Basis

Fout of niet?

Pff, ik ben dom geweest. En ik sla er nog altijd mezelf voor over het hoofd. Waarom deed ik het? Laat het me even uitleggen en dan mag je zelf oordelen.

Mountain Mist – patroon door Tin Can Knits

Van al dat wol kammen, verven en spinnen kwam er niet veel meer van breien in huis. Maar het is me toch gelukt om het truitje voor één van mijn neefjes terug op te pikken. En wat was het zalig om nog eens te breien.

Het patroon is een rondgebreide top-down trui. Wanneer je aan de armsgaten komt, zet je de steken voor de mouwen op een hulpdraad en brei je het lijf verder in het rond. Later worden de mouwen dan van oksel tot pols gebreid.

Oneffenheden

Maar de miserie begon toen ik de steken wou opnemen voor de tweede mouw. Ik zag en voelde een kleine oneffenheid in onderliggende steken en ging er van uit dat ik een fout gemaakt had. Het zag er niet goed uit en dat wou ik rechtzetten.

Toen ik de steek liet vallen tot het punt van de oneffenheid (met het idee om met een haaknaald dan terug naar boven te werken) merkte ik een zijdelingse lus op. Ik verstond me er niet aan. Hoe kan dat nu? Wat heb ik uitgespookt? Ik wou de fout rechtzetten door steken los te maken en had er alle vertrouwen in dat het wel weer goed zou komen.

Dus ben ik de hele reeks steken beginnen uittrekken. Ik dacht dus echt dat ik fout was. Tot plots mijn frank viel. Het waren de verkorte toeren. Ik was dus helemaal niet fout. Maar nu zit ik wel met een enorme warboel van draden en steken die niet meer op dezelfde rij zitten.

Oplossingen

Hoe ga ik dat nu oplossen? Ik heb geprobeerd om de verkorte toeren terug te breien, maar heb geen referentiepunt. Tot welke steken brei ik om weer juist uit te komen? En bij een paar pogingen merkte ik dat ik nog steeds een lus overhoud. Wat wil zeggen dat ik het niet helemaal juist heb gedaan. Ik zou nu evenveel wol nodig hebben als toen ik het voor de eerste keer breide.

En toen dacht ik: als dat niet lukt, wordt het splitsen. Ik zou dan het bovenste gedeelte los maken van het lijf en de ene arm. Dan kan ik terug uittrekken tot aan het punt waar ik terug goed zit. Dan dat herbreien, zodat ik het dan later opnieuw aan elkaar kan zetten. Met andere woorden: sweater surgery.

Maar welke rij maak ik los? Ik wil wel dat het lijf en de ene mouw aan elkaar blijven. Maar ik wil ook goed zitten bij mijn tweede mouw, zodat ik niet nog meer schade heb aan het lijf. Want wat als ik het nog slechter maak?

Worst case scenario kan ik volledig opnieuw beginnen. Alles uittrekken en volledig herbreien. Ik denk niet dat dat het geval zal zijn. Maar toch ik wil het niet moeilijker maken dan het al is. En ik wil ook dat er zo weinig mogelijk zichtbaar is van de herstelling.

Plan van aanpak

Oké, even rationeel en logisch nadenken. Misschien is het toch beter om de eerste mogelijkheid nog een kans te geven. Ik kan de zijkant voor de mouw uittrekken tot ik weer op één rij zit en dan mijn verkorte toeren opnieuw proberen. Het middelpunt van de rug zal hiermee misschien kunnen helpen. Dan kan ik gaan tellen en bepalen hoeveel steken ik moet breien.

En als dat niet lukt is het toch sweater surgery. Niets aan te doen dan. Ik kan alleen maar hopen dat ik de juiste rij los maak.

Volgende keer zal ik wel twee keer nadenken voor ik een fout zal herstellen. Eerst eens goed nadenken over de opties. En in gedachten houden dat er ook af en toe een foutje in het werk mag zitten. Met andere woorden: niet te perfectionistisch willen zijn. Tja, het is soms sterker dan mezelf. Jij niet?

Bronnen

Back to basics

Halverwege Tour de Fleece

Met trots kan ik zeggen dat al mijn wol geverfd is, met wat minder trots dat ik het eigenlijk al af wou voor de Tour de Fleece zou starten. Nu zijn we halverwege en ben ik eindelijk waar ik wou zijn. Het was niet evident en er liep heel veel anders of gedacht.

Tijdsnood

Ik heb het verven enorm onderschat. In mijn planning had ik op twee weken gerekend. Eén week om alle wol te kammen en daarna een week om alles te verven. Uiteindelijk zijn het drie weken geworden van elke dag kammen en 2 fases verven. Het waren een paar zware weken. En wat ben ik nu blij dat het gedaan is.

Omdat ik eind juni al serieus aan het panikeren was, heb ik een paar bakken gezocht voor in de oven. Zodat ik een reeks daarin kon doen naast de andere reeks in mijn kookpot. Door twee reeksen tegelijkertijd te doen, wou ik een inhaalbeweging maken.

Zo zag mijn dagprogramma er uit:

  • oven 1e keer: wassen en verfbad klaarmaken
  • oven 2e keer: beitsen en verven
  • pot: wassen, beitsen, verfbad klaarmaken of verven

Voor drie weken lang (met gelukkig toch af en toe een rustdag)

De fases wisselden af. Dag 1 waste ik bad A. Dag 2 waste ik bad B en beitste ik bad A. Dag 3 waste ik bad C, beitste ik bad B en verfde ik bad A. Enzoverder. Dit was allemaal in de oven. Daarnaast had ik nog mijn kookpot met een ander ritme. Dag 1 waste ik bad D. Dag 2 beitste ik bad D en dag 3 verfde ik bad D. Omdat ik telkens maar kleine hoopjes (ongeveer 35g) per keer kon doen, had ik dus heel veel hoopjes en dagen nodig. Veel meer dus dan de geplande week.

De drukte van die dagen heb ik toch wat onderschat. Ik ben nog steeds aan het recupereren van een jaar slaaptekort. Het kroop af ten toe toch in de kleren. Zo had ik op een dag wol in het beitsbad gedaan, zonder beitsmiddel. Ik vond de afgewogen aluin de volgende dag nog in het potje op het werkblad van mijn keuken. Oeps. Dat is helaas niet meer goed gekomen.

