dan een soort kader maken. Misschien zit dat tussen mijn oren, maar ik vind het natuurlijker overkomen. Misschien kan ik nog iets speciaals doen met die boordsteek.

Maar het meest efficiënte (al lijkt het misschien niet zo), lijkt volgens mij het werk in het rond te breien. Dan heb ik aan de zijkanten geen boord nodig en onder- en bovenaan kan ik afwerken met de kitchener stitch.

Klein probleempje. Omdat ik vergeten ben dat tricotsteek omkrult, heb ik er dus geen rekening mee gehouden tijdens het plannen van mijn project. Dus hoop ik stiekem dat er nog een magische oplossing uit de lucht komt vallen.

Misschien moet ik toch het concept herdenken. Misschien toch andere steken gebruiken of misschien eerder haken. Voorlopig leg ik het nog even aan de kant, om het goed te bedenken. Ik wil achteraf niet teleurgesteld zijn van het resultaat.

Wat vind jij de beste oplossing om tricotsteek niet te laten krullen?

Bronnen

Nieuwe werken

Cowl en kitchener stitch

Het is tijd om de sweet honey cowl af te werken. Ik heb de goeie lengte. Maar nu… het stuk waarvoor ik het meest vreesde. De beruchte kitchener stitch.

Gebruik

Deze steek gebruik je om steken op 2 naalden tegelijk af te kanten. Zoals bijvoorbeeld bij de teen van een sok of in dit geval als je een onzichtbare naad wil maken. Je naait eigenlijk de steken aan elkaar door de richting van de draad in een steek te volgen. Met andere woorden je naait een steek. Zo ziet hij er uit.

Normaal gezien maak je die met dezelfde wol van je project, zodat de naad onzichtbaar is. Maar om het wat duidelijker te maken, is er een contrasterende kleur gebruikt op de foto.

Voorbereiding

Toen ik mijn cowl opgezet heb, heb ik dat gedaan met een voorlopige opzet. Dus het eerste wat ik nu ga doen, is de steken op mijn andere naald zetten. Hiervoor heb je een naald met 2 punten nodig die net iets kleiner is dan die waarmee je het project maakte.

Dan zoek je het juiste uiteinde van je draad (als je wakker was, heb je daar een knoopje in gemaakt). Je maakt de ketting los en haalt de steken uit elkaar. Wat je kan doen is in één keer de ketting losmaken en dan je steken op de naald zetten. Maar dat is een gegarandeerd fiasco. Niet doen dus. Werk liever omgekeerd. Eerst alle steken op de naald en dan de ketting losmaken. Om de steken makkelijker op je naald te zetten kan je het ook geleidelijk aan doen. Een steek opnemen, ketting losmaken.

Als je de steken dan allemaal op de naald hebt, schuif je ze door naar de andere kant van de naald. Nu kan je ze overzetten op tweede breinaald van je werk. Hier wil je toch aan de juiste richting denken. Het is de bedoeling dat je je werk met de goede kant naar je toe dubbel vouwt en de twee naalden in dezelfde richting liggen. Straks zal je snappen waarom.

Je wil er ook op letten dat al je steken in de juiste manier op je naald staan. Dat wil zeggen met het rechtse beentje vooraan. Je zou maar een raar beeld krijgen als ze omgekeerd op de naald staan.

Zo doe je het

En dan komt nu het echte werk. Je hebt nu ook een maasnaald nodig. Ik gebruik een gewone met een recht punt, maar er bestaan er ook met een schuine punt. Die maakt het nog makkelijker omdat hij vlotter in de steek te brengen is.

Neem de einddraad en hou die lang genoeg. Tel ongeveer 5 tot 6 keer de lengte van je werk. Beter wat te lang dan te kort. Knip af en haal de draad door de maasnaald.

Het is de bedoeling om eerst twee opstartsteken te doen. Hierbij laat je de steken op de naald. Daarna werk je telkens met 2 steken eerst op de voorste naald, daarna op de achterste naald. De eerste steek mag je afhalen, de tweede laat je nog even zitten. Let er ook op dat de naald waar je draad aan vast hangt achteraan zit. Wanneer je naait, haal je de naald op een rechtse of averechtse wijze door de steken op de naalden.

De twee opstartsteken:

  • voorste naald: averechts (steek op de naald houden)
  • achterste naald: rechts (steek op de naald houden)

Als je werk aan de goede kant tricotsteek heeft, ga je als volgt door de steken:

  • voorste naald: rechts (steek afhalen), averechts (steek op de naald houden)
  • achterste naald: averechts (steek afhalen), rechts (steek op de naald houden)

Dit herhaal je tot het einde van de naald. Als je op beide naalden nog 1 steek overhoudt, ga je rechts door de eerste steek (steek afhalen) en ga je averechts door de achterste steek (ook steek afhalen). Maak een knoopje en je bent nu klaar.

Als je het liever wat uitgebreider leest, kan je hier een mooie omschrijving vinden. Heb je liever een videotutorial, dan vind je die hier.

Het je een stuk in je werk die de bobbeltjes van de tricotsteek aan de voorkant heeft, dan kan je het in omgekeerde volgorde toepassen.

Resulaat

Met trots kan ik je zeggen dat het gelukt is. Op een iets na, op het einde van de naald kwam ik op één steek op de voorste naald en twee steken op de achterste naald. Ik heb het diplomatisch opgelost door averechts door de twee steken te gaan, maar ik weet niet of dat wel echt ideaal is. Let goed op dat je op elke naald evenveel steken hebt.

Dit is het geworden:

Zie je ook wat ik zie? Een zichtbare naad. Terwijl die toch onzichtbaar zou moeten zijn? Tja, dat ligt dan aan de bijencelsteek. Want eigenlijk is de kitchener stitch bedoelt om tricot aan elkaar te naaien. Je zou die kunnen aanpassen, zodat je de bijencelsteek namaakt. En dat staat eigenlijk ook zo in het patroon. Maar ik vond de gewone manier al moeilijk genoeg. Ik herinner me nog goed het fiasco met mijn sokken.

Alternatief

Er bestaan eigenlijk twee manieren om de steek te doen. Bij de ene mag je de eerste steek telkens al afhalen. Bij de andere laat je hem voor de veiligheid toch nog even staan. Bij mijn sokken, vond ik het veiliger om de tweede manier te gebruiken.

Maar achteraf gezien, is het ook een beetje een mindfuck. Want op den duur weet je niet meer door welke steken je al voor de eerste keer gedaan hebt. En dan raak je de kluts kwijt en daar is dat gegarandeerd fiasco weer. Nu ik ze allebei geprobeerd heb, gaat mijn voorkeur uit naar de eerste manier. Maar als jij het wil proberen, raad ik je aan om ze ook allebei even te testen zodat je kan zien, wat voor jou het beste werkt.

Voila, nu nog de eindjes innaaien en ik ben helemaal klaar. Maar wat ik me nu al de hele tijd afvroeg. Wat is de Nederlandse term voor kitchener stitch?

Bronnen

Inspiratie

Een geheim project

Omdat het echt hoog tijd was om mijn goeie raad van vorige week op te volgen, ben ik niet echt meer bezig geweest met het effectief maken. Maar naar het op zoek gaan van patronen. Maar ik wil me toch nog een beetje focussen op de lijst die ik in het begin van het jaar maakte.

Daarop staat de Snow Day Shawl (patroon door Knitting Expat Designs). Het is een driehoekige shawl in 3 kleuren en verschillende steken. Wat me hierin vooral aantrekt is de combinatie van kleuren en steken. Het was de bedoeling om dit eerder als inspiratie te gebruiken. Dinsdag (al was het niet met een cocktail in de hand) kreeg ik het idee om hiermee aan de slag te gaan en mijn eigen patroon te maken (ja, alweer).

Mystery knit-along workshop

Daarnaast wil ik ook een patroon maken, die ik later als workshop voor Femma Originals zou kunnen gebruiken. Een soort van mystery knit-along zeg maar. Daarom wil en mag ik vandaag nog niet alles verklappen.

Als je nog niet weet wat een mystery knit-along is, geen probleem. Het is een project dat in kleinere delen opgesplitst wordt. Elke week maak je een klein deeltje zonder te weten hoe het totaalproject er zal uitzien. Dat maakt het extra spannend, maar leert je ook vertrouwen op het feit dat alles uiteindelijk goed komt.

En ja, ik moet het dus zelf ook nog maken. De grote lijnen weet ik al. Maar hoe ik de verschillende delen wil samen laten werken, welke wol en welke kleuren ik ga gebruiken, daar heb ik nog wat werk aan. Maar ik wil als teaser alvast een paar patronen met je delen. Misschien wil je hem dan later ook wel maken.

Opbouw

Sowieso wordt het een rechte sjaal. In mijn hoofd gaat dat sneller om te breien, al is zo’n sjaal wel langer dan een driehoekige shawl. Daarnaast heb ik nu 2 shawls en ben ik nog bezig aan een cowl, maar heb ik al een lange tijd geen rechte sjaal meer gedragen.

In die rechte sjaal wil ik een combinatie maken tussen kleuren en soorten steken. Dus is het een beetje nadenken over hoeveel kleuren ik wil gebruiken en hoeveel soorten steken. Daar begint het eigenlijk mee. Verder is het de puzzelstukjes in de juiste volgorde leggen.

Omdat ik het ook als workshop wil geven en dat pas in het najaar zal kunnen doorgaan, zal het meer een wintersjaal worden, denk ik. Al wil ik ook niet kiezen voor al te dikke wol (je zal wel zien waarom). Daar ben ik nog niet helemaal uit. Een tripje naar de dichtstbijzijnde wolwinkel inplannen misschien.

En dan nog nadenken over een verhaal. Ik wil dat er een thema in verwerkt wordt. Als het een wintersjaal wordt, waarom dan niet iets met sneeuwvlokken of dennebomen.

Een tipje van de sluier

Als je nu heel erg geïnteresseerd bent in wat het zou worden (of als je nog een duwtje extra nodig hebt), heb ik volgende teasers voor je. Dit zijn patronen die gelijkaardige technieken zullen hebben. Voor de rest zal het mijn eigen unieke sjaal worden. Hopelijk ook die van jou, maar daarvoor zal je nog een beetje geduld nodig hebben. Ten gepaste tijde zal alles onthuld worden.

Snow day shawl (patroon door Knitting Expat Designs)

Een patroon die 3 kleuren gebruikt en 2 soorten steken. Door het combineren van die kleuren en steken, kom je aan grofweg 7 secties. Deze wil ik dus vooral gebruiken als inspiratie. Nu nog eens gaan nadenken over welke kleuren ik wil gaan gebruiken.

Gardengate (patroon door Jennifer Steingass)

In deze trui wordt een jaquardpatroon toegepast. Een ideale techniek om kleuren te combineren lijkt me. Ik vind deze prachtig, misschien zet ik deze trui ook al op mijn te maken-lijstje voor volgend jaar. Maar daarnaast zijn er nog zoveel andere mooie motieven. Welke zou ik kiezen?

