Basis

Lekker lui

Omdat ik al een tijdje niet goed slaap, merk ik dat ik een pak minder energie heb. En een van de dingen waar ik op dit moment enorm tegenop zie, is mijn projecten afwerken. En dan vooral al die draadjes innaaien en de stukken aan elkaar naaien.

Je kent dat waarschijnlijk ook wel. Je bent zo blij dat je alle stukken klaar hebt, joepie. En dan komt dat dipje, want je bent nog niet klaar. Daarom wil ik je een paar tips meegeven vandaag. Soms is het oké om lekker lui te zijn.

Rondbreinaalden

Als je bijvoorbeeld een trui wil breien, kunnen rondbreinaalden al een pak helpen. Dan kan je het voor- en achterpand in één stuk breien. En hoef je nadien die naden alvast niet meer aan elkaar te naaien.

Daarnaast hebben rondbreinaalden nog een paar andere voordelen. Ze zijn minder belastend voor je gewrichten en spieren en je kan steeds rechtdoor breien zonder je werk te keren. Het is dus zeker de moeite waard om uit te proberen. Win, win.

Andere techniek

Soms kan een andere techniek ook helpen. Voor mijn Raglan trui breide ik al het voor- en achterpand met rondbreinaalden aan elkaar. Maar ik kon ook kiezen voor een top-down methode. Het is een manier om de mouwen al onmiddellijk mee te breien, zodat je alles in een keer maakt. Aan de oksels zet je de steken even op een hulpnaald. Als je dan klaar bent met voor- en achterpand, kan je verder met de mouwen.

Draadjes inwerken

Als je aan het einde van je bol bent en je een nieuwe wil beginnen, heb je steeds twee draadjes om later in te werken. Natuurlijk heb je dat liever niet. Dus zijn er een paar andere manieren om de draad aan elkaar te hechten. Al heb ik het zelf nog niet geprobeerd, misschien is het wel eens de moeite waard om verder te onderzoeken.

Als je met echte wol werkt, kan je de draden aan elkaar vilten. Hiervoor heb je vocht, warmte en wrijving nodig. Maar eerst analyseer je de wol. Uit hoeveel draden bestaat die? Je gaat de helft van de draadjes aftrekken van beide uiteinden over ongeveer 5 cm. Dan maak je de draden vochtig en wrijf je tot de wol begint te vervilten.

Maar het kan natuurlijk ook dat je met een ander garen aan het werken bent. Dan heb je nog de magische knoop als alternatief. Hiervoor leg je de twee draden naast elkaar in tegengestelde richting. Je maakt met de oude draad een platte knoop rond de nieuwe. En dan doe je hetzelfde met de nieuwe draad rond de oude. Trek beide knopen stevig aan en trek naar elkaar toe. Daarna mag je de uiteinden afknippen en kan je een test doen. Als je het goed deed, komt deze knoop niet meer los.

Grotere bol wol

Maar het kan natuurlijk al helpen door minder bollen te gebruiken. Dan heb je ook minder overgangen tussen die bollen. En minder draadjes om in te werken. Dus als je kan kiezen voor een bol van 100 gram, in plaats van 4 bollen van 25 gram, waarom zou je dat niet doen?

Daarnaast zal je minder wolverlies hebben. Want telkens als je een draadje in stopt, heb je een klein restje waar je nog weinig mee kan doen. Uiteindelijk gooi je je kostbare wol weg en dat is jammer.

Al is het natuurlijk niet altijd mogelijk om een grotere bol te verkrijgen. Soms is die wol dat je zo graag ziet enkel maar verkrijgbaar in kleine bolletjes. Dan zit er niets anders op dan eindjes inwerken. Of de bovengenoemde tips, natuurlijk.

Geen compromis

Maar het belangrijkste is dat je je werk kan maken zoals je wil. Het is niet de bedoeling om shortcuts te nemen die je je later zal beklagen. Bijvoorbeeld een dikkere wol nemen, terwijl je eigenlijk met fijne toch een beter resultaat krijgt. Of als je werk op specifieke plaatsen een naad heeft om het stuk vorm te geven, dan zal je die echt moeten doen. Anders krijg je later alleen maar spijt. Dus soms neem je best wèl de tijd om het volgens jouw wens goed te doen.

Daarom zijn er ook tips om sneller te breien. Zo kan je de gewonnen tijd wel in afwerken steken. Alleen moet je het dan ook wel effectief doen. Al kan het vooruitzicht tot een afgewerkt stuk misschien toch die extra motivatie geven om het te doen.

Er bestaan verschillende manieren om te breien. Je kan al sneller breien door een andere techniek te gebruiken. Hou je de draad in je rechter hand, dan brei je hoogstwaarschijnlijk op de Engelse manier. Zo heb ik het vroeger ook geleerd. Maar je kan ook leren Continentaal breien. Of zelfs Portugees breien. Naar ik gehoord heb, is dat zelfs de snelste manier.

Het is dus best oké om soms eens lui te zijn, maar maak geen compromis waardoor je niet tevreden zal zijn van het eindresultaat. Je kan dat al snel zien door het maken van een proeflapje (knipoog). En soms zit er niets anders op dan gewoon die stopnaald vast te nemen en alles aan elkaar te naaien. Maar zie jij er soms ook niet tegenop en hoe pak jij het dan aan?

Bronnen

Basis

Twijfelen mag

Het viel me op deze week dat de twijfel opnieuw toe geslagen is. En het viel me ook op dat ik dit veel heb als een project bijna af is. Dus ben ik me beginnen afvragen waarom ik het doe? En wat ik zou kunnen doen om het te vermijden.

Deze keer twijfel ik enorm over mijn T-shirt. Het ligt op de tafel, zodat ik het zeker niet zou vergeten af te werken. Maar ik heb het even aan de kant gelegd voor de Quiet Bay MKAL, die nu al mijn tijd opeist. Ik heb de t-shirt laatst ook meegenomen naar de breiclub om er voor te zorgen dat ik hem zal afwerken.

Het is toen dat ik plots doorhad dat ik op de voorkant meer rijen heb dan op de achterkant. En dan heb ik ook nog eens de rijen verkeerd genoteerd op mijn telblad. Dus nu twijfel ik of ik nog goed zal uitkomen. Al is dat het minste van mijn twijfels. Gewoon even hertellen en een extra rij. Dat komt goed.

Twijfels

Maar ik twijfel eigenlijk meer over de maat. Als ik gelijkaardige modellen vergeleek bij de opstart van mijn patroon voor het project, kwam ik uit op 48,5cm breedte voor mijn maat (small/medium). Maar als ik het zo voor me hou, vrees ik dat het te breed zal uitvallen.

En dan twijfel ik ook over de naalddikte. Het etiket van de wol (Katia Missouri) raadt aan om met een 3-3,5 te breien. Maar omdat ik in die maat geen rondbreinaalden heb, ben ik met een 4 begonnen. Tijdens het maken van mijn proeflapje, vond ik het best ok. En het gaat ook iets sneller vooruit. Maar nu vind ik het toch misschien iets te los?

En dan vrees ik ook een beetje voor de techniek voor de hals en schoudernaad. Hoe zal die er uitzien als ik de voor- en achterkant aan elkaar naai? Ik heb dat nog nooit gedaan met een ajourmotief. Zou ik het afkanten en gewoon aan elkaar naaien? Of met de kitchener stitch aan elkaar naaien? Maar zal het dan lukken om goed te stoppen voor de hals en opnieuw te beginnen voor de andere schouder? Misschien toch beter de eerste optie.

Waarom twijfelen we?

Elke Spelters omschrijft twijfel als “het niet kunnen kiezen tussen mogelijkheden”. En ze stelt dat “door te twijfelen, we foute keuzes proberen te vermijden”. Het heeft dus zijn positieve kanten en het heeft een duidelijke functie: het houdt ons alert. Maar het is ook “een gezonde manier van zelfreflectie dat helpt om een weloverwogen keuze te maken”. Het mag alleen je dagelijks functioneren niet belemmeren.

Om twijfel te verminderen, kan het helpen om te weten wat je wil. En daar kan ook het schoentje wringen natuurlijk. Al heb ik in dit geval mijn huiswerk op voorhand gemaakt met mijn checklist en weet ik wat ik wou bereiken met dit project.

Ik wou iets maken dat snel af zou zijn (ha!) en dat ik in de zomer kan dragen. Iets met weinig nieuwe technieken en naaiwerk, zodat ik wat kon genieten van de flow van het maken. En ik ben ook zeker over de kleur en het materiaal. Daar twijfel ik eigenlijk niet over.

Twijfel wegnemen

Als ik nadenk over waarom ik twijfel, stel ik vast dat ik twijfel of het goed zal zijn. Is de maat goed? Is de naalddikte goed? Zal de techniek goed zijn? En dan denk ik dat er niets anders op zit dan even de handen uit de mouwen te steken. Door het alternatief te zien, zal ik een bewustere keuze kunnen maken. Ik heb namelijk een weelderige fantasie en het alternatief in mijn hoofd is niet concreet. Door het concreet te maken, zullen de twijfels verdwijnen.

De maten kan ik nameten. Dan zal ik direct zien hoe het uit zal komen. Ik hoop dat ze goed zijn. Maar wat als het niet zo is? Dan zit er niets anders op om (weeral) opnieuw te beginnen, zoals ik wel meer tegenkom met mijn projecten. Maar ik kan het natuurlijk pas weten als ik de test doe. Dus: meten!

De naalddikte heb ik getest bij het maken van mijn proeflapje. En dat vond ik toen goed, maar omdat ik er nu aan twijfel zou ik een nieuw proeflapje kunnen maken met naald 3,5. Pas dan zal ik zien wat er best is. En opnieuw vrees ik als het nieuwe beter zal zijn dat ik opnieuw zal mogen beginnen.

De techniek om de schoudernaden aan elkaar te naaien zal ik ook pas kunnen beoordelen als ik het op een proeflapje uitprobeer. Dan kan ik visueel zien en voelen wat het beste is.

Conclusie

Als ik het zo bekijk, zijn dit allemaal dingen die ik kan opnemen in mijn checklist. Mijn maten kennen is één ding, maar het nameten voor je begint, lijkt me nu logisch. Waarom heb ik daar nog niet eerder aan gedacht? Nu voel ik me een beetje stom.

De naalddikte zit al deels in de checklist verwerkt, al heb ik zover niet gedacht. Meestal maak ik maar één proeflapje. Want geef toe, wie vindt niet dat proeflapjes tijdverlies zijn (terwijl ze zeker de moeite waard zijn)? Nu zie je maar dat het toch zijn nut heeft. Misschien dat ik in de toekomst toch twee of drie proeflapjes zal maken om zeker de juiste naalddikte te gebruiken.

Bij het deel technieken leren heb ik helemaal zo ver niet gedacht om te zien wat er best is. Hier zal ik in de toekomst beter over nadenken. Het is niet enkel het motief of de steek die telt, maar ook hoe je stukken aan elkaar zal verbinden. Trager werken dus en bewuster keuzes maken.

Ik weet nu hoe ik mijn twijfels kan verminderen, al zal ik er even tijd voor nodig hebben. En al heb ik nu nog niets gedaan, ik voel me alweer zekerder. En het voelt alsof ik een beter eindresultaat zal hebben. Af en toe twijfelen, kan dus geen kwaad. Toch?

Bronnen

Geen categorie·werk in wording: Raglan trui

Steken opnemen

Deze week kijk ik al even vooruit. Want ik ben bijna klaar met mijn raglantrui en t-shirt. Bij beiden moet ik dan nog steken opnemen voor de hals of mouwen. Maar hoe zorg ik er nu voor dat ik juist genoeg steken opneem? Want ik heb geen patroon om te volgen. Te veel steken maakt het slobberig en te weinig steken trekt ook op niet veel.

Als je even in detail kijkt, zijn er 3 opties:

  • langs een afkant rij
  • aan de zijkant van je werk
  • op een schuin deel

Tip voor je begint

Ik wil ook nog even het volgende meegeven. De plaats waar je de naald in steekt is heel belangrijk. Om een mooi resultaat te hebben doe je dat altijd onder de afkantrij of na de zelfkantsteek. Pas dan krijg je een naadloos effect.

Verder doe je telkens hetzelfde. Je steekt de naald door een gaatje, neemt de draad op en haalt hem naar voren. Dat doe je altijd met de goede kant van het werk naar voren. Je kan met dezelfde draad werken, of met een nieuwe. Dat maakt weinig uit.

Langs een afkant rij

Je steekt de naald dus onder de afkant rij en dat doe je door de V van je steek. Zo buigt de afkantrij naar achter als naad en is hij niet meer zichtbaar. En dat werkt even goed bij een opzetrij, want de structuur ervan is hetzelfde.

Maar hoeveel steken zet je dan op? Wel, dit is een makkelijke. Je zet evenveel steken op als in je afkantrij. Met andere woorden is je ratio hier 1:1. Want je breit eigenlijk verder in dezelfde richting.

Aan de zijkant van je werk

Deze regel zal je gebruiken om bijvoorbeeld een knooprand aan een vest te breien. Omdat je van een horizontale rij naar een verticale rij wil overgaan, moet je rekening houden met verschillende steekverhoudingen. Als je flink was, heb je voor je begon een proeflapje gemaakt en ken je de steekverhouding van de steken die je wil combineren (vb: boord- op een tricotsteek).

Neem een blad papier en schrijf je aantal naalden en steken en cm op. Verder heb je nog een rekenmachine en onderstaande tabel nodig. Nu kan het rekenwerk beginnen. Wees niet bang als je er niet zo goed in bent. Het kan wel moeilijk lijken. Maar eens je het door hebt, kan je de wereld aan.

Je deelt het aantal naalden door het aantal cm. En dan doe je hetzelfde met het aantal steken. Voor welk patroon je wat telt heeft te maken met de breirichting van je werk. En dat bepaal je door het werk even voor je te leggen. Vertrek vanuit het standpunt van de nieuwe steken dat je zal breien. De steken dat je wil opnemen, zie je als horizontaal. Dan is de zijkant van je werk verticaal.

Daarna deel je de steekverhouding van de nieuwe steek die je wil breien door de steek van het stuk dat je al hebt. Het decimaal getal dat je krijgt, zet je om in een breuk. Hiervoor gebruik je die onderstaande tabel. Als je niet helemaal gelijk uit komt, kies je deze die het dichtst bij in de buurt ligt.

Decimaal getalBreuk
0,501/2
0,672/3
0,753/4
0,804/5
0,835/6
0,876/7
Omzettabel decimaal getal naar breuk

Maar waar zet je nu die steken op? Dit is het handige aan een zelfkantsteek. Het toont een mooie overgang van de eerste steek naar het verdere vervolg van je rij. In dit geval steek je op na de zelfkantsteek. Eén beentje is een rij. Dus neem je op tussen de beentjes. Opgelet, deze techniek lukt niet zo goed bij een kantsteek/slipsteek/afgehaald steek omdat je dan de beentjes niet goed ziet. Die zelfkanten gebruik je wanneer je er geen boord aan maakt.

Om een voorbeeld te geven, wil ik het even toepassen op mijn t-shirt. Want dat maakt het iets concreter:

  • steekverhouding tricot (verticaal → aantal rijen): 28 rijen op 10 cm wordt 28 / 10 = 2,8
  • steekverhouding diagonaal ajoursteek (verticaal → aantal rijen): 31 rijen op 10 cm wordt 31 / 10 = 3,1
  • steekverhouding boordsteek (horizontaal → aantal steken): 19 steken op 10 cm wordt 19 / 10 = 1,9
  • boordsteek-tricotsteek: 1,9 / 2,8 = 0,67
  • boordsteek-diagonale ajoursteek: 1,9 / 3,1 = 0,61

Beide decimalen komen het dichtst in de buurt van 0,67. Dus wordt het breuk 2/3. Met andere woorden zet ik voor elke 3 rijen, 2 steken op. Tadaa.

Op een schuin deel

Deze techniek zal je misschien nodig hebben bij armgaten of een ronde hals. Je hebt steken afgekant en andere steken verder gebreid. En een paar rijen verder heb je dat opnieuw gedaan. Om dan verticaal uit te komen op een zelfkantsteek. Met andere woorden, je combineert dan de twee bovenstaande technieken.

Heel belangrijk: Tussen de 2 rijen waar je afkantte, ontstaat er een soort gaatje. Dat gaatje wil je vermijden. Want als je hier in een steek zal opnemen, zal het gaatje alleen maar groter worden. Voor de horizontale stukken neem je de rij onder de afkantrij. Als je aan zo’n gaatje komt neem je de steek ernaast en erboven om in te steken. Het lijkt misschien ver, maar het is beter zo.

Als je toch gewoon een schuin stuk hebt, zoals bijvoorbeeld bij mijn raglan trui, dan neem je de tweede techniek. Je doet alsof het de zijkant van je werk is en neemt dezelfde verhouding steken op. Ook hier neem je de kolom na de zelfkantsteek.

Variatie

Je kan deze regels ook toepassen wanneer je je losse stukken aan elkaar naait. Het idee erachter is hetzelfde, al is er een kleine variatie. Je wil ook geen rimpels of uitgetrokken steken, maar een effen resultaat. Vooral bij mouwen is het handig om te weten, want je combineert een horizontale richting tegenover een verticale. Tot nu toe deed ik het een beetje op zicht en sloeg ik af en toe een steek over. Maar deze regels zijn handig om in het achterhoofd te houden.

Pff, oké, er komt wel wat wiskunde bij kijken. Maar met een goeie rekenmachine kan je de wereld aan, toch?

Bronnen

Inspiratie

Samen breien

Stilletjes aan kunnen we alweer naar het oude normaal. Al passen we toch nog best op met te veel contacten volgens de virologen, gelukkig zijn er toch al veel mensen gevaccineerd. Dat gevoel van op een eilandje te zitten breien, kan ik stilletjes aan loslaten. En wat heb ik het gemist. Ik zou het kunnen vergelijken met het mooie weer dit weekend. Wat was het lang geleden om die warme zonnestralen te voelen.

Maar ondertussen is het nieuwe normaal al goed ingeburgerd en vinden we niet zo makkelijk de weg meer om samen te genieten van het maken van handwerk. Ondertussen is er zoveel mogelijk.

Creacafé

Dit is een van de meest basic manieren om echt met handwerkliefhebbers in contact te komen. Deze hype bestaat al vele jaren. Je komt samen met een paar mensen die even graag breien of haken zoals jij op café. Gezellig met een drankje en/of een versnapering kan je gezellig bijbabbelen terwijl je iets aan het maken bent.

Je kan zoiets in verschillende gemeentes over het hele land vinden. Maar door de sluiting van de horeca werd dit ook even aan de kant gezet. Nu de horeca weer open gaat, kan dit natuurlijk ook weer.

Vind je geen creacafé in je buurt? Vraag even rond op sociale media of in je favoriete wolwinkel. Misschien hebben zij er al van eentje gehoord. Of ga er zelf gewoon voor. Neem het project waar je aan bezig bent mee op café terwijl je op een terrasje (of binnen bij slecht weer) iets drinkt. Je mag er zeker van zijn dat het mensen verbindt.

Buiten breien

Al hoef je je natuurlijk niet te beperken tot enkel cafés. Je kan even goed kiezen voor je favoriete plekje buiten. Een bankje in de zon of onder de schaduw van een boom. Het gevoel dat je buiten bent, geeft al het gevoel dat je verbonden bent.

Zo heeft Astrid zelfs de World Wide Knit In Public Day (WWKIP-day) in het leven geroepen. Het principe is dat je met een groep mensen gewoon buiten gaat breien. Ze wil mensen dichter bij elkaar te brengen, zodat we ervaringen met elkaar kunnen delen. Want geef toe, je leert zo enorm bij.

Dit jaar was dat op 12 juni. Jammer genoeg had ik het net te laat gezien (op 13 juni). Maar ik kijk al uit naar volgend jaar, al ligt er nog geen datum vast. Het lijkt me echt tof om te doen.

Workshops en evenementen

Als je je inschrijft voor workshops of evenementen vang je eigenlijk twee vliegen in één klap. Je ontmoet mensen en je leert bij. En er zijn er zoveel om te volgen. Als je lid bent van een creacafé kan je er daar zeker eens naar vragen. Maar je kan ook wel terecht in je favoriete wolwinkel. Of een vereniging of op sociale media.

Binnenkort geef ik weer de Bernadette workshop voor Femma Originals in Eernegem. Ook niet-leden zijn welkom, hoor. Inschrijven kan bij mij via mail. Je kan alle info vinden via de link.

En ik kijk enorm uit naar het Schone Schaapjes evenement in Staden. Al is dat nog even uitgesteld naar het Pinksterweekend van 2022. Dit is vooral voor schapenwol, als je interesse hebt in spinnen. Rond die periode worden de meeste schapen geschoren. Dus daarop is het nog even wachten.

Online

Maar ben je er nog niet klaar voor om al te veel contacten te hebben, dan is dat helemaal oké. Je kan zelfs vanuit je luie zetel met elkaar verbonden zijn. De dag van vandaag kan je makkelijk online groepen vinden.

Op Facebook heb je een heleboel brei- en haakgroepen. Sommige zijn heel specifiek naar een bepaalde techniek, maar anderen zijn heel uitgebreid. Je kan er foto’s tonen van wat je gemaakt hebt en zien wat anderen maken. Ook al ken je elkaar misschien niet, je bent wel verbonden.

Maar daar stopt het natuurlijk niet. Alle sociale media geven je een antwoord: Twitter, Instagram, … En op You tube kan je alles bijleren. Begrijp je een bepaalde techniek niet goed, aan de hand van een video is heel veel makkelijker om het onder de knie te krijgen. Het is prachtig om te zien hoe iedereen klaar staat voor elkaar.

Maar er zijn ook andere initiatieven. Ik ben vol lof over School of Sweet Georgia (maar dat had je misschien al gemerkt). Maar er is ook Wolplein. Op beide worden er ook af en toe evenementen georganiseerd. Alweer een win-win.

Ravelry en Etsy

Maar online kan je ook op deze platformen met elkaar verbonden zijn. Ze gaan nog iets verder. Je kan er terecht voor patronen of unieke items door handwerkliefhebbers gemaakt. Je vindt er speciale dingen die je anders moeilijk kan vinden. Bijvoorbeeld handgeverfde wol, kaarders, spinvezels, onderdelen, …

Ravelry is een gratis website voor breiers, hakers en iedereen die van handwerk houdt. Je kan er patronen en speciale wol vinden, maar er is ook een forum waar je je vragen kan stellen. Door het uitgebreide ledenaantal heb je snel antwoord.

Etsy is een online shopplatform. Mensen die hun zelfgemaakte spullen willen verkopen, kunnen hier terecht. De artikels die aangeboden worden zijn uniek. Zo kan je zien wat voor moois anderen maken. Al koop je niets, het kan een goeie bron van inspiratie zijn of je kan in contact komen met anderen.

Het is dus bewezen. Geen excuses meer om mezelf op te sluiten. Ook al is het soms nog met een bang hartje (want ik heb toch nog wat schrik voor een vierde golf), ik wil me echt weer verbonden voelen met de buitenwereld. Hopelijk heb ik jou er ook een beetje voor kunnen warm maken. Hoe maak jij contact met mede wolliefhebbers?

Er gaat niets boven lokaal kopen. Ga zeker langs bij je favoriete wolwinkel. Ze zullen je dankbaar zijn.

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Dag zomervakantie

Het is alweer zover. Het einde van de zomervakantie is in zicht. Wat is de tijd voorbijgevlogen. Volgende week start alweer het nieuwe schooljaar. Een goed moment dus om even te kijken naar de vooruitgang die ik gemaakt heb. Ik ben met een drietal projecten bezig nu en toon je deze week graag even hoe ver ik er mee sta.

Raglan trui

Waar is de tijd dat ik in februari aan deze trui begonnen ben. En ik wou hem graag in 12 weken afwerken. Maar dat is helemaal fout gelopen. Na veel gesukkel met de hoeveelheid wol in mijn strepen, benik toch een paar keer opnieuw begonnen. Ondanks de goeie voorbereiding om het te vermijden, kon ik niet anders.

Maar vorige week heb ik de moed bij elkaar geraapt en de tweede mouw afgewerkt. Helaas is de tweede niet helemaal gelijk aan de eerste, al heb ik hetzelfde geminderd, bovenaan is die een klein beetje smaller. Ik heb nog een keer mijn lesje geleerd om de twee mouwen tegelijkertijd te breien. Pas dan krijg je ze echt helemaal hetzelfde.

Dus is de volgende stap nu de stukken aan elkaar naaien, de draadjes inwerken en dan nog de hals te breien. Maar ik zie er een beetje tegenop. Wat als hij niet zal passen? Wil ik het dan echt weer helemaal opnieuw doen? Of wacht ik nog even tot ik het erop durf te wagen?

T-shirt

Ik ben nog steeds bezig met die vetvlek te verwijderen. Maar ik ben een beetje lui geweest (shhhh!). Ik heb het gewoon aan de kant gelegd zonder opnieuw te behandelen. Gisteren heb ik de vlek gewoon nat gemaakt, omdat ik denk dat de vlek nu eerder van de bruine zeep komt. En tijdens het schrijven van deze post, heb ik hem nu net nog eens nat gemaakt. Geduld is een mooie deugd.

Op dit moment is twee 3e van de ajour boord klaar. Dus nog maar een klein stukje verder. Dan kan ik afkanten en aan elkaar naaien. Ik zou graag nog een boord aan de mouwen breien. Daarna is hij af.

Maar ik ben eigenlijk aan het wachten tot die vetvlek er uit is. Als het me niet lukt, is het zonde van de tijd die ik er nog insteek om het af te maken. Maar aan de andere kant zou ik het beter afwerken, zodat ik het goed kan wassen en de vlek er kan uitkrijgen. Hmm, wat komt er eerst? De kip of het ei?

Quiet Bay MKAL (patroon door Ruth Nguyen-Sweet Georgia)

Spoiler alert! Wil je deze zelf nog maken, scroll dan even verder zonder kijken.

Maar natuurlijk heb ik niet stil gezeten. Het was al een tijdje geleden aangekondigd en nu is hij eindelijk gestart: de mystery knit along van Sweet Georgia. Een MKAL is een project waarbij je het eindresultaat nog niet kent. Elke week krijg je een stukje van het patroon. Je breit op jouw tempo tot het af is. Elke week dus een stukje om naar uit te kijken dus. En in 5 weken is het klaar.

Het is een goede leerschool om planning onder de knie te krijgen. De eerste tip bestaat uit 14 rijen. Dat wil zeggen als je iedere dag zou breien, je elke dag 2 naalden zal breien om de week er na klaar te zijn voor de volgende tip. Vorig jaar begon de Laurel Mist Shawl aan de top, maar deze keer begint het patroon aan de lange kant. Met andere woorden 14 rijen van ongeveer 520 steken. Het lijkt misschien niet veel. Maar pff, dat is het echt wel.

Maar ik heb het liever zo. Het ergste heb je dan al gehad. Ik weet nog zo vorig jaar dat die shawl klaar mocht zijn. Wat heb ik afgezien op die laatste rijen. Maar dit jaar ben ik niet te stoppen. Ik zit zelfs al voor op schema (dag planning). Vandaag brei ik de laatste rij die ik normaal gezien morgen gepland had. Ik kan er niet aan doen. Ik ben gewoon te enthousiast.

Ik weet dus nog wel even wat gedaan. Met wat ben jij op dit moment nog bezig?

Bronnen

Basis

Hoe verwijder je vetvlekken uit wol?

Ik heb per ongeluk iets doms gedaan. Er is wat vet op mijn t-shirt terecht gekomen en nu zitten er plekken op. Ik kan me zo over mijn kop slaan. Maar ja, het was niet express. Nu kan ik dus op zoek gaan naar manieren om het vet er uit te krijgen.

Snel zijn

Eén van de eigenschappen van wol is dat het vochtafstotend is. De vacht beschermt het schaap tegen regen en sneeuw. En die eigenschap komt nu goed uit. Als je snel genoeg bent, is het er nog niet volledig ingedrongen en kan je het vuil er nog afdoppen. Maar naar mate je langer wacht, zal je merken dat dit moeilijker gaat. Stilletjes aan dringt het vocht of vet er toch door.

Door de vezels is het lastig om vet te verwijderen als het er eenmaal in zit. Daarvan is breiwol nog iets anders dan stof. Als je het vet er weer wilt uit halen, is dat uit ieder vezeltje apart. Zeker als je werk al gebreid is, is dat een lastig klusje. Je hebt niet alleen de dikte van je draad, maar ook de dikte van je gebreide steek. Als je geluk hebt en snel was, zal je dit proces maar één keer hoeven te doen. Anders zal je het een paar keer opnieuw moeten proberen.

Niet wrijven

Wrijven is je vijand! Want wol heeft de neiging om te vilten als je erover wrijft. Nooit doen dus. De truc is deppen. Als je merkt dat het vocht of vet er nog wat opligt, kan je dat al afdeppen met een absorberende doek. Zoniet, kan je het eerst wat nat deppen voor je er product op doet.

Producten

Om het juiste product te vinden, heb ik eerst een logische vraag gesteld. Met wat verwijder je vet normaal? Meestal doe je dat met een ontvetter. Denk maar aan het simpel afwassen van vaat. Daar gebruik je Dreft (of een ander afwasmiddel) voor. Dus waarom eens niet proberen? Maar ik heb ergens ook nog een wit t-shirt liggen met vetplekken van zonnecreme. Hiervoor werd bruine zeep aangeraden. En tussen het zoeken naar tips online kwam ik ook natriumbicarbonaat en azijn tegen.

Afwasmiddel

Dit was het eerste wat bij me opkwam. Ik gebruik Dreft niet enkel voor de afwas, maar ook om ramen en spiegels te ontvetten en te wassen. Afwasmiddel is ook het product dat gebruikt wordt om het vette lanoline uit de vacht van een schaap te halen. Het is een van de stappen om wolvezels voor te bereiden voor het spinnen. Als het zo krachtig is, is het zeker eens de moeite waard om het uit te proberen.

Ik heb het er gewoon puur opgedaan. Gedept en niet gewreven, uiteraard. Dan eventjes laten inweken en nat gemaakt. Na het opdrogen was het resultaat al zichtbaar. Maar niet zo goed als ik had gehoopt. Je kon nog steeds de vlek zien. En toen begon ik te twijfelen. Zou ik het nog even opnieuw proberen of even online kijken.

Natriumbicarbonaat en azijn

Tijdens het zoeken kwam ik deze producten tegen. Je besprenkelt eerst de vlek met natriumbicarbonaat, laat het even inwerken en dan verwijder je het met een vacuümzuiger. Daarna dep je azijn op de vlek, opnieuw laten inwerken en steek je het met wolwasmiddel in de wasmachine op een wolprogramma.

Maar omdat ik geen vacuümzuiger heb en mijn project nog op de naalden zit, leek me deze optie niet zo interessant om uit te proberen. De azijn heb ik wel geprobeerd, maar met minder resultaat. Tja, je kan nu eenmaal niet niet verwachten dat als je een truc voor een derde uitprobeert, dat het dan magisch alles zal oplossen.

Maar in theorie zou het wel kunnen werken. Natriumbicarbonaat heeft de eigenschap om vet uit materialen te zuigen. Maar je wil natuurlijk daarna alles verwijderen. En dat gaat moeilijk zonder die vacuümzuiger. Misschien kan een stofzuiger een alternatief zijn, maar is dat wel zo handig? En azijn wordt ook als glansspoelmiddel gebruikt, wat de vette laag van glas verwijdert.