Kleurverschillen

Ik zag online een filmpje over wol verven in de oven met acid dyes. En ik dacht dat het ook mogelijk zou zijn met natuurlijke verfstoffen. Het was pas na het wassen, beitsen en verven (3 dagen later), dat ik door had dat het toch niet zo’n goed idee was.

Ik dacht: dezelfde temperatuur en dezelfde periode, dat komt wel goed. Niet dus, op de een of andere manier waren de kleuren veel lichter. En ik weet (nog) niet waarom. De kleur van de wol die uit mijn pot komt is wel oké. Maar nu zit ik dus met heel veel licht gekleurde wol en een beetje donker gekleurde wol.

Hoe ga ik dat nu combineren? Want omdat ik niet alle wol op 1 juli voor handen had, moest ik ook wat creatief zijn om de kleuren te combineren. Hoe zou ik dat gaan aanpakken? Uiteindelijk is het een hele berekening geworden die waarschijnlijk toch niet zal kloppen. Dus ben ik van plan om te doen wat ik kan en de rest aan het lot over te laten.

Combineren en verspreiden leek me de beste oplossing. Als ik 4 bobijnen vol heb, waarvan 1 en 3 met lichtere kleuren en 2 en 4 met donkere kleuren, zou ik 1 en 4 en 2 en 3 kunnen combineren voor het twijnen. Dan komen beide draden zo gelijk mogelijk uit, dacht ik zo.

Maar het zullen waarschijnlijk 6 bobijnen worden. Want vandaag zitten we in de helft en ik heb pas bijna mijn 3e bobijn vol. Dus wordt het dan waarschijnlijk een combinatie van bobijnen 1 en 4, 3 en 6 en 5 en 2. Maar zal er genoeg kleurspreiding op de bobijnen zitten? Ik vrees er voor want elk verfbad is net dat beetje anders (wat volledig normaal is).

Volgende keer beter

Als ik het nog eens zo groot zou aanpakken, zou ik het anders doen. Zeker genoeg tijd nemen om alles te kunnen verven zoals het hoort. Zodat ik mezelf niet voorbij loop, maar er van kan genieten (zoals de bedoeling was). En zeker in mijn kookpot. Ik denk niet dat ik de oven nog zal gebruiken. Die heb ik ten slotte ook nog nodig om eten klaar te maken en het is best om dat niet te combineren.

Op dit moment ben ik nog niet tevreden van de kleur. Misschien betert dat na het twijnen. Als het eindresultaat me niet aanstaat, zal ik het oververven in een lichtere kleur. Dan heb ik lichtere en donkere stukken, maar ten miste één kleur (misschien vlierbes) in plaats van twee. Volgende keer spin ik misschien eerst al mijn wol en verf ik het daarna. Als alles getwijnd is, kan ik de check eens doen of ik zo meer wol in mijn pot kan krijgen.

Als allerlaatste oplossing kan ik nog altijd bolletjes afwisselen tijdens het breien. Dat zal heel veel maskeren. Je hebt waarschijnlijk wel al gehoord van breien met twee bollen en om de twee rijen wisselen. Maar ik zou het zelfs met de drie bollen durven. Dan is elke rij van een andere bol en valt het nog minder op.

Nu kan ik me verder gaan concentreren op het spinnen. Ik zit nog altijd op schema. Woop, woop! Al een geluk. Ik wil echt niet opgeven. Ik kan dit! Met wat ben jij bezig op dit moment?

Bronnen

Nieuwe werken

Yume

Een tijdje geleden begon ik aan het Yume patroon van Isabell Kraemer. Voor ik met dit project startte, was ik wel enorm aan het twijfelen tussen dit model en het Laia patroon. Uiteindelijk was het vooral het ajourmotief die de doorslag gaf. Ondertussen is het al eventjes af en lijkt het me nu het ideale moment om dit even met je te delen.

Details

  • Patroon: Yume (patroon door Isabell Kraemer)
  • Wol: Landlust Sommerseide van Lana Grossa kleur 4
  • Gebruikte naalden: Verwisselbare rondbreinaalden nr. 3,5
  • Mijn steekverhouding: 22 steken x 33 rijen = 10x10cm
  • Maat: XS

Wat werkte

Dit patroon is zo zalig geschreven. Rechttoe, rechtaan en heel duidelijk. De stappen worden goed omschreven en de speciale afkortingen worden uitgelegd. Het was een droom om te breien. En zeker eentje dat ik opnieuw wil doen, met lange mouwen en wol als trui voor in het najaar of de winter.

Omdat de opgegeven wol voor dit patroon niet onmiddellijk voor mij beschikbaar was en ik nog een heleboel wol aan de kant liggen had, koos ik voor de Landlust Sommerseide die ik vorig jaar kocht. En dat was eigenlijk altijd al het plan geweest. Want dit patroon staat al eventjes op mijn te breien-lijstje en ik had net deze wol gekocht voor dit patroon. In de winkel stond ik niet echt stil bij de steekverhouding. Het was puur toeval dat mijn steekverhouding dicht in de buurt kwam van die van het patroon. Ik week gelukkig maar 3 rijen af.

Wat heb ik geleerd

Dit is de allereerste keer dat ik een top-down trui (of t-shirt) probeerde. Ik had het nog nooit gedaan. En ik was verrast door het minimale naaiwerk in de afwerking. Het lijft werd in één stuk gebreid en de steken voor de mouwen werden even on hold gezet op een restje draad om later aan het lijf vast te breien .

Het opnemen van die mouwsteken had ik ook nog niet eerder gedaan. En al zeg ik het zelf, ik ben blij met het resultaat maar dit kon zeker beter. Gelukkig zit het op een onzichtbare plaats. Daarom heb ik een compromis gemaakt. Het is oké zoals het is. De volgende keer zal beter zijn.

Het patroon gebruikt een averechtse naad aan de zijkanten van het lijf. Ik had er wel al van gehoord, maar ik had het nog niet geprobeerd. Maar nu ik het in het eindresultaat zie, vind ik het prachtig. Het geeft net dat extra va va va voom (je weet wel) aan het project. Het vervangt de naad die er niet is bij rondbreien en zorgt voor een wat meer vrouwelijkheid. Deze zal ik in de toekomst zeker nog gebruiken.

Aanpassingen

Omdat dit zo’n prachtig patroon is, heb ik weinig aangepast. Eigenlijk enkel maar de opgegeven wol. En daardoor ook de steekverhouding. Voor elke 10cm heb ik 3 extra rijen gebreid om in verhouding te blijven. De rest was perfect.