Northern Lights (patroon door James C. Brett)

Tja, wat zal ik zeggen. Het wordt een rechte sjaal. Maar misschien zijn er nog gelijkenissen of misschien geef ik er een eigen twist aan. Rarara.

Als je niet kan wachten tot mijn patroon af is, kan je al met deze aan de slag. Hopelijk kan je (net als ik, alweer) niet wachten om er aan te beginnen. Laat het me zeker weten, misschien kunnen we samen ook online breien. Hoe enthousiast ben jij?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Als je er eventjes geen zin in hebt

Soms heb je eventjes geen zin in breien of haken. Zeker met het mooie lenteweer dit weekend. Je wil naar buiten, genieten van de zon. Eventjes weg van de dagelijkse sleur. Maar hoe kan je dan nog steeds bezig zijn met je hobby?

Ik heb het gevoel dat ik de laatste tijd een beetje in sleur terecht gekomen ben. ‘s Avonds heb ik vaak geen tijd of zin meer om me met mijn handwerk bezig te houden. Dus prop ik mijn weekenden steeds maar vol. Op den duur lijken mijn weekends op moeten breien.

Dus is het tijd om even te breken met die routine. Er zijn manieren om er toch nog mee bezig te zijn, zonder dat je effectief dingen maakt. Je kan nadenken over patronen, wol en op zoek gaan naar inspiratie buiten. En nu kan je even tijd maken voor nieuwe dingen.

Vind inspiratie

Als je naar buiten gaat, staat er een wonderlijke wereld voor je open deze tijd van het jaar. Bomen en struiken staan in bloei. De paasbloemen lopen op hun einde, maar er staan al zoveel nieuwe bloemen klaar om over te nemen.

Wat een prachtige kleuren. Je kan op zoek naar mooie kleurencombinaties om te gebruiken in je projecten. Kleuren die je in de natuur bij elkaar vindt, komen ook in je werken heel mooi uit. Neem er foto’s van. Die kan je later gebruiken om er de kleuren uit te halen.

Vooral de Japanse kerselaar staat nu heel mooi. Met bloesems in wit, lichtroze tot fushia en bruin. Ze zijn prachtig om te bekijken. Maar het hoeft zelfs niet zo exotisch. Ook de appel- en perenbloesems in Haspengouw zijn zo mooi. En niet alleen in het Hallerbos, maar ook in andere bossen kan je nu de mooie boshyacint gaan bekijken. Je hoeft niet altijd ver, soms zit de inspiratie net bij je om de hoek.

Ga op zoek naar patronen

Met het vooruitzicht van warmere temperaturen en zon, wil je de dikke wintertruien nu wel achter je laten. Misschien toch nog een shawl voor de frisse wind. Maar de zomerse outfits lonken al. Nu krijg ik pas echt kriebels om te beginnen aan het patroon Laia (patroon door Isabell Kraemer) waarover ik je vorige week al vertelde.

Maar het is nu ook een geschikte periode om met een tijdschrift of een boek buiten te zitten. Ik zie het al helemaal voor me. Parasol en cocktail (of mocktail in mijn geval) in de hand. Op zoek naar leuke en toffe patronen om te maken.

Neem eventjes de tijd om te bladeren en te genieten. Het niet moeten mag centraal staan. We moeten al zoveel. En een hobby zou een ontspanning moeten zijn. Waarom zou je het dan tegen je zin doen? Laat het eventjes los en relax. Soms moet ik echt eens mijn eigen goeie raad opvolgen.

Snuffel door wol

Je kan nu ook op zoek gaan naar nieuwe wol voor die patronen. Zomerse projecten vragen eerder om katoen of zijde. Fijne wol die luchtig aanvoelt. Ajourpatronen zijn nu ideaal om te maken. Vaak komen er ook bloemenpatronen in. Ze schreeuwen letterlijk lente uit.

De wolwinkels zijn nog steeds open. Maak er een uitstapje van. Niets leukers dan er eens langs te gaan en tussen de bolletjes wol te snuffelen. Soms komt de inspiratie juist tijdens het zoeken.

Leer een nieuwe techniek

Als je nu even geen zin hebt om echt dingen te maken en je hebt al je patronen en wol. Dan kan je ook even tijd maken voor de nieuwe technieken die nog op je te leren-lijstje had staan. De lente staat voor de nieuwe start van het jaar. Dus een uitstekende periode om nieuwe dingen te leren.

Het kan zijn dat je net sokken wou leren breien. Dan is het natuurlijk niet echt de periode van het jaar. Maar misschien staan er andere dingen op, die je nu wel zou kunnen doen.

Ga naar buiten

Terwijl je nu buiten aan het relaxen bent, krijg je vast al ideetjes om dingen te maken. Misschien wil je een plaid voor op je ligstoel of en bernadette voor de frisse wind. Schrijf dat alvast maar op je al veel te lange to do-lijstje.

Gisteren was ik gaan wandelen. Ik was alvast heel blij met mijn shawl. Maar ik kreeg ook het idee om een poncho te maken. Maar dan zou het wel een model met mouwen worden, zodat ik mijn rugzak nog zou kunnen dragen. En dat kan alweer inspiratie zijn voor een nieuw patroon.

En zo is alweer de cirkel rond. Een start voor een nieuw jaar nieuwe projecten maken. Zo zie je maar, dat je hobby veel meer inhoudt dan enkel het maken alleen. Wat doe jij als je er even geen zin meer in hebt?

De mensen in de zorg reken nog steeds op onze steun. Als je naar buiten gaat, doe dat dan nog steeds met respect voor hen en andere mensen. Hou je aan de coronamaatregelen.

Bronnen

Inspiratie

Over enthousiasme en keuzes

Ben je net als ik zo ontzettend enthousiast wanneer je nieuwe projecten tegen komt. Ongelofelijk. Ik wil alweer aan nieuwe dingen beginnen. Maar ik weet als ik het doe, dat ik deze waar ik mee bezig ben niet afmaak. En dat wil ik echt vermijden. Een van mijn goede voornemens is mijn projecten ook echt afmaken. En dat goeie voornemen wil ik nog niet opgeven.

Enthousiasme

Laia (door Isabell Kraemer)

Toen ik naar de wekelijkse video van Taking Back Friday aan het kijken was, werd ik onmiddellijk verliefd op het patroon dat Felicia begon met maken. Het is een zomers t-shirt met ajourmotief.

Tot nu toe vond ik het moeilijk om zomerse kleding te maken. Ik heb altijd het gevoel dat dat veel te warm zal zijn. Maar het is echt met een heel fijne wol gemaakt. Dus misschien is dit een goeie om eens uit te proberen of mijn gevoel klopt of niet.

Heathered Sunset (door Tabetha Hedrick)

En toen ze deze shawl toonde, was ik eigenlijk op slag vergeten dat ik eigenlijk niet graag shawls maak. Ik herinner me wel nog dat ik heel blij was wanneer mijn vorige af was. Maar toch. Deze vind ik echt heel mooi. En misschien wil ik het wel nog eens opnieuw proberen.

Het is een driehoekige shawl in ajourmotief. Nu ik het al een klein beetje onder de knie heb, is het misschien ook een goede oefening om er nog beter in te worden. Hoe mooi de Laurel Mists shawl ook geworden is, er zitten wel een paar foutjes in. Het was wel de eerste keer dat ik zoiets maakte. Dus heb ik het mezelf vergeven Maar ik wil het wel beter kunnen. Dus kan deze wel een goeie oefening zijn.

Keuzes

Hoe enthousiast ik ook ben op dit moment. Het lijkt me geen goed idee om halsoverkop te beginnen. Want dan zal ik fouten gaan maken en ben ik er weer aan voor de moeite. Nee, dat wil ik niet.

Onlangs heb ik er een trucje op bedacht. Ik had nog 2 rieten mandjes staan. Nu gebruik ik deze om mijn lopende projecten in te bewaren. Dat wil zeggen dat ik mezelf gun om met twee projecten tegelijkertijd te mogen werken.

Want geef toe, soms heb je echt eens nood aan iets anders. Hoe graag je het ook doet. Een beetje afwisseling is niet slecht. Maar ik ken ook mezelf. Te veel projecten zijn helemaal niet goed. Want dan werk ik echt niets af.

Het is voor mij heel handig in gebruik. Omdat ik op dit moment weinig bergruimte heb, beland er veel op de eettafel. Maar op den duur is de ruimte op. Nu kan ik het project waaraan ik werk in zo’n mand steken. En als ik er niet mee bezig ben, kan het in mijn hobbykast. Dat is voorlopig de enige kast in mijn leefruimte. Geef toe, wat heb ik nog meer nodig.

Nee, eventjes serieus. Het helpt me om een opgeruimder huis te hebben. Wil ik er aan werken? Dan haal ik de mand uit de kast. Nadien steek ik ze terug. Alles wat ik nodig heb voor dat project zit er in. Dus ik heb alles netjes bij de hand.

Lopende projecten

Je las waarschijnlijk al op mijn facebookpagina dat ik een kleine tegenslag had met mijn raglantrui. Ik heb namelijk van bepaalde kleuren niet genoeg wol. Dus vrees ik dat ik toch opnieuw zal moeten beginnen.

Omdat ik dat natuurlijk liever niet doe, wou ik eerst nog eens nadenken over de mogelijkheden. Maar omdat de wol handgeverfd is, zal nieuwe wol waarschijnlijk een andere kleurschakering hebben. Dus is wol bijkopen geen optie. En ik zie eigenlijk geen andere opties. Dus dat zal toch opnieuw beginnen worden, vrees ik.

Daarom was ik met de Sweet Honey cowl (door Kjerstin Rovetta) begonnen. Maar op dit moment is het ook nog niet af. En ik wil er ook nog een muts bij maken (al weet ik niet hoe ik dat voor mekaar ga krijgen, zonder patroon).

Dus mijn 2 manden zitten al vol. Er zit dus niets anders op om de nieuwe patronen op mijn te maken lijstje te zetten. Als ik er dit jaar niet aan toe kom, dan misschien volgend jaar. (Maar toch liefst dit jaar.)

Hoe pak jij het aan? Werk je liefst één project af voor je aan het andere begint? Of ben je net als ik veel te enthousiast over nieuwe patronen? En aan hoeveel werk je dan tegelijkertijd?

Bronnen

Basis

Opzetten

Als ik een nieuw werk opzet, dan gebruik ik meestal de lange draad methode. Maar stel dat je later het einde aan het begin van je werk wil verbinden, zoals bij de Sweet Honey cowl. Dan heb je een andere methode nodig: De voorlopige opzet. Het is de eerste keer dat ik deze methode gebruik. Spannend

Lange draad opzet

Deze techniek gebruik je wanneer de steken effectief de onderkant van je werk worden, zoals bijvoorbeeld voor een trui of een rechte sjaal. Het is niet de bedoeling dat je nog iets met deze steken doet. Je breit gewoon het project en die steken zijn dan de rand. Simpel.

De naam zegt het eigenlijk zelf. Je zet op met een lange draad. Dus je neemt een armlengte (afhankelijk van het aantal steken dat je gaat opzetten) wol en dat gebruik je als eind om je steken mee te breien. Je maakt eerst een startlus op een van je breinaalden. Let daarbij op dat de losse draad aan de voorkant ligt.

