Basis·Geen categorie

Stress, pijn en rust

Aaaah, hier ben ik weer. Eindelijk weer even tijd gevonden om stil te staan bij de afgelopen weken. Tussen de drukke dagen was ik vorige week even vergeten dat het alweer weekend was. Ik was elke dag bezig met breien voor de MKAL Autumn Dahlias. Daarnaast ook met mijn eerste (tweedehands) elektrische fiets, verjaardag van mama en mijn tante, verjaardag van mijn verhuis drie jaar geleden, workshops, spinnen, … Zoals ik vorige week (of twee weken geleden ondertussen) al zei: te veel om te doen.

Fysieke klachten

En door die drukte, merk ik ook wel dat ik weer wat meer pijn heb in mijn gewrichten, nek en schouders. Dat ligt deels aan mijn fibromyalgie. Want als ik meer stress heb, wordt ik minder mobiel. Maar dit is nu echt op specifieke plaatsen zoals mijn linkerpols, het bovenste punt van nek en mijn beide schouders.

De symptomen zijn begonnen nu ik weer meer aan het breien ben. Dus denk ik dat het veilig is om te denken aan overbelasting. Elke dag 15 rijen van meer dan 100 steken breien is een pak hoger dan ik normaal gewend ben. Maar ik wil niet opgeven. Ik zit nog altijd op schema en ik hoop dat ik het nog een week kan volhouden. Dan is de shawl af. Maar ik hou mezelf voor de gek. Daarna ga ik toch gewoon door met het volgende project.

Maar hoe kan ik mezelf ondertussen toch nog voldoende rust geven? Want een van mijn goeie voornemens was toch om meer te gaan genieten van het proces? En om te genieten wil je toch de tijd nemen hé. En het liefst pijnvrij zijn.

Mijn dokter zegt dat ijs helpt. Het is waar. En spieren die niet voldoende getraind zijn, willen meer training (heb ik van horen zeggen). Specifiek voor mijn linkerpols is dit. Maar wat met de rest? Ik wil zo lang mogelijk mijn hobby kunnen uitoefenen. Ik kan me niet voorstellen dat ik niet meer zou kunnen breien, omdat mijn handen niet meer mee kunnen. Dus zorg dragen voor mijn lichaam is belangrijk. Ik weet het. Daarom ben ik even op zoek gegaan naar wat oplossingen.

Gewrichtspijn

Als je breit, maak je heel veel dezelfde beweging op lange tijd. Of je nu Engels, continentaal of Portugees breit, dat maakt allemaal geen verschil. Je mag grote of kleine bewegingen maken, het zijn steeds dezelfde die telkens herhaald worden. En soms zit er eens een moeilijke steek tussen waardoor je de draad en naalden iets krampachtiger vast neemt. Ik denk dat dat toch niet te onderschatten valt.

Tijdens mijn zoektocht online kwam ik de oefeningen van Kaitlin Bruder tegen. Ze is een illustrator die na het tekenen ook soms last heeft van haar handen en daarvoor simpele oefeningen toepast. Na een periode van intensief breien, probeer ik deze oefeningen nu uit. En na een dikke week kan ik toch wel zeggen dat ze me helpen. Dit is dus een blijver.

Schouderpijn

Maar dan is er nog de pijn in mijn rechterschouder. Het duurde een tijdje voor ik daarvan de oorzaak door had. Als ik brei zit ik meestal in mijn zetel met armleuningen van Ikea (die zalig zit trouwens). Hierbij is mijn linkerarm ondersteund, maar mijn rechter niet. De andere armsteun is net iets te ver om makkelijk te breien. Dus is mijn ruggengraat lichtjes schuin en moet ik meer moeite doen om mijn rechterschouder omhoog te houden. En daardoor geef ik iets meer kracht op mijn linkerschouder.

Hiervoor heb ik een bijkomende ondersteuning gezocht. Eentje die ik net naast me kan leggen, zodat mijn rechterarm toch ondersteund wordt. Denk aan een kussen, maar voorlopig is het nog even mijn droomdeken 2.1. Mijn kussens zitten nog in een verhuisdoos. Als ik eventjes tijd vind, haal ik ze er wel eens uit.

Nekpijn

De pijn in mijn nek is helemaal bovenaan. Net waar die overgaat naar de schedel. Toen mijn kinesiste vroeg of ik veel naar beneden keek, viel mijn frank. Breien is constant naar beneden kijken. Kijken naar je werk, kijken naar je patroon. Veel breien is dus gelijk aan veel hoge nekpijn voor mij.

De oplossing voor deze pijn ben ik nog een beetje aan het ontdekken. Het lijkt me evident dat als ik minder pijn wil hebben, minder naar beneden kijken noodzakelijk is. Met andere woorden naar iets anders kijken dan naar je werk. Een serie op Netflix bijvoorbeeld (op dit moment Locke&Key, een aanrader trouwens). Daarom ben ik blindbreien aan het oefenen. Ik ben er nog niet helemaal, want het is niet zo eenvoudig als het lijkt. Maar ik merk toch dat het al iets beter aanvoelt. En ik brei een beetje losser, wat ook weer beter is voor mijn vingers.

Als ik dit kan blijven volhouden, hoop ik toch nog vele jaren te kunnen genieten van mijn hobby’s. En binnenkort is de shawl af en kan ik daar ook nog eens van genieten. Wat zijn jouw tips voor pijn bij het breien?

Bronnen

Inspiratie

Te veel om te doen

Help, ik ben even in shock. Er zijn nog zoveel projecten die ik dit jaar wil afwerken. En ik vrees dat het me niet zal lukken, omdat het gewoon te veel is. Want het is ook echt gewoon te veel. Oké, even rustig ademen. Geen paniek. Alles komt goed, toch?

Bezig met …

Naranja trui

Deze trui is misschien wel het meest dringend, want ik ben er al sinds eind april mee bezig. Ik maak ze voor een vriendin en ik wil haar niet te lang meer laten wachten. Maar ik weet niet zeker of ze zal passen en heb een beetje schrik dat ik weer opnieuw zal mogen beginnen.

En ik zit vast op sleeve island. Ik ben de twee mouwen tegelijkertijd aan het breien, maar ik heb er niet echt zin in. Sinds ik top-down truien ontdekt heb, lijkt het me gewoon meer werk en minder interessant. Hoog tijd dus om mijn mojo voor dit project terug te vinden.