Evaluatie

Ik zou het iedereen aanraden. Want niet enkel het patroon is fantastisch, het t-shirt zelf draagt ook fantastisch. En zoals ik al zei, deze wil ik zeker nog eens opnieuw maken. Schitterend gewoon. En je hebt de keuze tussen korte en lange mouwen. Je kan dus aanpassen naar keuze.

Het patroon is wel in het Engels geschreven, dus kunnen volgende afkortingen je misschien wel helpen. Ik wil zeker nog een ander patroon van Isabell Kraemer proberen (na al die andere projecten die nog op mijn te breien-lijstje staan). Wat staat er nog op jouw te breien-lijstje?

Bronnen

Back to basics

Over proeflapje en planning

C’est parti! De Tour de Fleece van dit jaar is gisteren van start gegaan. En ook al ben ik nog niet helemaal klaar met alle wol te verven, ik heb genoeg om te starten. Maar voor ik dat kan, heb ik eerst nog wat rekenwerk. Hoe ziet mijn schema er uit.

Proeflapje

Zoals je misschien wel nog weet, heb ik afgeklopt met de dunnere woolen gesponnen wol. Vorige week had ik het proeflapje daarmee klaar. Dus kan ik nu alles gaan uitrekenen. Het eerste wat ik nodig heb is mijn steekverhouding: 10 x 10cm = 25 steken x 35 rijen

De volgende stap is dat vergelijken met de steekverhouding uit het patroon (10 x 10cm = 25 steken x 26 rijen). De steken zitten goed, oef. Maar het aantal rijen wijkt enorm af. Dus klopte mijn eerdere berekening van een totaal van 230g niet meer. Dat had ik simpelweg met het regeltje van drie berekend. Maar dat klopt dus niet langer omdat de steekverhouding van de rijen compleet anders is. Ik heb veel meer rijen nodig om tot de gewenste lengte te komen.

Dus dacht ik na hoe ik het wel correct zou kunnen uitrekenen. En dan was het even logisch nadenken en terug grijpen naar wat kennis in mijn achterhoofd. Ik nam het totaal aantal steken van mijn proeflapje 25 steken x 37 rijen (incl. opzet- en afkantrij) = 1184 steken. En als ik dan nog weet dat mijn proeflapje 9 gram weegt en 1 gram 131,5steken zijn, kan ik aan de slag.

De cowl zou voor mij in totaal op 159 steken x 330 rijen komen. Met andere woorden op 52 470 steken (slik). Als ik het totaal aantal steken dan deel door 131,5 steken kom ik op 400 gram (of 1080 meter).

Oké, het is een hele berekening en het spreekt weinig tot de verbeelding. Maar mijn doel is bereikt. Ik weet hoeveel wol ik nodig heb. Voor alle zekerheid wil ik er toch nog wat meer doen. Je weet maar nooit: losse uiteinden, verlies bij het spinnen, … Zou 10% genoeg zijn? 20% is dan misschien weer te veel. 15% dus, gewoon om zeker te zijn. Dus in totaal ga ik voor 460 gram wol.

Planning

Wat kan excel (of LibreOffice Calc in mijn geval) soms toch een prachtig programma zijn. Met een simpele formule kan ik de ganse tour opsplitsen per rit. En dat dan nog in verhouding ook. Want de ene rit is langer dan de andere. En dan wil ik op die dag ook wat meer spinnen. Dus heb ik een lijst gemaakt met het aantal kilometer per stage en het totaal aantal meter en gram dat ik nodig heb.

Eigenlijk is het aantal meter pure speculatie, omdat ik dat niet zal kunnen meten. Maar om het aantal gram per rit te vinden, deel ik het aantal kilometer van de rit door het totaal aantal kilometer en vermenigvuldig ik dat met het totaal aantal gram. Zo kom ik aan onderstaande lijst.

Ik heb zowel rekening gehouden met de tour voor mannen als voor vrouwen, om het wat meer haalbaar te krijgen. Het tempo voor mannen alleen lag iets te hoog, want dat zou inhouden dat ik meer wol in minder dagen zou spinnen. Nu kan ik nog steeds veel spinnen en er meer van genieten. Want dat was toch de bedoeling, hé.

En waarom niet? Want vrouwen moeten het voor elkaar opnemen. Het is de allereerste keer dat de tour voor vrouwen gereden wordt en we zijn 2022. Hoe komt het dat dit nog niet veel eerder gebeurde, toch? Dus is dit mijn mooie schema (waar ik toch een beetje trots op ben).

De eerste twee dagen zijn meegevallen alleszins. Ik zit op schema, woop woop! Maar ik heb nog wat kam- en verfwerk te doen. Ik hoop dat het niet te veel wordt, want ik zag daarnet dat ik beitsmiddel vergeten toe te voegen aan mijn beitsbad, oeps. Alles komt goed. Dat zeggen ze, toch?

Bronnen

Back to basics

Over gekruiste gedraaide steken in mijn proeflapje

Het is me gelukt. Ik heb een proeflapje klaar met wol waarvan ik tevreden ben. Al was dat niet zo eenvoudig. Terwijl ik er mee bezig was, had ik echt schrik dat het op niets zou trekken. Ik wou zelfs het hele project annuleren. En dan zei ik op een gegeven moment gewoon: foert! Ik zie wel waar het uitkomt. Maar het was pas toen ik het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen en het patroon er nog even bij nam dat ik het echt los kon laten.

The fabric created by this slightly rustic, 2-ply yarn (Garden Wool&Dye Co: Cormo Fingering) isn’t perfect.

Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen

Gekruiste gedraaide steken

Zonder kabelnaald

Het breipatroon maakt gebruik van gekruiste gedraaide steken. Eigenlijk een soort van minikabels waarbij er één steek telkens opschuift en je diagonale lijnen krijgt. Maar om het allemaal nog wat moeilijker te maken, worden de steken door de achterste lus gebreid.

Door een steek naar achter te brengen en eerst de tweede en daarna de eerste te breien, kruis je naar rechts. Door een steek naar voren te brengen, kruis je naar links. Maar als je dat met een kabelnaald doet, heb je een extra naald nodig. Er kruipt meer tijd in omdat je telkens de naald oppakt en neerlegt. Laat staan om de steek op die kabelnaald te krijgen en er terug af, zonder de rest van de steken kwijt te raken.