Dan neem je beide draden in je linkerhand en ga je met duim en wijsvinger tussen de twee draden. Wanneer je dan je hand kantelt krijg je 2 lussen. Dan ga je met de breinaald onder de voorste lus van je duim en je neemt de voorste lus op van je wijsvinger. Zo breng je de lus op de breinaald en maak je een steek. Laat de draad van je duim glijden. Om de volgende steek te maken, neem je de draad weer op je duim en ga je op dezelfde manier verder.

Je wil de lussen niet te strak op je breinaald zetten, want dan wordt het heel lastig om straks je eerste rij te breien. Eigenlijk is het opnemen van de draad met je duim genoeg om de steek aan te spannen.

Nog een tip. Soms is het wat lastig om te weten hoeveel draad je nodig hebt om het aantal steken op te zetten. Dit los ik op door voor ik begin de wol evenveel keer rond de naald te draaien als ik steken zal opzetten. Als ik twintig steken wil opzetten, dan draai ik de wol twintig keer rond de naald. En dan neem ik toch nog een beetje extra om zeker te zijn.

Voorlopige opzet

Je gebruikt deze techniek wanneer je de steken later nog nodig hebt om op te nemen of de andere kant op te breien. Of als je de steken wil mazen met de laatste toer van je werk. Zo vermijd je de naad en krijg je een minder zichtbare afwerking.

De truc zit hem in een rij gehaakte lussen. Je hebt een contrasterende kleur en een haaknaald met dezelfde dikte nodig. En dan haak je een aantal lussen. Het helpt om er een paar meer op te zetten dan je zou breien. Dan hoef je niet zo in te zitten met die eerste en laatste steek.

Op je rij lossen heb je aan de voorkant de 2 boogjes die een v-tje maken en op de achterkant een boogje die een soort van bultje maakt. Daartussen steek je de breinaald. Sla de wol om je naald alsof je rechts breit en breng die dan door de steek, zodat je de lus op je naald krijgt. En zo ga je verder tot je het gewenste aantal steken op je naald hebt.

Als je wat moeite hebt om de lussen op te nemen, kan het helpen om een haaknaald te nemen die net iets groter is dan de breinaalden waarmee je zal werken. Je hebt dan iets meer ruimte om te steken op te nemen. Waarom het moeilijk maken, als het makkelijk ook kan, toch?

Nu kan je verder breien tot je klaar bent met je project. Daarna neem je de steken van je eerste rij op op de andere breinaald. En dan komt nu het leuke gedeelte. Je maakt de rij gehaakte lussen los. Dan ben je nu klaar om met die steken aan de slag te gaan.

Er zijn nog andere methodes om een voorlopige opzet te maken, maar deze is voor mij het meest evident, omdat ik ook bezig ben met haken.

Nog een kleine tip voor straks wanneer je de lussen los maakt. Leg een knoopje aan de kant van de draad waar je stopt. Zo weet je dat je aan dit uit einde kan los maken. Want als je aan de verkeerde kant los maakt, kan het soms een heel gedoe zijn. En nu hoef je er niet meer bij na te denken. Handig.

Daarnaast zijn er nog een paar andere methodes om op te zetten. Maar met deze twee manieren kan je al een heleboel doen. Welke manier gebruik jij?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Jouw waardevolle wol presenteren

Zoals bij zoveel wolliefhebbers, is ook mijn voorraad een warboel. Ik heb totaal geen overzicht van wat ik nog liggen heb. En tijdens het verbouwen zit alles nu zelfs verstopt in dozen, tegen het stof. Maar ik droom alvast van mijn mooi atelier. Een ruimte waar ik alles netjes kan presenteren en kan genieten van het maken van zelfgemaakte spullen. En met de lenteschoonmaak in gedachten wil ik dit alvast met je delen.

Enerzijds heb ik wol gekocht, waarvoor ik nog geen project in gedachten had. Deze ligt nog netjes in de verpakking te wachten tot ik het wil gebruiken. Maar aan de andere kant heb ik veel overschotjes, waarmee ik niet goed weet wat te maken.

Bij het bewaren van je spullen zijn drie dingen belangrijk: je wol beschermen, het mooi weergeven en het makkelijk bereikbaar hebben. Als je dit kan bekomen, heb je de ideale stockageruimte. Het kan moeilijk lijken, maar met deze oplossingen is het zeker mogelijk.

Rek

Deze is het meest voor de handliggend voor de bollen wol die nu nog ergens weggestopt zijn. Ik denk dan vooral aan de rekken die je bij Ikea kan vinden. Je weet wel, van die kubussen. Je hebt ze zelf ook wel al gezien.

Maar een rek dat je al hebt is even goed. In hout of metaal, zo eentje die je in de voorraadkast staan hebt. Of een mooie dressoir. Zelf droom ik van een klassieke vitrinekast, bovenaan open planken en onderaan met deurtjes.

Je kan ook zelf een rek maken met houten kratten. Deze vind ik ook heel mooi. Maar vind ik dan ook weer te duur om nieuw te kopen (Tja, ik hou mijn budget wel nog een beetje in de gaten) en moeilijk tweedehands te vinden. Maar het heeft wel veel charme.

Dozen

Ja, deze ken je ook wel. Je kan alles mooi samen bewaren in één doorzichtige plastic doos en je kan nog steeds zien wat er in zit. Je kan natuurlijk ook niet doorzichtige dozen gebruiken, maar dan heb je het overzicht niet zo. Wat je wil vermijden is uit het oog, uit het hart. Maar vind je het toch nog te rommelig, dan helpen ondoorzichtige dozen natuurlijk prima.

Voordeel is ook dat ze stapelbaar zijn. Dus kan je ze allemaal netjes bij elkaar zetten. Maar ze hoeven geen deksel te hebben. Ik denk dan aan het soort model waar je ook papieren kan mee sorteren, maar dan groter. Of het model waar je man (of jezelf, als je een echte krachtvrouw bent) zijn vijzen en nagels in bewaard.

Recyclede verpakkingen

Ben je net al ik heel ecologisch ingesteld? Dan zal je weg zijn van deze manier van presenteren. Kleine restjes wol kan je heel mooi presenteren in een glazen bokaal. Het is doorzichtig dus heb je een mooi overzicht en met het deksel kan je alles mooi stofvrij bewaren.

Of wat dacht je van een stapel metalen blikken? Lee Meredith had dit schitterende idee. Afhankelijk van de grootte van het blik en je bol wol kan je er ofwel één bol per blik ofwel meerdere in bewaren. Heel mooi ook als je ze neerlegt, zodat je kan zien wat er in zit.

En wat dacht je van toiletrolletjes? Je kan er zowel kleine bolletjes in bewaren als gebruiken als drager om wol op te winden. In het geval van het laatste kan je ze nog ophangen ook. Of een toiletrolpiramide van maken. Altijd leuk.

De glazen bokaal werkt ook heel goed om brei- en/of haaknaalden in te stockeren. Zo hou je die alvast ook overzichtelijk en netjes. Heel mooi voor rechte breinaalden, maar voor mijn rondbreinaalden ga ik nog eventjes door met zoeken voor een mooie manier om ze te presenteren.

Manden

Als je heel veel verschillende dingen hebt, waar je geen andere plaats voor hebt, maar wel wil samen stockeren, kan je kiezen voor open manden. Ze geven onmiddellijk meer cachet aan je hobbyruimte. Ik denk dan aan losse patronen, steekmarkeerders, schaar of andere hulpstukken.

Je kan gaan voor metaal, riet, vilt, … Noem maar op. Of voor de echte creatievelingen, je kan er ook zelf maken. Dan heb je ineens ook dat restje wol opgebruikt. En wat er is er nu leuker dan wat zelfgemaakte spullen te kunnen uitstallen in je hobbyruimte.

Wat je nog kon vinden op zolder

Je hoeft niet per se nieuwe dingen te kopen om wol mooi te stockeren. Denk maar aan die schatten op zolder. Door vintage te gebruiken, kan je je wol laten schitteren. Gebruik een mooie schaal of een porseleinen pot. Dat lokt je zeker om met de wol aan de slag te gaan. Geloof me maar, het oog wil ook wat.

Tijdens het zoeken naar ideeën kwam ik zelfs een foto tegen van een vintage vogelkooi vol met wol. Snuffel gewoon eens tussen die oude spullen en voor je het weet heb je je eigen unieke manier gevonden om je wol in te bewaren.

Belangrijk om te weten

Je wil je wol niet in plastic zakken bewaren. Wol ademt en dat kan het niet als het in een plastic zak zit. Wil je het toch in een zak bewaren? Kies dan voor stof. Of voor een plastic doos, daar kan het wat beter in ademen.

Al is zonlicht wel ideaal voor je hobbyruimte, het is niet ideaal voor je wol. Fel zonlicht kan de kleur van je wol vervagen. Het kan zelfs de structuur aantasten.

Huisdieren, en dan vooral katten zijn (net als jij) dol op die wol. Dus je wil zeker je wol buiten hun bereik houden. En voor hun veiligheid ook buiten het bereik van kleine kinderen.

Al blijft het voor mij nog even een droom, dromen mag ik zeker. Het kriebelt al om er mee aan de slag te gaan. En bij jou? Hoe ziet jouw voorraad wol er uit?

Bronnen

Steek van de maand

Bijencelsteek

Er staat nog veel moois om te maken op mijn to do-lijstje voor dit jaar. Waaronder de Sweet Honey sjaal die Kjerstin Rovetta ontworpen heeft. Ik kon niet langer wachten om deze prachtige sjaal te maken. Dus ben ik er gisteren met een enthousiast gevoel in gevlogen.

Honeycomb brioche stitch

De steek die gebruikt wordt in dit patroon heet de honeycomb brioche steek. Of in het Nederlands bijencelsteek. En ik ben er helemaal verliefd op. Door het maken van de steek, krijg je een soort dubbel effect. Waardoor het erg goed lijkt op een honingraat. En hij is lekker zacht.

Niveau

Op het eerste gezicht lijkt hij niet eenvoudig. Maar net zoals bij andere steken is het dat wel als je weet hoe. Toch zou ik deze steek een gemiddeld niveau geven. Er zijn een paar speciale handelingen voor nodig. Maar laat je daar vooral niet door tegenhouden als je een beginnende breister bent.

We proberen allemaal zo weinig mogelijk steken te laten vallen. Maar het mooie aan deze steek is net dat het hier wel mag. De lussen van de afgevallen steken zorgen net voor het motief. Geen zorgen, in de volgende rij brei je ze allemaal weer samen.

Patroon

Ook bij deze steek is er een verschil tussen heen en weer breien en in het rond breien. Ik schrijf bewust niet rechte of rondbreinaalden, omdat je met rondbreinaalden even goed kan heen er weer breien.

Heen en weer

R: rechts
RO: rechts breien in de steek eronder
BCS (bijencelsteek): lus van vorige rij R opnemen op de rechtse naald en rechts samenbreien met de volgende steek op de linkse naald.