MKAL Autumn Dahlias (door Sweet Georgia Yarns)

Deze maand loopt de 5e jaarlijkse MKAL van Sweet Georgia Yarns en deze kon ik echt niet laten liggen. In vijf weken brei je een shawl zonder te weten hoe die er uit zal zien. Je krijgt elke week een tip en breit verder tot die af is.

Dit jaar zou ik echt graag op schema blijven. De afgelopen 2 jaar is dat niet gelukt. Daarom had ik eigenlijk dit jaar de doelstelling van één tip in twee weken te doen. Maar ik ben nu nog even thuis. Dus als het dit jaar niet lukt, wanneer dan wel? En hoe sneller deze af is, hoe sneller ik het volgende project kan opzetten. Geen druk, hoor.

Mountain Mist (door Tin Can Knits)

Deze is een beetje een geheim (shhh). Ik ben deze trui aan het maken als kerstcadeau voor mijn broer en zijn twee zoontjes. De eerste voor mijn jongste neefje is bijna af.

Overlaatst had ik nog wat problemen met het opzetten voor de mouw. Maar dat heb ik gelukkig kunnen oplossen door rustig te blijven en logisch na te denken. Ik heb het niet hoeven uittrekken. De steken heb ik opnieuw correct op de naalden gekregen, zodat ik dat klein stukje kon opnieuw doen. Nu is het nog enkel draadjes inwerken en blocken. Maar het is er nog niet van gekomen.

Sjaal voor het Sjettekastje

Ik ben ook al een tijdje bezig met een sjaal voor het Sjettekastje. Het is een project met tweedehands wol. Ik brei met drie draden groen en dikke naalden. Gewoon om de mogelijkheden van kleuren combineren te bekijken. Het geeft een mooi gemarmerd effect.

Er is geen patroon om te volgen. Ik heb een aantal steken opgezet en ben alle rijen rechts aan het breien. Ribbelsteek zorgt er voor dat de kleuren mooi samenvloeien. Deze sjaal ligt nu aan de kant, maar ik zou het toch ook graag willen afwerken.

Kan niet wachten om …

Mountain Mist (door Tin Can Knits)

Voor Kerst heb ik nog twee truien te doen. Een kleintje maat 4-6 jaar en een grote mannen medium. Ik heb dus echt nog een pak werk als ik dit allemaal op tijd af wil krijgen. En ik vrees er echt voor. Zou het een schande zijn als er een half afgewerkt project in het cadeau zit?

Light Summer Shorts (door Holly C. Watson)

Toen ik met de solden op zoek was naar een short, kon ik er geen naar mijn goesting vinden. En in zo’n geval denk ik meestal dat ik het ook zelf kan maken. Dus ben ik op zoek gegaan naar een patroon en heb dit gevonden.

Ik heb de wol ook al die ik wil gebruiken. Maar alles ligt nog even aan de kant, omdat ik nog geen tijd gevonden had. Nog een goeie maand en de zomer is alweer voorbij. Misschien kan ik deze beter uitstellen naar volgend jaar. En ondertussen wat kilo’s kwijt raken.

The Shift Cowl (door Andrea Mowry)

Deze staat al zo lang op mijn to do-lijstje. Begin augustus had Andrea Mowry een verjaardagskorting en ik heb het patroon gekocht. De wol ligt ook al klaar (de prachtige Golden Comet Hen wol van Hue Loco). Ik kan dus starten, als ik de tijd vind.

Het zal waarschijnlijk mijn persoonlijk adventproject worden. Er bestaan een paar hele mooie om te volgen. Maar waarom niet een patroon kiezen die ik graag wil maken en het zelf opdelen in kleinere stukken om elke dag te breien. Misschien maak ik wel een mooi bord met vakjes. Net zoals echt.

Wedstrijd voor creagroep de Klosjes

Annick heeft een paar industriële bobijnen uitgedeeld om iets creatiefs mee te maken. Het is een kleine wedstrijd. We maken er mee wat we willen en geven minimum één bobijn aan haar terug voor eind oktober. Ze zullen allemaal getoond worden op een hobbybeurs en de bezoekers mogen er de mooiste uitkiezen. De winnaar krijgt een wolpakket. Tuurlijk doe ik mee.

Ik weet al wat ik er mee wil doen, maar kan het nog niet verklappen. En misschien zie ik het wel weer te groots. Maar het is nu of nooit. En het is een mooie kans om nog eens te haken.

Back to basics-uitdaging

Deze mag ik toch zeker niet vergeten! Ik ben net klaar met al mijn wol te spinnen, maar ben wel nog op zoek naar andere kleuren. Van zodra ik daar uit ben, ga ik er verder mee aan de slag.

Er zijn zoveel projecten waarvan ik zeg: dit is de volgende om op te zetten. Maar het kan er natuurlijk maar eentje zijn. En op een paar staat een deadline waar ik ook rekening mee wil houden. Sommige kan ik wel wat uitstellen. Op dit moment lijkt me dit een goeie volgorde:

  1. MKAL Autumn Dahlias
  2. Naranja trui
  3. Wedstrijd voor creagroep De Klosjes
  4. Back to basics-uitdaging
  5. Mountain Mist
  6. The Shift Cowl

Gelukkig ben ik meestal met twee projecten tegelijkertijd bezig. Als ik het ene beu ben, kan ik dan even verder met het andere. De rest ga ik wat uitstellen. Wat zou jij zeker nog willen maken dit jaar?

Bronnen

Back to basics

Getwijnd en al

Vorige week was ik klaar met spinnen. Deze week ben ik klaar met twijnen. En met een beetje trots kan ik je dit resultaat tonen: 6 vlechten van mijn eigen hand gesponnen wol. Wauw. Nu weet ik weer, waarom ik deze back to basics uitdaging aanging.

Twijnen

Als je een enkele draad klaar hebt, wordt die meestal nog getwijnd om steviger garen te bekomen. Bij handgesponnen wol vind je heel vaak 2-draads of 3-draads garen. Maar je kan eigenlijk zo ver gaan of je zelf wilt. Je kan ook die enkele draad houden en dat lichtjes vervilten voor stevigheid. En er zijn zelfs nog een heleboel type andere garen die je kan maken (maar dan zou ik alweer te veel uitweiden…).