Bruine zeep

Maar na de Dreft en enkel het azijn te hebben geprobeerd, dacht ik plots aan die tip om zonnecreme vlekken uit kledij te verwijderen: bruine zeep. Het is een natuurlijke zeep, dat je in blok, pasta of vloeistof kan kopen en het is een echt wondermiddel. Gelukkig had ik er nog een beetje in de kast staan.

Ik heb hetzelfde proces gebruikt als bij de Dreft. Eerst puur op de vlek deppen, wat laten inwerken. Dan nat gemaakt en laten drogen. Dit keer was het verschil wel opmerkelijk. Maar de vetvlek was er nog niet helemaal uit. Dus ik heb nog wat werk voor de boeg. Dit trucje kan ik wel nog een paar keer herhalen.

Volgende keer zal ik sneller moeten zijn. Al hoop ik dat er geen volgende keer meer komt. In de toekomst let ik gewoon beter op. Al is dat natuurlijk makkelijker gezegd dan gedaan. Welk trucje gebruik jij om vet te verwijderen?

Bronnen

Steek van de maand

Schuine ajoursteek

Bijna, joepi, ik ben er bijna. Nog een paar rijen ajourmotief en mijn t-shirt is klaar. Dan nog enkel de boordsteek voor de mouwen en naden dichtnaaien. Voor ik aan het ajourmotief begon, ben ik nog even van gedacht veranderd en ben ik naar een andere steek overgeschakeld.

Schuine ajoursteek

Ik was niet zo overtuigd van mijn eerste keuze (de beginners ajoursteek), omdat ik vond dat die voor dit project toch teveel samentrok. Na een beetje zoeken, kwam ik bij de schuine ajoursteek. Deze trekt minder samen en geeft een mooier effect voor hetgeen ik wil bekomen.

De ene balkjes lopen naar links, terwijl het precies lijkt of de andere erachter naar rechts lopen. Zo bekom je een beetje een 3D-effect. Soms hoeft het niet ingewikkeld te zijn om iets speciaals uit te komen.

Niveau

Je hebt wel wat techniek nodig, maar op zicht is hij vrij eenvoudig in dit soort stijl van breien. Je hebt kennis nodig van 2 steken: omslag en rechts samenbreien. Deze twee steken herhaal je telkens opnieuw tot je op het einde van je rij bent. Dus op zich vrij eenvoudig. Na een paar rijen heb je het al zeker onder de knie.

Al heb ik er hier en daar toch wat last mee. Plots een steek laten vallen tijdens het rechts samenbreien. Waardoor ik een steek tekort had. Dan uitgetrokken en opnieuw gebreid, toen ik plots zag dat ik een steek teveel had. Maar ik zie de fout niet, dus die heb ik dan maar gecorrigeerd met nog een rechts samenbreien ipv twee gewone steken. Ik hoop dat het toch nog goed komt.

Basis van ajour

Ajour is een techniek waar je mindert en meerdert om een motief te breien. Minderingen doe je op twee manieren: rechts samenbreien en gedraaid rechts samenbreien. Het verschil zit hem in de richting van de steek die je maakt. Een rechts samengebreide steek leunt naar links, de andere naar rechts.

Meerderen doe je met de omslag. Hiervoor breng je de draad van achteren naar voren op de naald. Als je dan de volgende steek breit, zie je dat er een steek op de naald komt. Dit is zowat het eenvoudigste aan ajourbreien.

Je maakt dus telkens een meerdering waar je mindert. Op het einde van de rij zal je dus steeds hetzelfde aantal steken hebben. Als je er een teveel of tekort hebt, zoals ik (zucht), weet je dat er ergens een foutje in zit.

Je wisselt elke rij af. In de oneven rijen brei je de ajoursteek. In de rechte rijen brei je alle steken averechts als je heen en weer breit. Als je sinds vorige week de moed gevonden hebt om te leren breien met rondbreinaalden, brei je de even rijen gewoon rechts.

Ajour wordt heel vaak met een omschrijving en een tekening weergegeven. Als je de tekening volgt, is er ook een legende waar je kan zien welk tekentje voor wat staat. Als je een visueel geheugen hebt, kan het dan soms makkelijker zijn om dat te volgen.

Patroon

R = rechts
SAMBR = rechts samenbreien
O = omslag

Met rechte naalden

  • Zet een meervoud van 2 steken + 1 op.
  • Rij 1: 1R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: Brei alle steken averechts.
  • Rij 3: 2R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 4: Brei alle steken averechts.
  • Herhaal rijen 1 tot en met 4 tot je de gewenste hoogte hebt.

Met rondbreinaalden:

  • Zet een meervoud van 2 steken + 1 op.
  • Rij 1: 1R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij. 1R
  • Rij 2: Brei alle steken rechts.
  • Rij 3: 2R, *O, SAMBR*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 4: Brei alle steken rechts.
  • Herhaal rijen 1 tot en met 4 tot je de gewenste hoogte hebt.

Door in rij 3 een steek meer gewoon rechts te breien, zorg je ervoor dat de gaatjes verspringen. Zo krijg je het effect dat de beentjes schuin lijken te lopen.

De steek is bedacht door Brome fields. De originele omschrijving en video kan je hier vinden.

Toepassen

Door de omslagen maak je gaatjes in je werk. Je bent niet fout bezig. Dat is net de bedoeling. Daarom is deze steek heel geschikt voor zomerse items, zoals een shawl of een t-shirt. Maar eigenlijk kan je het overal toepassen waar je een siersteek in wil brengen. Patronen zijn vaak in katoen en dunnen naalden, maar kan eigenlijk naar wens toepassen.

Je houdt er best wel rekening mee, dat deze steek mooier uitkomt als ze wat meer opgespannen is. Zeker als je hem in het werk combineert met een tricotsteek. Maak een proeflapje om zeker te zijn dat je goed zal uitkomen. Het zou jammer zijn als dat niet zo zou zijn.

Engelstalige patronen

Veel ajourmotieven worden in het Engels weergegeven met speciale kortingen zoals YO, K2TOG of SSK. Laat je hierdoor niet afschrikken. Ze willen het volgende zeggen:

  • YO: Yarn over is een omslag
  • K2TOG: Knit two together is rechts samenbreien
  • SSK: Slip slip knit is gedraaid rechts samenbreien.

Hiermee kom je al een hele stap verder. Al zijn er nog een paar specialere. Hier kan je een handige en uitgebreidere lijst van de vertalingen vinden.

Ik ben er best tevreden mee, ook al ben ik een beetje aan het sukkelen. Het is maar door te oefenen dat je het leert, vind je ook niet?

Bronnen

Basis

Rondbreien voor iedereen

Voor mij is het nogal evident. Ik brei altijd met rondbreinaalden. Vele jaren geleden heb ik de overschakeling gemaakt, omdat er zoveel voordelen aan zijn. Maar dat is misschien niet zo voor iedereen. Dus wil ik het vandaag er toch nog eventjes over hebben.

Soorten

Er bestaan verschillende soorten rondbreinaalden. Welke je voorkeur zal hebben, hangt een beetje af van het project en je persoonlijke voorkeur. Voor sokken kunnen de sets van 4 of 5 handig zijn, voor grotere stukken ben je misschien makkelijker met de kabel. Maar misschien ligt één soort voor jou net iets beter in de hand. Aan jou de keuze.

Set van 4 of 5

Deze rondbreinaalden zijn dubbelpuntig en kan je krijgen per 4 of per 5 stuks. Je schuift dan telkens je steken op naar de punten dat je gaat breien. Ze bestaan in verschillende lengtes, zodat je wat kan aanpassen naar je project. Als je bang bent dat er steken af zouden vallen, kan je een stopje op de achterkant steken. Een stukje papier of tape is al voldoende.

Vaste rondbreinaalden met kabel

Dit zijn rondbreinaalden die vast hangen aan een kabel. Je hebt 2 enkelzijdige puntige naalden, net zoals je rechte naalden zou hebben. Je schuift de steken ook telkens door naar de andere punt. Ook deze bestaan in verschillende lengtes. Zowel van punten als van kabel.

Als je niet zo goed weg kan met het wisselen van de dubbelpuntige naalden, zou ik het niet onmiddellijk opgeven. Dit is een goed alternatief om te proberen.

Verwisselbare rondbreinaalden met kabel

Dit is eigenlijk mijn persoonlijke favoriet. Het principe is hetzelfde als de vaste soort, maar je kan de punten wisselen. Heel handig voor de boordsteek van een trui die je in een kleinere naald breit. Je kan dan de steken op de kabel houden en gewoon de punten wisselen.

Als je deze soort koopt, zit er een kleine pin mee in de verpakking. Je kan het gebruiken om de naalden aan te spannen of los te maken. Er zitten ook twee naaldstoppen bij. Als je net die naalden ook voor een ander project nodig hebt, kan je die op je kabel steken zodat je zeker bent dat de steken er niet zullen afvallen.

Voordelen

Zoals ik al zei, zijn er een heleboel voordelen. En hiervoor alleen zou ik je al aanraden om je rechte naalden aan de kant te leggen.

Minder belastend

Als je net als ik last heb van gespannen schouders en nekspieren, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je de rechtse naald niet onder je oksel hoeft te steken, trek je je schouder minder omhoog. Je kan dus veel ontspannender breien met je naalden voor je.

Het gewicht van je breiwerk is meer verdeeld over de naalden (of de kabel) en ligt meer in je schoot. Ook dat doet veel voor je polsen. En omdat ze korter zijn, kan je ze ook makkelijker bewegen. Gedaan met dat strakke, stijve gedoe.

Minder naden

O, van dit voordeel hou ik zo. Als je ook niet graag naden dichtnaait achteraf, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Omdat je steeds rechtdoor kan breien, kan je bij een trui bijvoorbeeld het voor- en achterpand in één stuk breien. Dat is je dan onmiddellijk al twee naden uitgespaard.

Je hoeft ook niet telkens de zelfkantsteek te doen. Dus elke rij brei je twee steken minder. Bijkomend voordeel is dus ook tijdswinst. Oké, ik geef toe dat je wel langer bezig bent aan dat ene stuk van je trui. Maar als het af is, heb je wel al het dubbel van je werk gedaan. Het is maar hoe je het bekijkt.

En omdat je gewoon door kan breien, heb je ook minder draadjes dat je achteraf hoeft in te naaien. Je spaart dus ook een beetje wol. Al is dat natuurlijk relatief. Je hoeft niet enkel aan het einde van je rij van bol te veranderen. Je kan dat ook in het midden van een rij doen. Persoonlijk doe ik het zelfs liever zo, omdat je de draadjes net nog iets beter kan wegwerken.

Plaatsbesparend

Als je liever meer plaats overhoudt voor je wol dan voor je naalden, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Zeker als je de soort verwisselbare met kabel neemt. Dan kan je investeren in een paar kabels en telkens de naalden wisselen.

Ze zijn ook kleiner dan rondbreinaalden dus nemen automatisch minder plaats in. Hier vind je meer ideetjes om ze op te bergen. Een bokaal is handig. Hou dan juist de paartjes wel goed bij elkaar. En als je ze wil meenemen naar je breiclub, kan je ze in een handige etui stoppen.

Tricot is altijd rechts

Als je niet zo van die averechtse steek houdt, zijn rondbreinaalden voor jou echt ideaal. Als je een trui of sokken breit, hoef je niet telkens te keren. Dat wil zeggen dat je voorkant steeds vooraan blijft en je kan blijven rechts breien.

Als je een verschillende spanning maakt op de draad tussen de rechtse en averechtse steek kan dit een hele mooi bonus zijn. Want je werk zal er veel effener uitzien. Zo word je in geen tijd een pro.

Tips

Stekenmarkeerder

Deze zou ik toch zeker aanraden. Als je steeds rechtdoor breit en niet meer keert, kan je het begin van je rij kwijtraken. Een stekenmarkerder kan je helpen telkens dat begin terug te vinden. Je kan er makkelijk zelf maken met een draad in een ander kleur. Je maakt in een klein stukje een knoop, zodat je een lusje krijgt.

Opletten bij siersteken

Omdat het voorkant van je werk steeds vooraan is, maak je siersteken (combinaties tussen rechtse en averechtse steken) anders. Over het algemeen verander je een averechtse steek in een rechtse, maar ik zou je toch aanraden om te kijken naar hoe de lusjes op je naald zitten. Als je lusje aan de achterkant hoort, brei je een rechtse. Het hangt een beetje af van steek tot steek. Meestal wordt dat wel goed uitgelegd in je patroon.

Ook voor rechte stukken

En dan wil ik nog een mythe de wereld uithelpen. Je kan perfect rechte stukken maken met rondbreinaalden. Het enige wat je dan wel doet, is keren. Een rechte sjaal is dus perfect te breien met rondbreinaalden. En misschien ook een goed project om het gevoel onder de knie te krijgen.

Ik hoop dat ik je toch kon overhalen om er eens over na te denken. Wanneer maak jij de overschakeling?

Bronnen

Inspiratie

Comfort Patterns

Vrijdag kreeg ik mijn tweede coronaprik. Al had ik niet zoveel last van de eerste, deze tweede valt me toch een pak erger. Een goed idee om even gas terug te nemen en gewoon niets te doen. Om het allemaal wat aangenamer te maken, wil ik deze week een paar comfort patterns met jullie delen.

Textured Puff Stitch Crochet Blanket (door Krista Cagle)

Niets beter om onder een dekentje in de zetel naar een film te kijken als je je even niet goed voelt. Dit patroon is eenvoudig en kan je snel haken doordat er een dikkere wol gebruikt wordt. Op het eerste moment kan de puff stitch moeilijk lijken, maar ze wordt heel mooi uitgelegd.

Cozy Hygge wrap (door Red Heart)

Zie je er wat tegenop om een volledig dekentje te maken. Dan is dit een mooi alternatief. Onder deze wrap kan het ook heel gezellig zijn, maar je kan hem evengoed gewoon rond je schouders dragen om je warm te houden.

Snowy Day sokkenpatroon (door Brome Fields)

Oh zalig, geen koude voeten met deze mooie sokken. Ideaal voor de beginnende breier, want het sokkenpatroon heeft geen hiel. Dus een leuk patroon dat gemakkelijk te maken is. Misschien probeer ik deze nog wel eens, want ik heb nog veel te leren over sokken breien.

My Big Comfy Ribbed Cardigan (door Mama In A Stitch)

Deze cardigan is zo comfortabel dat je hem niet meer wil uitdoen. Lekker oversized en makkelijk te breien, omdat dezelfde twee rijen steeds herhaald worden. Je kiest zelf hoe lang (of kort) je hem wil maken.

Cozy at Home Crochet Along (door Undergroud Crafter)

Deze vind ik echt top, ook al is hij dit jaar al afgelopen. Iedere week kan je een patroon vinden om je huis gezelliger te maken en om te toveren tot een echte thuis. Maar het mooie is dat je op je eigen tempo kan werken. Hiermee ben je wel even zoet, maar voel je je zeker beter.

Wie heeft comfort food nodig, als er zoveel patronen bestaan om je beter te laten voelen?

Bronnen

Basis

Waarom prikt wol soms?

Nu de Tour de Fleece bijna afgelopen is, kan ik even reflecteren op de wol die ik gesponnen heb. En wat me vooral opvalt is dat het prikt. Wat jammer is, want ik wou er een trui of poncho van maken. Wat eigenlijk ook niet realistisch is, want ik heb maar een beetje meer dan 75g. Al ga ik door met het spinnen van de wol die ik nog over heb. Maar wat ik me dus afvraag: waarom prikt wol?

Taboe

Sommige mensen gaan er van uit dat alle wol prikt, maar breiers en hakers weten wel beter. Volgens mij is er toch wel een taboe over. Een tijdje geleden wou ik een trui maken voor mijn mama. Maar dat wou ze niet, omdat die zou prikken. Ik heb voor haar een trui gemaakt die lekker zacht was en niet prikte.

Persoonlijk wil ik meestal het tegendeel bewijzen aan mensen die zeggen dat wol prikt. Maar als ik heel eerlijk ben, moet ik toegeven dat wol echt wel kan prikken. Veel hangt af van de soort wol, denk ik. Maar ook met je eigen ervaring met prikkende wol. Maar wat zorgt er dan juist voor dat prikkende gevoel?

Micron

De clou zit hem in de dikte van de wolvezel. Als we puur naar schapenwol kijken, zijn er al zoveel soorten die leven over de ganse wereld. Schapen in een warm klimaat hebben dunnere vezels dan schapen in een koud en regenachtig klimaat.

De dikte van wol wordt gerekend in micron. Hoe kleiner de micron, hoe zachter de wol. Een merinowol van een schaap in Spanje zit ongeveer rond 10 micron. Wol van een Shetlandschaap is ongeveer 40 micron. Dat is al een enorm verschil. We merken dat wol begint te kriebelen rond 19 micron.

Dit is dus zeker het overwegen waard wanneer je de keuze van wol voor je project maakt. Alles dat rechtstreeks in contact komt met de huid wil je dus lager houden dan die 19 micron. Voor andere projecten, zoals een tapijt of mandjes, kan je gerust wol met een dikkere micron gebruiken.

Daarnaast is het ook goed om te weten dat wol kleine schubben en weerhaakjes heeft. Ook die kunnen zorgen voor het prikkende gevoel. En de ene huid is de andere niet. Soms ben jij gewoon die ene die er iets gevoeliger voor is. Maar misschien is je huid niet gevoeliger voor de wol, maar voor de lanoline. Dat is het vet die er voor zorgt dat schapen droog blijven. Een goeie ontvetter kan hierbij al helpen.

Hulpmiddeltjes

Je kan natuurlijk kiezen voor een alternatief garen. Plantaardige garen van katoen of linnen zullen veel minder prikken. Omdat ze ook lichter zijn, zijn ze wel eerder geschikt voor zomerse projecten. Zijde en mohair zijn twee garens die van nature ook heel zacht zijn. Je kan ze eventueel zuiver kopen, of gaan voor een combinatie met schapenwol. Ben je niet helemaal zeker? Doe dan een test als je in je favoriete wolwinkel bent door de wol even tegen je huid te houden. Je zal al snel merken wanneer die voor jou prikt.

Maar heb je net die prachtige wollen trui af en merk je bij het dragen dat die kriebelt? Dan wil je die natuurlijk nog steeds kunnen dragen. En daar bestaan hulpmiddeltjes voor (dank je wel Tante Kaat).

  • Maak je trui nat en leg hem een nacht in de diepvriezer. Na het ontdooien en droger zal de wol minder kriebelen. De vezels trekken samen door de kou.
  • Doe een beetje azijn bij het wassen. Die maakt de wol onmiddellijk zachter.
  • Omdat de vezels van wol goed lijken op menselijk haar, help conditioner ook. In water met conditioner leggen, laten intrekken en 30 minuten wachten. Daarna uitspoelen en laten drogen.

En ook nog deze belangrijke tip. Niet krabben! Want dan wordt de jeuk alleen nog maar erger.

Conclusie

De wol die ik koos voor het Tour de Fleece spinproject is Blauwe Texelaar. Die heeft een vrij grove microndikte (tussen 30 en 35 micron). Met wat we nu geleerd hebben over wol, weet ik dat ik het echt niet voor een trui mag gebruiken. Ik zal dus nog eens goed nadenken over wat het dan wel zal worden. Al zal ik in de toekomst er iets meer mindfull mee omgaan. En eerst nadenken over mijn project en daar dan de geschikte wol voor kiezen.

En? Heb ik je kunnen overtuigen om je mening over prikkende wol te herzien?

Bronnen

Steek van de maand

Boordsteek

Deze week was ik bezig met de opzet voor mijn zomerse T-shirt, toen ik plots begon na te denken over de boordsteek. Het is zoiets eenvoudigs, maar er zit zoveel techniek achter.

Wat me opviel

Omdat het niet de bedoeling is dat het onderaan te aansluitend zou worden, had ik besloten om met dezelfde dikte van naald en het normale aantal steken op te zetten. Wat volledig anders is van wat ik normaal zou doen. In elk patroon dat je tegenkomt zie je dat de boordsteek in een kleinere naald gebreid wordt en dat je in de eerste rij na de boordsteek een aantal steken meerdert. Maar waarom juist?

En nu weet ik het uit ervaring. Door het afwisselen van rechtse en averechtse steken, krijg je een soort franje. En als je te veel steken hebt ten opzichte van je tricotsteek (of andere steek dat je op dat moment breit), dan wordt die heel uitgesproken.

Ik dacht altijd dat de boordsteek van nature in elkaar trekt. En dat is wel zo voor een deel. Maar nu heb ik dus geleerd dat het ook te maken heeft met de verhouding tot het gewone deel van je project.

Niveau

De boordsteek is een heel belangrijke steek. Maar ondertussen is hij zo evident geworden dat ik er eigenlijk niet meer bij stil sta. Het is een steek die je vanaf je start als brei(st)er onder de knie wil krijgen. En gelukkig is ze echt niet zo moeilijk.

Ze zorgt er voor dat je rand niet opkrult en dat je trui/muts/… mooi aansluit. Maar het is dus belangrijk om hem goed toe te passen. Om ervoor te zorgen dat je boord elastisch wordt, wil je verticale lijnen creëren. En dat doe je door alle v-tjes aan dezelfde kant en alle lusjes aan de andere kant te hebben. En dat effect bekom je met rechte naalden anders dan met rondbreinaalden.

Soorten

Er zijn verschillende soorten boordsteek. De meest gekende zijn 1×1 en 2×2, maar voor mijn droomtrui gebruikte ik de gedraaide rechtse steek in de boord. Maar ook een siersteek kan.

Maar welke boordsteek is nu de juiste voor jouw project. Je kijkt hiervoor naar een aantal factoren: het effect dat je wil bekomen, het soort wol dat je gebruikt en de steekverhouding.

Als je enkel wilt dat je rand niet opkrult, kan je kiezen voor de siersteek. Kies gewoon een motief dat effen ligt. Of met andere woorden waar er evenwicht is tussen voor- en achterkant van je werk. Zoals bijvoorbeeld een gerstekorrelsteek of rijstpapsteek. Goh, je hebt zoveel keuze. Of je kan een sier in je boordsteek verwerken.

De dikte van de wol geeft een bepaalde steekverhouding die na berekening eerder aanleunt bij deelbaar door 2 of deelbaar door 4. Maar over het algemeen gebruik je bij dikkere wol de 1×1 boordsteek en bij dunne wol de 2×2 boordsteek. Wil je een elastischere boord, kies dan voor 1×1.

Op zich wordt de boordsteek onderaan de trui hetzelfde gebreid als bovenaan de trui. Al pak je het anders aan. Onderaan brei je hem onmiddellijk mee, want je start er mee. Als je aan de hals een boordsteek maakt, zet je eerst de verschillende delen aan elkaar en neem je dan het gewenste aantal steken op.

Patroon

1×1 boordsteek

Boord van mijn raglantrui

R = rechts
AV = averechts

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1AV, 1R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 2)
  • Rij 1: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *1R, 1AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

2×2 boordsteek

Boord van mijn zomers T-shirt

Met rechte naalden doe je het zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2AV, 2R*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Met rondbreinaalden zo:

  • Zet een even aantal steken op (deelbaar door 4)
  • Rij 1: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Rij 2: *2R, 2AV*. Herhaal tot het einde van de rij.
  • Herhaal rijen 1 en 2 tot je de gewenste hoogte van je boord hebt.

Gedraaide boordsteek

Boord van mijn droomtrui

Het enige dat je nu veranderd is dat je de rechtse steek door de achterste lus breit. Zo draai je eigenlijk de steek om tijdens het breien. De averechtse steek brei je gewoon. Je kan dit zowel toepassen in de 1×1 als in de 2×2 boordsteek. Het geeft een speciaal effect aan je boord. Zeker het proberen waard.

Strak, strakker, strakst

Een goeie boordsteek zorgt er dus voor dat je project mooi aansluit. Maar zoals ik al aangaf, zijn er bijkomende opties die er voor zorgen dat ze nog meer aansluit.

Gebruik een dunnere naald. Die zorgt dat je steken dichter opeen zitten en wat meer spanning geven. Je kan gaan tot een of twee nummers dunner dan de naalden waarmee je het project zou gaan breien.

Zet minder steken op. Deze tip vind je in alle truipatronen terug. In de eerste rij na de boordsteek maak je dan meerderingen, zodat je de gewenste breedte van je project bekomt. Omdat je minder steken in de boord hebt, is die smaller en sluit ze beter aan.

Pas de gedraaide boordsteek toe. Omdat je de rechtse steek omgekeerd breit, is de lengte van de draad tussen je rechtse en averechtse steek korter. Zo krijg je opnieuw wat meer spanning.

Nooit zal ik nog hetzelfde denken over die ouwe saaie boordsteek. Had jij kunnen denken dat er zoveel achter schuil ging?

Bronnen

Inspiratie

Gezwicht voor een tussendoortje

Oké, ik geef het toe. Ik ben gezwicht. Het is eventjes tijd voor een klein project tussendoor. Die raglantrui zal wel afraken, maar ik heb even een boost nodig van een project dat beter en sneller zal gaan.

Daarom ben ik gisteren op speurtocht geweest naar nieuwe wol. Ik had een petrolblauwe kleur in mijn hoofd. Maar ik ben met iets volledig anders naar huis gegaan en ik ben heel blij met mijn vondst.

De speurtocht

En eigenlijk was die kleur niet het enige dat ik in mijn hoofd heb. Ik wil al langer eens een T-shirt breien. Gewoon rechtdoor, met bovenaan een boothals en een ajourmotief. Iets luchtigs voor de zomer eigenlijk. Dus kwam ik uit bij katoen.

Ik vond die petrolkleur bij Catania Originals van Schachenmayr, maar ik vond de zachtheid niet ideaal voor dit project. Deze wol is wel heel geschikt om amigurumi te maken, omdat ze iets steviger is. Maar voor een T-shirt, mag het iets zachter aanvoelen, dacht ik.

Het gaat er om de beste wol voor het project dat je in gedachten hebt te vinden. Dus ging mijn ogen over de andere rekken met katoenwol. En ze vielen op Missouri van Katia in een rode kleur. Het klikte meteen. Dit is de ideale wol, dacht ik. Ze bestaat uit 60% katoen en 40% acryl (ja, ik weet het, ik ben gezwicht voor acryl), waardoor ze lekker zacht is.

Het patroon

Iets zomers, gemakkelijk en snel te maken maar ook gemakkelijk en zacht om te dragen. Dat had ik in mijn hoofd. Maar omdat sommige dingen in je hoofd iets anders kunnen uitkomen in realiteit, zet je het dus best eerst op papier. Zeker wanneer je zelf het patroon maakt.

Mijn patroon bestaat uit tricotsteek die bovenaan overgaat in ajour. Er komen geen meer of minderingen aan te pas. Gewoon rechtdoor. Zo komt er een kleine mouw aan, zonder te veel gedoe of naaiwerk. Ideaal voor een beginner, maar ook voor een gevorderde die eventjes iets tussendoor wil maken.

Omdat tricotsteek krult (nee, nu zal ik het niet snel meer vergeten) wil ik onderaan en aan de mouwen toch nog een stukje in boordsteek breien. Maar ik wil het wel fijn houden.

En om zo weinig mogelijk naaiwerk te hebben, wil ik zoveel mogelijk rondbreien. Enkel het stuk tussen de armen zal heen en weer gebreid worden. Want ja, dat kan natuurlijk niet anders. En omdat alles rechtdoor is, wil ik ook niet sukkelen voor de hals. Dus wordt het een boothals.

Voor het ajourstuk heb ik al een tijdje zitten zoeken naar geschikt patroon. Dat was niet zo eenvoudig, omdat je ook rekening dient te houden met de richting waarin je werkt. Wil je van links naar rechts werken of van onder naar boven? En hoe komen de herhalingen dan uit?

Daarom wou ik voor een ajourmotief gaan die niet specifiek een zichtbare overgang tussen de herhalingen heeft. En ik ben terecht gekomen bij de beginners ajoursteek (Dag 3 van de 21-dagen ajourmotiefsteken) van Brome Fields. Opnieuw eenvoudig en snel.

Inspiratie

Meestal is een beeld al genoeg om je fantasie de vrije loop te laten. Voor mij was dat dit beeld:

Dit is de Mirin Tee (patroon door Tabetha Hedrick) die gebruikt wordt in de les over perfect fit. Al zie ik liever een ajourmotief bovenaan en wil ik het hier en daar toch nog iets anders aanpakken. Deze foto is dus eigenlijk enkel mijn inspiratiebron.

Volgende stappen

Nu ik de wol en het patroon heb, kan ik mijn patroon verder plannen aan de hand van mijn voorbereidingschecklist.

Daarna wil ik mijn proeflapje breien. Er staat aangegeven om met naald 3-3,5 te breien. Maar ik ben een beetje vergeetachtig geweest en heb te laat beseft dat ik die diktes nog niet heb in rondbreinaalden. Dus wil ik het eerst proberen met de nummer 4 rondbreinaalden, die ik wel heb liggen.

Pas daarna kan ik verder met effectief maken van het stuk. Ik weet dus alweer wat me te doen staat. Ik kijk er zo naar uit! Maar ik beloof je dat ik het raglanproject niet opgeef. Dit is gewoon een tussendoortje. Heb jij daar soms ook gewoon eens nood aan?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Two of a kind

Oei, nu zit ik helemaal in de knoei. Weet je nog dat ik problemen had met de hoeveelheid wol voor de mouwen van mijn raglantrui? In een poging om het in orde te krijgen, heb ik iets gedaan wat ik dacht dat me ging helpen, maar die misschien het averechtse effect had.

In de knoei

Normaal gezien brei ik de 2 mouwen van een trui altijd tegelijkertijd. Zo weet ik dat ze echt identiek zijn. Maar omdat ik met een verschillende minderingen op het voor- en achterpand zit, dacht ik dat het te moeilijk zou zijn. Misschien zou ik te veel fouten maken. Dus besliste ik om de mouwen apart te breien.

Ik had al vastgesteld dat ik niet genoeg wol zou hebben voor een volledige mouw, dus was ik overgeschakeld op plan B (of was het nu al C) en koos ik voor driekwartmouwen. Ik had uitgerekend dat ik voor elke kleur 28 rijen nodig had en dan voor de boord in bruin, zou ik 15 rijen kunnen breien (gelijk aan het voor- en achterpand). Ideaal dus in mijn hoofd.

Maar na de 23e rij van de groene kleur begon ik opnieuw schrik te krijgen. Zou ik nog genoeg wol overhebben voor mijn 2e mouw? En dan begon ik me af te vragen hoe je dat eigenlijk kan weten. Wel, normaal gezien pas ik hier een trucje voor toe. Maar waarom heb ik het dan niet gedaan?

Bollen halveren

Ik denk dat ik dit geleerd heb tijdens het maken van mijn eerste paar sokken, al ben ik dat niet meer zeker. Om te weten dat je zeker genoeg zal hebben voor 2 gelijke stukken, weeg je je wol op voorhand. En dan is het heel simpel. Je maakt twee bollen met elk de helft van die wol.

Ja, zo simpel is het echt. Maar waarom had ik het dan niet gedaan? Ik dacht misschien aan verspilling. Want eigenlijk kan je het met een gewone keukenweegschaal nooit volledig juist hebben. Het kan zijn dat je ene bol toch net iets groter is dan de andere.

Dus het kan dat ik met de ene bol toch een rij meer zou kunnen breien, dan met de andere. En dus is er geen garantie. Tja, misschien wil ik het weer te goed doen. In het verleden werkte het wel prima.

Een ander trucje

In plaats van de bollen te halveren, ben ik aan mijn tweede mouw begonnen. Toen ik aan rij 23 van mijn tweede mouw uitkwam, had ik dus nog een stuk over. Maar hoe zou ik nu weten of ik nog genoeg zou hebben om op elk een rij te breien?