Als je kabels zegt, zeg je ook kabelnaalden. Wat in mijn ogen gelijk is aan veel meer werk. Omdat ik geen zin had in al dat gedoe, was ik op zoek gegaan naar shortcuts. Op youtube vond ik een filmpje van Designs by Phanessa over hoe je gekruiste steken kan breien zonder kabelnaald. De techniek wordt heel goed uitgelegd, maar toen ik het uitprobeerde was ik niet tevreden van het resultaat. Ik denk dat ik iets verkeerd deed, want het leek ook helemaal niet op de steken in het filmpje.

Met kabelnaald

Als je er even bij stil staat is het meestal zo dat als je iets te snel wil doen, je meestal niet tevreden bent van het resultaat. Soms is de tijd en energie er in steken echt beter, omdat dat gewoon de beste manier is het beste resultaat te hebben.

Oké, misschien ben ik nu weer veel te resultaat gericht bezig. Maar wie geeft er om hoe je er geraakt bent, als je er maar raakt. En zelfs als je er niet zou raken: het proberen is beter dan het niet proberen. Toch?

Maar de hele bedoeling van dit project is net vertragen en bewust genieten. Dus misschien bekijk ik het beter procesgericht. Ja, ik wil dat de cowl snel klaar is, wie wil dat niet. Maar deze uitdaging gaat net over het omgekeerde. De tijd nemen om stil te staan bij het maken. Dus in dat opzicht had ik de kabelnaald volledig geaccepteerd.

Andere breivolgorde

Inderdaad “had”. Want toen ik bijna klaar was met mijn proeflapje, bedacht ik me iets. Als ik nu gewoon eerst de tweede steek brei en dan pas de eerste. Dan hoef ik geen kabelnaald te gebruiken. Ik kan het gewoon doen met de naalden in mijn handen.

Het vroeg wat puzzelwerk om uit te zoeken hoe ik dat het beste zou doen voor gedraaide steken. Want bij de rechtse kruising wil je de steek achteraan hebben en op de een of andere manier zit die eerste steek gewoon in de weg.

Uiteindelijk kwam ik bij de volgende oplossing:

  • rechtse kruising: 1e steek afhalen, 2e steek breien en terug op de linkse naald schuiven, 1e steek terug op de linkse naald schuiven, 1e steek breien.
  • Linkse kruising: 2e steek breien zonder de steek van de naald te halen, 1e steek breien

Proeflapje

Toen ik mijn proeflapje breide, keek ik naar elke rij of het wel goed was. En ik maakte me echt zorgen. Is de spintechniek goed voor dit project? Gebruik ik de juiste naalddikte? Ik begon alles in vraag te stellen. Want wat ik in mijn handen had, was stug en een beetje gefrommeld. De steken leken te verdwijnen in het niets.

Pas toen ik het proeflapje waste, was ik ook echt tevreden van het resultaat. De gedraaide steken komen veel beter uit, zodat je het bladmotief duidelijker kan zien. Eigenlijk had ik dit ergens wel in mijn achterhoofd na al die jaren ervaring met proeflapjes.

Ik weet niet wat ik aan het stugge kan doen, want je kan maar zo ver gaan met een bepaalde wolsoort. Als je het zou vergelijken met commerciële wol, zou dit “niet superwash” zijn. Dus kan het niet zo zacht en glad zijn als een “superwash” wol. Om een wol superwash te maken, wordt er een chemisch proces toegepast. En dat is niet de richting die ik wil uitgaan. Maar wat onderzoek in die richting kan natuurlijk geen kwaad.

Voila, weer een stapje verder. Nu ik mijn proeflapje klaar heb, kan ik over gaan tot de wiskunde van het geheel. Hoeveel gram en meters zal ik nodig hebben? En hoe splits ik het op in etappes? Ik heb nog en heleboel werk voor de boeg met kammen en verven. Dus kan ik maar beter aan de slag gaan, niet?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
  • https://www.youtube.com/watch?v=mRyYrFA9ueY Video van Designs by Phanessa over gekruiste steken breien zonder kabelnaald.
Back to basics

Worsted vs Woolen

De wol die ik vorige week klaar had, heb ik op een bal gewonden om mee te kunnen breien. En weet je wat? Het zag er wel mooi uit, maar het voelde heel onnatuurlijk om mee te breien. Het was hard, stug en bloeide helemaal niet open. Tja, daar wil ik dan wel geen sjaal van maken. Dus had ik een kleine crisis. De wol zat niet mee, het motief wou ook voor geen meter werken. Het was even tijd om te reflecteren.

Er zat niets anders op om toch even naar andere spinmethodes te kijken, dacht ik. En laat ik mezelf dan beginnen bij het begin in plaats van voorbij te lopen. Want die neiging heb ik nog weleens. Volgens mij begint het bij worsted tegenover woolen spinnen.

Worsted spinnen

Bij deze techniek wordt de vacht samengedrukt, zodat alle lucht er uit gaat. Het is daarom ook kouder. Het resultaat is effen wol die tegen een stootje kan. Ideaal voor ajour (omdat de omslagen heel mooi openen) en steekmotieven (omdat je de steken goed kan zien).

Je laat de twist niet in de vacht komen, omdat je die vasthoudt met duim en wijsvinger. Je laat wat vacht passeren om twist er in te krijgen en dan laat je het op de bobijn winden. Daarna weer wat vacht laten passeren en op de bobijn laten winden. Dat proces wordt telkens herhaalt. Je duwt de vacht bijeen om een egaal resultaat te hebben.

Bij het spinnen van die tweede reeks vorige week, kwam ik uit op 240m per 100g. Maar je kan eigenlijk pas weten welke naald je daarvoor nodig hebt, door de WPI (wraps per inch) te tellen. Dat houdt in dat je telt hoeveel keer je de draad rond een pen of stuk karton kan rollen in één inch. Tadaa, naald 4 net zoals opgegeven. Het mag ook eens meezitten.

Daarom dacht ik dat deze ideaal zou zijn voor mijn patroon. De dikte was oké, het twijnen ook en het zag er net uit als wol uit de winkel. Ik dacht dus echt dat ik mijn spinstijl voor dit project gevonden had. Maar je kan het dus pas echt weten als je een proeflapje maakt.

Woolen spinnen

Bij deze techniek gaat het andersom. Je laat de twist wel in de vacht komen. Dat wil zeggen dat de lucht die tussen de haren zit, er tussen gevangen blijft. Die lucht zorgt voor isolatie en geeft een warmer gevoel. Maar het resultaat is minder egaal. De ene keer dikker, de andere keer dunner. (Ofwel wordt het nog veel oefenen om beter te worden).