De bedoeling van deze Tour de Fleece was om een 2-draads garen te maken. Dus heb ik de bobijnen stuk voor stuk getwijnd. Dat wil zeggen: van 2 draden 1 maken door ze in de omgekeerde richting te spinnen. Door de twist van de enkele draden omarmen ze elkaar dan mooi en zo wol krijgt zoals we die vanuit de winkel kennen.

Extra zorg

Maar na het twijnen ben je er ook nog niet helemaal. Door het spinnen van de enkele draad en het twijnen naar een dubbele draad zit er nu enorm veel twist en spanning in de vlecht, waardoor die alle kanten op krult.

Door ze in warm water (al dan niet met een beetje wolwasmiddel) te laten rusten en daarna licht te stretchen, krijgt de wol een deel van zijn oorspronkelijke eigenschappen terug. Zo krijg je een meer handelbaar garen. Er zijn opnieuw een paar extra stappen die je kan doen (zoals vilten en er mee op tafel slaan – ja echt), maar ik ben tevreden met het resultaat dat ik zo krijg. Daarna laat je het hangend of liggend (mijn voorkeur) drogen.

Wat gegevens

Blijkbaar heb ik toch wat meer wol gesponnen dan ik dacht. Want als ik het zo allemaal bij elkaar samentel kom ik zeker aan meer dan de 422g die ik noteerde gekamd te hebben. Maar zoveel te beter, want je hebt natuurlijk liever wat meer wol dan dat je er tekort zou hebben.

Het is me niet gelukt om elke vlecht even zwaar te maken, maar dat had ik ook niet verwacht. Ik heb telkens getwijnd tot de bobijn vol was. Of tot ik dacht dat ze vol was, want de een is dus al zwaarder dan de andere geworden:

  • vlecht 1 (vrnl): 73g
  • vlecht 2: 89g
  • vlecht 3: 85g
  • vlecht 4: 81g
  • vlecht 5: 84g
  • vlecht 6: 51g

Bij het aantal meter natellen van de eerste vlecht, merkte ik op dat ik niet aan de lengte kwam van mijn testwol. Ik had 171m op 73g (of 234m op 100g) ipv 270m op 100g. Wat ik toch jammer vond. Maar wat misschien wel normaal is, want dit is geen lopende bandwerk. En ook al heb ik zoveel mogelijk geprobeerd om dezelfde dikte aan te houden. Hier en daar zit er wat variatie in.

Zoals je kan zien, zijn er donkerdere plekken en lichtere plekken waar ik de draden heb gecombineerd. De volgorde van mijn bobijnen, zat wel goed in elkaar. Maar de eerste bol met enkele draad die wat lichter is en de tweede bol met enkele draad die ik donkerder maakte om dat te compenseren, kwamen niet in de juiste volgorde na elkaar. Waardoor het donkere stukken van de bollen samenvielen en de lichtere stukken overbleven.

Waar licht en donker elkaar wel overlappen, krijg je een gemarmerd effect. Zeker in een 2-draads garen is dat heel goed te zien, want de kleuren wisselen elkaar direct af. Dit was eigenlijk niet de bedoeling. Maar ik kon het niet anders oplossen door tijdsnood. Mijn tip aan mezelf voor volgend jaar, is zeker op tijd beginnen verven. En al was het de bedoeling niet, het geeft wel extra karakter en nuance aan de wol.

Opnieuw verven of niet?

Als ik de wol zo van ver bekijk, vind ik de kleur oké. Je ziet heel duidelijk dat het niet meer wit is, maar bruin. En eigenlijk geen lichtbruin, waar ik wel wat schrik voor had na al die lichtere verfbaden. Maar van dichterbij weet ik het zo goed niet. Ik denk dat ik het gemarmerde effect niet zo mooi vind.

Dus wil ik misschien wel een plan B maken. En dat wil zeggen dat ik weer zou verven. Maar welk kleur dan? De kleuren die ik tot nu toe verfde, vind ik minder geschikt. En een tijdje geleden zei ik vlierbes, want de paarse kleur is schitterend. Maar bessen zijn blijkbaar kleuren die heel snel vervagen en ik wil toch graag wat langer van het eindresultaat kunnen genieten.

Sinds het voorjaar heb ik niet stil gezeten en heb ik stilletjes aan geïnvesteerd in mijn eigen plantenverftuintje vooraan aan mijn huis. Ik heb een heleboel lavendel in lange bakken op mijn vensterbank gezet, samen met grote potten hibiscus en eucalyptus naast de deur op de grond, ik heb plantendelen langs de kant van de weg gevonden en ook een deel gekregen van anderen. Ik zou dus gerust een nieuwe verftest kunnen doen.

Over het garen ben ik heel tevreden, over de kleur iets minder. Hmmm, wat is jouw mening?

Back to basics

Finish

De Tour de Fleece voor dit jaar is afgerond. Ik ben aangekomen en heb netjes mijn schema kunnen volgen. Woop, woop! Maar ik ben toch ook wel blij dat het gedaan is. Het was zalig om iedere dag even zen te worden door het ritme van het spinnen. Maar de voorkant van mijn enkels zijn blij met een beetje rust.

Planning en afwijkingen

Oké, technisch gezien ben ik iets vroeger aangekomen dan mijn planning aangaf. Ik zou de volledige tour voor mannen spinnen, maar ook die van de vrouwen er bij nemen. Zo kon ik de hoeveelheid over minder dagen spreiden, waardoor ik minder op een dag hoefde te doen. Het leek me haalbaarder. Maar elke dag was ik toch nog ongeveer een uur bezig met spinnen.

Op de eerste dag bij de start van de tour, was er een kunstevenement in Bergues net over de grens met Frankrijk. Daar kon ik niet anders dan meer spinnen dan mijn planning aangaf, waardoor ik een mooie voorsprong kon nemen. Weet je nog? Die eerste dag was een tijdrit waarop ik (door het verrekenen van het aantal kilometer) 2 gram mocht spinnen. Tuurlijk deed ik meer.

En uiteindelijk heb ik ook wat minder wol gekamd en geverfd. Want ik was dat zo moe. Je zou verbaasd zijn hoeveel dat van je vraagt. Dat is urenlang trekken en duwen, je hele lijf staat onder spanning. Elke dag 4 nestjes maken, soms 8. Pff, ik had wat last van mijn schouders en spieren. Omdat ik meer dan de minimale hoeveelheid had, vond ik het best oké om niet meer voor te bereiden.