Toen dacht ik terug aan een trucje bij de lange draad opzet. Om te weten hoeveel wol je nodig hebt om op te zetten, draai je de wol zoveel keren als je steken wil opzetten om de naald. Normaal gezien kom je dan toe, al heb ik gemerkt dat ik toch nog wat extra nodig heb.

Dit trucje heb ik nu toegepast op het stuk wol tussen de 2 mouwen. Ik wou echt het werkelijke midden bekomen. Maar het is dus iets anders uitgedraaid. Want ik rekende uit dat ik op elk nog 2 rijen zou kunnen breien. Dit is het resultaat na die 2 rijen:

Het is dus heel kort geworden. En dat draadje moet ik dan nog in 2 delen en inwerken. Hmmm, dat zal me niet lukken.

Terug naar het begin

Volgens Watercolours and lace is er een andere oplossing en het begint eigenlijk al bij de voorbereiding van je project: het proeflapje. Eigenlijk kan je er nog meer info uit halen dan enkel het aantal steken en rijen, wolgewicht, naalddikte en of je de steek mooi vindt. Je kan er ook uithalen hoeveel wol je hebt gebruikt voor één rij. Dit had ik zelf nog niet bedacht. Bedankt voor de goeie tip.

Je doet het zo. Je weegt je bol voor je start. Dan brei je de rij en weeg je de bol opnieuw. Zo weet je hoeveel wol je voor dat aantal steken hebt gebruikt. En nu kan je het omrekenen naar het aantal steken die je op je naald hebt. Een klein beetje wiskunde, maar wel de meest efficiëntste manier, lijkt me.

Compromis

Maar voor mij is het nu misschien te laat. Want ik heb het niet opgeschreven tijdens het maken van mijn proeflapje. Dus wat zal ik doen?

Zou ik de draad doorknippen en inwerken? Die eindjes zijn echt heel kort. Nee, de kans dat ze zullen loskomen is te groot. Ik wil geen gaten in mijn prachtige raglantrui. Ik wil er heel lang van kunnen genieten.

Dus denk ik dat ik toch misschien van elke mouw een rij terug uithaal. Oké, ik heb dan misschien wel een beetje overschot, die ik liever niet zou hebben. Maar dat is nog altijd beter dan gaten. En ja, dan heb ik niet genoeg rijen in mijn kleurstrook. In plaats van 28 heb ik er dan maar 24. Is dat het einde van de wereld?

Ik denk dat het een goeie compromis is. En als ik het nu zo bedenk, misschien kan ik bij de andere kleuren een rij extra breien om de lengte te compenseren. Als de ideale weg niet mogelijk is, is het soms een beetje creatief zijn. En een beetje wabi sabi kan geen kwaad.

Zo zie je maar. Nooit opgeven. Voor alles is er een oplossing. Die raglantrui krijg ik af! Ooit. Ja toch?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Halverwege

Het is bijna zover. We zijn al weer bijna halfweg het jaar. Het ideale moment om al eens terug te blikken op de plannen die ik maakte in het begin van het jaar. Zit ik goed op schema of loop ik hopeloos achter? Ik hoop op het eerste, maar ik vrees voor het laatste.

Zoals altijd begin ik met goeie moed en boordevol enthousiasme aan nieuwe projecten, maar ik werk ze moeilijk af. Daarom staat dit jaar in het teken van bewuster omgaan met die projecten. Wat wil ik allemaal maken en waarom? Als ik het dan even niet meer weet, kan ik er weer op terug komen.

Het plan voor 2021

Ik had een tiental projecten uitgekozen:

  • Sweet honey sjaal
  • Raglan trui
  • Snowy day shawl
  • Afdelingssjaal Harry Potter
  • Kersttrui Harry Potter
  • Uilen posttrui Harry Potter
  • Scheurbek trui Harry Potter
  • Deken van lontwol
  • Planned pooling sjaal

Als ik er nu op terug kijk, zijn dat veel sjaals en truien. Toen ik de lijst maakte, had ik de truienmicrobe echt te pakken. En als ik nu de foto’s opnieuw bekijk, vind ik ze nog altijd prachtig en wil ik ze nog altijd maken. Maar misschien wil ik toch wat meer variatie. En misschien ook wat kleinere projecten die sneller klaar zijn.

Tot nu toe

Sweet honey sjaal

Maar laten we eerst eens kijken hoe ver ik al gekomen ben. De Sweet honey sjaal is af. En wat is die prachtig. Ik hou ook heel erg van de kleur.

Ik zou nog een bijkomende muts en handschoenen kunnen maken, want ik heb nog wat wol over. Maar ik moet nog eens uitzoeken hoe ik de bijencelsteek juist kan minderen. Omdat het een herhaling is van 4 steken, brei ik misschien beter 4 in plaats van 2 steken samen. Als ik er zin en tijd voor heb, begin ik aan een proeflapje.

Raglan trui

Hier ben ik nog steeds aan bezig, mijn werk in wording. Ondertussen zijn voor- en achterpand af. Nu ben ik bezig met de mouwen. Nadat ik opnieuw begonnen ben aan de mouwen, heb ik opnieuw vastgesteld dat ik te weinig wol heb om beide mouwen te breien. Deze keer heb ik bruin te kort. Dus is het plan C geworden: kortere mouwen. Ik stond er eerst niet voor te springen, maar het alternatief is de trui niet afwerken. Dus kies ik voor kortere mouwen. Natuurlijk!

Snowy day shawl

Deze sjaal wou ik meer als inspiratie gebruiken om een geheim project uit te werken. Maar ik zit nog wat vast op de praktische kant van de zaak. Het zou grotendeels uit tricotsteek bestaan, maar ik was helemaal vergeten dat die niet ideaal is voor een platte sjaal. Oeps.

Ik ben dus nu volop bezig met brainstormen over hoe ik het concept kan herwerken. De wol heb ik al. Dus ligt de hoeveelheid wol al een beetje vast. Ja, ik kan er bijkopen. Maar misschien is er dan een kleurverschil. Verder kan ik er nog niet veel over zeggen.

Nieuwe inspiratie

Mijn brei-inspiratie staat helaas niet stil. En ik heb alweer een paar toffe nieuwe projecten gezien. En eigenlijk kriebelen die iets meer.

De Gardengate trui (patroon door Jennifer Steingass)

Ja, sorry, ik kan er niets aan doen. Weer een trui. Maar wat een prachtige jacquardtekening is dat. Ik kan er uren naar kijken. En ik wil die zeker maken.

Laia (patroon door Isabell Kraemer)

Er bestaat een model met lange mouwen, maar ook met korte mouwen die ideaal is om in de zomer te dragen. Ik zou kunnen werken met katoen ipv wol, zodat het nog luchtiger is. Net omdat de mouwen zo kort zijn, is dit misschien wel een van die snelle projecten die ik nu kan gebruiken.

Heathered Sunset (patroon door Tabetha Hedrick)

Misschien wil ik toch nog eens een driehoekige shawl proberen. Deze kan echt een goeie oefening zijn om mijn ajourtechniek nog wat verder te oefenen. Ik weet nog dat mijn vorige shawl me op het laatste toch veel zweet en tranen (geen bloed) heeft gekost. Maar met deze wil ik het misschien nog eens proberen.

Al komt de nieuwe MKAL (Mystery Knit Along) van Sweet Georgia er in september weer aan. Misschien wil ik die wel maken. Net het niet weten hoe het er zal uitzien en telkens een klein stukje doen, spreekt me toch wel aan. Op de een of andere manier vermindert dat de stress om het project te moeten afwerken. Je bent bewuster bezig met elk stukje.

Painted Rose (patroon van Drops Design)

Heel toevallig kwam ik langs dit patroon. Het is een eenvoudige trui, maar net omdat hij met drie draden samen gebreid wordt, krijg je een heel mooi effect. Ja, deze wil ik toch ook graag maken.

Spinnen

En ik wil een heleboel spinnen dit jaar. De zomer is ideaal om de wol te maken die ik in de winter wil breien. Al besef ik maar al te goed dat je voor een trui veel wol nodig hebt en een spindel niet zo snel is als een spinnewiel. Maar ik heb goeie moed. Ik zie wel hoe ver ik kom.

Conclusie

Er zijn dus alweer nieuwe patronen die ik wil maken. Maar als ik het zo bij elkaar zie, stel ik vast dat het alweer truien en sjaals zijn. Hmm, ik sta nu weer even ver. Zou ik dan toch niet beter bij mijn origineel plan blijven? Maar het kriebelt zo erg om die nieuwe patronen te maken. Ik sta echt voor een dilemma hier. Wat zou jij doen?

Bronnen

Basis

Verliefd op spinnen

Vandaag wil ik even iets anders met je delen. Aan de hand van filmpjes en veel onderzoek ben ik stilletjes aan de kneepjes van spinnen aan het leren. Tot nu toe had ik nog niet het zelfvertrouwen om hierover te schrijven. Maar nu is mijn wol af en ben ik zo enthousiast.

Tot een tijdje terug stond ik er niet echt bij stil wat het proces inhoudt om tot de wol die je in de winkel kan kopen te maken. Maar tijdens het thuis zitten in lockdown vorig jaar, had ik echt nood aan een nieuwe uitdaging. Dus ben ik (nog eventjes voorzichtig) gaan uitzoeken hoe wol gesponnen wordt en of ik dat eventueel zou kunnen.

Fibre en twist

Wat je nodig hebt zijn vezels. Zoals je verschillende soorten wol hebt, heb je ook verschillende soorten vezels. Die vezels hebben twist nodig om hun kracht te behouden. Dus heb je ook een toestel nodig om die twist aan te brengen.

Denk maar aan het klassieke spinnewiel. Maar er zijn ook nog andere mogelijkheden. Omdat het toch over een serieuze investering gaat, wou ik zeker weten of ik het zou blijven verder doen. Dus ben ik begonnen met een spindel. Er bestaan hangende en ondersteunende spindels. Ik koos voor een beginners hangende spindel. Heel eenvoudig.

Dan was het even zoeken om de vezels te kunnen uittrekken, zodat je een mooi effen draad maakt. Hier heb ik toch eventjes op vast gezeten. Maar ik had voor mezelf besloten dat ik de eerste bol vezels volledig mocht verprutsen. Je kan natuurlijk niet onmiddellijk een professional zijn wanneer je net een nieuwe techniek aan het leren bent.

Singles en plying

De draad die je zo maakt wordt een single genoemd. Omdat die twist geeft, krult hij op als je die niet onder spanning houdt. Daarom (en ook voor de sterkte) worden er meerdere singles samengevoegd door in de omgekeerde richting te draaien. Dit wordt plying genoemd en zorgt er voor dat er opnieuw balans is.

Oke, het krult nog altijd op als je de spanning wegneemt, maar als je het nog even in heet water legt, is dat opgelost. Nu heb je wol waarmee je kan breien, haken of zelfs kan weven.

Controle

Je hebt controle over de kwaliteit van je wol. Je maakt hem zo dik en zo sterk als je zelf wil. In het begin is dit nog niet zo eenvoudig. Dus oefenen, oefenen en nog eens oefenen is hier de boodschap. Maar wel een goeie hobby voor een controlefreak als ik.

Persoonlijk vond ik fijn en gelijkmatig spinnen het belangrijkste. De eerste was dan misschien niet zoals ik het wou hebben, ik was toch al trots dat het me lukte. De tweede vind ik zelf al heel goed voor een beginnende spinster.

Je kan er voor kiezen om je single al wat dikker te maken als je dikke wol wil hebben. Dan heb je genoeg aan 2 singles om tot je eindresultaat te komen. Maar ik wou eerst leren fijn werken. Dus heb ik gekozen om er 3 te combineren. Je kan zelfs nog meerdere bij elkaar nemen ook. Jij kiest, fantastisch toch!

Onthaasten

Wat ik er net zo zalig aan vind, is dat het traag gaat. Als ik brei wil ik altijd een snel eindresultaat. Ik ga soms over op haken, omdat dat nog sneller gaat. Maar spinnen is voor mij zen. Je wil telkens zo weinig mogelijk vezels nemen, zodat je er lang mee wil doen. En ik kan mijn gedachten even laten voor wat ze zijn als ik bezig ben.

Maar nu ik weet hoe mooi het eindresultaat kan zijn, kijk ik ook al uit naar het plyen. En dan achteraf kunnen zeggen dat je zoiets prachtigs gemaakt hebt, zalig gewoon. Je kan dan gaan nadenken wat je met die wol wilt maken. Dan heb je eigenlijk dubbel plezier. Driedubbel als je dan ook nog het plezier van het dragen of gebruiken er bij optelt.

Struikelblok

Maar niet alles is rozegeur en maneschijn natuurlijk. Ik heb heel veel moeite gehad om vezels te vinden. Ik heb nog steeds geen winkel gevonden. Maar online kan je er wel vinden. De meeste vezels die je online vindt, komen wel uit Amerika of het Verenigd Koninkrijk.

Maar dat is een heel eind om vezels te vervoeren. En omdat je het invoert in de EU, betaal je er ook nog eens invoerkosten op. Ook niet ideaal. Uiteindelijk ben ik terecht gekomen bij Pure Wol uit Nederland. Ik heb er onmiddellijk besteld voor mijn verjaardag.

Ik woon in de westhoek waar heel veel schapenboerderijen zijn. Ik probeerde er al een aantal aan te spreken, maar tot nu toe zonder succes. Ik blijf toch proberen. Want het zou mooi zijn als ik plaatselijke wol zou kunnen gebruiken. Maar dan heb ik nog wat werk voor de boeg. Want ik weet nog niet hoe ik de ruwe wol kan bewerken om ze spinklaar te krijgen. Op naar het volgende onderzoek dus.

Uiteindelijk wil ik wel op een spinnewiel leren spinnen, want ik ben nu echt wel zeker dat ik het wil blijven doen. Ik heb hier nog een oud model staan, die ik vroeger eens op de rommelmarkt gevonden heb. Vol goeie moed zat ik al klaar. Maar ik heb een stuk tekort, waardoor de wol niet opwindt. Toch wel jammer, maar ik zal er wel een oplossing op vinden.

Spinnen is een ambacht dat ik nog niet veel tegenkwam. En als ik het wel al eens zag, was ik er toen ook al door gefascineerd. Heb jij er ervaring mee? En is het iets dat je zou willen proberen?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Soorten mouwen

Vandaag wil ik het nog even over truien breien hebben. Ik had het eerder al over hoe je zelf een patroon kan maken door de verschillende stukken van een trui uit te kiezen. Ik ben nog steeds bezig met het breien van mijn raglantrui. En wat er daar zo speciaal aan is, is natuurlijk de raglanmouw.

Maar daarnaast zijn er nog een aantal andere soorten mouwen. Ik wil het even hebben over de verschillende soorten en wat er zo specifiek aan is. Daarnaast wil ik ook nog even de Engelse term meegeven, voor het geval dat je die zou tegenkomen in een Engelstalig patroon.

Deze termen gaan over de manier waarop de mouw verbonden is aan voor- en achterpand. Enkel dat stuk. Je kan dan opnieuw variëren met de vorm van de mouw. Zoals een driekwart of korte mouw, een mooi aansluitende rechte mouw of een pofmouw.

Klassieke types

Raglan

Een Raglan mouw is een mouw die van de oksel schuin loopt tot aan de nek. Je kan hem herkennen aan de siernaad die schuin naar boven loopt. Het is een klassieke mouw die heel vaak voorkomt, al heb ik hem zelf nog nooit gebreid. En een mouw die zorgt voor een mooi aansluitende trui.

Je kan een trui met raglanmouwen zowel van boven naar beneden als van beneden naar boven breien. In het eerste geval, brei je de mouw meestal al mee met voor en achterpand. Dan maak je telkens een meerdering tussen voorpand, mouw en achterpand, zodat je de schuine siernaad bekomt. Voordeel is dat het dichtnaaien achteraf tot het minimum wordt herleid.

Als je van beneden naar boven breit, brei je de stukken los van elkaar. Later naai je die dan aan elkaar. Dit is wat ik nu aan het doen ben met mijn raglantrui. In plaats van meerderingen, maak je minderingen (aja, want je werkt omgekeerd). Na elke mindering maak je dan een zelfkantsteek, waardoor je het makkelijker aan elkaar kan naaien en de naad nog steeds heel mooi uitkomt.

Inzetmouw (set in)

Tot nu toe maakte ik deze mouw het meest. Bij een inzetmouw komt de naad van de schouder mooi op het schouderbeen. Je mindert aan de oksels in een kwartronde en gaat daarna recht naar omhoog.

Dit soort mouw brei je altijd van beneden naar boven en in losse stukken. Als je de stukken plat neer legt op tafel, zal je zien dat de kop van de mouw precies past in voor- en achterpand. Deze mouw is dus ideaal als je een aansluitende trui wil maken.

Afgevallen mouw (drop shoulder)

Dit is eigenlijk de makkelijkste mouw om te breien, want je hoeft er niet voor te meerderen of minderen. Je breit de mouw gewoon recht. Daarom komt de schoudernaad op je arm. Perfect als je een beginnende breister bent en niet goed weet hoe je aan een trui begint. Het maakt de drempel om het toch eens te proberen kleiner.

Deze mouw brei je steeds van beneden naar boven en ook in losse stukken. Omdat alles gewoon recht is, kan je het later heel gemakkelijk aan elkaar naaien. Er bestaat wel een variatie op dit soort mouw. Onder de oksel worden er een paar steken afgekant. Voor de rest is het principe hetzelfde.

Omdat de schoudernaad op de arm zit, geeft het een heel comfortabele look. Daarom kom je die bijna altijd tegen in een Bernadettepatroon. Dat is een zalige cardigan, ideaal om knus in de zetel te zitten op zondag. Maar ook mijn droomtrui van vorig jaar heeft deze schouder. Het combineert heel goed met een boothals.

Speciale types

Als je Scandinavische patronen bekijkt, zit er meestal een mooie tekening bovenaan. Deze truien worden eigenlijk van boven naar beneden gebreid. En net om die mooie tekening te laten uitkomen, wordt er geen siernaad tussen mouw en panden gemaakt. Dat zou die tekening net teniet doen. In Engelse patronen wordt die top down genoemd.

Natuurlijk heb je nog een heleboel andere (zoals vleermuis, kimono, …), die hier moeilijk allemaal te benoemen zijn. En dan heb je ook nog patronen zonder mouw. Eigenlijk zit het zo. Elk patroon is anders. Het soort mouw dat er vermeld staat, geeft net dat speciale eraan. Hoe je hem dan breit staat uitgelegd in het patroon.

Omdat het voor mij de eerste keer is dat ik een raglantrui brei, is het een beetje zoeken. Maar heb ik ooit zo’n uitdaging uit de weg gegaan? Ik hoop alleen, dat het allemaal zal passen, eens ik klaar ben. Welke mouw verkies jij eigenlijk?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Over opnieuw beginnen

Een paar weken geleden had ik zin om de wol weer tussen mijn vingers te voelen. De kleine rustpauze tussendoor heeft me deugd gedaan. Dus heb ik mijn raglantrui opnieuw boven gehaald. Voor ik aan een nieuw project start, wil ik dit toch eerst afmaken.

Toen ik bezig was aan het tweede kleur voor de mouw, kwam ik er achter dat ik niet meer genoeg wol zou hebben voor de tweede mouw. Ik was nog wat aan het zoeken naar een oplossing, maar die heb ik niet kunnen vinden. Er zat dus niets anders op dan opnieuw beginnen. Maar omdat ik er enorm tegenop zag, had ik het even aan de kant gelegd. Maar nu dus de energie en goesting gevonden om het weer in handen te nemen.

Uittrekken

Een van de dingen waar je het meest tegenop ziet als je in deze situatie zit, is het uittrekken van je project. Het vraagt veel tijd en het is verloren energie. Wie wil dat nu eigenlijk doen? Je zou voor minder je enthousiasme verliezen. Daarom pak ik het anders aan.

Ik haal de steken van de naald en maak de draad los. En dan start ik van dat einde. Je trekt dan eigenlijk de draad uit terwijl je breit. Een heel efficiënte manier om al dat gedoe te vermijden. En je draad kan niet vernestelen of draaien.

Als je per ongeluk niet je hele steek gebreit hebt, kan je hiermee wel in de problemen geraken. Maar dat is eigenlijk altijd. Ook als je je werk gewoon uithaalt en er een bol van maakt. Tja, het streefdoel is natuurlijk dat je je werk niet volledig hoeft uit te trekken.

Een klein stukje maar

Bekijk daarom eerst of het echt nodig is om volledig opnieuw te starten. Misschien hoef je maar een klein stukje opnieuw te doen. Dan zou het zeker zonde zijn om alles uit te trekken. Er zijn verschillende tips om dit aan te pakken.

Een aantal rijen uithalen

Als je enkel een paar rijen hoeft uit te trekken, kan je met je andere breinaald eerst de steken van de laatste goede rij opnemen. Let daarbij op dat je enkel het rechter beentje van de steek opneemt, dan zitten ze al onmiddellijk goed op de naald. En let er ook op dat je op dezelfde rij blijft.

Dan haal je steken van de naald en kan je uittrekken tot aan de onderste naald. Voila, klaar om weer te beginnen. Lukt het niet zo goed, dan kan je een kleinere naald gebruiken. Zo ga je iets vlotter door de steken. Je kan de steken daarop laten zitten als je maar verder breit op de juiste naald.

Wat er wel kan gebeuren is dat je draad dan aan de verkeerde kant zit. Dan komt de beste breister tegen. Ik heb er nog geen trucje voor gevonden. Maar wat je dan wel kan doen is de steken opnieuw overzetten op de andere naald. Dan komt alles goed en kan je verder.

Een paar steken terugbreien

Als je wakker bent en je ziet op dezelfde rij een paar steken terug een fout, dan kan je terugbreien. Je hoeft dus zelfs niets uit te trekken. Hiervoor ga je met de naald in de lus onder de steek die op je andere naald zit. Dan laat je de steek vallen.

Dit werkt zowel voor rechtse als averechtse steken. Maar ook voor minderingen en meerderingen. Al komt er dan wel meer stappen bij te pas. De theorie is eigenlijk dat je de omgekeerde beweging doet dan als je de steek zou breien. Let erop dat als je klaar bent met de steek terug te breien dat het rechter beentje aan de voorkant zit en dat je nog steeds op dezelfde rij bent.

Lifeline

Deze manier is echt handig voor patronen met kabels of ajourmotieven. Het klinkt moeilijker dan het is. Eigenlijk haal je met een gewone naainaald een draad door de steken die op je breinaald zitten. Je kan dit na elke herhaling doen. Daarna brei je gewoon verder. Je hoeft niets met die draad te doen.

Als je dan zou zien dat je een fout gemaakt hebt, kan je de steken van je naald halen en uittrekken tot die draad. Bij kabels en ajour is het soms moeilijk om de rij te zien. Daarbij helpt deze draad. Je trekt uit tot je niet meer kan.

Daarna zet je de steken weer op de breinaald door het pad van de draad te volgen. Begin aan de andere kant van waar je draad zit, dan zitten ze onmiddellijk goed om straks weer te starten. Laat de lifeline nog even zitten tot je project volledig klaar is. Je weet maar nooit.

Patroon aanpassen

Als er niets anders opzit dan je werk uit te halen, zal daar waarschijnlijk ook een reden voor zijn. Kijk daarom voor je begint ook eens naar je patroon. Waar liep het fout? Soms zit de logica in een klein hoekje.

In mijn geval heb ik wol van de groene kleur te kort. Dus verminder ik het aantal rijen in die kleur en maak ik de bruine strook langer. Om dan mooi uit te komen, zal ik de kraag in blauw ipv in bruin breien.

Omdat ik er nog steeds een beetje mee in zat, heb ik het stuk groene wol van mijn mouw afgewogen en naast het overschotje gelegd. Gelukkig komt dit net goed uit. Oef. Plan B was de mouwen korter maken, maar dat zag ik niet echt zitten voor deze wintertrui.

Kleine foutjes herstellen

Het is niet altijd slecht om te herbeginnen. Misschien had je kleine foutjes gemaakt, die je geaccepteerd had. Dan kan je die nu recht zetten. Ik heb alvast het trucje om strepen rond te breien toegepast. Sowieso ga je meer tevreden zijn van het eindresultaat. Al mag er gerust een foutje in je werk zitten. Dat maakt het net jouw unieke stuk. Er bestaat geen ander van.

Ik ben er zeker van dat jij ook al wel eens opnieuw bent begonnen. Hoe heb jij het dan aangepakt?

Bronnen

Steek van de maand

Mozaiekbreien vs. Jacquardbreien

Tijdens het maken van mijn proeflapje voor het geheime project, herontdekte ik vorige week dat tricot zal opkrullen. En er zit een groot deel tricot in de sjaal, waaronder een deel jacquard. Ik kon dus niet anders dan opnieuw gaan nadenken over het concept. En toen had ik een idee! Waarom krult de Laurel Mist Shawl niet? Daarin komt mozaiekbreien voor. Misschien kan ik daarop overschakelen?

Wat is mozaiekbreien?

Het was vorig jaar, of het jaar er voor, dat ik er de eerste keer over hoorde. Het bestaat al langer, maar het is een techniek die nu pas echt populair aan het worden is. Barbara G. Walker maakte het haar eigen in de late jaren 60 van de vorige eeuw. Het gaat dus al een tijdje mee.

Het is een techniek waar je steken afhaalt op de andere naald zonder te breien. Wat het heel eenvoudig maakt. Ideaal zelfs als je als beginner graag een tekening in je project wil verwerken. Maar het is een hele leuke techniek, dus ook voor jou, gevorderde breier, een goeie om te proberen.

Je hebt twee kleuren nodig. Je breit met elke kleur telkens 2 naalden (heen en terug). Verder heb je een kaart met een tekening nodig. Je breit enkel de steken in het kleur dat je mee bezig bent. De steken in de andere kleur haal je dan af. De even rij is een herhaling van de oneven rij, maar dan in omgekeerde richting.

Sommige kaarten tonen zowel de oneven als even rijen. Maar aangezien ze eigenlijk hetzelfde zijn, bestaan er ook kaarten die enkel de oneven rijen weergeven. Kijk goed naar de cijfers die de rijen aangeven aan de zijkant.

Omdat je veel steken afhaalt en ze niet breit, is het ook een snelle methode om een tekening in je werk te steken. Maar niet alleen dat, je gebruikt ook minder wol. Maar helaas is er ook een keerzijde (zoals bij veel dingen). Niet elk patroon of tekening is geschikt om mozaiek te breien. De steken op onderliggende rijen moeten juist zitten, anders komt het niet uit.

Deze steek kan naast tricot- ook in ribbelsteek gemaakt worden, wat mijn probleem van opkrullende randen zo prima kan verhelpen.

Wat is jacquardbreien?

Dit is de techniek die ik altijd voor ogen had, als ik een tekening in breiwerk wil krijgen. Ik heb het overlaatst nog geprobeerd met sokken, maar dat is dan niet helemaal goed gekomen. Bij deze techniek heb je ook weer twee kleuren nodig. Maar de techniek en de kaart zijn anders.

Het werd ontwikkeld door Joseph-Marie Jacquard. Die zo goed of zijn leven wijde aan het verbeteren van weefgetouwen. Hij vond een manier om automatische patronen daarop te kunnen inweven. En later evolueerde dat verder in breiwerk.

Je breit met de twee kleuren tegelijk in de hand. Als de kaart aangeeft om de hoofdkleur te breien, neem je die draad op uit je vingers. Wanneer het de bijkleur aangeeft, neem je de andere draad op. Je breit dus wel telkens met één draad en neemt de andere draad mee langs de achterkant van je werk.

Jacquard brei je altijd in tricotsteek. Als je in ribbelsteek zou werken, komen de draden van de even rij aan de voorkant van je werk.

Als je het lekker warm wil hebben, is dit ideaal. Je werk wordt iets dikker en lekker knus. Wel opletten dat je de lussen niet de strak breit, want dat maakt het dan weer te compact. Als je het echt te strak doet, kunnen de steken verdwijnen onder de andere kleur. En dat wil je natuurlijk niet.

Wat maakt het verschil?

Ik gaf het eigenlijk al aan. Niet elk jacquardpatroon kan omgezet worden naar mozaiek. De onderliggende steken moeten de juiste kleur hebben en op de juiste plaats zitten. Daarom vroeg ik me af wat er nu juist voor zorgt dat het patroon wel kan omgezet worden naar mozaiek.

Na wat onderzoek zag ik dat mozaiekbreien heel wiskundig in elkaar zit. Er wordt een speciaal algoritme toegepast en bijna alle (zoniet alle) tekeningen zijn geometrisch in vorm. Ruitjes, rechthoeken en piramides zal je heel vaak tegen komen. Net omdat daar de steken dus goed zitten voor de techniek.

Maar hoe kan je het nu echt weten of je patroon geschikt is? De voor de handliggende oplossing is een proeflapje maken. Dan zie je het meteen. Maar gelukkig bestaan er ook websites, waaronder Pakin, waar je zelf je mozaiekpatroon kan maken. De ideale test dus of mijn tekening naar keuze kan omgezet worden in mozaiekbreien. Ik ga er straks mee aan de slag.

Voor mij zijn beide technieken redelijk nieuw. En voor jou? Heb jij er al ervaring mee?

Bronnen

Basis

Tricotsteek krult!

Nee, ik ben het niet vergeten hoor. Ik was er gewoon eventjes tussenuit dit weekend. Nog steeds aan het luisteren, naar mijn eigen goeie raad. Het was welkom, want ik heb een frustrerende week achter de rug.

Ik vraag mezelf af hoe stom ik kon zijn om te vergeten dat tricotsteek omkrult. Ik was bezig aan het proeflapje voor het geheim project. En ook met een speciale zelfkant blijft het maar steeds omkrullen. Ik was zo kwaad op mezelf.

Dus in plaats van nu te kunnen starten, mag ik het hele concept herbedenken. Ik wil nog niet te veel verklappen, maar een groot deel kan ik anders gaan aanpakken. Omdat ik nog niet wou opgeven, ging ik op zoek naar manieren om tricotsteek niet te laten krullen. Gelukkig had breistudio Kim oplossingen.

Waarom krult het om?

Het is helemaal eigen aan tricotsteek. Want alle V-tjes zitten aan de voorkant en alle bultjes aan de achterkant. Ik dacht altijd dat de bobbeltjes meer ruimte nodig hadden en dat ze aan een kant te compact opeen zaten. Maar eigenlijk zijn de V-tjes iets kleiner. Die trekken dus de rand naar hun toe, waardoor het krult.

Als je breiwerk wil hebben die volledig plat blijft liggen, heb je dus een evenwicht nodig. Aan elke kant wil je evenveel bultjes als V-tjes. Dit zou je kunnen doen, door een andere steek te kiezen (vb: ribbelsteek, boordsteek of andere siersteken), maar als je echt voor een tricotsteek wil gaan is dit niet de oplossing.

Wat kan je er aan doen?

In het rond

Om de zijkanten al niet te laten krullen, kan je in het rond breien. Opgelost, want je hebt helemaal geen zijkanten meer. De onderste en bovenste rand kan je via de kitchener stitch aan elkaar naaien of afwerken met franjes.

Bij deze oplossing brei je dus het werk dubbel. Dat wil zeggen, dubbel zoveel breigenot en dubbel zoveel garen. Hou hier rekening mee, wanneer je je project plant.

Rand in andere steek

Je kan rond de tricotsteek bijvoorbeeld een ribbelsteek breien. Je doet dit al tijdens het breien van de tricotsteek. Zo maak je een soort van kader rondom je werk. Kan heel mooi zijn bij een babydekentje of vaatdoek.