De twist mag dus in de vacht komen. Daarom hou je die in een hand vast. Draai met de andere hand net genoeg om de twist los te maken, zodat je de vacht kan laten passeren. Daarna laat je weer los, zodat de twist er opnieuw kan in komen. Effenaan laat je weer op de bobijn rollen. De vacht wordt minimaal gemanipuleerd en wordt daarom zachter en pluiziger.

Dus is dit misschien de oplossing. Want om de wol in het patroon te evenaren, wil ik in de buurt van 366m per 100g komen. Ik had me neergelegd bij 240m, maar met deze spintechniek kan je veel meer meters uit je vacht halen, omdat de lucht er mooi in blijft.

Spintest 3

Een derde spintest was net wat ik nodig had. Tijd om op een woolen manier te gaan spinnen. En tot mijn verbazing vind ik het een heel leuke techniek. Ik was er in het begin niet helemaal voor te vinden, omdat er dus dikkere en dunnere stukken zijn. Maar nu ik het resultaat voel, wil ik daar mee leven.

De wol voelt veel zachter en flexibel aan. En na er even mee te breien, denk ik dat dit manier wordt waarop ik ga spinnen. Maar mijn test was opnieuw te dik. Je zou het kunnen vergelijken met mijn eerste spintest. Wanneer ik het uitreken, kom ik op 180m per 100g. Ten opzichte van 137m per 100g is dat een pak langer.

Maar ik wil dus naar een dunnere draad. En als ik het zo bekijk, zou ik er dubbel zoveel moeten kunnen uithalen om helemaal op dezelfde wol uit te komen als in het patroon. Maar even realistisch. Dat zal waarschijnlijk niet lukken. Ik kan het wel optimaliseren. Maar dat zal wat oefening vragen.

Tijdsnood

Ik begin een klein beetje stress te krijgen. De Tour de Fleece start binnen twee weken en ik heb nog alle wol te kammen en verven. Maar ik weet natuurlijk nog niet hoeveel ik nodig zal hebben. Dat kan ik pas uitrekenen als mijn proeflapje klaar is. En dat kan ik pas doen als ik blij ben met het resultaat van mijn volgende spintest.

Dus kan ik maar beter aan de slag gaan. In het slechtste geval kan ik natuurlijk ook wol blijven kammen en verven in juli, terwijl ik al begonnen ben met het eerste verfbad. Maar ik zou het toch liever vermijden. Want ieder verfbad zal net een beetje anders zijn en om alles zo egaal mogelijk te hebben, zou ik de verfbaden willen combineren.

Aan de slag dus. Denk je dat ik er zal geraken? Ik zou het fijn vinden als je voor me zou supporteren.

Bronnen

Back to basics

Puur spinplezier

Tijd om te starten aan de tweede fase van de back to basics-uitdaging: spinnen. Op dit moment wil ik genoeg wol maken om een proeflapje te kunnen breien. Want ik wil weten hoe dik de wol juist mag zijn en of het dan ook mooi uitkomt als ik er mee brei.

Voorbereiding

Er zijn een heleboel methodes om te spinnen en het gaat er echt gewoon om hoe je de wol wil hebben. Wat voor mij nu vooral belangrijk is, is dat het zo dicht mogelijk aanleunt bij de wol in het patroon. Als enige referentie heb ik 366 meter op 100 gram. Ik ben nog maar een maand bezig met spinnen op een spinnewiel, dus het lag niet zo voor de hand. Maar dit is het resultaat van deze week.

Het patroon gebruikt Garden Wool & Dye Co, maar geeft ook een paar alternatieven. Ofwel een woolen spun die het lekker luchtig en warm maakt. Ofwel een worsted spun waarbij het stekenpatroon goed uitkomt. De manier waarop ik heb leren spinnen is worsted. En omdat ik me heb laten vertellen dat ajour beter uitkomt met 2-ply, heb ik besloten om voor deze twee laatste te gaan. (Sorry voor de Engelstalige termen. Ooit zal ik nog wel ontdekken wat ze in het Nederlands betekenen.)

Dan was uitrekenen hoeveel wol ik nodig zou hebben voor een proeflapje de volgende stap. Maar hoeveel wol kruipt er eigenlijk in een proeflapje? Dus het eerste wat ik deed, was er eentje wegen. Ik kwam op 20g uit. Maar ik wil ook graag nog wat overhouden als referentie tijdens het spinnen. Dan weet ik wanneer ik te veel aan het afwijken ben.

Verven

Om zeker genoeg wol te hebben, ging ik voor 25g. Na het proces om de ruwe wol te wassen en te kammen, heb ik de wol geverfd met zwarte thee (mijn kleur naar keuze).

Ik schrok me een bult, want de kleuren kwamen helemaal niet overeen met de eerdere verftest. Omdat ik het resultaat van het eerste verfbad van mijn eerdere verftest nog te licht vond, had ik deze keer gekozen om dubbel zoveel kleur te gebruiken. En plots was er zo veel kleur. Misschien is er eerder iets fout gelopen…

Spinnen

Na het drogen van de wol, heb ik het opgesplitst in twee delen, zodat ik dan bij het twijnen zo veel mogelijk gelijk zou uitkomen. En toen kon het echte werk beginnen. Dit is de eerste keer dat ik met gekleurde wol heb gesponnen. Puur plezier, als je het mij vraagt. Spinnen met ongeverfde wol is al leuk, maar dit geeft er eigenlijk nog een extra dimensie aan.

Omdat ik nog niet zo veel had om op af te gaan, ben ik gewoon begonnen spinnen. Niet te dun, maar net iets dikker. Na mijn twee delen op de bobijntjes te spinnen, was ik klaar om te twijnen en de wol verder af te werken. Eerst afwinden op mijn knitty noddy en dan wassen.

Rekenwerk

Toen de wol droog was, kon ik nu aan de slag gaan. Hoeveel meter had ik nu juist gesponnen en zou dat dan oké zijn? Mijn knitty noddy heeft een omtrek van 0,9m, dus als ik het aantal lussen tel en dat vermenigvuldig met 0,9, weet ik hoeveel meter ik gesponnen heb. En het resultaat komt op ongeveer 137m per 100g. Ik was er dus nog lang niet.

Terug naar af

Dus terug opnieuw beginnen, dacht ik. Ik heb dit keer de wol niet geverfd om wat tijd te winnen. Met de vorige wol als referentie ben ik dunner gaan spinnen. Ik heb wel dezelfde techniek toegepast, omdat spinnen op een spinnewiel op dit moment nog wat nieuw voor me is. Later als ik wat meer ervaring heb, kan ik eventueel nog experimenteren met andere technieken.