Bobijnen en cijfers

Dit is het verdict. Ik heb 6 bobijnen af, waarvan 2 met mindere hoeveelheid:

  • bobijn 1: 90g
  • bobijn 2: 97g
  • bobijn 3: 98g
  • bobijn 4: 89g
  • bobijn 5: 48g
  • bobijn 6: 47g

In totaal is dat 469g, wat me raar lijkt… Want ik kamde en verfde maar 422g. Hmm, misschien heb ik de lege bobijnen verkeerd afgewogen. Ik schreef namelijk op elke bobijn hoeveel die woog, zodat ik dat dan kon aftrekken van het volledige gewicht. Het kan dat de weegschaal verkeerd woog of dat ik fout opschreef (waarschijnlijk dat laatste, lol). Ik doe het wel nog eens opnieuw als alle bobijnen weer leeg zijn.

De verschillende kleuren bruin werden zo veel mogelijk door elkaar gemixt om een egaler resultaat te hebben, maar ik weet niet of ik er tevreden mee zal zijn. Voor alle zekerheid pas ik nog een extra verdeling toe. Ik ga bobijnen 5 en 2 combineren, daarna 1 en 4 en 3 en 6. Omdat bobijn 5 een halve is, wordt er ook een overlapping gemaakt tussen 2 en 1 en 3 en 4.

En als ik niet weg ben van het resultaat, verf ik het gewoon opnieuw in een andere kleur. Alles komt goed.

Singles en kwaliteit

Over het algemeen ben ik wel blij met de dikte van mijn singles. Ze zijn woolen gesponnen vanuit gewassen, gekamde wol. En ze zijn vrij gelijk van dikte. Al zit er een kleine variatie op (tja, ik spin ook nog maar 6 weken op het spinnewiel dat ik gebruik).

Ondertussen heb ik wel geleerd dat mijn vezelvoorbereiding nog beter kan. Wat is kemp? En hoe kan ik die verwijderen om zachtere wol te maken? De wol wassen voor het spinnen zou ook helpen en misschien wil ik nog andere voorbereidingstechnieken toepassen.

Ervaring zit er ook voor iets tussen. Oefenen, oefenen en nog eens oefenen is de boodschap. Door elke dag een klein beetje te spinnen, zijn de overgangen tussen de verschillende nestjes wol vlotter geworden. Ze vallen minder op. Ik kan ook langere stukken in één keer door spinnen, waardoor ik minder tijd verlies.

Al helpt goed materiaal natuurlijk ook. Af en toe heeft het spinnewiel olie nodig om vlot te blijven draaien. Het is een wereld van verschil, geloof me maar.

De volgende stap: twijnen. Ook dat zal elke dag een beetje zijn. Te zien hoe ver ik geraak en hoeveel ik op een bobijn krijg. Ik heb er nog één over en ik kreeg de tip om de wol eerst een paar dagen te laten rusten voor er een vlecht van te maken (dank je wel, Claire). Maar eerst even vieren dat ik de eindmeet haalde. Had je gedacht dat ik het zou halen?

Bronnen

Basis

Fout of niet?

Pff, ik ben dom geweest. En ik sla er nog altijd mezelf voor over het hoofd. Waarom deed ik het? Laat het me even uitleggen en dan mag je zelf oordelen.

Mountain Mist – patroon door Tin Can Knits

Van al dat wol kammen, verven en spinnen kwam er niet veel meer van breien in huis. Maar het is me toch gelukt om het truitje voor één van mijn neefjes terug op te pikken. En wat was het zalig om nog eens te breien.

Het patroon is een rondgebreide top-down trui. Wanneer je aan de armsgaten komt, zet je de steken voor de mouwen op een hulpdraad en brei je het lijf verder in het rond. Later worden de mouwen dan van oksel tot pols gebreid.

Oneffenheden

Maar de miserie begon toen ik de steken wou opnemen voor de tweede mouw. Ik zag en voelde een kleine oneffenheid in onderliggende steken en ging er van uit dat ik een fout gemaakt had. Het zag er niet goed uit en dat wou ik rechtzetten.

Toen ik de steek liet vallen tot het punt van de oneffenheid (met het idee om met een haaknaald dan terug naar boven te werken) merkte ik een zijdelingse lus op. Ik verstond me er niet aan. Hoe kan dat nu? Wat heb ik uitgespookt? Ik wou de fout rechtzetten door steken los te maken en had er alle vertrouwen in dat het wel weer goed zou komen.

Dus ben ik de hele reeks steken beginnen uittrekken. Ik dacht dus echt dat ik fout was. Tot plots mijn frank viel. Het waren de verkorte toeren. Ik was dus helemaal niet fout. Maar nu zit ik wel met een enorme warboel van draden en steken die niet meer op dezelfde rij zitten.

Oplossingen

Hoe ga ik dat nu oplossen? Ik heb geprobeerd om de verkorte toeren terug te breien, maar heb geen referentiepunt. Tot welke steken brei ik om weer juist uit te komen? En bij een paar pogingen merkte ik dat ik nog steeds een lus overhoud. Wat wil zeggen dat ik het niet helemaal juist heb gedaan. Ik zou nu evenveel wol nodig hebben als toen ik het voor de eerste keer breide.

En toen dacht ik: als dat niet lukt, wordt het splitsen. Ik zou dan het bovenste gedeelte los maken van het lijf en de ene arm. Dan kan ik terug uittrekken tot aan het punt waar ik terug goed zit. Dan dat herbreien, zodat ik het dan later opnieuw aan elkaar kan zetten. Met andere woorden: sweater surgery.

Maar welke rij maak ik los? Ik wil wel dat het lijf en de ene mouw aan elkaar blijven. Maar ik wil ook goed zitten bij mijn tweede mouw, zodat ik niet nog meer schade heb aan het lijf. Want wat als ik het nog slechter maak?

Worst case scenario kan ik volledig opnieuw beginnen. Alles uittrekken en volledig herbreien. Ik denk niet dat dat het geval zal zijn. Maar toch ik wil het niet moeilijker maken dan het al is. En ik wil ook dat er zo weinig mogelijk zichtbaar is van de herstelling.