Maar ik vind het moeilijk inschatten hoeveel steken ik dan in ribbelsteek nodig heb, om het werk niet te laten krullen. Zijn 2 steken genoeg? Of zijn het er beter 5 of 10? Je kan dit natuurlijk uitproberen op je proeflapje. Maar verandert dit als je werk breder wordt?

Boordsteek

Dit doe je eigenlijk bij truien. Om de onderkant niet te laten omkrullen, maak je onderaan een boord. Omdat je telkens afwisselt tussen 1R en 1AV, heb je opnieuw dat evenwicht tussen de steken, waardoor het werk plat ligt.

Deze techniek werkt dus heel goed voor de onderkant en bovenkant. Om de zijkanten niet te laten krullen, wil je de boordsteek haaks maken op de tricotsteek. Dat wil zeggen dat je na dat je klaar bent met het werk, steken opneemt en in boordsteek breit. Hou hiermee rekening bij het bepalen van de breedte van je werk.

Achterkant afwerken

Je kan ook een stuk stof op de achterkant naaien. Die kan het werk dan weer effen trekken. Als je een beetje handig bent met naald en draad kun je het dus ook zo oplossen. Maar voor mijn geheim project is dit niet echt de beste oplossing.

Vouw dubbel

Als je een col aan een trui wil breien en je wil dat ook in tricotsteek doen, kan je die langer maken en dubbel vouwen. Eigenlijk doe je zo hetzelfde als het werk in het rond breien, maar dan langs te bovenzijde.

Het voordeel hier is dat je col heel mooi recht blijft staan, want hij is dubbel zo dik. Maar hier zal je ook extra werk hebben en extra wol nodig hebben. Dus opnieuw, hou er rekening mee wanneer je je project plant.

De juiste oplossing

Maar wat is nu de goeie oplossing voor mijn sjaal? Sowieso heb ik tricotsteek steek nodig (opgelet: spoiler alert!), want een jacquard- en ajourmotief kan je niet anders dan in die steek breien. Oké, ik geef toe. Jacquard zou je nog in ribbelsteek kunnen doen, maar ik vind het minder mooi en dan bekom ik het gewenste resultaat niet.

Dus waarvoor wil ik kiezen? De achterkant afwerken zie ik al niet zitten, want ook al kan ik weg met naald en draad, ik zie echt op tegen naaien. En ik brei al liever een boordsteek er rond dan een soort kader maken. Misschien zit dat tussen mijn oren, maar ik vind het natuurlijker overkomen. Misschien kan ik nog iets speciaals doen met die boordsteek.

Maar het meest efficiënte (al lijkt het misschien niet zo), lijkt volgens mij het werk in het rond te breien. Dan heb ik aan de zijkanten geen boord nodig en onder- en bovenaan kan ik afwerken met de kitchener stitch.

Klein probleempje. Omdat ik vergeten ben dat tricotsteek omkrult, heb ik er dus geen rekening mee gehouden tijdens het plannen van mijn project. Dus hoop ik stiekem dat er nog een magische oplossing uit de lucht komt vallen.

Misschien moet ik toch het concept herdenken. Misschien toch andere steken gebruiken of misschien eerder haken. Voorlopig leg ik het nog even aan de kant, om het goed te bedenken. Ik wil achteraf niet teleurgesteld zijn van het resultaat.

Wat vind jij de beste oplossing om tricotsteek niet te laten krullen?

Bronnen

Nieuwe werken

Cowl en kitchener stitch

Het is tijd om de sweet honey cowl af te werken. Ik heb de goeie lengte. Maar nu… het stuk waarvoor ik het meest vreesde. De beruchte kitchener stitch.

Gebruik

Deze steek gebruik je om steken op 2 naalden tegelijk af te kanten. Zoals bijvoorbeeld bij de teen van een sok of in dit geval als je een onzichtbare naad wil maken. Je naait eigenlijk de steken aan elkaar door de richting van de draad in een steek te volgen. Met andere woorden je naait een steek. Zo ziet hij er uit.

Normaal gezien maak je die met dezelfde wol van je project, zodat de naad onzichtbaar is. Maar om het wat duidelijker te maken, is er een contrasterende kleur gebruikt op de foto.

Voorbereiding

Toen ik mijn cowl opgezet heb, heb ik dat gedaan met een voorlopige opzet. Dus het eerste wat ik nu ga doen, is de steken op mijn andere naald zetten. Hiervoor heb je een naald met 2 punten nodig die net iets kleiner is dan die waarmee je het project maakte.

Dan zoek je het juiste uiteinde van je draad (als je wakker was, heb je daar een knoopje in gemaakt). Je maakt de ketting los en haalt de steken uit elkaar. Wat je kan doen is in één keer de ketting losmaken en dan je steken op de naald zetten. Maar dat is een gegarandeerd fiasco. Niet doen dus. Werk liever omgekeerd. Eerst alle steken op de naald en dan de ketting losmaken. Om de steken makkelijker op je naald te zetten kan je het ook geleidelijk aan doen. Een steek opnemen, ketting losmaken.

Als je de steken dan allemaal op de naald hebt, schuif je ze door naar de andere kant van de naald. Nu kan je ze overzetten op tweede breinaald van je werk. Hier wil je toch aan de juiste richting denken. Het is de bedoeling dat je je werk met de goede kant naar je toe dubbel vouwt en de twee naalden in dezelfde richting liggen. Straks zal je snappen waarom.

Je wil er ook op letten dat al je steken in de juiste manier op je naald staan. Dat wil zeggen met het rechtse beentje vooraan. Je zou maar een raar beeld krijgen als ze omgekeerd op de naald staan.

Zo doe je het

En dan komt nu het echte werk. Je hebt nu ook een maasnaald nodig. Ik gebruik een gewone met een recht punt, maar er bestaan er ook met een schuine punt. Die maakt het nog makkelijker omdat hij vlotter in de steek te brengen is.

Neem de einddraad en hou die lang genoeg. Tel ongeveer 5 tot 6 keer de lengte van je werk. Beter wat te lang dan te kort. Knip af en haal de draad door de maasnaald.

Het is de bedoeling om eerst twee opstartsteken te doen. Hierbij laat je de steken op de naald. Daarna werk je telkens met 2 steken eerst op de voorste naald, daarna op de achterste naald. De eerste steek mag je afhalen, de tweede laat je nog even zitten. Let er ook op dat de naald waar je draad aan vast hangt achteraan zit. Wanneer je naait, haal je de naald op een rechtse of averechtse wijze door de steken op de naalden.

De twee opstartsteken:

  • voorste naald: averechts (steek op de naald houden)
  • achterste naald: rechts (steek op de naald houden)

Als je werk aan de goede kant tricotsteek heeft, ga je als volgt door de steken:

  • voorste naald: rechts (steek afhalen), averechts (steek op de naald houden)
  • achterste naald: averechts (steek afhalen), rechts (steek op de naald houden)

Dit herhaal je tot het einde van de naald. Als je op beide naalden nog 1 steek overhoudt, ga je rechts door de eerste steek (steek afhalen) en ga je averechts door de achterste steek (ook steek afhalen). Maak een knoopje en je bent nu klaar.

Als je het liever wat uitgebreider leest, kan je hier een mooie omschrijving vinden. Heb je liever een videotutorial, dan vind je die hier.

Het je een stuk in je werk die de bobbeltjes van de tricotsteek aan de voorkant heeft, dan kan je het in omgekeerde volgorde toepassen.

Resulaat

Met trots kan ik je zeggen dat het gelukt is. Op een iets na, op het einde van de naald kwam ik op één steek op de voorste naald en twee steken op de achterste naald. Ik heb het diplomatisch opgelost door averechts door de twee steken te gaan, maar ik weet niet of dat wel echt ideaal is. Let goed op dat je op elke naald evenveel steken hebt.

Dit is het geworden:

Zie je ook wat ik zie? Een zichtbare naad. Terwijl die toch onzichtbaar zou moeten zijn? Tja, dat ligt dan aan de bijencelsteek. Want eigenlijk is de kitchener stitch bedoelt om tricot aan elkaar te naaien. Je zou die kunnen aanpassen, zodat je de bijencelsteek namaakt. En dat staat eigenlijk ook zo in het patroon. Maar ik vond de gewone manier al moeilijk genoeg. Ik herinner me nog goed het fiasco met mijn sokken.

Alternatief

Er bestaan eigenlijk twee manieren om de steek te doen. Bij de ene mag je de eerste steek telkens al afhalen. Bij de andere laat je hem voor de veiligheid toch nog even staan. Bij mijn sokken, vond ik het veiliger om de tweede manier te gebruiken.

Maar achteraf gezien, is het ook een beetje een mindfuck. Want op den duur weet je niet meer door welke steken je al voor de eerste keer gedaan hebt. En dan raak je de kluts kwijt en daar is dat gegarandeerd fiasco weer. Nu ik ze allebei geprobeerd heb, gaat mijn voorkeur uit naar de eerste manier. Maar als jij het wil proberen, raad ik je aan om ze ook allebei even te testen zodat je kan zien, wat voor jou het beste werkt.

Voila, nu nog de eindjes innaaien en ik ben helemaal klaar. Maar wat ik me nu al de hele tijd afvroeg. Wat is de Nederlandse term voor kitchener stitch?

Bronnen

Inspiratie

Een geheim project

Omdat het echt hoog tijd was om mijn goeie raad van vorige week op te volgen, ben ik niet echt meer bezig geweest met het effectief maken. Maar naar het op zoek gaan van patronen. Maar ik wil me toch nog een beetje focussen op de lijst die ik in het begin van het jaar maakte.

Daarop staat de Snow Day Shawl (patroon door Knitting Expat Designs). Het is een driehoekige shawl in 3 kleuren en verschillende steken. Wat me hierin vooral aantrekt is de combinatie van kleuren en steken. Het was de bedoeling om dit eerder als inspiratie te gebruiken. Dinsdag (al was het niet met een cocktail in de hand) kreeg ik het idee om hiermee aan de slag te gaan en mijn eigen patroon te maken (ja, alweer).

Mystery knit-along workshop

Daarnaast wil ik ook een patroon maken, die ik later als workshop voor Femma Originals zou kunnen gebruiken. Een soort van mystery knit-along zeg maar. Daarom wil en mag ik vandaag nog niet alles verklappen.

Als je nog niet weet wat een mystery knit-along is, geen probleem. Het is een project dat in kleinere delen opgesplitst wordt. Elke week maak je een klein deeltje zonder te weten hoe het totaalproject er zal uitzien. Dat maakt het extra spannend, maar leert je ook vertrouwen op het feit dat alles uiteindelijk goed komt.

En ja, ik moet het dus zelf ook nog maken. De grote lijnen weet ik al. Maar hoe ik de verschillende delen wil samen laten werken, welke wol en welke kleuren ik ga gebruiken, daar heb ik nog wat werk aan. Maar ik wil als teaser alvast een paar patronen met je delen. Misschien wil je hem dan later ook wel maken.

Opbouw

Sowieso wordt het een rechte sjaal. In mijn hoofd gaat dat sneller om te breien, al is zo’n sjaal wel langer dan een driehoekige shawl. Daarnaast heb ik nu 2 shawls en ben ik nog bezig aan een cowl, maar heb ik al een lange tijd geen rechte sjaal meer gedragen.

In die rechte sjaal wil ik een combinatie maken tussen kleuren en soorten steken. Dus is het een beetje nadenken over hoeveel kleuren ik wil gebruiken en hoeveel soorten steken. Daar begint het eigenlijk mee. Verder is het de puzzelstukjes in de juiste volgorde leggen.

Omdat ik het ook als workshop wil geven en dat pas in het najaar zal kunnen doorgaan, zal het meer een wintersjaal worden, denk ik. Al wil ik ook niet kiezen voor al te dikke wol (je zal wel zien waarom). Daar ben ik nog niet helemaal uit. Een tripje naar de dichtstbijzijnde wolwinkel inplannen misschien.

En dan nog nadenken over een verhaal. Ik wil dat er een thema in verwerkt wordt. Als het een wintersjaal wordt, waarom dan niet iets met sneeuwvlokken of dennebomen.

Een tipje van de sluier

Als je nu heel erg geïnteresseerd bent in wat het zou worden (of als je nog een duwtje extra nodig hebt), heb ik volgende teasers voor je. Dit zijn patronen die gelijkaardige technieken zullen hebben. Voor de rest zal het mijn eigen unieke sjaal worden. Hopelijk ook die van jou, maar daarvoor zal je nog een beetje geduld nodig hebben. Ten gepaste tijde zal alles onthuld worden.

Snow day shawl (patroon door Knitting Expat Designs)

Een patroon die 3 kleuren gebruikt en 2 soorten steken. Door het combineren van die kleuren en steken, kom je aan grofweg 7 secties. Deze wil ik dus vooral gebruiken als inspiratie. Nu nog eens gaan nadenken over welke kleuren ik wil gaan gebruiken.

Gardengate (patroon door Jennifer Steingass)

In deze trui wordt een jaquardpatroon toegepast. Een ideale techniek om kleuren te combineren lijkt me. Ik vind deze prachtig, misschien zet ik deze trui ook al op mijn te maken-lijstje voor volgend jaar. Maar daarnaast zijn er nog zoveel andere mooie motieven. Welke zou ik kiezen?

Northern Lights (patroon door James C. Brett)

Tja, wat zal ik zeggen. Het wordt een rechte sjaal. Maar misschien zijn er nog gelijkenissen of misschien geef ik er een eigen twist aan. Rarara.

Als je niet kan wachten tot mijn patroon af is, kan je al met deze aan de slag. Hopelijk kan je (net als ik, alweer) niet wachten om er aan te beginnen. Laat het me zeker weten, misschien kunnen we samen ook online breien. Hoe enthousiast ben jij?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Als je er eventjes geen zin in hebt

Soms heb je eventjes geen zin in breien of haken. Zeker met het mooie lenteweer dit weekend. Je wil naar buiten, genieten van de zon. Eventjes weg van de dagelijkse sleur. Maar hoe kan je dan nog steeds bezig zijn met je hobby?

Ik heb het gevoel dat ik de laatste tijd een beetje in sleur terecht gekomen ben. ‘s Avonds heb ik vaak geen tijd of zin meer om me met mijn handwerk bezig te houden. Dus prop ik mijn weekenden steeds maar vol. Op den duur lijken mijn weekends op moeten breien.

Dus is het tijd om even te breken met die routine. Er zijn manieren om er toch nog mee bezig te zijn, zonder dat je effectief dingen maakt. Je kan nadenken over patronen, wol en op zoek gaan naar inspiratie buiten. En nu kan je even tijd maken voor nieuwe dingen.

Vind inspiratie

Als je naar buiten gaat, staat er een wonderlijke wereld voor je open deze tijd van het jaar. Bomen en struiken staan in bloei. De paasbloemen lopen op hun einde, maar er staan al zoveel nieuwe bloemen klaar om over te nemen.

Wat een prachtige kleuren. Je kan op zoek naar mooie kleurencombinaties om te gebruiken in je projecten. Kleuren die je in de natuur bij elkaar vindt, komen ook in je werken heel mooi uit. Neem er foto’s van. Die kan je later gebruiken om er de kleuren uit te halen.

Vooral de Japanse kerselaar staat nu heel mooi. Met bloesems in wit, lichtroze tot fushia en bruin. Ze zijn prachtig om te bekijken. Maar het hoeft zelfs niet zo exotisch. Ook de appel- en perenbloesems in Haspengouw zijn zo mooi. En niet alleen in het Hallerbos, maar ook in andere bossen kan je nu de mooie boshyacint gaan bekijken. Je hoeft niet altijd ver, soms zit de inspiratie net bij je om de hoek.

Ga op zoek naar patronen

Met het vooruitzicht van warmere temperaturen en zon, wil je de dikke wintertruien nu wel achter je laten. Misschien toch nog een shawl voor de frisse wind. Maar de zomerse outfits lonken al. Nu krijg ik pas echt kriebels om te beginnen aan het patroon Laia (patroon door Isabell Kraemer) waarover ik je vorige week al vertelde.

Maar het is nu ook een geschikte periode om met een tijdschrift of een boek buiten te zitten. Ik zie het al helemaal voor me. Parasol en cocktail (of mocktail in mijn geval) in de hand. Op zoek naar leuke en toffe patronen om te maken.

Neem eventjes de tijd om te bladeren en te genieten. Het niet moeten mag centraal staan. We moeten al zoveel. En een hobby zou een ontspanning moeten zijn. Waarom zou je het dan tegen je zin doen? Laat het eventjes los en relax. Soms moet ik echt eens mijn eigen goeie raad opvolgen.

Snuffel door wol

Je kan nu ook op zoek gaan naar nieuwe wol voor die patronen. Zomerse projecten vragen eerder om katoen of zijde. Fijne wol die luchtig aanvoelt. Ajourpatronen zijn nu ideaal om te maken. Vaak komen er ook bloemenpatronen in. Ze schreeuwen letterlijk lente uit.

De wolwinkels zijn nog steeds open. Maak er een uitstapje van. Niets leukers dan er eens langs te gaan en tussen de bolletjes wol te snuffelen. Soms komt de inspiratie juist tijdens het zoeken.

Leer een nieuwe techniek

Als je nu even geen zin hebt om echt dingen te maken en je hebt al je patronen en wol. Dan kan je ook even tijd maken voor de nieuwe technieken die nog op je te leren-lijstje had staan. De lente staat voor de nieuwe start van het jaar. Dus een uitstekende periode om nieuwe dingen te leren.

Het kan zijn dat je net sokken wou leren breien. Dan is het natuurlijk niet echt de periode van het jaar. Maar misschien staan er andere dingen op, die je nu wel zou kunnen doen.

Ga naar buiten

Terwijl je nu buiten aan het relaxen bent, krijg je vast al ideetjes om dingen te maken. Misschien wil je een plaid voor op je ligstoel of en bernadette voor de frisse wind. Schrijf dat alvast maar op je al veel te lange to do-lijstje.

Gisteren was ik gaan wandelen. Ik was alvast heel blij met mijn shawl. Maar ik kreeg ook het idee om een poncho te maken. Maar dan zou het wel een model met mouwen worden, zodat ik mijn rugzak nog zou kunnen dragen. En dat kan alweer inspiratie zijn voor een nieuw patroon.

En zo is alweer de cirkel rond. Een start voor een nieuw jaar nieuwe projecten maken. Zo zie je maar, dat je hobby veel meer inhoudt dan enkel het maken alleen. Wat doe jij als je er even geen zin meer in hebt?

De mensen in de zorg reken nog steeds op onze steun. Als je naar buiten gaat, doe dat dan nog steeds met respect voor hen en andere mensen. Hou je aan de coronamaatregelen.

Bronnen

Inspiratie

Over enthousiasme en keuzes

Ben je net als ik zo ontzettend enthousiast wanneer je nieuwe projecten tegen komt. Ongelofelijk. Ik wil alweer aan nieuwe dingen beginnen. Maar ik weet als ik het doe, dat ik deze waar ik mee bezig ben niet afmaak. En dat wil ik echt vermijden. Een van mijn goede voornemens is mijn projecten ook echt afmaken. En dat goeie voornemen wil ik nog niet opgeven.

Enthousiasme

Laia (door Isabell Kraemer)

Toen ik naar de wekelijkse video van Taking Back Friday aan het kijken was, werd ik onmiddellijk verliefd op het patroon dat Felicia begon met maken. Het is een zomers t-shirt met ajourmotief.

Tot nu toe vond ik het moeilijk om zomerse kleding te maken. Ik heb altijd het gevoel dat dat veel te warm zal zijn. Maar het is echt met een heel fijne wol gemaakt. Dus misschien is dit een goeie om eens uit te proberen of mijn gevoel klopt of niet.

Heathered Sunset (door Tabetha Hedrick)

En toen ze deze shawl toonde, was ik eigenlijk op slag vergeten dat ik eigenlijk niet graag shawls maak. Ik herinner me wel nog dat ik heel blij was wanneer mijn vorige af was. Maar toch. Deze vind ik echt heel mooi. En misschien wil ik het wel nog eens opnieuw proberen.

Het is een driehoekige shawl in ajourmotief. Nu ik het al een klein beetje onder de knie heb, is het misschien ook een goede oefening om er nog beter in te worden. Hoe mooi de Laurel Mists shawl ook geworden is, er zitten wel een paar foutjes in. Het was wel de eerste keer dat ik zoiets maakte. Dus heb ik het mezelf vergeven Maar ik wil het wel beter kunnen. Dus kan deze wel een goeie oefening zijn.

Keuzes

Hoe enthousiast ik ook ben op dit moment. Het lijkt me geen goed idee om halsoverkop te beginnen. Want dan zal ik fouten gaan maken en ben ik er weer aan voor de moeite. Nee, dat wil ik niet.

Onlangs heb ik er een trucje op bedacht. Ik had nog 2 rieten mandjes staan. Nu gebruik ik deze om mijn lopende projecten in te bewaren. Dat wil zeggen dat ik mezelf gun om met twee projecten tegelijkertijd te mogen werken.

Want geef toe, soms heb je echt eens nood aan iets anders. Hoe graag je het ook doet. Een beetje afwisseling is niet slecht. Maar ik ken ook mezelf. Te veel projecten zijn helemaal niet goed. Want dan werk ik echt niets af.

Het is voor mij heel handig in gebruik. Omdat ik op dit moment weinig bergruimte heb, beland er veel op de eettafel. Maar op den duur is de ruimte op. Nu kan ik het project waaraan ik werk in zo’n mand steken. En als ik er niet mee bezig ben, kan het in mijn hobbykast. Dat is voorlopig de enige kast in mijn leefruimte. Geef toe, wat heb ik nog meer nodig.

Nee, eventjes serieus. Het helpt me om een opgeruimder huis te hebben. Wil ik er aan werken? Dan haal ik de mand uit de kast. Nadien steek ik ze terug. Alles wat ik nodig heb voor dat project zit er in. Dus ik heb alles netjes bij de hand.

Lopende projecten

Je las waarschijnlijk al op mijn facebookpagina dat ik een kleine tegenslag had met mijn raglantrui. Ik heb namelijk van bepaalde kleuren niet genoeg wol. Dus vrees ik dat ik toch opnieuw zal moeten beginnen.

Omdat ik dat natuurlijk liever niet doe, wou ik eerst nog eens nadenken over de mogelijkheden. Maar omdat de wol handgeverfd is, zal nieuwe wol waarschijnlijk een andere kleurschakering hebben. Dus is wol bijkopen geen optie. En ik zie eigenlijk geen andere opties. Dus dat zal toch opnieuw beginnen worden, vrees ik.

Daarom was ik met de Sweet Honey cowl (door Kjerstin Rovetta) begonnen. Maar op dit moment is het ook nog niet af. En ik wil er ook nog een muts bij maken (al weet ik niet hoe ik dat voor mekaar ga krijgen, zonder patroon).

Dus mijn 2 manden zitten al vol. Er zit dus niets anders op om de nieuwe patronen op mijn te maken lijstje te zetten. Als ik er dit jaar niet aan toe kom, dan misschien volgend jaar. (Maar toch liefst dit jaar.)

Hoe pak jij het aan? Werk je liefst één project af voor je aan het andere begint? Of ben je net als ik veel te enthousiast over nieuwe patronen? En aan hoeveel werk je dan tegelijkertijd?

Bronnen

Basis

Opzetten

Als ik een nieuw werk opzet, dan gebruik ik meestal de lange draad methode. Maar stel dat je later het einde aan het begin van je werk wil verbinden, zoals bij de Sweet Honey cowl. Dan heb je een andere methode nodig: De voorlopige opzet. Het is de eerste keer dat ik deze methode gebruik. Spannend

Lange draad opzet

Deze techniek gebruik je wanneer de steken effectief de onderkant van je werk worden, zoals bijvoorbeeld voor een trui of een rechte sjaal. Het is niet de bedoeling dat je nog iets met deze steken doet. Je breit gewoon het project en die steken zijn dan de rand. Simpel.

De naam zegt het eigenlijk zelf. Je zet op met een lange draad. Dus je neemt een armlengte (afhankelijk van het aantal steken dat je gaat opzetten) wol en dat gebruik je als eind om je steken mee te breien. Je maakt eerst een startlus op een van je breinaalden. Let daarbij op dat de losse draad aan de voorkant ligt.

Dan neem je beide draden in je linkerhand en ga je met duim en wijsvinger tussen de twee draden. Wanneer je dan je hand kantelt krijg je 2 lussen. Dan ga je met de breinaald onder de voorste lus van je duim en je neemt de voorste lus op van je wijsvinger. Zo breng je de lus op de breinaald en maak je een steek. Laat de draad van je duim glijden. Om de volgende steek te maken, neem je de draad weer op je duim en ga je op dezelfde manier verder.

Je wil de lussen niet te strak op je breinaald zetten, want dan wordt het heel lastig om straks je eerste rij te breien. Eigenlijk is het opnemen van de draad met je duim genoeg om de steek aan te spannen.

Nog een tip. Soms is het wat lastig om te weten hoeveel draad je nodig hebt om het aantal steken op te zetten. Dit los ik op door voor ik begin de wol evenveel keer rond de naald te draaien als ik steken zal opzetten. Als ik twintig steken wil opzetten, dan draai ik de wol twintig keer rond de naald. En dan neem ik toch nog een beetje extra om zeker te zijn.

Voorlopige opzet

Je gebruikt deze techniek wanneer je de steken later nog nodig hebt om op te nemen of de andere kant op te breien. Of als je de steken wil mazen met de laatste toer van je werk. Zo vermijd je de naad en krijg je een minder zichtbare afwerking.

De truc zit hem in een rij gehaakte lussen. Je hebt een contrasterende kleur en een haaknaald met dezelfde dikte nodig. En dan haak je een aantal lussen. Het helpt om er een paar meer op te zetten dan je zou breien. Dan hoef je niet zo in te zitten met die eerste en laatste steek.

Op je rij lossen heb je aan de voorkant de 2 boogjes die een v-tje maken en op de achterkant een boogje die een soort van bultje maakt. Daartussen steek je de breinaald. Sla de wol om je naald alsof je rechts breit en breng die dan door de steek, zodat je de lus op je naald krijgt. En zo ga je verder tot je het gewenste aantal steken op je naald hebt.

Als je wat moeite hebt om de lussen op te nemen, kan het helpen om een haaknaald te nemen die net iets groter is dan de breinaalden waarmee je zal werken. Je hebt dan iets meer ruimte om te steken op te nemen. Waarom het moeilijk maken, als het makkelijk ook kan, toch?

Nu kan je verder breien tot je klaar bent met je project. Daarna neem je de steken van je eerste rij op op de andere breinaald. En dan komt nu het leuke gedeelte. Je maakt de rij gehaakte lussen los. Dan ben je nu klaar om met die steken aan de slag te gaan.

Er zijn nog andere methodes om een voorlopige opzet te maken, maar deze is voor mij het meest evident, omdat ik ook bezig ben met haken.

Nog een kleine tip voor straks wanneer je de lussen los maakt. Leg een knoopje aan de kant van de draad waar je stopt. Zo weet je dat je aan dit uit einde kan los maken. Want als je aan de verkeerde kant los maakt, kan het soms een heel gedoe zijn. En nu hoef je er niet meer bij na te denken. Handig.

Daarnaast zijn er nog een paar andere methodes om op te zetten. Maar met deze twee manieren kan je al een heleboel doen. Welke manier gebruik jij?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Jouw waardevolle wol presenteren

Zoals bij zoveel wolliefhebbers, is ook mijn voorraad een warboel. Ik heb totaal geen overzicht van wat ik nog liggen heb. En tijdens het verbouwen zit alles nu zelfs verstopt in dozen, tegen het stof. Maar ik droom alvast van mijn mooi atelier. Een ruimte waar ik alles netjes kan presenteren en kan genieten van het maken van zelfgemaakte spullen. En met de lenteschoonmaak in gedachten wil ik dit alvast met je delen.

Enerzijds heb ik wol gekocht, waarvoor ik nog geen project in gedachten had. Deze ligt nog netjes in de verpakking te wachten tot ik het wil gebruiken. Maar aan de andere kant heb ik veel overschotjes, waarmee ik niet goed weet wat te maken.

Bij het bewaren van je spullen zijn drie dingen belangrijk: je wol beschermen, het mooi weergeven en het makkelijk bereikbaar hebben. Als je dit kan bekomen, heb je de ideale stockageruimte. Het kan moeilijk lijken, maar met deze oplossingen is het zeker mogelijk.

Rek

Deze is het meest voor de handliggend voor de bollen wol die nu nog ergens weggestopt zijn. Ik denk dan vooral aan de rekken die je bij Ikea kan vinden. Je weet wel, van die kubussen. Je hebt ze zelf ook wel al gezien.

Maar een rek dat je al hebt is even goed. In hout of metaal, zo eentje die je in de voorraadkast staan hebt. Of een mooie dressoir. Zelf droom ik van een klassieke vitrinekast, bovenaan open planken en onderaan met deurtjes.

Je kan ook zelf een rek maken met houten kratten. Deze vind ik ook heel mooi. Maar vind ik dan ook weer te duur om nieuw te kopen (Tja, ik hou mijn budget wel nog een beetje in de gaten) en moeilijk tweedehands te vinden. Maar het heeft wel veel charme.

Dozen

Ja, deze ken je ook wel. Je kan alles mooi samen bewaren in één doorzichtige plastic doos en je kan nog steeds zien wat er in zit. Je kan natuurlijk ook niet doorzichtige dozen gebruiken, maar dan heb je het overzicht niet zo. Wat je wil vermijden is uit het oog, uit het hart. Maar vind je het toch nog te rommelig, dan helpen ondoorzichtige dozen natuurlijk prima.

Voordeel is ook dat ze stapelbaar zijn. Dus kan je ze allemaal netjes bij elkaar zetten. Maar ze hoeven geen deksel te hebben. Ik denk dan aan het soort model waar je ook papieren kan mee sorteren, maar dan groter. Of het model waar je man (of jezelf, als je een echte krachtvrouw bent) zijn vijzen en nagels in bewaard.

Recyclede verpakkingen

Ben je net al ik heel ecologisch ingesteld? Dan zal je weg zijn van deze manier van presenteren. Kleine restjes wol kan je heel mooi presenteren in een glazen bokaal. Het is doorzichtig dus heb je een mooi overzicht en met het deksel kan je alles mooi stofvrij bewaren.

Of wat dacht je van een stapel metalen blikken? Lee Meredith had dit schitterende idee. Afhankelijk van de grootte van het blik en je bol wol kan je er ofwel één bol per blik ofwel meerdere in bewaren. Heel mooi ook als je ze neerlegt, zodat je kan zien wat er in zit.

En wat dacht je van toiletrolletjes? Je kan er zowel kleine bolletjes in bewaren als gebruiken als drager om wol op te winden. In het geval van het laatste kan je ze nog ophangen ook. Of een toiletrolpiramide van maken. Altijd leuk.

De glazen bokaal werkt ook heel goed om brei- en/of haaknaalden in te stockeren. Zo hou je die alvast ook overzichtelijk en netjes. Heel mooi voor rechte breinaalden, maar voor mijn rondbreinaalden ga ik nog eventjes door met zoeken voor een mooie manier om ze te presenteren.

Manden

Als je heel veel verschillende dingen hebt, waar je geen andere plaats voor hebt, maar wel wil samen stockeren, kan je kiezen voor open manden. Ze geven onmiddellijk meer cachet aan je hobbyruimte. Ik denk dan aan losse patronen, steekmarkeerders, schaar of andere hulpstukken.

Je kan gaan voor metaal, riet, vilt, … Noem maar op. Of voor de echte creatievelingen, je kan er ook zelf maken. Dan heb je ineens ook dat restje wol opgebruikt. En wat er is er nu leuker dan wat zelfgemaakte spullen te kunnen uitstallen in je hobbyruimte.