  • Zet een even aantal steken op.
  • Rij 1: alle steken R.
  • Rij 2: *1R, 1RO*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 3: *BCS, 1R*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 4: *1RO, 1R* Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 5: *1R, BCS* Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 t.e.m. 5 tot je de gewenste lengte hebt.

Als je de omschrijving niet goed kan volgen (zoals ik in het begin), kan je deze volgende video bekijken. Soms is het gewoon handiger om het iemand te zien doen. Zoals ik al zei, er zitten een paar speciale handelingen tussen.

In het rondbreien

AV: averechts
R: rechts
RO: rechts breien in de steek eronder
BCS (bijencelsteek): lus van vorige rij AV opnemen op de linkse naald en averechts samenbreien met de volgende steek op de linkse naald.

  • Zet een even aantal steken op.
  • Rij 1: alle steken AV.
  • Rij 2: *1R, 1RO*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 3: *1AV, BCS*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 4: *1RO, 1R*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 5: *1BCS, 1AV*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 t.e.m. 5 tot je de gewenste lengte hebt.

Om hetzelfde effect te krijgen als wanneer je heen en weer zou breien, wil je afwisselen tussen een rechtse en averechtse rij. Je wil het omgekeerde effect bekomen, want je draait het werk niet om. Maar als je het liever iemand ziet voor tonen. Ook hier is een mooie video van.

Herhaling

Eens je de 4 herhalingsrijen een beetje onder de knie hebt, gaat het gemakkelijk. Het is steeds hetzelfde die herhaald wordt, dus heb je genoeg oefening om een pro te worden in de bijencelsteek.

Maar ben je soms de weg eventjes kwijt en weet je niet meer hoe je volgende steek breit? Je kan het zien aan de volgende steek op je naald. Kijk naar de lusjes op de voorkant van je werk. Even rij: Heb je 2 lusjes? Dan brei je de steek gewoon. Heb je 1 lusje? Dan brei je de steek eronder. Oneven rij: Heb je 2 lusjes? Dan maak je de bijencelsteek. Heb je 1 lusje? Dan maak je een gewone rechtse steek.

Mooie randen

Als je deze steek heen en weer breit, zou ik zeker aanraden om een zelfkant te maken. Het is niet zo eenvoudig om de speciale steken te maken op de rand. En daarnaast krijg je een mooi uitlijning van het patroon.

En dan wil ik het ook nog even hebben over de rij die op je naald zit. In deze rij zie je de lusjes allemaal aan de voorkant. Je denkt nu misschien dat je een fout gemaakt hebt. Maar dat is niet zo. Je deed het correct. Door de steek eronder te breien, haal je de lus weg van de voorkant. En de lusjes die overblijven, zorgen dan voor het dubbel effect.

Toepassen

Ik gebruik deze steek nu voor de Sweet Honey sjaal. Maar het kan even goed gebruikt worden in andere projecten. Misschien maak ik een bijhorende muts als ik nog genoeg wol over heb. Je kan het eigenlijk gebruiken in eender welk project waarin je wat structuur wil hebben.

En omdat er een structuur gemaakt wordt, koos ik voor een effen kleur wol te kiezen. Zo ben ik zeker van een mooi resultaat. Maar alles is mogelijk natuurlijk. Je kan het ook met dubbele draad breien, waarbij de twee draden een andere kleur hebben.

Ik ben er alvast verliefd op. En jij?

Bronnen

Basis

Zelf een patroon maken

Er zijn zoveel mooie patronen beschikbaar. Maar als je net als ik een schitterend idee hebt om een trui te maken, heb je geen patroon om te starten. Dus hoe begin je daar dan juist aan? Vandaag leg ik je stap voor stap uit hoe je dat schitterend idee tot realiteit kan brengen.

Het concept

Het is belangrijk dat je weet wat je wil maken natuurlijk. Je wil van een vaag concept en gericht plan maken. En bij het eerste idee dat in je hoofd komt, kan het nogal overweldigend zijn om dat effectief gerealiseerd te krijgen. Daarom gaan we stap voor stap kleine doelen maken. Zo wordt het alvast veel haalbaarder.

Ik wil eventjes mijn raglan trui als voorbeeld gebruiken, maar het hoeft je daar niet toe te beperken. Je kan hem met sjaals, plaids, … evengoed.

Je start met wat je vaag in je hoofd hebt, en je tekent het uit op papier. Hoe ziet die trui er precies uit? Je denkt nog niet na over de losse elementen. De eerste stap is globaal. In mijn geval zag ik een mooi aansluitende trui met strepen voor me. Meer was het niet op dat moment.

Reality check

De volgende stap is eventjes dieper gaan nadenken. Is het effectief mogelijk om het te maken? Je denkt misschien dat ik hier een paar stappen over sla, maar je wil dit echt nu bedenken. Als het niet mogelijk is om het te maken, is het nu het moment om nog even over je concept na te denken.

Hier wil ik je de tip geven om ook outside the box te blijven denken. Misschien denk je dat het niet realiseerbaar is, maar is het dat wel als je een nieuwe techniek onder de knie zou krijgen. Laat je niet te snel van de wijs brengen.

Losse elementen

Als je bepaalt hebt dat je concept mogelijk is, kan je nu je schets ontleden. Welke stukken heb je precies nodig om het te maken? Per onderdeel ga je op zoek naar een vorm die past voor je concept. En dit is een beetje moeilijker, dus neem hier zeker de tijd voor. Het is dan ook een belangrijke stap, want dit bepaalt eigenlijk alles.

Voor- en achterpand

Je beslist over hoe lang je de trui wilt en over hoe hij zal aanvoelen. Wil je een losse, knusse trui of een mooi aansluitende? Bepaal ook als je in het rond wil breien of heen en weer. Want dat kan ook bepalend zijn voor de vorm.

Mouwen

Er zijn een paar opties: ingezette, afgevallen, vleermuis of raglan mouw. Je hebt misschien toch wat fantasie nodig nu. Welke mouw zou het best uit komen voor jouw project? Als je het niet helemaal voor je ziet, kan je je losse onderdelen nog even uittekenen en uitknippen. Bij het leggen van de puzzel, zie je het soms beter.

Boord

Hoe hoog maak je die? Welke steek ga je gebruiken? Meestal ga je voor een boordsteek (vb: 1R, 1AV), maar dat hoeft niet per se. Als je de trui in een fantasiesteek wil maken, heb je misschien helemaal geen boord nodig, omdat die niet opkrult. Of misschien wil je net wel dat die opkrult en gebruik je bij de tricotsteek toch geen boord. Maar je kan ook bij een tricotsteek gaan voor een boord in fantasiesteek.

Hals

Hier heb je weer een heleboel opties. Wil je een boothals? Of liever een ronde of een V-nek? Of misschien maak je een trui voor in de winter en wil je een col. Omdat deze het dichtst bij je gezicht komt, is die ook het meest zichtbaar. En dus heel vormgevend voor je project.

Look en feel

In welke steek wil je de trui maken? Ga je voor een gewone tricotsteek of wil je een fantasiesteek gebruiken? Als je met een steek werkt die een veelvoud heeft, wil je in gedachten houden dat die ook nog steeds toegepast moet kunnen worden wanneer je meerdert of mindert.

Het doel van je trui kan ook bepalend zijn voor de steek dat je wil gebruiken. Voor een zomerse overgooier, wil je misschien een luchtige steek (zoals ajour) toepassen. En dat is dan weer bepalend voor de soort wol dat je zal gebruiken.

En dan kan je gaan nadenken over de kleur. Wil je je lievelingskleur gebruiken? Of heb je een mooie kleurencombinatie gevonden? Hier wil ik je de raad geven om het niet te complex te maken. Wol met een print komt minder uit bij een fantasiesteek, omdat ze mekaar een beetje opheffen.

Je kan natuurlijk ook eerst de look en feel bepalen en daarna de juiste vormen van de onderdelen bepalen. Want deze twee stappen beïnvloeden elkaar. Het hangt er een beetje van af wat je het makkelijkst vindt. Of soms vraagt het concept er om.

Afmetingen

Als je alle losse onderdelen en de look en feel van je trui bepaalt hebt, wil je het nu ook weer concreet maken. Welke afmetingen heb je nodig om die stukken te maken? Als je de trui voor jezelf maakt, kan je jezelf opmeten. Als inspiratie kan je ook gelijkaardige patronen nakijken. Hoe zitten die juist in elkaar en welke grootte hebben de stukken dan.

Ik wil wel aanraden om niet zomaar over te nemen. Jouw project is anders dan die waar je inspiratie uit wil putten. En daarnaast heb je ook nog zoiets als copyright. Het is meer de bedoeling om inzicht te krijgen in hoe groot de stukken zullen worden en welke afmetingen je nodig hebt voor de stukken die met elkaar verbonden worden. Hou in gedachten dat je je eigen unieke stuk maakt.

Hierbij kan die puzzel weer helpen. Maak eventueel een schaalmodel. Dan zie je onmiddellijk of de afmetingen overeen komen. Dit is zeker handig bij de verbinding van mouw aan voor- en achterpand. Maar natuurlijk ook voor de hals.

Als je alle afmetingen vast gelegd hebt, maak je een telpatroon. Ik vind dat het meest handig als de stukken apart van elkaar genoteerd worden. Ergens in mijn hoofd geeft dat meer overzicht, omdat ik de stukken ook apart maak. Als jij het beter voor je ziet als je het in één geheel tekent, is dat natuurlijk ook prima.

Voorbereidingsfase

Nu heb je al een behoorlijk realistisch plan en kan je bijna aan de slag. Maar voor dat je start, is misschien toch niet slecht om alles nog eens op een rijtje te zetten: de voorbereidingsfase. Je wil nog eens nagaan waarom je het project wil maken en of je de juiste wol, dikte en kleur gebruikt. Welke technieken en materialen heb je nog nodig? Je maakt een proeflapje en een planning.

Nu heb je het pas echt goed doordacht en kan je van start. Kijk eens terug naar je concept, je zal zien dat je al een hele weg afgelegd hebt. Als je stapje voor stapje werkt, kom je uiteindelijk tot een afgewerkt project. Zie jij het al voor je?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Reflectie

Ondertussen ben ik alweer 5 weken bezig met het maken van mijn Raglan trui. Ideaal om eens na te gaan of ik nog steeds op schema zit en of ik nog tevreden ben.

Het schema

Elke week heb ik 30 rijen gebreid, zoals ik uitgerekend heb tijdens de voorbereidingsfase. Ik heb het niet echt specifiek bijgehouden of afgevinkt. Maar als ik het nu even snel uitreken kom ik mooi op schema uit. Mijn voor- en achterpand zijn nu klaar. Dat waren 146 rijen en 30 rijen per week komt mooi uit op 5 weken.

Deze week ben ik er nog niet toe gekomen, maar het is nu starten met de mouwen. Eerst is er nog de berekening. Hoeveel steken zet ik op, hoeveel keer meerderen over hoeveel rijen, enzoverder. Ik doe dit gaandeweg wanneer ik aan een nieuw stuk begin. Dat is het voordeel van een eigen patroon maken.