Plan van aanpak

Oké, even rationeel en logisch nadenken. Misschien is het toch beter om de eerste mogelijkheid nog een kans te geven. Ik kan de zijkant voor de mouw uittrekken tot ik weer op één rij zit en dan mijn verkorte toeren opnieuw proberen. Het middelpunt van de rug zal hiermee misschien kunnen helpen. Dan kan ik gaan tellen en bepalen hoeveel steken ik moet breien.

En als dat niet lukt is het toch sweater surgery. Niets aan te doen dan. Ik kan alleen maar hopen dat ik de juiste rij los maak.

Volgende keer zal ik wel twee keer nadenken voor ik een fout zal herstellen. Eerst eens goed nadenken over de opties. En in gedachten houden dat er ook af en toe een foutje in het werk mag zitten. Met andere woorden: niet te perfectionistisch willen zijn. Tja, het is soms sterker dan mezelf. Jij niet?

Bronnen

Back to basics

Halverwege Tour de Fleece

Met trots kan ik zeggen dat al mijn wol geverfd is, met wat minder trots dat ik het eigenlijk al af wou voor de Tour de Fleece zou starten. Nu zijn we halverwege en ben ik eindelijk waar ik wou zijn. Het was niet evident en er liep heel veel anders of gedacht.

Tijdsnood

Ik heb het verven enorm onderschat. In mijn planning had ik op twee weken gerekend. Eén week om alle wol te kammen en daarna een week om alles te verven. Uiteindelijk zijn het drie weken geworden van elke dag kammen en 2 fases verven. Het waren een paar zware weken. En wat ben ik nu blij dat het gedaan is.

Omdat ik eind juni al serieus aan het panikeren was, heb ik een paar bakken gezocht voor in de oven. Zodat ik een reeks daarin kon doen naast de andere reeks in mijn kookpot. Door twee reeksen tegelijkertijd te doen, wou ik een inhaalbeweging maken.

Zo zag mijn dagprogramma er uit:

  • oven 1e keer: wassen en verfbad klaarmaken
  • oven 2e keer: beitsen en verven
  • pot: wassen, beitsen, verfbad klaarmaken of verven

Voor drie weken lang (met gelukkig toch af en toe een rustdag)

De fases wisselden af. Dag 1 waste ik bad A. Dag 2 waste ik bad B en beitste ik bad A. Dag 3 waste ik bad C, beitste ik bad B en verfde ik bad A. Enzoverder. Dit was allemaal in de oven. Daarnaast had ik nog mijn kookpot met een ander ritme. Dag 1 waste ik bad D. Dag 2 beitste ik bad D en dag 3 verfde ik bad D. Omdat ik telkens maar kleine hoopjes (ongeveer 35g) per keer kon doen, had ik dus heel veel hoopjes en dagen nodig. Veel meer dus dan de geplande week.

De drukte van die dagen heb ik toch wat onderschat. Ik ben nog steeds aan het recupereren van een jaar slaaptekort. Het kroop af ten toe toch in de kleren. Zo had ik op een dag wol in het beitsbad gedaan, zonder beitsmiddel. Ik vond de afgewogen aluin de volgende dag nog in het potje op het werkblad van mijn keuken. Oeps. Dat is helaas niet meer goed gekomen.

Kleurverschillen

Ik zag online een filmpje over wol verven in de oven met acid dyes. En ik dacht dat het ook mogelijk zou zijn met natuurlijke verfstoffen. Het was pas na het wassen, beitsen en verven (3 dagen later), dat ik door had dat het toch niet zo’n goed idee was.

Ik dacht: dezelfde temperatuur en dezelfde periode, dat komt wel goed. Niet dus, op de een of andere manier waren de kleuren veel lichter. En ik weet (nog) niet waarom. De kleur van de wol die uit mijn pot komt is wel oké. Maar nu zit ik dus met heel veel licht gekleurde wol en een beetje donker gekleurde wol.

Hoe ga ik dat nu combineren? Want omdat ik niet alle wol op 1 juli voor handen had, moest ik ook wat creatief zijn om de kleuren te combineren. Hoe zou ik dat gaan aanpakken? Uiteindelijk is het een hele berekening geworden die waarschijnlijk toch niet zal kloppen. Dus ben ik van plan om te doen wat ik kan en de rest aan het lot over te laten.

Combineren en verspreiden leek me de beste oplossing. Als ik 4 bobijnen vol heb, waarvan 1 en 3 met lichtere kleuren en 2 en 4 met donkere kleuren, zou ik 1 en 4 en 2 en 3 kunnen combineren voor het twijnen. Dan komen beide draden zo gelijk mogelijk uit, dacht ik zo.

Maar het zullen waarschijnlijk 6 bobijnen worden. Want vandaag zitten we in de helft en ik heb pas bijna mijn 3e bobijn vol. Dus wordt het dan waarschijnlijk een combinatie van bobijnen 1 en 4, 3 en 6 en 5 en 2. Maar zal er genoeg kleurspreiding op de bobijnen zitten? Ik vrees er voor want elk verfbad is net dat beetje anders (wat volledig normaal is).

Volgende keer beter

Als ik het nog eens zo groot zou aanpakken, zou ik het anders doen. Zeker genoeg tijd nemen om alles te kunnen verven zoals het hoort. Zodat ik mezelf niet voorbij loop, maar er van kan genieten (zoals de bedoeling was). En zeker in mijn kookpot. Ik denk niet dat ik de oven nog zal gebruiken. Die heb ik ten slotte ook nog nodig om eten klaar te maken en het is best om dat niet te combineren.

Op dit moment ben ik nog niet tevreden van de kleur. Misschien betert dat na het twijnen. Als het eindresultaat me niet aanstaat, zal ik het oververven in een lichtere kleur. Dan heb ik lichtere en donkere stukken, maar ten miste één kleur (misschien vlierbes) in plaats van twee. Volgende keer spin ik misschien eerst al mijn wol en verf ik het daarna. Als alles getwijnd is, kan ik de check eens doen of ik zo meer wol in mijn pot kan krijgen.

Als allerlaatste oplossing kan ik nog altijd bolletjes afwisselen tijdens het breien. Dat zal heel veel maskeren. Je hebt waarschijnlijk wel al gehoord van breien met twee bollen en om de twee rijen wisselen. Maar ik zou het zelfs met de drie bollen durven. Dan is elke rij van een andere bol en valt het nog minder op.

Nu kan ik me verder gaan concentreren op het spinnen. Ik zit nog altijd op schema. Woop, woop! Al een geluk. Ik wil echt niet opgeven. Ik kan dit! Met wat ben jij bezig op dit moment?