Wat je nog kon vinden op zolder

Je hoeft niet per se nieuwe dingen te kopen om wol mooi te stockeren. Denk maar aan die schatten op zolder. Door vintage te gebruiken, kan je je wol laten schitteren. Gebruik een mooie schaal of een porseleinen pot. Dat lokt je zeker om met de wol aan de slag te gaan. Geloof me maar, het oog wil ook wat.

Tijdens het zoeken naar ideeën kwam ik zelfs een foto tegen van een vintage vogelkooi vol met wol. Snuffel gewoon eens tussen die oude spullen en voor je het weet heb je je eigen unieke manier gevonden om je wol in te bewaren.

Belangrijk om te weten

Je wil je wol niet in plastic zakken bewaren. Wol ademt en dat kan het niet als het in een plastic zak zit. Wil je het toch in een zak bewaren? Kies dan voor stof. Of voor een plastic doos, daar kan het wat beter in ademen.

Al is zonlicht wel ideaal voor je hobbyruimte, het is niet ideaal voor je wol. Fel zonlicht kan de kleur van je wol vervagen. Het kan zelfs de structuur aantasten.

Huisdieren, en dan vooral katten zijn (net als jij) dol op die wol. Dus je wil zeker je wol buiten hun bereik houden. En voor hun veiligheid ook buiten het bereik van kleine kinderen.

Al blijft het voor mij nog even een droom, dromen mag ik zeker. Het kriebelt al om er mee aan de slag te gaan. En bij jou? Hoe ziet jouw voorraad wol er uit?

Bronnen

Steek van de maand

Bijencelsteek

Er staat nog veel moois om te maken op mijn to do-lijstje voor dit jaar. Waaronder de Sweet Honey sjaal die Kjerstin Rovetta ontworpen heeft. Ik kon niet langer wachten om deze prachtige sjaal te maken. Dus ben ik er gisteren met een enthousiast gevoel in gevlogen.

Honeycomb brioche stitch

De steek die gebruikt wordt in dit patroon heet de honeycomb brioche steek. Of in het Nederlands bijencelsteek. En ik ben er helemaal verliefd op. Door het maken van de steek, krijg je een soort dubbel effect. Waardoor het erg goed lijkt op een honingraat. En hij is lekker zacht.

Niveau

Op het eerste gezicht lijkt hij niet eenvoudig. Maar net zoals bij andere steken is het dat wel als je weet hoe. Toch zou ik deze steek een gemiddeld niveau geven. Er zijn een paar speciale handelingen voor nodig. Maar laat je daar vooral niet door tegenhouden als je een beginnende breister bent.

We proberen allemaal zo weinig mogelijk steken te laten vallen. Maar het mooie aan deze steek is net dat het hier wel mag. De lussen van de afgevallen steken zorgen net voor het motief. Geen zorgen, in de volgende rij brei je ze allemaal weer samen.

Patroon

Ook bij deze steek is er een verschil tussen heen en weer breien en in het rond breien. Ik schrijf bewust niet rechte of rondbreinaalden, omdat je met rondbreinaalden even goed kan heen er weer breien.

Heen en weer

R: rechts
RO: rechts breien in de steek eronder
BCS (bijencelsteek): lus van vorige rij R opnemen op de rechtse naald en rechts samenbreien met de volgende steek op de linkse naald.

  • Zet een even aantal steken op.
  • Rij 1: alle steken R.
  • Rij 2: *1R, 1RO*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 3: *BCS, 1R*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 4: *1RO, 1R* Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 5: *1R, BCS* Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 t.e.m. 5 tot je de gewenste lengte hebt.

Als je de omschrijving niet goed kan volgen (zoals ik in het begin), kan je deze volgende video bekijken. Soms is het gewoon handiger om het iemand te zien doen. Zoals ik al zei, er zitten een paar speciale handelingen tussen.

In het rondbreien

AV: averechts
R: rechts
RO: rechts breien in de steek eronder
BCS (bijencelsteek): lus van vorige rij AV opnemen op de linkse naald en averechts samenbreien met de volgende steek op de linkse naald.

  • Zet een even aantal steken op.
  • Rij 1: alle steken AV.
  • Rij 2: *1R, 1RO*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 3: *1AV, BCS*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 4: *1RO, 1R*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Rij 5: *1BCS, 1AV*. Herhaal tussen * tot einde van de rij.
  • Herhaal rijen 2 t.e.m. 5 tot je de gewenste lengte hebt.

Om hetzelfde effect te krijgen als wanneer je heen en weer zou breien, wil je afwisselen tussen een rechtse en averechtse rij. Je wil het omgekeerde effect bekomen, want je draait het werk niet om. Maar als je het liever iemand ziet voor tonen. Ook hier is een mooie video van.

Herhaling

Eens je de 4 herhalingsrijen een beetje onder de knie hebt, gaat het gemakkelijk. Het is steeds hetzelfde die herhaald wordt, dus heb je genoeg oefening om een pro te worden in de bijencelsteek.

Maar ben je soms de weg eventjes kwijt en weet je niet meer hoe je volgende steek breit? Je kan het zien aan de volgende steek op je naald. Kijk naar de lusjes op de voorkant van je werk. Even rij: Heb je 2 lusjes? Dan brei je de steek gewoon. Heb je 1 lusje? Dan brei je de steek eronder. Oneven rij: Heb je 2 lusjes? Dan maak je de bijencelsteek. Heb je 1 lusje? Dan maak je een gewone rechtse steek.

Mooie randen

Als je deze steek heen en weer breit, zou ik zeker aanraden om een zelfkant te maken. Het is niet zo eenvoudig om de speciale steken te maken op de rand. En daarnaast krijg je een mooi uitlijning van het patroon.

En dan wil ik het ook nog even hebben over de rij die op je naald zit. In deze rij zie je de lusjes allemaal aan de voorkant. Je denkt nu misschien dat je een fout gemaakt hebt. Maar dat is niet zo. Je deed het correct. Door de steek eronder te breien, haal je de lus weg van de voorkant. En de lusjes die overblijven, zorgen dan voor het dubbel effect.

Toepassen

Ik gebruik deze steek nu voor de Sweet Honey sjaal. Maar het kan even goed gebruikt worden in andere projecten. Misschien maak ik een bijhorende muts als ik nog genoeg wol over heb. Je kan het eigenlijk gebruiken in eender welk project waarin je wat structuur wil hebben.

En omdat er een structuur gemaakt wordt, koos ik voor een effen kleur wol te kiezen. Zo ben ik zeker van een mooi resultaat. Maar alles is mogelijk natuurlijk. Je kan het ook met dubbele draad breien, waarbij de twee draden een andere kleur hebben.

Ik ben er alvast verliefd op. En jij?

Bronnen

Basis

Zelf een patroon maken

Er zijn zoveel mooie patronen beschikbaar. Maar als je net als ik een schitterend idee hebt om een trui te maken, heb je geen patroon om te starten. Dus hoe begin je daar dan juist aan? Vandaag leg ik je stap voor stap uit hoe je dat schitterend idee tot realiteit kan brengen.

Het concept

Het is belangrijk dat je weet wat je wil maken natuurlijk. Je wil van een vaag concept en gericht plan maken. En bij het eerste idee dat in je hoofd komt, kan het nogal overweldigend zijn om dat effectief gerealiseerd te krijgen. Daarom gaan we stap voor stap kleine doelen maken. Zo wordt het alvast veel haalbaarder.

Ik wil eventjes mijn raglan trui als voorbeeld gebruiken, maar het hoeft je daar niet toe te beperken. Je kan hem met sjaals, plaids, … evengoed.

Je start met wat je vaag in je hoofd hebt, en je tekent het uit op papier. Hoe ziet die trui er precies uit? Je denkt nog niet na over de losse elementen. De eerste stap is globaal. In mijn geval zag ik een mooi aansluitende trui met strepen voor me. Meer was het niet op dat moment.

Reality check

De volgende stap is eventjes dieper gaan nadenken. Is het effectief mogelijk om het te maken? Je denkt misschien dat ik hier een paar stappen over sla, maar je wil dit echt nu bedenken. Als het niet mogelijk is om het te maken, is het nu het moment om nog even over je concept na te denken.

Hier wil ik je de tip geven om ook outside the box te blijven denken. Misschien denk je dat het niet realiseerbaar is, maar is het dat wel als je een nieuwe techniek onder de knie zou krijgen. Laat je niet te snel van de wijs brengen.

Losse elementen

Als je bepaalt hebt dat je concept mogelijk is, kan je nu je schets ontleden. Welke stukken heb je precies nodig om het te maken? Per onderdeel ga je op zoek naar een vorm die past voor je concept. En dit is een beetje moeilijker, dus neem hier zeker de tijd voor. Het is dan ook een belangrijke stap, want dit bepaalt eigenlijk alles.

Voor- en achterpand

Je beslist over hoe lang je de trui wilt en over hoe hij zal aanvoelen. Wil je een losse, knusse trui of een mooi aansluitende? Bepaal ook als je in het rond wil breien of heen en weer. Want dat kan ook bepalend zijn voor de vorm.

Mouwen

Er zijn een paar opties: ingezette, afgevallen, vleermuis of raglan mouw. Je hebt misschien toch wat fantasie nodig nu. Welke mouw zou het best uit komen voor jouw project? Als je het niet helemaal voor je ziet, kan je je losse onderdelen nog even uittekenen en uitknippen. Bij het leggen van de puzzel, zie je het soms beter.

Boord

Hoe hoog maak je die? Welke steek ga je gebruiken? Meestal ga je voor een boordsteek (vb: 1R, 1AV), maar dat hoeft niet per se. Als je de trui in een fantasiesteek wil maken, heb je misschien helemaal geen boord nodig, omdat die niet opkrult. Of misschien wil je net wel dat die opkrult en gebruik je bij de tricotsteek toch geen boord. Maar je kan ook bij een tricotsteek gaan voor een boord in fantasiesteek.

Hals

Hier heb je weer een heleboel opties. Wil je een boothals? Of liever een ronde of een V-nek? Of misschien maak je een trui voor in de winter en wil je een col. Omdat deze het dichtst bij je gezicht komt, is die ook het meest zichtbaar. En dus heel vormgevend voor je project.

Look en feel

In welke steek wil je de trui maken? Ga je voor een gewone tricotsteek of wil je een fantasiesteek gebruiken? Als je met een steek werkt die een veelvoud heeft, wil je in gedachten houden dat die ook nog steeds toegepast moet kunnen worden wanneer je meerdert of mindert.

Het doel van je trui kan ook bepalend zijn voor de steek dat je wil gebruiken. Voor een zomerse overgooier, wil je misschien een luchtige steek (zoals ajour) toepassen. En dat is dan weer bepalend voor de soort wol dat je zal gebruiken.

En dan kan je gaan nadenken over de kleur. Wil je je lievelingskleur gebruiken? Of heb je een mooie kleurencombinatie gevonden? Hier wil ik je de raad geven om het niet te complex te maken. Wol met een print komt minder uit bij een fantasiesteek, omdat ze mekaar een beetje opheffen.

Je kan natuurlijk ook eerst de look en feel bepalen en daarna de juiste vormen van de onderdelen bepalen. Want deze twee stappen beïnvloeden elkaar. Het hangt er een beetje van af wat je het makkelijkst vindt. Of soms vraagt het concept er om.

Afmetingen

Als je alle losse onderdelen en de look en feel van je trui bepaalt hebt, wil je het nu ook weer concreet maken. Welke afmetingen heb je nodig om die stukken te maken? Als je de trui voor jezelf maakt, kan je jezelf opmeten. Als inspiratie kan je ook gelijkaardige patronen nakijken. Hoe zitten die juist in elkaar en welke grootte hebben de stukken dan.

Ik wil wel aanraden om niet zomaar over te nemen. Jouw project is anders dan die waar je inspiratie uit wil putten. En daarnaast heb je ook nog zoiets als copyright. Het is meer de bedoeling om inzicht te krijgen in hoe groot de stukken zullen worden en welke afmetingen je nodig hebt voor de stukken die met elkaar verbonden worden. Hou in gedachten dat je je eigen unieke stuk maakt.

Hierbij kan die puzzel weer helpen. Maak eventueel een schaalmodel. Dan zie je onmiddellijk of de afmetingen overeen komen. Dit is zeker handig bij de verbinding van mouw aan voor- en achterpand. Maar natuurlijk ook voor de hals.

Als je alle afmetingen vast gelegd hebt, maak je een telpatroon. Ik vind dat het meest handig als de stukken apart van elkaar genoteerd worden. Ergens in mijn hoofd geeft dat meer overzicht, omdat ik de stukken ook apart maak. Als jij het beter voor je ziet als je het in één geheel tekent, is dat natuurlijk ook prima.

Voorbereidingsfase

Nu heb je al een behoorlijk realistisch plan en kan je bijna aan de slag. Maar voor dat je start, is misschien toch niet slecht om alles nog eens op een rijtje te zetten: de voorbereidingsfase. Je wil nog eens nagaan waarom je het project wil maken en of je de juiste wol, dikte en kleur gebruikt. Welke technieken en materialen heb je nog nodig? Je maakt een proeflapje en een planning.

Nu heb je het pas echt goed doordacht en kan je van start. Kijk eens terug naar je concept, je zal zien dat je al een hele weg afgelegd hebt. Als je stapje voor stapje werkt, kom je uiteindelijk tot een afgewerkt project. Zie jij het al voor je?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Reflectie

Ondertussen ben ik alweer 5 weken bezig met het maken van mijn Raglan trui. Ideaal om eens na te gaan of ik nog steeds op schema zit en of ik nog tevreden ben.

Het schema

Elke week heb ik 30 rijen gebreid, zoals ik uitgerekend heb tijdens de voorbereidingsfase. Ik heb het niet echt specifiek bijgehouden of afgevinkt. Maar als ik het nu even snel uitreken kom ik mooi op schema uit. Mijn voor- en achterpand zijn nu klaar. Dat waren 146 rijen en 30 rijen per week komt mooi uit op 5 weken.

Deze week ben ik er nog niet toe gekomen, maar het is nu starten met de mouwen. Eerst is er nog de berekening. Hoeveel steken zet ik op, hoeveel keer meerderen over hoeveel rijen, enzoverder. Ik doe dit gaandeweg wanneer ik aan een nieuw stuk begin. Dat is het voordeel van een eigen patroon maken.

Mouwen berekenen

Ik had voor een een raglan schouder gekozen, omdat de strepen dan het mooist zouden uitkomen met het voor- en achterpand. Maar als ik de berekening maak, heb ik in totaal meer rijen in de mouwen. Dat wil zeggen dat mijn strepen niet even breed zullen zijn als ik het aantal rijen eerlijk verdeel. Bij het starten heb ik daar aan gedacht, maar de oplossing heb ik een beetje uitgesteld. En nu is het het moment om de knoop door te hakken.

Er zijn een paar dingen die ik kan doen. Bijvoorbeeld de mouw korter maken. Ik zou dan kunnen gaan voor een driekwart mouw. Is ook mooi. Maar het is de bedoeling dat ik deze trui in de winter zou kunnen dragen en dan is een driekwart mouw misschien niet zo ideaal.

Een andere oplossing is om bij het stuk waar de mouw aan voor- en achterpand vast gemaakt wordt de strepen gelijk te houden en dan meer rijen te breien in het andere stuk. Maar ik weet niet of dat zo mooi zal zijn. Dat zou te veel opvallen.

Ik vroeg me af of er nog andere methodes zijn om dit op te lossen. Dus ben ik online op zoek gegaan naar een gelijkaardig patroon. Als je de foto bekijkt, komen de strepen heel gelijk uit. Enkel het onderste deel is langer.

Dit is dus mijn oplossing. Ik hoef enkel maar meer rijen in bruin te breien en dan voor de andere kleuren kan ik hetzelfde aantal rijen aanhouden. Concreet wil dat zeggen dat ik na de rijen van mijn boord nog 33 rijen in bruin ga verder breien.

Ben ik nog tevreden?

Ja, ik ben nog steeds blij met de kleurencombinatie. Ze passen prachtig bij elkaar. En als ik er naar kijk, denk ik onmiddellijk aan het strand. Maar er zijn een paar details die ik wel jammer vind. Een paar schoonheidsfouten eigenlijk.

Ik vind het jammer dat ik de tip van vorige week niet eerder heb kunnen toepassen. Bij de overgang van de boord naar het groene kleur en ook bij de overgang naar het volgende kleur heb ik een niet zo nette overgang. Oke, ik weet dit nu voor de volgende keer. Maar ik heb toch een beetje spijt dat het niet netjes is.

Daarnaast heb ik een paar keer verkeerd geminderd in het mouwstuk. De nek van het achterpand heeft een andere breedte dan de hals van het voorpand. Wat wil zeggen dat je op een ander tempo mindert. Voor het achterpand was dat 2-2-4 en voor het voorpand 2-4. (Hiermee bedoel ik de groep rijen, waarvan telkens de eerste geminderd wordt.) Maar deze fout zie je eigenlijk niet. De raglan mouwen gaan mooi schuin.

En de hals is ook niet helemaal symmetrisch. Het was niet zo eenvoudig om dit juist te doen. Ik hoop dat ik dit nog een beetje recht kan zetten als ik de boord er aan brei. Daarnet het ik mijn voor- en achterpand al even gepast en ik denk wel dat het zal goed komen. Laat ons hopen.

Zoals ik al zei, zijn het echt schoonheidsfoutjes. De perfectionist in mij komt weer sterk naar voor, ik weet het. Maar dan denk ik eens terug aan de wabi sabi filosofie. Het draait allemaal over de schoonheid van imperfectie. Het komt er op neer dat niet alles perfect hoeft te zijn, maar dat ik zo een uniek stuk zal hebben. En iets dat ik volledig zelf gemaakt heb. Hoe kan ik daar niet trots en blij mee zijn.

Dus ik ben nog steeds heel tevreden en ik zit perfect op schema. Eigenlijk kan ik het niet beter hebben. Voila, mijn minder goeie week (je wil het niet weten), komt nog helemaal goed. Wat vind jij er van?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Strepen rondbreien

Er is iets waar ik totaal geen rekening mee gehouden heb. En dat is dat als je rondbreit, je eigenlijk in spiralen werkt. Je gaat naadloos over van de ene rij naar de andere. Als je in één kleur werkt, zie je daar nauwelijks iets van. En je wint er tijd mee, want je hoeft achteraf minder in te naaien.

Maar als je met 2 of meerdere kleuren in strepen werkt, zoals ik nu bezig ben met mijn raglan trui, valt dat enorm op. Aan het begin van de kleurenwissel, krijg je visueel een soort bultje in de rij en dat is echt niet mooi.

Ik had het eerder ook al gemerkt toen ik bezig was met een paar sokken in streepjesmotief te breien. Maar toen dacht ik dat ik gewoon iets fout deed. Nu besef ik dat het eigenlijk gewoon zo is, als je rondbreit. Want je breit dus eigenlijk in spiralen. Gelukkig is er daar een oplossing voor.

Eerste steek

Als je met grote strepen werkt, kan je met een kleine aanpassing op de eerste steek, de kleurovergang een beetje verdoezelen. Helemaal onzichtbaar is het niet, maar het is wel al een hele verbetering.

Brei de eerste rij in de nieuwe kleur. Als je dan opnieuw aan het begin van de rij komt, haal je de steek onder de eerste (die in de oude kleur) mee op de naald. Je doet dit zoals een steek op de naald hoort te zitten: het eerste beentje aan de voorkant. Daarna brei je de eerste twee lussen recht samen.

Het resultaat is dat de eerste steek in de oude kleur de steek een beetje naar beneden trekt. Zo krijg je dan meer het gevoel dat je in echte strepen breit, en niet in spiralen.

Helix breien

Als je met kleine strepen werkt, is dit een hele goeie manier. Ideaal voor bijvoorbeeld sokken. Je ziet helemaal geen overgang meer, omdat je eigenlijk gezichtsbedrog maakt. Soms mag dat ook eens, toch?

Zet het aantal steken op dat je nodig hebt voor je patroon. Dan deel je dat aantal door het aantal kleuren waarin je breit. Brei je bijvoorbeeld 80 steken in 4 kleuren, dan brei je 20 steken in elke kleur. En dat op één rij.

Dus je breit 20 steken in kleur A, wissel dan van kleur en brei 20 steken in kleur B. Gebruik steekmarkeerders! En herhaal dat: 20 steken in kleur C en 20 steken in kleur D. Nu heb je één rij gebreit. Gebruik ook een steekmarkeerder om het begin van de rij aan te geven.

Brei dan verder tot de volgende steekmarkeerder in kleur D. Daarna brei je 20 steken in kleur A, 20 in kleur B, 20 in kleur C en je bent alweer op het einde van je rij. Met andere woorden, kleur D komt boven kleur A, kleur A komt dan boven kleur B, enz. Omdat je zelf de spiraal maakt, toont het werk effen rijen.

Heel bizar als je er over nadenkt. Dus niet te veel doen, want het is het resultaat dat telt. En dat mag er echt wel zijn.

Toegepast op mijn raglan trui

Omdat ik met grote strepen werk, denk ik dat ik het beste resultaat met de eerste methode zal bekomen. Bij mijn tweede kleurovergang heb ik het geprobeerd en het is echt beter. Maar nog niet zoals ik het zou willen. Ik denk dat ik het ook beter zou toepassen met de averechtse rij. Want die komt nog niet volledig uit. Iets wat ik ga testen bij de mouwen.

Hopelijk heb je, net als ik, weer wat bijgeleerd. Heb jij dit probleem ook al meegemaakt? Wat was jouw oplossing dan?

Bronnen

Steek van de maand

Ridge stitch

De steek die ik gebruik voor mijn Raglan trui is een tricotsteek. Dit is een van de basissteken bij breien. De ene rij brei je rechts, de andere averechts. Zo komen de v-tjes steeds aan dezelfde kant. Maar om het iets specialer te maken, heb ik er een variatie in verwerkt: ridge stitch.

Tussen elke kleur overgang wou ik een specialeke. En dit is heel eenvoudig te bekomen door de laatste rij in de omgekeerde steek te breien, zodat de boogjes dan aan de voorkant komen. Dit breekt de tricotsteek op in verschillende delen.

Het is een eenvoudige steek met een twist. Ben je een beginnende breister? Dan kan je met dit patroon iets extra in je project steken aan de hand van deze kleine aanpassing. Ben je een ervaren breister? Dan kan je spelen met herhalingen en kleuren.

Breien met rechte naalden.

Er is een verschil tussen heen en weer breien en rond breien. En eigenlijk begint dit al met de tricotsteek. Als je op rechte naalden werkt, brei je de ene rij rechts, de andere rij averechts. Om dan de boogjes aan de voorkant te hebben, brei je een averechtse rij dan rechts.

  • Zet zoveel steken op als je nodig hebt.
  • Rij 1: brei alle steken rechts
  • Rij 2: brei alle steken averechts
  • Herhaal rij 1 en 2 zoveel als je wil
  • Oneven rij: brei alle steken rechts
  • Even rij: brei alle steken rechts

Breien met rondbreinaalden

Als je rondbreit maak je de tricotsteek door elke rij rechts te breien. Want je breit steeds in dezelfde richting. Om dan de boogjes aan de voorkant te hebben, brei je de rij averechts. Visueel heb je hetzelfde effect.

  • Zet zoveel steken op als je nodig hebt.
  • Rij 1: brei alle steken rechts
  • Rij 2: brei alle steken rechts
  • Herhaal rij 1 en 2 zoveel als je wil
  • Oneven rij: brei alle steken rechts
  • Even rij: brei alle steken averechts

Raglan trui

Voor mijn raglan trui heb ik de berekening gemaakt dat ik in voor- en achterpand 32 rijen per kleur nodig heb. Dus brei ik 31 rijen in tricotsteek en de 32e brei ik omgekeerd.

Tijdens dit project zal ik voor de schouders een overgang maken tussen rondbreien naar heen en weer breien. Het is best om dan in de gaten te houden dat je ook de omwisseling maakt naar de omgekeerde rij. Maar dat zal zichzelf uitwijzen. Als je ziet dat de v-tjes toch aan de voorkant zitten, brei je die rij gewoon in de omgekeerde steek.

Laurel Mist shawl

Ik heb deze steek ook toegepast in de Laurel Mist shawl. Hier liggen de omgekeerde rijen dichter bij elkaar. Tussen elke omgekeerde rij zaten 5 rijen tricotsteek. En het wordt een aantal keer herhaalt in dezelfde kleur.

Na een aantal keren het patroon te herhalen, wordt er nog een andere steek (slipped dots) toegepast. Daarna opnieuw een aantal keer het patroon. Opnieuw de slipped dots. En dan nog een keer het patroon. Zo krijgt de herhaling ook weer iets speciaals.

Variaties

Het voordeel van deze steek is dat je eigenlijk heel variabel is. Je kan zelf kiezen hoeveel rijen je tussen de omgekeerde rijen laat. Het minimum (om mooi uit te komen), zou ik zeggen, is vijf. Maar dat kunnen er ook gerust meer zijn. Dat hangt volledig van jouw smaak af. Neem wel een oneven aantal rijen. Dan kan je de volgende even rij omgekeerd werken. Zo blijf je op de juiste kant van het werk.

Je kan dit patroon in één kleur maken, maar ook in verschillende. Voor de laurel mist shawl heb ik hetzelfde kleur gebruikt, maar voor mijn raglan trui gebruik ik voor iedere sectie een andere kleur. Let wel op als je de omgekeerde rij in een andere kleur start. Dan zullen de onderste boogjes in een andere kleur zijn dan bovenste.

Maar je kan nog verder gaan dan dat. Er bestaat ook een omgekeerd ridge patroon. Dat is eigenlijk de achterkant van het werk. Je hebt dan de boogjes en een onderbreking met de v-tjes aan de voorkant van je werk. Dat maakt het een heel rekbare steek. Eigenlijk een beetje als een boordsteek, maar dan horizontaal.

Omdat ik zo vaak met Engelse patronen werk, ken ik enkel de Engelse naam. Weet jij toevallig hoe die in het Nederlands heet?

Bronnen

werk in wording: Raglan trui

Raglan trui

Een tijdje geleden heb ik hele mooie wol gevonden die ik wou gebruiken. Het is een combinatie van 5 kleuren. Maar ik had nog geen idee waarvoor ik het wou gebruiken. En dat is voor mij heel gevaarlijk, want meestal belandt de wol dan op zolder, om nooit gebruikt te worden. Want wanneer ik dan zou weten wat ik wil maken, zou ik al weer een ander project voornemen.

Dus ben ik eerst gaan nadenken over wat ik wou maken. Ik was toen nog bezig aan mijn droomtrui en vond dat wel tof. Dus besloot ik om een trui te maken. En omdat ik de kleuren naast elkaar zo mooi vond, besloot ik om met strepen te werken.

De wol

Maar eerst wil ik het even hebben over de wol. Ik was online aan het surfen en toevallig kwam ik deze tegen op de website van Sweet Georgia Yarns. Waar ik ook de wol vond voor mijn droomtrui. Deze heet Tofino roadtrip. Ik vind deze kleurencombinatie echt prachtig. Het heeft iets weg van een foto van het strand.

Maar deze wol is niet dik genoeg voor een trui. En ik had eigenlijk geen zin om weer met een dubbele draad te werken. Dus ben ik overgeschakeld naar hun superwash worsted. Wat wil zeggen dat het een superwash merino wol is met een dikte van ongeveer 4,5-5,5. Maar hiervan hebben ze de kleurenset niet. Dus was het een beetje zoeken om zelf de combinatie bij elkaar te vinden. Het zit er misschien niet volledig op, maar het komt toch in de buurt.

De vorm van de trui

Omdat ik besliste om met strepen te werken, zat ik een beetje vast met de vorm van de trui. Want zoals je kon zien bij mijn droomtrui, Komen de kleuren in het lijf niet overeen met de mouwen. En dat wil ik bij deze wel bekomen, want zo zullen de strepen echt tot hun recht komen. De enige manier waarop ik dit kan doen, is werken met een raglan mouw. Je weet wel, zoals op mijn to do-lijst: little cables raglan. Niet het volledige patroon, maar wel dit principe wil ik dus toepassen op de mouw van mijn trui.

Maar deze mouw heb ik nog nooit gemaakt. Nieuwe techniek leren, check. Bijkomende uitdaging was dat ik geen patroon heb. Want het is iets dat ik zelf wil maken. Het is nog nooit eerder gemaakt, dus bestaat er geen patroon van. Nog een nieuwe techniek, check. Zelf een patroon leren maken.

Soort steek

Ik wil een mooi aansluitende trui. Een gewoon model, zonder pof. De strepen zouden het al speciaal maken. Dus wou ik het voor de rest eenvoudig houden. Maar ik wou wel een speciale overgang tussen de kleuren. Zodat het toch iets extra heeft. Dus dacht ik aan het ridge pattern dat ik bij mijn laurel mist shawl gebruikte. Spoiler alert! Meer daarover volgende week

Het concept op papier zetten

Wat ik geleerd heb van mijn droomproject is alvast goed na te denken voor je begint. Dat wil ook zeggen dat je het voor je ziet. Hoe wil je dat het er gaat uit zien? Elk onderdeel samenvoegen en controleren of het samen werkt. Met andere woorden een schets maken. En dan de verschillende stukken uittekenen en de afmetingen er bij vermelden.

Om de afmetingen van een trui te bepalen kijk ik op een patroon het meest naar de tekening van de losse stukken, waar de afmetingen vermeld staan. In dit geval is de steekverhouding niet relevant, want je werkt met andere wol dan dat vermeld wordt in het patroon.

Deze stap was niet eenvoudig. Want de meeste patronen voor een raglan trui die ik tegen kwam, hadden deze tekening niet. En als ik er dan een vond, waren de boord, de hals of de lengte niet zoals ik het wou. Ik heb er een heleboel opgezocht om dan uit te komen op een zelf samengestelde combinatie. Het lijf van het ene patroon, de hals van het andere en gewoon een kortere boord. Onderaan worden de patronen die ik als basis gebruikte vermeld.

Dan heb je de basis voor je patroon. Later kan je aan de hand van je steekverhouding uitrekenen hoeveel steken je zal nodig hebben, hoeveel rijen je zal breien en wanneer je zal minderen/meerderen. Dat zijn zorgen voor later. Eerst wil je nu tevreden zijn met wat je voor ogen hebt.

En dat ben ik wel. Met mijn visueel geheugen zie ik nu al voor me hoe de trui er zal uitzien. Al zou het kunnen dat ik nog wat obstakels zal tegen komen onderweg tijdens het maken. Maar die kan ik dan oplossen als ik ze tegenkom. Heb jij het ooit al aangedurfd om zelf een patroon samen te stellen?

Bronnen

Basis voor mijn raglanpatroon

Weetjes

De Voorbereidingsfase

Na 9 maanden is mijn droomtrui klaar. En één van de eerste dingen die ik opmerkte was dat het zalig was om niet opnieuw te hoeven starten. De voorbereiding doet echt heel veel. Het tweede was dat ik die voorbereidingsfase toch wat lang vond. Tja, elk nadeel heeft zijn voordeel. Of omgekeerd. Je weet wel wat ik bedoel.

Maar omdat dit eigenlijk de basis is van elk project, wil ik wel investeren in een systeem dat voor mij werkt. Een soort checklist, waarbij ik door de verschillende stappen kan gaan. Dan ben ik verplicht om er over na te denken, en hoeft het geen half jaar te duren. Want zo zou ik niks gemaakt krijgen.