Mouwen berekenen

Ik had voor een een raglan schouder gekozen, omdat de strepen dan het mooist zouden uitkomen met het voor- en achterpand. Maar als ik de berekening maak, heb ik in totaal meer rijen in de mouwen. Dat wil zeggen dat mijn strepen niet even breed zullen zijn als ik het aantal rijen eerlijk verdeel. Bij het starten heb ik daar aan gedacht, maar de oplossing heb ik een beetje uitgesteld. En nu is het het moment om de knoop door te hakken.

Er zijn een paar dingen die ik kan doen. Bijvoorbeeld de mouw korter maken. Ik zou dan kunnen gaan voor een driekwart mouw. Is ook mooi. Maar het is de bedoeling dat ik deze trui in de winter zou kunnen dragen en dan is een driekwart mouw misschien niet zo ideaal.

Een andere oplossing is om bij het stuk waar de mouw aan voor- en achterpand vast gemaakt wordt de strepen gelijk te houden en dan meer rijen te breien in het andere stuk. Maar ik weet niet of dat zo mooi zal zijn. Dat zou te veel opvallen.

Ik vroeg me af of er nog andere methodes zijn om dit op te lossen. Dus ben ik online op zoek gegaan naar een gelijkaardig patroon. Als je de foto bekijkt, komen de strepen heel gelijk uit. Enkel het onderste deel is langer.

Dit is dus mijn oplossing. Ik hoef enkel maar meer rijen in bruin te breien en dan voor de andere kleuren kan ik hetzelfde aantal rijen aanhouden. Concreet wil dat zeggen dat ik na de rijen van mijn boord nog 33 rijen in bruin ga verder breien.

Ben ik nog tevreden?

Ja, ik ben nog steeds blij met de kleurencombinatie. Ze passen prachtig bij elkaar. En als ik er naar kijk, denk ik onmiddellijk aan het strand. Maar er zijn een paar details die ik wel jammer vind. Een paar schoonheidsfouten eigenlijk.

Ik vind het jammer dat ik de tip van vorige week niet eerder heb kunnen toepassen. Bij de overgang van de boord naar het groene kleur en ook bij de overgang naar het volgende kleur heb ik een niet zo nette overgang. Oke, ik weet dit nu voor de volgende keer. Maar ik heb toch een beetje spijt dat het niet netjes is.

Daarnaast heb ik een paar keer verkeerd geminderd in het mouwstuk. De nek van het achterpand heeft een andere breedte dan de hals van het voorpand. Wat wil zeggen dat je op een ander tempo mindert. Voor het achterpand was dat 2-2-4 en voor het voorpand 2-4. (Hiermee bedoel ik de groep rijen, waarvan telkens de eerste geminderd wordt.) Maar deze fout zie je eigenlijk niet. De raglan mouwen gaan mooi schuin.

En de hals is ook niet helemaal symmetrisch. Het was niet zo eenvoudig om dit juist te doen. Ik hoop dat ik dit nog een beetje recht kan zetten als ik de boord er aan brei. Daarnet het ik mijn voor- en achterpand al even gepast en ik denk wel dat het zal goed komen. Laat ons hopen.

Zoals ik al zei, zijn het echt schoonheidsfoutjes. De perfectionist in mij komt weer sterk naar voor, ik weet het. Maar dan denk ik eens terug aan de wabi sabi filosofie. Het draait allemaal over de schoonheid van imperfectie. Het komt er op neer dat niet alles perfect hoeft te zijn, maar dat ik zo een uniek stuk zal hebben. En iets dat ik volledig zelf gemaakt heb. Hoe kan ik daar niet trots en blij mee zijn.

Dus ik ben nog steeds heel tevreden en ik zit perfect op schema. Eigenlijk kan ik het niet beter hebben. Voila, mijn minder goeie week (je wil het niet weten), komt nog helemaal goed. Wat vind jij er van?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Strepen rondbreien

Er is iets waar ik totaal geen rekening mee gehouden heb. En dat is dat als je rondbreit, je eigenlijk in spiralen werkt. Je gaat naadloos over van de ene rij naar de andere. Als je in één kleur werkt, zie je daar nauwelijks iets van. En je wint er tijd mee, want je hoeft achteraf minder in te naaien.

Maar als je met 2 of meerdere kleuren in strepen werkt, zoals ik nu bezig ben met mijn raglan trui, valt dat enorm op. Aan het begin van de kleurenwissel, krijg je visueel een soort bultje in de rij en dat is echt niet mooi.

Ik had het eerder ook al gemerkt toen ik bezig was met een paar sokken in streepjesmotief te breien. Maar toen dacht ik dat ik gewoon iets fout deed. Nu besef ik dat het eigenlijk gewoon zo is, als je rondbreit. Want je breit dus eigenlijk in spiralen. Gelukkig is er daar een oplossing voor.

Eerste steek

Als je met grote strepen werkt, kan je met een kleine aanpassing op de eerste steek, de kleurovergang een beetje verdoezelen. Helemaal onzichtbaar is het niet, maar het is wel al een hele verbetering.

Brei de eerste rij in de nieuwe kleur. Als je dan opnieuw aan het begin van de rij komt, haal je de steek onder de eerste (die in de oude kleur) mee op de naald. Je doet dit zoals een steek op de naald hoort te zitten: het eerste beentje aan de voorkant. Daarna brei je de eerste twee lussen recht samen.

Het resultaat is dat de eerste steek in de oude kleur de steek een beetje naar beneden trekt. Zo krijg je dan meer het gevoel dat je in echte strepen breit, en niet in spiralen.

Helix breien

Als je met kleine strepen werkt, is dit een hele goeie manier. Ideaal voor bijvoorbeeld sokken. Je ziet helemaal geen overgang meer, omdat je eigenlijk gezichtsbedrog maakt. Soms mag dat ook eens, toch?

Zet het aantal steken op dat je nodig hebt voor je patroon. Dan deel je dat aantal door het aantal kleuren waarin je breit. Brei je bijvoorbeeld 80 steken in 4 kleuren, dan brei je 20 steken in elke kleur. En dat op één rij.

Dus je breit 20 steken in kleur A, wissel dan van kleur en brei 20 steken in kleur B. Gebruik steekmarkeerders! En herhaal dat: 20 steken in kleur C en 20 steken in kleur D. Nu heb je één rij gebreit. Gebruik ook een steekmarkeerder om het begin van de rij aan te geven.

Brei dan verder tot de volgende steekmarkeerder in kleur D. Daarna brei je 20 steken in kleur A, 20 in kleur B, 20 in kleur C en je bent alweer op het einde van je rij. Met andere woorden, kleur D komt boven kleur A, kleur A komt dan boven kleur B, enz. Omdat je zelf de spiraal maakt, toont het werk effen rijen.

Heel bizar als je er over nadenkt. Dus niet te veel doen, want het is het resultaat dat telt. En dat mag er echt wel zijn.

Toegepast op mijn raglan trui

Omdat ik met grote strepen werk, denk ik dat ik het beste resultaat met de eerste methode zal bekomen. Bij mijn tweede kleurovergang heb ik het geprobeerd en het is echt beter. Maar nog niet zoals ik het zou willen. Ik denk dat ik het ook beter zou toepassen met de averechtse rij. Want die komt nog niet volledig uit. Iets wat ik ga testen bij de mouwen.

Hopelijk heb je, net als ik, weer wat bijgeleerd. Heb jij dit probleem ook al meegemaakt? Wat was jouw oplossing dan?

Bronnen

Steek van de maand

Ridge stitch

De steek die ik gebruik voor mijn Raglan trui is een tricotsteek. Dit is een van de basissteken bij breien. De ene rij brei je rechts, de andere averechts. Zo komen de v-tjes steeds aan dezelfde kant. Maar om het iets specialer te maken, heb ik er een variatie in verwerkt: ridge stitch.

Tussen elke kleur overgang wou ik een specialeke. En dit is heel eenvoudig te bekomen door de laatste rij in de omgekeerde steek te breien, zodat de boogjes dan aan de voorkant komen. Dit breekt de tricotsteek op in verschillende delen.

Het is een eenvoudige steek met een twist. Ben je een beginnende breister? Dan kan je met dit patroon iets extra in je project steken aan de hand van deze kleine aanpassing. Ben je een ervaren breister? Dan kan je spelen met herhalingen en kleuren.

Breien met rechte naalden.

Er is een verschil tussen heen en weer breien en rond breien. En eigenlijk begint dit al met de tricotsteek. Als je op rechte naalden werkt, brei je de ene rij rechts, de andere rij averechts. Om dan de boogjes aan de voorkant te hebben, brei je een averechtse rij dan rechts.

  • Zet zoveel steken op als je nodig hebt.
  • Rij 1: brei alle steken rechts
  • Rij 2: brei alle steken averechts
  • Herhaal rij 1 en 2 zoveel als je wil
  • Oneven rij: brei alle steken rechts
  • Even rij: brei alle steken rechts

Breien met rondbreinaalden

Als je rondbreit maak je de tricotsteek door elke rij rechts te breien. Want je breit steeds in dezelfde richting. Om dan de boogjes aan de voorkant te hebben, brei je de rij averechts. Visueel heb je hetzelfde effect.

  • Zet zoveel steken op als je nodig hebt.
  • Rij 1: brei alle steken rechts
  • Rij 2: brei alle steken rechts
  • Herhaal rij 1 en 2 zoveel als je wil
  • Oneven rij: brei alle steken rechts
  • Even rij: brei alle steken averechts

Raglan trui

Voor mijn raglan trui heb ik de berekening gemaakt dat ik in voor- en achterpand 32 rijen per kleur nodig heb. Dus brei ik 31 rijen in tricotsteek en de 32e brei ik omgekeerd.

Tijdens dit project zal ik voor de schouders een overgang maken tussen rondbreien naar heen en weer breien. Het is best om dan in de gaten te houden dat je ook de omwisseling maakt naar de omgekeerde rij. Maar dat zal zichzelf uitwijzen. Als je ziet dat de v-tjes toch aan de voorkant zitten, brei je die rij gewoon in de omgekeerde steek.

Laurel Mist shawl

Ik heb deze steek ook toegepast in de Laurel Mist shawl. Hier liggen de omgekeerde rijen dichter bij elkaar. Tussen elke omgekeerde rij zaten 5 rijen tricotsteek. En het wordt een aantal keer herhaalt in dezelfde kleur.

Na een aantal keren het patroon te herhalen, wordt er nog een andere steek (slipped dots) toegepast. Daarna opnieuw een aantal keer het patroon. Opnieuw de slipped dots. En dan nog een keer het patroon. Zo krijgt de herhaling ook weer iets speciaals.

Variaties

Het voordeel van deze steek is dat je eigenlijk heel variabel is. Je kan zelf kiezen hoeveel rijen je tussen de omgekeerde rijen laat. Het minimum (om mooi uit te komen), zou ik zeggen, is vijf. Maar dat kunnen er ook gerust meer zijn. Dat hangt volledig van jouw smaak af. Neem wel een oneven aantal rijen. Dan kan je de volgende even rij omgekeerd werken. Zo blijf je op de juiste kant van het werk.