Bronnen

Nieuwe werken

Yume

Een tijdje geleden begon ik aan het Yume patroon van Isabell Kraemer. Voor ik met dit project startte, was ik wel enorm aan het twijfelen tussen dit model en het Laia patroon. Uiteindelijk was het vooral het ajourmotief die de doorslag gaf. Ondertussen is het al eventjes af en lijkt het me nu het ideale moment om dit even met je te delen.

Details

  • Patroon: Yume (patroon door Isabell Kraemer)
  • Wol: Landlust Sommerseide van Lana Grossa kleur 4
  • Gebruikte naalden: Verwisselbare rondbreinaalden nr. 3,5
  • Mijn steekverhouding: 22 steken x 33 rijen = 10x10cm
  • Maat: XS

Wat werkte

Dit patroon is zo zalig geschreven. Rechttoe, rechtaan en heel duidelijk. De stappen worden goed omschreven en de speciale afkortingen worden uitgelegd. Het was een droom om te breien. En zeker eentje dat ik opnieuw wil doen, met lange mouwen en wol als trui voor in het najaar of de winter.

Omdat de opgegeven wol voor dit patroon niet onmiddellijk voor mij beschikbaar was en ik nog een heleboel wol aan de kant liggen had, koos ik voor de Landlust Sommerseide die ik vorig jaar kocht. En dat was eigenlijk altijd al het plan geweest. Want dit patroon staat al eventjes op mijn te breien-lijstje en ik had net deze wol gekocht voor dit patroon. In de winkel stond ik niet echt stil bij de steekverhouding. Het was puur toeval dat mijn steekverhouding dicht in de buurt kwam van die van het patroon. Ik week gelukkig maar 3 rijen af.

Wat heb ik geleerd

Dit is de allereerste keer dat ik een top-down trui (of t-shirt) probeerde. Ik had het nog nooit gedaan. En ik was verrast door het minimale naaiwerk in de afwerking. Het lijft werd in één stuk gebreid en de steken voor de mouwen werden even on hold gezet op een restje draad om later aan het lijf vast te breien .

Het opnemen van die mouwsteken had ik ook nog niet eerder gedaan. En al zeg ik het zelf, ik ben blij met het resultaat maar dit kon zeker beter. Gelukkig zit het op een onzichtbare plaats. Daarom heb ik een compromis gemaakt. Het is oké zoals het is. De volgende keer zal beter zijn.

Het patroon gebruikt een averechtse naad aan de zijkanten van het lijf. Ik had er wel al van gehoord, maar ik had het nog niet geprobeerd. Maar nu ik het in het eindresultaat zie, vind ik het prachtig. Het geeft net dat extra va va va voom (je weet wel) aan het project. Het vervangt de naad die er niet is bij rondbreien en zorgt voor een wat meer vrouwelijkheid. Deze zal ik in de toekomst zeker nog gebruiken.

Aanpassingen

Omdat dit zo’n prachtig patroon is, heb ik weinig aangepast. Eigenlijk enkel maar de opgegeven wol. En daardoor ook de steekverhouding. Voor elke 10cm heb ik 3 extra rijen gebreid om in verhouding te blijven. De rest was perfect.

Evaluatie

Ik zou het iedereen aanraden. Want niet enkel het patroon is fantastisch, het t-shirt zelf draagt ook fantastisch. En zoals ik al zei, deze wil ik zeker nog eens opnieuw maken. Schitterend gewoon. En je hebt de keuze tussen korte en lange mouwen. Je kan dus aanpassen naar keuze.

Het patroon is wel in het Engels geschreven, dus kunnen volgende afkortingen je misschien wel helpen. Ik wil zeker nog een ander patroon van Isabell Kraemer proberen (na al die andere projecten die nog op mijn te breien-lijstje staan). Wat staat er nog op jouw te breien-lijstje?

Bronnen

Back to basics

Over proeflapje en planning

C’est parti! De Tour de Fleece van dit jaar is gisteren van start gegaan. En ook al ben ik nog niet helemaal klaar met alle wol te verven, ik heb genoeg om te starten. Maar voor ik dat kan, heb ik eerst nog wat rekenwerk. Hoe ziet mijn schema er uit.

Proeflapje

Zoals je misschien wel nog weet, heb ik afgeklopt met de dunnere woolen gesponnen wol. Vorige week had ik het proeflapje daarmee klaar. Dus kan ik nu alles gaan uitrekenen. Het eerste wat ik nodig heb is mijn steekverhouding: 10 x 10cm = 25 steken x 35 rijen

De volgende stap is dat vergelijken met de steekverhouding uit het patroon (10 x 10cm = 25 steken x 26 rijen). De steken zitten goed, oef. Maar het aantal rijen wijkt enorm af. Dus klopte mijn eerdere berekening van een totaal van 230g niet meer. Dat had ik simpelweg met het regeltje van drie berekend. Maar dat klopt dus niet langer omdat de steekverhouding van de rijen compleet anders is. Ik heb veel meer rijen nodig om tot de gewenste lengte te komen.

Dus dacht ik na hoe ik het wel correct zou kunnen uitrekenen. En dan was het even logisch nadenken en terug grijpen naar wat kennis in mijn achterhoofd. Ik nam het totaal aantal steken van mijn proeflapje 25 steken x 37 rijen (incl. opzet- en afkantrij) = 1184 steken. En als ik dan nog weet dat mijn proeflapje 9 gram weegt en 1 gram 131,5steken zijn, kan ik aan de slag.

De cowl zou voor mij in totaal op 159 steken x 330 rijen komen. Met andere woorden op 52 470 steken (slik). Als ik het totaal aantal steken dan deel door 131,5 steken kom ik op 400 gram (of 1080 meter).

Oké, het is een hele berekening en het spreekt weinig tot de verbeelding. Maar mijn doel is bereikt. Ik weet hoeveel wol ik nodig heb. Voor alle zekerheid wil ik er toch nog wat meer doen. Je weet maar nooit: losse uiteinden, verlies bij het spinnen, … Zou 10% genoeg zijn? 20% is dan misschien weer te veel. 15% dus, gewoon om zeker te zijn. Dus in totaal ga ik voor 460 gram wol.