De opbouw

Ik heb alle stappen op een rijtje gezet:

  • Wat wil ik maken
  • Waarom wil ik het maken
  • Materiaal kiezen
  • Kleuren kiezen
  • Technieken leren
  • Voorbereiden
  • Maken
  • Terugblikken

En dan heb ik nagedacht over wat ik wil weten of nodig heb van informatie bij deze stappen. Maar het is ook een soort checklist. De mogelijkheden staan er en dan kan je aanvinken wat je zou willen gebruiken voor je project. Maar er zijn ook een aantal puntjes die telkens anders zijn. Zoals bijvoorbeeld de technieken die je wil leren. Daar is plaats gehouden om vrij in te vullen.

Wat wil ik maken

Dit is je to-do lijstje, een brainstorm over wat je nog wil maken. Schrijf alle ideeën op, goed of slecht, haalbaar of niet. Denk outside the box en denk groot.

Waarom wil ik het maken

Als je nadenkt over de reden waarom je het wil maken, zal je later langer volhouden. Ik spreek uit ervaring. Je motivatie is ook je houvast. Ga daarom niet licht over deze fase. Zoek het uit tot op de bodem. Alle redenen zijn goed.

Materiaal kiezen

Met welke wol wil je werken en met welke dikte? Elk project heeft iets anders nodig. De checklist helpt je kiezen. Maar er is ook een lijst voor toebehoren. Wil je een speciale techniek leren en heb je daar iets specifiek voor nodig, dan kan je het ook invullen.

Kleuren kiezen

Hier kies je de kleurencombinatie dat je wil gebruiken. Er zit een kleurenwiel bij om al een idee te geven, maar het laat je ook nadenken over welke kleurencombinatie dit juist is. Hoeveel kleuren wil je combineren?

Technieken leren

Vul de technieken die je wil leren uit je brainstorm in op de lijst. Leer ze en vink ze af. Maar neem hier wel genoeg tijd voor. Als je een mooi eindresultaat wil bekomen, is het belangrijk om de techniek al redelijk onder de knie te hebben.

Voorbereiden

Maak een proeflapje en doe de berekening. Wat is je steekverhouding en hoeveel wol heb je nodig? Wat zijn de afmetingen van je project? En ook heel belangrijk: loop nog eens alle stappen door en zorg dat je zeker bent van je keuze. Twijfelen mag nu nog, maar als je naar de volgende stap gaat, ben je best zeker.

Maken

Een planning helpt. In 12 weken is het mogelijk om een project te maken. Dus kan je dan uitrekenen hoeveel rijen je per week nodig hebt. Maar het mogen er natuurlijk ook meer of minder zijn. Dat kies je volledig zelf. En dan kan je nu van start met het echte werk.

Terugblikken

Als je project af is, kan je hier je bevindingen en opmerkingen kwijt. Wat ging er goed, wat ging er fout en wat heb je geleerd? Misschien zijn er dingen die je in de toekomst anders wil aanpakken. Maar vooral, geniet van het eindresultaat en wees trots op wat je gemaakt hebt.

Voordelen

Dit is een houvast tijdens het maken van je project. Een goede voorbereiding maakt echt het verschil. En je kan er steeds naar terug grijpen als je het nodig hebt. Alle keuzes die je hebt genomen, staan netjes op een rij.

Deze lijst zorgt er ook voor dat je niets kan vergeten of stappen zou overslaan. Want als je te veel aan je hoofd hebt, zou je iets kunnen vergeten (Ik althans wel). Dus in een zekere zin helpt het ook om een beetje rust in je hoofd te hebben. Als je de checklist doorlopen hebt, kan je niets vergeten zijn en komt alles goed.

En belangrijk. Je neemt de tijd om alles te overdenken, maar je verliest jezelf er niet in. Een valkuil hier kan natuurlijk zijn dat je te snel beslissingen neemt, die toch niet ideaal zijn voor het project. Het is een kwestie van de gulden middenweg zoeken. Maar is dat niet bij alles zo?

Het is een vrij complete lijst, vind ik. En zeker een die ik zal gebruiken als ik een nieuw project start. Hopelijk vind je hem ook handig. Of heb jij een eigen manier?

Bronnen

Droomproject

Het resultaat

Nu kan ik het eindelijk schrijven. Mijn droomtrui is af. En ondanks mijn twijfels ben ik er toch best tevreden mee. Ik schaam me nu een beetje dat ik er eigenlijk over getwijfeld heb. Want het resultaat mag er best zijn.

Afwerking

Vorige week had ik de losse stukken geblokt. Dus deze week stond het aan elkaar naaien en de draadjes instoppen op het programma. Voor mij is dat het minst leuke gedeelte. Maar het is natuurlijk wel essentieel om een project af te maken.

Aan elkaar naaien

Daarom brei ik het voor- en achterpand met rondbreinaalden al meteen aan elkaar. Idem met de mouwen. Dat zijn dan al 4 naden minder om dicht te naaien. En dat scheelt veel. Ik denk dat ik voor de 2 mouwen aan het lijf te naaien, maar drie kwartier tijd nodig had. Dat scheelt een hele hoop tijd en gedoe.

Er zijn natuurlijk wel modellen waarbij dat je het zo niet kan doen. Bijvoorbeeld bij motieven waar je heen en weer gaat met de draad. Want als je rondbreit zit de draad dan aan het einde van de tekening en de volgende rij heb je die weer nodig aan het begin van de tekening. Dus dat werkt niet. Of als je een specifieke pasvorm breit, waarbij de naden juist nodig hebt.

De mouwen zijn aan elkaar genaaid met de matrassteek. Hier komt de zelfkant heel goed van pas. Het maakt een mooi onderscheid tussen de eerste en tweede steek, zodat je mooi recht aan elkaar kan naaien. Je neemt telkens 2 lusjes op aan elke kant. Na een aantal steken trek je de draad dan aan, zodat alles mooi sluit.

Dit is de juiste manier om aan elkaar te naaien. Vroeger ging ik lusjes maken en dan met de stiksteek er nog eens door. Dubbel dicht naaien eigenlijk. Dat werkte prima en het was heel stevig, maar eigenlijk was het niet nodig. En waarom het moeilijk maken als het makkelijk ook kan.

Knopen

Volgens het patroon komen er 6 knopen aan de schoudernaden, in plaats van ze dicht te naaien. Eerlijk gezegd was ik dit een beetje uit het oog verloren. Snel dus nog op zoek naar 6 gelijke knopen. Maar wie zoekt die vindt. Mijn beperkt budget zorgt er soms voor dat ik wat creatiever ben in oplossingen vinden. Lang leve tweedehands.

Veel houdt het niet in. Op het achterpand werden de lusjes al meegebreid. Dus was het een kwestie van de knopen naaien op het voorpand waar de lusjes zaten op het achterpand. Ik heb dit een beetje op het zicht gedaan. En dat is goed gekomen. Maar ik vermoed dat het niet altijd zo makkelijk zal zijn.

Draadjes innaaien

Ik probeer altijd zo weinig mogelijk losse draadjes te hebben. Want als ik er al tegenop zag om de stukken aan elkaar te naaien, dan zie ik er al helemaal tegen op om draadjes in te naaien. Het is zo’n saai werkje. Maar opnieuw, het is essentieel om af te werken, dus door de zure appel bijten. Jammer genoeg had ik er een heleboel, omdat ik telkens van kleur wisselde. En dan was mijn bol ten einde, dus dan heb je ook weer die uiteinden.

Om de draadjes in te naaien, ga ik door twee (lachende) boogjes omhoog en in de volgende twee naar beneden. Na een 4tal keer herhalen, keer ik een paar keer terug op en neer. Dit zou de meest efficiëntste manier zijn om er voor te zorgen dat ze niet los komen. En het is minder zichtbaar.

Dit gaat even goed als je losse draad ergens in het midden van de rij zit. Je hoeft dus zeker niet op het einde van de rij uit te komen. Wat een verspilling van wol voorkomt. Het zijn soms de kleine beetjes die het hem doen.

Genieten

Voila, mijn trui is af. En ik ben in de wolken. Na 9 maanden is het resultaat er nu eindelijk. Maar dus een hele belangrijke om niet te vergeten. Even reflecteren op het proces en het eindresultaat.

Naar mijn gevoel is 9 maanden toch iets te lang. Tja, wat had je gedacht. Bij mij moet het vooruit gaan. Maar het denkproces dat voor het effectieve maken komt is wel een enorme houvast. Dit zal ik blijven doen, maar dan misschien wel in een verkorte versie.

Wat me vooral opviel is dat ik maar één keer opnieuw ben begonnen. En dat was omdat ik tegen beter weten in al begonnen was en ik eigenlijk had moeten wachten op de rest van de wol. Dat was een hele opluchting. Bij vorige projecten kon dat soms wel tot drie keer zijn.

Omdat ik eerder al nadacht over de kleur en soort wol die ik zou gaan gebruiken, heb ik daar niet meer over hoeven twijfelen. Dus ik was al zeker dat dat goed zat. Het neemt een enorme last van de schouders, waardoor je meer kan bezig zijn met het genieten van het maken.

En het is eens oke om te twijfelen. Maar eigenlijk is dat niet nodig. Je kan er op vertrouwen dat wat je maakt goed zal zijn. Dat zijn alvast twee dingen die ik alweer bijgeleerd heb. Naast de nieuwe technieken (ajourmotief, kleurverloop en een nieuwe boordsteek). En nog zo veel meer.

Maar waarom ik het vooral wilde doen, was om de basis van een trui maken te leren begrijpen. Ik wou er een kunnen maken zonder dat het een ramp (zoals mijn eerste trui) zou worden. En dat is zeker gelukt. En ik heb er zelfs de truimicrobe door te pakken gekregen.

Oh, ik mag het allerbelangrijkste nog niet vergeten. De trui past als gegoten. Hij sluit heel mooi aan bij de polsen en onder de oksels. Qua lengte is die ook goed. Enkel hoe de boord van het lijf valt, lijkt niet op de foto van het patroon. Maar het is daarom niet minder mooi.

Ik ga er nu nog een beetje van genieten. Tot volgende week. PS: wat vind jij er van?

Bronnen

Droomproject

De volgende stap

Eindelijk ben ik er. Joepie, de mouwen zijn af. Wat wil zeggen dat ik klaar ben met breien. Nu is er alleen nog de afwerkingsfase. Ik ben blij dat ik niet opgegeven heb, ook al was ik heel erg aan het twijfelen. Gelukkig heb ik mezelf er door gesleept. Met dank aan jouw steun. Het doet deugd om te lezen dat ik niet de enige ben die soms twijfelt.

Mouwen

Gisteren heb ik de laatste rijen van mijn mouwen gebreid in kleur EE. Het was wel wat lastig aan het worden, omdat de mouwen al zo lang waren en er meer steken op de naald staan dan in het begin. Breien met 4 bollen tegelijk is niet zo evident. Al gaat het wel, soms is het een beetje een gedoe als je werk al zo lang is.

Maar het resultaat mag er dus zijn. Twee gelijke mouwen, met aan de ene kant een rij meerderingen. Ik heb ze al even aangedaan en ze pasten. Dat is al een goed teken. Hopelijk past de rest nu ook nog.

Blokken

Maar voor dat ik helemaal klaar ben, zijn er nog een paar stappen nodig om de trui in elkaar te steken. De eerste is blokken. Dit wil zeggen: de wol nat maken en opgespannen laten drogen. Het zorgt er voor dat je een mooier resultaat krijgt. Al zijn er voor- en tegenstanders, ik heb het al een paar keer geprobeerd en het loont echt. Maar deze keer heb ik er toch wat moeite mee gehad.

Daarna zet je de stukken in elkaar en weef je alle draadjes in. Dat staat volgende week dan op de planning.

Zo doe je het

Dit is het proces. Je legt de wol in water, zodat het door en door nat is. Er mogen geen luchtbelletjes meer uit komen. Na 15-30 minuten duw je het water er uit (niet wringen!). Het helpt om wat extra water er uit te krijgen als je het even tussen een handdoek legt voor je het gaat opspannen.

Kies dan een vlakke ondergrond. Voor mij is dat de vloer. Eerst leg ik een laag plastiek, dan een handdoek. Daarop span ik dan de verschillende delen op. Het is belangrijk om de maten van je patroon er bij te houden. Want het is op die afmetingen dat je gaat opspannen (en het is daarmee dat ik deze keer moeite had). Opspannen doe ik met gewone kopspelden.

Daarna opnieuw een handdoek. Als je er gewicht op legt, best nog een laag plastiek er weer tussen. En kies ook voor een gewicht dat geen water kan opslorpen. Je wil je beste boeken hiervoor natuurlijk niet ruïneren (tenzij je ze niet meer nodig hebt). En daarna is het wachten tot alles droog is.

Problemen

Maar dus deze keer ging het niet zo goed. Waarschijnlijk omdat het werk een beetje uitgerokken is door het even verticaal vast te houden. En dan is het een heel karwei om de steken weer bij elkaar te duwen om de juiste hoogte houden. Als je dit ook voor hebt, een tip: gewoon wrijven in de richting die je wil inkorten. Als dat zowel verticaal als horizontaal is, kan je rondjes wrijven. En wat heb ik gewreven, amai. Maar het is uiteindelijk gelukt, hoor.

Het is dan ook niet gemakkelijk als je een dubbel stuk zo effen wil krijgen. Maar dat is wel nodig, want anders krijg je plooien en dan is het hele proces eigenlijk voor niets geweest. Dat wil je echt niet.

Er zat niets anders op om eerst de onderkant effen te prutsen. En daarna heb ik de bovenkant er op gelegd en die ook effen geprutst. Ik schrijf prutsen, omdat het dat ook echt was. Van al dat gewrijf kwamen er golven in mijn rijen. De ene kant van mijn rij lag veel hoger op de handdoek dan de andere kant van mijn rij. Ik hoop echt dat het goed komt.

Andere manieren

Er zijn veel verschillende manieren om te blokken. Maar dit is hoe ik het geleerd heb. Er zijn mensen die stomen. Persoonlijk ben ik daar geen fan van, want je hebt heel veel stoom nodig om de wol echt volledig nat te laten worden. En ik heb het gevoel dat je nooit helemaal zeker bent dat het goed is. En je mag er met je stoomstrijkijzer ook niet op duwen, want dan vermindert de structuur van het werk. Je wil nog steeds dat beetje veerkracht in de wol hebben.

Er zijn ook mensen die nog een speciaal product bij het water doen. Al weet ik niet goed wat het is. Het zou de structuur van de wol verbeteren. Sommigen zweren daarbij. Ik heb het dus nog niet geprobeerd. Voorlopig doet gewoon water voor mij genoeg.

En er zijn ook mensen die op een speciale ondergrond werken. Je kent waarschijnlijk wel de matten met letters of dieren, waarop kinderen graag spelen. Het is iets gelijkaardigs. En er zijn ook speciale opspan naalden die een beetje op kammetjes lijken. Daarmee zou je rechter kunnen blokken. Ik doe het op het zicht.

Nu ik zo heb zitten sukkelen op het blokken, denk ik dat ik het bij mijn volgende trui ga overslaan. Het is misschien ook eens goed om dan te kunnen vergelijken. Dan kan ik met een kritisch oog evalueren of het nu dat extra werk waard is of niet. Ben jij een voor- of tegenstander van blokken?

Bronnen

Droomproject

Misschien…

Het moment van twijfel en opgeven is eindelijk aangebroken. Het heeft lang geduurd, maar nu is het er toch. Ik ben niet meer zo zeker, dat ik echt mijn droomtrui aan het maken ben. Er zijn een paar dingen die me doen twijfelen.

Kleurovergang

In mijn hoofd waren de kleurovergangen veel effener en onzichtbaarder dan dat ik nu zie. Je hoeft zelfs niet goed te kijken, het valt onmiddellijk op. En dat stoort me echt. Het voelt aan alsof ik wel wil, maar niet kan.

Ik heb nochtans de truc van dubbele draad toegepast. Van 5 kleuren naar 9 kleuren: AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE. Dat maakt de overgang tussen 2 tinten iets zachter. Maar ik vrees dat er te veel kleurverschil tussen 2 tinten zit, waardoor je het echt te goed ziet.

Vorm

Ik heb ook een beetje schrik over de vorm. Gaat alles wel goed passen als ik het aan elkaar zet? Zal de trui op zich wel passen? En hoe zullen de kleuren van de mouw werken op het voor- en achterpand? Pff, ik ben het vertrouwen een beetje kwijt.

Als ik de foto’s van twee weken geleden terug bekijk, merk ik ook dat de vorm helemaal niet trekt op die van de foto van het patroon. Ik heb wel een paar aanpassingen gedaan, maar de pasvorm heb ik wel goed gevolgd. Maar ja, een foto van het werk dat op tafel ligt, kan natuurlijk anders zijn dan als je de trui effectief aan hebt. Laten we hopen.

Goed genoeg

En dan begin ik helemaal te twijfelen. Als ik daarover al niet tevreden ben, zal de trui dan goed genoeg zijn? Want ik wil liefst iets maken en dragen waar ik trots kan op zijn. Ik wil een trui maken waarop mensen een complimentje geven. Zo iets als: “Wauw, wat een mooie trui” (en dan denken ze: ik wil die ook).

Maar het kan natuurlijk nog steeds dat mensen dat zullen zeggen. En eigenlijk verandert dat niets aan mijn standpunt. Want ik zou het zelf niet zeggen of denken. Ik zou niet trots zijn om de trui te dragen. En het is net zo belangrijk om te dragen wat je mooi vindt. Dus als ik mijn trui niet graag zie, zal ik hem dan dragen? Ik weet het niet, misschien alleen thuis…

Waarom wilde ik deze trui ook alweer maken

Maar ik ben door het konijnenhol aan het vallen. Positief blijven, hé zeg. Even terugdenken naar de start van het project. Ik heb toen goed nagedacht over waarom ik nu net deze trui wou maken. En dat kan me misschien nu wel uit mijn dipje halen.

De trui

Ik wilde de basis van een trui breien beter begrijpen, zodat ik mijn eigen creaties zou kunnen dragen. En ik wou een tweede wasfiasco zeker vermijden. Daarnaast had ik ook opgeschreven dat ik wilde bijleren en groeien, zodat ik later misschien mijn creaties zou kunnen verkopen.

En daar gaat nu juist mijn twijfel over. Oke, ik begrijp de basis beter, maar als het resultaat niet goed is, zal ik de trui niet willen dragen. Laat staan, verkopen. Maar ik heb wel bijgeleerd en ben zeker gegroeid door dit proces. Deze is dus een beetje dubbel.

Maar ik wilde deze trui maken, omdat ik de pasvorm mooi vond. Die heb ik gevolgd. Dus misschien moet ik er meer vertrouwen in hebben. De rest is kwestie van goed in elkaar zetten en dan is de trui af. In plaats van te twijfelen, zou ik er beter op vertrouwen.

Het kleurverloop

Deze is dus een grote twijfel. Ik wou de kracht van kleur eer aan doen. Aangezien het zoveel impact kan hebben op je gemoed. Het kan je letterlijk gelukkiger maken. En zeker in mijn geval, me een beetje meer zelfzeker laten voelen. Maar ik wou het vooral met natuurlijke kleurmiddelen doen, maar dat is dus niet gelukt. Door met een kleurverloop te werken, wou ik er ook wat diepte in steken.

De natuurlijke kleurmiddelen zijn niet gelukt, dus had ik gekozen de set van 5 tinten roze. Deze impact heb ik misschien onderschat. Als ik de wol zelf zou hebben kunnen verven, had ik misschien voor 5 tinten gekozen die dichter bij elkaar lagen. Of misschien had ik beter gekozen voor zo’n bol waar de schakeringen geleidelijk aan in verlopen in plaats van 5 aparte bollen.

Maar de kleur zou nog steeds bij me moeten passen. Dat is niet veranderd. Ik ben dus nog steeds blij met roze. En als ik dat durf dragen, kan het niet anders dan ik meer zelfzeker ben. En wat de diepte betreft, ik vind wel dat die er in zit.

Nu ik de foto van Rothko herbekijk, stel ik vast dat daar ook duidelijke lijnen tussen de kleuren zitten. En zelfs ook in de kleurvakken apart. Is het dan zo erg dat er in mijn trui te duidelijke overgangen zitten. Deze hou ik nog in beraad.

Andere redenen

Daarnaast waren er nog een paar andere redenen waarom ik nou net dit project wou maken. En ik haal de twee belangrijkste er nog even uit. Ik wou leren volhouden. Volhouden. Ik schrijf het nog eens, want het wil zeggen: niet opgeven. Dus ik ben het mezelf toch een beetje verschuldigd om verder te doen.

En de tweede was niet teleur gesteld zijn van het eindresultaat. Ik wou trager werken en meer doordenken om dit te vermijden. Maar nu heb ik er al die tijd ingestoken om vast te stellen dat ik toch een beetje teleur gesteld zal zijn. Wauw, dit besef is zwaar.

Misschien heb ik het niet goed gedaan. Misschien heb ik het nog niet genoeg doordacht. Misschien maak ik beter eerst een tekening van hoe ik wil dat de trui er uitziet. Want dat heb ik nu niet gedaan en ik merk nu dat het resultaat toch anders is dan dat ik voor ogen had.

Conclusie

Het kan dus zeker geen kwaad om goed te overdenken waarom je een project wil maken. Het is zelfs aan te raden. Als de basis goed zit, volgt de rest. Dat is een waarheid als een koe. Er is nu nog 1 week (9 naalden) te gaan om de mouwen af te breien en dan kan ik de trui in elkaar steken.

Ook al ben ik niet volledig overtuigd, ik ben het mezelf verschuldigd om deze trui af te werken. Maar zoals je kan lezen, is jouw steun nu meer dan welkom. Wat vind jij er van? En twijfel jij soms ook over je werk?

Bronnen

Basis

Steek van de maand: Linnensteek

Ben je het ook soms beu om steeds hetzelfde te doen? Dit gevoel heb ik vooral bij haken. De basissteken zijn losse, halve vasten, vasten, halve stokjes, stokjes en dubbele stokjes, maar als je ze telkens boven elkaar maakt, vind ik het niet meer zo mooi. Dat is waarom ik meestal met een speciale steek haak. En deze vind ik een waardig alternatief voor vasten: de linnensteek.

Elke maand wil ik met jullie een nieuwe steek delen. Dit wordt dan de steek van de maand.

De linnensteek

De naam zegt het eigenlijk al zelf. Het ziet er uit als een linnen stof, waarbij draad gewoven lijkt. Maar daarnaast zijn er nog andere namen voor deze steek. Je kan hem ook tegen komen als weefsteek, wat ook weer terug komt op het uitzicht van de steek. Of soms ook mossteek of graniet steek.

Het gebeurt vaker dat een bepaalde steek verschillende namen krijgt. Omdat het gaat over een ambacht die overgaat van moeder op dochter, werden er steeds nieuwe stekencombinaties gemaakt. En dat kan door verschillende personen anders benoemd worden, terwijl het over dezelfde combinatie gaat.

Niveau

Het is een eenvoudige steek, die je zowel als beginner makkelijk onder de knie zal krijgen of als gevorderde zal willen blijven gebruiken. Het is niet moeilijker dan telkens vasten haken, maar het geeft je werk net dat tikkeltje extra. En misschien nog belangrijker, het gaat sneller vooruit.

Voor deze steek heb je enkel lossen en vasten nodig. Meer niet. Het is een patroon waarvoor je een even aantal steken nodig hebt. Een veelvoud van 2 is genoeg. Je hoeft geen extra steken aan het einde bij te rekenen.

Daarnaast heb je je wol en een haaknaald nodig. Die kan je aanpassen naar het project dat je wil maken. Omdat het werk wat losser aanvoelt, is het handig om met een naald van een maat kleiner dan de wol opgeeft te haken. Zo krijgt het toch nog de nodige stevigheid. Maar verder komt de steek zowel mooi uit met dikke als met dunne wol. Dus daar hoef je ook niet mee in te zitten. Oh ja, vergeet je schaar niet.

Patroon

l = losse
v = vaste

  • Haak een even aantal lossen vb: 20, keer het werk.
  • 2 l, sla de volgende steek over, 1 v, *1 l, sla de volgende steek over, 1v*. Herhaal tussen * tot het einde van de rij. Eindig met een vaste.

Na de 1e rij kan je de vasten onder de lossen van de vorige naald door haken. Zo krijg je dan helemaal het linnen effect. Je zet zoveel steken op als je wil (maar wel even) en doet zoveel rijen als je wil. Volledig op maat van jouw project. Maar wat een verschil met gewone vasten.

Het is een steek waarvan de voor- en achterkant er hetzelfde uitzien. Omdat je steeds dezelfde herhalingen maakt, bekom je steeds hetzelfde resultaat. Ideaal bijvoorbeeld bij een sjaal, waarbij je niet hoeft na te denken of je die nu juist of binnenste buiten vast hebt.

Mooie randen

In het begin van de rij vervang je de eerste vaste door een losse, zodat je een mooie rechte rand kan maken. De eerste keer dat ik de steek probeerde, dacht ik dat ik automatisch schuin zou werken, maar deze steek heeft iets magisch, waardoor je niet schuin kan gaan.

En dat is nog een voordeel tegenover vasten haken. Als ik alleen maar vasten doe, heb ik de neiging om niet alle steken af te werken op een naald, waardoor ik schuin uitkom. Bij deze zal dat dus niet gebeuren.

Toepassen

Weet je nog dat er planned pooling op mijn to do lijstje staat? Dit is de steek die daarvoor gebruikt wordt. Want als je goed kijkt, zie je dat de vasten steeds diagonaal ten opzichte van elkaar staan. Zo kan je de overgang van kleuren er netjes in verwerken.

Maar dat is niet het enige waar je het voor kan gebruiken. Zoals ik al zei heb ik het al in verschillende projecten gebruikt. Zoals placematjes, mutsen, sjaals, … En waarom zou je het enkel heen en weer haken? Je kan het ook mooi toepassen in granny squares of als je in het rond haakt, zoals vb: een kussen. Noem maar op. Je kan het voor alles gebruiken. Het is een veelzijdige, makkelijke steek.

Er bestaat ook een linnensteek om te breien, als je dat liever doet. Of heb jij een andere favoriete steek? Laat het me gerust weten. Wie weet wordt die de volgende steek van de maand.

Bronnen

Droomproject

De draad terug oppikken

Waar was ik gebleven? Juist, mijn droomtrui. Ik heb niet stil gezeten. Tijdens de week dat ik in verlof was, heb ik een heleboel kunnen inhalen. En ik kan nu (een beetje fier) zeggen dat ik nog steeds op schema zit. Sinds mijn laatste post over mijn droomtrui is er heel veel veranderd. Toen had ik net het ajourmotief van voor- en achterpand klaar. Ondertussen heb ik al 2/3 van de mouwen klaar.

Voor- en achterpand

Na het ajourmotief gaat het patroon verder in tricotsteek. Maar om de 12 rijen heb ik dus een nieuwe kleur om mee te breien. Nog steeds in het rond tot aan de armgaten. Vanaf dan splits je op. Het patroon geeft op om de steken van het pand dat je niet breit op een hulpnaald te plaatsen, maar ik brei ze liever tegelijkertijd met aparte bollen.

Zo ben ik zeker dat ze even lang zullen zijn. Een rij kan al het verschil maken. En ook al denk je dat je notities duidelijk zijn, soms ga je toch twijfelen. Alé, ik toch. Misschien ben jij er beter in dan ik.

Het voorpand heeft opnieuw een boordsteek aan de hals, gelijkaardig aan de onderkant van de trui. Maar ik merkte op dat die er niet hetzelfde uit ziet. Het verschil zit hem in de manier waarop er gebreid wordt. Voor de onderkant van de trui, brei je in het rond. Je breit telkens de goeie kanten boven elkaar. Voor de hals, brei je heen en weer. Dus brei je de achterkant van een steek op de goeie kant. Waardoor de averechtse steek in de terugkerende naald een gewone rechte steek wordt boven een gedraaide rechtse steek.

Voor alle zekerheid heb ik dit nog eens nagekeken in het patroon. Want het kan natuurlijk dat ik ergens overgelezen heb. Maar het staat er effectief zo in. Ik zie ook niet hoe je het anders zou kunnen doen. Volgens mij kan je dit alleen oplossen door een gewone boordsteek toe te passen, zowel aan de onderkant als aan de hals.

Maar ik lig er niet echt wakker van. De twee boordsteken liggen niet naast elkaar. Dus dat zal niet zo erg opvallen. En daarbij, het heeft wel iets speciaals. Vind je ook niet?

Mouwen

Met het voor- en achterpand klaar, ben ik aan de mouwen begonnen. Deze ben ik dus ook tegelijkertijd aan het breien. Ik heb 2 dozen gemaakt, zodat ik de bollen per mouw uit elkaar kan houden. Want aangezien ik met dubbele draad werk, heb ik nu 4 bollen waarmee ik tegelijkertijd aan het breien ben. En dit helpt me om de draad niet te laten verstrengelen. Nog een tip: telkens bij het draaien van het werk er voor zorgen dat de bolletjes naast elkaar liggen en telkens verleggen. Het is een beetje extra werk, maar niet zo veel dan wanneer je later de heleboel kan ontwarren. Dus dat neem ik er graag bij.

De mouwen zijn op dezelfde manier opgebouwd als het voor- en achterpand. Eerst de boordsteek, dan een meerderingsrij en dan ajourmotief. Daarna verder in tricotsteek. Maar daarnaast wordt de mouw van de pols naar de oksel toe wijder, dus wordt er gemeerderd. Omdat ik niet de steekverhouding volg van het patroon, heb ik een berekening gemaakt:

  • hoogte armgat – breedte pols = aantal steken om te meerderen
  • aantal steken om te meerderen/2 = aantal meerderingen
  • (aantal rijen om te breien – boord) / aantal meerderingen = toont je wanneer je best meerdert

Hierbij moet je voor ogen houden dat je werk open ligt. Met andere woorden, neem niet enkel de voorkant van de pols, maar voor- en achterkant. Want dat maak je in één stuk, dat je later dubbelvouwt. Of in dit geval rondbreit.

Voor mij komt het er op neer dat ik de ene keer om de 8 rijen meerder, de andere keer om de 9 rijen. En daarnaast verwissel ik om de 11 rijen van kleur. Ben je nog mee? Dit wordt toch een beetje moeilijker dan ik dacht. In mijn notities heb ik twee kolommen waarin ik het bij hou. Want anders is het zo makkelijk om te missen. En uittrekken is hier echt niet eenvoudig, dus dat wil ik vermijden.

Dus nu zit ik ongeveer 2/3e van de mouw ver. Nog een klein beetje volhouden en ik ben er. Daar heb ik nu nog 4 weken voor. Zoals ik zei, zit ik goed op schema. De week daarna kan ik dan alles mooi aaneen zetten. En voila, klaar is kees. Een volledig afgewerkte droomtrui.

Maar ik ben toch een beetje bang. Wat als de mouwen te lang zouden zijn, of dat de trui niet zou passen. Ik hoop echt van niet. Want dan zou al dit werk voor niets zijn en mag ik opnieuw beginnen. Want zoiets structureel kan je niet een beetje verdoezelen. Dat betekent echt opnieuw doen. Wat denk je? Gaat het goed komen?

Bronnen

Voor de tijd van het jaar

Het nieuwe jaar

Gelukkig Nieuwjaar! Dit is het dan. Een nieuwe start, een nieuwe blik op wat ik dit jaar allemaal zou kunnen maken. Ik kan alvast niet wachten om te beginnen dromen.

Net zoals met mijn droomtrui is het de bedoeling om dit jaar gerichter te werken. Iets maken waar ik al eventjes naar uitkijk. Maar me niet verliezen in al de ideeën. Dit zal me (hopelijk) helpen om niet halsoverkop met nieuwe projecten te starten zonder eerst af te werken. En een belangrijke die ik ook wil vermelden: meer genieten van wat ik dit jaar maak.