Tweede spintest

Dunner spinnen dus. En dit is het resultaat. Ik ben er best tevreden mee. Als ik het rekenwerk opnieuw doe, kom ik nu uit op 240m per 100g. Dat is bijna een verdubbeling. Maar ik ben er natuurlijk nog niet helemaal. Al denk ik dat ik het op dit moment niet veel beter zal krijgen dan dit. Dus ben ik tevreden en ga ik afkloppen.

Volgende stap

De wol van mijn tweede spintest heb ik deze morgen kunnen afwerken en is op dit moment aan het drogen. Volgende week zal ik ze verwerken in een bol en een proeflapje maken. Daarna kan ik aan de slag met het rekenwerk voor het ganse project. Hoeveel wol zal ik in totaal nodig hebben, hoeveel kleurstof en hoeveel tijd? Zal ik op tijd klaar zijn voor de start van de Tour de fleece?

Deze wol is nog niet perfect, maar dat hoeft ook niet. Ik heb nog tijd om te leren en beter te worden. Daarom doe ik de Tdf eigenlijk ook. Het is maar door het werk effectief te doen, dat je het onder de knie kan krijgen. Met theorie alleen kom je ook maar zo ver. Wat denk jij?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
Back to basics

Van schaap tot wol

Tijdens dit Pinksterweekend is het Schone Schaapjes in Staden. Ik keek er al twee jaar naar uit, want het was telkens uitgesteld door Corona. Gelukkig ging het dit jaar wel door en wat heb ik er van genoten. Ook al was er veel te zien en was het super interessant, ik had graag zelfs nog wat meer willen leren over schapen en hoe je van schaap tot wol komt. Daarom heb ik dat even zelf uitgezocht.

Schaap scheren

Zoals we allemaal weten, komt wol van schapen. Laat ons even de Alpaca’s, Lama’s en Angora geit vergeten. Tijdens de herfst en winter maakt een schaap vacht aan. Die vacht zorgt er voor dat hij lekker warm de dag door komt. Maar bij het begin van de zomer wordt het dan veel te warm en mag hij geschoren worden.

Dit doet het dier geen pijn. Je kan het eigenlijk vergelijken met een knipbeurt voor ons. Het is zelfs heel hard nodig. Als er niet geschoren wordt, blijft de vacht groeien en krijgt dat schaap het zeer lastig.

De meeste schapen krijgen één scheerbeurt per jaar. Rassen met snelgroeiende vacht krijgen er twee. En van een volwassen schaap krijg je ongeveer 3 tot 4 kilo vacht. Sommige rassen gaan tot 8

Wol wassen

De wol die rechtstreeks van het schaap komt, is nog vuil en vettig. Er zit nog gras, modder en lanoline in zitten. Om de wol makkelijker te hanteren te maken, wil je eerst het vuil en vet verwijderen. En dat doe je door te wassen uiteraard.

De wol wordt toegevoegd aan heet water met een ontvetter. Even laten inwerken en uitspoelen en nog eens herhalen. Maar je wil natuurlijk de wol niet teveel agiteren, want je wil zeker vermijden dat de wol gaat vilten. Dat kan gebeuren bij grote temperatuurwisselingen en veel beweging.

Daarna laat je de wol drogen. Dat kan even duren, want wol kan heel veel water opslorpen. Zelfs als je denkt dat het goed droog is, kan er toch nog wat vocht aanwezig zijn. Gewoon drogen aan de lucht is het best. Je zal versteld staan van hoe mooi de wol er uit komt en hoe vies het water is dat overblijft.

Verwerkingsproces

Er zijn twee manieren om wol te verwerken: kaarden en kammen. Bij kaarden liggen de vezels van de wol kriskras door elkaar. Bij kammen liggen de vezels allemaal in dezelfde richting. Voor mij heeft kammen de voorkeur. Ik vind dat het je iets meer controle geeft bij het spinnen. Al is dat voor iedere spinner persoonlijk.

Bij beide manieren wordt er een beetje wol op de kaarders of kammen gedaan. Bij iedere pas valt er meer vuil uit en verlies je de stukjes van de vacht die je niet kan gebruiken. Het eindresultaat is gewoonweg prachtige wol die spinklaar is.

Verven en spinnen

Op dit moment is het moeilijk om te bepalen wat eerst komt. Sommigen verven eerst de vacht om een egaler resultaat te krijgen. Anderen spinnen eerst om daarna een speciale verftechniek te kunnen toepassen.

Voor mijn back to basics-uitdaging koos ik om eerst te verven en daarna te spinnen. Want ik zal verschillende verfbaden hebben die telkens net iets anders zijn. Door ze af te wisselen tijdens het spinnen, hoop ik dat de kleuren meer gaan verspreiden en dat ik zo toch een redelijk egaal resultaat zal hebben.

Als de wol gesponnen en behandeld is, is ze klaar om mee te weven en te breien. Je hebt zonet je eigen wol gemaakt. En net dat vind ik zo prachtig. Het geeft je kracht omdat je het zelf in handen hebt. Jij maakt wat je wil.

Intensief

Heel dit proces is nogal intensief en heeft een impact op onze leefomgeving. Door mijn eigen wol te maken, wil ik die impact ook een beetje verkleinen. Oké, toegegeven, schapen hebben een grote CO²-uitstoot vergeleken met andere dieren en soms gaat er echt niets boven commerciële wol. Maar veel wol gaat door de hoge kost van het scheren op dit moment verloren. Het gebruik van zo’n vacht vergroot de kudde niet en wordt de vachtberg kleiner. De wol die ik gevonden heb, komt van een boer in Pollinkhove. Dat is ongeveer een kilometer van waar ik woon. Meer lokaal kan niet. En zo scheellt dat weer in CO² van transport.

De hoeveelheid water dat ik gebruik, probeer ik zo laag mogelijk te houden. Maar zoals je kan lezen, komt er veel wassen aan te pas. Zowel bij de vacht schoon maken, als verven, spinnen en zelfs bij het blocken van je afgewerkte breiproject. De eerste twee wasbeurten zijn wat ze zijn, maar het andere water probeer ik te hergebruiken als spoelwater van het toilet. Tja, het is niet alleen voor de leefomgeving, maar ook voor de portemonee dezer dagen.

En door natuurlijke kleurmiddelen te gebruiken, probeer ik zoveel mogelijk chemicaliën uit dat proces te houden. Uien gebruiken we bijvoorbeeld allemaal. Door de schil aan de kant te houden en te gebruiken om te verven, wordt ook hier de afvalberg kleiner en is er geen impact op de leefomgeving. Bloemen plukken is natuurlijk weer iets anders. Insecten hebben de bloemen nodig om te overleven. Maar als we er respectvol mee omgaan en op het juiste moment plukken, kunnen we zo ook in balans blijven.

De verftest is af en ik heb mijn kleur gekozen. Het volgende op de agenda is genoeg wol verven om een spintest en breitest te doen. Juni is voorbereiding voor de Tour de Fleece in juli. Op naar de volgende dus.

Bronnen

Nieuwe werken

Sailing Sweater

Deze week kan ik je nog eens een afgewerkt project tonen. Ik weet dat het alweer even geleden is, en ik heb het gevoel dat eind vorig jaar alles plots in één keer kwam en dat er dan een hele periode tussen zat zonder afgewerkte projecten. Of ligt dat alleen aan mij? Vandaag toon ik graag de Sailing Sweater van Beckie Paul.

Details

Wat werkte

Toen ik mijn proeflapje af en gewassen had, zag ik dat ik geluk had. Mijn steekverhouding kwam net uit met die opgegeven in het patroon. Ik denk niet dat ik dat ooit al mee maakte. Want normaal gezien maak ik meestal mijn eigen patronen of interpretaties waardoor het er niet zo toe doet. Maar dit patroon heeft een speciale vorm, waarbij dat toch wel heel handig was.

Ik ben zo blij dat steekmarkeerders bestaan. Ze hebben me enorm geholpen bij de ajourherhalingen. Omdat sommige stukken gespiegeld terug kwamen, was het voor mij moeilijk om te zien in welk stuk ik nu juist zat. Door van kleur te wisselen tussen de verschillende stukken, kon ik zien of ik halfweg een herhaling zat of dat ik klaar was voor de volgende.

Wat heb ik geleerd

Ik had net de mouw opgezet toen ik aan het eerste stuk ajour mocht beginnen. Het was de eerste keer dat ik een motief deed met ajour zowel in de oneven als in de even naalden. Waardoor er ook in de averechtse naalden geminderd werd. Toen ik voor de eerste keer p2tog tbl probeerde, kreeg ik iedere keer een omslag rond de naald. Dus ik wist dat ik iets verkeerd deed. Na wat onderzoek en filmpjes, leerde ik hoe ik ze juist kan doen.

Het was voor mij ook de eerste keer om een andere zelfkant dan de ribbelkantsteek te gebruiken. Omdat de naad zichtbaar is in de hals, voorziet het patroon een kantsteek met afgehaalde steken. Veel mooier. Hier had ik op zich niet echt een probleem mee, maar ik heb mezelf toch een paar keer betrapt toen ik terug overschakelde op mijn standaard ribbelkantsteek. Gelukkig had ik het iedere keer op tijd door en liep er niets verkeerd.

Aanpassingen

Toen ik de foto voor het eerst zag, vond ik de trui nogal breed uitvallen. Daarom besliste ik om één herhaling minder te maken. Het patroon gaf mee dat je dat zeker kon doen als je dat wilde. Geen enkel probleem dus. Maar toen ik alles in elkaar stak, en dit weet je al, vond ik ze toch te smal. De sweater surgery heeft geholpen om dat recht te zetten.

Ik dacht toen ook dat de trui niet lang genoeg was. Ik had ze nochtans naar de vermelde afmetingen geblockt. Hierover heb ik toch wat langer getwijfeld. Zou een boord lukken op dit patroon? Tuurlijk. Maar zou het ook mooi zijn? Dat was dan weer een heel andere vraag. Na het weer te overdenken, besloot ik om het gewoon opnieuw te blocken. Er zat toch niets anders op, want die extra herhalingen vroegen er om. Deze keer besloot ik om de trui in lengte zo ver mogelijk uit te rekken. Dank je wel voor die extra 6cm. Dit maakte echt het verschil. Een boord was dus niet meer nodig.

Verder heb ik niets willen aanpassen aan dit patroon. Ik wou het alle eer aan doen, omdat het zo’n prachtig stuk is. En ik ben heel blij dat ik de problemen heb kunnen oplossen, zodat het ook niet nodig was. Ik had het gevoel dat mijn hart zou breken, als ik er iets aan zou aanpassen. En dat kon ik niet over mijn hart krijgen.

Evaluatie

Dit patroon heb ik heel graag gebreid. Het stond zelfs op mijn breibucketlist. Het is eens iets anders dan telkens van onder naar boven breien en de mouwen achteraf er aan te naaien. Maar ik had wel wat last van het “tweede pand”-syndroom. Want normaal gezien brei ik voor- en achterpand samen. Bij dit patroon is dat niet mogelijk. Ik zag er een klein beetje tegenop om aan het tweede pand te beginnen. Maar toen ik er mee bezig was, zag ik het weer volledig zitten.

Wat ik wel jammer vind is dat mijn mouwen minder lang zijn dan op de foto. Ik had graag een trui met lange mouwen gehad. Geen idee hoe dat kwam, want mijn steekverhouding is identiek en ik heb geblockt volgens de opgegeven afmetingen. Tot op vandaag is dat nog altijd een mysterie. Ach, misschien kom ik er ooit wel achter.

Deze trui was een droom om te breien. Al weet ik nu dat ik ook wat vertrouwen in het patroon mag hebben. Nu kan ik me volledig concentreren op mijn back to basics-uitdaging (met de gebruikelijke verstrooiingen er tussen natuurlijk). Wat ben jij op dit moment aan het maken?

Bronnen

Back to basics

Verfbad 1, 2, 3

Tijd om even terug te komen op de Back to basics-uitdaging. Mei was verfmaand. En je mag dan misschien wel denken: mei is toch nog niet ten eind? Dat klopt. Ook al heb ik heel wat prachtige kleuren, het liep niet helemaal van een leien dakje. Daarom vind ik deze 6 even voldoende.

Wol verven

Als je wol wil verven, komen er een heleboel stappen aan te pas. Zeker als je het met natuurlijke kleurstoffen wil doen. Ik koos daarvoor, omdat ik zo weinig mogelijk chemische stoffen in mijn leven wil hebben. En natuurlijke kleurstoffen geeft me ook een beter gevoel. Het brengt me dichter bij mijn leefomgeving.