Je kan dit patroon in één kleur maken, maar ook in verschillende. Voor de laurel mist shawl heb ik hetzelfde kleur gebruikt, maar voor mijn raglan trui gebruik ik voor iedere sectie een andere kleur. Let wel op als je de omgekeerde rij in een andere kleur start. Dan zullen de onderste boogjes in een andere kleur zijn dan bovenste.

Maar je kan nog verder gaan dan dat. Er bestaat ook een omgekeerd ridge patroon. Dat is eigenlijk de achterkant van het werk. Je hebt dan de boogjes en een onderbreking met de v-tjes aan de voorkant van je werk. Dat maakt het een heel rekbare steek. Eigenlijk een beetje als een boordsteek, maar dan horizontaal.

Omdat ik zo vaak met Engelse patronen werk, ken ik enkel de Engelse naam. Weet jij toevallig hoe die in het Nederlands heet?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Raglan trui

Een tijdje geleden heb ik hele mooie wol gevonden die ik wou gebruiken. Het is een combinatie van 5 kleuren. Maar ik had nog geen idee waarvoor ik het wou gebruiken. En dat is voor mij heel gevaarlijk, want meestal belandt de wol dan op zolder, om nooit gebruikt te worden. Want wanneer ik dan zou weten wat ik wil maken, zou ik al weer een ander project voornemen.

Dus ben ik eerst gaan nadenken over wat ik wou maken. Ik was toen nog bezig aan mijn droomtrui en vond dat wel tof. Dus besloot ik om een trui te maken. En omdat ik de kleuren naast elkaar zo mooi vond, besloot ik om met strepen te werken.

De wol

Maar eerst wil ik het even hebben over de wol. Ik was online aan het surfen en toevallig kwam ik deze tegen op de website van Sweet Georgia Yarns. Waar ik ook de wol vond voor mijn droomtrui. Deze heet Tofino roadtrip. Ik vind deze kleurencombinatie echt prachtig. Het heeft iets weg van een foto van het strand.

Maar deze wol is niet dik genoeg voor een trui. En ik had eigenlijk geen zin om weer met een dubbele draad te werken. Dus ben ik overgeschakeld naar hun superwash worsted. Wat wil zeggen dat het een superwash merino wol is met een dikte van ongeveer 4,5-5,5. Maar hiervan hebben ze de kleurenset niet. Dus was het een beetje zoeken om zelf de combinatie bij elkaar te vinden. Het zit er misschien niet volledig op, maar het komt toch in de buurt.

De vorm van de trui

Omdat ik besliste om met strepen te werken, zat ik een beetje vast met de vorm van de trui. Want zoals je kon zien bij mijn droomtrui, Komen de kleuren in het lijf niet overeen met de mouwen. En dat wil ik bij deze wel bekomen, want zo zullen de strepen echt tot hun recht komen. De enige manier waarop ik dit kan doen, is werken met een raglan mouw. Je weet wel, zoals op mijn to do-lijst: little cables raglan. Niet het volledige patroon, maar wel dit principe wil ik dus toepassen op de mouw van mijn trui.

Maar deze mouw heb ik nog nooit gemaakt. Nieuwe techniek leren, check. Bijkomende uitdaging was dat ik geen patroon heb. Want het is iets dat ik zelf wil maken. Het is nog nooit eerder gemaakt, dus bestaat er geen patroon van. Nog een nieuwe techniek, check. Zelf een patroon leren maken.

Soort steek

Ik wil een mooi aansluitende trui. Een gewoon model, zonder pof. De strepen zouden het al speciaal maken. Dus wou ik het voor de rest eenvoudig houden. Maar ik wou wel een speciale overgang tussen de kleuren. Zodat het toch iets extra heeft. Dus dacht ik aan het ridge pattern dat ik bij mijn laurel mist shawl gebruikte. Spoiler alert! Meer daarover volgende week

Het concept op papier zetten

Wat ik geleerd heb van mijn droomproject is alvast goed na te denken voor je begint. Dat wil ook zeggen dat je het voor je ziet. Hoe wil je dat het er gaat uit zien? Elk onderdeel samenvoegen en controleren of het samen werkt. Met andere woorden een schets maken. En dan de verschillende stukken uittekenen en de afmetingen er bij vermelden.

Om de afmetingen van een trui te bepalen kijk ik op een patroon het meest naar de tekening van de losse stukken, waar de afmetingen vermeld staan. In dit geval is de steekverhouding niet relevant, want je werkt met andere wol dan dat vermeld wordt in het patroon.

Deze stap was niet eenvoudig. Want de meeste patronen voor een raglan trui die ik tegen kwam, hadden deze tekening niet. En als ik er dan een vond, waren de boord, de hals of de lengte niet zoals ik het wou. Ik heb er een heleboel opgezocht om dan uit te komen op een zelf samengestelde combinatie. Het lijf van het ene patroon, de hals van het andere en gewoon een kortere boord. Onderaan worden de patronen die ik als basis gebruikte vermeld.

Dan heb je de basis voor je patroon. Later kan je aan de hand van je steekverhouding uitrekenen hoeveel steken je zal nodig hebben, hoeveel rijen je zal breien en wanneer je zal minderen/meerderen. Dat zijn zorgen voor later. Eerst wil je nu tevreden zijn met wat je voor ogen hebt.

En dat ben ik wel. Met mijn visueel geheugen zie ik nu al voor me hoe de trui er zal uitzien. Al zou het kunnen dat ik nog wat obstakels zal tegen komen onderweg tijdens het maken. Maar die kan ik dan oplossen als ik ze tegenkom. Heb jij het ooit al aangedurfd om zelf een patroon samen te stellen?

Bronnen

Basis voor mijn raglanpatroon

Weetjes

De Voorbereidingsfase

Na 9 maanden is mijn droomtrui klaar. En één van de eerste dingen die ik opmerkte was dat het zalig was om niet opnieuw te hoeven starten. De voorbereiding doet echt heel veel. Het tweede was dat ik die voorbereidingsfase toch wat lang vond. Tja, elk nadeel heeft zijn voordeel. Of omgekeerd. Je weet wel wat ik bedoel.

Maar omdat dit eigenlijk de basis is van elk project, wil ik wel investeren in een systeem dat voor mij werkt. Een soort checklist, waarbij ik door de verschillende stappen kan gaan. Dan ben ik verplicht om er over na te denken, en hoeft het geen half jaar te duren. Want zo zou ik niks gemaakt krijgen.

De opbouw

Ik heb alle stappen op een rijtje gezet:

  • Wat wil ik maken
  • Waarom wil ik het maken
  • Materiaal kiezen
  • Kleuren kiezen
  • Technieken leren
  • Voorbereiden
  • Maken
  • Terugblikken

En dan heb ik nagedacht over wat ik wil weten of nodig heb van informatie bij deze stappen. Maar het is ook een soort checklist. De mogelijkheden staan er en dan kan je aanvinken wat je zou willen gebruiken voor je project. Maar er zijn ook een aantal puntjes die telkens anders zijn. Zoals bijvoorbeeld de technieken die je wil leren. Daar is plaats gehouden om vrij in te vullen.

Wat wil ik maken

Dit is je to-do lijstje, een brainstorm over wat je nog wil maken. Schrijf alle ideeën op, goed of slecht, haalbaar of niet. Denk outside the box en denk groot.

Waarom wil ik het maken

Als je nadenkt over de reden waarom je het wil maken, zal je later langer volhouden. Ik spreek uit ervaring. Je motivatie is ook je houvast. Ga daarom niet licht over deze fase. Zoek het uit tot op de bodem. Alle redenen zijn goed.

Materiaal kiezen

Met welke wol wil je werken en met welke dikte? Elk project heeft iets anders nodig. De checklist helpt je kiezen. Maar er is ook een lijst voor toebehoren. Wil je een speciale techniek leren en heb je daar iets specifiek voor nodig, dan kan je het ook invullen.

Kleuren kiezen

Hier kies je de kleurencombinatie dat je wil gebruiken. Er zit een kleurenwiel bij om al een idee te geven, maar het laat je ook nadenken over welke kleurencombinatie dit juist is. Hoeveel kleuren wil je combineren?

Technieken leren

Vul de technieken die je wil leren uit je brainstorm in op de lijst. Leer ze en vink ze af. Maar neem hier wel genoeg tijd voor. Als je een mooi eindresultaat wil bekomen, is het belangrijk om de techniek al redelijk onder de knie te hebben.

Voorbereiden

Maak een proeflapje en doe de berekening. Wat is je steekverhouding en hoeveel wol heb je nodig? Wat zijn de afmetingen van je project? En ook heel belangrijk: loop nog eens alle stappen door en zorg dat je zeker bent van je keuze. Twijfelen mag nu nog, maar als je naar de volgende stap gaat, ben je best zeker.

Maken

Een planning helpt. In 12 weken is het mogelijk om een project te maken. Dus kan je dan uitrekenen hoeveel rijen je per week nodig hebt. Maar het mogen er natuurlijk ook meer of minder zijn. Dat kies je volledig zelf. En dan kan je nu van start met het echte werk.

Terugblikken

Als je project af is, kan je hier je bevindingen en opmerkingen kwijt. Wat ging er goed, wat ging er fout en wat heb je geleerd? Misschien zijn er dingen die je in de toekomst anders wil aanpakken. Maar vooral, geniet van het eindresultaat en wees trots op wat je gemaakt hebt.

Voordelen

Dit is een houvast tijdens het maken van je project. Een goede voorbereiding maakt echt het verschil. En je kan er steeds naar terug grijpen als je het nodig hebt. Alle keuzes die je hebt genomen, staan netjes op een rij.

Deze lijst zorgt er ook voor dat je niets kan vergeten of stappen zou overslaan. Want als je te veel aan je hoofd hebt, zou je iets kunnen vergeten (Ik althans wel). Dus in een zekere zin helpt het ook om een beetje rust in je hoofd te hebben. Als je de checklist doorlopen hebt, kan je niets vergeten zijn en komt alles goed.

En belangrijk. Je neemt de tijd om alles te overdenken, maar je verliest jezelf er niet in. Een valkuil hier kan natuurlijk zijn dat je te snel beslissingen neemt, die toch niet ideaal zijn voor het project. Het is een kwestie van de gulden middenweg zoeken. Maar is dat niet bij alles zo?

Het is een vrij complete lijst, vind ik. En zeker een die ik zal gebruiken als ik een nieuw project start. Hopelijk vind je hem ook handig. Of heb jij een eigen manier?

Bronnen

Droomproject

Het resultaat

Nu kan ik het eindelijk schrijven. Mijn droomtrui is af. En ondanks mijn twijfels ben ik er toch best tevreden mee. Ik schaam me nu een beetje dat ik er eigenlijk over getwijfeld heb. Want het resultaat mag er best zijn.

Afwerking

Vorige week had ik de losse stukken geblokt. Dus deze week stond het aan elkaar naaien en de draadjes instoppen op het programma. Voor mij is dat het minst leuke gedeelte. Maar het is natuurlijk wel essentieel om een project af te maken.

Aan elkaar naaien

Daarom brei ik het voor- en achterpand met rondbreinaalden al meteen aan elkaar. Idem met de mouwen. Dat zijn dan al 4 naden minder om dicht te naaien. En dat scheelt veel. Ik denk dat ik voor de 2 mouwen aan het lijf te naaien, maar drie kwartier tijd nodig had. Dat scheelt een hele hoop tijd en gedoe.

Er zijn natuurlijk wel modellen waarbij dat je het zo niet kan doen. Bijvoorbeeld bij motieven waar je heen en weer gaat met de draad. Want als je rondbreit zit de draad dan aan het einde van de tekening en de volgende rij heb je die weer nodig aan het begin van de tekening. Dus dat werkt niet. Of als je een specifieke pasvorm breit, waarbij de naden juist nodig hebt.

De mouwen zijn aan elkaar genaaid met de matrassteek. Hier komt de zelfkant heel goed van pas. Het maakt een mooi onderscheid tussen de eerste en tweede steek, zodat je mooi recht aan elkaar kan naaien. Je neemt telkens 2 lusjes op aan elke kant. Na een aantal steken trek je de draad dan aan, zodat alles mooi sluit.

Dit is de juiste manier om aan elkaar te naaien. Vroeger ging ik lusjes maken en dan met de stiksteek er nog eens door. Dubbel dicht naaien eigenlijk. Dat werkte prima en het was heel stevig, maar eigenlijk was het niet nodig. En waarom het moeilijk maken als het makkelijk ook kan.

Knopen

Volgens het patroon komen er 6 knopen aan de schoudernaden, in plaats van ze dicht te naaien. Eerlijk gezegd was ik dit een beetje uit het oog verloren. Snel dus nog op zoek naar 6 gelijke knopen. Maar wie zoekt die vindt. Mijn beperkt budget zorgt er soms voor dat ik wat creatiever ben in oplossingen vinden. Lang leve tweedehands.

Veel houdt het niet in. Op het achterpand werden de lusjes al meegebreid. Dus was het een kwestie van de knopen naaien op het voorpand waar de lusjes zaten op het achterpand. Ik heb dit een beetje op het zicht gedaan. En dat is goed gekomen. Maar ik vermoed dat het niet altijd zo makkelijk zal zijn.

Draadjes innaaien

Ik probeer altijd zo weinig mogelijk losse draadjes te hebben. Want als ik er al tegenop zag om de stukken aan elkaar te naaien, dan zie ik er al helemaal tegen op om draadjes in te naaien. Het is zo’n saai werkje. Maar opnieuw, het is essentieel om af te werken, dus door de zure appel bijten. Jammer genoeg had ik er een heleboel, omdat ik telkens van kleur wisselde. En dan was mijn bol ten einde, dus dan heb je ook weer die uiteinden.

Om de draadjes in te naaien, ga ik door twee (lachende) boogjes omhoog en in de volgende twee naar beneden. Na een 4tal keer herhalen, keer ik een paar keer terug op en neer. Dit zou de meest efficiëntste manier zijn om er voor te zorgen dat ze niet los komen. En het is minder zichtbaar.

Dit gaat even goed als je losse draad ergens in het midden van de rij zit. Je hoeft dus zeker niet op het einde van de rij uit te komen. Wat een verspilling van wol voorkomt. Het zijn soms de kleine beetjes die het hem doen.

Genieten

Voila, mijn trui is af. En ik ben in de wolken. Na 9 maanden is het resultaat er nu eindelijk. Maar dus een hele belangrijke om niet te vergeten. Even reflecteren op het proces en het eindresultaat.

Naar mijn gevoel is 9 maanden toch iets te lang. Tja, wat had je gedacht. Bij mij moet het vooruit gaan. Maar het denkproces dat voor het effectieve maken komt is wel een enorme houvast. Dit zal ik blijven doen, maar dan misschien wel in een verkorte versie.

Wat me vooral opviel is dat ik maar één keer opnieuw ben begonnen. En dat was omdat ik tegen beter weten in al begonnen was en ik eigenlijk had moeten wachten op de rest van de wol. Dat was een hele opluchting. Bij vorige projecten kon dat soms wel tot drie keer zijn.

Omdat ik eerder al nadacht over de kleur en soort wol die ik zou gaan gebruiken, heb ik daar niet meer over hoeven twijfelen. Dus ik was al zeker dat dat goed zat. Het neemt een enorme last van de schouders, waardoor je meer kan bezig zijn met het genieten van het maken.

En het is eens oke om te twijfelen. Maar eigenlijk is dat niet nodig. Je kan er op vertrouwen dat wat je maakt goed zal zijn. Dat zijn alvast twee dingen die ik alweer bijgeleerd heb. Naast de nieuwe technieken (ajourmotief, kleurverloop en een nieuwe boordsteek). En nog zo veel meer.

Maar waarom ik het vooral wilde doen, was om de basis van een trui maken te leren begrijpen. Ik wou er een kunnen maken zonder dat het een ramp (zoals mijn eerste trui) zou worden. En dat is zeker gelukt. En ik heb er zelfs de truimicrobe door te pakken gekregen.

Oh, ik mag het allerbelangrijkste nog niet vergeten. De trui past als gegoten. Hij sluit heel mooi aan bij de polsen en onder de oksels. Qua lengte is die ook goed. Enkel hoe de boord van het lijf valt, lijkt niet op de foto van het patroon. Maar het is daarom niet minder mooi.

Ik ga er nu nog een beetje van genieten. Tot volgende week. PS: wat vind jij er van?

Bronnen

Droomproject

De volgende stap

Eindelijk ben ik er. Joepie, de mouwen zijn af. Wat wil zeggen dat ik klaar ben met breien. Nu is er alleen nog de afwerkingsfase. Ik ben blij dat ik niet opgegeven heb, ook al was ik heel erg aan het twijfelen. Gelukkig heb ik mezelf er door gesleept. Met dank aan jouw steun. Het doet deugd om te lezen dat ik niet de enige ben die soms twijfelt.

Mouwen

Gisteren heb ik de laatste rijen van mijn mouwen gebreid in kleur EE. Het was wel wat lastig aan het worden, omdat de mouwen al zo lang waren en er meer steken op de naald staan dan in het begin. Breien met 4 bollen tegelijk is niet zo evident. Al gaat het wel, soms is het een beetje een gedoe als je werk al zo lang is.

Maar het resultaat mag er dus zijn. Twee gelijke mouwen, met aan de ene kant een rij meerderingen. Ik heb ze al even aangedaan en ze pasten. Dat is al een goed teken. Hopelijk past de rest nu ook nog.

Blokken

Maar voor dat ik helemaal klaar ben, zijn er nog een paar stappen nodig om de trui in elkaar te steken. De eerste is blokken. Dit wil zeggen: de wol nat maken en opgespannen laten drogen. Het zorgt er voor dat je een mooier resultaat krijgt. Al zijn er voor- en tegenstanders, ik heb het al een paar keer geprobeerd en het loont echt. Maar deze keer heb ik er toch wat moeite mee gehad.

Daarna zet je de stukken in elkaar en weef je alle draadjes in. Dat staat volgende week dan op de planning.

Zo doe je het

Dit is het proces. Je legt de wol in water, zodat het door en door nat is. Er mogen geen luchtbelletjes meer uit komen. Na 15-30 minuten duw je het water er uit (niet wringen!). Het helpt om wat extra water er uit te krijgen als je het even tussen een handdoek legt voor je het gaat opspannen.

Kies dan een vlakke ondergrond. Voor mij is dat de vloer. Eerst leg ik een laag plastiek, dan een handdoek. Daarop span ik dan de verschillende delen op. Het is belangrijk om de maten van je patroon er bij te houden. Want het is op die afmetingen dat je gaat opspannen (en het is daarmee dat ik deze keer moeite had). Opspannen doe ik met gewone kopspelden.

Daarna opnieuw een handdoek. Als je er gewicht op legt, best nog een laag plastiek er weer tussen. En kies ook voor een gewicht dat geen water kan opslorpen. Je wil je beste boeken hiervoor natuurlijk niet ruïneren (tenzij je ze niet meer nodig hebt). En daarna is het wachten tot alles droog is.

Problemen

Maar dus deze keer ging het niet zo goed. Waarschijnlijk omdat het werk een beetje uitgerokken is door het even verticaal vast te houden. En dan is het een heel karwei om de steken weer bij elkaar te duwen om de juiste hoogte houden. Als je dit ook voor hebt, een tip: gewoon wrijven in de richting die je wil inkorten. Als dat zowel verticaal als horizontaal is, kan je rondjes wrijven. En wat heb ik gewreven, amai. Maar het is uiteindelijk gelukt, hoor.

Het is dan ook niet gemakkelijk als je een dubbel stuk zo effen wil krijgen. Maar dat is wel nodig, want anders krijg je plooien en dan is het hele proces eigenlijk voor niets geweest. Dat wil je echt niet.

Er zat niets anders op om eerst de onderkant effen te prutsen. En daarna heb ik de bovenkant er op gelegd en die ook effen geprutst. Ik schrijf prutsen, omdat het dat ook echt was. Van al dat gewrijf kwamen er golven in mijn rijen. De ene kant van mijn rij lag veel hoger op de handdoek dan de andere kant van mijn rij. Ik hoop echt dat het goed komt.

Andere manieren

Er zijn veel verschillende manieren om te blokken. Maar dit is hoe ik het geleerd heb. Er zijn mensen die stomen. Persoonlijk ben ik daar geen fan van, want je hebt heel veel stoom nodig om de wol echt volledig nat te laten worden. En ik heb het gevoel dat je nooit helemaal zeker bent dat het goed is. En je mag er met je stoomstrijkijzer ook niet op duwen, want dan vermindert de structuur van het werk. Je wil nog steeds dat beetje veerkracht in de wol hebben.

Er zijn ook mensen die nog een speciaal product bij het water doen. Al weet ik niet goed wat het is. Het zou de structuur van de wol verbeteren. Sommigen zweren daarbij. Ik heb het dus nog niet geprobeerd. Voorlopig doet gewoon water voor mij genoeg.

En er zijn ook mensen die op een speciale ondergrond werken. Je kent waarschijnlijk wel de matten met letters of dieren, waarop kinderen graag spelen. Het is iets gelijkaardigs. En er zijn ook speciale opspan naalden die een beetje op kammetjes lijken. Daarmee zou je rechter kunnen blokken. Ik doe het op het zicht.

Nu ik zo heb zitten sukkelen op het blokken, denk ik dat ik het bij mijn volgende trui ga overslaan. Het is misschien ook eens goed om dan te kunnen vergelijken. Dan kan ik met een kritisch oog evalueren of het nu dat extra werk waard is of niet. Ben jij een voor- of tegenstander van blokken?

Bronnen

Droomproject

Misschien…

Het moment van twijfel en opgeven is eindelijk aangebroken. Het heeft lang geduurd, maar nu is het er toch. Ik ben niet meer zo zeker, dat ik echt mijn droomtrui aan het maken ben. Er zijn een paar dingen die me doen twijfelen.

Kleurovergang

In mijn hoofd waren de kleurovergangen veel effener en onzichtbaarder dan dat ik nu zie. Je hoeft zelfs niet goed te kijken, het valt onmiddellijk op. En dat stoort me echt. Het voelt aan alsof ik wel wil, maar niet kan.

Ik heb nochtans de truc van dubbele draad toegepast. Van 5 kleuren naar 9 kleuren: AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE. Dat maakt de overgang tussen 2 tinten iets zachter. Maar ik vrees dat er te veel kleurverschil tussen 2 tinten zit, waardoor je het echt te goed ziet.

Vorm

Ik heb ook een beetje schrik over de vorm. Gaat alles wel goed passen als ik het aan elkaar zet? Zal de trui op zich wel passen? En hoe zullen de kleuren van de mouw werken op het voor- en achterpand? Pff, ik ben het vertrouwen een beetje kwijt.

Als ik de foto’s van twee weken geleden terug bekijk, merk ik ook dat de vorm helemaal niet trekt op die van de foto van het patroon. Ik heb wel een paar aanpassingen gedaan, maar de pasvorm heb ik wel goed gevolgd. Maar ja, een foto van het werk dat op tafel ligt, kan natuurlijk anders zijn dan als je de trui effectief aan hebt. Laten we hopen.

Goed genoeg

En dan begin ik helemaal te twijfelen. Als ik daarover al niet tevreden ben, zal de trui dan goed genoeg zijn? Want ik wil liefst iets maken en dragen waar ik trots kan op zijn. Ik wil een trui maken waarop mensen een complimentje geven. Zo iets als: “Wauw, wat een mooie trui” (en dan denken ze: ik wil die ook).

Maar het kan natuurlijk nog steeds dat mensen dat zullen zeggen. En eigenlijk verandert dat niets aan mijn standpunt. Want ik zou het zelf niet zeggen of denken. Ik zou niet trots zijn om de trui te dragen. En het is net zo belangrijk om te dragen wat je mooi vindt. Dus als ik mijn trui niet graag zie, zal ik hem dan dragen? Ik weet het niet, misschien alleen thuis…

Waarom wilde ik deze trui ook alweer maken

Maar ik ben door het konijnenhol aan het vallen. Positief blijven, hé zeg. Even terugdenken naar de start van het project. Ik heb toen goed nagedacht over waarom ik nu net deze trui wou maken. En dat kan me misschien nu wel uit mijn dipje halen.

De trui

Ik wilde de basis van een trui breien beter begrijpen, zodat ik mijn eigen creaties zou kunnen dragen. En ik wou een tweede wasfiasco zeker vermijden. Daarnaast had ik ook opgeschreven dat ik wilde bijleren en groeien, zodat ik later misschien mijn creaties zou kunnen verkopen.

En daar gaat nu juist mijn twijfel over. Oke, ik begrijp de basis beter, maar als het resultaat niet goed is, zal ik de trui niet willen dragen. Laat staan, verkopen. Maar ik heb wel bijgeleerd en ben zeker gegroeid door dit proces. Deze is dus een beetje dubbel.

Maar ik wilde deze trui maken, omdat ik de pasvorm mooi vond. Die heb ik gevolgd. Dus misschien moet ik er meer vertrouwen in hebben. De rest is kwestie van goed in elkaar zetten en dan is de trui af. In plaats van te twijfelen, zou ik er beter op vertrouwen.

Het kleurverloop

Deze is dus een grote twijfel. Ik wou de kracht van kleur eer aan doen. Aangezien het zoveel impact kan hebben op je gemoed. Het kan je letterlijk gelukkiger maken. En zeker in mijn geval, me een beetje meer zelfzeker laten voelen. Maar ik wou het vooral met natuurlijke kleurmiddelen doen, maar dat is dus niet gelukt. Door met een kleurverloop te werken, wou ik er ook wat diepte in steken.

De natuurlijke kleurmiddelen zijn niet gelukt, dus had ik gekozen de set van 5 tinten roze. Deze impact heb ik misschien onderschat. Als ik de wol zelf zou hebben kunnen verven, had ik misschien voor 5 tinten gekozen die dichter bij elkaar lagen. Of misschien had ik beter gekozen voor zo’n bol waar de schakeringen geleidelijk aan in verlopen in plaats van 5 aparte bollen.

Maar de kleur zou nog steeds bij me moeten passen. Dat is niet veranderd. Ik ben dus nog steeds blij met roze. En als ik dat durf dragen, kan het niet anders dan ik meer zelfzeker ben. En wat de diepte betreft, ik vind wel dat die er in zit.

Nu ik de foto van Rothko herbekijk, stel ik vast dat daar ook duidelijke lijnen tussen de kleuren zitten. En zelfs ook in de kleurvakken apart. Is het dan zo erg dat er in mijn trui te duidelijke overgangen zitten. Deze hou ik nog in beraad.

Andere redenen

Daarnaast waren er nog een paar andere redenen waarom ik nou net dit project wou maken. En ik haal de twee belangrijkste er nog even uit. Ik wou leren volhouden. Volhouden. Ik schrijf het nog eens, want het wil zeggen: niet opgeven. Dus ik ben het mezelf toch een beetje verschuldigd om verder te doen.

En de tweede was niet teleur gesteld zijn van het eindresultaat. Ik wou trager werken en meer doordenken om dit te vermijden. Maar nu heb ik er al die tijd ingestoken om vast te stellen dat ik toch een beetje teleur gesteld zal zijn. Wauw, dit besef is zwaar.

Misschien heb ik het niet goed gedaan. Misschien heb ik het nog niet genoeg doordacht. Misschien maak ik beter eerst een tekening van hoe ik wil dat de trui er uitziet. Want dat heb ik nu niet gedaan en ik merk nu dat het resultaat toch anders is dan dat ik voor ogen had.

Conclusie

Het kan dus zeker geen kwaad om goed te overdenken waarom je een project wil maken. Het is zelfs aan te raden. Als de basis goed zit, volgt de rest. Dat is een waarheid als een koe. Er is nu nog 1 week (9 naalden) te gaan om de mouwen af te breien en dan kan ik de trui in elkaar steken.

Ook al ben ik niet volledig overtuigd, ik ben het mezelf verschuldigd om deze trui af te werken. Maar zoals je kan lezen, is jouw steun nu meer dan welkom. Wat vind jij er van? En twijfel jij soms ook over je werk?

Bronnen

Basis

Steek van de maand: Linnensteek

Ben je het ook soms beu om steeds hetzelfde te doen? Dit gevoel heb ik vooral bij haken. De basissteken zijn losse, halve vasten, vasten, halve stokjes, stokjes en dubbele stokjes, maar als je ze telkens boven elkaar maakt, vind ik het niet meer zo mooi. Dat is waarom ik meestal met een speciale steek haak. En deze vind ik een waardig alternatief voor vasten: de linnensteek.

Elke maand wil ik met jullie een nieuwe steek delen. Dit wordt dan de steek van de maand.

De linnensteek

De naam zegt het eigenlijk al zelf. Het ziet er uit als een linnen stof, waarbij draad gewoven lijkt. Maar daarnaast zijn er nog andere namen voor deze steek. Je kan hem ook tegen komen als weefsteek, wat ook weer terug komt op het uitzicht van de steek. Of soms ook mossteek of graniet steek.

Het gebeurt vaker dat een bepaalde steek verschillende namen krijgt. Omdat het gaat over een ambacht die overgaat van moeder op dochter, werden er steeds nieuwe stekencombinaties gemaakt. En dat kan door verschillende personen anders benoemd worden, terwijl het over dezelfde combinatie gaat.

Niveau

Het is een eenvoudige steek, die je zowel als beginner makkelijk onder de knie zal krijgen of als gevorderde zal willen blijven gebruiken. Het is niet moeilijker dan telkens vasten haken, maar het geeft je werk net dat tikkeltje extra. En misschien nog belangrijker, het gaat sneller vooruit.

Voor deze steek heb je enkel lossen en vasten nodig. Meer niet. Het is een patroon waarvoor je een even aantal steken nodig hebt. Een veelvoud van 2 is genoeg. Je hoeft geen extra steken aan het einde bij te rekenen.

Daarnaast heb je je wol en een haaknaald nodig. Die kan je aanpassen naar het project dat je wil maken. Omdat het werk wat losser aanvoelt, is het handig om met een naald van een maat kleiner dan de wol opgeeft te haken. Zo krijgt het toch nog de nodige stevigheid. Maar verder komt de steek zowel mooi uit met dikke als met dunne wol. Dus daar hoef je ook niet mee in te zitten. Oh ja, vergeet je schaar niet.

Patroon

l = losse
v = vaste

  • Haak een even aantal lossen vb: 20, keer het werk.
  • 2 l, sla de volgende steek over, 1 v, *1 l, sla de volgende steek over, 1v*. Herhaal tussen * tot het einde van de rij. Eindig met een vaste.

Na de 1e rij kan je de vasten onder de lossen van de vorige naald door haken. Zo krijg je dan helemaal het linnen effect. Je zet zoveel steken op als je wil (maar wel even) en doet zoveel rijen als je wil. Volledig op maat van jouw project. Maar wat een verschil met gewone vasten.

Het is een steek waarvan de voor- en achterkant er hetzelfde uitzien. Omdat je steeds dezelfde herhalingen maakt, bekom je steeds hetzelfde resultaat. Ideaal bijvoorbeeld bij een sjaal, waarbij je niet hoeft na te denken of je die nu juist of binnenste buiten vast hebt.

Mooie randen

In het begin van de rij vervang je de eerste vaste door een losse, zodat je een mooie rechte rand kan maken. De eerste keer dat ik de steek probeerde, dacht ik dat ik automatisch schuin zou werken, maar deze steek heeft iets magisch, waardoor je niet schuin kan gaan.

En dat is nog een voordeel tegenover vasten haken. Als ik alleen maar vasten doe, heb ik de neiging om niet alle steken af te werken op een naald, waardoor ik schuin uitkom. Bij deze zal dat dus niet gebeuren.

Toepassen

Weet je nog dat er planned pooling op mijn to do lijstje staat? Dit is de steek die daarvoor gebruikt wordt. Want als je goed kijkt, zie je dat de vasten steeds diagonaal ten opzichte van elkaar staan. Zo kan je de overgang van kleuren er netjes in verwerken.

Maar dat is niet het enige waar je het voor kan gebruiken. Zoals ik al zei heb ik het al in verschillende projecten gebruikt. Zoals placematjes, mutsen, sjaals, … En waarom zou je het enkel heen en weer haken? Je kan het ook mooi toepassen in granny squares of als je in het rond haakt, zoals vb: een kussen. Noem maar op. Je kan het voor alles gebruiken. Het is een veelzijdige, makkelijke steek.

Er bestaat ook een linnensteek om te breien, als je dat liever doet. Of heb jij een andere favoriete steek? Laat het me gerust weten. Wie weet wordt die de volgende steek van de maand.

Bronnen