Tijdens de brainstorm had ik al een hele lijst. Dus nu is het enkel nog maar kiezen, zou je denken. Maar ik wil het toch liever een beetje overdenken. Hoeveel? Wat? Waarom? Wat kan ik er van leren?

Hoeveel

Vorig jaar heb ik 10 projecten gemaakt, waarvan er 7 afgewerkt zijn. Maar waarvan ik er toch een paar te snel heb willen doen. Dus denk ik dat 9 een mooie compromis is. Dat zou willen zeggen dat ik voor één project ongeveer een maand en een half tijd zou hebben. Al zal het ene project natuurlijk groter zijn dan het andere. En zal het ene dus meer tijd vragen dan het andere.

Wat?

Op dit moment heb ik de truienmicrobe echt te pakken. Dus die zullen er tussen zitten. En ik heb een prachtig boek gevonden Harry Potter – Magisch Breien, vol met patronen vanuit de Harry Potter films (sorry, my guilty pleasure). Ik kan niet wachten om de afdelingssjaal te maken.

Maar er stond natuurlijk nog een heleboel andere dingen op de lijst. Zoals sokken, andere sjaals, muts en handschoenen en planned pooling. Oh ja, en een deken van lontwol. Te veel om op te sommen en allemaal te doen. Dus heb ik de knoop doorgehakt en dit zal het worden:

Ik kan niet beloven dat ik ze allemaal zo ga maken als op de foto. Sommige ga ik als sjabloon of inspiratie gebruiken om zelf een patroon uit te werken. Want hoe graag ik die snow day shawl ook graag zie, ik wil geen shawl meer breien. Die zal waarschijnlijk een gewone sjaal worden.

Waarom?

Eerst en vooral omdat ik ze allemaal mooi vind. De patronen van Harry Poter wil ik maken, omdat het gewoon fantastisch zou zijn om ze te kunnen dragen. Hoeveel mensen kunnen zeggen dat ze bijvoorbeeld de kersttrui in hun kast liggen hebben. De truien wil ik maken, omdat ik gewoon de microbe te pakken heb. En omdat ik er een paar warme mis in mijn kleerkast.

De deken van lontwol wil ik maken, omdat die prachtig zou zijn in mijn nieuw interieur (als het zover zou zijn). En ook omdat die zo zacht en warm zal zijn, dat ik er nooit meer vanonder uit zou willen komen. Planned pooling staat al heel lang op mijn lijstje. Ik kijk er gewoon enorm naar uit. Ik vind het zo speciaal hoe de kleuren in elkaar verlopen.

Wat kan ik er van leren?

Ik kan mijn truitechniek nog beter onder de knie krijgen. Met de uilen posttrui kan ik mijn kabeltechniek nog eens oefenen. Maar daarnaast ook een paar nieuwe patronen uitwerken. Zoals de little cables trui, daar heb ik mijn eigen patroon al van klaar. En spoiler alert, het is totaal iets anders.

Van de snowy day shawl hoop ik bij te leren hoe je verschillende steken en kleuren bij elkaar kan combineren zonder dat het een warboel wordt. Een beetje gelijkaardig als de droomdeken maar dan als sjaal.

Daarnaast ook gewoon een paar nieuwe technieken, want ik heb nog nooit planned pooling gedaan of met mijn armen gebreid. Voor de sweet honey sjaal wordt er een brioche steek gebruikt, die ik ook nog nooit geprobeerd heb. En de kersttrui van mevrouw Wemel zal me hopelijk helpen met mijn jacquardbreien.

Amai, ik weet wat me te doen staat dit jaar. Ik wil dit als rode draad gebruiken, maar me er ook niet te krampachtig op vast pinnen. Als ik tijdens de loop van het jaar nog iets anders wil maken, waar ik enthousiast over ben, zou het kunnen dat ik het een beetje aan pas. Of ik kan het op de lijst van volgend jaar zetten, natuurlijk. En jij, wat maak jij dit jaar?

Bronnen

Over Sjette

Terugblikken op 2020

Het einde van het jaar is in zicht. En dat is de ideale periode om eens terug te blikken op wat ik dit jaar allemaal gemaakt heb. De tijd gaat zo snel voorbij dat we soms vergeten om de tijd te nemen om … (vul zelf maar in).

Eventjes stilstaan en terugblikken is heel interessant. Wat heb je allemaal gemaakt? Wat heb je geleerd? Ging alles goed of heb je toch af en toe de bol wol eens volledig misgeslagen (zoals ik)? Wat wil je verbeteren? Ben je tevreden? Als je er eens over nadenkt, zal je nog zo van je projecten genieten.

Afgewerkte projecten

Laurel Mist shawl

Dit project heeft me leren volhouden en op mijn tanden bijten. Die laatste rijen waren zo lang, dat het leek alsof de shawl nooit zou afgewerkt geraken. En daarom heb ik ook beslist dat een shawl breien, niets voor mij is. Ik kan nog steeds haken eens proberen.

Maar het was een goede leermeester, want ik heb me een heleboel nieuwe technieken mogen eigen maken. Zoals hoe je een centrale steek maakt, hoe je steekmarkeerders gebruikt, ajour breien, mozaïekbreien en een alternatieve afkantmethode.

Droomdeken 2.1

Deze was echt leuk om te doen. In 8 weken was deze klaar, terwijl ik aan mijn vorige plaid bijna 8 maanden gewerkt had. Tijd was hier de belangrijkste les. Tijd doseren. Namelijk elke week een paar rijen. Een groot doel onderverdelen in kleinere, haalbare doelen.

En juist door die haalbare doelen, ga je niet opgeven en maak je het project ook af. Dit is het eerste project waar het me echt opviel dat ik mijn projecten afmaakte. Want ik heb nogal de neiging om heel enthousiast te zijn over iets, er dan aan te beginnen en later te laten vallen omdat ik enthousiast ben over iets nieuwers.

En er zijn ook een paar hele mooie steken die ik graag zou willen toepassen in een ander project. Zoals de gekruiste kabel en de diamantsteek. Misschien ook in een trui (nu ik de microbe toch te pakken heb… Ik heb nog mooie roestoranje wol op zolder liggen…).

Bernadette

Deze heb ik gemaakt voor mijn eerste workshop voor Femma Fabolous van Eernegem. En nu ik er op terug denk, vind ik dat ik van deze misschien het meest geleerd heb. Het patroon heb ik gebaseerd op het model Babette van Veritas, maar er zijn een aantal aanpassingen gemaakt. En dat heeft me geleerd om zelf een patroon uit te schrijven.

Maar ook hoe ik een trui op de juiste manier in elkaar steekt, de hoeveelheid wol uitrekenen en breien met een dubbele draad waren nieuw voor mij. Met een beetje hulp van School of Sweet Georgia had ik het snel onder de knie. En ik ben zo blij dat ik nu weet hoe je dat allemaal doet.

En het heeft me ook geleerd dat ik eigenlijk al veel goed doe. Het berekenen van de steken en rijen. Alles opzetten, breien en afkanten. Dat had ik al volledig onder de knie. Het is ook eens leuk om te zien dat je het af en toe ook goed doet. Of ben ik weer te hard voor mezelf? Of te haastig, dat ik het niet opmerk?

Oats and Honey

Deze was ook heel leuk om te maken. Ik ben heel tevreden van deze trui. Zowel van de kleur, als de zachtheid van de wol, als de gebruikte steek. En ik heb nog een beetje over… (genoeg voor nog een trui?…).

Ik had nog nooit een V-nek gebreit. Dus de centrale steek bijmaken was een beetje zoeken, maar de minderingen gingen prima. Eigenlijk is dit zeer goed gelukt voor een eerste keer. Maar dat was ook dankzij het goede patroon.

Oliver Bear

Dit was een van mijn eerste projecten in amigurumi en ik was er aan verkocht. Eigenlijk gemaakt voor de geboorte van mijn tweede neefje, maar ook als steun voor wandelende kinderen tijdens de eerste lockdown.

Het heeft me meer inzicht gegeven over hoe je de aparte delen dan samenstelt tot een pop. En ik had nog nooit oogjes gemaakt door een draad te knopen. Wat creatief zijn je soms niet bijleert.

Tapijt

Dit was een van mijn eerste posts. En het eerste werk met een hele dikke draad. Hiervan heb ik vooral geleerd dat te veel combineren niet mooi is. Het is veel beter om op een klein stukje te testen en dan na te gaan of je tevreden bent.

Wat ik er vooral zo leuk aan vond, is dat het zo snel vooruit ging. Door de dikke draad raak je heel snel vooruit. En dat kan een verademing zijn na een project met fijne draad (zoals bijvoorbeeld een shawl).

Projecten die niet lukten

Zwarte trui

Dit is de reden waarom ik startte met mijn blog. Ik had er zo lang over gedaan om hem volledig af te krijgen. En toen dat gelukt was, was ik zo superblij. Maar na de eerste keer wassen, was die volledig uitgerokken. Ik weet nog hoe verslagen ik me voelde.

Daarom wou ik ook leren hoe je een trui op de juiste maat maakt en afwerkt. Maar vooral hoe je hem correct wast en laat drogen. Dat eerste is gelukt, Het tweede durf ik het nog steeds niet.

Sokken

Ja, dit was ook niet zo’n succes. De kitchener stitch voor de teen en de jojohiel waren allebei niet oke. Hier wil ik nog op oefenen. Maar het jacquardpatroon kon ook beter, want ik had het zo vast gebreid dat de maat niet meer klopte. En wanneer had ik dat gezien… als het af was natuurlijk. Enorme frustratie

Mondmasker

Hierop ben ik het minst trots. En eigenlijk wil ik die zo ver mogelijk wegsteken. Vergeet het, want het is totaal niet veilig! Maar het deed me wel nadenken over hoe vormen in elkaar zitten. En het is soms eens denken hoe je er aan begint. In het midden, aan een schuine kant of aan een van de uiteinden?

Inspirerende portretten

Dit initiatief is een complete flop geworden. De bedoeling was om verhalen van medebreiers en -hakers te delen, maar niemand vulde de lijst in. Hierbij nog een warme oproep, maar ik vrees dat dit een stille dood zal sterven.

Nieuwe uitdagingen

In februari startte ik met deze blog. Ik wou mijn mislukkingen met je delen, zodat je ze zelf niet zou maken. Want dat wens ik nog steeds niemand toe. Maar het heeft me ook geleerd om andere dingen te delen. De mooie en afgewerkte dingen, het denkproces tot zelfgemaakte creaties en tips en tricks. En hopelijk heb ik ook een inspiratie kunnen zijn voor jou. Ik hoop dat je de lat voor jezelf wat verder (niet hoger) hebt gelegd en gegroeid bent.

Maar daarnaast begon het ook ergens anders te kriebelen. Door de lockdown, ziekte en verlof zat ik toch wat dagen thuis. En dan heb ik beslist om te leren spinnen. Ik heb daar nog niet zo veel over vertelt, want ik ben zelf nog maar aan het leren. Maar het idee is dat ik later van mijn zelfgesponnen wol een prachtige trui kan maken.

En het heeft me geleerd dat ik nog veel MAG oefenen. Je kan pas goed worden door het gewoon veel te doen. En dat wil ik beginnende breiers en hakers ook meegeven. Volhouden, door ervaring groei je en maak je prachtige projecten. En het is oke als het volgens jou nu nog niet perfect is. Leren is een proces.

Als ik er zo over nadenk, heb ik meer gemaakt dan ik dacht. En de meeste projecten heb ik kunnen afwerken. Conclusie: een positief jaar. Maar hoe was jouw jaar? En vond je de inhoud van mijn blog goed, of heb je liever andere onderwerpen? Of heb je ergens hulp bij nodig? Jouw input is belangrijk.

Bronnen:

Inspiratie

Kerstideetjes

Het is weer die tijd van het jaar. Kerst komt er aan. En ook al vieren we dit in kleinere kring dit jaar, het kan alleen maar gezelliger worden. Om jullie in de sfeer te laten komen, vind je deze week 5 patronen om zelf uit te proberen.

Gehaakte kerstballen

Wat zegt er meer kerst dan zelfgehaakte kerstballetjes. Je kan er zoveel maken om je hele kerstboom mee vol te hangen. Met deze tutorial heb je alvast geen excuus meer.

Gingerbread hearts

Als je nog niet in de sfeer was, zal dat zeker lukken met deze mooi hartjes. Ze zijn niet om op te eten, ook al zien ze er wel zo uit.

Kerststal

Hier draait het toch allemaal om rond Kerst. Zo maak je de geboorte van Jezus heel speciaal. Gedaan met de ouderwetse poppetjes, hier ga je zeker mee scoren.

Christmas gnomes

Deze zijn dit jaar mijn echte favoriet. Ze zijn zo schattig. En je kan je huis er mee vol zetten als je wil.

Kerstsokken

Hoe zalig is het niet om kerstsokken aan de schouw te kunnen hangen. Deze zijn snel gemaakt, dus kan je er eentje per gezinslid maken.

Dit zijn maar een paar van de vele ideetjes. Er staan er nog meer op mijn pinterestbord voor wie nog verder in de kerststemming wil komen. Zelf ben ik nog iets te druk bezig met mijn droomtrui, maar misschien probeer ik ze volgend jaar wel eens uit. Heb je al zin om te starten?

Bronnen:

Droomproject

Aangepast schema

Deze week realiseerde ik me dat ik al veel te ver achter loop op schema. Aan dit tempo haal ik het niet. Elke week zou ik 36 rijen breien en dan heb ik in 12 weken een trui. Dat is het doel. Vandaag zit ik aan week 3, dus dat zou willen zeggen dat ik al aan rij 108 zou zitten.

Rekenfout 1

Hoewel ik trots ben om te zeggen dat ik mijn doel van vorige week wel gehaald heb (namelijk terug op 39 rijen uitkomen) en al iets verder gekomen ben, ben ik beginnen tellen. En ik heb beseft dat ik ergens een rekenfout gemaakt heb. Want als ik aan rij 108 zou zitten, dan ben ik al ongeveer klaar met voor- en achterpand. In drie weken? Nee. Dat kan toch niet?

En inderdaad, dit is de rekenfout. Ik heb voor de mouwen de rijen bij elkaar opgeteld. Twee keer 104 rijen is 208 rijen. Maar ik zal de mouwen tegelijkertijd breien om zeker te zijn dat ze even lang en identiek zullen zijn. Dus eigenlijk mag ik dat maar als 104 rijen tellen.

Dus als ik nu opnieuw tel: voor- en achterpand 112 rijen en mouwen 104 rijen, is dat in totaal 216 rijen. Voor de zekerheid heb ik het nu toch nog eens dubbel nageteld. Want hoe zou je zelf zijn. Amai, dat maakt een heel groot verschil! Want dat wil zeggen dat ik maar 18 rijen per week moet doen om op schema te blijven. In week drie zit ik dan op rij 54. Dat is de ideale wereld. In realiteit zit ik nu aan rij 47. Nog steeds een achterstand, maar die is zeker te overbruggen.

Nu mag ik niet de denkfout maken dat ik minder werk zal hebben. Want als ik de 2 mouwen tegelijkertijd zal breien, wil dat zeggen dat mijn rijen meer steken zullen bevatten. Eigenlijk komt het qua aantal steken per weken dus gelijk uit. Maar toch tel ik liever per rijen, want ik heb het patroon in rijen uitgerekend.

Rekenfout 2

Maar daarnaast heb ik iets anders over het hoofd gezien. Als ik de stukken gebreid heb, is de volgende stap ze ook in elkaar steken. Het einddoel is om een volledig afgewerkte trui te hebben in 12 weken. Dus zal ik de laatste week nodig hebben om de trui te blokken, in elkaar te steken en alle draadjes in te werken.

Die 12 weken worden 11 weken. Dat wil zeggen 20 rijen per week en een achterstand van 13 rijen. Mijn nieuwe doel voor volgende week: 33 rijen breien, zodat ik weer op schema zit. Eventjes de omtelsom: per dag wil dat 5 rijen zeggen. Dat lijkt me haalbaar. Maar ja, dat leek het vorige schema ook.

Dit is nu mijn nieuw schema:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 1






Week 2






Week 3





12 rijen
Week 43 rijen
3 rijen
3 rijen12 rijen7 rijen
Week 52 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 62 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 72 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 82 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 92 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 102 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 112 rijen
2 rijen
2 rijen7 rijen7 rijen
Week 12blokken
In elkaar
draadjesdraadjes

Update

Ben je niet benieuwd naar de stand van zaken? Ik wil jullie graag de foto tonen van hoever het nu staat:

Ik ben heel blij met de beslissing om opnieuw te beginnen, want nu komt het verloop van de kleuren veel egaler uit. De overgang is niet zo hard als bij mijn eerste poging. Al komt het nu op de foto iets meer uit dan dat ik ze in realiteit opmerk. Of misschien is het gewoon omdat ik er nu meer op let.

Nee, het is goed zo. Ik ben tevreden met de overgang van kleuren. Het ajourmotief is achter de rug. Maar die zal pas goed uitkomen na het blokken. Tot nu toe ben ik daar ook heel tevreden over. Dit wordt echt een droomtrui. Ik kan haast niet wachten. Wat vind jij er van?

2021-02-19T11:56:00

  dagen

  uren  minuten  seconden

tot

Mijn afgewerkte droomtrui

Droomproject

Eerste fouten

Het moest er van komen. Natuurlijk dat er iets zal fout lopen. Maar goed dat ik het gezien heb. Daarnaast heb ik ook goed nieuws (en nog meer slecht nieuws). Mijn extra wol is eindelijk toegekomen. En blijkt dat het zo lang duurde, omdat het pakje door de douane ging. Vandaag wil ik mijn eerste fouten graag even met je delen.

Fout 1: een steek te veel.

Nu ik al het grootste deel van mijn ajourmotief af heb, zie ik dat ik in de 3e herhaling plots 19 steken heb, in plaats van 18. Maar als ik heel goed kijk, zie ik niet waar ik gemeerderd zou hebben. Alle steken zitten mooi boven elkaar. Dus ik begreep het niet zo goed.

Daarom heb ik de beslissing genomen om niet te minderen, want dat zou meer opvallen dan de steek telkens mee te breien. Dit is het stuk met ajourmotief waar je samenbreit en omslagen maakt. Het zou dus lijken alsof er een fout in het motief zit.

Dit is niet zo erg. Want hoewel mijn afmeting niet meer helemaal zullen kloppen, het is maar één steek.

Fout 2: ajourmotief

Omdat ik mijn werk eventjes aan de kant heb gelegd in het midden van de rij (omwille van mijn eerste fout), ben ik bij de herstart gemist in de rij van het ajourmotief. Ik had 2x dezelfde rij gebreid boven elkaar. Hierdoor kwamen de omslagen niet meer goed uit.

Dus er zat niets anders op om terug te breien. Gelukkig had ik het op tijd gezien. Het zijn maar 2 rijen. Terugbreien doe je de linkernaald in de steek van de rij eronder te steken. Dan kan je de draad opnieuw losmaken en blijft je steek op de naald staan.

Bij de samengebreide steken is het ietsje moeilijker. Maar het komt er op neer dat je de handeling die je deed om de steek te maken, omgekeerd uitvoert. Je bent goed bezig als je steek weer in zijn oorspronkelijke staat op de linker naald staat.

Er zijn nog andere manieren om fouten uit je werk te halen, zonder volledig opnieuw te beginnen. Je kan de steek een paar rijen laten vallen. De fout herstellen en daarna weer omhoog werken. Maar ik vond het risico een beetje te groot. Ik denk dat het teveel zou opvallen. Want bij zoiets kan je de draadspanning niet consequent aanhouden. Dit is eerder geschikt om kleine fouten (zoals een gedraaide steek, …) weg te werken.

Als je een ajourmotief uitkoos die meerdere keren herhaalt wordt, kan je een lifeline toepassen. Dit is een draad die je door de steken haalt, na elke herhaling. Als je dan plots een fout ziet en je bent al 10 rijen verder, kan je de steken van de naald halen en uittrekken tot aan die lijn. Daarna kan je gemakkelijk de steken weer op je naald zetten.

Maar omdat ik dus nog maar 2 rijen verder was, heb ik er voor gekozen, om terug te breien. Dit is een afweging die je voor jezelf maakt. Het doel is om fouten zo onzichtbaar mogelijk weg te werken. En liefst zonder volledig te herbeginnen, als het eventjes kan.

Fout 3: kleurverschil

Maar helaas ben ik er toch aan voor de moeite. Want omdat ik niet meer kon wachten om te starten, heb ik beide draden van de eerste lichting (als ik het zo mag noemen) gebruikt. Omdat de wol handgeverfd is, is er toch een groot verschil tussen de kleuren. Zo is kleur B van de tweede lichting is lichter dan kleur B van de eerste lichting. Met als resultaat dat ik nu een te groot kleurverschil heb in de overschakeling naar kleur BC. En dit is het grootste probleem, want dit betekent echt opnieuw beginnen.

Oh, ik kan me zo voor mijn kop slaan. Ik wist dat dit kon gebeuren, maar ik hoopte dat het niet zo erg zou zijn. Ik had er geen rekening mee gehouden dat het om handgeverfd garen gaat en die kans zo groot zou zijn. Nu heb ik echt wel mijn lesje geleerd.

Gevolg

Dus nu ligt mijn hele schema ook nog eens overhoop. Want mijn eerste en tweede week, zijn helemaal voor niets geweest. En ik heb nu ook nog eens minder tijd om er aan te werken. Omdat ik eventjes vanop een andere locatie werk, ben ik langer onderweg. Dus ergens wordt die tijd gecompenseerd. Helaas betekent dat ik nu minder tijd heb voor mijn hobby.

Mijn doel voor volgende week: Op hetzelfde punt komen als vandaag. En dat is 39 rijen, boord en ajourmotief inbegrepen. Ik heb een heleboel te doen, dus kan ik er maar beter onmiddellijk aan beginnen. Heb jij nog tips om deze fouten te vermijden?

Bronnen:

Droomproject

Van start

Pff, ik had geen zin meer om te wachten tot mijn pakketje met wol geleverd wordt. Met de drukte zou dat nog goed een maand kunnen duren. Dus ben ik toch maar al begonnen aan mijn droomtrui. Ik kon het echt niet meer uitstellen.

Mijn lopende projecten waren afgerond, dus zat ik deze week met mijn vingers te draaien en echt waar… ik kwam er zot van. Dus kan ik vandaag al mijn vooruitgang met je delen. Ik ben wel nog maar gisteren gestart, dus ik ben nog niet zo ver. Maar de boord onderaan is wel al klaar. En ik ben al gestart met het motief.

Boordsteek

Als je in tricotsteek breit, krullen de randen op. Dat is een van de zekerheden in het leven. En om dat te vermijden, brei je eerst een boord. Maar eigenlijk doet het veel meer dan dat. Het geeft ook mee vorm aan je kledingstuk. En het is daarom ook cruciaal bij een goed aansluitende trui.

Je hebt verschillende manieren om een boord te maken. De meest voorkomende is een afwisseling van rechts en averechts. Afhankelijk van de grootte van je project kan dat 1 steek rechts, 1 steek averechts zijn of 2 steken rechts, 2 steken averechts. En eigenlijk heb ik het zo ook steeds toegepast.

Maar voor deze droomtrui staat er omschreven om een gedraaide rechtse steek te gebruiken. Het is iets dat ik ook tegen kwam tijdens het breien van mijn sokken (waar ik volledig de mist in ging). Maar nu is het eigenlijk goed gelukt en het resultaat mag er zijn. Dit doe je anders. Je steekt je naald door de achterste lus van de steek. Voor de rest brei je zoals je een normale rechtse steek zou breien, dus met de draad aan de achterkant van je werk.

Een boordsteek brei je altijd met een kleinere naald. Voor de trui gebruik ik nr 6, dus heb ik voor de boord nr 5 gebruikt. En in de eerste rij na de boord volgt er ook meestal (maar dat is afhankelijk van het patroon) een meerderingsrij. Beide zorgen er voor dat je boord mooier zal aansluiten en vaster is van structuur. Want herken je sokken die helemaal afgedragen zijn en waarvan de rek er uit is? Wel, dan is het meestal de boord die uitgerokken is.

Maar eigenlijk hoef je je niet te beperken tot rechts-averechts. Bij mijn Oats and honey trui was het niet nodig om een boord te maken, omdat de steek op zich niet omkrult. Als je een mooie siersteek vindt, kan je deze ook gebruiken als boord.

Rondbreinaalden

Deze trui wordt rondgebreid, dus werk ik met rondbreinaalden. Maar dat doe ik eigenlijk altijd. Want het zorgt er voor dat ik een relaxere houding heb. Ik hoef geen naald onder mijn oksel vast te houden en daarbij automatisch mijn schouder mee op te spannen.

Maar dan denk je: “Wat als je dan aan het einde van je rij komt?” Wel, eigenlijk keer je ook gewoon je werk om. En dan brei je de terugkerende naald. Voila, plat breien met rondbreinaalden. Ik weet het, het is even een klik maken, want in het begin lijkt het zo raar. Maar ik ben alvast overtuigd.

Bij de Engelse methode heb ik wel ondervonden dat het lastig is, omdat je steeds de naald los laat en dan valt hij alle kanten op. Maar met de Continentale manier, hendelbreien en Portugees breien is het heel haalbaar.

Omdat ik na de boord wissel van naalddikte 5 naar 6, heb ik gekozen voor rondbreinaalden waarvan je de kop kan losmaken. Dan kan je het werk op de naalden houden en dat scheelt een hele hoop. En ook iets om in gedachten te houden als je hiervoor kiest: als je nieuwe naalden nodig hebt, hoef je maar enkel de punten te vragen.

Voor- en achterpand kan je zo in één stuk maken. Het lijkt dat je er langer mee bezig bent, omdat je de 2 stukken dan tegelijkertijd maakt. Maar eigenlijk is dat niet zo, want je rekent anders ook de tijd om de 2 stukken te maken. Het voordeel is gewoon dat jee ze later niet aan elkaar hoeft te naaien. En dat wil zeggen dat die naden ook niet kunnen los komen. Persoonlijk vind ik dit een heel groot pluspunt. Lang leve de topdown-trui, want dan heb je zelfs de naden van de mouwen en schouders niet.

Kleurverloop

Om de 12 rijen schakel ik over op een andere kleur. Ik heb 5 tinten, maar ik werk met dubbele draad, dus kan ik volgende combinaties maken: AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE, EE. Dus eigenlijk 9 kleuren.

Je kan het nu nog niet zo goed zien, maar ik ben nu al bezig aan mijn tweede kleur (AB). De boord was 10 rijen, daarna een meerderingsrij en dan had ik nog een rij over. Dus heb ik die nog in kleur AA gebreid en dan voor de tekening begonnen met kleur AB. Waarom zou ik het moeilijker maken dan nodig is?

Ajourmotief

En ondertussen heb ik al 6 rijen van het motief gebreid. Omdat ik rondbrei zijn de rustrijen ook rechts. En dit zorgt voor een heel mooi effen resultaat. Want soms kan je hebben dat er een heel klein verschil zit tussen de draadspanning van rechts en averechts.

Het motief telt 18 steken. Om visueel te kunnen werken en als hulpmiddel heb ik steekmarkeerders gebruikt. Zo zie je waar elk stukje begint en stopt. Je kan ze zo in de winkel kopen, maar ook zelf maken met een restje wol. Je maakt gewoon een knoopje, zodat er een lusje ontstaat. Dit maakt echt een wereld van verschil. Ik heb het zonder geprobeerd, maar het is gewoon zoveel moeilijker. En opnieuw: waarom zou ik het moeilijker maken dan nodig is?

Nu ik gestart ben, zit er eigenlijk niets anders op om gewoon verder te doen. Wat vinden jullie er van tot nu toe?

2021-02-19T11:41:00

  dagen

  uren  minuten  seconden

tot

Mijn afgewerkte droomtrui

Bronnen:

Nieuwe werken

Mozaïekhaken

Gisteren heb ik iets nieuws ontdekt: mozaïekhaken. Ik had er nog nooit van gehoord. Wel van mozaïekbreien. En dat heb ik voor de eerste keer toegepast in de Laurel mists shawl die ik vorige week afwerkte.

Ik was op you tube naar een filmpje aan het kijken en dit stond er naast in de suggesties. Het leek me wel interessant dus ik klikte er op. Na het kijken van de video, had ik er eerst een dubbel gevoel over. Omdat er in de projecten nogal wat felle kleuren gecombineerd worden. Maar ik had wel zin om weer eens te haken. En nu ik mijn wol nog niet heb voor de droomtrui, heb ik hier wel eventjes tijd voor.

Maar wat zou ik er mee willen maken. Niet nog een deken, want daar zal ik te lang mee bezig zijn. En liefst iets in het rond, zodat ik al de draadjes aan de zijkant niet heb. Dus dacht ik aan een colsjaal (wat al lang op mijn to do-lijstje staat). Maar dan een langere versie, zo een dat je twee keer rond je nek kan draaien. Lekker warm voor de kouder wordende dagen.

De video waarschuwt dat het verslavend is. En raar dat ik het zo zeg, maar het is echt zo. Ik ben er gisteren mee begonnen en ik wil het niet aan de kant leggen. Zo ver ben ik al geraakt. Je kan al een klein beetje zien hoe het patroon zal uitkomen.

Als je de projecten bekijkt, lijkt het enorm moeilijk, maar eigenlijk is het dat niet. Met een basiskennis kan je er al mee starten. De enige steken die je gebruikt zijn lossen, vasten en stokjes. En je werkt steeds in een richting, dus niet heen en terug (vandaar de draadjes aan de zijkant als je plat werkt). En het werkt het best met geometrische figuren. Ik koos deze:

Nya Infinity Mosaic patroon van Lilla Bjorn Crochet

Omdat we nog steeds in een soort van lockdown zitten en wol online bestellen lang duurt, ben ik boven op zolder nog eens door mijn wolrestjes gaan zoeken. En ik vond nog wat Colour Crafter van Scheepjes dat ik over had van mijn plaid 2 jaar geleden. Omdat ik liever met een zachter contrast wilde werken heb ik 2 tinten van een kleur genomen. Ik koos voor kleur Goes 1820 en Alphen 1722. En ik haak met haaknaald 4,5.

Dit patroon heeft een herhaling van 12 steken. Er worden er 3 bijgeteld als je plat haakt, maar omdat ik rond zal haken, kan ik deze weglaten. Zo loopt het einde van de figuur terug over in het begin. Voor mijn sjaal heb ik 156 steken opgezet. De eerste rij haak je vasten in de donkere kleur. De 2 rij ook vasten, maar in de lichtere kleur en je doet dit enkel door de achterste lus.

Elke rij wordt dus in een andere kleur gehaakt. Het 3D effect bekom je door een soort van trapjes te maken met stokjes in de rij er onder. Dit doe je dan in de voorste lus van de steek. Je haakt dus eigenlijk 2 rijen tegelijkertijd. In het begin kan dat wel verwarrend zijn, maar hou je patroon goed in de gaten.

Ik heb nog een heel stuk te doen en het zal al gaandeweg zijn. Dit project heeft geen patroon om te volgen. Dus ik zie wel wat het wordt. Misschien zet ik er nog een boord aan in donkerder blauw. Ik zie nog wel. Mijn goeie voornemen, was nochtans dat ik iets bewuster aan mijn projecten zou beginnen. En dat ben ik nog steeds van plan. Maar op dit moment kan ik met andere projecten niet verder, dus dit is eentje om het af te leren.