Planning

Wat kan excel (of LibreOffice Calc in mijn geval) soms toch een prachtig programma zijn. Met een simpele formule kan ik de ganse tour opsplitsen per rit. En dat dan nog in verhouding ook. Want de ene rit is langer dan de andere. En dan wil ik op die dag ook wat meer spinnen. Dus heb ik een lijst gemaakt met het aantal kilometer per stage en het totaal aantal meter en gram dat ik nodig heb.

Eigenlijk is het aantal meter pure speculatie, omdat ik dat niet zal kunnen meten. Maar om het aantal gram per rit te vinden, deel ik het aantal kilometer van de rit door het totaal aantal kilometer en vermenigvuldig ik dat met het totaal aantal gram. Zo kom ik aan onderstaande lijst.

Ik heb zowel rekening gehouden met de tour voor mannen als voor vrouwen, om het wat meer haalbaar te krijgen. Het tempo voor mannen alleen lag iets te hoog, want dat zou inhouden dat ik meer wol in minder dagen zou spinnen. Nu kan ik nog steeds veel spinnen en er meer van genieten. Want dat was toch de bedoeling, hé.

En waarom niet? Want vrouwen moeten het voor elkaar opnemen. Het is de allereerste keer dat de tour voor vrouwen gereden wordt en we zijn 2022. Hoe komt het dat dit nog niet veel eerder gebeurde, toch? Dus is dit mijn mooie schema (waar ik toch een beetje trots op ben).

De eerste twee dagen zijn meegevallen alleszins. Ik zit op schema, woop woop! Maar ik heb nog wat kam- en verfwerk te doen. Ik hoop dat het niet te veel wordt, want ik zag daarnet dat ik beitsmiddel vergeten toe te voegen aan mijn beitsbad, oeps. Alles komt goed. Dat zeggen ze, toch?

Bronnen

Back to basics

Over gekruiste gedraaide steken in mijn proeflapje

Het is me gelukt. Ik heb een proeflapje klaar met wol waarvan ik tevreden ben. Al was dat niet zo eenvoudig. Terwijl ik er mee bezig was, had ik echt schrik dat het op niets zou trekken. Ik wou zelfs het hele project annuleren. En dan zei ik op een gegeven moment gewoon: foert! Ik zie wel waar het uitkomt. Maar het was pas toen ik het boek Seasonal Slow Knitting van Hannah Thiessen en het patroon er nog even bij nam dat ik het echt los kon laten.

The fabric created by this slightly rustic, 2-ply yarn (Garden Wool&Dye Co: Cormo Fingering) isn’t perfect.

Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen

Gekruiste gedraaide steken

Zonder kabelnaald

Het breipatroon maakt gebruik van gekruiste gedraaide steken. Eigenlijk een soort van minikabels waarbij er één steek telkens opschuift en je diagonale lijnen krijgt. Maar om het allemaal nog wat moeilijker te maken, worden de steken door de achterste lus gebreid.

Door een steek naar achter te brengen en eerst de tweede en daarna de eerste te breien, kruis je naar rechts. Door een steek naar voren te brengen, kruis je naar links. Maar als je dat met een kabelnaald doet, heb je een extra naald nodig. Er kruipt meer tijd in omdat je telkens de naald oppakt en neerlegt. Laat staan om de steek op die kabelnaald te krijgen en er terug af, zonder de rest van de steken kwijt te raken.

Als je kabels zegt, zeg je ook kabelnaalden. Wat in mijn ogen gelijk is aan veel meer werk. Omdat ik geen zin had in al dat gedoe, was ik op zoek gegaan naar shortcuts. Op youtube vond ik een filmpje van Designs by Phanessa over hoe je gekruiste steken kan breien zonder kabelnaald. De techniek wordt heel goed uitgelegd, maar toen ik het uitprobeerde was ik niet tevreden van het resultaat. Ik denk dat ik iets verkeerd deed, want het leek ook helemaal niet op de steken in het filmpje.

Met kabelnaald

Als je er even bij stil staat is het meestal zo dat als je iets te snel wil doen, je meestal niet tevreden bent van het resultaat. Soms is de tijd en energie er in steken echt beter, omdat dat gewoon de beste manier is het beste resultaat te hebben.

Oké, misschien ben ik nu weer veel te resultaat gericht bezig. Maar wie geeft er om hoe je er geraakt bent, als je er maar raakt. En zelfs als je er niet zou raken: het proberen is beter dan het niet proberen. Toch?

Maar de hele bedoeling van dit project is net vertragen en bewust genieten. Dus misschien bekijk ik het beter procesgericht. Ja, ik wil dat de cowl snel klaar is, wie wil dat niet. Maar deze uitdaging gaat net over het omgekeerde. De tijd nemen om stil te staan bij het maken. Dus in dat opzicht had ik de kabelnaald volledig geaccepteerd.

Andere breivolgorde

Inderdaad “had”. Want toen ik bijna klaar was met mijn proeflapje, bedacht ik me iets. Als ik nu gewoon eerst de tweede steek brei en dan pas de eerste. Dan hoef ik geen kabelnaald te gebruiken. Ik kan het gewoon doen met de naalden in mijn handen.

Het vroeg wat puzzelwerk om uit te zoeken hoe ik dat het beste zou doen voor gedraaide steken. Want bij de rechtse kruising wil je de steek achteraan hebben en op de een of andere manier zit die eerste steek gewoon in de weg.

Uiteindelijk kwam ik bij de volgende oplossing:

  • rechtse kruising: 1e steek afhalen, 2e steek breien en terug op de linkse naald schuiven, 1e steek terug op de linkse naald schuiven, 1e steek breien.
  • Linkse kruising: 2e steek breien zonder de steek van de naald te halen, 1e steek breien

Proeflapje

Toen ik mijn proeflapje breide, keek ik naar elke rij of het wel goed was. En ik maakte me echt zorgen. Is de spintechniek goed voor dit project? Gebruik ik de juiste naalddikte? Ik begon alles in vraag te stellen. Want wat ik in mijn handen had, was stug en een beetje gefrommeld. De steken leken te verdwijnen in het niets.

Pas toen ik het proeflapje waste, was ik ook echt tevreden van het resultaat. De gedraaide steken komen veel beter uit, zodat je het bladmotief duidelijker kan zien. Eigenlijk had ik dit ergens wel in mijn achterhoofd na al die jaren ervaring met proeflapjes.

Ik weet niet wat ik aan het stugge kan doen, want je kan maar zo ver gaan met een bepaalde wolsoort. Als je het zou vergelijken met commerciële wol, zou dit “niet superwash” zijn. Dus kan het niet zo zacht en glad zijn als een “superwash” wol. Om een wol superwash te maken, wordt er een chemisch proces toegepast. En dat is niet de richting die ik wil uitgaan. Maar wat onderzoek in die richting kan natuurlijk geen kwaad.

Voila, weer een stapje verder. Nu ik mijn proeflapje klaar heb, kan ik over gaan tot de wiskunde van het geheel. Hoeveel gram en meters zal ik nodig hebben? En hoe splits ik het op in etappes? Ik heb nog en heleboel werk voor de boeg met kammen en verven. Dus kan ik maar beter aan de slag gaan, niet?

Bronnen

  • Seasonal slow knitting, Hannah Thiessen. (2020). Abrams. Engelstalig. Bedachtzame projecten over het hele jaar.
  • https://www.youtube.com/watch?v=mRyYrFA9ueY Video van Designs by Phanessa over gekruiste steken breien zonder kabelnaald.
Back to basics

Worsted vs Woolen

De wol die ik vorige week klaar had, heb ik op een bal gewonden om mee te kunnen breien. En weet je wat? Het zag er wel mooi uit, maar het voelde heel onnatuurlijk om mee te breien. Het was hard, stug en bloeide helemaal niet open. Tja, daar wil ik dan wel geen sjaal van maken. Dus had ik een kleine crisis. De wol zat niet mee, het motief wou ook voor geen meter werken. Het was even tijd om te reflecteren.

Er zat niets anders op om toch even naar andere spinmethodes te kijken, dacht ik. En laat ik mezelf dan beginnen bij het begin in plaats van voorbij te lopen. Want die neiging heb ik nog weleens. Volgens mij begint het bij worsted tegenover woolen spinnen.

Worsted spinnen

Bij deze techniek wordt de vacht samengedrukt, zodat alle lucht er uit gaat. Het is daarom ook kouder. Het resultaat is effen wol die tegen een stootje kan. Ideaal voor ajour (omdat de omslagen heel mooi openen) en steekmotieven (omdat je de steken goed kan zien).

Je laat de twist niet in de vacht komen, omdat je die vasthoudt met duim en wijsvinger. Je laat wat vacht passeren om twist er in te krijgen en dan laat je het op de bobijn winden. Daarna weer wat vacht laten passeren en op de bobijn laten winden. Dat proces wordt telkens herhaalt. Je duwt de vacht bijeen om een egaal resultaat te hebben.

Bij het spinnen van die tweede reeks vorige week, kwam ik uit op 240m per 100g. Maar je kan eigenlijk pas weten welke naald je daarvoor nodig hebt, door de WPI (wraps per inch) te tellen. Dat houdt in dat je telt hoeveel keer je de draad rond een pen of stuk karton kan rollen in één inch. Tadaa, naald 4 net zoals opgegeven. Het mag ook eens meezitten.

Daarom dacht ik dat deze ideaal zou zijn voor mijn patroon. De dikte was oké, het twijnen ook en het zag er net uit als wol uit de winkel. Ik dacht dus echt dat ik mijn spinstijl voor dit project gevonden had. Maar je kan het dus pas echt weten als je een proeflapje maakt.

Woolen spinnen

Bij deze techniek gaat het andersom. Je laat de twist wel in de vacht komen. Dat wil zeggen dat de lucht die tussen de haren zit, er tussen gevangen blijft. Die lucht zorgt voor isolatie en geeft een warmer gevoel. Maar het resultaat is minder egaal. De ene keer dikker, de andere keer dunner. (Ofwel wordt het nog veel oefenen om beter te worden).

De twist mag dus in de vacht komen. Daarom hou je die in een hand vast. Draai met de andere hand net genoeg om de twist los te maken, zodat je de vacht kan laten passeren. Daarna laat je weer los, zodat de twist er opnieuw kan in komen. Effenaan laat je weer op de bobijn rollen. De vacht wordt minimaal gemanipuleerd en wordt daarom zachter en pluiziger.

Dus is dit misschien de oplossing. Want om de wol in het patroon te evenaren, wil ik in de buurt van 366m per 100g komen. Ik had me neergelegd bij 240m, maar met deze spintechniek kan je veel meer meters uit je vacht halen, omdat de lucht er mooi in blijft.

Spintest 3

Een derde spintest was net wat ik nodig had. Tijd om op een woolen manier te gaan spinnen. En tot mijn verbazing vind ik het een heel leuke techniek. Ik was er in het begin niet helemaal voor te vinden, omdat er dus dikkere en dunnere stukken zijn. Maar nu ik het resultaat voel, wil ik daar mee leven.

De wol voelt veel zachter en flexibel aan. En na er even mee te breien, denk ik dat dit manier wordt waarop ik ga spinnen. Maar mijn test was opnieuw te dik. Je zou het kunnen vergelijken met mijn eerste spintest. Wanneer ik het uitreken, kom ik op 180m per 100g. Ten opzichte van 137m per 100g is dat een pak langer.

Maar ik wil dus naar een dunnere draad. En als ik het zo bekijk, zou ik er dubbel zoveel moeten kunnen uithalen om helemaal op dezelfde wol uit te komen als in het patroon. Maar even realistisch. Dat zal waarschijnlijk niet lukken. Ik kan het wel optimaliseren. Maar dat zal wat oefening vragen.

Tijdsnood

Ik begin een klein beetje stress te krijgen. De Tour de Fleece start binnen twee weken en ik heb nog alle wol te kammen en verven. Maar ik weet natuurlijk nog niet hoeveel ik nodig zal hebben. Dat kan ik pas uitrekenen als mijn proeflapje klaar is. En dat kan ik pas doen als ik blij ben met het resultaat van mijn volgende spintest.

Dus kan ik maar beter aan de slag gaan. In het slechtste geval kan ik natuurlijk ook wol blijven kammen en verven in juli, terwijl ik al begonnen ben met het eerste verfbad. Maar ik zou het toch liever vermijden. Want ieder verfbad zal net een beetje anders zijn en om alles zo egaal mogelijk te hebben, zou ik de verfbaden willen combineren.

Aan de slag dus. Denk je dat ik er zal geraken? Ik zou het fijn vinden als je voor me zou supporteren.

Bronnen