Voorbereiding

De wol die ik heb, komt rechtstreeks van een boer hier in de streek. Dat wil zeggen dat ik eerst de wol verwerkingsklaar moet maken, voor ik er mee aan de slag kan gaan. Dit houdt vooral wassen en kammen in. Je wil dat je wol mooi egaal en zacht is voor je begint.

Wassen

Maar toch wil je het nog even opnieuw wassen voor je begint met verven. Als er nog te veel lanoline (talg van schaap) aanwezig is op de wol, bindt de kleurstof niet zo goed en kan je plekken of zelfs een lichtere kleur krijgen.

  • Stap 1: Weeg het droog gewicht van je wol.
  • Stap 2: Los 1 koffielepel Orvus Paste (of in mijn geval paardenshampoo, want dat zou ook werken) per kilo wol op aan lauw water.
  • Stap 3: Voeg de droge wol toe.
  • Stap 4: Warm alles op tot 82°C voor 1u.
  • Stap 5: Laat overnacht afkoelen.

Beitsen

Nu je zeker bent dat de wol perfect schoon is, wil je de wol eerst nog beitsen. Deze stap helpt om de poriën/schubben van de wol open te zetten zodat ze de kleurstof beter kunnen opnemen en vasthouden. Hierdoor zal je veel langer van je prachtige kleuren kunnen genieten

  • Stap 1: Los 15% alruin op in lauw water. Vb: Als je 100g wol wil verven, voeg je 15% alruin toe.
  • Stap 2: Voeg de natte gewassen vezels toe.
  • Stap 3: Warm alles op tot 82°C voor 1u.
  • Stap 4: Laat overnacht afkoelen.

Verfbad maken

Nu kan je bijna beginnen met wol verven. Er is juist nog één stap voor nodig: het verfbad maken. Er is een verschil tussen extracten en werken met onverwerkt plantenmateriaal. Voor een extract heb je maar een fractie verfstof nodig van je wolgewicht. Maar als je met onverwerkt plantenmateriaal werkt, heb je een één op één gewicht nodig. Met andere woorden, als je 100g wol wil verven, dan heb je 100g kleurstof nodig. Ik werkte alleen met het laatste, dus dit is de werkwijze van onverwerkt plantenmateriaal.

  • Stap 1: Was de wol uit het alruinbad.
  • Stap 2: Voeg de verfstof één op één toe aan lauw water.
  • Stap 3: Verwarm alles tot 82°C voor 1 u.
  • Stap 4: Giet alles door een zeef en vang de kleurstof op in een kom.

Verven

Ja, nu kan eindelijk het echte werk beginnen. En het is het moment waarop je staat te springen van ongeduld. Eindelijk kan je een beetje resultaat zien. Tot nu toe, waren de voorgaande stappen maar kleurloos. Nu zal je echte magie zien.

  • Stap 1: Warm het verfbad op tot 82°C.
  • Stap 2: Voeg de wol toe.
  • Stap 3: Houdt op dezelfde temperatuur voor 1u.
  • Stap 4: Laat overnacht afkoelen.
  • Stap 5 (ev.): Herhaal hetzelfde proces met dit verfbad om het volledig uit te putten.

Resultaat

Het resultaat mag er zijn. Ik weet dat er nog een heleboel kleuren op het programma stonden, maar ik ben tevreden met deze 6. Met iedere kleurstof heb ik 3 verfbaden gedaan. Van links naar rechts: verfbad 1, 2 en 3.

Wat goed ging

Gele ui was het eerste kleur dat ik probeerde. En ik was meteen overdonderd door de kleur. Op slag was ik de vorige poging (lees: mislukking) om wol te verven vergeten. Ik had nooit gedacht dat ze zo levendig zou zijn. En ik was zo blij dat de kleuren niet uitwasten.

Ik ben nu officieel een wolverver. Woop woop. Wel een beginnende uiteraard. En ik ben al aan het dromen over de andere kleuren: eucalyptus, dahlia’s, granaatappel, rabarber, walnoot, eikels, elzenpropjes, esdoorn, … En dan wil ik ook nog eerst de kleuren doen, die ik nu nog niet deed. En wat als je ze gaat combineren? Of als je ze meer geconcentreerd maakt? Oh, of als je ze een ijzerbad geeft? Er is nog zoveel om te ontdekken.

Wat fout ging

Maar het was niet allemaal rozegeur en maneschijn. Ik denk dat het mijn kookvuur nog het meest frustrerend was. Ik werk op een oud gasvuur en het is niet gemakkelijk om de temperatuur constant te houden. Uiteindelijk heb ik dat exacte punt wel gevonden. Maar de ene dag was het nodig om het vuur hoger te zetten, op andere dagen net lager. Als iemand met een zwart-wit persoonlijkheid is dit heel vervelend. En zeker iets wat ik eerst wil uitklaren voor ik verder ga.

Want als de temperatuur te hoog wordt, kan de kleur bruiner worden. Andere stoffen in de plant worden dan geactiveerd en je krijgt een volledig ander resultaat. Zoals bij het derde verfbad van de gele ui gebeurde. En dat wil je echt vermijden.

Ik merkte ook op dat de teleurstelling snel volgde op het enthousiasme van een nieuw kleur. Het klopt inderdaad dat je niet altijd krijgt wat je verwacht. Ik had dat wel ergens gelezen. Nu ik het zelf ervaren heb, geloof ik het ook echt. Ik was vooral teleurgesteld in brandnetel. Ik dacht dat ik een fris groen zou krijgen, maar uiteindelijk is het een soort grijs geworden. Tja, de ene wol reageert anders, dan een andere wol, natuurlijk.

Het beitsen ging niet altijd even goed. En dat had ik pas door na 3 keer verven met rode ui en 1 keer met brandnetel. Ik merkte op dat de kleur niet zo levendig was als de andere, maar dacht dat het misschien aan de kleurstof lag. Na met brandnetel hetzelfde resultaat te krijgen, wist ik dat het aan het beitsen lag.

En geef toe: mijn planning was toch echt veel te strak. Op den duur was het meer een moetens ipv plezier geworden. Dat leek me een sterk signaal om even te stoppen met verven. En dat is helemaal oké, want ik denk dat ik mijn keuze al gemaakt heb: zwarte thee. Maar dan wel met meer kleurstof.

Oké, er liep een heleboel fout. Maar het is net daaruit dat ik kan leren om beter te worden. Ik ben dus op de goede weg. En het is al een hele verbetering ten opzichte van de vorige keer. Vind je ook niet?

Bronnen