Eigenlijk vind ik dit wel heel plezant en ik doe het ook wel liever dan mozaïekbreien. Dus ik ga me er volledig op smijten. Dan is die af voor mijn wol aan komt en ik aan mijn droomtrui kan beginnen. Wat doe jij het liefst?

Bronnen:

Nieuwe werken

Laurel mists shawl

Zie waar een beetje geduld je niet kan brengen. De Laurel mist shawl is af. En wat ben ik blij met het eindresultaat. Als het werk nog op de naald zit, valt het zo nog niet echt op. Maar nu die afgekant is, is dit echt een pareltje. En op een paar niveaus was het voor mij ook heel leerrijk.

Het ontwerp

Deze shawl was een mystery make-along ontworpen door Tabetha Hendrick van Sweet Georgia. En het is geïnspireerd op de Great Smoky Mountains. Stel je de mist voor tussen de bomen. Je raakt verloren tussen de struiken, bergtoppen en het koude, wilde bos. Het is alsof je een nieuwe wereld binnen stapt waar je op zoek kan gaan naar nieuwe geuren, ervaringen en uitdagingen.

Elke week kwam er een nieuwe tip, zodat je een stuk kon breien. Na dat stuk, kon je dan verder met het volgende. Het was voor mij een hele uitdaging om iets te maken waarvan ik het resultaat nog niet kon zien. Maar het heeft me leren vertrouwen. En het is heel leuk om een nieuwe tip te krijgen.

Gebruikte wol en naalden

Hier ben ik een beetje afgeweken van het patroon. Enerzijds omdat ik op het moment dat ik de beslissing nam, vond dat de voorgestelde wol te duur zou uitkomen (tja, verbouwingen en zo). Maar anderzijds zou de wol van Canada komen, wat toch een heel eind is. En dat terwijl ik anders mijn wol (bij wijze van spreken) om de hoek kan kopen.

Daarom heb ik gekozen voor 2 kleuren Ecopuno van Lana Grossa, namelijk saffierblauw en geelgroen. En als overgangskleur koos ik Gomitolo Duo 400 ook van Lana Grossa in kleur 806 (pastelblauw, jeansblauw, donkerblauw, olijf en pastelgroen).

De Ecopuno wol is gemaakt uit 72% katoen, 17% merinowol en 11% alpaca. Ze is superzacht en licht pluizig. Ik had van beide kleuren 100g nodig. Maar ik heb van het geelgroen toch nog wat over. Goed voor een volgend klein projectje.

De Gomitolo Duo 400 bestaat uit 45% wol, 30% viscose en 25% polyamide. Ook hiervan heb ik 100g nodig gehad. Door de kleurschakering komt die volledig tot zijn recht bij de Ecopuno kleuren.

De shawl heb ik gebreid met een rondbreinaald nr. 4. Omdat er op het einde zo veel steken op de naald zitten, heb je zeker een rondbreinaald nodig. Met rechte naalden is dit onbegonnen werk. Maar voor mij maakt dat niet zo veel verschil, want ik werk eigenlijk altijd met rondbreinaalden. Omdat ik niets onder mijn oksel hoef te steken, span ik mijn schouders minder op. En dat helpt me om meer ontspannen te werken.

Gebruikte steken

Door de vele gebruikte steken geeft het patroon aan dat dit voor breiers is op gemiddeld niveau. Dus ik dacht easy. Maar helaas er zijn een heleboel steken die ik nog nooit had geprobeerd. De steken worden volledig uitgelegd in het patroon, maar dit is alvast mijn kijk erop.

Slipped dots

Dit is een hele plezante. Je hoeft maar de helft van de steken te breien, want je breit een steek en de volgende neem je over op de andere naald. De volgende 2 rijen zijn dan volledig rechts. En het is nog mooi ook, want het lijken net druppeltjes.

Mozaïekbreien

Ik was heel enthousiast over dit stuk van het patroon. Ik had er al een heleboel over gehoord, maar nog nooit geprobeerd. Dus ik hoop dat ik het goed gedaan heb. Wat waarschijnlijk wel zo zal zijn, want het komt toch overeen met de foto.

Het is een beetje gelijkaardig aan jacquardbreien, maar in plaats van alle steken te breien, brei je enkel de steken op de naald die in het kleur van je wol aangegeven staan. En om de 2 rijen wissel je van kleur. Dit brengt wat meer structuur in het werk. Het lijkt alsof er steken meer naar voren komen.

Ajour

Ook al staat deze op het programma als nieuw te leren techniek voor mijn droomtrui, het was een goed project om mee te oefenen. Zo leerde ik dat ik mijn omslagen eigenlijk niet juist deed. Maar door de grote stukken, heb ik het nu wel onder de knie. In dit stuk zie je de bomen.

Nog meer bijgeleerd

Ik herinner me nog in het begin dat ik aan het sukkelen was met het patroon. Het is dan ook de eerste keer dat ik een shawl (volledig af)maak. Er stond iets over steekmarkeerders en telkens meerderen voor en na de steekmarkeerder, zodat je een centrale siersteek creëert. Pas na 3 keer opnieuw beginnen, had ik door hoe het precies moest.

En ook bij het afkanten heb ik nog bijgeleerd. Normaal gezien kant ik gewoon af: 2 steken breien en dan de ene over de andere halen. Maar hier brei je de 2 steken samen door de achterste lus. Wat een heel mooi en los eindresultaat geeft. En dat is wel nodig want de rand is gebogen.

Resultaat

Alhoewel de laatste week echt tegen stak (want ik had meer dan 600 steken op de naald), ben ik heel tevreden met het resultaat. En het beste van alles, hij is lekker warm. Ideaal voor deze frisser wordende dagen. Wat vind jij hiervan? Hou je van shawls of ben je net als ik blij als die eindelijk af is?

Bronnen:

Steun de locale economie en koop bij een hobbywinkel in de buurt.

Droomproject

Geduld bij handwerk

Deze week ben ik een beetje ontmoedigd. Mijn extra wol voor de droomtrui is er nog niet, dus ik kan nog niet starten. Daarom ben ik nu nog volop bezig aan de Laurel mist shawl. Ik zit aan de laatste tip van het patroon, dus ik ben er bijna. Maar er zitten nu zoveel steken op de naald dat ik het gevoel heb dat ik niet meer vooruit raak en dat is zo frustrerend.

Ook al weet ik dat het maar schijn is, hoor. Het gaat over het totaal aantal steken van het project. In het begin heb ik er veel minder gedaan, dus is het logisch dat het er nu een heleboel meer zijn. Maar er komt precies geen einde aan. Maar opgeven is geen optie. Dan heb ik zolang volgehouden voor niets. En dat wil ik ook niet.

Enthousiasme

Deze week was zo hoopvol begonnen. Ik heb beslist om een nieuw hoofdstuk aan mijn handwerk ervaring toe te voegen. Benieuwd? Ewel, ik wil leren spinnen. En vol enthousiasme heb ik een spintol en -wol besteld. Maar ondertussen is daar ook mijn enthousiasme in duigen gevallen, want mijn pakje is nog niet aangekomen. Ook al sta ik te springen om te starten, ik kan niet.

Vertraagde bevrediging

Maar geduld is een mooie zaak zeggen ze. En er zijn een heleboel experimenten gebeurd rond vertraagde bevrediging of delayed gratification. Je kent waarschijnlijk wel het volgende experiment: Een kind kan kiezen tussen een kleine beloning nu of een grote beloning iets later. Daardoor leert het kind om te wachten. En dat heeft een heleboel voordelen voor het verdere verloop van zijn leven.

Men zegt ook dat je daardoor gelukkiger wordt van het gene dat je uiteindelijk krijgt. Omdat je er even op wachtte, leer je de waarde er beter van kennen en zal je het meer appreciëren. Dus er eventjes op wachten, is dus zeker niet slecht.

Maar natuurlijk is dat niet altijd even makkelijk. Onze wereld is er op afgestemd om onmiddellijk te krijgen wat je wil. Voor 20u ‘s avonds besteld, is morgen al in huis. Dit zie je bijna overal en het is een standaard geworden. Vanaf dat we ergens te lang op moeten wachten, beginnen we te zeuren, te klagen en te zagen. Schuldig!

Tips

Voor de ene persoon is het natuurlijk wat moeilijker dan voor de andere. Voor mij persoonlijk hangt het een beetje af van de situatie. Ik kan heel lang geduld hebben en dan plots geen meer over hebben. Dan wil ik het plots nu. Ben jij ook zo iemand, dan kan je volgende tips gebruiken.

  • Haal een paar keer langzaam diep adem. Dat vermindert de frustratie.
  • Wees je bewust van de oorzaak van je frustratie.
  • Tel tot 10. Je zal merken dat je geduldiger geworden bent.
  • Zoek een afleiding die wat meer tijd vraagt. Zo raak je weer in het ritme om meer geduld te hebben.

Handwerk vraagt tijd

Maar hebben we niet allemaal geduld als we bezig zijn met handwerk? Want voor elk project geldt dat het tijd vraagt om het te maken. Ik besef heel goed dat mijn droomtrui niet in 5 minuten gemaakt zal zijn. Ik ben er nu al 5 maanden aan bezig. En het zal me 12 weken duren om de trui effectief te maken. Dus dat wil toch ook iets zeggen over mijn geduld.

Daarom is het eigenlijk belangrijk om niet te resultaatgericht te zijn, maar meer te genieten van het proces. Dan ben je bewust bezig met het werk dat je maakt. En dat alleen al geeft je een enorme voldoening. Je bent zelf iets aan het maken! Is dat niet fantastisch.

Als enkel het resultaat je die bevrediging zou geven, zou het jammer zijn dat je deze hobby wil blijven volhouden. Want je bent zo lang bezig met het maken.

Oke, toegegeven. Als het project af is, is het af. En dan kan je genieten van het dragen of gebruiken. En dat zal waarschijnlijk veel langer duren dan de tijd dat je er in gestoken hebt om het te maken. Maar toch, het volledige project telt. Van de eerste steek tot dat het versleten is.

En met dat gezegd (of geschreven) zijnde, ben ik opnieuw al een pak geduldiger. Heb jij er ook soms last mee?

Bronnen

Droomproject

Het proeflapje toegepast op het patroon (deel 2)

Vorige week hadden we het al over het proeflapje. Maar ondertussen is mijn definitieve versie af en ik vind het prachtig. En vandaag wil ik je tonen hoe dit mijn patroon zal beïnvloeden. Helaas was ik weer een beetje te snel en ben ik de niet geblokte afmetingen vergeten op te schrijven. Maar de belangrijkste (geblokte) afmetingen en berekeningen staan genoteerd:

  • steekverhouding: 10 cm x 10 cm = 15 steken x 20 rijen
  • voor 1150 steken weegt het proeflapje 22 g
  • dikte van de naald: 6 (boord 5)

Eerst nog even dit

Er zijn een paar variabels die een andere steekverhouding geven. Stel dat je een patroon wil volgen, maar je komt niet op dezelfde steekverhouding, dan krijg je een resultaat met andere afmetingen. En dat is niet wat je wil, natuurlijk.

Je kan de naalddikte aanpassen. Als je een te grote steekverhouding hebt, werk dan met een dunnere naald. Dat kan soms op een kwart schelen, maar op grote stukken kan dat een impact hebben. Ook als je een te kleine steekverhouding hebt, kan je met een dikkere naald werken.

Het materiaal van de naalden heeft ook een impact. Dat heeft te maken met de wrijving tussen wol en naald. Metalen naalden zijn doorgaans iets gladder dan bamboe. En je breit er dan ook iets losser mee. Hout is een goeie tussenoplossing. Probeer de verschillende soorten eens uit.

Wist je dat je gemoed je elke dag anders laat breien. Als je die ene dag wat meer gespannen bent, zullen de steken ook iets strakker gebreid zijn. Als je blij bent, brei je meestal iets losser.

De wol die je gebruikt, is een hele belangrijke. Als je niet de wol uit het patroon gebruikt, heb je altijd een andere steekverhouding. Niet alleen de dikte, maar ook de soort speelt een rol.

Daarom pas ik meestal de afmetingen van het telpatroon toe om mijn steken te berekenen. Dit is de omgekeerde weg, maar dit is toch mijn favoriete werkwijze. Dan hoef je niet zitten zoeken tot je de juiste naald gevonden hebt, maar brei je gewoon het aantal steken dat je nodig hebt. En hier komt net het proeflapje zo goed van pas.

Berekeningen

Aan de hand van de info die ik uit mijn proeflapje kon halen, heb ik het totale aantal bolletjes kunnen berekenen. Daarnaast weet ik nu ook hoeveel rijen per kleur ik nodig heb om bovenaan goed uit te komen en heb ik mijn planning kunnen maken.

Dit is het telpatroon:

Maakt deel uit van het patroon Raspberry Flirt van Drops Design

Aantal bolletjes

Voor de maat small heb ik als voor- en achterpand 2x 50 x 56 cm nodig. Wat omgerekend 8400 steken is. Voor een mouw heb ik 25 x 52 cm en dat is 7904 steken. Dus voor mijn ganse werk tel ik 24 704 steken. (Pff) En dat wordt dan 472,60 gram wol. Dat zijn 4 sets. Ik heb er dus nog 2 bijbesteld.

Ja, ik weet het. Het kan zijn dat er een kleur verschil in de wol zit. Maar ik ga ze combineren. Eén bolletje van de wol die ik al heb met één bolletje van de nieuwe wol. Het is toch dubbele draad. Dus zal je dat echt niet zien.

Aantal rijen per kleur

Om de totale hoogte van het voor- en achterpand te bekomen, zal ik 112 rijen breien. Ik heb 9 kleursecties (AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE). Dus dat is 12 rijen per kleur. Voor de mouwen heb ik 104 rijen nodig. Dus 11 rijen per kleur. Dat ziet er al een pak haalbaarder uit, vind je ook niet?

Planning

Een tijdje terug had ik al een planning opgesteld in uur. Maar nu kan ik dit toepassen op het aantal rijen. Over het ganse project tel ik 432 rijen verspreid over 12 weken. Dus 36 rijen per week. Als ik dit opnieuw in het schema stop, kom ik dan het volgende uit:


MaDiWoDoVrZaZo
Week 14 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 24 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 34 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 44 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 54 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 64 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 74 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 84 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 94 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 104 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 114 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen
Week 124 rijen
3 rijen
3 rijen13 rijen13 rijen

Dat wil zeggen dat ik in week 7 aan de mouwen zal kunnen beginnen. Omdat we nu in een tweede golf van besmettingen zitten, zijn de brei-avonden geen optie. Dus hou ik rekening met één uur tijdens de week en 4 uur tijdens het weekend.

Impact op het patroon

Als je jouw steekverhouding kent, kan je een patroon voor je zelf herwerken. (Let altijd op met copyright en deel niet zomaar een patroon, aangepast of niet!). En dat is eigenlijk heel eenvoudig. Vul het aantal steken dat je nodig hebt in en pas je aantal rijen aan. Essentiële instructies, zoals de boord, afkantingen, meerderingen en minderingen, …, blijf je gewoon volgen. Je past ze enkel aan naar jouw steekverhouding.

Oké, voor mij lijkt dat allemaal peanuts, maar ik kan er in komen dat voor de beginnende en misschien ook gemiddelde breier dit chinees lijkt. Maar ik heb dit geleerd door te proberen en te falen. Maar toch wil ik je hiermee even op weg zetten.

Eigenlijk kan je de essentiële instructies zien als de handelingen die het werk vorm geven. Als er staat dat er geminderd wordt aan de armsgaten is dat iets dat je blijft volgen. Je past enkel het aantal steken aan, zodat je de maat kan blijven behouden. En soms zal dat wat puzzel- en rekenwerk zijn. Maar laat je er vooral niet van afschrikken.

Wat is jouw manier om de steekverhouding aan te passen?

Bronnen:

Droomproject

Het proeflapje deel 1

Wat als je nu die hele mooie trui gemaakt hebt. En als je die wil passen, ontdek je dat hij te klein of te groot is. Wat een ramp. Niemand wil dat meemaken. Maar uit eigen ervaring kan ik wel zeggen, dat het helaas te vaak voorkomt.

Gelukkig is er een truc om het goed te doen. En dat is een proeflapje. Ik geef eerlijk toe dat dit even vervelend als hulpvol is. Maar als je een paar dingen in gedachten houdt, komt dat dik in orde. Het proeflapje zal je beste vriend worden.

Wat

Wat is een proeflapje nu juist, hoor ik je denken. Het is een miniversie van het project dat je wil maken. Het toont je hoe de steken zich zullen gedragen als je op een bepaalde manier breit, zonder dat je al een heel groot stuk moet breien.

Deze info kan je er uit halen:

  • hoeveel steken je breit op 10cm (horizontaal)
  • hoeveel rijen je breit op 10cm (verticaal)
  • het gewicht
  • de dikte van je naalden
  • of je de steek/combinatie mooi vindt

Steekverhouding

Op het etiket van je wol staat al een steekverhouding van 10 x 10 cm opgegeven, maar soms kom je toch anders uit. De ene persoon breit nu eenmaal vaster dan de andere. Maar wat niemand je vertelt heeft (buiten ik nu), is dat je best het proeflapje wat groter maakt. Ik maak het 12 x 12 cm. Daardoor krijg je een beter beeld van de steken en rijen. Want zeker in tricotsteek durven de randen wel eens omkrullen en kan je daardoor verkeerd tellen. Het aantal steken en rijen lees ik wel nog steeds op 10 cm af, want dat rekent veel makkelijker om.

Om dit af te lezen bestaan er verschillende hulpmiddelen. Een latje is het eenvoudigst, maar je kan er ook een beetje mee foefelen en dat is niet wat je wilt. Daarom heb ik mijn eigen stekenlezer gemaakt. Nu ik deze een keer gemaakt heb, kan ik deze steeds hergebruiken. Al is ze niet zo handig bij donkere wol, voor lichte is ze fantastisch. Ben je niet zo’n doe het zelver, er bestaan er een heel aantal dat je kan kopen.

Om dan om te rekenen naar de grootte van je project, gebruik je het regeltje van drie. Wie had gedacht dat je voor handwerk nog wiskunde zou nodig hebben. Maar deze regel is eigenlijk alles dat je nodig hebt. Gelukkig is die gemakkelijk toe te passen (als je weet hoe het moet, natuurlijk).

Gewicht

Naast het aantal steken en rijen kan je ook het gewicht van je proeflapje noteren. Dan kan je voor het ganse project uitrekenen hoeveel wol je nodig hebt.

Dit doe je zo: je telt het totaal aantal steken dat je op je proeflapje hebt. Dat is het aantal steken op één rij maal het aantal rijen in totaal + 1 (de afkantrij). Dan weeg je het proeflapje. Nu weet je hoeveel steken een bepaald gewicht geven.

Dan ga je aan de slag met het berekenen van het totale aantal steken en rijen dat je zal nodig hebben voor je volledige project. Niet verschieten hoor, want het zijn er heel veel. Opnieuw kan je met het regeltje van drie dan omrekenen wat het totale gewicht zal zijn.

Ik tel de opzetrij er niet bij, omdat dit mijn marge is. Er is altijd een beetje verlies bij het begin en einde van een bol. Dus zo kan je dat een beetje compenseren. Ben je niet zeker, het is altijd beter om wat wol te veel te hebben, dan te weinig. Die restjes zullen wel op geraken.

Daarna kijk je het gewicht van het bolletje wol na. Deel het totale gewicht door het gewicht van één bol. Rond het getal altijd naar boven af, want je koopt de wol per bol. En zo weet je hoeveel bollen je in totaal nodig hebt.

Sommige mensen, zweren bij meter in plaats van gewicht. In dat geval trek je het proeflapje weer uit en meet je hoeveel draad je gebruikt hebt. Daarna doe je dezelfde berekening. Maar voor mij lijkt dat gewoon te omslachtig. Kies vooral zelf wat jij het belangrijkst vindt.

Dikte van de naalden

Vorige week had ik al een soort van proeflapje gemaakt, maar ik vond dat de steken iets te los zaten, dus besliste ik om fijnere naalden te gebruiken. Ik ben nog bezig aan de remake (zie volgende week).

Dit is iets dat je er dus op voorhand kan uithalen. Het zou toch echt zonde zijn als je halverwege het project zou zitten en dat je dan beslist dat de steken te los of te vast zijn. Het zal je een hoop ellende besparen als je dit eerst uittest op het proeflapje.

Steek/combinatie

En hetzelfde geldt voor de steek die je gebruikt. Je kan pas echt weten of je die mooi vindt en wat het resultaat zal zijn met de gekozen wol, als je eerst een kleine test doet. Als het resultaat niet helemaal jouw ding is, kan je nog steeds aanpassen en zal je veel meer plezier hebben aan het onmiddellijk juist breien (of haken) van jouw project.

Twee soorten

Dit is heel belangrijk om in gedachten te houden. Er zijn twee soorten: geblokt en niet-geblokt. Het verschil zit hem in afgewerkte en niet-afgewerkte afmetingen. De opgegeven maten in het patroon zijn altijd geblokte maten.

Zolang het werk op de naalden zit, heb je de niet-geblokte gegevens nodig. Omdat je het werk nadien zal willen wassen, en er bij wassen verschrikkelijke dingen kunnen gebeuren met je vol liefde gecreëerd project, heb je de maten nodig nadat je het proeflapje gewassen hebt. En dat doe je door het proeflapje te wassen, zoals je het project zou wassen.

Na het wassen noteer je opnieuw de steekverhouding en je gebruikt die om de uiteindelijke steken op te zetten en aantal rijen te breien. Persoonlijk gebruik ik daarna de niet-geblokte gegevens niet echt meer. Maar zo kan je wel zien wat een verschil het soms kan maken. En dat kan dan weer het verschil zijn tussen een passende of te grote/kleine trui.

De meeste mensen trekken hun neus op als ze het alleen nog maar zien staan. Maar het proeflapje heeft zijn nut bewezen. Voor mij toch. Hoe sta jij er tegenover?

Bronnen:

Droomproject

Op proef

Deze week ben ik actief aan de slag gegaan met mijn wol. De bedoeling was om het kleurverloop juist te kunnen verwerken en om het ajourpatroon onder de knie te krijgen. Dus heb ik een soort van proeflapje gemaakt. En dit is het resultaat.

Kleurverloop

In een eerdere fase had ik besloten om met een monochrome kleurencombinatie. En ik heb beslist om het donkerste kleur onderaan te hebben. Hoe meer je naar boven gaat, hoe lichter de kleur wordt. Er bestaan bollen waarin dat het kleurverloop al verwerkt zit, maar ik heb gekozen voor 5 aparte bollen.

Het komt er dus op neer om de kleurschakeringen zo vloeiend mogelijk te laten overgaan. Er waren 2 mogelijkheden die ik kon doen. Met enkele draad of met dubbele draad. Ik heb beiden uitgeprobeerd.

Laat ik voor het gemak het donkerste kleur, kleur A noemen en het lichtste kleur E. Dat zal een pak handiger lezen.

Enkele draad

Ik had uitgerekend om ongeveer 8 rijen in kleur A te breien en dan een paar rijen af te wisselen. 2 rijen kleur B, 2 kleur A, opnieuw 2 rijen B en 2 rijen A. Dan 8 rijen in B, enzoverder. Maar je zag de overgang veel te goed.

Mijn voorkeur ging hier wel naartoe, omdat ik dan fijner kan werken met mijn ajourpatroon. En ik heb langer geniet van het maken van mijn trui, omdat de steken kleiner zijn.

Dubbele draad

Maar er bestaat een handige truc met dubbele draad die dit probleem kan oplossen. Je begint met 2 draden in kleur A. Na een paar rijen verander je één van de draden naar kleur B. Zo brei je een paar rijen in kleur AB. En dan verander je de tweede draad ook naar B. Zodat je dan verder breit in kleur BB.

Zo krijg je dan volgend kleurenschema: kleur AA, AB, BB, BC, CC, CD, DD, DE en EE. Het is dan een kwestie van de totale lengte van het werk om te zetten in een aantal rijen en dan eerlijk te verdelen.

Zo is de overgang echt heel mooi en veel minder opvallend. Maar dat maakt mijn wol automatisch dikker. Waardoor dat het ajourmotief een pak groter uitkomt. Maar het blijft wel mooi natuurlijk. Dus het is zeker haalbaar. Ik zal er alleen niet mee mogen overdrijven. Als ik de hoogte van één tekening aan hou zal dat oké zijn.

Na het wassen en opspannen vind ik dat het werk wel wat te losjes is. Dus ik wil zeker de naalddikte nog aanpassen. Nu heb ik een 8 gebruikt, maar ik denk dat een 7 beter zal zijn. Dan kan ik voor de boord een 6, of misschien zelfs een 5, gebruiken, zodat het mooi aansluit op de heupen.

Ajourmotief

Dit is dus de allereerste keer dat ik zoiets doe. En ik vind het al bij al wel geslaagd. Er zitten fouten in. Dat is zeker, maar nu weet ik waar ik op ga letten als ik mijn trui ga breien.

Het ajourmotief dat ik gekozen heb, ziet er op de teltekening zo uit. Het is een enkel telpatroon. Dat wil zeggen dat je in de oneven rijen mindert en omslagen maakt en in de even rijen gewoon breit.

Wat ik te laat door had, is dat dit ajourmotief in het gebruikte patroon van boven naar onder gebreid wordt en ik deze proef van onder naar boven gebreid heb. Hierdoor staat het op zijn kop. Tja, een beetje te veel aan mijn hoofd en slapeloze nachten, kunnen dit als resultaat hebben. Maar ik kan het heel eenvoudig oplossen door het telpatroon om te draaien. Easy fix.

Omslagen

In de eerste 4 rijen heb ik de omslagen niet volledig juist gedaan. Tussen 2 rechte steken neem je de draad naar voor zoals je de steek averechts zou breien. Dan krijg je een extra lusje op de naald die telt als een omslag. Dat deed ik verkeerd. Ik draaide mijn wol nog eens rond de naald, waardoor de omslag gedraaid op de naald zit en kleinere gaatjes maakt.

En wat een verschil dat het geeft! De gaatjes zijn er hoor, maar ze zijn niet goed zichtbaar. Waar ik de omslagen juist deed, komen ze veel mooier uit. Het minderen lukte prima. Die zitten allemaal goed. Enkel bij de blaadjes van de bloem ben ik een omslag vergeten. Maar ook dit kan allemaal opgelost worden.

Correcties

Ik was van plan om de tekening bovenaan rond de hals te verwerken. Maar door deze proef te maken en voor de spiegel te houden, zou het misschien wel mooier zijn om de bloem onderaan te verwerken. Dan zou die in de donkerste kleur gebreid worden.

Belang van deze proef

Zo zie je maar. Vroeger zou ik hals over kop begonnen zijn aan mijn trui. Als ik dan bovenaan aan de hals zou uitkomen en niet tevreden zou zijn, zou ik dan weer volledig opnieuw mogen beginnen. Dus beter dat ik nu eerst de test doe en zie waar ik blij mee ben. Weg frustraties.

En zo kan ik ook al eens proeven van de technieken, zodat ik dit wat meer onder de knie kan krijgen voor ik aan het echte werk begin. Ik weet dan ook dat wat ik in mijn hoofd heb al dan niet haalbaar zal zijn.

Tijdens de periode dat ik mijn werk zal voorbereiden kan ik dan het nieuwe proeflapje maken. Dus zo ga ik het dan aanpakken. Met dubbele draad, naald 7, ajourmotief in de juiste richting en onderaan in het donkerste kleur.

Weer een stapje dichter bij het eindresultaat. Ik kijk er al naar uit, maar zie ook wat een goede voorbereiding betekent. Wat vind je er van? Geef gerust je mening.

Bronnen:

Droomproject

Bolletjes wol maken

Deze week heb ik de wol ontvangen voor mijn droomtrui. Wauw, wat is ze mooi en zo zacht. Ik ben er zo blij mee en ik moet me echt inhouden om er niet onmiddellijk aan te beginnen. Maar alles volgens planning. Eerst nog wat technieken onder de knie krijgen.

En een van die technieken is “bol wol maken met draad aan de binnenkant uittrekbaar”. Daar kan ik al mee starten, want de wol die ik kreeg zit nu nog op strengen. Om daarmee te breien is het nodig om er eerst bollen van te maken.

Binnen- of buitenkant

Tot nu toe heb ik altijd wol gekocht in bolletjesformaat. En dan haalde ik het binnenste draadje er uit. Want als je van buitenaf werkt, loopt je bol overal naartoe. Ook al is daar een oplossing voor: een wolhouder. Er bestaan er in hout of je zelf kan er zelf een haken.

Maar ik werk liever van binnenuit. Dan loopt mijn bolletje niet weg. Alleen is het niet altijd zo eenvoudig om dat binnenste eindje te vinden. En meestal komt er dan een heel kluwen mee die je dan eerst nog moet ontwarren. Al vinden sommigen dat vervelend, ik kan daar eigenlijk mee leven.

Van streng tot bol

Maar bij strengen is het natuurlijk iets anders. Als je gewoon zou beginnen breien met de strengen, ligt alles onmiddellijk in de knoop en dat krijg je nooit meer goed. Dus eerst bolletjes maken. En daar is een bepaalde techniek voor.

Manueel

Charlotte van Charami legt uit hoe je dit volledig manueel kan doen met een rolletje. En ik ben volledig mee, maar het lijkt me een lastig en precies werkje. Hoeveel tijd heb je er niet voor nodig om dat zo mooi op te winden. Al geloof ik wel in oefening baart kunst.

Nu ben ik iemand die er niet achter staat om zo maar dingen te kopen, één keer gebruiken en dan ligt het daar om later op zolder te belanden. Dat staat eigenlijk niet (meer) in mijn woordenboek. Maar je hebt misschien ook al ondervonden dat het voor mij toch wel een beetje vooruit mag gaan. Ik zat hier dus eigenlijk een beetje met een dilemma.

Met een hulpmiddeltje

Maar zonder correct materiaal zie ik er bijna geen beginnen aan. Dat geldt ook voor andere dingen. Je kan ook geen nagel in de muur slaan als je geen hamer hebt. En voor dit klusje heb je maar 2 dingen nodig. Een wolwinder en een parapluhaspel. Na een beetje zoeken heb ik er gevonden op wolnut.

Dit is echt fantastisch en zo eenvoudig. Je plaatst beide instrumenten op de rand van een tafel. Zo ver mogelijk uiteen is het best. Dan plaats je de streng over de parapluhaspel, waarbij je dan zorgt dat die mooi opspant.

Het uiteinde die het vlotst afdraait (dat merk je wel, geloof me maar), steek je dan in het gleufje van de wolwinder bovenaan. En dan is het draaien maar. Het gaat niet om snelheid, maar om gelijkmatig draaien. Je kan niet ondertussen eventjes stoppen. Je draait door tot het einde van de streng. Steeds in dezelfde richting.

Kiezen

Dus heb ik de compromis gemaakt. Dit is geen materiaal die op zolder zal verdwijnen. En ik heb bewust gekozen voor degelijk materiaal aan de prijs die ik vind dat het waard is. Maar eigenlijk is dit een keuze die jij voor jezelf maakt. Wat voor mij werkt, kan voor jou vervelend zijn. Doe vooral wat voor jou werkt (maar stel je toch eventjes open voor de mogelijkheden).

En dan heb je eigenlijk ook nog steeds deze keuze. Je kan nog altijd met het buitenste draadje werken als je dat liever hebt.

Et voila, zo heb ik nu 5 mooie bolletjes. Nu komen ze precies uit de winkel, wat ze eigenlijk ook zo is, maar nu zijn ze in bolletjes verwerkt. Ik ben zo enthousiast, dat ik bijna echt sta te springen. Maar word jij ook zo draaierig als je de wol ziet draaien?

Bronnen: